Limits to growth

On 17 februari 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen in China Economic Review van 9 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor beijing population growth 2017

Door Tom Wolters, woonachtig in Peking, kreeg ik een interessant artikel toegespeeld, geschreven door Dominic Morgan in de China Economic Review, over de discussie die op dit moment speelt in China rond de omvang van de megasteden. De lucht van Peking, Shanghai en Hong Kong is ernstig vervuild, het verkeer zit muurvast, en de grondprijzen stijgen tot ongekende hoogte, het is genoegzaam bekend. Vorig jaar kondigde de Chinese overheid daarom aan de omvang van de grootste Chinese steden te willen begrenzen. Peking mag niet groter worden dan 23 miljoen, Shanghai wordt begrensd op 22 miljoen inwoners. In plaats van nog verder te investeren in deze steden, begon de regering haar aandacht te verleggen naar de achterblijvende provincies in het oosten van het enorme land. Onmiddellijk begonnen de steden hun achterbuurten op te ruimen en de arme, vaak illegale mensen te verdrijven. Alleen al Peking wil twee miljoen arme stakkers uit de stad wegjagen. Hiermee proberen de steden vooral ruimte te scheppen voor parken en ontspanningsruimte. Shanghai bijvoorbeeld wil een twee kilometer strekkende groene corridor langs de oostoever van de Huangpu rivier aanleggen. Aan groen hebben de beide steden een groot gebrek. Voor het eerst sinds 1978 zijn Peking en Shanghai niet meer gegroeid. Verstandig? Succesvol? Dat valt te bezien.

Chinese wetenschappers, aldus China Economic Review, wijzen op het feit dat wereldwijd de economie steeds meer samentrekt in de allergrootste steden. Daar worden de nieuwe banen gecreëerd, aldus Lu Ming van Shanghai Jiao Tong University. Hij wijst op Tokio, dat nu al een derde van de Japanse bevolking omvat, het GDP van deze Japanse megastad is naar verhouding nog groter. “In fact, Lu believes that China’s problem is not that its megacities are too big; it’s that they’re not big enough.” Hij is niet de enige. De problemen waar de allergrootste steden in China en in de wereld op dit moment mee worstelen zouden volgens vele deskundigen juist voortvarend moeten worden aangepakt door goede stadsplanning en door grootschalige investeringen in scholen, ziekenhuizen, woningen, parken en infrastructuur, niet met bevolkingslimieten of door mínder woningen te bouwen. Opzettelijke schaarste aan bouwgrond doet de vastgoedprijzen juist de pan uitrijzen. “In China, we restrict land supply and accordingly we also restrict housing supply as a policy to restrict population growth. This is distortion.” Groeiende ongelijkheid wordt er evenmin mee opgelost. “Despite their problems, the big cities offer the best wages, the best schools and hospitals, and, therefore, are probably the most effective source of social mobility.” Doorgroeien dus. Maar dan wel verantwoord. Zal de Chinese overheid naar deze adviezen luisteren?

Tagged with:
 

Meer verbeeldingskracht

On 17 oktober 2016, in film, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 15 oktober 2016:

 

Hoe ziet Amsterdam er uit in 2030? Als het aan de Rotterdamse socioloog Wim Derksen (1952) ligt nog net zo als in 2016. Althans dat meende ik dit weekeinde te lezen in Het Parool (15 oktober 2016). Ik denk dat hij zich ernstig vergist. Maar hoe dan wel? Zoiets vergt verbeeldingskracht. Neem ‘Her’. In 2013 verscheen deze sciencefiction film van Spike Jonze over Los Angeles in het jaar 2025. Hoofdpersoon Theodore Twombly (Joaquin Phoenix) wordt in de film verliefd op een computerstem. Het is een flinterdun, melancholisch verhaal, al laat het goed zien hoe mens en technologie versmelten. Hoe ziet Los Angeles eruit in 2025? Op die vraag lichtte Colin Marshall het scenario van ‘Her’ door. Op YouTube kun je zijn filmcollege mooi volgen. Los Angeles over tien, twintig jaar wordt door Spike Jonze verbeeld als een stad van torens, autovrije straten en veel metro. Twombly zelf woont in een wolkenkrabber. Voor een dagje op het strand neemt hij de ondergrondse. Voor een ritje naar de natuur kiest hij voor een hogesnelheidstrein. Dat is niet het Los Angeles dat wij van vroeger kennen. Wat is er gebeurd? Zelfs autostad Los Angeles verdicht snel en krijgt de trekken van een Aziatische metropool. Dat is nu al gaande.

Veel opnamen in ‘Her’ zijn gemaakt in Shanghai. Dat is niet zo gek. Los Angeles telt op dit moment 18 miljoen inwoners, Shanghai is de grens van 22 miljoen inwoners al gepasseerd. LA groeit echter ook snel en die sterke groei vindt op dit moment vooral plaats door verdichting, niet door verdere suburbanisatie. Toen Jonze zijn filmopnamen maakte was dit precies wat Bianca Barragan vaststelde in Curbed Los Angeles: “Los Angeles is changing its identity. It’s moving away from the car and the single-family house and toward transit and denser living. And now it’s even getting dramatically less sprawly.” Het zijn vooral jonge hoogopgeleide mensen en ouderen die weer voor de grote stad kiezen en die het centrum prefereren boven de buitenwijk. Zij zijn zelfs bereid om in hoogbouw te wonen, ook in het aardbevingsgevoelige LA. Barragan citeerde een wetenschapper die Los Angeles binnen de USA zelfs de kampioen noemde van succesvolle verdichtingsstrategieën. Natuurlijk wordt Amsterdam geen Shanghai zoals Het Parool met haar fotokeuze suggereerde, maar ze gaat wel lijken op een stad als Toronto (2,6 miljoen inwoners, de regio 5,4 miljoen). Ik denk dat Wim Derksen de film moet bekijken. Een beetje meer verbeeldingskracht kan bij deze oude sociaal-democraat geen kwaad.

Tagged with:
 

Look east

On 11 november 2015, in wonen, by Zef Hemel

Read in ‘Ghost Cities of China’ (2015) of Wade Shepard:

 

People are complaining about the steeply rising housing prices in Amsterdam. They know it’s nothing compared to cities like London, New York City and even San Francisco, which are much worse. Do they know that housing prices in the Chinese cities are the highest in the world? According to the IMF’s house price-to-wage ratio, China’s big cities are, relatively speaking, some of the most expensive in the world in which to buy real estate. The ratio measures median housing prices in relation to median disposable income to calculate the minimum amount of time it would take for an average resident to pay for a property. In ‘Ghost Cities of China’, Wade Shepard explains why. Commodity houses in China are free-market properties that can be bought and sold at will, prices are not capped by the Chinese government. “According to this evaluation method, China, including Hong Kong, has seven out of the world’s top ten most expensive cities for residential property.” In Beijing, it would take 22.3 years to buy a property, in Shanghai 15.9 years. That is twice as high as in Tokyo, three times higher than in London, and four times higher than in New York City.

Fifteen years ago property developers didn’t exist in China. Prior to 1988 land transactions were even not permitted. Shepard explains how the Chinese government has created a market for real estate in the mid nineties. Two years later the Chinese private housing market exploded. “As could be expected, prices surged.” By 2010 its property market was already the largest in the world. In four years time the cost of real estate in China tripled. In 2012 alone people in China spent over US$1 trillion on real estate. The Chinese love real estate, they want property. The house is now the main indicator of status. ‘No house, no wife’, they say. It’s not a bubble, Shepard stresses; the demand is real. China has one of the highest home ownership rates in the world. The faith that the Chinese have in the value of housing is unflappable. Other viable financial options for investing money are extremely risky. That makes the Chinese into the greatest city builders of the world. So the West better stop complaining. Build cities. Look East!

Tagged with:
 

Oversupply

On 9 november 2015, in economie, stedenbouw, by Zef Hemel

Read in ‘Ghost Cities of China’ (2015) of Wade Shepard:

 

Tomorrow I will give my yearly lecture in the bachelor study course ‘Perspectives on Amsterdam’ at the University of Amsterdam, theme: Political Economy. This time I will focus on the Zuidas (Southaxis) project, the new CBD of Amsterdam. Will it be successful? How much will it cost? Why build it? While preparing my lecture, I reread in ‘Ghost Cities of China’ about the building of CBD’s in Chinese cities. The American journalist Wade Shepard describes in the book how all the cities in China are developing their own Central Business Districts. Shanghai was first, with its Lujiazui business district in Pudong; Beijing in the north and Guangzhou in the south followed. Shepard writes that it didn’t stop there: many other Chinese cities started building their own versions of the Pudong model, also the very small ones. “Hence in 2014 the CBD is a near ubiquitous landmark in China’s cities.”

In 2003 the Ministry of Construction tried to get a handle on the CBD building boom. It was a problem, because building a CBD is a very expensive undertaking and might cost each city a fortune. But still it continues. Shanghai plans to have at least even three CBD’s on the east, west and south sides of its urban core, while Beijing envisions four CBD’s. Of course, the model was borrowed from the West. Paris, London, New York all built their CBD’s in the recent past. But the USA has only two: New York and Chicago. All the Chinese cities though hope to become a financial hub of their own region, or even the entire country. Shepard concludes that all those CBD’s are now so common that it is necessary to have one just to keep up. And of course only the business districts in the two biggest cities are prospering. The vacancy rate in many provincial cities is now more than 40 percent. Still, many more will get build in the near future. Shepard: “So it is clear that China’s CBD oversupply can only get a lot worse.” Almost the Dutch VINEX-model, I would add, with every provincial city building its ‘Central District’ near the railway station. Meanwhile, with Amsterdam’s Southaxis competing with La Défense, Paris, and Canary Wharf, London.

Tagged with:
 

Transparency

On 29 oktober 2015, in internationaal, by Zef Hemel

Read in de Volkskrant of 24 October 2015:

 

Willem-Alexander, king of the Netherlands, was visiting China just this week. His busy programme was published in one of the Dutch newspaper: Beijing first, then far west to Yanan, back to Chongmin Dongtan and Shanghai, ending up in Hangzhou, south of Greater Shanghai. So half nature, half urban. Last Monday – his first day in China – Mr. Willem-Alexander gave a lecture at the public school of the Communist Party in Beijing. Theme: transparancy. De Volkskrant: “A bit exciting will be his speech at the educational institute of the Central Committee of the Chinese Communist Party. For an audience of high level civil servants and CEO’s from big Chinese companies, the king will talk about transparency, a theme that in China comes close to corruption.” However, on Tuesday, the day after, I couldn’t find anything  in the newspapers on how well the king’s speech was received. Only an article on panda bears being given by president Xi as a present to the Dutch government after so many years of diplomacy, was published in NRC Handelsblad. Panda bears!

In his ‘Ghost Cities of China’ (2015), Wade Shepard describes how the former mayor of Shanghai, Mr. Chen Liangyu, was the visionary and driving force behind Shanghai’s ‘One City, Nine Towns’ suburban renewal project. Now he is in jail, being accused of corruption. “With him locked up, his development projects have been virtually forgotten, his successors having moved on to new projects of their own.” This story, the writer adds gloomily, can be replicated all across China. Corruption evidently everywhere. President Xi wants to end it. But what happened to the nine towns around Shanghai after the mayor was being imprisoned? Shepard revisited the place. All around the periphery of Shanghai “there sits a massive network of new towns suspended perilously between conception and completion.” Hope the king has not seen panda bears only, but unlucky new towns too.

Tagged with:
 

Wild tuig

On 30 november 2011, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 23 november 2011:

Opnieuw geeft Oscar Garschagen in NRC Handelsblad inzage in het leven van de gemiddelde arbeidsmigrant in de grote steden aan de Chinese oostkust. De migranten van het platteland die daar in groten getale werken, schrijft hij, mogen hun kinderen er niet op school doen. Daardoor leven veel kinderen nog op het platteland bij hun grootouders en moeten daar naar school. Hun vader en moeder zien ze slechts een à twee keer per jaar. “Communistisch China is een standenmaatschappij, een gespleten samenleving, waarin het geboorteregistratiesysteem (hukou) dat in de jaren vijftig door Mao Zedong werd ingevoerd een van de voornaamste breuklijnen veroorzaakt.” Over dit hukou-systeem schreef afgelopen zomer ook The Economist al uitgebreid, door mij opgetekend in mijn blog  over The Rat Tribe, (http://bit.ly/vKAmMN). Garschagen noteert acht miljoen rechteloze arbeidsmigranten in Peking, zeven miljoen in Shenzen en nog eens negen miljoen in Guangzhou. Daar komt bij dat het onderwijs in deze metropolen moderner, meer op het individu gericht is, dan op het platteland. De vier oudste en grootste economische zones hebben indertijd hun eigen schoolsystemen mogen ontwikkelen, die zij overigens zelf financieren. Terwijl het doorsnee onderwijs in China klassikaal is, gericht op feitenkennis en standaardexamens, is er in het onderwijs in deze metropolen meer ruimte voor Engelse taal, muziek, gymnastiek en kalligrafie. Iedere zaterdag protesteren de ouders voor het openbreken van het systeem. Tevergeefs. De autoriteiten vrezen een enorme toeloop naar de scholen, die zullen bezwijken onder de aantallen nieuwkomers. Inwoners van Peking, Guangzhou, Shenzen en Sjanghai noemen de migrantenkinderen ook wel ‘wild tuig’. De mensen die Garschagen spreekt denken dat het nog wel twintig jaar zal duren voordat het hukou-systeem wordt afgeschaft.

In The New York Review of Books van deze maand las ik een bespreking van het nieuwste boek van Ezra Vogel over Deng Xiaoping, waarin de auteur – de dissidente wetenschapper Fang Lizhi – het onderwijsstelsel dat Deng Xiaoping introduceerde uitgebreid hekelt. Weliswaar heropende Deng de universiteiten na de Culturele Revolutie onder Mao, dat wil niet zeggen dat hij pro-onderwijs was. Fang Lizhi noemt het hukou-systeem als bewijs voor zijn stelling. Veel kinderen zijn daardoor uitgesloten van onderwijs. Hij beschuldigt Vogel ervan hieraan geen aandacht te besteden. “Deng Xiaoping, the alleged ‘education reformer’, enforced this household registry system, and its consequences for education, to his dying day.” Overigens gaat het systeem niet terug op Mao, maar op de Japanse bezetter die de migratie naar de steden hoe dan ook wilde voorkomen, bang als ze was voor opstanden. De paradox is dat die opstanden nu dreigen juist vanwege het hukou-systeem. Het Chinese voorbeeld laat overigens mooi zien dat steden liefst hun eigen onderwijssysteem ontwikkelen en dat dat ook profijtelijk is. Natuurlijk is er veel te zeggen voor landelijke uniformiteit, maar het inspelen op de regionale economie daagt steden uit hun eigen koers te varen als het gaat om het opleiden van hun beroepsbevolking.

Tagged with:
 

Better cities, better life

On 5 juli 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 30 juni 2011:

Afgelopen week sprak de Eindhovense kunstenaar John Körmeling in de Amsterdamse Zuiderkerk op uitnodiging van de Dienst Ruimtelijke Ordening. Körmeling ontvouwde in een uur tijd zijn gehele oeuvre. Hij begon met zijn gekunstelde starthuisje voor de roeibaan in Groningen. Ook toonde hij zijn ontwerp voor een lineaire stad van Madrid naar Sint Petersburg en verder. Het laatste half uur wijdde hij aan ‘Happy Street’, het door hem ontworpen Holland Paviloen op de Wereldexpo in Shanghai 2010. Alle thema’s uit zijn rijke kunstenaarsleven zie je in het vijftien miljoen euro kostende ‘Happy Street’ terug: auto’s, wegen, hellingen, replica’s van gebouwen, de doorzonwoning, kermisattracties, uitzichtpunten, woorden in neon. In Het Parool zei hij er destijds over, aan de vooravond van de opening: “Happy Street bestaat uit een straat waarlangs allerlei gebouwen vertegenwoordigd zijn: een boerderij, een fabriek, een bioscoop, een garage, een doorzonwoning. Die functies wil ik gemengd hebben. Dat is mijn antwoord op de vraag hoe we leefbare steden voor de 21ste eeuw kunnen maken.” Voor Körmeling lijkt niets onmogelijk, over de gewoonste zaken verbaast hij zich. Hij is ook heel precies, een echte ambachtsman. Zijn maquettes lijken knullig in elkaar gezet, maar zijn kunstwerken zijn tot op de milimeter nauwkeurig berekend. Mooi was de detailfoto die hij liet zien van een ronding in het hek van het paviljoen: naadloos, glanzend in elkaar gezet, door Chinese lassers, op locatie. Happy Street is helemaal van staal, volgens Körmeling is er slechts één moer gebruikt om de boel bij elkaar te houden. Het ingenieursbureau waarmee hij altijd werkt had aanvankelijk gezegd dat zijn ontwerp niet gebouwd kon worden. Het kon dus wel. Geen wonder dat Körmelings favoriete gebouw het Cineac van ingenieur Johannes Duiker is. Een replica van deze Amsterdamse bioscoop was dan ook toegevoegd aan het paviljoen. In plaats van ‘Cineac’ gloeide ‘Happy Street’ in neonletters.

Na afloop kreeg ik een Happy Street-pyama van de kunstenaar cadeau onder de toevoeging: “In China lopen veel mensen de hele dag in hun pyama rond.” Ik leende hem mijn fiets – een echte Burko. Körmeling reed erop weg, de stad in. Na vier uur kwam hij opgetogen terug. Hij had veel plekken gezien waar zijn paviljoen, dat in Sjanghai wordt afgebroken, zou kunnen worden teruggebouwd. Moeiteloos had hij terreinen van de omvang van een voetbalveld aangetroffen in de dichtbebouwde stad. Eén voorwaarde stelde hij wel. De plek moet ècht stedelijk zijn, het moet een plek zijn waar heel veel mensen bij elkaar komen, liefst ergens in de binnenstad. Overigens, voegde hij eraan, wat vond hij Amsterdam mooi, druk, vol. Een echte leefbare stad. Ach ja, Amsterdam is Happy Street.

Tagged with:
 

2.939 wolkenkrabbers

On 13 mei 2011, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The New Yorker van 18 april 2011:

Gek. “Hoog wonen heeft de toekomst,” schreef NRC Handelsblad in bijlage Lux van vorige week. Journalist Arjen Ribbens wist te vertellen dat volgens de Nota Ruimte in 2040 zo’n tien procent van de 200.000 te bouwen woningen in de Randstad uit hoogbouw zal moeten bestaan. Die rijksinstructie was mij nog niet bekend. Toch herinner ik me de vorige minister, Jacqueline Cramer, iets debiteren over de noodzaak van hoogbouw in de Randstad om het Groene Hart open te houden.  Enfin, “Rotterdam is nu nog de enige Nederlandse stad met een ‘hoogbouwklimaat’. Maar Den Haag, Leeuwarden, Arnhem en Tilburg werken aan hun skyline.” Aldus Ribbens. Een panorama vanuit de Red Apple in de Rotterdamse Wijnhaven staat boven het artikel afgedrukt. Tot de top tien van steden in de EU met hoogbouw prijkt Parijs bovenaan. De Franse hoofdstad telt op dit moment 112 torens van 90 meter en hoger. Londen volgt met 49 torens. Rotterdam staat op plaats vijf, met 29 torens, na Benidorm met 35 torens. De Nederlandse hoofdstad noemt Ribbens niet, maar blijkens een figuur telt Amsterdam liefst 27 torens, vijf meer dan Den Haag, en slechts twee minder dan Rotterdam. Over het hoogbouwklimaat van Amsterdam zullen we, net als Ribbens, maar zwijgen. Terecht, want vrijwel al die torens blijken daar, net als in Den Haag overigens, kantoortorens te zijn. En die staan leeg. Jan van V. kan u er meer over vertellen.

Het artikel herinnerde me aan een verslag in The New Yorker van twee weken geleden waarin Evan Osnos op hilarische wijze verslag doet van een reis van Chinese toeristen naar Europa. De reis, met als thema ‘’Classic Europe’, voert van de luchthaven Frankfurt via het Duitse Trier (geboortehuis van Karl Marx) en een overnachting in Luxemburg, naar Parijs. “I dozed off, and awoke on the outskirts of Paris. We followed the Seine west and passed the Musée d’Orsay just as the sun bore through the clouds. Li shouted: “Feel the openness of the city!” Cameras whirred, and he pointed out that central Paris had no skyscrapers. “In Shanghai, unless you’re standing right next to the Huangpu River, you can’t get any sense of the city, because there are too many tall buildings.” Europeans, he added, “preserve anything old and valuable.” Volgens de statistieken in NRC Handelsblad telt Shanghai op dit moment 549 wolkenkrabbers. Dat is vijfmaal Parijs, maar een fractie van topper Hongkong, met 2.939 wolkenkrabbers. Hongkong heeft – hoe zal ik het zeggen? – een echt ‘hoogbouwklimaat’.

Tagged with:
 

Freedom Man

On 22 december 2010, in openbare ruimte, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 18 september 2010:

De hele wereld registreerde afgelopen week de afwezigheid van de Chinese Nobelprijswinnaar voor de Vrede, Liu Xiaobo, bij de prijsuitreiking in Oslo. Het deed me denken aan een ander bericht in de krant. Hans Moleman is correspondent voor de Volkskrant in China. Zelf woont hij in Shanghai. Onlangs berichtte hij over de enorme hoeveelheid camera’s die overal in de openbare ruimte werden opgehangen. Alleen al in zijn eigen ‘brave middenstandswijkje’ aan de westkant van de Chinese metropool zijn er onlangs tientallen geïnstalleerd, “op hoge palen, voor poorten, op kruispunten, bij toegangswegen.” Het begon, schrijft hij, in de aanloop naar de Olympische Spelen in Peking. Sindsdien kunnen de autoriteiten er geen genoeg van krijgen. In Urumqi, de hoofdstad van de opstandige provincie Xinjiang in het verre westen van China, zitten de camera’s zelfs in bussen, taxi’s, voor winkelcentra, moskeeën, scholen, universiteiten, op pleinen, markten en bij de tolpoorten van snelwegen. Ook in afgelegen dorpen staan tegenwoordig op hoge palen camera’s iedereen te bespieden. Je hond uitlaten, bezoek op de thee krijgen, een boodschap in de winkel doen, het wordt vanaf nu overal geregistreerd. Peking houdt iedereen stevig in de gaten.

Moleman las in de staatsmedia dat er alleen al het afgelopen jaar 2,75 miljoen digitale camera’s in het Middenrijk zijn geplaatst. “China geeft dit jaar bijna zestig miljard euro uit aan de binnenlandse veiligheid, een kwart meer dan twee jaar geleden. De uitgaven voor de politie en haar uitrusting – zoals al die camera’s – groeien daarmee geleidelijk toe naar wat Peking kwijt is aan het leger.” Het bericht deed me denken aan The Shock Doctrine (2007) van Naomi Klein. Ze spreekt van ‘shocking times’. Erger, ze heeft het over ‘’The Rise of the Disaster Capitalism Complex.’ Die camera’s, ze passen in een wereldwijde ontwikkeling die het neoliberale gedachtegoed met straffe hand aan iedere burger opdringt: Freedom Man. Ze zag een opvallende parallel tussen het autoritaire Chinese communisme en het kapitalisme van de Chicago School: “a shared willingness to disappear opponents, to blank the slate of all resistance and begin anew.” Lang leve het Ministerie van Veiligheid.

Tagged with:
 

Gedurfd

On 25 oktober 2010, in kunst, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelblad weekblad van 16-23 oktober 2010:

De Chinese kunstenaar Ai Wei Wei is een moedige vrijheidsstrijder. In NRC Weekblad komt hij uitgebreid aan het woord. De aanleiding is zijn kunstwerk in de Tate Modern, waar hij de enorme turbinehalvloer met beschilderde zonnepitten bezaaide, een kunstwerk dat al na twee dagen weer gesloten werd vanwege gevaar voor de volksgezondheid. Maar over het bijzondere kunstwerk gaat het in het interview niet. Het gaat over het Chinese regime en de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan landgenoot Liu Xiaobo. Ai Wei Wei heeft van jongsaf het politieke geweld aan den lijve ondervonden. Hij spreekt van uitbuiting van het Chinese volk. Hij vindt het schandelijk dat de Chinese regering zoveel geld uitgaf aan een Wereldexpo in Shanghai. Hij noemt Shanghai zelfs ‘schaamteloos’. “Shanghai is altijd al een schaamteloze geldhoer geweest. Dat was in de koloniale tijd al zo en dat zien we nu opnieuw met die expo, een vertoning, en wat een ideeënarmoede. De hele expo is een manier om nog meer buitenlandse investeringen en technologieën naar China te halen.” Om te benadrukken dat China  jaarlijks 40 miljard euro uitgeeft aan het bespioneren en censureren van het volk, plaatste Wei Wei tijdens de Wereldexpo een camera, verbonden met het internet. De camera stond in Kopenhagen, op de plaats waar de Kleine Zeemeermin had gestaan. Die laatste was door de Deense regering tijdelijk naar Shanghai afgevoerd om daar tijdens de expo te tonen. De Denen waren er niet zo blij mee, met die camera. Over ironie gesproken.

Vandaag las ik in de Volkskrant dat de Nederlandse kunstenaar John Körmeling de Dutch Design Award krijgt voor zijn paviljoen op de Wereldexpo in Shanghai. ‘Happy Street’ bestond uit één lange straat met nep-huisjes waar Nederlandse koopwaar stond uitgestald. De jury noemt het kunstwerk “gedurfd en ironisch”.

Tagged with: