Komkommertijd

On 17 augustus 2017, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 4 augustus 2017:

Amper terug van vakantie lees ik dat de Vereniging Deltametropool opnieuw met het idee van een metropool die heel Nederland omvat de publiciteit heeft gezocht. Naar ik begrijp heeft mijn burgemeester, Eberhard van der Laan, in een aflevering van het recente VPRO-programma Zomergasten een lans gebroken voor de metropool en daarbij de Randstad en het Groene Hart hebben aanbevolen. Dat laatste is op zichzelf weinig opzienbarend. Dat deed zijn partijgenoot Jan Pronk ook al toen deze nog minister van ruimtelijke ordening was in het tweede kabinet-Kok en met hem eigenlijk alle sociaal-democraten sinds het partijleiderschap van Joop den Uyl. Maar het is zomer en dan worden er weer volop komkommers geoogst. Dus probeerde de dienstdoende journalist van Het Parool een aantal deskundigen te spreken over het onderwerp. Na veel moeite vond hij een hoogleraar in Enschede en ook een medewerker van de Vereniging Deltametropool in Rotterdam. En zo werd het wereldnieuws van vrijdag 4 augustus beheerst door het bespottelijke idee om heel Nederland tot één metropool te verklaren, met het Duitse Ruhrgebied als lichtend voorbeeld. Fijn voor de burger. Ook dat nog. Blij dat ik juist vertrokken was naar Afrika.

Kennelijk denken maar weinigen na over hoe noodlottig zo’n sterk uiteengelegd stedelijk systeem zou zijn. De ruimtelijke overdrijving in het modernistische idee van de Randstad was al aanzienlijk, maar het opblazen van de Randstad tot een verstedelijkte koek die ook Brabant en Gelderland omvat is ronduit megalomaan en in termen van duurzaamheid zelfs desastreus. Het zou vooral nieuwe infrastructuur vergen en de suburbanisatie verder aanjagen. Ik vraag me ook af of mijn burgemeester zoiets heeft bedoeld. Wat door deze geraadpleegde deskundigen in naam van de Amsterdamse burgemeester wordt aanbevolen is niet minder dan een liberaal scenario van eindeloze nieuwe VINEX-wijken, nog meer snelwegcorridors, shopping malls en golfterreinen en bovendien een heen-en-weer gesleep met toeristen, migranten en forensen, kortom een gruwelijk toekomstbeeld. Het Ruhrgebied is eerder afschrikwekkend dan aanlokkelijk. Een boek over het onderwerp schrijven helpt kennelijk niet. Hoeveel bewijs is er nog nodig dat mijn vakgebied – ruimtelijke planning – de weg kwijt is? Of was het gewoon komkommertijd?

Tagged with:
 

Spreiden, een Nederlandse ziekte

On 3 januari 2017, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 31 december 2016:

Kijk nou, daar heb je het weer. Spreiding. Een niet uit te roeien neiging in dit land. Ditmaal het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC Holland Marketing). Omdat het museumbezoek zich ruimtelijk steeds meer concentreert in de grote steden (20 van de 30 miljoen museumbezoekers kiest voor de musea in de grote steden in de Randstad) ontwikkelt het NBTC ‘verhaallijnen’ die provinciesteden in Nederland inhoudelijk aan Randstedelijke locaties moeten koppelen. Helemaal aan top: Amsterdam (lees: de binnenstad) met 14,3 miljoen jaarlijkse museumbezoekers, dat is de helft van het totale bezoek aan Nederland. Teveel in Amsterdam dus. Het moet minder. De eerste verhaallijn, ‘Van Gogh’, dateert van 2015. Hiermee probeert het Bureau de 2,1 miljoen bezoekers van het Van Goghmuseum in Amsterdam te verleiden ook Gelderland (Otterloo) en Brabant (Zundert en Nuenen) te bezoeken. Andere verhaallijnen zijn ‘Nederland Waterland’, ‘De Gouden Eeuw’, ‘Mondrian to Dutch Design’ en ‘Kastelen en landhuizen’. Regionale musea moeten zo meeprofiteren van de Amsterdamse groei. Iedereen moet, kortom, in de auto of in de trein. De directeur van de Museumvereniging zegt het zo: “Er zijn twee redenen om toeristen meer te spreiden over het land: je haalt de druk weg van plekken die je zou moeten ontlasten en, tweede reden, in krimpgebieden komt extra activiteit.

Alles wordt eraan gedaan om te voorkomen dat er een ruimtelijke concentratie ontstaat. Opzettelijke spreiding moet ervoor zorgen dat alles wordt verdund. Lukt het niet via een ‘rechtvaardige’ verdeling van de overheidssubsidies over de twaalf provincies, dan gaat het wel via nationale ‘verhaallijnen’. De gedachte om musea organisch in een grootstedelijke setting te laten bloeien krijgt domweg in ons land geen kans. Het argument dat het ergens te druk wordt is hier al snel voldoende om alles uit de kast te halen om het platteland te bevoordelen. Hoezo te druk? Drukte hoort nu eenmaal bij grote steden. En het moet gezegd, eindelijk doen onze grote steden het weer goed. Decennialang werden ze verwaarloosd en aan hun lot overgelaten. Nu ze zich hebben hersteld ontstaat er eindelijk weer echte drukte op straat en dus ook drukte voor de kassa’s van de musea. Drukte heeft een intrinsieke kwaliteit. Door drukte ontstaat er druk om gedurfder uit te pakken en beter te presteren. Drukte leidt tot meer kwaliteit en tot minder autokilometers. Vandaar dat de beste musea ter wereld zich in grote steden bevinden. Gaat u  naar een museum in Utica als u in New York bent? Jammer voor de provinciesteden. Weet u wat ik denk? Door nationale instanties als het NBTC wordt Nederland steeds meer opgevat als één grote stad: Holland City. Maar Nederland is helemaal geen stad, moet dat ook niet worden. Spreiden is een Nederlandse ziekte. Niet grootstedelijk en ook niet duurzaam.

Tagged with:
 

Historische camouflage

On 21 september 2016, in boeken, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De opstand der horden’ (1937) van José Ortega y Gasset:

 

Van de hand van de Spaanse filosoof Ortega y Gasset verscheen in 1937 een boek dat indertijd werd bestempeld als visionair, maar dat achteraf beschouwd een historische denkfout bevatte. De Spanjaard schetste een beeld van een wereld, gedomineerd door de moderne massa-mens. Die had de bourgeoisie van zijn voetstuk gestoten. Die massamens ontwaarde hij vooral in grote steden. Daar was de volte, en in de volte openbaarde zich de lompe, redeloze mensenmassa, een menigte waarin de individualiteit en pluriformiteit ten onder moest gaan. “Wanneer wij in de grote steden die ontzaglijke opeenhopingen van menselijke wezens beschouwen, die gaan en komen in haar straten of tezamen lopen bij feesten en politieke betogingen, dan zet zich in mij deze gedachte als een obsessie vast: Kan heden ten dage een man van twintig zich een levensplan vormen met persoonlijke trekken en dat derhalve verwerkelijkt moet worden door middel van zijn eigen, onafhankelijke ondernemingsgeest en door zijn eigen, persoonlijke inspanningen?” Het antwoord was natuurlijk ja, maar Ortega y Gasset meende juist van niet. Zoveel mensen op een kluitje kon, net als in een propvolle gevangenis, alleen maar tot gedwongen uniformiteit leiden. Raakte heel Europa verstedelijkt? Nee toch! “Hiermede zou Europa in een termietenhoop veranderen.”

Wie het boek anno 2016 opnieuw leest, raakt onder de indruk van de angst van de schrijver voor de metropool. Samenballing werd dus als het probleem gezien. Ortega: “(…) De enkelingen die deze menigten vormden bestonden vroeger wel, maar niet als massa. Verstrooid over de wereld, in kleine groepen of afzonderlijk, leidden zij, ogenschijnlijk, een uiteenlopend, gescheiden en afzonderlijk bestaan. (…) Nu echter verschijnen zij plotseling als een opeenhoping, en onze ogen zien overal menigten.” De Spaanse denker wees Moskou en New York aan als plaatsen waar je de ondergang van de beschaving kon voorvoelen, “net als in een reusachtige armzalige bestaan van het laat-Romeinse Rijk.” Beide steden noemde hij ‘verschijnselen van historische camouflage’. Daarmee bedoelde hij dat Moskou modern en revolutionair leek, maar eigenlijk achterlijk was; en New York was een naïeve stad van technologie die een eeuwenoude beschaving node miste. “Zijn beklemmingen, onenigheden en conflicten zullen nu komen.” Hij miste heerschappij en gehoorzaamheid in deze steden. Vrouwen en arbeiders waren te vrijgevochten. Twee jaar later echter zou het onheil niet uit de stad komen, maar van het Europese platteland. Zij die achter Hitler en Stalin aanliepen woonden overwegend in de provincie, in een omgeving die cineast Michael Haneke zo treffend heeft verbeeld in ‘Das Weisse Band’ (2009).

Tagged with:
 

Aftrap Volksvlijt2016

On 8 april 2015, in economie, by Zef Hemel

Gehoord bij AMS, Mauritskade Amsterdam, op 8 april 2015:

Ruim 120 mensen woonden vandaag de aftrap van Volksvlijt2016 bij. In twee rondes werden aan telkens twaalf tafels parallelle gesprekken gevoerd over de toekomstige economie van Amsterdam. Ontwerpers leidden de gesprekken. Deelnemers waren ondernemers, kunstenaars, burgers, studenten, vrijgestelden, vertegenwoordigers van NGO’s, een handjevol ambtenaren, een paar collega’s van de Board, mannen vrouwen fifty fifty, allemaal heel divers. Alleen de bestuurders ontbraken helaas, ook niet de managers. Die hadden het bij nader inzien toch te druk. Wie er wel was kreeg alle ruimte om bij te dragen. Zelf woonde ik twee gesprekken bij: ‘s ochtends over de staalcampus in en rond Velsen, ‘s middags over de mediacampus in en rond Hilversum. Alles inhoudelijk, verkennend, open, afwisselend, boeiend. Wat er zoal ter tafel kwam? Veel. Eerst de staalcampus. Daar, op het terrein van Tata Steel, blijken twee heel zeldzame soorten mossen te groeien: kalkpurpersteeltje en schaduwdubbeltandmos. Op een onooglijk parkeerterrein vol slakken en ander bedrijfsafval groeit de een, terwijl mos nummer twee massaal tegen een muur van een stalen loods is gevonden. Wist ik niet.

Wat de staalcampus nog meer te bieden heeft: een symfonie-orkest, een conservatorium, een vitale stoomtreinenvereniging, enorme rangeerterreinen, een brandweercorps, walsen, ovens, laboratoria, het fijnste staal van de wereld, een brandwondenziekenhuis. En steenkool natuurlijk, en erts. Wisten we allemaal niet. Ook ontdekten we in het zuidelijke deel van de gemeente Velsen dure villa’s met enorme hoeveelheden paarden, in de richting van de zee innovatieve visverwerkingsbedrijven, aan het strand een werkloze jachthaven, een cruiseterminal en een twee kilometer lang strand vol kite-surfers. We stelden bevolkingskrimp vast. Keken we meer regionaal, dan bespeurden we een visconnectie, een Turkse connectie, een Indiase connectie, een Noord-Hollandse connectie. Moeiteloos regen we alles aaneen via de zogenaamde Westas langs de A5, opgespannen tussen de luchthaven, de zeehaven en Tata Steel. En hoe zit het met nieuwe materialen? Waar zijn hier de start-ups, de spin-offs? Iemand herinnerde zich het logo van Hoogovens, destijds ontwikkeld door Jurriaan Schrofer: een zeester gevormd door vijf blokken gekanteld staal. Vuur, stelden we vast, is de verborgen kracht van de staalcampus. Vuur trekt mensen aan. Vuur aan zee, dat wordt voor ons de nieuwe staalcampus.

Tagged with:
 

Verontrustend

On 20 december 2014, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Antifragile’ (2014) van Nassim Nicolas Taleb:

 

Ruimtelijke planning wordt door de Amerikaans-Libanese wiskundige Taleb in zijn nieuwste boek, ‘Antifragile’, heel even genoemd. We moeten als lezer dan wel stevig doorlezen, want pas op bladzijde 324 is het zover. Planologen worden daar over één kam geschoren met architecten. Beide beroepsgroepen begrijpen volgens Taleb niets van hun onderwerp: steden, landschappen, gebouwen. Architecten maken hun gevels glad, planners plannen topdown. Zaken die op een natuurlijke wijze groeien, zoals steden, landschappen en gebouwen, hebben juist een fractale kwaliteit. Op elk schaalniveau hebben ze dezelfde configuratie, net zoals een boom bestaat uit een stam, dikke takken, dunne takken, twijgjes. “Like everything alive, all organisms, like lungs, or trees, grow in some form of self-guided but tame randomness.” Steden, landschappen en gebouwen zijn niet anders. Maar moderne architectuur voelt met zijn gladde gevels doods aan en planologen plannen van bovenaf, met vaak noodlottige gevolgen: “topdown is usually irreversible, so mistakes tend to stick, whereas bottom-up is gradual and incremental, with creation and destruction along the way, though presumably with a positive slope.” Planologen zouden beter moeten weten.

Dat de wereld fractaal is, lijkt onomstreden. Het ruimtelijke patroon dat op dit moment op wereldschaal valt waar te nemen, doet zich inderdaad op alle schaalniveaus voor: sinds eind jaren tachtig is dat een van sterke ruimtelijke concentratie. Op wereldschaal concentreert de groei zich in Azië; terwijl Europa zich in de krimpende periferie bevindt. Binnen Europa concentreert de groei zich in de centrale zone München-Zürich-Wenen; terwijl Nederland zich, net als Ierland, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland, in de krimpende periferie bevindt. Binnen Nederland concentreert de groei zich in de as Amsterdam-Utrecht; de rest van ons land bevindt zich in de krimpende periferie. Binnen de Amsterdamse regio concentreert de groei zich in Amsterdam; randgemeenten als Almere, Velsen en Beverwijk bevinden zich in de krimpende periferie. Alleen echte metropolen kunnen de periferie weerstaan. Europa telt er maar een (Londen), Nederland geen enkele.

Tagged with:
 

Londenfobie

On 9 december 2014, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 6 december 2014:

IMG_0944.JPG

Verontrustend artikel van Patrick van IJzerdoorn in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. In ‘Londen eet Engeland op’ beschrijft deze buitenlandse correspondent hoe de Britse hoofdstad groeit, terwijl de rest van Engeland stelselmatig krimpt. Vijftien procent van de bevolking (dit zijn de 8,3 miljoen Londenaren) verdient eenvijfde van het nationaal inkomen, de productiviteit in Londen ligt 29 procent hoger dan erbuiten. Een op de drie afgestudeerden trekt naar de hoofdstad, 58 procent bezit er een academische titel, dat is twintig procent meer dan in de rest van Engeland. Eenvijfde van de Londenaren komt uit het buitenland, de stad wordt ontwikkeld met vreemd kapitaal. Londen wijkt steeds meer af van de rest van Engeland en de metropool is buitengewoon succesvol, ze barst uit haar voegen. Doordat ze niet snel genoeg groeit en er verdringing optreedt, moeten mensen haar noodgedwongen weer verlaten. En dat terwijl de rest van het land achterblijft.

Het verschil in ontwikkeling leidt in Groot Brittannië tot ‘Londenfobie’. Britse politici willen Londen straffen voor haar succes. De kop boven het artikel in de Volkskrant geeft ook voeding aan die haatgevoelens. Want Londen eet Engeland helemaal niet op. Ze presteert gewoon beter. De concurrentie tussen steden is ook helemaal geen ‘zero-sum game‘. Een metropool is zelfs duurzamer dan gespreide verstedelijking. Van IJzerdoorn: “De grote vraag is of Londen de rest van het land rijker maakt of uitzuigt.” Politici weten het antwoord al: ze zullen het evenwicht herstellen. Daarom komt er een peperdure hogesnelheidstrein van Londen naar het noorden, om steden als Manchester en Glasgow mee te laten profiteren. Terecht vraagt Van IJzerdoorn zich af of die spoorlijn het succes van Londen niet nog verder zal vergroten. Laatst, in Londen, hoorde ik de experts erover praten. Ze zagen wel in dat die dure spoorlijn nergens op slaat. Klakkeloos neemt de politiek aan dat Londen andere steden ‘opeet’, ‘uitzuigt’. En de media huilen mee. Het slachtoffergevoel neemt snel de overhand. Ik zei toch: verontrustend.

Tagged with:
 

Statusval

On 7 december 2011, in regionale planning, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in Plan Amsterdam ‘Groei en krimp’, nr. 5 2011:

Het voltallige College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland maakte gisteren zijn opwachting in het noordelijke deel van de Metropoolregio Amsterdam. Aan de orde was de verstedelijkingsopgave. In het nieuwe stadhuis van Zaanstad vertelden de wethouders van Zaanstad en Purmerend aan GS en genodigden hun verhaal over de regionale woningbouw. Geredeneerd werd er vanuit het begrip van de ‘roltrapregio’: jongeren komen naar Amsterdam voor werk of studie, stichten vervolgens een gezin, verdienen geld en maken een wooncarrière. Op termijn zoeken ze een woning buiten Amsterdam, bijvoorbeeld in Waterland of Zaanstad. Per jaar steken op die manier 2000 gezinnen het IJ over.  Ten aanzien van Almere constateerden zij een ‘kentering’: elk jaar kiezen minder Amsterdamse gezinnen voor Flevoland. Richting Zaanstad en Purmerend gingen, zeiden ze, vooral alleenstaanden, het ging om soms ‘kwetsbare’ groepen. De opgave die de wethouders zich stelden was een diverser aanbod creëren en zich beter profileren op de Amsterdamse woningmarkt. Ze wilden meer hoger opgeleiden aantrekken. En daartoe wilden ze ook meer asfalt. Tegelijk stelden ze vast dat zowel Zaanstad als Purmerend op de woonaantrekkelijkheidsindex zakken. Tot slot haalde de Purmerendse wethouder nog een oud plan voor de bebouwing van de Purmer tevoorschijn onder het motto: dit gaan we dus niet meer doen. Maar dat was niet handig. Want de zaal vatte het heel anders op. Er moesten, ondanks de crisis, gewoon meer woningen worden gebouwd en waarom niet in de zeventiende eeuwse Purmer?

Hier was duidelijk sprake van een misverstand. Nee, het was erger. Niet alleen Almere ontvangt de laatste jaren minder woonconsumenten uit het Amsterdamse. Opvallend is de terugloop van de regionale overloop over de hele linie. Amsterdammers lijken steeds langer in Amsterdam te willen blijven wonen, zelfs als daar minder woningen worden gebouwd. In de Plan Amsterdam over demografie van een maand geleden valt te lezen dat er in werkelijkheid in het Amsterdamse niet van één roltrap sprake is, maar van vele, verdeeld over meerdere etages. Bovendien is de situatie op de regionale woningmarkt ingrijpend veranderd: terwijl een kwart eeuw geleden steden als Purmerend en Almere nog veel betere woonkwaliteit leverden dan Amsterdam, is er nu sprake van een bijna omgekeerde situatie: “een opgebloeid Amsterdam binnen de ring A10 en het IJ, een gemixt gebied van stedelijke armoede en stedelijke vernieuwing buiten deze ring en een suburbane ring waarin voornamelijk Haarlem en Amstelveen en de allernieuwste nieuwbouw van onder meer Almere zich onttrekt aan een tendens van een dalende status op de woningmarkt.” De regiogemeenten wacht een vergrijzing en een kwaliteitsverval van de woningvoorraad. Ze lijken er nog allerminst op voorbereid. En ook tot het provinciale bestuur leek het nog niet echt door te dringen. Dat claimde die middag vooral de regie.

Tagged with:
 

Meer mensen, minder steenkool

On 3 februari 2011, in regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in Metropoolregio Amsterdam in cijfers 2010:

Voor de derde keer een statistisch overzicht van de Metropoolregio Amsterdam ontvangen, opgesteld door de Dienst Onderzoek en Statistiek. Op het omslag prijken ditmaal vier NS-stations: Bijlmer-Arena, Zaanstad, Almere en Hoofddorp. Ik vermoed enige symboliek: treinen die op tijd rijden. De wethouder spreekt van ‘het ontstaan van tijdreeksen en interpretatiekaders’ die regionale beleidskeuzen kunnen onderbouwen. Ik lees en interpreteer de cijfers die een beeld geven van een bijna perfecte stadsregio waar te hard rijden door de straten en hondenpoep als de grootste ergernissen worden gezien en waar de criminaliteit is gedaald van 100 naar 94 misdrijven per 1000 inwoners. Dan gaat het vooral over vermogensdelicten. Vind je het vreemd? De Amsterdamse stadsregio is flink rijker dan de rest van Nederland: gemiddeld 15.500 euro per inwoner tegenover 14.000 euro in de rest van Nederland. Slechts 16 procent gaat door voor arm. Dat betreft dan hoofdzakelijk eenoudergezinnen en bejaarde alleenstaanden. Met de gezondheid gaat het ook goed. De Amsterdamse mannen roken iets meer dan gemiddeld, maar er wordt minder alcohol gedronken dan in de rest van het land. Er leven meer mensen met een normaal gewicht en beduidend minder mensen met kunstgebitten dan elders. Zeker, in Amsterdam kampen mensen iets vaker met migraine, maar weer iets minder met suikerziekte. Ze zijn wel iets vermoeider en lijden iets vaker aan slapeloosheid, maar dat betreft vooral de dure Gooi- en Vechtstreek. En ja, de economie trok in de tweede helft van 2009 weer aan. De bevolking groeit, in 2009 zagen we een toename van 23.000 inwoners. Sinds 2008 is er sprake van een immigratie-overschot. Amsterdam spant de kroon met 11.000 extra inwoners. Buiten de kernstad groeiden vooral Haarlem en Aalsmeer. Voor de komende twintig jaar wordt een gestage bevolkingsgroei verwacht. Welkom in Utopia!

Opmerkelijkste feit vond ik dit jaar het aantal hotelkamers. Dat groeide in 2009 met liefst 7 procent. Het totaal komt nu uit op 31.000 kamers. Dat is niet minder dan eenderde van de hele hotelcapaciteit van ons land! De meeste kamers bevinden zich binnen de grenzen van Amsterdam. We spreken hier van 8,6 miljoen overnachtingen in 2009. Plus 2,9 miljoen in de regiogemeenten. Totaal: 11,5 miljoen overnachtingen! O ja, het tonnage dat in de Amsterdamse haven werd overgeslagen daalde in 2009 aanzienlijk. Meer mensen, minder steenkool dus. Met dit interpretatiekader kunnen we de komende jaren onze regionale beleidskeuzen inderdaad gedegen onderbouwen.

Tagged with:
 

De Avonden

On 2 augustus 2010, in ethiek, by Zef Hemel

Gespot op Twitter.com van 29 juli 2010:

Aanstaande woensdagavond 4 augustus 2010 om 21.10 uur herhaalt de VPRO het radio-interview met mij over de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam, radio 6, De Avonden. Dat interview dateert van begin september 2009, is dus van recente datum. Me precies herinneren wat ik toen gezegd heb doe ik niet, maar ik schat dat alles wat ik toen te berde bracht nog altijd valide is. Het was in ieder geval geen onzin. Op de Urban TV Guide las ik in een vooruitblik dat het een “tenenkrommend interview” zou zijn, “maar wel leuk om dit nog even terug te horen, nu er voorlopig niet gebouwd wordt.” Dat is wel heel erg flauw. Op Twitter las ik een bericht van Wies Sanders over het komende interview: “"Ik dacht dat de zendtijd voor #Zefhemel op was? Maar herhalingen tellen niet mee en zijn retrospectief des te leuker.” Ook flauw.

Waar komt die Urban TV Guide eigenlijk vandaan? Het blijkt een blog te zijn van diezelfde Wies Sanders, architect gevestigd te Rotterdam. Daar in Rotterdam zit iemand heel erg zielig te doen. Luisteren dus! Ondertussen ga ik met vakantie.

Tagged with:
 

Vreemd

On 20 mei 2010, in internationaal, by Zef Hemel
Gelezen in Hollandblad nr 6. 2010:
James Kennedy is Amerikaans historicus en hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont in Amersfoort. Hollandblad, het tijdschrift van de Vereniging Deltametropool, interviewde hem over de Randstad, in het bijzonder over de angst voor de metropool. Nu is de Randstad natuurlijk geen metropool. Het is gewoon een conglomeraat steden in het westen van Nederland. Dat vindt de Amerikaan Kennedy gelukkig ook. Of beter, hij noemt de Randstad "een metropool tegen wil en dank." Maar ook: "een fysieke metropool is het zeker niet". En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. "Nergens is een compromisloze clustering van talent, geld en excentrieke cultuur. Alles is hier een beetje half. (…) Nederland is vooral vlak in dat opzicht." Dat komt vooral, zegt hij, doordat in dat vlakke Nederland de angst voor de grote stad is ingebakken in de cultuur. "In Nederland zijn die anti stedelijke sentimenten altijd heel groot geweest." Elders omschrijft hij fraai de kwaliteiten van de metropool als fenomeen: "Er wordt een gelegenheid geschapen om afzondering te zoeken en anders te zijn, en daarin elkaar op te zoeken. De metropool is een vrij kader, een verzameling van mogelijkheden om te vluchten uit de rest van de samenleving."
 
Zeker, als je als Amerikaan uit Illinois komt en je vergelijkt het leven in Chicago met dat in de rest van de staat Illinois, dan is Chicago een ‘vrij kader’, een plek om naar te vluchten als je vrijheid zoekt. De Randstad biedt die mogelijkheid dus niet. Als je uit het provinciaalse Nederland wilt vluchten, dan kun je hier nergens heen en moet je wel de grens over, naar het buitenland. De enige plek waar het nog een beetje kan is Amsterdam, lijkt mij. Maar de in Amersfoort woonachtige Kennedy noemt Amsterdam niet. Even vermoed je dat hij Amsterdam typeert waar hij New York beschrijft: "Een New Yorker kan zonder de rest van de wereld. Hij kan alles in zijn eigen stad doen. Natuurlijk kijkt de New Yorker naar wat er gebeurt in Shanghai, Hong Kong, Londen. Maar hij houdt zich niet bezig met wat er in de directe omgeving gebeurt." Van dat gedrag worden Amsterdammers ook beticht. Echter, hier en trouwens in het hele interview komt Amsterdam niet voor. Vreemd is dat.
Tagged with: