Van onderop, maar gescheiden

On 17 februari 2017, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gehoord op de Universiteit van Amsterdam op 13 maart 2017:

 

Wat de planning van Istanbul betreft, verwees historicus Hans Luiten in zijn gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam naar het unieke mahalle-systeem dat de Turken na de verovering van Constantinopel in 1453 binnen de Romeinse vestingmuren instelden. Mahalles betroffen kleine woonbuurten van maximaal 2.000 inwoners die grotendeels zichzelf bestuurden. In totaal telde Istanbul in de vijftiende eeuw 219 van dergelijke mahalles. Ze ontwikkelden zich rond oude kerken en moskeeën. Vaak werden ze ook naar deze godshuizen vernoemd. Het systeem, dat al bestond in de Byzantijnse tijd, werd door de Turkse veroveraars dus verder uitgebouwd. Istanbul telde in 1453 overigens nog maar 200.000 inwoners, terwijl het in zijn gloriedagen na de stichting nog liefst 800.000 zielen had omvat. Krimp en teruggang waren het gevolg geweest van de verovering door stadstaat Venetië in 1204. Mahalles, die vaak ook over een eigen school en badhuis beschikten, konden Joods zijn, Armeens, Turks of Grieks. De islamitische Turken bleken behoorlijk tolerant; hun mahallesysteem zorgde ervoor dat religies en etniciteiten vredig samenleefden, alle in hun eigen buurten, autonoom, zichzelf besturend van onderop. Op deze manier raakte de multiculturele stad steeds dichter bevolkt.

In een artikel van Ilber Ortayli, verbonden aan de universiteit van Ankara, getiteld ‘The evolution of the spatial pattern of Istanbul’ (1996), las ik over hoe dit mahallesysteem ervoor zorgde dat op den duur extreem hoge dichtheden werden bereikt waarin verwante mensen met elkaar moesten samenleven. De meeste gebouwen waren bovendien van hout, waardoor voortdurend brandgevaar dreigde; sanitaire voorzieningenschoten schoten ernstig tekort. Dit alles zou later veranderen. Buiten de muren groeiden vanaf de negentiende eeuw de eerste buitenwijken rond voormalige dorpen of liever: hier vormden zich de eerste sloppenwijken. Ondertussen werd de stad zelf steeds meer uit steen opgetrokken. De informele sloppenwijken zouden in de twintigste eeuw de dominante vorm van verstedelijking worden, vooral toen bij het verval van het Ottomaanse rijk eind negentiende eeuw miljoenen Turken overhaast naar Istanbul vluchtten. Tot op de dag van vandaag vormen de gecekodu’s het dominante motief waarop de metropoolvorming onverminderd, nee sneller dan ooit, plaatsvindt. En het mahallesysteem functioneert ook nog steeds, dat wil zeggen in heel Istanbul heerst altijd nog een vorm van zelfbestuur, georganiseerd rond kerken, scholen en badhuizen, vanuit kleine buurten, maar wel gescheiden, zij het dat vrijwel alle mahalles nu door de islam worden gedomineerd.

Tagged with:
 

Metropolitane investeringsagenda

On 15 februari 2017, in geschiedenis, by Zef Hemel

Gehoord van Hans Luiten op de Universiteit van Amsterdam op 13 februari:

 

Afbeeldingsresultaat voor istanbul gecekondu

Met name de geschiedenis van het twintigste eeuwse Istanbul, zoals verwoord door historicus Hans Luiten afgelopen maandag op de Universiteit van Amsterdam, bleek verhelderend. Na de vrijheidsstrijd die losbarstte na afloop van de Eerste Wereldoorlog transformeerde dictator, tevens vader des vaderlands Atatürk het moderne Turkije in een agrarisch land van overwegend dorpen. Boeren waren de Turken met het hoogste aanzien, niet stedelingen. Mensen werd zelfs verboden om naar het verre Istanbul te migreren; ze moesten op het platteland blijven wonen. Eind jaren dertig was Istanbul door de regering vrijwel opgegeven. Anders dan wat de Franse architect Le Corbusier de dictator midden jaren dertig suggereerde – het oude Istanbul als een museum bewaren en de rest afbreken en opnieuw in moderne stijl opbouwen –, koos Atatürk voor het plan van een andere Fransman, Henri Prost, die een aantal grote boulevards wilde aanleggen en daartoe delen van de binnenstad wilde afbreken. Echter, nog voordat zijn plan gereedkwam stierf Atatürk, in 1938.

Zijn naoorlogse opvolger Menderes koos in de Koude Oorlog voor de kant van de Verenigde Staten en wendde de Marshallgelden voor Turkije aan voor de modernisering van de landbouw, opnieuw niet voor de grote stad. De contouren van het plan-Prost werden alsnog gevolgd: brute doorbraken door de oude binnenstad. Ditmaal mochten de overbodig geworden landarbeiders wel naar Istanbul migreren. Vanaf de jaren ‘70 neemt deze toeloop van een straatarme plattelandsbevolking uit het oosten naar de verarmde en slecht onderhouden stad aan de Bosporus omvangrijke vormen aan. In de randen vormen zich uitgestrekte sloppenwijken, de zogenoemde gecekondu’s. Istanbul, dat op die toeloop totaal niet was berekend, groeit in korte tijd uit tot een metropool van liefst zes miljoen inwoners. Dertig jaar later is dit al gegroeid tot twintig miljoen, ze is een van de snelst groeiende steden op aarde. Deze beknopte geschiedenis toont opmerkelijke overeenkomsten met wat elders in de wereld in de twintigste eeuw gebeurde: platteland dat eerst door regeringen werd ontwikkeld ten koste van de stad. Dit gebeurde in de Sovjet Unie, in de Verenigde Staten en in alle Europese landen, Nederland niet uitgezonderd. Uiteindelijk  won toch de metropool, ook al was er in de grote stad decennialang niet of nauwelijks geïnvesteerd. Nog altijd worstelen de grootste steden met een achterstand in infrastructurele investeringen. De afkeer van de metropool zit diep.

Tagged with:
 

Geschiedenis van een metropool

On 13 februari 2017, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord op 13 februari op de Universiteit van Amsterdam:

 

Het gastcollege van Hans Luiten, historicus, in het bachelor-programma Cities in Transition aan de Universiteit van Amsterdam was bijzonder. Luiten, die twee uur lang zeer boeiend sprak over Istanbul, schilderde als een echte historicus de bewogen geschiedenis van een stad die sommigen als westers, maar de meesten als oosters typeren. Gesticht door keizer Constantijn, ontwikkelde de Romeinse stad aan de Bosporus zich tot een van de grootste steden ter wereld. Tijdens de val van Rome telde ze al meer dan 800.000 inwoners, allen dicht opeengepakt levend binnen de Romeinse vestingmuren. Daarna werd ze onder de voet gelopen door de Turken uit Centraal Azië, die het Ottomaanse rijk stichtten en de islam naar Istanbul brachten. Pas in de achttiende eeuw trad ze buiten haar omwalling en groeide ze door aan de overzijde van de Gouden Hoorn, in de buurt die bekend kwam te staan als Perá. Tot nog in de negentiende eeuw werd ze geteisterd door hevige branden, die de overwegend houten woningen gemakkelijk in vuur zetten. Het verval van het Ottomaanse rijk in de negentiende eeuw betekende opnieuw een kentering voor de stad. Een voorzichtig proces van modernisering zette in, met een eerste metroverbinding in 1871 en Duitse plannen voor stadsuitbreiding, maar in het tumult van de Eerste Wereldoorlog koos Turkije voor Duitsland, dus de verkeerde partij. Hard werd ze daarvoor gestraft door de Engelsen, Fransen en Russen. Istanbul dreigde in 1920 Russisch te worden. Atatürk voerde daarop een vrijheidsstrijd en moderniseerde het bevrijde Turkije met straffe hand. De hoofdstad verplaatste hij naar Ankara.

Wat in de twee uur college goed duidelijk werd, is dat Turkije de vernedering van 1918 nog steeds niet te boven lijkt en dat een terugverlangen naar het Ottomaanse rijk gemakkelijk weer de kop opsteekt. Ook de vijanden van weleer zijn opnieuw gevonden. Pas in de laatste tien minuten voerde Luiten president Erdogan ten tonele. Terwijl Istanbul explosief groeit naar een inwonertal van liefst 20 miljoen veelal arme mensen en de Turkse economie indrukwekkende groeicijfers vertoont, ontwikkelt de populaire leider van de AK Partij in een vreemde mengeling van neoliberale principes en islamitische grondwaarden  zijn megalomane toekomstvisioen voor Groot-Istanbul, met de grootste luchthaven ter wereld, een tweede verbinding met de Zwarte Zee, een derde brug over de Bosporus en een metropolitane expansie naar het noorden en oosten. Voor zijn achterban van hoofdzakelijk ‘Zwarte Turken’ bouwt ontwikkelaar Toki, die in handen is van de zoon van de president, goedkope hoogbouwflats in de binnenrand van de snel groeiende metropool. De waterreservoirs in de uitgestrekte wouden ten noorden van de stad worden ondertussen door wilde verstedelijking bedreigd. Wat van dit alles te denken? Ik vermoed dat de studenten nu eerst even op adem moeten komen.

Tagged with:
 

Constantine’s dream

On 6 november 2015, in geschiedenis, by Zef Hemel

Seen in The Nieuwe Kerk, Amsterdam, on  11 October 2015:

 

The exhibition in the Nieuwe Kerk (New Church), on Dam square in Amsterdam, is on Rome, the capital city of the Roman empire at the time of the emperor Constantine, after the edict of Milano (313 AD). I visited it on a Sunday afternoon with one of my daugthers. At that time Rome was a city of one million inhabitants, the biggest city in the world. A reconstruction of the huge statue of Constantine with a copy of the head of the emperor and its fingers are its center piece; it was stunning, impressive, if only by its sheer size. And then there was his dream or vision or celestial sign, at the exhibition on copies of paintings in a reconstruction of one of the Vatican palace chambers: his seeing in his sleep at the battle field of the cross, and his redemption. The unique story was well exposed: the transformation of Rome, the building of the new churches in the city, the new freedom, the old gods, many of them still of Egyptian or Greek (Dionysos) origin, the rise of the Christian god, the celebrated works of the  apostles Peter and Paul, the first Christians, it was all there.

However, what I missed was the decision taken by the same emperor Constantine to build a new city in the East: Constantinople, inaugurated in 324 AD, as the new capital of the Roman empire, later to become the wealthiest and most powerful city on earth. The new city would be free of the pagan past and would be Christian from its first day. It was the emperor’s real dream. So I reread ‘The Decline and Fall of the Roman Empire’ (1776-1781) of Edward Gibbon. Gibbon’s long decription of the unique geographic location, created by nature, its wonderful climate, its healthy environment, its safe position on the border between Europe and Asia. It would be a city that could easily feed its own population; all the resources and freight would sail on ships, on any wind, to its shores on the Bosphorus. But then Gibbon also comments that Constantinople was not Babylon or Thebe, the antique Rome, London, or even Paris. It was far less powerful. Gibbon hated Constantine, so he judged Constantinople also a weak city. Building the new city, he wrote, costed a fortune, and many Roman citizens had to move eastward, leaving a enfeebled hometown behind. But less than a century later, Constantinople would challenge the power of Rome. Its foundation, growth and success are worth a second exhibition. Why wait?

Tagged with:
 

Being successful

On 3 juli 2015, in infrastructuur, by Zef Hemel

Read in The Washington Post of 31 March 2015:

 

One of the questions the students, following the course on Cities in Transition at the University of Amsterdam, were asked was: by comparing Moscow with Istanbul, what are the similarities and what the striking differences? Similar is the heavy traffic congestion, for sure. Moscovites complain about it every day, although every successful metropolis in the world copes with it. So does Istanbul. A few months ago The Washington Post reported on it. In ‘The world’s most congested cities, by the numbers’, Nick Kirkpatrick presented an overview.  ‘Carmageddon’ makes every day a bad day in the city on the Bosporus, he wrote. GPS maker TomTom from Amsterdam ranked Istanbul number 1. Can you imagine? The company found that a 30 minute commute in the evening took 54 minutes because of congestion, for a total of 92 hourse of extra driving annually. TomTom’s annual Traffic Index explores traffic congestion in over 200 cities around the world and ranks a total of 146 cities. Congestion level in Istanbul: 58 percent.

Mexico City is number 2, Rio de Janeiro number 3. What about Moscow? The capital city of the Russian Federation ranks 4 on TomTom’s list. Congestion level: 50%. That means: a delay per day with a 30 minutes commute is 29 minutes, almost a doubling. How about a city like Los Angeles, notorious for traffic jams? The city on the American Westcoast, always called the real ‘Carmageddon’, ranks number 10. Most congested specific day: Firday 14 February 2014. In Moscow it was Thursday 25 December 2014. In Istanbul Friday 25 July 2014. Total vehicle distance: 91,364.773 miles. It seems 2014 was a very bad year for driving in your city. Or am I mistaken? Traffic congestion means growing fast and just being very successful as a city.

Tagged with:
 

Over het nut van planning

On 27 april 2015, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op het Roeterseiland te Amsterdam op 23 april 2015:

Vorige week Moskou, nu Istanbul. Met de studenten bespraken we de ontwikkelingen in die stad aan de hand van de Turkse documentaire ‘Ecumenopolis’. We constateerden opvallende overkomsten tussen Moskou en de Turkse metropool. Beide metropolen bevinden zich in de schemerzone tussen Europa en Azië en groeien snel, heel snel. Beide streven een status van ‘global city’ na. Beide ook worden steeds orthodoxer en keren zich van het Westen af. De studenten die het ‘Cities in Transition’-programma dit jaar aan de Universiteit van Amsterdam volgen vroegen zich af hoe dit zou aflopen. Ze kunnen kiezen tussen het standpunt van Mike Davis en dat van Doug Saunders. De eerste meent dat het slecht zal aflopen (‘Planet of Slums’, 2006), de tweede ziet eerder kansen. Hoewel. Ten aanzien van Istanbul schetst Saunders in ‘Arrival City’ (2010) het beeld van een stad die geen sloppenwijken meer kàn bouwen eenvoudig omdat alle grond op is. Toch arriveren er jaarlijks nog zo’n 250.000 migranten in Istanbul, de laatste jaren zelfs beduidend meer als gevolg van de oorlogen in Syrië en Noord-Afrika. Middenklasse èn onderklasse groeien. De ‘gecekondu’ (sloppenwijk), schrijft hij, verandert steeds meer in ‘een plek voor mislukkelingen.’

De laatste jaren heeft de gemeente grootschalige opruimacties voor de sloppenwijken opgezet. Steeds meer gecekondu’s worden door bedrijven als TOKI en Sinpas opgekocht, gesloopt en tot enclaves gemaakt voor de nieuwe Turkse middenklasse. Het programma is steeds dezelfde hoogbouw die ook Moskou’s buitenwijken kenmerkt. Volgens Saunders is het de nieuwe, gemondialiseerde Turkse middenklasse die de periferie verkiest boven het centrum. De buurt zelf interesseert ze niet, alleen de parkeergarages en de snelwegen die ze naar het centrum voeren. Het allergrootste probleem van de groei van de metropool Istanbul is echter niet meer deze perifere suburbanisatie, maar de snel naderende ecologische ramp. De bossen en de waterbekkens in het noorden zullen namelijk snel verdwijnen als Istanbul doorgroeit van 15 miljoen naar 25 miljoen en de derde brug over de Bosporus wordt aangelegd. Kan de metropool dan nog bestaan? Dat is twijfelachtig, zeker nu ook nog eens een humanitaire ramp dreigt als gevolg van de recente toevloed van vluchtelingen. De bestaande planning werkt niet. Het falen kan zich uiten in woede, frustratie, islamisme. Tenzij alsnog een geschikte, effectieve planning wordt gevonden. Een van onderop.

Tagged with:
 

Het belang van innovaties

On 29 augustus 2014, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City of Fortune’ (2011) van Roger Crowley:

Kun je van de geschiedenis leren? Deze vakantie las ik Roger Crowley’s ‘City of Fortune’. In het jaar 1203 telde Constantinopel (het huidige Istanbul) liefst vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners. De stad was daarmee veruit de grootste metropool van de hele Christelijke wereld. Ter vergelijking: Parijs en Venetië telden elk niet meer dan zestigduizend inwoners. "They looked on Constantinopel for a long time because they could scarcely believe there could be such an enormous city in all the world," schreef Villehardouin, die doelde op de kruisvaarders die in 1203 begonnen waren aan de vierde kruisvaart. De kruisridders, die voor de poorten van Constantinopel stonden, waren meest afkomstig uit Frankrijk; ze lieten zich overzetten door zeelieden uit Venetië, op schepen die in Venetië waren gebouwd. Venetië had daarmee commerciële belangen in het slagen van de kruisvaart. Voor Constantinopel zelf waren de West- en Zuid-Europeanen dwergen. De enige andere stad die voor haar inwoners telde was Rome. "The Greeks wanted nothing to do with these western puppet who had promised submission to Rome." Het zou ze flink bezuren. Roger Crowley ziet de slag om Constantinopel als het begin van de opkomst van Venetië als machtige handelsstad.

De ondergang van Venetië laat Crowley samenvallen met de verovering door de Turken van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Hier ontmoetten twee imperiale mogendheden elkaar: "the Christian and the Muslim, the sea-going merchant class concerned with trade, the continental warriors whose valuations were counted in land holdings; the impersonal republic that prized liberty, the sultanate that depended on the autocratic whim of a single man." (Dit klinkt actueel, iets als: Europa versus Rusland) Toch is de ondergang van Venetië niet veroorzaakt door de Turkse veroveringen. De werkelijke reden waren de handelsstromen die zich verlegden van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en, via de Kaap de Goede Hoop, richting het Verre Oosten. Dankzij scheepskundige innovaties. "All the old trade routes and their burgeoning cities that had flourished since antiquity were suddenly glimpsed as baclwaters – Cairo, the Black Sea, Damascus, Beirut, Baghdad, Smyrna, the ports of the Red Sea and the great cities of the Levant, Constantinopel itself – all these threatened to be cut out from the cycles of world trade by ocean-going galleons." Winnaar bleek Lissabon, dat nu sterk begon te groeien. De historische les is dus: niet veroveringen, maar handel en innovaties zijn beslissend voor welvaart en stedelijke bloei.

Tagged with:
 

How to sell Istanbul

On 31 december 2010, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 15 januari 2010:

In 2010 was Istanbul een van de drie culturele hoofdsteden van Europa. De snel groeiende metropool aan de Bosporus vierde op die manier zijn status van aankomende economische grootmacht. Vooraf was er veel gedoe geweest, over het programma, het geld en de organisatie. Middelpunt van de controverse was de renovatie van het Ataturk Cultureel Centrum – het AKM – aan het Taksimplein (op de foto links). Dit operahuis, stammend uit midden jaren dertig, naar een ontwerp van de Franse architect August Perret, brandde in 1970 tijdens een voorstelling af en werd in 1978 heropend naar een verbouwing door de Turkse architect Hayati Tabanlioglu. Sinds 2008, na dertig jaar, zijn de autoriteiten officieel bezig met groot onderhoud, maar eind 2009 was de grote zaal nog altijd gesloten, bladderde de verf van de buitenmuren en waren de bruine mozaieken onverminderd beschadigd, zonder dat er een bouwvakker te bespeuren viel. En dat terwijl het vernieuwde AKM als spil was gedacht van de culturele festiviteiten in 2010. Daarop ontspon zich een politiek twist van verdachtmakingen, waarbij de heersende AK-partij het moest ontgelden. De nieuwe machthebbers in Turkije, met hun wortels in de islam, willen kennelijk breken met de traditie sinds Ataturk om vooral naar het Westen te kijken, was de redenering. En opera is kunst uit het Westen. Het bestuur van Istanbul 2010 trad in 2009 af, de gemeente nam haar rol over. Het budget van 170 miljoen euro, afkomstig uit de benzineaccijns, ging voor zeventig procent naar de restauratie van historische gebouwen als de Hagia Sophia, het Topkapi paleis en andere Byzantijnse en Ottomaanse grandeur. Waarom restaureren uit dit budget?, vroeg menigeen zich af. En waarom uitgerekend het Ataturk Cultural Centre vergeten?

In 1992 schreef de Turkse socioloog Keyder het artikel “How to sell Istanbul? Voor het eerst werd in Turkije gepubliceerd over de macht van het mondiale kapitaal en de stedenstrijd die deze veroorzaakte. “Most of the stakeholders including the central/local government, private enterprise, academicians, artists and NGOs invest in culture in order to attract more economic and symbolic capital. Nominating for Olympic games, Formula 1 or Cultural Capital of Europe are widely known examples of such attempts.” Tijdens de INURA conferentie van 2009 luidde de kritische analyse van de Turkse intelligentia aldus: “"Istanbul has been sold through its city image, cultural heritage and other values and “How to sell Istanbul through culture?” seems to become the motto.” Wat er moest worden verkocht was even belangrijk als hoe het moest worden verkocht. “The cultural centres with reference to Gugenheim Bilbao’s Bilboa effect has also been planned and projected for regeneration of Istanbul: Hasanpasa Gazhane project, Kartalite, Sutluce Cultural Centres and Renovation of Ataturk Cultural Centre are the major examples.” Maar die laatste werd dus vergeten. De zoon van de architect riep begin 2010 op kalmte te bewaren. “Zulke grote renovaties hebben tijd nodig. Dit gebouw komt er.” We zijn nu een jaar verder. Is het vernieuwde AKM inmiddels gereed?

Tagged with:
 

Kennis vervoeren

On 4 oktober 2010, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Istanbul – Living in Voluntary and Involuntary Exclusion (2009):

De Turken leggen hun eigen hogesnelheidstreinennetwerk aan. Daar hebben ze Europa niet voor nodig. Tussen Ankara en Istanbul – een afstand van 533 kilometer – komt er een nieuw snelspoor; daar wordt nu aan gebouwd. Er zijn op dit moment liefst drie lijnen in aanleg. In 2013 ligt er 1500 kilometer snelspoor en in 2023 niet minder dan 4000 kilometer. Bob van der Zande en ik bezochten vorige week nog het centraal station van Istanbul. Het is negentiende eeuws en stamt nog uit de tijd van de Oriënt Expres. Veel stelt het niet voor. Even eerder stonden we op de Galata Toren in Beyoglu. Het uitzicht over de veertien miljoen inwoners tellende metropool in het felle ochtendlicht was verbluffend. Overal zagen we stad, vermengd met water: de Bosporus, de Zee van Marmara; achter ons de Zwarte Zee, voor ons de Middellandse Zee. Istanbul ligt aan een samenloop van vaarwegen tussen Europa en Azië. Overal varen schepen. Echter, een zeehaven zochten we tevergeefs. Vreemd vonden we dat.

In ‘Istanbul – Living in Voluntary and Involuntary Exclusion’ lees ik een interview met Hüseyin Kaptan, de oud-directeur van het Istanbul Metropolitan Planning Centre (IMP). Vorige week nog zat ik met hem aan tafel. Toen vergat ik hem de vraag te stellen: waarom heeft Istanbul eigenlijk geen zeehaven? In het interview geeft hij ongevraagd antwoord: “The only port city in the world without a railway is  Istanbul. Ports in cities like Barcelona and Genua are 6/7 times bigger than Istanbul’s, and they’re all integrated with railways.” Vandaar. Kennelijk kun je een miljoenenstad aan zee bouwen zonder zeehaven. Voorwaarde is dan wel dat je geen spoorwegen aanlegt. Het nieuwe snelspoor zal geen goederen vervoeren. Dat heeft Istanbul ook helemaal niet nodig. De Turkse treinen vervoeren straks kennis.

Tagged with:
 

Verguisd

On 29 september 2010, in internationaal, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 september 2010:

Vorige week gedineerd met Kadir Topbas, architect en burgemeester van Istanbul. Over zijn stad sprak hij uitsluitend in machtstermen. Istanbul wordt groot, groter dan Londen, zei hij. Sinds 2002 is er maar liefst 18 miljard euro publiek geld in de stad geïnvesteerd; Europa kan niet meer om Istanbul heen. Het was alsof ik de president van Turkije hoorde spreken. Het bezoek deed me denken aan de theevisite bij Joeri Loezjkov, de burgemeester van Moskou. Ik bezocht hem in 2005. Ook deze burgervader sprak toen, hoewel vriendelijk lachend, uitsluitend in machtstermen, alsof hij de president van Rusland was. Destijds was hij ook werkelijk voor die functie in de race geweest. Gisteren echter werd hij ontslagen. Door president Dmitri Medvedev. Volgens Het Parool hadden de twee onenigheid over de bouw van een snelweg tussen Sint Petersburg en Moskou. Medvedev zwichtte voor boze burgers die de snelweg niet door een bos wilden hebben aangelegd. Loezjkov verweet hem daarop zwakke knieën. Maar er waren meer aanvaringen tussen de burgemeester en de president geweest. Loezjkov sloopte een Moskouse villawijk tegen de zin van Medvedev. Vervolgens gingen de staatsmedia Loezjkov beschuldigen van corruptie.

Beide voorbeelden maken duidelijk dat burgemeesters van metropolen tegenwoordig geduchte concurrenten zijn van staatshoofden. Moskou is goed voor 20 procent van het Bruto Nationaal Product van heel Rusland. Het budget van de gemeente is 27 miljard euro. De economie van Istanbul groeit onstuimig en draagt zeker 25 procent bij aan de Turkse economie. Sinds het bewind van Loezjkov gaat het Moskou economisch voor de wind. Ook Istanbul en Topbas blijken een gouden combinatie. Addie Schulte in Het Parool: “Op zijn (Loezjkov’s) staat van dienst stond de transformatie van de stad. Er waren snelwegen aangelegd, het metronetwerk werd uitgebreid, kerken werden herbouwd. Moskou werd een aantrekkelijke stad om te wonen.” Volgens Schulte bemoeide de burgemeester zich tot in de kleinste details met het openbare leven. Het sneeuwvrij houden van de stad was een van zijn obsessies. Hij werd er mateloos populair mee. Ook verzorgde hij gratis openbaar vervoer voor veteranen en gepensioneerden. Maar toen kwam de kredietcrisis. Het aantal miljardairs in de stad halveerde. En wie herinnert zich nog afgelopen zomer? De bosbranden rond Moskou, de verstikkende rook in de stad, de extreme hitte? Loezjkov kon er niets aan doen, maar de extreme zomer zal ongetwijfeld aan de val van de burgemeester hebben bijgedragen. Vanuit het Kremlin werd het duidelijk gezien. Geen journalist legt nog het verband. Dat is begrijpelijk. Ik denk echter dat mensen sterk reageren op fysieke omstandigheden. Ze werken op hun humeur. Dat is gevaarlijk. Zeker als het macht betreft.

Tagged with: