Meer verbeeldingskracht

On 17 oktober 2016, in film, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 oktober 2016:

 

Hoe ziet Amsterdam er uit in 2030? Als het aan de Rotterdamse socioloog Wim Derksen (1952) ligt nog net zo als in 2016. Althans dat meende ik dit weekeinde te lezen in Het Parool (15 oktober 2016). Ik denk dat hij zich ernstig vergist. Maar hoe dan wel? Zoiets vergt verbeeldingskracht. Neem ‘Her’. In 2013 verscheen deze sciencefiction film van Spike Jonze over Los Angeles in het jaar 2025. Hoofdpersoon Theodore Twombly (Joaquin Phoenix) wordt in de film verliefd op een computerstem. Het is een flinterdun, melancholisch verhaal, al laat het goed zien hoe mens en technologie versmelten. Hoe ziet Los Angeles eruit in 2025? Op die vraag lichtte Colin Marshall het scenario van ‘Her’ door. Op YouTube kun je zijn filmcollege mooi volgen. Los Angeles over tien, twintig jaar wordt door Spike Jonze verbeeld als een stad van torens, autovrije straten en veel metro. Twombly zelf woont in een wolkenkrabber. Voor een dagje op het strand neemt hij de ondergrondse. Voor een ritje naar de natuur kiest hij voor een hogesnelheidstrein. Dat is niet het Los Angeles dat wij van vroeger kennen. Wat is er gebeurd? Zelfs autostad Los Angeles verdicht snel en krijgt de trekken van een Aziatische metropool. Dat is nu al gaande.

Veel opnamen in ‘Her’ zijn gemaakt in Shanghai. Dat is niet zo gek. Los Angeles telt op dit moment 18 miljoen inwoners, Shanghai is de grens van 22 miljoen inwoners al gepasseerd. LA groeit echter ook snel en die sterke groei vindt op dit moment vooral plaats door verdichting, niet door verdere suburbanisatie. Toen Jonze zijn filmopnamen maakte was dit precies wat Bianca Barragan vaststelde in Curbed Los Angeles: “Los Angeles is changing its identity. It’s moving away from the car and the single-family house and toward transit and denser living. And now it’s even getting dramatically less sprawly.” Het zijn vooral jonge hoogopgeleide mensen en ouderen die weer voor de grote stad kiezen en die het centrum prefereren boven de buitenwijk. Zij zijn zelfs bereid om in hoogbouw te wonen, ook in het aardbevingsgevoelige LA. Barragan citeerde een wetenschapper die Los Angeles binnen de USA zelfs de kampioen noemde van succesvolle verdichtingsstrategieën. Natuurlijk wordt Amsterdam geen Shanghai zoals Het Parool met haar fotokeuze suggereerde, maar ze gaat wel lijken op een stad als Toronto (2,6 miljoen inwoners, de regio 5,4 miljoen). Ik denk dat Wim Derksen de film moet bekijken. Een beetje meer verbeeldingskracht kan bij deze oude sociaal-democraat geen kwaad.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing #2

On 16 januari 2015, in planningtheorie, technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Pieter Hooimeijer en Zef Hemel zullen de tweede Amsterdamlezing van 2015 voor hun rekening nemen. Op 9 februari spreken zij over de intelligentie en innovatiekracht van steden in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Hooimeijer, die sociale geografie en demografie aan de Universiteit Utrecht doceert, zal de avond modereren; Hemel zal vanuit de planologische invalshoek de inleiding verzorgen. Met de lezing willen wij het beeld van Amsterdam als kennisstad aanvullen met kennis uit de geografie en de planologie. Hooimeijer zal dat mede doen als lid van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) die in april 2014 een belangwekkend rapport aan de Nederlandse regering publiceerde over de toekomst van de stad. Was is die toekomst van steden eigenlijk en hoe belangrijk is wetenschappelijke kennis daarin precies? Vermoedelijk zal Hooimeijer de plaats en betekenis van universiteiten in die toekomst, en zelfs de rol van steden daarin, relativeren. Ikzelf denk dat deze rol juist bepalend is.

Waarom bepalend? De oorsprong van het denken over geavanceerde stedelijke kennisproductie moet gezocht worden langs de boorden van de Grote Oceaan: Japan, Taiwan, Singapore, bovenal Silicon Valley. Ver van Nederland dus. Geografische studies naar het succes van de Bay Area vonden hun oorsprong in Los Angeles, waar wetenschappers het raadselachtige succes van Silicon Valley probeerden te verklaren. ‘Technopoles’, later ‘Cybercities’, ‘Informational Cities’, nog weer later ‘Smart Cities’ werden dit soort hoogtechnologische steden genoemd. Stanford University leek de sleutel. Begin 2000 werden aan die ene T van Technologie nog twee T’s toegevoegd, te weten Talent en Tolerantie. ‘Creatieve steden’ boordevol jong, hoogopgeleid talent werden nu uitgeroepen tot de winnaars in de eenentwintigste eeuw. Belangrijker dan het begrip waren de bestanddelen: Science Parks, ‘Valleys’, clusters, campussen, ‘startup ecosystems’, de begrippen duidden op nabijheid, de grote betekenis van de regionale schaal en van mondiale stedelijke netwerken. En het belang van praktische lokale kennis – metis. Met als gevolg een relativering van de natie-staat. Een overzicht van dit vertoog krijgt u op 9 februari 2015. Locatie: CREA, Roeterseiland.

Ons voorland

On 27 november 2014, in regionale planning, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Curbed LA’ van 25 september 2014:

In 2025 zal Los Angeles de dichtstbevolkte stad van de Verenigde Staten van Amerika zijn. Nu al is ze, na New York, de dichtst bebouwde metropool op het nieuwe continent. Wie had dat ooit gedacht? De woestijnstad in het zuiden van Californië (15 miljoen inwoners) stond altijd bekend als een uitgestrekte autostad zonder duidelijk centrum, gebouwd in extreem lage dichtheid, vergelijkbaar met de Randstad. In Nederland dacht iedereen dat dat ook ons voorland zou zijn. In de afgelopen vijftien jaar is dat beeld, althans in Amerika, totaal bijgedraaid. De bijna vijftien miljoen inwoners tellende metropool verdicht snel en ontwikkelt een heus centrum. Bloomberg voorspelde onlangs dat de stad tot 2025 met nog liefst 38,4 procent in bevolking zal groeien. Al die groei slaat neer in bestaand stedelijk gebied. Daarbinnen vormen zich nieuwe centra, vaak direct rond het historische centrum. In 1995 was de gemiddelde dichtheid nog 4.662 inwoners per vierkante mijl; straks is dit 6.450. Kunt u mij nog volgen?

Begin dit jaar schreef William Fain in Urban Design Review reeds over dit opmerkelijke verdichtingsproces. In ‘Urbane Renewal: The Recent Evolution of Los Angeles’ schetste hij de ruimtelijke gevolgen van a. de aanleg van grootstedelijke openbaar vervoersystemen in LA sinds 2008 (sic!) , b. de transformatie van oude industrieterreinen in dichtbebouwde gemengde centrumgebieden, c. de veranderde woonvoorkeuren van nieuwe migrantenpopulaties die wonen in dichte pakking allesbehalve schuwen, d. de grootstedelijke woonvoorkeuren van de jonge nieuwe creatieve klasse. Al die gemeenschappen blijken bereid om in appartementen te wonen. Ten slotte de ondernemers: LA is een typische metropool van kleine ondernemers; zeventig procent van haar werkgelegenheid bestaat uit midden- en kleinbedrijf. Groei en transformatie vinden daardoor plaats van onderop, door heel veel kleine aanpassingen in het verdichtende metropolitane weefsel. Ik vraag u, moet ons toekomstbeeld van de Randstad niet ook eens grondig worden bijgesteld?

Tagged with:
 

Surprising San Francisco

On 13 september 2014, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseilandcampus in Amsterdam op 11 september 2014:

Richard Walker, hoogleraar geografie aan de University of California, Berkeley, sprak afgelopen donderdag bij het Center for Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam. Titel van zijn lezing: ‘Surprising San Francisco’. Wat was er zo verrassend aan San Francisco? De stad in het noorden van Californië, zei Walker, is veel groter en belangrijker dan haar zuidelijke buurt, Los Angeles. Ze is de absolute ‘Tech Capital of the World’, bovendien een metropool van tien miljoen inwoners, want Walker telt niet alleen de stad (800.000 inwoners), maar ook de Bay Area (8 miljoen inwoners) plus de nieuwe ex-urbane ontwikkeling rond Stockton en Sacramento in het oosten – hij vergeleek het gebied met de Randstad. Daarbij liet hij veel statistieken zien, die allemaal niet deugden en volgens hem het gebied onderschatten. De economie van dit bijzondere grootstedelijke gebied is namelijk nog groter dan die van heel Nederland. Er wonen evenveel miljonairs als in New York. Zeven van de tien grootste web-portals staan in Silicon Valley. Het is een van de rijkste steden van de wereld, rijker nog dan Londen of Singapore.

Zijn lezing eindigde Walker grimmig met het opsommen van failures and contradictions. Het stedelijke gebied, zei hij, is buitengewoon gesegregeerd; er is nog altijd veel racisme; de zwarte bevolking woont ver buiten het kerngebied, zelfs buiten de vallei; grote groepen worden buitengesloten; wonen is extreem duur, zeker in San Francisco zelf; de overheid is machteloos en met 101 gemeenten en zes counties sterk verbrokkeld; de ‘techies’ zijn extreem liberaal en willen geen regulering. Uit Californië kwam Ronald Reagan en Steve Jobs zag men als ‘the second coming of Our Ford.’ De grootste vraag echter was volgens Walker hoe je het gebied open houdt voor nieuwkomers, hoe je het in beweging houdt. Kan dit doorgaan? Moet er niet worden ingegrepen? Walker pleitte hartstochtelijk voor een vorm van sociaal kapitalisme in de Valley, maar veel hoop had hij niet. Over waterschaarste sprak hij trouwens niet, evenmin over duurzaamheid of over de kans op aardbevingen, zoals die van afgelopen zomer – schaal 6 op de schaal van Richter.

Tagged with:
 

Te beginnen in de grote stad

On 11 september 2014, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 24 juni 2014:

Wel opletten graag! Los Angeles, tot voor kort onder geografen nog beschouwd als een typisch Amerikaanse autostad zonder centrum, zonder dichtheid, met een mozaïek van eindeloos veel buurten – suburbs – zover het oog reikt, verandert razendsnel in een prettige fiets- en voetgangersstad. Diederik van Hoogstraten, correspondent van NRC Handelsblad, schreef er afgelopen zomer over. In buurten als Venice Beach en Santa Monica wordt, schreef de journalist, nu volop gefietst, er zijn bike lanes en overal zijn fietsen te koop en te huur. Fietsslachtoffers worden er herdacht met witte fietsen langs de weg – de zogenaamde ‘ghost bikes’, die weer terugverwijzen naar het ‘wittefietsenplan’ van de Amsterdamse provo’s. Bovendien is de Zuid-Californische filmstad een voetgangersparadijs aan het worden. En er worden metrolijnen gebouwd met rond de haltes bewandelbare buurten. Hoogste tijd om ons beeld van Los Angeles grondig bij te stellen.

Ook van Moskou dachten we tot voor kort dat het een autostad was, met grote congestieproblemen. Toen ik in de Russische hoofdstad in 2006 een pleidooi hield voor de fiets, werd mij door de gemeentelijke ingenieurs inderdaad te verstaan gegeven dat dit een idioot idee was. Maar vorig jaar werd er in Moskou een deelfietssysteem in het centrum geïntroduceerd en nu las ik in een column van Derk Sauer in Het Parool dat hij het tijd vond voor de aanschaf van een nieuwe fiets. Wat bleek? De in Moskou woonachtige uitgever had deelgenomen aan ‘Veloboeljvar’, een recreatieritje door het centrum waarbij het autoverkeer door de Moskouse politie was stilgelegd. "Fietsen is ineens helemaal hot," schreef hij. Afgelopen zomer was er ook de ‘Veloprobeg’, een andere toertocht. Daarna ‘Bikefest’, een festival rond fietsen, film en literatuur. Sauer: "Een groepje hipsters onder leiding van Vladimir is de stuwende kracht achter deze fietsrevival. Vladimir, een bescheiden twintiger, is net terug van een fietstocht van Mexico naar Buenos Aires. Hij wist Sergej Kapkov – een hoge ambtenaar bij de gemeente Moskou, die ook Gorki Park een facelift gaf – achter zich te krijgen." De eerste fietspaden zijn in Moskou al aangelegd. Dus, opletten geblazen! De auto is aan zijn grote terugtocht begonnen, het begin ligt in de grote steden.

Tagged with:
 

Happy

On 14 januari 2014, in film, kunst, muziek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 december 2013:

Waar ik zo blij van word? Van 24hoursofhappy.com. We kunnen er met het gezin uren naar kijken. De muziekvideo op internet werkt zo ongelooflijk aanstekelijk op ons gemoed; de meisjes beginnen onmiddellijk te dansen zodra ze de eerste klanken horen, we beginnen te klappen en worden allemaal vrolijk. Bovenal is het een genot om er met z’n allen naar te kijken, op de iPad. Het gaat hier om ‘s werelds eerste 24-uursvideoclip. De tijd gaat in op het moment dat je hem opstart. Daarna is er geen houden meer aan. Je hoort het nummer ‘Happy’ van Pharell Williams, dat vier minuten duurt. Steeds verschijnt er een andere danser, hun manier van dansen varieert, de camera schiet naar boven, de volgende danser staat alweer gereed, de muziek begint opnieuw, de volgende vier minuten gaan in, alles is in één take opgenomen. In totaal dansen vierhonderd dansers op het aanstekelijke nummer. De video is het werk van twee Franse regisseurs, Clement Durou en Pierre Dupaquier, Samen vormen ze het collectief ‘We are from LA’. Waar ik vooral zo blij van word? Je ziet de straten van Los Angeles, dag en nacht, vierentwintig uur lang. De geweldige clip is een ode aan Los Angeles of, zoals Het Parool kopte, een ‘ode aan het leven in de grote stad’.

In de vierentwintig uur zie je alle trottoirs van het centrum van Los Angeles, de winkels, de bomen, de mensen, het verkeer, de tankstations, een bioscoop, een bowlinghal (met Pharell), een stadsbus, een nachtelijke supermarkt; in totaal wordt er twaalf mijl door de dansers afgelegd. Ik begreep zelfs dat het huis van de basketballer Magic Johnson wordt aangedaan. Het is buiten heerlijk warm, de afwisseling in het stadsbeeld is fantastisch. Ik zie niet alleen de dansers, maar vooral ook de stad. Afgelopen weekeinde keek ik opnieuw. Er hadden toen al meer dan zes miljoen mensen naar de video gekeken. Ach ja, wie houdt niet van LA? Wie wordt niet gelukkig in zo’n omgeving? Wie houdt niet van de grote stad? Mark Moorman in Het Parool: ”24hoursofhappy is een verbazingwekkende ervaring, een ode aan het leven, dag en nacht, in de grote stad.”

Tagged with:
 

The Mecca of Cool

On 22 mei 2013, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 21 februari 2013:

De creatieve sector van los Angeles heeft New York sinds een paar jaar qua aantal bedrijven, uitstraling en omzet ingehaald. Dat meldde onlangs NRC Handelsblad. Er werken in LA nu meer dan 300.000 mensen in de sector, er gaat ruim 100 miljard dollar in om. De komende drie jaar verwacht de gemeente Los Angeles nog eens een toename van 10.000 banen; het afgelopen jaar alleen al gingen hier 500 creatieve bedrijfjes in de reclame- en entertainmentsector van start. Was dat de reden dat ook het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer in november 2012 een vestiging in de metropool aan de Amerikaanse westkust opende? “Europese ondernemers in de creatieve sector horen zich in New York te vestigen,” schreef The New York Times verontwaardigd.

KesselsKramer koos voor LA vanwege de toestroom van reclamebureaus, galeriehouders en kunstenaars naar de stad aan de Amerikaanse westkust. Californië beleeft een ware renaissance en LA is de ideale plek om verhalen te bouwen. Ook noemt het bedrijf de ruimte om te experimenteren die LA zou onderscheiden van de Big Apple. Los Angeles haalde ook nog eens New York, Seattle en Boston in als de beste plek in de USA om een startup te beginnen. Onderscheidend hierin bleek met name het ondernemende klimaat. Ten slotte blijkt Los Angeles een ideale springplank naar Aziatische markten. Mooi waren de infographics in de krant die de creatieve sector in Los Angeles met die in Berlijn, Londen, Parijs en Silicon Valley vergeleek. Meest opvallende gegeven: minimaal een kwart van de starters in de creatieve sector in deze vier grote steden heeft ooit in Silicon Valley geëxperimenteerd. Vandaar de recente bijnaam van Los Angeles: Silicon Beach. O ja, alle succesvolle creatieve steden tellen meer dan vier miljoen inwoners. Kom er in Nederland maar eens om.

Mobile Homestead

On 12 februari 2013, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 8 februari 2013:

Van de onlangs overleden Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley (1954-2012) is op dit moment een fraaie tentoonstelling te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik was er vorige week.  De anarchist Kelley maakte intrigerend werk rond thema’s als de klassenmaatschappij, onderdrukte herinneringen en post-punk politiek. Vooral zijn ‘Educational Complex’ uit 1995, met de verzameling maquettes van alle scholen waar Kelley ooit is geweest, vond ik indrukwekkend. Tot halverwege de jaren ‘70 woonde Kelley nog in Detroit; daarna trok hij naar Los Angeles om er te studeren en te werken. In LA stierf hij. Veel van zijn werk gaat over zijn jeugdherinneringen in Detroit. Om hem te gedenken heeft die stad het initiatief genomen om een replica van Kelley’s geboortehuis terug te bouwen in de suburb van Westland, waar het origineel overigens nog steeds staat. In de replica zal geen museum gevestigd worden, maar, zoals de kunstenaar ooit bedoelde, een buurthuis waar een kapper haar zal knippen, buurtbewoners hun barbecues kunnen houden en daklozen hun post kunnen ophalen.

Het project blijkt een oud idee van de kunstenaar zelf te zijn geweest, die delen van de replica al in zijn werkplaats had nagebouwd en in 2010 op een trailer van downtown Detroit naar Westland had gereden en weer terug: “a kind of ancestral journey”. De drie films van deze tocht door de stad – ‘Mobile Homestead’ – zullen binnenkort worden vertoond in New York, in het Whitney. In 2010 had de kunstenaar zich nog voorgenomen om onder het huis twee kelderverdiepingen met tunnels als donkere labyrintische ruimten in te richten, als een soort weergave van het onderbewustzijn. “Mike had planned to do various activitities down there that were secret,” aldus Marsha Miro van het plaatselijke moderne kunstmuseum. In ‘Mobile Homestead’  moest zijn ongemakkelijke relatie met zijn jeugd tot uitdrukking komen. Maar na zijn dood komt er dus een aangepaste bestemming voor de dubbele kelderlaag, die gesloten zal blijven voor het publiek. “Mike had an uneasy, conflicted relationship to lots of situations – not least his native city of Detroit.” Op de website van Whitney lees ik: “The two documentaries of Mobile Homestead en route through the Detroit environs trace a remarkable variety of both urban and outlying areas, making apparent the socio-economic disparities among the communities through which Mobile Homestead passed.” De derde documentaire gaat over Detroit in 2010. “Taken together, these videos convey Kelley’s critical eye on this American city that he knew so well.” Een filmpje van de rit door Detroit staat op YouTube. Kijken!

Tagged with:
 

Chicago, Los Angeles, Amsterdam

On 10 juli 2012, in wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam op 27 juni 2012:

In zijn oratie, getiteld ‘Urban Perspectives of the World’, beschreef de nieuwe hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, Jan Nijman, op 27 juni in de aula aan het Spui de hernieuwde belangstelling voor grootstedelijk onderzoek. Nijman, die meer dan vijfentwintig jaar in Miami Florida doceerde, is tegenwoordig directeur van het ‘Centre for Urban Studies’ in Amsterdam. Hij coördineert er het multidisciplinaire onderzoek naar steden, een onderzoeksveld dat zeker dertig Amsterdamse hoogleraren en meer dan veertig promovendi samenbrengt. ‘Urban Studies’ is een van de vijftien speerpunten in het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Nijman wees op de nieuwe condities van stedelijke groei en expansie die steden tot een belangwekkend veld van nieuw onderzoek maken.

Interessant was de passage waarin Nijman de opmerkelijke rol van Chicago in het stedelijke onderzoek duidde. Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw kwam inderdaad vrijwel alle belangwekkende sociaal-wetenschappelijke onderzoek inzake steden uit één stad, namelijk de ‘Windy City’ in het Midden-Westen van de Verenigde Staten (Ernest Burgess, Herbert Mead, Robert Park, Louis Wirth). In de jaren negentig werd deze rol overgenomen door Los Angeles (Mike Davis, Allen Scott, Edward Soja, Michael Storper), maar Nijman wees er fijntjes op dat LA deze functie slechts betrekkelijk kort heeft vervuld. Hij had er ook een verklaring voor. Het kwam, zei hij, doordat wetenschappers aan de westkust hoofdzakelijk over Los Angeles zelf publiceerden. Toen andere steden in de wereld LA niet langer zagen als de stad van de toekomst, was het snel met de faam van haar onderzoekers gedaan. Dat zal Amsterdam niet overkomen, voegde hij er onmiddellijk aan toe. Amsterdamse onderzoekers zullen over stedelijke verschijnselen in alle wereldsteden publiceren. Hij dichtte de Nederlandse hoofdstad met zijn vele stadsonderzoeken daarin goede kansen toe. “Our city has all the requisites to ‘model’ in this urban-global world. And our Centre for Urban Studies is very well positioned, with an impressive range of expertise, local and global, for the kind of balanced strategy required to play a leading role in the field, world-wide.”

Tagged with:
 

De stad opkrikken

On 23 maart 2012, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 februari 2012:

Twee artikelen uitgeknipt en naast elkaar gelegd: een recensie van ‘World 3.0’ van Pankaj Ghemawat, de ander een interview met Pascal Lamy. Ghemawat is econoom in Barcelona, Lamy is topman van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Beiden bieden een mondiaal perspectief en zijn niet bang voor grote getallen. Ghemawat leert ons dat slechts 20 procent van het bruto wereldproduct wordt geëxporteerd, dus 80 procent is nog altijd lokaal. Lamy vertelt dat Europa voor 65 procent met zichzelf handelt, Azië voor 55 procent, Noord-Amerika meer dan 40 procent en Latijns-Amerika 30 procent. Meer dan vijftig procent van de wereldhandel in producten betreft halffabrikaten, componenten. Met de globalisering valt het dus nog wel mee. Niet alles wordt tegenwoordig in China gefabriceerd. Grenzen, aldus Ghemawat, hebben dus nog steeds betekenis. “Iedere procent extra geografische afstand leidt tot een procent minder handel.” Deregulering, voegt hij eraan toe, is dus rampzalig.

Beide artikelen deden met denken aan het briljante artikel van de Amerikaanse econoom Paul Krugman uit New Perspective Quarterly (1995), getiteld ‘De lokalisering van de wereldeconomie’.  Krugman voert daarin twee Amerikaanse steden ten tonele: Los Angeles en Chicago. Hij ontdekte dat de exportbasis van beide steden in hoge mate gespecialiseerd is en dat het merendeel van de economie zich binnen de steden afspeelt. Dit noemt hij ‘de paradox van de wereldeconomie’. Daarmee bedoelt hij dat de internationale handel, als percentage van de wereldproductie, nu niet veel groter is dan een eeuw geleden. Voor mondiale concurrentie hoeven mensen dus ook niet zo bang te zijn. Doordat machines op afstand halffabrikaten produceren, kunnen steden zich vrijmaken en richten op de niet-tastbare dingen. Diensten bijvoorbeeld. Of kunsten. En kennis. Diensten zijn lokaal. En kennis kan ver reizen zonder dat een stad deze verliest. Grote steden als Los Angeles en Chicago lijken onderhand geheel los te staan van hun fysieke omgeving. Grondstoffen hebben ze bijna niet meer nodig. “De elf miljoen inwoners van het moderne Los Angeles zijn daar vanwege elkaar; als je de hele stad zou kunnen opkrikken en duizend kilometer verplaatsen, zou de economische basis nauwelijks zijn aangetast.” Hun economieën gaan steeds meer op elkaar lijken. Die worden abstract. Voor Nederland geldt dit alles niet; wij spelen liever voor doorvoerland van overwegend halffabrikaten. Steden hebben wij niet nodig.

Tagged with: