Beyond Big Plans

On 27 februari 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

 

Gehoord op 20 februari 2017 op de Universiteit van Amsterdam:

Nederland exporteert de laatste tijd zeer grootschalige gebiedsontwikkeling naar Azië. Wat in VINEX ooit klein begon, is nu internationale big business, althans het ingenieursdeel ervan. In haar gastcollege op de UvA besteedde stedenbouwkundige Hyeri Park veel aandacht aan Seun Sangga, de buurt met het langgerekte modernistische bouwwerk in het oude stadscentrum van Seoul, Zuid-Korea. Samen met andere Koreaanse architecten had zij gestreden voor het behoud van dit unieke erfgoed uit de jaren ’60. Het congres dat ze drie jaar geleden daarover organiseerde, heette niet voor niets ‘Beyond Big Plans’. Het behoud van het monument is inmiddels verzekerd. Nu is haar stedenbouwkundige bureau (KCAP uit Rotterdam) verwikkeld in een competitie rond een reusachtige kavel die grenst aan het bouwwerk, juist in de hoek waar deze een oude Confusiaanse schrijn raakt. De tempel, Jongmyo geheten, staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco (foto, achtergrond) en maakt dat de bouwhoogte in de aangrenzende buurt is gelimiteerd. De oude buurt zelf is verlopen en bestaat uit allemaal kleine ambachtelijke bedrijfjes: restanten van een typisch werkgebied in het stadscentrum dat al jaren worstelt met snel stijgende grondprijzen en waarvoor al vele plannen voor sloop en grondige vernieuwing zijn gemaakt. De kavel bestaat uit een labyrint van stegen en gebouwtjes (foto, rechts). De plot is verdeeld over vele eigenaren. Als het gevolg van het behoud van Seun Sangga en de recent verworven monumentenstatus van het tempelcomplex is een nieuwe situatie ontstaan die een alternatief stedenbouwkundig plan nodig maakt dat rekening houdt met de omgeving. Het vorige bestond uit een reeks van hoge glazen torens. In het college toonde ze haar ontwerp.

In het Nederlandse ontwerp zijn de historische straatjes bewaard gebleven en is de bouwhoogte gelimiteerd tot 70 meter. Ook is het gebouw duurzaam gemaakt doordat het regenwater wordt opgevangen en opnieuw gebruikt. Onder de hele kavel is de kelderruimte uitgespaard, bedoeld om de archeologische resten van de middeleeuwse bebouwing te kunnen laten zien. Seun Sangga maakte namelijk deel uit van het oude keizerlijke Seoul (het keizerlijke paleis staat even verderop). Desondanks valt op dat het ontwerp feitelijk één kolossaal bouwwerk betreft, in totaal gaat het om liefst 280.000 m2 (dat is 14 maal de Amsterdamse Bijenkorf). Haar gevraagd naar wat er met al die ambachtelijke bedrijfjes gaat gebeuren, vertelde ze me dat die onlangs al het veld hadden geruimd; ze waren door de ontwikkelaar een voor een uitgekocht. De reusachtige kavel – ooit een stad op zichzelf – zou over een tijdje in één keer worden ontwikkeld, de constructie ervan mocht niet langer dan drie jaar duren. Waarom die snelheid en grootschaligheid? De ontwikkelaar, legde ze me uit, had enorme kosten gemaakt, de rentemeter tikte, het kon helaas niet anders. Om voorbij de grote schaal te komen moet er in Seoul dus meer gebeuren dan het maken van goede architectuur. Nodig is een andere grondpolitiek en stedelijke planning. Die zou Nederland ook eens moeten exporteren.

Tagged with:
 

Gehoord van Hyeri Park op de Universiteit van Amsterdam op 20 februari 2017:

SMA_Urban Areas_1980.pngSMA_Urban Areas_2010.png

Source: Albert Han, University of Calgary

Met een eenvoudig vergelijkend schema gaf de Koreaanse stedenbouwkundige Hyeri Park in haar gastcollege op de Universiteit van Amsterdam het verschil aan tussen de Randstad en Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. De eerste stelde ze voor als een regionale stad met een groen midden, de tweede als een metropool met een grootstedelijk centrum en een heuse groengordel. Beide groene ruimtes moeten de verstedelijking intomen. In Seoul werd de groengordel in 1971 door de militaire dictatuur ingesteld, op 15 kilometer afstand van het stadhuis, om vijand Noord-Korea op een veilige afstand te houden en een ruim schootsveld rond de stad te creëren. Buiten de groengordel is Seoul echter al die tijd gewoon door blijven groeien. In de jaren zeventig en tachtig haalde de hoofdstad groeicijfers van liefst 100 procent. Seoul, kortom, is een echte metropool die zich weinig aantrekt van welke planologische limitering dan ook. Zelfs dictators lukte het niet de stedelijke groei te bedwingen. De problemen die de rigide planologische maatregel hebben opgewekt zijn echter aanzienlijk. In Seoul heerst een enorme woningnood. Inwoners van Seoul leven opeengepakt, in een enorme dichtheid. Woningen tegen betaalbare prijzen zijn er niet. Alle goedkope buurten zijn geherstructureerd en inmiddels schreeuwend duur geworden.  Hyeri Park liet in haar presentatie zien hoe arme mensen in Seoul doorgaans wonen: weggedrukt, in cabines zonder ramen, achterin werkplaatsen en winkels, verstoken van licht en zuurstof, de meesten echter ver buiten de groengordel in de bergen.

In de jaren ‘90 werd 1424 km2 van de groengordel door de regering prijsgegeven, waarvan 153 km2 voor de uitbreiding van Seoul. Dat was echter slechts 1,3 procent van het totale oppervlak van de hoofdstad, dus een druppel op de gloeiende plaat. Deze bescheiden ingreep leidde onmiddellijk tot scheve ogen onder de grondbezitters in de groengordel die niet mochten uitbreiden. Sindsdien zijn er conflicten tussen de regering en de lagere overheden. Yehyuan An, een promovenda in planning, schreef er in 2015 een proefschrift over. Haar conclusie: “Taken as a whole, Seoul’s greenbelt policy is fundamentally inequitable. The policy was an authoritarian government’s top-down planning and an inoperable system from its birth.” Planners, schreef ze, zouden minder stringent moeten vasthouden aan de groengordel en moeten inzien dat er ook nog andere perspectieven zijn. Ook de Candese promovendus Albert Han schrijft op zijn blog over de grote maatschappelijke kosten van de Koreaanse groengordelpolitiek (Han, Albert T. 2016. “Evaluating the Urban Growth Management Policy: Greenbelt Relaxation Policy of Seoul Metropolitan Area of South Korea.”Journal of Planning Education and Research, submitted February 5th, 2016.) Zeker, voor een groene ruimte in de randen van de megapolis valt iets te zeggen, maar niet tegen elke prijs. De sociale kosten als gevolg van de stijgende grondprijzen en woningschaarste zijn aanzienlijk. Ook de reisafstanden als gevolg van de beschermende groenpolitiek zijn een grote last voor velen. Wat heet, het zeer dichtbebouwde Seoul is op dit moment niet alleen een van de grootste, maar ook een van de duurste steden op aarde. Hoe zit dat eigenlijk met dat Groene Hart en die stijgende grondprijzen in Amsterdam?

Tagged with:
 

Beyond Big Plans

On 15 april 2016, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Read in ‘Beyond Seun-Sangga (2015):

Last Thursday Hyeri Park, an urban planner from South-Korea who’s living in the Netherlands, gave a great lecture at the University of Amsterdam on ‘Seoul Mutations. Another Story after Fast Urban Growth in Asia’. Mrs. Park told the students about the ‘Miracle on the Han river’, which took place in the sixties and seventies, and also she focused on what happened afterwards. In only fourty years, the South-Korean capital grew from 1 million to 1o million; the metropolitan region nowadays counts almost 25 million inhabitants – half the population of the Korean peninsula. In 1997 came the crisis, and another economic crisis followed  in 2007. She pointed at how poverty since then is growing, and how the rich are getting richer. She introduced the policy of New Town Development of 2008, when the government tried to intervene and turn poor neighborhoods in the cities’ north into more prosperous districs. This new policy failed: big plans did not work out. The property owners, backed by construction corporations, were actually in control. Corruption is rampant. So the question is, how can a city like Seoul develop itself in a more balanced and sustainable way?

In ‘Repositioning of the City Regions: Korea after the crisis’, Mr. Won Bae Kim wrote that the competitiveness of a city region depends on a whole series of factors, including its process of governance, the social and economic infrastructure, the quality of its human capital, the quality of its natural environment, and the capability of its local institutions. The key factor in affecting the rise and fall of local economies like the one in Seoul lies in local adaptability. Mr. Kim thought a radical departure from the centralized model of governance of the past in Seoul is needed. Alternative forms of governance are to be developed. That was in 2001. This week, Mrs. Park gave great examples of horizontal strategies in Seoul, some of them based on a conference she and Mrs. Vitnarea Kang organized last year in Seoul City Hall, called ‘Beyond Big Plans’. The new approach of the Seun Sangga area for instance is promising. You might call it a ‘platformization’ of a poor neighborhood in the inner city, an area where traditional industrial clusters are becoming more productive, while introducing new ones and accommodating dfferent users. This bottom-up strategy, which focuses on cultural heritage, walkability and public engagement, is far more fertile than the traditional neoliberal masterplanning of the starchitects and urban designers. The government needs to involve different stakeholders in the decision-making process and reflect their interests in their future plans. Seoul is in the process of adopting these kind of open strategies. Very promising indeed.

Tagged with:
 

Crafting the City

On 18 maart 2015, in economie, monumentenzorg, by Zef Hemel

Gehoord in City Hall van Seoul op 14 maart 2015:

 

Van 1967 tot 1977 functioneerde Sewoon Sangga in Seoul uitstekend, het Modernisme, naar het schijnt, leek hier buitengewoon succesvol. Maar aan dat succes van deze oudste hoogbouw van Seoul met liften, skywalks en arcade kwam eind jaren zeventig abrupt een einde. Erger, het kilometerlange betonnen object bleek buurten aan weerszijden te isoleren, ze belemmerde groei en welvaart. Even snel als ze opkwam, raakte ze weer in verval. Uiteindelijk werd ze door iedereen vergeten. Tot burgemeester Lee besloot de verhoogde snelweg Chenggyeocheon Goga af te breken. Deze snelweg doorkliefde het gebouw. Ervoor in de plaats kwam een verdiept park. Het leidde in 2013 tot een drastischer plan om het hele gebouw af te breken en ook dit te vervangen door een langgerekt park haaks op Chenggyeoncheon. Op die manier hoopten stad en ontwikkelaars hoogbouw aan weerszijden aantrekkelijk te maken. Toen activisten rond professor Jong ho Lee echter de monumentale waarde van het complex en de buurt aan de vergetelheid ontrukten, koos de nieuwe burgemeester voor behoud. Bovendien gebood hij herstel van de structuur daar waar deze in het verleden door een snelweg dwars door het complex was gebroken. Echter, die interventie, samen met het afbreken van de snelweg en de vervanging door een park, kan straks wel eens aanleiding geven tot ongewenste gentrification van de buurt. Wat te doen?

In een kleine groep ontwikkelden we in slechts twee dagen tijd een alternatief ontwikkelingsproces voor gebouw en buurt. Zodra de skywalk zal zijn hersteld (eind 2016) beginnen we een biënnale over ‘Crafting the City’: een zich herhalend festival over ambachten en ook de recyclingindustrie die in de buurt aan weerzijden van Sewoon Sangga worden gepraktiseerd en daar levend zijn gehouden. Twaalf ontwerpers trekken daartoe de komende twee jaar de buurten in, op zoek naar kennis en vaardigheden die tijdens het festival in Sewoon Sangga naar voren zullen worden gehaald. Op deze manier zal het modernistische complex in plaats van een barrière een bindend element in de buurt worden, met op de publieke skywalk een bijzonder evenement dat belangstellenden uit  heel Seoul en wellicht de hele wereld zal trekken. Alle nijverheid in de slums – zal een impuls krijgen, niemand hoeft het gebied gedwongen te verlaten en het monumentale complex krijgt een nieuwe betekenis. Wat door de burgemeester werd beloofd – “to invigorate the existing small & medium enterprises as an innovation hub, to strengthen the capabilities of the local communities and to integrate architectural layers into the historic urban tissues” – wordt daarmee zeker gesteld. Doen?

Tagged with:
 

Sewoon Sangga

On 17 maart 2015, in monumentenzorg, participatie, stedenbouw, by Zef Hemel

Gehoord in City Hall van Seoul op 13 en 14 maart 2015:

Drie dagen lang werkten we verwoed aan een alternatief ontwikkelproces voor Sewoon Sangga, Seoul. De modernistische arcade, een megastructuur uit 1967 en ontworpen door Chung-hee Park, is een kilometer lang en 50 meter breed gebouw. Aan weerszijden liggen à niveau brede publieke loopstraten, waar onderdoor het lokale verkeer raast. Bovenop het dek bevinden zich drie verdiepingen met winkels en groothandelsbedrijven en hier en daar vier extra verdiepingen met woningen. De enorme betonnen arcade ligt midden in een druk woon-werkgebied, van oorsprong een slum waar Koreaanse vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en ook later, na de turbulente onafhankelijkheidsstrijd van Korea, een goed heenkomen zochten. Van oorsprong waren de woningen in dit stadsdeel opgetrokken uit hout. De Japanse kolonisator had na de verwoestingen die brandbommen hadden aangericht in Tokio hier een ontruiming bevolen van een strip over een lengte van een kilometer, vijftig meter breed, als een soort brandgang door de vuurgevoelige houten stad. Na de oorlog was in die open ruimte Sewoon Sangga gebouwd.

Een paar jaar terug vatte de stad het plan op de modernistische megastructuur – inmiddels overwoekerd door illegale bouwsels en helemaal onderdeel geworden van de slum – af te breken en te vervangen door een langgerekt park. Langs de kilometerlange parkstrook zouden vervolgens wolkenkrabbers verrijzen. De slum met al zijn workshops en neringdoenden zou compleet verdwijnen. Architecten protesteerden. De nieuwe burgemeester kwam onlangs op het besluit terug. Onze conferentie, getiteld ‘Beyond Big plans’, was bedoeld om een alternatief  proces te ontwikkelen. De sloop van Sewoon Sangga is dankzij de activisten inmiddels stilgelegd. Er loopt een prijsvraag voor herstel van het ooit ononderbroken dek precies op de plek waar een aantal jaren geleden de snelweg is afgebroken en de Cheongyecheon stroom werd teruggebracht. Wat te doen? We waren er snel over eens dat met de restauratie van de verhoogde loopstraat onherroepelijk een proces van gentrification in gang zou worden gezet, waardoor de bewoners en bedrijfjes in het dichtbevolkte gebied alsnog het veld zouden moeten ruimen. Het activisme was op behoud van de monumentale architectuur gericht en niet op de buurt. Ons doel was de zittende bewoners in het hele gebied bij de upgrading te betrekken en maximaal te laten profiteren van de ontwikkelingen die zeker zouden plaatsvinden. Onze strategie? Daarover een volgende keer.

Tagged with:
 

Eet die snelweg op!

On 16 maart 2015, in duurzaamheid, infrastructuur, openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Seoul, Zuid-Korea, op 15 maart 2015:

 

Rond de metropool Seoul, Zuid-Koreau, strekt zich een enorm infrastructuurlandschap uit van snelwegen, spoorlijnen, hogesnelheidslijnen en zelfs een heuse Maglev-lijn. De dynamische Aziatische stad zelf telt op dit moment ruim 10 miljoen inwoners en groeit snel, de hele metropoolregio omvat liefst 25 miljoen inwoners! Dat is een kwart van de hele bevolking van Zuid-Korea, die overigens op slechts dertig procent van het nationaal grondoppervlak leeft; de rest van het schiereiland is ontoegankelijk berglandschap. Veertig jaar geleden woonden in Seoul nog maar één miljoen mensen. Geen wonder dat de Koreaanse economie het zo goed doet! Niet voor niets spreekt men van ‘the Miracle on the Han river’. Ik hield er een keynote speech tijdens ‘Beyond Big plans’, een congres georganiseerd door Soran Park, Hyeri Park en Vitnarae Kang, drie jonge vrouwelijke Koreaanse stedenbouwkundigen die in Nederland hebben gestudeerd. Het congres vond plaats in het stadhuis, de burgemeester van Seoul opende, de Nederlandse en Zwitserse ambassadeurs ondersteunden het congres, liefst zestig stedenbouwkundigen en planologen spraken hier vier dagen lang over nieuwe vormen van participatieve planning.

De social meeting op de zaterdagavond vond plaats in een buurt dicht bij het reusachtige centraal station. Buurtbewoners kookten daar voor de delegatieleden, de sfeer was uitgelaten, optimistisch. Daar bleek alle aanleiding toe. De buurt had voor elkaar gekregen dat een aantal verhoogde autosnelwegen, met een tracé dwars door de buurt, op last van burgemeester Park Won-soon autovrij zal worden gemaakt. Op een van de wegen, die door betonrot wordt aangevreten, zal een kilometerslang park worden aangelegd, net als in New York de High Line op een oud spoorviaduct werd aangelegd: Seoul Station Overpass. Het grote voorbeeld is echter lokaal: onder leiding van de vorige burgemeester is een aantal jaren geleden een autosnelweg dwars door de stad buiten werking gesteld. Daar stroomt nu de Cheongyecheon in een langgerekt park. Dankzij deze ingreep werd de burgemeester een held, uiteindelijk werd ze zelfs tot president van het land gekozen. Dus terwijl de spaghetti van infrastructuur in de periferie van de immense metropool voortwoekert, verdampt ze in het centrum. Dat is wat er gebeurt in een echte metropool: van binnenuit wordt ze leefbaar, duurzaam, sociaal gemaakt door een samenspel van buurtactivisme en stedelijke politiek.

Tagged with:
 

De redding van de Zuidas

On 11 maart 2015, in infrastructuur, by Zef Hemel

Geschreven in ‘’The Other Side. Nieuw Belgrado-Amsterdam Noord’ (2015):

 

Op een gegeven ogenblik moet het Modernisme voor de machine hebben gekozen, in plaats van voor de mens. Techniek wilden de internationale architecten dienstbaar maken aan het moderne leven. Ze omarmden haar, de industrie, de machines en vooral de auto, omdat ze dachten dat deze de mensen comfort en een beter leven zouden bieden. Zo publiceerde Siegfried Giedion in 1948 ‘Mechanisation takes command’. Daarin onderzocht de Zwitserse ideoloog van de CIAM hoe de mechanisering ons moderne leven was gaan beheersen en bepalen. Beweging legde hij aan de basis van de moderniteit. Bij uitstek de auto zag hij in dat licht. De auto, schreef hij, is de voorloper van de ‘volledige mechanisatie’ en de autosnelweg de ultieme stedenbouwkundige uitdrukking ervan. Eerder, in ’Space, Time and Architecture’ (1945), had hij de moderne snelweg al als een scheidende parkweg opgevat die de grootstad zou inbinden en intomen. “De parkweg wijst naar een verschiet waarin, nadat de kunstmatig opgeblazen stad tot haar normale omvang zal zijn teruggebracht.”

De autosnelweg als wapen tegen de grote stad. Dat was ook precies de intentie van de tekenaars van het IJtunneltracé in het Amsterdam van begin jaren ‘60 en van de ring A10 in Amsterdam-Zuid en West. Provo sprak destijds over het ‘koolmonoxideklootjesvolk’. Marshall Berman, de intellectuele reus uit New York, schreef in 1982 hetzelfde toen hij terugkeerde van een bezoek aan Brasiliá. De Brazilianen zelf vervloekten de door Costa en Niemeyer ontworpen modernistische autostad, terwijl architecten haar juist verafgoodden. Berman moest de gewone man gelijk geven. “My sense of what Brasiliá lacked brought me back to one of my book’s central themes, a theme that seemed so salient to me that I didn’t state it as clearly as it deserved: the importance of communication and dialogue.” Nu ik in Seoul, Zuid-Korea, rondloop en zie hoe men daar de snelweg door de stad rigoureus heeft afgebroken, begrijp ik bijna niet hoe alle autoverkeer op slag is verdampt! Geen verkeersmodel heeft dit kunnen voorspellen. De auto’s zijn ingeruild voor een park waar nu een lieflijk riviertje door stroomt. De Cheonggye Stream  wordt door de mensen bewonderd en is ook schitterend, (al kost de kunstmatig stromende waterloop de belastingbetaler jaarlijks 6,3 miljoen euro). Ineens moet ik aan de A10 denken. Stel je voor dat de A10-Zuid, in plaats van verdubbeld (sic!), wordt afgebroken en het Zuidas-tracé voor datzelfde geld (1,4 miljard euro voor vier rijstroken extra) wordt omgetoverd tot een langgerekt park. Op voorspraak van de inwoners, die bij de planvorming betrokken zouden zijn. Voor hoofdpijndossier Zuidas een redding, voor de mensheid een zegen.

Tagged with:
 

Smart City

On 14 oktober 2013, in innovatie, stedelijkheid, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De stad als interface’ (2013) van Martijn de Waal:

Ergens halverwege zijn boek beschrijft filosoof De Waal het uitzicht vanuit een ‘executive apartment’ op de 62e verdieping van het First World Towers-complex in New Songdo, de gloednieuwe stad die daar uit het niets wordt opgetrokken, op een opgespoten zandbank in de Gele Zee vlak voor de kust van Zuid-Korea. Er is helemaal niets te zien. Een stormfront uit Japan drijft een dikke laag wolken voorbij die het zicht op de nieuwe stad benemen. Projectontwikkelaar Gale International probeert daarom met een flitsende powerpoint-presentatie dit visuele gemis te compenseren. Songdo wil de eerste ‘smart city’ zijn en is daarmee icoon geworden van een nieuwe wedloop tussen steden. De Waal is gast, net als al die andere delegaties van steden uit de rest van de wereld. De laatste technologieën zullen hier straks nauw verweven zijn met het alledaagse leven, merkt De Waal in ‘De stad als interface’ op. “Is dit de stad van de toekomst? En zo ja, willen we in zo’n stad leven?” Ook al doet hij voorkomen neutraal te zijn, hij ziet zijn republikeinse ideaal hier ondermijnd worden. Hij vreest dat burgers niet meer zelf actief zullen kunnen handelen en dat commerciële partijen van Songdo een gesloten stad zullen maken waar burgers in de eerste plaats consumenten zijn die tegen betaling diensten moeten afnemen.

Toen bijna tien jaar geleden een Zuid-Koreaanse delegatie Amsterdam bezocht met het doel om voor het ontwerp van Songdo lessen te leren, viel me de gretigheid en grondigheid op waarmee de Koreanen in het vervullen van die opdracht te werk gingen. Ze hadden nauwgezet studie gemaakt van de Amsterdamse stadsontwikkeling – vooral van IJburg – en bestookten ons met hele lijsten trefzekere vragen. Nu, tien jaar later, is Songdo opgespoten en al bijna helemaal voltooid. Daarmee hebben de Koreanen voor zichzelf een fantastisch grootstedelijk experiment gecreëerd dat zich nog het beste te vergelijken laat met onze Zuiderzeewerken en Deltawerken. Wat je er ook van vindt als filosoof of burger, ze hebben het gedaan. In ons land echter worden grote steden nog steeds met grote argwaan beschouwd en vinden er nauwelijks experimenten plaats met gedurfde vormen van stadsontwikkeling. Ook De Waal voedt weer die allergie tegen de grote stad. Door zich af te zetten tegen New Songdo en ook de stedelijkheid van het negentiende eeuwse Parijs en Wenen van de hand te wijzen, daartegenover een ‘netwerkstedelijkheid’ als richtsnoer voor Nederland te nemen, voegt hij zich bij de meerderheid die de suburbane bric-à-brac van de Hollandse polder al mooi genoeg vinden.

Tagged with:
 

Gangnam Style

On 12 december 2012, in economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 25 oktober 2012:

Nog niet eerder heb ik op deze plaats aandacht besteed aan Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Maar met de mega-hit van PSY is er geen ontkomen aan. Zijn ‘Gangnam Style’ blijkt een ironische parodie op het leven van conspicious consumption in de gelijknamige chique buurt in Seoul, gelegen ten zuiden van de rivier de Han, een stadsdeel dat door sommigen ook wel wordt voorgesteld als het Mayfair of het Beverly Hills van de Koreaanse metropool. Het stadsdeel staat vol hoogbouw, met dure winkels en nachtclubs in peperdure straten.  Gangnam gu telt inmiddels liefst 527.000 inwoners (dat is 1 procent van de bevolking) en beslaat een oppervlak dat de helft is van Manhattan. Veertig jaar geleden was het hier echter nog overwegend weiland, een van de minst ontwikkelde delen van Seoul. Seoul zelf veranderde in die tijd van een “grim, dangerously crowded place where all designer garments were counterfeit into a glamourous and rich global mega-city where people are fabulously well-dressed, but they still have to hang out in parking garages.” Een appartement kost er gemiddeld 716.000 dollar, wat gelijk staat aan achttien jaarsalarissen van een gewone Zuid-Koreaan. Ik bedoel maar.

Wat verklaart de opkomst en onwaarschijnlijke gedaanteverwisseling van Seoul, waarvan Gangnam bij uitstek het symbool is? Dat is het onderwijs. Zuid-Korea heeft decennialang zwaar geïnvesteerd in de kwaliteit van onderwijs op alle niveaus. Alleen al in Seoul zijn dertig universiteiten gevestigd. Seoul National University is de beste universiteit van het land. Zes procent van de studenten komt uit Gangnam. Van elke 1.000 studenten aan deze elite universiteit gaan er jaarlijks 23 in het buitenland studeren. In de rest van het land is dit nog geen 4. Gangnam wordt daarom ook wel beschouwd als ‘de hoofdstad van het hoger onderwijs’. Dat zie je niet in de clip van PSY, maar aan zijn publiek zie je het wel. En Seoul kon met zijn tien miljoen inwoners uitgroeien tot de grootste metropool van het schiereiland, de op drie na sterkste stedelijke agglomeratie ter wereld. Wat je trouwens in de clip ook niet ziet is de Koreaanse sloppenwijk rond Gangnam, Guryong geheten. Guryong telt 2000 inwoners en  is een sloppenwijk van ouderen, nota bene op de duurste grond van heel Korea.

Tagged with:
 

Climate Street

On 12 november 2010, in stedenbouw, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 6 november 2010:

Boeiende bijlage van The Economist over de wereld van de ICT. In ‘It’s a smart world’ komen ook steden aan bod. Wat betekent de toenemende intelligentie via de nieuwste elektronica voor de ontwikkeling van steden en hoe gaan steden met al die nieuwe mogelijkheden om? Het eerste voorbeeld dat genoemd wordt is – hoe kan het ook anders – Singapore. De stadstaat op het zuidelijke puntje van Maleisië, bewoond door de rijkste mensen ter wereld, kampt met een enorm ruimtegebrek. Dat lost ze op met behulp van elektronische regelsystemen. “Singapore proves that necessity is the mother of invention,” aldus de directeur van Accenture Singapore. De stad wil een ‘levend laboratorium’ worden voor intelligente elektronica op allerlei gebied: watermanagement, verkeersregulering, groene gebouwen, groene energiesystemen en beheer van de stad. Nieuwe systemen worden in de stad getest, waarna de bedrijven ze kunnen exporteren. “There is a strong demand for making cities smarter, not just in China and other rapidly urbanizing countries but throughout the Western world. Resources like water, space, energy and clean air are scarce in urban areas, which makes them the natural place to start saving.” Mooi toch? Naast Singapore noemt The Economist ook Masdar, in Abu Dhabi, een stad van 40.000 inwoners die op dit moment wordt gebouwd op een kunstmatig platform waaronder alle electronica kan worden weggestopt. De stad – een soort van printplaat – moet een etalage van groene technologieën worden (zie afbeelding). Vervolgens komt Songdo aan de beurt, de nieuwe stad bij Seoul, Zuid-Korea. Gebouwd op aanplempingen in de baai wordt ze straks het duurste stukje stad ter wereld. Kosten: 35 miljard dollar. Er komen 65.000 mensen te wonen. Deze smart new town wordt binnenkort helemaal volgestopt met elektronica.

Uiteindelijk komt in het artikel ook de bestaande stad aan de orde. Dan wordt Amsterdam, “Netherlands biggest city”, ten tonele gevoerd. Zonder masterplan ontwikkelt de stad publiek-privaat allerlei toepassingen in het stedelijk gebied, waaronder een zogenaamde ‘’Climate Street’. Of is het Happy Street? Nee, dit keer is het serieus, want in deze Amsterdamse Climate Street willen de winkeliers hun energieverbruik fors reduceren. Bedoeld wordt waarschijnlijk de Utrechtse Straat. Binnenkort is ze een wereldberoemde straat.

Tagged with: