Limits to growth

On 17 februari 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in China Economic Review van 9 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing population growth 2017

Door Tom Wolters, woonachtig in Peking, kreeg ik een interessant artikel toegespeeld, geschreven door Dominic Morgan in de China Economic Review, over de discussie die op dit moment speelt in China rond de omvang van de megasteden. De lucht van Peking, Shanghai en Hong Kong is ernstig vervuild, het verkeer zit muurvast, en de grondprijzen stijgen tot ongekende hoogte, het is genoegzaam bekend. Vorig jaar kondigde de Chinese overheid daarom aan de omvang van de grootste Chinese steden te willen begrenzen. Peking mag niet groter worden dan 23 miljoen, Shanghai wordt begrensd op 22 miljoen inwoners. In plaats van nog verder te investeren in deze steden, begon de regering haar aandacht te verleggen naar de achterblijvende provincies in het oosten van het enorme land. Onmiddellijk begonnen de steden hun achterbuurten op te ruimen en de arme, vaak illegale mensen te verdrijven. Alleen al Peking wil twee miljoen arme stakkers uit de stad wegjagen. Hiermee proberen de steden vooral ruimte te scheppen voor parken en ontspanningsruimte. Shanghai bijvoorbeeld wil een twee kilometer strekkende groene corridor langs de oostoever van de Huangpu rivier aanleggen. Aan groen hebben de beide steden een groot gebrek. Voor het eerst sinds 1978 zijn Peking en Shanghai niet meer gegroeid. Verstandig? Succesvol? Dat valt te bezien.

Chinese wetenschappers, aldus China Economic Review, wijzen op het feit dat wereldwijd de economie steeds meer samentrekt in de allergrootste steden. Daar worden de nieuwe banen gecreëerd, aldus Lu Ming van Shanghai Jiao Tong University. Hij wijst op Tokio, dat nu al een derde van de Japanse bevolking omvat, het GDP van deze Japanse megastad is naar verhouding nog groter. “In fact, Lu believes that China’s problem is not that its megacities are too big; it’s that they’re not big enough.” Hij is niet de enige. De problemen waar de allergrootste steden in China en in de wereld op dit moment mee worstelen zouden volgens vele deskundigen juist voortvarend moeten worden aangepakt door goede stadsplanning en door grootschalige investeringen in scholen, ziekenhuizen, woningen, parken en infrastructuur, niet met bevolkingslimieten of door mínder woningen te bouwen. Opzettelijke schaarste aan bouwgrond doet de vastgoedprijzen juist de pan uitrijzen. “In China, we restrict land supply and accordingly we also restrict housing supply as a policy to restrict population growth. This is distortion.” Groeiende ongelijkheid wordt er evenmin mee opgelost. “Despite their problems, the big cities offer the best wages, the best schools and hospitals, and, therefore, are probably the most effective source of social mobility.” Doorgroeien dus. Maar dan wel verantwoord. Zal de Chinese overheid naar deze adviezen luisteren?

Tagged with:
 

Segregation by design

On 10 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 2 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor folding beijing

Mijn pleidooi om Amsterdam in omvang te verdubbelen wordt door sommigen in verband gebracht met segregatie. Is zo’n verdubbeling, vragen zij zich af, wel eerlijk en inclusief? De rijksbouwmeester durfde zelfs te beweren dat een groter Amsterdam segregatie verergert. Laten we eens het tegenovergestelde denken en aannemen dat Amsterdam niet meer mag groeien. Wedden dat de rijke bovenklasse dan wint? Neem China. Een aantal jaren geleden besloot de Chinese regering dat de hoofdstad Peking niet meer inwoners mag tellen dan 23 miljoen. Dat was slechts 1 miljoen meer dan in 2017. Prompt begonnen de hoofdstedelijke autoriteiten arme, veelal kwetsbare mensen uit hun woningen te zetten. Die laatste werden onbewoonbaar verklaard, of als brandgevaarlijk beschouwd. Men had de grond nodig voor andere zaken. Grootschalige acties in de sloppenwijken om water, gas en elektriciteit af te sluiten vormden het begin van acties van regelrechte huisuitzettingen. Eind vorig jaar berichtte het Britse zakenblad The Economist over deze brute praktijken. In ‘Life imitates nightmares’ citeert het Chinese activisten die stellen dat de afgelopen vijf jaar al zeker drie miljoen mensen op deze wijze uit de grote steden zijn verdreven.

Tijdens het laatste grote partijcongres stelde de Chinese president Xi Jinping dat sociale ongelijkheid en de kloof tussen rijk en arm de grootste vraagstukken zijn waar China op dit moment mee worstelt. Vandaar het besluit om de groei van Peking en andere megasteden te stoppen. Volgens The Economist denkt het partijkader dat vooral jonge, mannelijke migranten in de grote steden een gevaar vormen voor de stabiliteit. Hun ouders trokken in de jaren tachtig naar Shanghai, Guangzhou, Shenzhen en Beijing, ze hebben nauwelijks onderwijs genoten, hun banden met hun geboortegrond verloren en een vrouw vinden lukt ze vaak niet. Ze moeten het liefst verdwijnen. The Economist vergelijkt de situatie met de bekroonde science-fiction roman ‘Folding Beijing’ van Hao Jingfang. “As in the fictional ‘Folding Beijing’, the real city government has a maximum target size for the capital’s population.” In het boek leeft de stedelijke onderklasse alleen ’s nachts, tussen tien uur ’s avonds en zes uur ‘s ochtends. De rest van de tijd wordt ze door de autoriteiten met drugs in slaap gehouden. Hoe inclusief is dat? Amsterdam wil groeien. Rijke Amsterdammers zorgen goed voor zichzelf. Niet groeien komt neer op verdrijving. Dat wordt gentrificatie genoemd. Een regering die zijn hoofdstad verbiedt te groeien of die weigert de groei ruimhartig te faciliteren verergert juist de segregatie.

Tagged with:
 

Mars der Beschaving

On 15 juli 2014, in internationaal, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant V zomer #1 van 12 juli 2014:

Zomaar wat zomeraantekeningen. Sociaal-geografen Fenne Pinkster en Wouter van Gent schreven afgelopen zaterdag in Het Parool een ingezonden brief over onvrede in Amsterdam. Ook in nette buurten zou ‘een breed gedragen onvrede’ heersen. De onderzoekers van de UvA schetsen processen van ‘schaalvergroting’ en ‘neoliberalisering’. De afstand tussen buurtbewoners en publieke instanties is volgens hen afgenomen, de bibliotheek is samengevoegd en bevindt zich elders in het stadsdeel, de wijkagent zit verder weg, buurtbeheerders van corporaties hebben nog maar één keer in de week spreekuur in plaats van een kantoortje op locatie. Proteststemmen van de buurtbewoners moeten anders worden gelezen, aldus Pinkster en Van Gent: het zijn stemmen vóór meer bescherming en behoud van voorzieningen. Ze noemen het ‘een Mars der Beschaving’.

Het andere artikel las ik diezelfde zaterdag in De Volkskrant. Arie Haan is trainer in China. Zijn voetbalclub bevindt zich in Tianjin aan de oostkust, een stad van 7 tot 8 miljoen inwoners, eigenlijk de aanvoerhaven van Peking. Zelf woont Haan in Peking, ruim 100 kilometer verderop, dat is een metropool van twintig miljoen inwoners, hij woont er op de zestiende verdieping van een flat in het centrum. Dagelijks gaat hij met de kogeltrein op en neer, daar doet hij een half uur over. "Net als nagenoeg elke andere stad in dit land zie je overal vernieuwing. Alle oude wijken, de hutongs, gaan plat." Over Peking zegt hij: "Toen ik hier voor het eerst kwam wonen, zat ik in een compound met alleen maar buitenlanders, volledig afgeschermd van de rest van de stad. Je moest een pasje hebben om binnen te komen. Nu zit ik in een buurt die wat meer gemengd is." Toch voelt Peking als een dorp: je komt elkaar tegen in San Li Tun, de uitgaanswijk. Veel vrienden zijn vertrokken, naar Singapore, Australië, Zuid-Afrika. Dit is de stand van zaken. Zo zit de wereld op dit moment in elkaar. Ik wens u allemaal een goede vakantie.

Tagged with:
 

Peking–Moskou

On 4 september 2012, in internationaal, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gehoord in Moskou op 22 augustus 2012:

Tijdens de zesde en laatste workshop van de Moscow Competition van eind augustus 2012 werden we, geheel onaangekondigd, onthaald op een toegift van zusterstad Peking. Weiliang Shi, voorzitter van het Beijing Institute of Planning, bleek aanwezig en confronteerde ons met de verstedelijkingsproblematiek van Groot Peking. Twee vragen stonden in zijn presentatie centraal: ‘new cities or megacity?’ en ‘dissolve or agglomerate?’ Waren de vragen ingegeven door de discussie tijdens de Moskouse seminars? Het leek erop. De vraag of Moskou nieuwe steden moet bouwen of niet, en of Moskou moet decentraliseren of juist concentreren, stond immers centraal tijdens vrijwel alle presentaties. Groot Peking, zo werd ons duidelijk gemaakt, zal bestaan uit een enorme agglomeratie van bestaande stad en nieuwe steden die zich vergelijken laat met de grootste megaregio’s in Amerika en West-Europa. Uitsneden van nachtbeelden van deze continenten stonden keurig afgebeeld onder en naast de kaart van toekomstig Groot Peking, alsof de oostkust van China qua verstedelijkingsbeeld zal gaan lijken op dat van de Westerse wereld, dit gespreide beeld misschien zelfs moet overtreffen. De bijbehorende getallen spraken boekdelen. Een huivering ging door de zaal.

Moskou telt 12 miljoen inwoners, Peking bijna 20 miljoen. Moskou groeit naar 15 miljoen, de megaregio Peking telt straks misschien wel 40 miljoen zielen. Aan het eind van zijn presentatie bood Weiliang Shi aan om Moskou te helpen met zijn actuele urbanisatiestrategie, net zoals communistisch Moskou het communistische Peking zestig jaar geleden had geholpen bij het maken van zijn stedenbouwkundige plan. Het duurde even voordat de tolk de zin had vertaald. De Russische voorzitter knikte vervolgens lichtjes met zijn hoofd. Was het een beleefdheid of vatte hij het op als een belediging? Hoe dan ook, de rollen in de wereld zijn, wat ruimtelijke ordening betreft, definitief omgedraaid; dat werd die middag mij wel duidelijk.

Tagged with:
 

Wild tuig

On 30 november 2011, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 23 november 2011:

Opnieuw geeft Oscar Garschagen in NRC Handelsblad inzage in het leven van de gemiddelde arbeidsmigrant in de grote steden aan de Chinese oostkust. De migranten van het platteland die daar in groten getale werken, schrijft hij, mogen hun kinderen er niet op school doen. Daardoor leven veel kinderen nog op het platteland bij hun grootouders en moeten daar naar school. Hun vader en moeder zien ze slechts een à twee keer per jaar. “Communistisch China is een standenmaatschappij, een gespleten samenleving, waarin het geboorteregistratiesysteem (hukou) dat in de jaren vijftig door Mao Zedong werd ingevoerd een van de voornaamste breuklijnen veroorzaakt.” Over dit hukou-systeem schreef afgelopen zomer ook The Economist al uitgebreid, door mij opgetekend in mijn blog  over The Rat Tribe, (http://bit.ly/vKAmMN). Garschagen noteert acht miljoen rechteloze arbeidsmigranten in Peking, zeven miljoen in Shenzen en nog eens negen miljoen in Guangzhou. Daar komt bij dat het onderwijs in deze metropolen moderner, meer op het individu gericht is, dan op het platteland. De vier oudste en grootste economische zones hebben indertijd hun eigen schoolsystemen mogen ontwikkelen, die zij overigens zelf financieren. Terwijl het doorsnee onderwijs in China klassikaal is, gericht op feitenkennis en standaardexamens, is er in het onderwijs in deze metropolen meer ruimte voor Engelse taal, muziek, gymnastiek en kalligrafie. Iedere zaterdag protesteren de ouders voor het openbreken van het systeem. Tevergeefs. De autoriteiten vrezen een enorme toeloop naar de scholen, die zullen bezwijken onder de aantallen nieuwkomers. Inwoners van Peking, Guangzhou, Shenzen en Sjanghai noemen de migrantenkinderen ook wel ‘wild tuig’. De mensen die Garschagen spreekt denken dat het nog wel twintig jaar zal duren voordat het hukou-systeem wordt afgeschaft.

In The New York Review of Books van deze maand las ik een bespreking van het nieuwste boek van Ezra Vogel over Deng Xiaoping, waarin de auteur – de dissidente wetenschapper Fang Lizhi – het onderwijsstelsel dat Deng Xiaoping introduceerde uitgebreid hekelt. Weliswaar heropende Deng de universiteiten na de Culturele Revolutie onder Mao, dat wil niet zeggen dat hij pro-onderwijs was. Fang Lizhi noemt het hukou-systeem als bewijs voor zijn stelling. Veel kinderen zijn daardoor uitgesloten van onderwijs. Hij beschuldigt Vogel ervan hieraan geen aandacht te besteden. “Deng Xiaoping, the alleged ‘education reformer’, enforced this household registry system, and its consequences for education, to his dying day.” Overigens gaat het systeem niet terug op Mao, maar op de Japanse bezetter die de migratie naar de steden hoe dan ook wilde voorkomen, bang als ze was voor opstanden. De paradox is dat die opstanden nu dreigen juist vanwege het hukou-systeem. Het Chinese voorbeeld laat overigens mooi zien dat steden liefst hun eigen onderwijssysteem ontwikkelen en dat dat ook profijtelijk is. Natuurlijk is er veel te zeggen voor landelijke uniformiteit, maar het inspelen op de regionale economie daagt steden uit hun eigen koers te varen als het gaat om het opleiden van hun beroepsbevolking.

Tagged with:
 

Gone with the wind

On 18 november 2011, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘When a Billion Chinese Jump’ (2010) van Jonathan Watts:

De landing op de luchthaven van Peking, vroeg in de ochtend, vond plaats in een dichte mist. Het was 21 oktober. Later las ik de alarmerende berichten van Oscar Garschagen in NRC Handelsblad over de slechte luchtkwaliteit van Peking. In ‘In Peking is ademen gevaarlijk’ (7 november 2011) beschrijft hij “de steeds dikkere bruingroene, bij vlagen donkergele deken van stofdeeltjes, roet en woestijnzand” die hangt in de lucht boven de Chinese hoofdstad. Sinds 2000 is het aantal longkankerpatiënten in Peking met 57 procent gestegen. De lucht inademen is niet alleen ongezond, maar ook gevaarlijk. Rijke Chinezen keren de stad de rug toe vanwege de slechte luchtkwaliteit.

Dat is nog niet alles. Peking wordt ook serieus bedreigd door woestijnvorming. De droogte viel me op de luchthaven al op; het woestijnzand was mede de oorzaak van de deken van smog over de stad. In Jonathan Watts’ huiveringwekkende epos over de milieuvervuiling in China las ik dat de Gobi woestijn oprukt en de randen van Peking al heeft bereikt. Dit probleem is niet nieuw. Al sinds de oudheid hebben Chinese keizers gevochten tegen het zand. De lössgronden zijn gaan stuiven toen 5000 jaar geleden de bossen op grote schaal werden gerooid. “Soil erosion has turned vast expanses of Gansu, Inner Mongolia and Shaanxi into dust bowls. Beijingers feel the consequences every spring when the city is buffeted by sandstorms.” Gebrek aan water voelen alle zeshonderd steden langs de Gele rivier en ten noorden ervan tot aan de Grote Muur. De grondwaterstand daalt er gemiddeld een meter per jaar. 140 miljoen mensen worden hierdoor in hun bestaan rechtstreeks bedreigd. “The Yellow river civilization has been destroyed. People cannot survive on that river any more.” Hydro-ingenieurswerken moeten het tij keren, maar bedreigen op hun beurt hele landstreken. (President Hu Jintao is hydro-ingenieur, bijgenaamd President Water, premier Wen Jiabao is geoloog, bijgenaamd Premier Earth) “The loser is the ecosystem.” Watts ging er wonen. “Soon after arriving, I walked home before dawn one morning in a haze so thick I felt completely alone in a city of seventeen million people.” Vanaf dat moment wist hij het zeker. Alleen China kan de wereld redden.

Tagged with:
 

The rat tribe

On 19 oktober 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 25 juni 2011:

Veel opwinding in de kranten de afgelopen week over de groeivoorspelling van de Nederlandse bevolking door CBS en PBL. Een bevolkingstoename van de Randstad met nog eens 700.000 inwoners over vijftien jaar werd door de Volkskrant zelfs betiteld als een ‘razendsnelle’ groei. De krimp elders die ermee verband hield werd als een zo mogelijk nog groter probleem aangemerkt. Twee problemen dus. Ach arme. Laten we het liever hebben over China. China, met een bevolking van bijna 1,4 miljard zielen, staat aan de vooravond van een geleidelijke vergrijzing van de hele bevolking. De economische motor van het immense land werd tot nu toe aangedreven door een trek van bewoners van het platteland naar de grote steden. Die trek stagneert. En daarmee zal de economische groei afzwakken. The Economist zag afgelopen zomer het gevaar: “If China is not to stagnate, it will have to make a bigger effort to persuade rural dwellers to keep coming to the cities as its population ages ever more rapidly.” (In Nederland redeneren wij precies andersom: bij ons mogen de grote steden vooral niet te groot worden. Stel je voor dat we economisch zouden groeien!)

Bestaande systemen beletten de Chinezen om van het platteland naar de steden te verhuizen. Een zo’n systeem is hukou. Dit door de communisten ingevoerde systeem geldt zowel voor stedelingen als voor dorpelingen, al hebben de laatsten er de meeste last van. Officieel wordt er in China nog altijd collectieve landbouw bedreven. De boeren treden op als autonome landbouwproducenten, maar hun grond pachten ze van het collectief. Het collectief heeft alleen nog macht om de grond te herverdelen. Als een dorpscomité besluit dat een familie niet meer actief is, kan het de grond confisqueren. Families die naar de stad verhuizen verliezen zo hun grond en kunnen ook niet hun grond verkopen om hun verhuizing te bekostigen. Officieel is het systeem afgeschaft, maar de provinciale partijleiders handelen er niet naar, gehecht als ze zijn aan collectivisme. “Thoroughgoing land reform, of the sort that would enable farmers to cash in on the value of their farmland and establish permanent and prosperous lives in cities (and at the same time encourage larger-scale farming), thus remain struck.” Ook dipiao staat migratie in de weg. Bij dipiao, ingevoerd in 2005, worden dorpelingen gedwongen in flats te gaan wonen, om zo grond vrij te spelen voor de bouw van ‘een nieuw socialistisch platteland’. Twee miljoen boeren verloren de afgelopen vijf jaar hierdoor hun land. The Economist: “The new strategy often means the farmers are crammed into apartments with no backyards to raise chickens or store tools, and they face a longer journey to their fields.” Het Britse blad besluit met een voorbeeld uit Peking, waar de autoriteiten de migrantenpopulatie – eenderde van de totale stedelijke bevolking – verhindert om woningen en auto’s te kopen. Op deze manier hoopt men de prijsstijgingen te dempen. Uit veiligheidsoverwegingen sluit men bovendien de kelderappartementen, waar uitgerekend de migranten – “known as the rat tribe” – dikwijls leven. “China says it wants urbanization, and it certainly needs it. But even as some obstables are removed, new ones spring up.” Zou The Economist ook de belemmeringen in Nederland voor de trek naar de grote steden eens kunnen aangeven?

Tagged with:
 

Sangao

On 1 november 2010, in demografie, internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in Financial Times Deutschland van 29 oktober 2010:

Eerder schreef ik al over de stad als huwelijksmarkt. Mijn stelling is dat grote steden groeien omdat ze vooral als huwelijksmarkt dienst doen. De kans om mooie jonge mensen te ontmoeten is in een metropool nu eenmaal groter dan in een dorp of provinciestad. Het gevolg is dat mooie mensen naar de grote steden trekken, waardoor het effect wordt versterkt. Het gaat bij de trek naar de stad dus niet zozeer om het vinden van werk of een opleiding – dat is mooi meegenomen – maar om voortplanting. Nu wordt het bewijs van mijn stelling geleverd in China. Ruth Fend, correspondent van FT, bericht uit Peking hoe de demografische aardverschuiving aldaar zijn uitwerking heeft op de bevolkingssamenstelling van de grote steden. Door dertig jaar één-kind-politiek zijn er beduidend meer Chinese jongens dan meisjes. Men schat het mannenoverschot op 50 miljoen. Dat overschot concentreert zich in de grote steden. Wetenschappers waarschuwen al een tijdje voor het gevaar van geweld dat hieruit voort kan komen. Maar het probleem is nog groter als men bedenkt dat jonge vrouwen in de grote steden van China vaak hoogopgeleid zijn, financieel onafhankelijk en qua lichaamslengte steviger dan hun soortgenoten op het platteland. Zij worden ‘Sangao’ genoemd: ‘driemaal hoog’, dat wil zeggen hoog inkomen, hoge opleiding en hoge lengte. Vooral deze Sangao hebben moeite een geschikte partner te vinden.

Vandaar dat er sinds juli een Love Bus rondrijdt in Peking. De bus verzorgt een drie uur durende stop-and-go service op de derde ring rond de Chinese hoofdstad. Ongehuwde jonge mannen en vrouwen mogen er instappen en zich aan elkaar voorstellen door maximaal zeven minuten te spreken over zichzelf door de microfoon. Een soort van speed dating in het stedelijke fileverkeer. Elders in Peking adverteren ouders elke zondagmiddag in het park met de kenmerken van hun opgroeiende kinderen om een goede match voor hun zoon of dochter te kunnen maken. Het idee is griezelig, zeker in het vooruitzicht van de onvermijdelijke vergrijzing. Berekend is dat de enorme bevolking van China op afzienbare termijn zal krimpen. Zo rekent de ontwikkelingsbank ADB met een stijging van 60-jarigen en ouder in China van 100 miljoen nu naar 235 miljoen in 2030. Als mijn theorie klopt zal dit de trek van jongeren naar de steden alleen maar doen toenemen. Werk genoeg dus voor de Love Bus.

Tagged with:
 

Zelforganisatie

On 27 november 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord bij het Project Management Bureau van de gemeente Amsterdam op 27 november 2009:

Moeizaam uit bed opgestaan vanochtend. Ik moest een delegatie planners uit Peking ontvangen. Ze zijn in Amsterdam vanwege het congres The Urban Question, gisteren gehouden in de Zuiderkerk. Niet minder dan de directeur Stadsontwikkeling van de Chinese hoofdstad, mevrouw Huang Yan, voerde de kleine delegatie aan. Amper bekomen van de Olympische Spelen en zichtbaar opgelucht of, zoals de meeste Chinezen die ik ken, vrolijk en uitgelaten, hoorden ze m’n verhaal aan.

Wat ik gisteravond bij D66 aan tafel de aanwezige Amsterdammers niet kon vertellen, vertelde ik de Chinezen nu. Dat Amsterdam de meest complexe stad ter wereld is, dat Amsterdam tevens de meest democratische stad ter wereld is en dat die twee eigenschappen alles met elkaar te maken hebben. Alles gebeurt hier bottom up, aan de poldertafel. Amsterdam is daarmee het tegenovergestelde van Peking: allesbehalve een "Imperial City". Ik bedoel: het verkeer in Peking tot staan brengen, zoals men van de eerste president van Europa verlangt, is helemaal niet moeilijk – het gebeurt er dagelijks als willekeurig welke hoogwaardigheidsbekleder de Chinese regering bezoekt -; veel moeilijker is het om zoiets in Amsterdam te proberen! Maar dat vertelde ik niet. Schaterlachend riep mevrouw Huang Yan, die het ineens dacht te begrijpen, me toe: "So you don’t need a government at all!"

Tagged with:
 

Hemel boven Peking

On 10 februari 2008, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 26 januari 2008:

Komende zomer zijn we getuige van de Olympische Spelen, ditmaal in Beijing, in NRC Handelsblad overigens nog steeds gespeld als Peking. De krant meldde dat de Chinese metropool dit jaar vanwege die Spelen streeft naar 256 ‘blauweluchtdagen’, zoals op deze unieke satellietfoto. Dat zou namelijk ongekend zijn, want de stedelijke economie van Beijing is kolengestookt, dat wil zeggen dat vrijwel alle huishoudens nog kolen stoken. Boven de stad hangt bijna permanent een dikke smog, zoals er in de jaren vijftig boven Londen ook vette smog hing en er daar in één jaar meer dan vierduizend mensen kwamen te overlijden aan de gevolgen van de vieze lucht. Beijing anno 2008 is erger. Het is niet alleen de kolengestookte boilers van de zestien miljoen inwoners die de stadse lucht daar vervuilen, de Chinezen zijn ook nog eens autogek. Er rijden op dit moment al drie miljoen auto’s in Beijing en elke dag komen er meer dan duizend auto’s bij. Langs de randen van de metropool staan zeker acht kolengestookte centrales hun vieze roet de hemel in te blazen. En dan is er nog de grootste staalfabriek van China die op nog geen twintig kilometer afstand van het Plein van de Hemelse Vrede dikke pluimen rook de lucht in spuuwt. Om het nog hopelozer te maken: de chinese economie groeit als kool.

Omdat het IOC een schonere lucht eist, zijn de 256 blauweluchtdagen per jaar door de Chinese hoofdstad als belangrijk streven geformuleerd. En de acties van de stad zijn ongekend. Of het voldoende zal zijn wordt ook door de krant betwijfeld. Desalniettemin wordt er op grote schaal luchtkwaliteit gemeten, wordt industrie verplaatst, wordt een metrostelsel aangelegd, wordt energie voor de stadions en het Olympische dorp duurzaam opgewekt – het geheel van maatregelen is opnieuw een voorbeeld van hoe metropolen enorme slagvaardigheid kunnen tonen (als het moet) en in staat zijn de levensomstandigheden van miljoenen mensen in korte tijd te verbeteren. Wat het vervuilde Athene destijds naliet (Groene Spelen), gaat de Chinese miljoenenstad Beijing misschien wèl lukken: 256 blauweluchtdagen per jaar voor zestien miljoen mensen binnen bereik brengen in een tijdsbestek van amper vijf jaar!