Buurten omkatten

On 23 juli 2011, in stadsvernieuwing, stedenbouw, wonen, by Zef Hemel

Gezien in Amsterdam-West op 21 juli 2011:

Vandaag begin van de vakantie. Vier weken zonder blog. Dat wordt lastig. Op de valreep maakte ik nog een excursie door Amsterdam Nieuw-West. Wijkaanpak in de praktijk, opbouwwerk en stedenbouw met elkaar verenigd, maar ook: stilgevallen herstructurering. We bezochten wijk 5 in Slotermeer, we bleken in de voetsporen te treden van de wethouder Wonen, die ons nog niet zo lang geleden was voorgegaan. Wat me vooral opviel was de stilte op straat, het gebrek aan stadsleven, de verlaten sfeer. De onder handen genomen Burgemeester Roellstraat leek, geheel ontdaan van zijn hoge populieren, op een Atlantic Wall, de Burgemeester van Leeuwenlaan met zijn elegante winkelplint was uitgestorven, het nieuwe Confusiusplein, op wat voetballertjes na, oogde vernieuwd maar was compleet verlaten. Verrassend mooi oogde het oude laagbouwbuurtje ten zuiden van de Socratesstraat, de ruimtelijke werking van de haakjes rijtjeswoningen was ronduit overrompelend. Deze wederopbouwpanden bleken echter slecht onderhouden, ze schreeuwden om een grondige opknapbeurt. Elders was stevig gesloopt, maar door de stilgevallen productie gaapten hier nu grote gaten. Met bakken aarde waren daar nu wat groentetuintjes gefabriceerd. Ondertussen spraken we met de mensen van de woningcorporatie over self esteem van de bewoners. Hier waarde onmiskenbaar het spook van de stadsvernieuwing. Kun je dit soort buurten, verwikkeld in grootschalige omkatprocessen, met opbouwwerk aan de praat houden? Met groeiende twijfel sloeg ik het gade.

‘s Avonds stuitte ik via Twitter op een filmpje op SustainableCitiesCollective, gedateerd 21 juli 2011. http://bit.ly/npP3AX. Was het toeval? Het filmpje gaat over Neighborhoods, Placemaking & Active Living. Het is gemaakt door de Robert Wood Johnson Foundation. Ik kan het filmpje iedereen aanraden, het is bijzonder instructief. Het bevat een interview met de Amerikaanse urbaniste Jane Jacobs. Op hoge leeftijd legt ze nog één keer uit hoe je levendige stadsbuurten moet maken: geen verkeersstraten maar altijd gemengd verkeer, korte blokken, niet alleen wonen, een stevige dichtheid, veel straathoeken, netwerken van mensen, mensen die gezond bewegen, veel ogen op de straat. Zeg maar, stedenbouw en opbouwwerk met elkaar verenigd.

Tagged with:
 

Derde Gouden Eeuw

On 18 juli 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) van Jane Jacobs:

Steden zijn de motoren van de economie. Nog niet zo lang geleden mocht je dat niet zeggen. Nu mag het eindelijk wel. Dat betekent dat steden met hun achterland de feitelijke economische eenheden zijn van waaruit je economisch zou moeten redeneren. Echter, we rekenen vanuit natie-staten. Dat doen we nu al meer dan tweehonderd jaar. Omdat wisselkoersen krachtige feedback informatie geven over economieën, zou elke stedelijke economie eigenlijk over een eigen munteenheid moeten beschikken. Vroeger, vóór de opkomst van de natie-staat, was dat ook zo. Steeg de netto export van een stad, dan rees de wisselkoers; steeg de netto import, dan werd de stedelijke munt goedkoper. Voor Nederland geldt dat de Europese Unie, met zijn centrale bank in Frankfurt, tegenwoordig de wisselkoers bepaalt. De afstand tot de verschillende stedelijke economieën is daardoor groter dan ooit. Boeiend is hoe Jane Jacobs erover schreef, en hoogst actueel om haar betoog te spiegelen aan de huidige situatie rond de euro. “Because currency feedback information is so potent, and because so often the information is not what governments want to hear, nations commonly go to extravagant lengths to try to block off or resist the information. Furthermore, when the information does come through – as sooner or later it always does, no matter what the evasions – the effects can be inappropriate, to say the least, (…)”  Jacobs trekt de vergelijking met een denkbeeldig organisme dat bestaat uit verschillende mensen die vanuit één hersenpan worden aangestuurd. De een suft, terwijl de ander misschien heel hard werkt. De hersenpan middelt alle informatie en zal hierop met één signaal reageren. Helpt het?

Jane Jacobs sprak erover in het Paleis op de Dam in Amsterdam, in 1984. Hare Majesteit ontving, professor Lambooy was gastheer. Ik kan het me nog goed herinneren. Haar boek was toen net verschenen: “Nations are flawed in this way because they are not discrete economic units, although intellectually we pretend that they are and compile statistics abouth them based on that goofy premise. Nations include, among other things in their economic grab bags, differing city economies that need different corrections at given times, and yet all share a currency that gives all of them the same information at the same time.” Met die ene Europese munt van later werd het allemaal nog veel erger. De kranten staan er op dit moment dagelijks vol mee. De EU probeert met alle macht de ene gemeenschappelijke munt te redden. Ondertussen negeert ze de feedback informatie van de wisselkoers die toch al teveel gemiddeld is. Geen wonder dat Europa moeite heeft haar economische prestaties op peil te houden. Tot schade van veel stedelijke economieën. Het Paleis op de Dam waar Jane Jacobs destijds sprak, is eigenlijk een stadhuis. Toen het werd gebouwd was Amsterdam een krachtige stedelijke economie. Een symbolischer plek voor haar boodschap was destijds nauwelijks denkbaar.

Tagged with:
 

Gelezen in Trouw van 5 juli 2011:

In Trouw verscheen afgelopen week een artikel naar aanleiding van de publicatie van een vierdelige studie naar Nederland in de achttiende eeuw. Auteur Paul Brusse en collega’s van de Universiteit Utrecht schrijven over Zeeland met zijn handelssteden Middelburg en Zierikzee. Wat ontdekten ze? Middelburg was destijds even groot als Utrecht (40.000 inwoners). De atmosfeer in de Zeeuwse hoofdstad was echter gesloten, provinciaals, erg naar binnen gekeerd. Op het Zeeuwse platteland daarentegen waren de boeren open, op de buitenwereld gericht. Ze liepen er modieus bij. Uit die tijd stamt de figuur van ‘Zeeuws meisje’. Dat had alles te maken met de hoge graanprijzen en de bloeiende handel in graan op Engeland. Allerminst een Jan Saliegeest dus. Trouw concludeert: “Dat nuanceert ook het gangbare perspectief op de stad als exclusieve motor van welvaart en moderniteit. Als de ontwikkeling in de steden stokt, kan die op het platteland nog heel wel doorgaan.”

Jammer dat de journalist in kwestie niet verder heeft gekeken dan haar neus lang is. De hoge graanprijzen werden veroorzaakt door de onstuimige verstedelijking in Groot-Brittannië in de loop van de achttiende eeuw. De welvaart en openheid op het Zeeuwse platteland was hiervan rechtstreeks een afgeleide. Sterker, alle landbouwinnovaties in de de achttiende eeuw vonden hun oorsprong in de Engelse industriële steden. Zij waren de motor van economische groei. De Zeeuwse boeren profiteerden ervan. Dat ze daar in Middelburg zaten te pitten en dat ook Amsterdam en Utrecht niet meededen, is wel degelijk een staaltje van Jan Salie. Lees Jane Jacobs’ ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984). Streken als Zeeland in de 18e eeuw noemt ze supply regions. “They are disproportionally shaped by the markets of distant cities.” Ze noemt dergelijke regio’s ‘stunted‘ en ‘stultified‘: kunstmatig en een beetje bespottelijk. Die regio’s konden arm of rijk zijn en zich modern gedragen, gemeenschappelijk hadden ze de eenzijdigheid van hun regionale economie. In het geval van Zeeland leunden ze eenzijdig op graan. Toen de graanprijzen daalden, viel het Zeeuwse land terug in lethargie. Dus hoezo motor van welvaart en moderniteit? Opmerkelijk dat dit artikel in Trouw hardnekkig getuigt van een provinciaalse blik. Beperkt, nationaal, regionaal, een beetje Jan Salie.

Tagged with:
 

‘In de wereld zijn’

On 27 juni 2011, in filosofie, Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Utopie van de Vrije Markt’ (2010) van Hans Achterhuis:

De Duitse Hannah Ahrend en de Russische Alissa Rosenbaum alias Ayn Rand werden kort na elkaar geboren: de eerste in 1906, de tweede in 1905. Beide vrouwen hadden een joodse achtergrond, beiden vluchtten naar New York, de eerste in 1933 via Frankrijk, de tweede in 1926 via Chicago en Los Angeles. Vluchtte de eerste vanwege de opkomst van de nazi’s, de tweede verliet haar vaderland vanwege het communistische regime. Beiden vrouwen schreven vervolgens over vrijheid van het individu en gebruikten hun geliefde New York als inspiratiebron. Hannah Ahrend stierf in 1975, Ayn Rand in 1982.

Een derde vrouw die in diezelfde tijd New York gebruikte als achtergrond van haar boeken, was Jane Jacobs. Geboren in 1916 in Scranton, Pennsylvania, vluchtte ook zij begin jaren dertig naar New York. Vrijwel tegelijk met Rand en Ahrend kwam ze daar aan. Geen communisten of nazi’s die haar achtervolgden – ze had ook geen joodse achtergrond – maar armoede en werkloosheid. Ook zij schreef daarna boeken over de vrijheid van mensen. Drie filosofisch geschoolde vrouwen, drie tijdgenoten, drie New Yorkers, drie migranten. In het objectivisme van Rand is het volgen van hun eigenbelang de meest redelijke optie voor mensen en gaat de vrije samenleving ten onder wanneer het individu de behoeften van anderen een rol laat spelen. In het pragmatisme van Jacobs staat de menselijke ervaring voorop en schuilt in kleine, alledaagse verrichtingen de sleutel tot het menselijke kenvermogen. Bij Ahrend is de wereld een ruimte waarin de veelvormigheid van het bestaan tot uitdrukking komt; door bij te dragen aan de veelheid van stemmen kunnen mensen hun hoogste bestemming bereiken. Jacobs en Ahrend geloofden in een radicale vorm van democratie, Ayn Rand volstrekt niet. In de utopische wereld van Rand wordt de wereld gedragen door vrije, hard werkende individuen die elkaar op leven en dood bevechten, voor geld. Je zou er een fraai toneelstuk over kunnen maken: een socratisch gesprek tussen drie vrijheidslievende vrouwen.

Tagged with:
 

Commerciële kunst òf ruimhartig burgerdom

On 19 juni 2011, in kunst, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Systems of Survival’ (1994) van Jane Jacobs:

Voor morgen uitgenodigd door de Vaste Commissie voor Cultuur van de Tweede Kamer om te komen praten over de voorgenomen bezuinigingen op de kunsten door de regering. Er wordt een statement van mij verwacht. Ter voorbereiding lees ik Systems of Survival van Jane Jacobs. Daarin worden de twee overlevingssystemen van de mensheid aan elkaar gespiegeld: het private en het publieke (commercial syndrome resp. guardian syndrome). De waarden van het private syndroom, aldus Jacobs, verschillen geheel van die van het publieke, het verschil komt neer op: geen macht uitoefenen versus geen handel drijven of winst maken, eerlijk zijn versus gehoorzaam zijn, concurreren versus loyaal zijn, optimistisch zijn versus fatalistisch zijn, innovatief zijn versus zich schikken in de traditie, contracten respecteren versus wraak nemen, enzovoort. Het private systeem heeft natuurlijk de voorkeur van de Amerikaanse activiste, maar in de loop van haar onderzoek komt ze tot de ontdekking dat het publieke minstens zo belangrijk is. Beide heb je nodig. Domineert het publieke teveel, dan krijg je staatssocialisme, domineert het private, dan krijg je maffiose praktijken. De twee systemen moeten elkaar in evenwicht houden.

Kunst en cultuur, net als sport en vermaak, schaart Jacobs onder het waardensysteem van het publieke. De waarde waar het om gaat duidt ze aan als “make rich use of leisure”. Terwijl ondernemers hard werken voorop stellen (‘de hard werkende Nederlander’) en de kunsten zien als nutteloos en overbodig, viert de overheid juist het vermaak en vertier, het spel en de cultuur. Denk aan de riddertijd met haar poëzie, zang en dans, en de aristocratische traditie waarin burgers zich als amateurs trachten te bekwamen in sport, muziek en spel, zonder winstbejag. “Think about royal and aristocratic patronage of artists, musicians, writers, opera, and theater, continued by many democratic governments today.” Al deze voorbeelden laten zien dat de overheid de kunsten altijd actief heeft beschermd en kunstenaars heeft vrijgesteld om juist niet hard te hoeven werken. Hierdoor begrijp je ook, aldus Jacobs, dat commerciële kunst met de nek wordt aangekeken en dat de sympathie uitgaat naar de amateursport, niet naar commerciële sport. Hoe kan het dan dat we de laatste tijd vaak horen dat kunst en cultuur economische activiteiten zijn die zich zonder subsidie moeten zien te bedruipen en zelfs geld moeten genereren, en dat zelfs kunstenaars keer op keer beklemtonen dat ze wel degelijk heel hard werken? “The sour doctrine that idleness is a playground for the devil belongs to the commerical syndrome with its esteem for industriousness.” Wie het publieke met het commerciële verwart, dreigt een grote fout te maken. Was het niet de Duitse filosoof Peter Sloterdijk die onlangs in de Vrijstaat Amsterdam voor ‘ruimhartig burgerdom’ pleitte? “De theorie van de stad, zowel de historische als de toekomstige, – en eo ipso de theorie van de democratie – kan alleen worden gebaseerd op het bewijs van de mogelijkheid van ‘liberaal’, dat wil zeggen vrijmoedig en ruimhartig gedrag.” Ruimhartigheid, dat is wat je van de politiek toch zou mogen verwachten.

Tagged with:
 

Hardnekkig misverstand

On 17 juni 2011, in economie, geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 29 maart 2011:

Genetici en antropologen van Stanford University en van San Francisco hebben onlangs uit DNA van 425 mensen, verspreid levend over Europa, achterhaald waar hun oermoeder moet hebben geleefd en hoe groot de populatie was waarin deze leefde. Opzienbarend onderzoek, maar niet opzienbarend in de uitkomsten. Ze publiceerden het afgelopen maart. In NRC stond een kort toelichtend artikel. Daarin lees ik dat het onderzoek eerdere hypothesen bevestigt die stellen dat er drie brongebieden waren vanwaaruit de landbouw zich over de wereld verspreidde: het Nabije Oosten, China en Midden-Amerika. “Tot zo’n 12.000 jaar geleden leefde iedereen van jagen en voedsel verzamelen. Na die tijd begint de mens op verschillende plaatsen tegelijkertijd met de teelt van gewassen en vee.” Dit ontketende de eerste grote bevolkingsexpansie. Boven het artikel staat de kop ‘Met de boer begon de expansie’. Op zichzelf is dat juist, al had de kop beter kunnen luiden: ‘Met de stad begon de expansie’. De boer is namelijk een uitvinding van de stad. Want waren het wel jagers en vissers die de grote innovatie van de sedentaire landbouw uitvonden? Het artikel doet voorkomen van wel: “Namen jagers-verzamelaars landbouwinnovaties, zoals veeteelt, het wonen in dorpen en het gebruik van aardewerk en geslepen bijlen over? Of werden zij overspoeld door succesvolle landbouwers?” Er zijn aanwijzingen dat het veeleer steden waren die zorgden voor verspreiding. De drie brongebieden zijn namelijk alle drie gebieden waar de sporen van de oudste steden ter wereld zijn aangetroffen.

Het is een hardnekkig misverstand. Iedereen denkt dat steden zich pas vormden na de uitvinding van de landbouw. Het is andersom. Ver voordat de landbouw werd uitgevonden, schreef Jane Jacobs reeds in 1969, leefden mensen al in dorpen bijeen. Ook werd er al handel gedreven tussen deze dorpen van jagers-verzamelaars, dikwijls ook over grote afstanden. Dus hoe kon landbouw ontstaan als al deze zaken allang aanwezig waren? Dat kon eigenlijk alleen maar doordat er zich steden vormden die landbouwtechnieken ontwikkelden. Met die nieuwe technieken konden ze hun ommeland bewerken, de voedselproductie opvoeren, meer handel drijven en zelf verder groeien. Jacobs in The Economy of Cities (1969): “The idea that agriculture itself may have originated in cities, the thought to which I have been leading, may seem radical and disturbing. And yet even in our own time, agricultural practices do emerge from cities.” Waarna Jacobs concludeert: “Rural production is literally the creation of city consumption. That is to say, city economies invent the things that are to become city imports from the rural world, and then they reinvent the rural world so it can supply those imports. This, as far as I can see, is the only way in which rural economies develop at all, the dogma of agricultural primacy notwithstanding.” Daarmee is ook de puzzel van de verspreiding van de vroegste landbouwinnovaties opgelost: niet succesvolle landbouwers of jagers-verzamelaars waren daarvoor verantwoordelijk, maar succesvolle steden.

Tagged with:
 

Fix it!

On 7 april 2011, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 2 april 2011:

Interessante reportage van Tom-Jan Meeus in de economie-bijlage van NRC Handelsblad over Harrisburg, Pennsylvania. Helaas trekt hij de verkeerde conclusie. Stephen Reed, schrijft hij, was tot voor kort burgemeester van Harrisburg. Die functie bekleedde hij sinds 1982. Reed omringde zich graag met ondernemers en stuwde het kleine Harrisburg (50.000 inwoners) gretig op in de vaart der volkeren. Hij was geen man van inspraak en procedures, aldus Meeus; hij geloofde in een ondernemende overheid. Hij opende nieuwe musea, hotels, café’s en poppodia, Harrisburg werd ‘hip’, een echte creatieve stad. Elk jaar wist hij naar eigen zeggen grote aantallen nieuwe bedrijven naar Harrisburg te lokken. Ook liet Reed de plaatselijke vuilverbranding ombouwen tot centrale voor stadsverwarming. Hij zag er een groeimarkt in. Heel Pennsylvania zou zijn vuilnis naar Harrisburg brengen. Het gebeurde niet, de centrale overtrad de milieuregels en de staat sloot de vuilverbranding, een schuld van 100 miljoen achterlatend. Reed ging echter onverdroten door en vroeg een lening aan van nog eens 288 miljoen dollar om de centrale alsnog werkend te krijgen. Uiteindelijk werd Reed, na 27 jaar, in 2009 weggestemd. Zijn opvolger ziet zich geconfronteerd met een nadere faillissement. De burgers weigeren meer belasting te betalen.

Harrisburg blijkt niet de enige stad in Amerika die afstevent op een faillissement. Naar schatting vijftit tot honderd gemeenten zullen dit voorjaar uitstel van betaling aanvragen. Meeus: “Het nakende faillissement van de stad zal in elk geval tot ver buiten Harrisburg gevoeld worden. Het zal ook het nabije Pittsburg en Philadelphia dwingen tot uitstel van betaling.”  Sterker, als Harrisburg valt, zijn alle gemeenten van Pennsylvania in gevaar. Is dit allemaal hoogmoed van een enkele burgemeester? Meeus doet voorkomen van wel. Jane Jacobs wist beter. In ‘Dark Age Ahead’ (2004) wijdt de Amerikaanse stedenkenner uit over het falende fiscale systeem van Noord-Amerika dat steden ernstig tekort doet in hun functioneren. Terwijl stedelijke overheden steeds meer taken moeten vervullen, worden ze kort gehouden door een belastingsysteem dat nog stamt uit de tijd dat het land overwegend agrarisch was. Burgers en federale overheid willen dit maar niet corrigeren. “After all, in even the most prosperous and fortunate countries, those of the OECD, nobody knows how to fix the lacks of subsidiarity and fiscal accountability, and if we in North America are unable to fix this problem for ourselves, of course we can’t fix it for others.” Geconfronteerd met de recente crisis, vallen de stedelijke begrotingen nu definitief door de mand. Niemand die hen wil helpen. Ook al zal Stephen Reed best fouten hebben gemaakt, toch is het een grof schandaal.

Tagged with:
 

Staalmeesters

On 16 maart 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 12 maart 2011:

Opnieuw een mooi voorbeeld van importvervanging: op de eerste verdieping van de fietswinkel in de Westerstraat bouwt Wim van der Kaaij nog altijd race- en sportfietsen. Jaarlijk worden hier, hartje Jordaan, door een aantal vaklui tachtig frames in elkaar gezet, precies op maat gemaakt. In al het carbongeweld dat de wielerwereld heeft veroverd en waarin de gemiddelde wielrenner alleen nog maar fietsen in de maten small, medium en large kan krijgen, produceert Van der Kaaij fietsen nog altijd op de centimeter. De journalist die hem bezoekt kijkt zijn ogen uit: “Het zelfgemaakte houten maatbord waarop hij (Van der Kaaij, ZH) de frames construeert” en: “In strakke lijnen zijn de maatvoeringen uitgetekend, zoals ooit voor de lange Peter Post.” Fietsfabriek in de Jordaan? Wie had dat ooit gedacht? Pleidooi voor een stedelijk industrialisatiebeleid.

Op 21 maart 1921 begonnen de gebroeders Busstraan in de Eerste Boomdwarsstraat hun eigen fietsfabriek. Joop en Willem waren bankwerkers en pijpfitters. In hun schaarse vrije tijd fietsten ze wedstrijden. De fietsen waarop ze reden vonden ze te zwaar en daarom begonnen ze zelf fietsen te bouwen. “De busstraanfietsen waren een stuk lichter en hadden een mooie ‘loop’ zoals dat in wielertermen heet.” De gebroeders doopten hun fietsen RIH, “naar de Arabische volbloed uit de Oosterse vertellingen van Karl May. Door de profeet Mohammed ook wel ‘drinken van de wind’ genaamd.” (Laat het de PVV niet horen!). Veel renners zouden later gloriëren op een RIH, zoals Gerrit Schulte in 1948, Peter Post, Gerrie Knetemann en Leontien van Moorssel. Van der Kaaij zag als dertienjarige Gerrit Schulte de zaak binnenlopen en was meteen verkocht. Kort daarna ging hij in de leer bij de ‘staalmeesters’ Busstraan. In 1972 nam hij hun zaak over. Nog altijd bouwt hij fietsen van topniveau voor een overwegend stedelijke markt. Dit schreef Jane Jacobs: “Cities can build up that kind of versatility, often very rapidly, in part as a result of their already existing export work (if it is reasonably diversified), in part as a result of their previous simpler achievements in importreplacing, and in part through the complex symbiotic relationships formed among their various producers.” Ze illustreerde dit aan de hand van de fietsproductie  in Tokio: eerst alleen fietsreparatie, toen productie van fietsonderdelen, ten slotte de bouw van eigen fietsen. Die fietsen werden vervolgens geëxporteerd naar andere Japanse steden. Zo groeide deze lokale tak van industrie tot een wereldomspannend netwerk. Heel anders, voegde ze eraan toe, dan in Amerikaanse steden. Die importeren liever fietsen rechtstreeks uit het buitenland. En de Nederlandse steden? Die denken alleen aan handel. Die laten alles gewoon passeren.

Tagged with:
 

Tegeltjeswijsheid

On 7 maart 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Edward Glaeser:

Een weergaloos boek. Ik kan niet anders zeggen. Bijna elke zin komt in aanmerking voor het predikaat ‘’tegeltjeswijsheid’! Met cijfers onderbouwde tegeltjeswijsheid, wel te verstaan. Edward Glaeser, hoogleraar Economie aan Harvard University, schreef een gedenkwaardig boek over steden in de wereld en draagt dit nota bene op aan de onlangs overleden Jane Jacobs. Twee weken geleden verscheen zijn indrukwekkende epos. Zijn studiegebied  als econoom zijn steden, wonen, segregatie, obesitas, misdaad en innovatie en nog veel meer. Bovendien schrijft hij regelmatig op de blog ‘Economix’’ van de New York Times. Sommigen zeggen dat hij een Nobelprijs voor economie verdient; in werkelijkheid verdient hij een Nobelprijs voor het bestuderen van steden. Elke zin in zijn nieuwe boek verdient een tegeltje. Je wordt er, als lezer, bijna duizelig van. Laat ik een voorbeeld geven. Glaeser schrijft: “Cities thrive when they have many small firms and skilled citizens.” Henri Ford, voegt hij daaraan als voorbeeld toe, vernietigde de enorme innovatieve potentie van Detroit toen de grootondernemer zich als monopolist begon te gedragen. Honderdduizenden mensen gingen in Detroit werken uitsluitend voor de auto-industrie. Die industrie keerde zich vervolgens als een fort af van de stad en de wereld. “While industrial diversity, enterpreneurship, and education lead to innovation, the Detroit model led to urban decline.” Kun je zo’n stad als Detroit weer oplappen? Glaeser heeft zijn twijfels. In ieder geval moet je geen stadions, congrescentra, universiteiten of ziekenhuizen bouwen. Het is allemaal weggegooid geld. Steden gedijen bij de gratie van kleine, onafhankelijke bedrijfjes. Rotterdam, met zijn zeehaven, is dus gewaarschuwd. Maar ook Amsterdam moet met Schiphol opletten. KLM-Air France is de Ford van de Nederlandse hoofdstad en kan als monopolist de luchthaven gemakkelijk om zeep helpen. Voor Rotterdammers voeg ik graag deze tegeltjeswijsheid toe als troost: “The flow of less advantaged people into cities from Rio to Rotterdam demonstrates urban strength, not weakness.” (vreemd dat Rotterdam niet in de index voorkomt, ZH).

De zwakte van Glaeser is zijn voorliefde voor hoogbouw. Als een stad populair is en de grondprijzen stijgen, moet ze niet schromen hoog te bouwen en historische structuren te vernietigen, is zijn consequente mening. Londen en Parijs vindt hij  in dit opzicht in hun restrictief beleid allesbehalve verstandig, Chicago, prijkend met zijn skyline op het omslag (waarbij de foto is gemanipuleerd om de hoogbouw hoger te doen lijken), doet het veel beter. Mumbai vindt hij helemaal absurd; daar mag in het historische centrum niet hoger worden gebouwd dan amper twee verdiepingen. Hier corrigeert hij Jane Jacobs. Glaeser toont zich de typische econoom die grondwaarde hoog aanslaat en congestie alleen maar toejuicht. Steden moeten kunnen transformeren. Doen ze dat niet, dan zullen ze stagneren. Chinese steden zijn in zijn ogen een voorbeeld van hoe het wel moet. Europese steden vindt hij te terughoudend en doen zich daarmee tekort. Weg met de identiteit, de historische kwaliteit, vooruit met de congestie, economische groei en innovatie. Nog één tegeltjeswijsheid van deze verder briljante econoom: “Cities don’t make people poor; they attract poor people.” Glaeser heeft groot gelijk. We moeten deze Chicago econoom een enkele zwakheid vergeven.

Tagged with:
 

Niet te benijden

On 28 februari 2011, in politiek, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 24 februari 2011:

De Democraat Rahm Emanuel is afgelopen dinsdag gekozen tot nieuwe burgemeester van Chicago. Zijn voorganger, Richard Daley, vervulde de publieke functie gedurende liefst 42 jaar. Afgelopen september zag Daley af van een zevende termijn, waardoor de verkiezingen ineens ongemeen spannend werden. Emanuel, ooit topadviseur van president Obama, wordt gezien als een toekomstige presidentskandidaat. Het zijn twee redenen voor de wereldpers om stil te staan bij zijn uitverkiezing. Maar is Emanuel wel te benijden? In de Volkskrant refereert Diederik van Hoogstraten aan het gat in de begroting dat Daley achterlaat van niet minder dan 600 miljoen dollar. Hij noemt stijgende criminaliteit en dalende werkgelegenheid en gemankeerd onderwijs, maar vermeldt niet de achtergronden. Wat is er in Chicago aan de hand?

‘The Windy City’ is al jaren een krimpende stad, al gaat het de laatste jaren iets beter. Op dit moment telt de stad 2,69 miljoen inwoners. Nog altijd betreft het de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, maar tien jaar geleden was het centrum in het Midden-Westen beduidend groter. Een dalende bevolking betekent een verslechtering van de belastingvoet en afkalvende publieke dienstverlening. Vorig jaar nog (17 februari 2010) toonde VPRO’s Tegenlicht beelden van dichtgespijkerde woningen in de buitenwijken van Chicago, straat na straat bleek helemaal verlaten. De kredietcrisis had de stad ongemeen hard getroffen, veel bewoners waren weggevlucht. In ‘Dark Age Ahead’ beschrijft Jane Jacobs de hitteramp van 1995 waardoor honderden oudere inwoners van Chicago stierven in hun woningen. Een van de oorzaken van de opmerkelijk hoge sterftecijfers van destijds bleek het vervangen van sociaal en medisch geschoold gemeentepersoneel door politie en brandweer in een eerdere gemeentelijke bezuinigingsronde. Heroriëntatie in de lokale rampenbestrijding die had plaatsgevonden onder de vlag van ‘reinventing government’, bestond eruit ambtenaren bedrijfsmatiger te laten werken. Deze bedrijfsmatige aanpak, aldus Jacobs, werkte voor geen meter; de macho ethos sloot niet aan bij de behoeften van de bewoners. In een voetnoot citeert Jacobs de vader van burgemeester Daley. “I think there’s too much money going to the state capitals and Washington. It’s ridiculous for us to be sending them money and asking for it back. I don’t think the cities should have to go hat in hand when they need the money for improvements. We’re going to have to clarify the role of the locality in relation to state and national governments. The cities and metropolitan areas are the important areas of the country today, but they’re still on the low part of the totem pole.” Voldoende publiek geld is het probleem. Steden als Chicago lijden eronder. Desalniettemin verwacht Richard Florida dat Chicago beter uit de crisis zal komen dan dat ze erin ging. En ook Ed Glaeser dicht Chicago grote kansen toe. De eerste wijst op de gunstige inbedding van de maakindustrie in de stedelijke economie, de tweede op de vernieuwende en gedurfde hoogbouw. En in Newsweek lees ik deze week dat burgemeester Daley op grote schaal parken heeft aangelegd en het toerisme heeft bevorderd. Het komt dus wel goed. Emanuel moet alleen een enorm begrotingsgat dichten.

Tagged with: