Hoe duurder de stad, hoe duurzamer

On 15 september 2018, in duurzaamheid, energie, by Zef Hemel

Gelezen op NU.nl van 25 september 2015:

 Afbeeldingsresultaat voor energieverbruik in grote steden relatief laag nu.nl

Bron: Binnenlands Bestuur

In Nederland lijkt iedereen ineens hard aan een zogenoemde energietransitie te werken. Er is heus kabinetsbeleid, er is een Klimaatberaad, er zijn nationale Klimaattafels, er zijn overal warmteregisseurs aangesteld, er is zelfs een SER Energieakkoord, alle gemeenten en provincies moeten aan de bak. Wat is er gebeurd? De opstand in Groningen tegen de gasboringen heeft in Den Haag grote opschudding veroorzaakt. Heel Nederland moet plots van het gas af. De energietransitie heeft de trekken van een nationaal deltaplan, maar dan een plan zonder veel middelen. Vergeten daarbij wordt dat het energiegebruik nogal verschilt per woning en per regio. Saillant is dat het elektriciteits- en gasverbruik per woning in de grote steden aanzienlijk lager is dan elders in het land. Uit cijfers van het CBS blijkt bijvoorbeeld dat het gasverbruik van woningen in Amsterdam en Rotterdam rond de 850 kubieke meter ligt, terwijl het nationale gemiddelde op 1.200 kubieke meter ligt. In Amsterdam is het elektriciteitsverbruik het laagst: 2.350 kWh van alle gemeenten in Nederland. Waar rond de grote steden stadsverwarming is, is het verbruik ook lager, zoals in Purmerend en Almere. De verklaring van het opmerkelijke verschil is eenvoudig. Inwoners van de grote steden beschikken gemiddeld over minder vierkante meters woonruimte en leven vaker in appartementen. Wonen in de grote stad is gewoon duurzamer.

Een vrijstaande woning, meldt het CBS, verbruikt dubbel zoveel energie als een stedelijke appartement. Dat vond ik opmerkelijk. Ook uit recent Amerikaans onderzoek blijkt dat ruimtelijke ordening een flinke invloed heeft op het energieverbruik dat nodig is voor het verwarmen, koelen en verlichten van woningen, kantoren en andere gebouwen. Hier de link naar het onderzoek: ‘Global scenarios of urban density and its impacts on building energy use through 2050‘ . De grote lijn is dat het energieverbruik per persoon lager is als de bevolkingsdichtheid hoger is. Bijkomend effect van een hogere dichtheid is dat mensen vaak kleiner gaan wonen, omdat grond en woningen duurder zijn. En wie kleiner woont, verbruikt minder energie. Op het platteland, zo las ik in Binnenlands Bestuur, stoken mensen niet alleen meer vierkante meters, ze gebruiken ook nog eens gemiddeld méér elektrische apparaten. En dan hebben we het nog niet eens over het geringere autobezit in grote steden en het hogere aandeel openbaar vervoer. Kortom, je kunt dus flink energie besparen met bewuste stadsplanning. Door het ruimtelijke beleid te richten op groei van de grote steden in de Randstad kan de regering bevorderen dat er structureel flink op energieverbruik wordt bespaard. Gek dat in die hele nationale energietransitiediscussie daar nou niets over wordt opgemerkt. Alsof er geen grote steden en geen ruimtelijke ordening bestaan.

Tagged with:
 

All Too Human

On 7 mei 2018, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De middellandman’ (2017) van Nico Haasbroek:

Afbeeldingsresultaat voor all too human tate catalogue

Bron: Tate Britain

Hoe ziet armoede er tegenwoordig uit? Afgelopen week zocht ik naar de zelfkant van de samenleving tijdens mijn bezoek aan Londen. Zelf woon ik in een arme buurt in Amsterdam, aan de zuidkant van de Pijp. Eerder schreef ik over de Rotterdamse journalist Nico Haasbroek. In ‘De middellandman’ onderzocht ook Haasbroek armoede en eenzaamheid in zijn eigen buurt. Dat viel niet mee. Dat moeizame beeld herken ik. Toen Nico de New York-Londense sociologe Saskia Sassen rondleidde door Middelland zag ook zij geen armoede op straat. Arme mensen schamen zich, concludeerde Nico. Sterker, het is een taboethema. Waarna hij zijn tanden zette in het onderwerp. Zo sprak hij met armoedeonderzoekers van de Erasmus Universiteit, een wijkagent, de medewerkers van een koffiehuis. Ze vertelden hem dat hij op de gordijnen moest letten. Hangen er dekens of hangt er niets, dan is het raak. Armoedestrategieën, leerde hij, zijn bezuinigen, delen, slim gebruik maken van regels en instanties, meedraaien in de informele economie. Van een verkoper van straatkranten begreep hij dat een bedelaar misschien veel geld bij elkaar bedelt en weinig kosten maakt terwijl iemand met een enorme hypotheekschuld diepongelukkig kan zijn. Armoede is relatief, concludeerde Nico. En dan is er de wijkagent.

Ze kunnen overal zitten, zegt de wijkagent. Van hem leert Nico dat je veel moet lopen. Alleen op straat leer je de armoede kennen. Ook leert hij over het trekken van grenzen. Een politieman moet soepel en tactisch reageren, maar ook net iets scherper zijn dan de jongens in de buurt. Zwart-wit denken helpt niet. “Ik ga als agent nooit te ver. Het blijft altijd bij bijna.” Die uitspraak vond ik treffend. Volgens de wijkagent is Middelland ‘soms een donkere wolk maar wel met gouden randjes’. Bewoners houden verslaafden in de gaten, hulpverleners werken in sociale teams aan notoire probleemgevallen, de wijkagent is lid van tal van beheerplatforms in de wijk. De sociale cohesie in Middelland, stelt Haasbroek vast, is redelijk goed, dat komt doordat de mensen er redelijk mixen, de problemen vallen mee, er zijn nog sporen van een drugsprobleem, maar die lossen op. Problematisch zijn vooral opgroeiende kinderen van alleenstaande moeders. Zijn uitgebreide armoedeverslag deed me denken aan de schitterende tentoonstelling die ik afgelopen week zag in Londen. In ‘All too human. Bacon, Freud and a Century of Painting Life’ in de Tate Britain stuitte ik op een generatie schilders de menselijke figuur schilderden in zijn alledaagse omgeving. “Embracing the visual and tactile qualities of paint, these artists set out to explore what it is that makes us human.” Bij het zien van al die schilderijen viel me weer eens op hoe ongelooflijk arm het naoorlogse Londen was.

Tagged with:
 

Buurtverslaggever Haasbroek

On 6 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De middellandman’ (2017) van Nico Haasbroek:

Afbeeldingsresultaat voor middellandman haasbroek

Radiomaker en buitenlandcorrespondent Nico Haasbroek is een liefhebber van steden. In het verleden was hij correspondent in New York, Istanbul, Barcelona en Berlijn, tegenwoordig woont Nico weer in zijn eigen Rotterdam. Afgelopen jaar schreef hij een lezenswaardig boek over zijn wijk, de wijk Middelland. Een exemplaar stuurde hij me toe. In ‘De middellandman’ verkent hij zijn buurt op microniveau in honderd dagen. Dat begint met een wandeling langs de grenzen van Middelland: de tunneltraverse, de probleemzone, het huis van Fortuyn, en krijgt een vervolg in zijn boekenkast, zoals: wat is er ooit geschreven over de wijk Middelland, schepping van stedenbouwkundige De Jongh? Ook doet hij verslag van een aantal buurttalkshows over de toekomst van zijn buurt. En aan de Rotterdamse Volksuniversiteit ontwikkelde hij een cursus over hoe je een buurt kunt veranderen en verbeteren. Verder maakte hij wandelingen met onder anderen Frans Soeterbroek en met Saskia Sassen (te lezen in ‘Saskia als Middellandvrouw’). Het staat allemaal in dat ene boek, dat als een intiem en bescheiden dagboek is opgezet en vormgegeven. Buurtverslaggever spelen, schrijft Haasbroek in het voorwoord, is een onderschatte functie. Met zijn boek wil hij dit beroep nieuw leven inblazen. “Want levendige wijken (en steden) waar het goed toeven is, zijn in een globaliserende wereld meer dan ooit noodzakelijk.” En zo is het.

Misschien wel het mooist vind ik Nico’s column die hij schreef voor Blvd en die opnieuw staat afgedrukt in zijn boek. Daarin doet hij het voorstel om de Mathenesserlaan ‘totaal te veranderen’. Geen spoor van NIMBY bij Haasbroek. Ik lees alleen maar plezier en grootstedelijke interesse. Hem staat iets voor ogen wat hij in Barcelona en Berlijn zo heerlijk vond maar wat hij in het naoorlogse Rotterdam nog altijd mist: een heerlijke lange wandelboulevard vol met terrassen, winkels, theaters, koffiehuizen en restaurants. Straten met woonhuizen, stelt hij voor, moeten van karakter kunnen veranderen, dus het bestemmingsplan voor een deel van zijn eigen Middelland moet worden opgeheven, de middenbaan van de laan zal voetgangerszone worden en de huizen en gebouwen langs de laan mogen vanaf 2020 veranderen in winkels, theaters en horeca. Haasbroek: “Met deze visie spaar ik mezelf niet, want ik woon in het gedeelte dat ik op de schop wil laten nemen. Het kan ook gevolgen hebben voor mijn tot nu toe gelukkige huwelijk. Wordt mijn eigen huis een boekwinkel of bistro? Moet ik die nering zelf gaan runnen en in het souterrain gaan wonen? Ik vrees dat ik Middelland zal moeten ontvluchten, ook al is het een top-idee.” Nico is in de weer met een buurtbegroting en een bewonersvereniging die buurtideeën moet helpen realiseren. Over Middelland maak ik mij geen zorgen.

Tagged with:
 

Ant City

On 4 oktober 2017, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Public Private van najaar 2015:

Afbeeldingsresultaat voor mierenstad rotterdam

 

Vorige week een lezing gehouden op de Design Academy Eindhoven. Daar kreeg ik bij toeval een nummer in handen van Public Private, een publicatie van een van de acht ontwerpafdelingen. Het nummer uit najaar 2015 ging over ‘Urban Rituals’. Bij een van de bijdragen bleef mijn oog steken. Kennelijk is het me ontgaan, maar in juli 2015 was in Rotterdam gedurende enige maanden de ‘Mierenstad’ te zien geweest. Mierenstad was een werk van Lucas Zoutendijk en Eveline Visser, twee jonge ontwerpers van de Design Academy uit Eindhoven. Hun stad betrof een grote kaart van Rotterdam, opgebouwd uit piepschuimplaten waaruit de straten met een computer waren gestanst en vervolgens met zand en leem waren opgevuld, alles ingeklemd tussen twee glasplaten. In de kaart liepen 1300 Spaanse mieren vrij rond. Ze voedden zich met luchtgaten en capsules met suikerwater in de randen. Omdat er geen koningin was, is de kolonie op een gegeven moment uitgestorven. Maar uit de berichten begrijp ik dat in de tijd dat de mieren te zien waren geweest, ze enorm veel bekijks hebben getrokken. Langzaam aten ze delen van de kaart op of verlegden ze routes. Hoe de eindsituatie er moet hebben uitgezien kan ik slechts gissen.

In een uitzending van Vroege Vogels vertelde Zoutendijk – dat was nog tijdens de expositie – dat hij vooral tevreden was geweest met hoe de installatie had gefunctioneerd als communicatiemiddel, minder wat de mieren nou precies hadden aangericht. De kaart was geplaatst geweest in het Office for Metropolitan Information in het Rotterdamse stadscentrum. Daar had hij onmiddellijk de aandacht getrokken van bezoekers; veel bezoekers waren daarop spontaan gesprekken begonnen over de stad, haar toekomst, haar ambities en haar plannen. Doordat de mieren chaos creëerden in de stadsplattegrond en als het ware spot dreven met bestuurders en planologen, moeten de mensen het gevoel hebben gehad dat ze eindelijk vrijuit over hun stad konden spreken en dromen. Humor en informaliteit hielpen de geesten los te maken. Ik had die gesprekken met mijn studenten graag willen opnemen om ze vervolgens grondig te analyseren. Het had mij niet verbaasd als daaruit heel veel verstandige dingen waren gekomen. Iets als collectieve intelligentie. Opnieuw was aangetoond geweest dat kunst heel goed kan bemiddelen in processen van stedelijke planning.

Tagged with:
 

Philadelphia Blues

On 3 juni 2016, in economie, by Zef Hemel

Read in NRC Handelsblad on 24 May 2016:

 

Pia de Jong is a Dutch columnist living in Princeton, New Jersey. Her weekly writings in NRC Handelsblad are on events happening in her personal and family life. Every Tuesday I read them. Last week she wrote about her recent visit to Philadelphia. I loved this one. Her subject was the SS United States. The old steamship, dating from 1952, is lying in the harbor of Philadelphia. Its owner, the SS United States Conservancy, wants to renovate it, hoping it will navigate and cross the oceans again. But its interior is full of PCB’s and asbestos, and its decorations and furniture are all gone. It will cost a fortune to bring the ship back in its old condition. And Philadelphia is a poor city in the Eastern Rust Belt region. So this huge boat lies there rusting already for more than two decades now. The US Conservancy announced in October 2015 that the ship would be sold to a scrapyard if there was no buyer. Will it be saved? De Jong ends her column by comparing the condition of the ship with the condition of the USA, and the owner of the SS United States with Donald Trump. Can they make America great again?

In Philly.com I read an article about a deal concerning the steamship that has been announced in February 2016. It was news nobody expected. The Los Angeles-based Crystal Cruises then signed an option agreement with the SS United States Conservancy that it would turn the old vessel into a luxury cruise ship. In 2018 passengers will be able to board the old Grand Lady again, designed by the famous naval architect William Francis Gibbs. The project’s cost is estimated at more than 700 million dollars, and a 600-person crew will run the vessel. In five months we shall know if the deal will result in further negotiations. It reminded me of another ship, lying the Rotterdam harbor, the SS Rotterdam. A local housing corporation had decided to renovate it. The renovation costed 230 million euro, so it ended as a scandal. And what about poor Philadelphia? According to Brookings Institution, Philadelphia economic growth is among the worst. In 2013 it ranked 250th for economic growth of the world’s 300 biggest metropolitan economies. Rotterdam ranked 292nd. That was after the crisis. Both cities didn’t recover. They better not invest in ships.

Tagged with:
 

Jane Jacobs again

On 1 april 2016, in economie, by Zef Hemel

Read in OECD Territorial Review of the Metropolitan Region Rotterdam-The Hague (2016):

With the financial support of the Ministry of Interior Affairs in The Hague, the OECD published a report on the regional economy of the two Dutch neighboring cities Rotterdam and The Hague. It’s worth reading, especially for the students  following my course on global cities at the University of Amsterdam. How competitive are these two cities in the South Wing of the former Randstad area or, better, why do they lack competitiveness? The OECD concludes that “the distinct socio-economic profiles of Rotterdam (centred on the port and logistics activities) and The Hague (specialised in public administration and services) have contributed to weak functional integration of the MRDH area,” and also the “two cities have not traditionally considered themselves as natural partners”. Commuting flows between the two cities are extremely low, even though the distance between them is less than 30 kilometres. And yes, it’s the most densiliy built area in the Netherlands. ”However, the MRDH lags behind the Dutch average in terms of educational attainment, disposable income and employment.” Globalization is testing the capacity of city-regions to exploit their comparative advantages. MRDH is losing ground. “It has struggled to recover from the 2008 global crisis and continues to be outperformed by other metropolitan areas in the Randstad.”

So what does the OECD advise the Ministry and its two cities? Its key recommendations are:  it’s a long way to go, and best would be “focusing inward to promote greater integration of the MRDH while looking outward to boost the national and international profile of the region”. Personally I hope they will not boost the national and international profile too much. The two cities are quite good at that already. Better look inward. That’s also what I teach my students, I mean, the sustainable development of a city-region requires giving greater attention to the creation and conservation of regional wealth. Especially now that globalization is testing regional economies, big projects are no help, nor does city marketing. Focus on your regional assets. So let’s quote the great American planner John Friedmann, who wrote: “Sustainable development is never bestowed from the outside but must be generated from within the regional economy itself.” Or I would suggest reading Jane Jacobs again: Cities and the Wealth of Nations, 1984.

Tagged with:
 

Elephant Cities

On 20 maart 2016, in duurzaamheid, Geen categorie, wetenschap, by Zef Hemel

Read in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) of Jane Jacobs:

At the Pakhuis de Zwijger meeting of last Friday, Nikki Brand and Jaap-Evert Abrahamse criticized my ‘plan’ for doubling the size of Amsterdam. Sure, I have to admit, I did not respond to their anxiety Amsterdam will turn into an ‘elephant city’ by letting it grow from one million inhabitants into two million within thirty years from now. By calling the enlarged Amsterdam an elephant city, they referred to Jane Jacobs, who wrote in ‘Cities and the Wealth of Nations’ that elephant cities are the result of faulty feedback systems. Her theory was that some cities would profit more from the national currency and get the right feedback, while other cities don’t. Paris, London, Sydney and Toronto are all one brain-stem breathing centers: so-called elephant cities. “Whichever city in a nation happens to be contributing most heavily to the international export trade is apt to be the city whose needs are best served by the national currency.” As far as small countries are concerned, she wrote, this was not really a problem – think of Finland (Helsinki), Sweden (Stockholm), Norway (Oslo) or Denmark (Copenhagen) –, but in big nations most cities will become inert and provincial because they get less feedback. How lucky we are, the Low Countries with our Ring City!

Amsterdam becoming an elephant city? Since the introduction of the euro in 2000 there is no Dutch currency any more, so Amsterdam cannot be or become an elephant city that is profiting exceedingly from the currency system. Two: a city of 2 million in a small country of 17 million people should not be disquieting. Three: it’s only normal that there is one city the biggest in the national city-ranking, and according to the rank-size rule the biggest has double the size of the second biggest city. In every country in the world this Zipf’s Law holds. Only in the Netherlands, Amsterdam is just a tiny bit bigger than Rotterdam, which is abnormal. Four: In the future the Dutch pattern will resemble more the Danish, Norwegian, Swedish and Finnish pattern, which is one of the city-state. Nothing wrong with that. And five: Jane Jacobs wrote she had just presented a hypothesis, so her theorising might be false. But she was right in pointing at the fact that elephant city-region patterns create miserable resentments and exacerbate bitterness or hatreds. The doubling of Amsterdam will not go unnoticed. By the way, what’s wrong with elephants? Wanna know more about Zipf’s Law? Read ‘A Tale of Many Cities’ of Edward Glaeser: http://economix.blogs.nytimes.com/2010/04/20/a-tale-of-many-cities/?_r=0

Tagged with:
 

Winners and losers

On 12 maart 2016, in economie, by Zef Hemel

Read in ‘De verdeelde triomf’’ (2016) of Planbureau voor de Leefomgeving:

The Netherlands Environmental Assessment Agency in The Hague published its yearly spatial report last week. This year’s theme is urban inequality and justice: when economic inequality between cities and between cities and regions is growing, is it good or bad? The title of the report refers to Edward Glaeser’s ‘Triumph of the City’ (2011), but its content is largely inspired by Enrico Moretti’s The New Geography of Jobs (2012). The American neoliberal triumph of cities in the Netherlands is much milder, but an unequal one too. The winners are Amsterdam and Utrecht, but the report does not highlight this too much. In a subtle way the autors even seem to critize the triumph (it is unfair) or should I say, their approach is a Calvinist one in the sense that they think it is almost sinful to celebrate the economic success of some big cities, and that we should always keep in mind that there are other cities that lack this potential and stay poor. We live in an egalitarian country. So their conclusion is: it’s up to politics to decide whether it’s troublesome or not. And don’t forget, in policy terms it is best to focus on people, their capabilities, not on geography.

An intermezzo in the report is on four major inner-city projects in the Netherlands: Zuidas and Wibautstraat in Amsterdam, and Kop van Zuid and Weena in Rotterdam. It is worthwile to study this chapter closely because it is meaningful. In the Fourth Report on Spatial Planning (1994), Zuidas ànd Kop van Zuid were to become two new, ambitious Central Business Districts in the two biggest cities of the country, like Canary Wharf in London and La Défense in Paris. The government didn’t dare to chose, so it promised to support both cities in their efforts to develop a costly CBD (so do it half). The conclusion after twenty years is that Zuidas is booming, but that Rotterdam’s Kop van Zuid is primarily a public-oriented development: almost 50 percent of all the jobs there are government-related, while in Amsterdam this is only 4 percent. Meanwhile, Weena and Wibautstraat had to reinvent themselves. In terms of new jobs Wibautstraat is extremely successful, with a great mix, while Weena is in a danger zone. The amount of vacant floor space there is alarming: 25 percent (on Wibautstraat only 5 percent). What does the government agency conclude? You really should read the full report.

Tagged with:
 

Sleepwalkers

On 25 augustus 2015, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Read in Forum (VNO NCW magazine) of 20 August 2015:

 

Bingo! Three in two days: first ‘Alle kaarten op Amsterdam?’ (‘Amsterdam only?’) in Forum, magazine of Dutch employers union VNO NCW, second, on saturday, the Vonk-special of de Volkskrant on ‘De verhipte stad’ (‘The kinky city’) and three: ‘Rotterdam is hot’ in the Amsterdam based newspaper Het Parool. Which city wins? (Which city do you hate?) You get the feeling a national battle between cities is going on, between Amsterdam and Rotterdam in the first place. Forum journalist Paul Scheer comes from Rotterdam, so his interview with me was very much biased. Headline: ‘Alleen Amsterdam kan meekomen’ (‘Only Amsterdam has a chance’). Stupid of course and, yes, something to feel sorry about. De Volkskrant made fun of it: ‘Dure huizen, rijke mensen, koffietentjes en yoga. Veel yoga’ (‘Expensive houses, rich people, coffee shops and yoga. Much yoga’). Message: Amsterdam works like a magnet (picture: Jasper Rietman). According to the national newspaper there are two categories of people nowadays: those who are living in Amsterdam, those who are not yet living there.

De Volkskrant presented five statistics that illustrate there is something going on in Amsterdam: fast growth of the Amsterdam population, local workforce is becoming international, lots of immigrants from western countries, housing prices steeply rising, housing market becoming a buyers market. These are all facts you cannot deny. The difference between Amsterdam and the rest is growing bigger. Amsterdam should double its size. In Het Parool though the Rotterdam marketing machine behaved in an agressive way: ‘Amsterdam thinks it is happening there, but that will change. When I see Amsterdam news, it is often negative’. How sad. This national battle between the Dutch lilliputter cities is pitiful and lacks the global dimension. By the way, Rohan Silva warned Mr. Cameron that London could follow New York and lose its creative class. “In New York, people are decamping to LA and I think we’ve really got to be careful in London that people don’t pick another city and choose to go there. Because the moment a city starts to lose its artists, things can fall apart and the city might lose its edge." (Dezeen 23 May 2015). But Rotterdam is not LA and Amsterdam is not New York. It made me think of Christopher Clark’s ‘The Sleepwalkers’, in which this Australian historian described the confrontational attitude of European nations and empires on the eve of the Great War: cities behaving irresponsible, like nation-states.

Tagged with:
 

Back on the map

On 28 mei 2015, in economie, stedenbouw, by Zef Hemel

Seen in Belgrade, Serbia, on 23 Mai 2015:

 

What is the difference between Belgrade waterfront and Rotterdam Kop van Zuid? Not much. Both are proud cities. Both lack a powerful economy. Both want something special, some icon, something new, to let the world know they are still attractive. Both developed bold plans that consist of glamourous highrise development on the waterfront in an area that could be described as a brownfield situation where the land value is low. Everything looks unreal, too expensive, too big. In Rotterdam (600.000 inhabitants) planning started at the end of the seventies, in Belgrade (2 million inhabitants) around the same time. Both plans need costly public infrastructure: bridges, metro, land clearance, otherwise it would never work. Because Dutch government was willing to pay, Rotterdam could start building its Kop van Zuid in the early nineties. Belgrade had to wait for the end of the Balkan war. Now it seems to have found its private money. Developers from the United Arab Emirates pour in. Everybody knows that this could not be done without the help of promises, tax reductions, soothing gifts, special laws. Citizens will have to pay for it anyway.

So in the end there remains this one big question: does it work? Can it boost an economy? Does it make the city any better? And does it improve the lives of its citizens? We don’t know. There will be a shopping mall, so people will start consuming, but shops in the inner city will go bankrupt. Tourists and visitors from abroad will come to spend their money. Belgrade might even become a regional centre in Southeastern Europe. You never know. Air Serbia is in arab hands now; its new owners are introducing transfer traffic, turning Belgrade airport into a minor regional hub. Was it really worth all the public money? Time will tell. Kop van Zuid at least costed a fortune (a bridge and metrostation of 500 mio euro, a palace of justice, a harbour office tower, subsidized housing etc.). In the end the most important goal was to put the city ‘back on the map’. A kind of global citymarketing. Just want to remind you of John Friedmann’s words: “Sustainable development is never bestowed from the outside but must be generated from within the regional economy itself.” This, the American planner wrote in 2004, was the key point in Jane Jacobs’s analysis with which he was in full accord. So am I.

Tagged with: