In the Thick of Things

On 3 november 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen op Business Insider van 7 mei 2014:

De derde en laatste casus in de Masterclass Stedenbouw New York 2015 wordt die van Cornell NYC Tech. Deze spiksplinternieuwe universiteit in New York – een samenwerking van Cornell University en Technion-Israel Institute of Technology – zal zijn deuren openen in 2017 op een nog te bouwen campus van 12 acres (met 2 miljoen square feet aan gebouwen) op Roosevelt island. Voorlopig zit ze in een oud gebouw. Cornell Tech moet grootstedelijke problemen helpen oplossen en New York gaan positioneren als ‘major tech center’. Gerekend wordt op circa 2.000 studenten voor in totaal acht masterprogramma’s, waarvan drie duaal: connective media, healthier life, built environment. Door alle acht loopt informatietechnologie als rode draad. De universiteit is de uitkomst van een tender, uitgeschreven door burgemeester Bloomberg die de technologische en de grootstedelijke vraagstukken met elkaar wil verbinden.  Kosten: 2 miljard dollar. Maar voorlopig zit de universiteit nog in “a nondescript third-floor loft’ in Chelsea, Manhattan, haar beschikbaar gesteld door Google. Het New Yorkse initiatief heeft bijvoorbeeld Amsterdam geinspireerd om te komen tot een soortgelijke tender, waarvan AMS de uitkomst is: Graduate School for Amsterdam Metropolitan Solutions.

Alles is hier nieuw, niets is zeker bij Cornell Tech. Het terrein op Roosevelt island is eigendom van de gemeente, die steekt er tot 100 miljoen dollar in. Cornell, nu nog gevestigd in Ithaka, ziet grote voordelen in een vestiging op Manhattan. Dan gaat het volgens de voorzitter, David Skorton, om “the rather old-school benefit of being in the thick of things. Anders gezegd:  “Interactions can occur at a very long distance now, but you still see that many, many serendipitous steps forward are based on the old concept of bumping into people, having lunch, that personal interaction,” En: “We’re already seeing that in the temporary campus, in the Google space. “Even with all our technology proximity still really matters.” Ziedaar de voordelen van een stadscampus in hartje New York. Voordelen die ook Columbia en New York University ertoe hebben gebracht flink te investeren in hun campussen in ‘The Big Apple’. Want geen universiteit kan achterblijven.

Tagged with:
 

Big business

On 28 oktober 2014, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 22 maart 2010:

Een tweede casus in de Masterclass Stedenbouw New York 2015 wordt die van New York University. Ook deze Amerikaanse universiteit wil fors uitbreiden, en wel met veertig procent. De campus in Greenwich Village krijgt een nieuwe toren aan Bleecker Street (naast die van I.M.Pei, daterend van 1966) plus drie miljoen square feet vastgoed: collegezalen, studentenkamers en kantoren. Daarnaast wil NYU haar Tech Campus in Brooklyn grondig bij de tijd brengen door de gebouwen geschikt te maken voor interdisciplinair werken. Waarom uitbreiden? Tussen 1991 en 2001 verdrievoudigde het aantal studenten dat op de campus woont; in 2031 zal het totaal aantal studenten zijn gegroeid tot 46.500 (in 2010 was dit 41.000), maar een steeds groter deel komt van buiten New York. Per student heeft N.Y.U. op dit moment minder vierkante meters beschikbaar dan Columbia (240 square feet tegenover 326). “For New York to be a great city, we need N.Y.U. te be a great university,” zei president Sexton van de universiteit. Alle nieuwbouw moet op maximaal 10 minuten lopen plaatsvinden van Washington Square. De buurtbewoners zijn echter fel tegen. Het gebied rond Washington Square achten zij monumentaal; het programma dat de universiteit wil toevoegen staat gelijk aan een extra Empire State Building. Dat willen ze niet. De universiteit wil nu de helft van het programma dicht bij de campus bouwen, de andere helft op afstand. Zal het haar lukken?

Het campus plan NYU 2031 is inmiddels weliswaar door de stad New York geaccepteerd, maar ze werd direct aangevochten door verschillende bewonersorganisaties. In januari 2014 gaf de rechter de bewoners gelijk in hun mening dat de universiteit met haar plan om vier torens te bouwen illegaal drie parken had ingelijfd, waarop de universiteit hoger beroep aantekende. “Look at the design – it’s like something out of a Japanese horror movie,” schreef iemand in The Villager over Hotel Z, de nieuwste toevoeging aan ‘the parade of NYU horribles.’ Op 14 oktober 2014 stelde de rechter de universiteit in het gelijk, maar tussen de bewoners en de universiteit komt het nooit meer goed. Die gaan nu in beroep. Ondertussen bouwen de concurrenten stevig door. “Education is a big business in New York,” zei onlangs Richard Anderson, voorzitter van The New York Building Congress. De komende vijf jaar zal er bijna 10 miljard dollar worden geinvesteerd in deze sector in de stad. Ter vergelijking: in de afgelopen vijf jaar was dit 4,2 miljard. Inderdaad, dat is ‘big business’.

Tagged with:
 

Kennismetropolen

On 13 december 2013, in innovatie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Mapping the Times Higher Education’s top-400 universities’:

Mark Graham en Stefano de Sabbata van Oxford University tekenden een bijzondere kaart van de wereld. De top 400 World University Rankings 2013-2014 volgens Times Higher Education projecteerden ze geografisch op de verschillende continenten in metropolitane clusters tegen een achtergrond die het inkomensniveau van de verschillende landen volgens cijfers van de Wereldbank weergeeft. Voor een topconcentratie waren tenminste vier topuniversiteiten binnen een straal van 50 kilometer koopkrachtig stedelijk gebied vereist. Binnen Europa werden de concentraties met de hand nog iets verder verfijnd, omdat het oude continent relatief kleine steden telt en men hier toch tot ‘betekenisvolle metropolitane regio’s’ wilde komen. Zo creëerden de onderzoekers een verrassend wereldbeeld van geografische concentraties van topuniversiteiten, hoge inkomens en grootstedelijkheid: drie graadmeters voor de belangrijkste kennissteden van de 21e eeuw.

Wat blijkt? De helft van de 400 topuniversiteiten wordt aangetroffen in Europa. Toch telt Europa niet meer dan vijf kennisconcentraties. De grootste concentratie hoogwaardige kennis, stedelijkheid en inkomen wereldwijd doet zich voor in Groot-Londen (zonder Cambridge en Oxford), op de voet gevolgd door Boston, Massachusetts. Daarna volgen Parijs, Washington DC en Hong Kong. De derde groep bestaat uit West-Midlands (Liverpool en Manchester), Seoul en Taipei. Voeg daarbij New York, Melbourne, Sydney, Tokio, Brussel en Groot-Amsterdam. Bij de laatste telden de Britse onderzoekers het gestelde minimum van vier topuniversiteiten – UvA, VU, Leiden en Utrecht – binnen een straal van 50 kilometer stedelijk gebied (de overige Nederlandse topuniversiteiten liggen perifeer en tellen dus niet mee). Groot-Amsterdam behoort daarmee tot de veertien belangrijkste metropolitane concentraties van hoogwaardige kennis in de wereld. Het is een machtig gegeven waarop de beleidsmakers in de EU en Den Haag trots en zuinig zouden moeten zijn. Graham en De Sabbata: "The universities in the top-400 list don’t just command an undue amount of power, resources and influence, but also serve to actively produce and reproduce it in particular parts of the world."Niet fuseren dus, die UvA en VU.

Tagged with:
 

Bezielend onderwijs

On 9 oktober 2013, in cultuur, onderwijs, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam op 5 oktober 2013:

Zaterdag de opening bijgewoond van de kleine tentoonstelling over de jonge jaren van Cornelis van Eesteren in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-West. Stedenbouwkundige Maurits de Hoog herinnerde bij die gelegenheid aan de opleiding van de jonge Van Eesteren, genoten aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam. Tot zijn klasgenoten, zei hij, behoorden onder anderen Hans Gispen en Leendert van der Vlugt. Wat een talentvolle mensen bij elkaar! De Hoog sprak zelfs van ‘de beste vormgever van Nederland’ en ‘de beste architect’. Laten we Van Eesteren ook gerust ‘de beste stedenbouwkundige van Nederland’ noemen, wat hij ook was. Is dit toeval? Hoe kan het dat drie zulke bijzondere mensen in 1914 een en dezelfde klas met elkaar deelden? En waarom dit alles uitgerekend in Rotterdam?

De belangrijkste docent aan de Rotterdamse academie was destijds Willem Kromhout. In 1910 was deze architect met zijn bureau verhuisd van Amsterdam naar Rotterdam. De aanleiding voor zijn verhuizing was zijn benoeming als hoofddocent aan de Rotterdamse academie. Ida Jager suggereert in haar monografie over Kromhout (1992) dat hij voor Rotterdam koos omdat juist in 1910 burgemeester Zimmerman een plan voor de Maasstad had doorgezet dat tot grote bouwwerken kon leiden. Onder het motto ‘Rotterdam van vissersdorp tot wereldstad’ kwam een bouwstroom op gang die geen architect onverschillig kon laten: een Coolsingel met een nieuw stadhuis, een postkantoor en een beurs. Hoe dan ook, drie jaar later reorganiseerde Kromhout het Rotterdamse ontwerponderwijs, een jaar daarna al trof hij drie grote ontwerptalenten aan in zijn klas. Een van hen zou later over Kromhout schrijven: “Weinigen hebben als hij de gave werkelijke belangstelling te wekken voor het te behandelen onderwerp en tegelijk het boven het alledaagse te kunnen verheffen.” De jonge Van Eesteren kreeg zijn eerste baan in het pas geopende bureau van de ‘bezielende’ Kromhout. Ziedaar het explosieve mengsel: een ambitieuze stad, excellent onderwijs, een bezielende docent en gretig jong talent.

Tagged with:
 

Grootstedelijke vraagstukken

On 25 september 2013, in planningtheorie, sociaal, by Zef Hemel

Gehoord op de Hogeschool van Amsterdam op 20 september 2013:

College gegeven in het nieuwe masterprogramma Urban Management van de Hogeschool van Amsterdam. Onderwerp: grootstedelijke vraagstukken. Het werd een socratisch gesprek met de dertien aanwezige studenten. Het eerste uur inventariseerden we alle grootstedelijke vraagstukken van dit moment. Dat deden we gezamenlijk. Eerst de demografische: vergrijzing, dementie, gebrek aan beweging, zorg en verpleging, obesitas, verkeerde voeding. Toen de sociale: armoede, segregatie, dreigende tweedeling, criminaliteit, de wereld binnen de ring versus buiten de ring, afvoerputjes in de stad, probleemcumulatiegebieden. Daarna het verkeer: groeiende verkeersdruk, gebrekkige luchtkwaliteit, minder openbaar vervoer. Dit leidde als vanzelf naar de vraagstukken rond duurzaamheid: klimaatverandering, grondstoffenschaarste. Ten slotte het democratische tekort, populisme, maatschappelijke onvrede, verval van waarden en normen, individualisme, egoïsme en gebrek aan identiteit.

Iedereen was het erover eens dat alle genoemde vraagstukken en problemen met elkaar samenhangen. Ze blijken stuk voor stuk hardnekkig. Want: “Hoe kan het dat elke maand meer mensen gebruik maken van de voedselbank en er maar geen klanten afvallen?” Ziedaar het nieuwe probleem: het managen van al die grootstedelijke vraagstukken. Het tweede uur van ons socratische gesprek besteedden we aan onze werkwijze. We stelden vast hoe we problemen stelselmatig opblazen, de media en autoriteiten daarvoor gebruiken, hoe we permanent op zoek zijn naar geld en aandacht voor ons eigen organisatie. Vervolgens stelden we vast dat we maar niet in staat zijn de problemen op te lossen en dat autoriteiten van hun voetstuk vallen. Maar we moesten ook bekennen dat in werkelijkheid de problemen veel kleiner zijn en waarschijnlijk ook met minder inzet en middelen kunnen worden opgelost. Ook beaamden we dat we als burgers vaak zelf veel beter weten hoe we de lokale vraagstukken moeten aanpakken dan de autoriteiten of de specialisten-op-afstand. Liever bottom-up, lichte sturing en samen doen dan top-down, zwaar projectmanagement en ieder voor zijn eigen. Binnen twee uur verdampten de meeste vraagstukken, die stuk voor stuk aanvankelijk als groot probleem waren gedefinieerd. Over grootstedelijke kansen en uitdagingen hebben het niet meer gehad. Verlicht verliet ik de zaal.

Planologie studeren in Moskou

On 11 augustus 2013, in onderwijs, by Zef Hemel

Gehoord in Moskou op 10 juli 2013:

Met tien studenten Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam een bezoek gebracht aan Moskou. Onze gastheer was de Graduate School of Urban Studies and Planning van de Moscow School of Economics, gevestigd in de oostelijke binnenstad. Sinds twee jaar biedt deze jonge school, opgericht door ex-minister Yegor Gaidar, een masterprogramma op het gebied van stadsontwikkeling en ruimtelijke planning. Ze pretendeert op dit terrein de eerste in Rusland te zijn. Volgens decaan Alexander Vysokovski (65) kent Rusland nog helemaal geen professionele planologen. Die moeten eerst worden opgeleid. Het docentencorps bestaat uit allemaal jonge mensen, die dikwijls in het buitenland hebben gestudeerd. Elk jaar worden vijfentwintig gemotiveerde studenten tot de masterstudie toegelaten. Een bezoek aan de Moscow State University later die week maakte ons duidelijk hoe het veelal niet hervormde onderwijssysteem van Rusland functioneert: de geografische faculteit, gevestigd op de tweeëntwintigste verdieping van het Stalinistische hoofdgebouw dat hoog oprijst boven Moskou en in 1954 door krijgsgevangenen werd gebouwd, lijkt van binnen in al die zestig jaren nog onveranderd. Met het ontgrendelen van getraliede hekken werden voor ons de leslokalen geopend. Kasten vol globes en atlassen staarden ons aan. Vanuit de sombere hoge ramen keken we neer op het immense Moskou dat zich daar in de verte eindeloos uitstrekt.

Diezelfde week werden we ontvangen in Strelka Institute. Wat een verschil! Deze nieuwe post graduate opleiding stadsplanning bevindt zich in een oude chocoladefabriek aan de oevers van de Moskwa, recht tegenover de kerk van Christus de Verlosser. Het kleine schoolgebouw bestaat uit een aantal flexibele workshopruimten rond een rechthoekige binnenplaats. Op de binnenplaats wordt elke avond een lezing gehouden of film vertoond die voor iedere burger vrij toegankelijk is. Het docentencorps wisselt, elk jaar wordt het studieprogramma vernieuwd, er wordt in interdisciplinaire teams gewerkt, de voertaal is Engels, de studenten komen uit de hele wereld. Een boekenwinkel stelt alle schoolpublicaties gratis beschikbaar. Studeren kost er niets, althans voor de circa dertig gelukkigen die door de schoolleiding elk jaar worden toegelaten (het private Strelka wordt door een aantal rijke, idealistische Moskovieten gefinancierd), maar daar staat tegenover dat de studie niet is geaccrediteerd. Strelka Institute lijkt de gedroomde academie voor planologen: een open forum, vrij toegankelijk, interdisciplinair, gratis onderwijs, steeds actueel. Drie scholen in Moskou. In de notendop geven ze een goed beeld van de actuele onderwijsinfrastructuur voor planologie in het metropolitane Moskou.

Tagged with:
 

Naïef

On 2 juli 2013, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Red Plenty’ (2010) van Francis Spufford:

Afgelopen zaterdag schreef Joke Hermsen een belangwekkende ingezonden brief in de Volkskrant. In ‘We willen een Hannah Ahrendschool’ verzette de schrijfster en filosofe zich tegen onderwijs dat zich eenzijdig richt op technologie. Vooral zogenaamde ‘Ipad-scholen’ moesten het bij haar ontgelden. Daarbij citeerde ze veelvuldig filosofe Hannah Ahrend. “De nieuwe generatie behoort door onderwijs niet te worden opgeleid tot ‘gamers’, maar tot kenners van de cultuur.” Docenten, aldus Hermsen, kunnen niet volstaan met het leren van vaardigheden en technieken, maar moeten ook met verhalen, mythen, poëzie, sagen, essays en romans de kinderen inspireren. Blijft het onderwijs tot vaardigheden en techniek beperkt, dan is het gevaar niet denkbeeldig dat mensen hetzelfde gaan denken, waardoor het principe van pluraliteit onder druk komt te staan. Op het eind van haar artikel stelt ze: “Zowel binnen als buiten het onderwijs moeten we een juiste maat en houding tegenover de nieuwe technologie zien te vinden, opdat deze niet met ons aan de haal gaat of, erger nog, ons de baas wordt.” Haar pleidooi deed me denken aan de beschrijving door de Britse historicus Francis Spufford van het geavanceerde onderwijssysteem dat de Sovjets introduceerden in de jaren zestig van de twintigste eeuw.

In de Sovjet Unie ontwikkelden de machthebbers in de jaren zestig een uniek onderwijssysteem dat het rurale Russische volk op slag moest veranderen in een geletterde stedelijke samenleving. De Sovjets schaften daartoe alle universiteiten af. In de plaats daarvan introduceerden ze technologische instituten die zich uitsluitend richtten op onderwijs voor brede lagen van de bevolking. Onderzoek gebeurde elders, in afzondering, in science towns. Alleen wiskunde en techniek werden nog onderwezen, geen sociale wetenschappen of geesteswetenschappen. Alle wetenschappelijke onderwijs was van meet af aan praktijkgericht; vanaf 1961 moesten studenten zelfs twee jaar lang praktijkstage lopen. Wie kritiek had, werd door de autoriteiten te kijk gezet. Het gevolg was dat alle wetenschappers naïef werden, vol zelfvertrouwen, maar argeloos. “Above all, they had very little access to pessimism. Stories of good intentions turning out badly were in short supply where they lived – published, written-down stories, at any rate.” Waarheid en macht werden door de machthebbers op één lijn gesteld. Intellectuele kritiek werd uitgebannen. Het gevolg was dat innovatie uitbleef en de economie ten slotte instortte. Conclusie: wie technologie en economie eenzijdig centraal stelt in het onderwijs en de samenleving, graaft uiteindelijk zijn eigen graf. Het belang van de geestes- en de maatschappijwetenschappen is evident. Zonder kun je niet.

Tagged with:
 

Amsterdam kennisstad II

On 18 juni 2013, in economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Class of 2020’ (2012):

Nederland is een van de snelste groeiers in het internationale beroepsonderwijs. Van 6,6 procent van alle inschrijvingen in 2007 is het aandeel internationale studenten bij ons gegroeid tot 8,4 procent in 2011, in absolute aantallen gaat het om 56.131 studenten. De meeste masteropleiding zijn bij ons Engelstalig, de Nederlandse universiteiten hebben in internationale benchmarks een relatief hoge ranking – hun veelal interactieve onderwijs doet het in het buitenland goed. Toch is het marktaandeel van ons land op deze groeimarkt nog beperkt, namelijk 1,2 procent. Veruit het grootste aandeel levert het Verenigd Koninkrijk met bijna 14 procent, gevolgd door Australië (bijna 7 procent), Duitsland, Frankrijk en Canada (iets minder dan 5 procent). Ons aandeel is eerder vergelijkbaar met dat van Zweden. De top drie herkomstlanden zijn bij ons Duitsland, China en België. Wereldwijd is het aantal internationale studenten in de afgelopen tien jaar verdubbeld tot meer dan 4 miljoen. OESO verwacht opnieuw een verdubbeling tot 2025. Nederland zou daarvan naar verhouding bovenmatig kunnen profiteren. Tot zover de statistieken, ontleend aan het Nuffic.

Waarom zouden internationale studenten kiezen voor een studie aan de Nederlandse universiteit? Het aanbod van studentenhuisvesting lijkt in deze nauwelijks een rol te spelen. Veeleer gaat het om persoonlijke ontwikkeling, om het opdoen van internationale ervaring, om de kwaliteit van het Engelstalige onderwijsaanbod en om de stad in kwestie. Omgekeerd is het voor de stad van keuze profijtelijk om internationale studenten aan zich te binden. Want niet alleen over hun opleiding, maar vooral over hun leef- en woonervaringen in die buitenlandse stad zullen de internationale studenten later, wanneer ze zijn afgestudeerd, met liefde vertellen. In handel en zakendoen kan deze bekendheid de stad later veel opleveren. Een derde van de studenten in Maastricht is internationaal: 7.000, meest afkomstig uit Duitsland. Amsterdam staat op plaats twee met 6.000 internationale studenten. Naar verhouding (de stad, de universiteiten) is dat nog niet erg veel. De groeipotentie in Amsterdam is veruit het grootst.

Tagged with:
 

Amsterdam kennisstad

On 17 juni 2013, in economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Class of 2020’ (2012):

Deze benchmark kende ik nog niet: de top 10 studentensteden voor investeerders. Bovenaan de Dutch Student Housing Opportunity Index staat Amsterdam, op plaats twee Utrecht, op drie Groningen. Onderaan vinden we Nijmegen, Enschede, Eindhoven en Den Bosch. Waarom deze nieuwe benchmark zo interessant is? “Internationale marktstudies wijzen op goed scorende universiteiten, snelle internationalisering en structurele kamertekorten.” Steden worden in toenemende mate belangrijke spelers op de markt van hoger onderwijs, hoger opgeleiden, talentontwikkeling, hoogwaardige arbeidsmarkt. De wereld van de ontwikkelaars moet hier op inspelen. De index hanteert acht criteria. Amsterdam scoort op deze criteria het beste, de stad is de ‘onbetwiste aanvoerder’. De makers vinden dit niet verrassend. Immers, de onderzoekers van Knight Frank riepen de Nederlandse hoofdstad al eerder uit tot nummer 10 van Europese universiteitssteden om in te investeren. Met twee universiteiten is het de grootste universiteitsstad van Nederland; men verwacht de komende jaren in Amsterdam 20.000 extra internationale studenten. “Er valt veel over de markt te zeggen, maar als investeerder moet u hier in elk geval zijn.”

Tot 2020 zal het aantal studenten in Nederland nog groeien. De helft van de groei zal neerslaan in de vier grootste studentensteden (43.000), de helft daarvan in Amsterdam (22.000). Ook tot de snelste groeiers behoort nu weer Amsterdam. Echter, het tekort aan kamers is in Amsterdam eveneens het grootst; men schat het kwantitatieve tekort hier op 10.000 kamers. Dat verklaart tevens waarom in Amsterdam de hoogste kamerhuren worden betaald: gemiddeld 490 euro. En nu komt het: wat internationalisering betreft staat Amsterdam niet op nummer 1. Da’s vreemd, ook omdat dit een interessante indicator is van de toekomstige vraag. “Tot 2025 zal het aantal internationale studenten wereldwijd verdubbelen en Nederlandse universiteiten profiteren daar nu al van.” Echter, Amsterdam staat met 6.000 internationale studenten op plaats 2, achter Maastricht. Hier is voor de hoofdstad de komende jaren veel winst te behalen, ook omdat Amsterdam op plaats 10 staat van Europese universiteitssteden om in te investeren. Parijs staat bovenaan en wil, gesteund door de Franse minister van hoger onderwijs, de komende jaren nog 18.000 kamers voor internationale studenten bijbouwen. Amsterdam kan dus niet achterblijven. De Engelstalige masteropleidingen zijn er al. Nu de voorzieningen nog.

Tagged with:
 

Uit de oude doos

On 14 juni 2013, in economie, onderwijs, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Need for Creative People’ (1966) van Abraham Maslov:

Gisteravond een boeiende bijeenkomst bijgewoond, georganiseerd door de Amsterdamse PvdA. Ging over sociaal-democratische waarden als bestaanszekerheid en goed werk. Zes mensen waren gevraagd hierover te spreken, waaronder ik. Alle korte lezingen stonden in het teken van het te maken verkiezingsprogramma. Paul Tang zat de avond voor. We zaten in een schoolgebouw in Amsterdam Nieuw-West. Opvallend was dat bijna alle sprekers over het onderwijs begonnen. Dat gold voor Henk van Waveren, Frank Kalshoven, Oguz Dulkadir, Bas Jacobs en ondergetekende. Dulkadir vertelde mooi over hoe hij als Turk onderwijs had genoten en waarom hij zijn Weekendacademie in Amsterdam had opgericht. Econoom Bas Jacobs maakte de avond rond door de prangende vraag te stellen waarom we als samenleving niet veel meer investeren in onderwijs, terwijl deze investering zich later gegarandeerd honderd procent terugverdient. Nee, alle extra overheidsmiddelen verdwijnen op dit moment in het gat van de gezondheidszorg. De randvoorwaarde voor goed werk en bestaanszekerheid is dus goed stedelijk onderwijs. Het interesseerde Kalshoven niet waaruit dat onderwijs bestond. Als het in Amsterdam maar beter werd gegeven dan in de rest van het land.

Met bestaanszekerheid en werk als grondwaarden bevinden de sociaal-democraten zich nog altijd in de onderste regionen van de behoeften piramide van Maslov. Maslov zelf wees er in de jaren zestig al op dat we als samenleving bovenin de piramide waren aanbeland. Alle mensen, schreef hij, zoeken zelfontplooiing. In ‘The Need for Creative People’ lees ik: “The question is, Who is interested in creativity? And my answer is that practically everybody is.” Vandaar zijn appèl: “The more psychologically healthy (or more highly evolved) person is a political necessity.” Creatieve mensen waren nodig voor de industrie, omdat die dreigde te verouderen en er voortdurend nieuwe producten op de markt kwamen. Wat zou er gebeuren met de Amerikaanse auto-industrie? Japan kwam eraan. Nu rekenden de industriëlen zich nog rijk, maar er zou een tijd komen dat ze wakker geschud zouden worden. “Our era is more in flux, more in process, more rapidly changing than any previous one in history.” Waarna hij radicaal nieuwe onderwijsmethoden bepleitte. “It means an increased valuing of the ability to pay the fullest attention to the here-now situation, to be able to listen well, to be able to see well in the concrete, immediate moment before us. It means that we need people who are different from the average kind of person who confronts the present as if it were a repetition of the past.” Ziedaar de leerdoelen en competenties van het nieuwe onderwijs. Die wordt, lijkt het wel, nog steeds niet als een politieke noodzaak gezien.

Tagged with: