Opgegeven

On 28 november 2016, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

 

Helemaal op het eind van het dikke boek van Packer over de verval van de Verenigde Staten van Amerika komt Peter Thiel opnieuw aan het woord. Thiel is ondernemer, venture capitalist, multimiljonair, rijk geworden met PayPal, The Facebook, kortom een van de grote mannen in Silicon Valley. Thiel’s analyses van de wereld en de trends zijn telkens genadeloos. Op dit moment heeft hij zijn vermogen vooral gestopt in biotechbedrijfjes, jonge start-ups die het leven van mensen beloven te verlengen. Thiel gelooft niet meer dat informatietechnologie ons een nieuwe economie zal brengen. Integendeel, het internet breekt de bestaande economie juist af. Thiel wil daarom jonge talentvolle mensen aan zich binden nog voordat ze zijn afgestudeerd en met hen een èchte economie bouwen. Bovendien is hij ervan overtuigd dat academische studies geen goede ondernemers opleveren. De beste bedrijfjes in Silicon Valley worden niet meer door hoogleraren opgestart, maar door studenten. In plaats van zijn eigen universiteit te beginnen biedt Thiel getalenteerde studenten een fellowship aan van 100.000 dollar, waardoor zij worden vrijgesteld van collegeroosters en studiepunten en in staat zijn hun persoonlijke droom na te jagen binnen maar ook buiten de universiteit. Dus wel Stanford, maar niet de verplichte collegezalen. Fascinerend.

Tijdens een diner in het woonhuis van Thiel in de Marina van San Francisco ontvouwt zich, aldus Packer, op een avond een gesprek met oude vrienden van PayPal over talent en uitmuntend ondernemerschap. Thiel begint weer een genadeloze analyse. Er zijn, vertelt hij, slechts vier steden in de VS waar getalenteerde jonge mensen naar toe trekken: New York, Washington, Los Angeles en Silicon Valley. Drie daarvan hebben hun glans verloren: Wall Street na de financiële crisis; D.C. na Obama; Hollywood doet het ook niet meer. Dus is er nog maar één plek over: Silicon Valley. Nogmaals onderstreept Thiel dat het hoger onderwijs niet deugt. Hij vergelijkt het met een toernooi met telkens nieuwe rondes. Iedere keer moet de student proberen de beste te zijn. Het zelfvertrouwen krijgt daardoor een geweldige deuk. Hij wil in Silicon Valley een omgeving creëren waarin studenten vrijuit kunnen dromen, alles aanraken, alles beproeven, gewaardeerd worden, keihard kunnen werken, een nieuwe economie uitvinden. Slechts één plek op aarde waar het nog gebeurt. Opmerkelijke gedachte. Is dat niet vreselijk riskant?

Tagged with:
 

In de steden broeit iets

On 12 november 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

Afbeeldingsresultaat voor the unwinding packer

George Packer, journalist bij The New Yorker, schreef drie jaar geleden een boek over dertig jaar Amerikaans verval. Ik las het in één adem uit. Drie Amerikaanse burgers volgde hij op de voet vanaf 1978 tot 2012: de ondernemer Dean Price in Rockingham County, North Carolina; de zwarte ongehuwde moeder Tammy Thomas in Youngstown, Ohio; en de Democratische politicus Jeff Connaughton in Washington DC. Tussendoor maakt hij uitstapjes naar zonnig Tampa, Florida, verlicht Silicon Valley, California, en verdorven Wall Street, New York. Zo ontvouwt zich in meer dan vierhonderd bladzijden een drama van wereldformaat: de keiharde de-industrialisatie, de opmars van het grootbedrijf, de leegloop van het platteland, de financialisering van de economie, de ondergang van de middenklasse, de verarming van de suburbs, de groeiende economische ongelijkheid, het verval van politieke normen, alles uitmondend in de financiële crisis van 2008. Ze noemen het globalisering. Treurigmakend boek. Ik begrijp de woede en frustratie, die zit op het platteland en in de buitenwijken. De mensen daar hielpen Trump en Poetin aan de macht. Het is een regelrechte contrarevolutie.

Het boek deed sterk denken aan ‘Expulsions’ (2014) van de Amerikaanse sociologe Saskia Sassen. Ook dat recente boek schetst een omvattend beeld van verarming, verlies en verdrijving, samenvallend met processen van verrijking onder slechts twintig procent van de westerse bevolking. In Azië komt weliswaar een middenklasse op, maar volgens Sassen zal deze qua omvang uiteindelijk toch relatief beperkt blijven. Ook daar ziet ze vormen van onderdrukking en verlies. Ze wijst op de verwoestende werking die groeiende complexiteit heeft op de planeet aarde en wijst op de militarisering van de staat als dominante reactie. Volgens haar heeft niemand hier meer greep op. Achter ons ligt een periode van maatschappelijk opbouw en groeiende samenhang, voor ons ligt een periode van afbraak, uitstoting en oorlog. Weet u waar me haar boek aan deed denken? Aan ‘Het einde van de rode mens’ (2013) van Svetlana Alexijevitsj. Net als de Sovjet-Unie in 1989 stort het Westen nu in. Zoiets. Toch zien Sassen en ook Packer nog lichtpuntjes. De emancipatie van minderheden in de grote steden zet door, mensen daar komen in verweer, Occupy was een begin, in de steden broeit iets.

Tagged with:
 

Een betere wereld

On 7 september 2016, in boeken, theorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Uitblinkers’ (2008) van Malcolm Gladwell:

Afbeeldingsresultaat voor outliers gladwell

Waarom hebben sommige mensen meer succes dan andere? De Canadese wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell schreef er acht jaar geleden een interessant boek over. Deze zomer heb ik het eindelijk gelezen. Talent alleen, aldus Gladwell, is niet genoeg. Je moet ook veel oefenen. Zelfs het allergrootste talent heeft tenminste 10.000 uur geoefend voordat hij succesvol werd. En dan nog is succes niet verzekerd. In ‘Uitblinkers’ maakt hij onderscheid tussen kansen en erfenis. Kansen op succes vergroot je door je in een omgeving te bewegen die daarvoor gunstig is, want alleen lukt het je niet. Erfenis is iets wat je van huis uit mee krijgt of tekort komt, het gaat om diepe wortels, vaak niet eens opgemerkt, die je voetstoots aanneemt, maar die bepalend blijken voor het behalen van succes in je leven. Het is iets cultureels. Gladwell: “Om een betere wereld te maken moeten we de lappendeken van geluk, toeval en willekeurig voordeel die nu bepalend zijn voor succes vervangen door een maatschappij die kansen biedt aan iedereen.” Mooie gedachte. Geen Ayn Rand in dit boek. Verre daarvan. Uitblinkers volgens Gladwell “zijn het product van van geschiedenis en gemeenschap, van kans en erfenis.” En zo is het.

De ruimtelijke component blijft bij Gladwell wel grotendeels impliciet. Zo merkt hij op dat alle grote internetondernemers van de wereld rond 1955 zijn geboren, wat inderdaad opvallend is, maar het feit dat ze allemaal in San Francisco groot werden laat hij grotendeels buiten beschouwing. En zijn voorbeeld van het immense succes van textielondernemers als Louis Borgenicht en andere joodse immigranten begin twintigste eeuw brengt hij amper in verband met New York. Wel merkt hij op dat de kledinghandel destijds de grootste en economisch meest bruisende industrie in deze metropool was. “Wie in de jaren negentig van de negentiende eeuw naar New York City kwam en een achtergrond had in kleding en naaiwerk of Schnittwaren Handlung, had fenomenaal geluk. Het was hetzelfde als in 1986 opduiken in Silicon Valley met tienduizend uur aan computerprogrammeren achter de kiezen.” Het juiste tijdstip vindt Gladwell kennelijk belangrijker dan de juiste plek. Dat is de zwakte van zijn boek. Het is juist omgekeerd. Grote steden bieden de beste kansen, op elk moment, voor iedereen. En om in een metropool als New York de top te bereiken moet je inderdaad keihard werken – zeker 10.000 uur. Maar geluk, toeval en willekeurig voordeel liggen er achter elke straathoek verborgen. Een betere wereld begint bij grote steden.

Tagged with:
 

Winnen of verliezen

On 5 september 2016, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 16 juli 2016:

 

Het is opletten geblazen. Wie niet de trends volgt is verloren. In The Economist afgelopen zomer meldde Schumpeter dat ‘de monding van de culturele rivier is verlegd van New York en Los Angeles naar San Francisco’. Dat stelde althans Chris Dixon, CIO van een venture capital-onderneming in Silicon Valley. Van het observeren van wat slimme jonge mensen in het weekend doen heeft hij zijn beroep gemaakt. De bankier werd trendwatcher. Op deze manier denkt hij uit te kunnen maken wat over tien jaar de dominante beweging zal zijn. Veel van zijn observaties hebben betrekking op voedsel en gadgets. Maar dus ook de beweging van de ene stad naar de andere stad. In hetzelfde nummer van het Londense zakenblad wordt door een andere redacteur opgemerkt dat alle grote en succesvolle firma’s in de wereld – Lego, Airbus, Google, Apple, Siemens, Adidas, Amazon – dure nieuwe hoofdkantoren bouwen. Al die kantoren hebben één ding gemeen: met hun architectuur en inrichting willen ze creatieve, jonge techies behagen. Vooral in Europa, waar de beroepsbevolking snel veroudert, is het zaak om jong talent aan zich te binden, dus gebouwen en interieurs moeten frisheid, openheid en innovatie uitstralen.

Veel van die nieuwe hoofdkantoren in Europa bevinden zich overigens op het platteland: Lego bouwt in Jutland, Airbus ontwikkelt buiten Toulouse, Adidas spendeert 500 miljoen euro in de bossen rond Herzogenaurach. Terecht stelt The Economist de vraag of die ruimtelijke strategie houdbaar is. Amazon heeft zich in het hart van Seattle genesteld, Google en Apple bevinden zich in San Francisco Bay Area. “For European firms in out-of-the-way company towns such as Billund or Herzogenaurach, it might be hard to compete, however appealing the minigolf course.” Die waarschuwende woorden las ik ook in een politieke analyse aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen rond de figuur van Emmanuel Macron, minister van Economische Zaken. Opvallend in het Franse landschap is de scherpe scheiding tussen succesvolle kosmopolitische steden als Parijs, Lyon, Grenoble en Bordeaux, met hun aangename voetgangersgebieden, tech hubs en voedselhallen, en kwijnende industriesteden met hun gokhallen, parkeerterreinen en leegstaande winkelstraten. Politici die, net als CEO’s van topondernemingen, willen blijven groeien, zullen zich op de eerste categorie moeten richten, niet op de tweede. Ze zullen de grote, trendy stad in hun armen moeten sluiten. Doen ze dat niet, dan zullen ze uiteindelijk verliezen.

Tagged with:
 

Startup delta

On 27 augustus 2015, in regionale planning, technologie, wonen, by Zef Hemel

Read in The Economist of 25 July 2015:

>

It’s called a ‘briefing’. Subject: Silicon Valley. In The Economist of 25 July the message was: “the tech boom may get bumpy, but it will not end in a repeat of the dotcom crash.” It was a description of how the Greater San Francisco region is doing, a metropolitan ensemble of more than 5 million inhabitants on America’s Westcoast. It’s doing just great. One of the entrepreneurs in the valley confessed: “Living in San Francisco today, with its bustle and big ideas, feels like living in Florence during the Renaissance.” Florence must have been a great place, for sure, but also an expensive city at the time. The journalist admitted: “In every coffee shop from downtown San Francisco to Palo Alto you hear complaints about eye-watering property prices and unbearable traffic.” The bay area on the map – ‘valley of the kings’ – looked more like the Egyptian Nile valley during the reign of the pharaos than the valley of the Italian Arno, at the time of the Medici family. The map shows the biggest companies are located south, near San Jose: Apple, Google, Facebook. But north, in the city center of San Francisco itself, there are the new headquarters of Uber, Dropbox, Pinterest, Airbnb, all young and private companies.

Even techies prefer to live in the city now, in an urban environment. Property prices in San Francisco are soaring as a result. “Districts that were once affordable, like Soma and the Mission, are being overrun by engineers and entrepreneurs, pricing out people who have long called them home.” Even venture-capitalist firms have left the suburban neigborhoods and highway-locations near Stanford University or Palo Alto; they all moved north, “to be near the young, urban entrepreneurs who find the Valley distant and boring.” What’s happening in the valley, is what you also see glimmering in the Dutch delta. If the Netherlands want to become a ‘Startup Delta’, which the Dutch government seems to be after, then the spatial configuration that fits this ambition is an urban one, highly concentrated, in Amsterdam. Property prices are steeply rising there, so that means the government should build more houses as concentrated as possible, in the city where the technies and entrepreneurs want to live. And stop facilitating spatial dispersion.

Tagged with:
 

The next Silicon Valley

On 11 februari 2015, in film, innovatie, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseiland Campus te Amsterdam op 6 februari 2015:

/>

College gegeven tijdens de door studentenvereniging Sarphati georganiseerde Ouderdag. Ouders van studenten komen een middag op de universiteit om de sfeer te proeven en informatie te krijgen. Een vast bestanddeel van het programma zijn korte colleges. Die van mij ging over Silicon Valley versus het Silicon Valley van de achttiende eeuw: Manchester. Wat maakte deze twee steden zo buitengewoon intelligent dat ze een voorbeeld werden voor de hele wereld? En hoe maken we onze eigen steden intelligent? Ik bracht ‘The Imitation Game’ ter sprake. Aanleiding was een opmerking van een vader van een student dat de Amerikaanse defensie-industrie het technologische wonder van Silicon Valley met veel geld zou hebben gecreëerd. Even daarvoor had een moeder geopperd om buitengewoon talent naar je stad te halen als middel om intelligenter te worden. Om beide suggesties te wegen gebruikte ik het voorbeeld van Alan Turing en diens inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De wiskundige Turing moest in opdracht van de Britten de Enigma-codes van de Duitsers kraken. Het beeld dat oorlogen en geniale talenten innovatie bespoedigen lijkt er in bevestigd te worden.

Niet dus. Dat de generaals niets begrepen van innovatie komt in de film wel bijzonder schrijnend naar voren. De defensiestaf gedroeg zich als het management van een bureaucratie die meer geïnteresseerd was in oorlog voeren dan in wetenschappers de ruimte geven. Er werd teamwerk geëist en discipline bevolen. En als het om geld ging: een bedrag van 100.000 pond voor een Poolse machine was hen al te veel. Pas wanneer de onaangepaste Turing met een brief aan Churchill alsnog zijn zin krijgt en zelfs teamleider wordt, gebeuren er dingen die bureaucraten nooit hadden verzonnen: werving van getalenteerd personeel via een kruiswoordpuzzel in de krant: crowdsourcen avant la lettre. Er komt zelfs een huisvrouw het team versterken! Het team zelf zit opgesloten in Bletchley Park in een barak, terwijl de grote doorbraken plaatsvinden in de informele sfeer van het café in het nabijgelegen dorp. Ondertussen is alles geheim en worden de geleerden permanent in de gaten gehouden omdat de generaals ze verdenken van spionage. En het grote brein Turing? Zijn inzichten had hij al in 1936 ontwikkeld. Het enige wat hem dreef was mededogen met de mensheid, die het maar niet begreep, buitengewoon agressief was en er een enorme bende van maakte.

Tagged with:
 

Amsterdamlezing #2

On 16 januari 2015, in planningtheorie, technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html

Pieter Hooimeijer en Zef Hemel zullen de tweede Amsterdamlezing van 2015 voor hun rekening nemen. Op 9 februari spreken zij over de intelligentie en innovatiekracht van steden in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Hooimeijer, die sociale geografie en demografie aan de Universiteit Utrecht doceert, zal de avond modereren; Hemel zal vanuit de planologische invalshoek de inleiding verzorgen. Met de lezing willen wij het beeld van Amsterdam als kennisstad aanvullen met kennis uit de geografie en de planologie. Hooimeijer zal dat mede doen als lid van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) die in april 2014 een belangwekkend rapport aan de Nederlandse regering publiceerde over de toekomst van de stad. Was is die toekomst van steden eigenlijk en hoe belangrijk is wetenschappelijke kennis daarin precies? Vermoedelijk zal Hooimeijer de plaats en betekenis van universiteiten in die toekomst, en zelfs de rol van steden daarin, relativeren. Ikzelf denk dat deze rol juist bepalend is.

Waarom bepalend? De oorsprong van het denken over geavanceerde stedelijke kennisproductie moet gezocht worden langs de boorden van de Grote Oceaan: Japan, Taiwan, Singapore, bovenal Silicon Valley. Ver van Nederland dus. Geografische studies naar het succes van de Bay Area vonden hun oorsprong in Los Angeles, waar wetenschappers het raadselachtige succes van Silicon Valley probeerden te verklaren. ‘Technopoles’, later ‘Cybercities’, ‘Informational Cities’, nog weer later ‘Smart Cities’ werden dit soort hoogtechnologische steden genoemd. Stanford University leek de sleutel. Begin 2000 werden aan die ene T van Technologie nog twee T’s toegevoegd, te weten Talent en Tolerantie. ‘Creatieve steden’ boordevol jong, hoogopgeleid talent werden nu uitgeroepen tot de winnaars in de eenentwintigste eeuw. Belangrijker dan het begrip waren de bestanddelen: Science Parks, ‘Valleys’, clusters, campussen, ‘startup ecosystems’, de begrippen duidden op nabijheid, de grote betekenis van de regionale schaal en van mondiale stedelijke netwerken. En het belang van praktische lokale kennis – metis. Met als gevolg een relativering van de natie-staat. Een overzicht van dit vertoog krijgt u op 9 februari 2015. Locatie: CREA, Roeterseiland.

The Mecca of Cool

On 22 mei 2013, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 21 februari 2013:

De creatieve sector van los Angeles heeft New York sinds een paar jaar qua aantal bedrijven, uitstraling en omzet ingehaald. Dat meldde onlangs NRC Handelsblad. Er werken in LA nu meer dan 300.000 mensen in de sector, er gaat ruim 100 miljard dollar in om. De komende drie jaar verwacht de gemeente Los Angeles nog eens een toename van 10.000 banen; het afgelopen jaar alleen al gingen hier 500 creatieve bedrijfjes in de reclame- en entertainmentsector van start. Was dat de reden dat ook het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer in november 2012 een vestiging in de metropool aan de Amerikaanse westkust opende? “Europese ondernemers in de creatieve sector horen zich in New York te vestigen,” schreef The New York Times verontwaardigd.

KesselsKramer koos voor LA vanwege de toestroom van reclamebureaus, galeriehouders en kunstenaars naar de stad aan de Amerikaanse westkust. Californië beleeft een ware renaissance en LA is de ideale plek om verhalen te bouwen. Ook noemt het bedrijf de ruimte om te experimenteren die LA zou onderscheiden van de Big Apple. Los Angeles haalde ook nog eens New York, Seattle en Boston in als de beste plek in de USA om een startup te beginnen. Onderscheidend hierin bleek met name het ondernemende klimaat. Ten slotte blijkt Los Angeles een ideale springplank naar Aziatische markten. Mooi waren de infographics in de krant die de creatieve sector in Los Angeles met die in Berlijn, Londen, Parijs en Silicon Valley vergeleek. Meest opvallende gegeven: minimaal een kwart van de starters in de creatieve sector in deze vier grote steden heeft ooit in Silicon Valley geëxperimenteerd. Vandaar de recente bijnaam van Los Angeles: Silicon Beach. O ja, alle succesvolle creatieve steden tellen meer dan vier miljoen inwoners. Kom er in Nederland maar eens om.

De boom die alles zag

On 6 mei 2013, in economie, innovatie, by Zef Hemel

Gezien op televisie op 26 april 2013:

Uniek drieluik op de Nederlandse televisie, waanzinnig dat dit in een land gebeurt. Nooit eerder zagen we het vakgebied zo uitgebreid en meeslepend in beeld gebracht op tv. In ‘De Wereld van Klöpping’ – onderdeel van DWDD University – geeft internetspecialist Alexander Klöpping op aanstekelijke wijze zijn reisimpressies naar het mekka van de innovatie, de personal computer en het internet: Silicon Valley. Komende vrijdag wordt het laatste deel uitgezonden, over de toekomst. In het eerste deel, uitgezonden op 26 april, kregen we de unieke geschiedenis voorgeschoteld van Santa Clara Valley, “een gebied ongeveer zo groot als de Randstad.” Waarom zit zoveel innovatie zo dicht opeen gepakt in dat ene grootstedelijke gebied aan de Amerikaanse Westkust? Er bleek een levende maquette in studio aanwezig om de geografie aan de kijkers duidelijk te maken. Het begon met de boom die alles zag. Daarna kwam de garage van Hewlett-Packard. Maar alras was daar Shockley Semiconductor Laboratory van William Shockley. Deze laatste – uitvinder van de transistor en latere Nobelprijswinnaar (1956) – werd door Klöpping aan de wieg geplaatst van het wonder van Silicon Valley. Acht jonge mannen die al snel zijn bedrijf verlieten begonnen even later hun eigen bedrijfjes. Een ervan was Robert Noyce, die het succesvolle Fairchild Semiconductor oprichtte. Intel is weer ontsproten aan Fairchild. Enzovoort.

Silicon Valley is dus allesbehalve een van overheidswege gepland cluster van innovatieve bedrijven en wetenschappelijke instellingen. Deels toevallig ontstaan, deels ingebed in de hippiecultuur van San Francisco, deels een product van Stanford University. In het programma werd de geboorte helemaal opgehangen aan die ene persoon van Shockley. Klöpping beklemtoonde dat de excentrieke Shockley overal had kunnen werken. Waarom ging hij in 1955 uitgerekend naar de Amerikaanse Westkust? De grap in de uitzending was dat dit vanwege zijn moeder zou zijn geweest, die in Palo Alto woonde. Dat is wel zo, maar daarmee doet men de geschiedenis wel een beetje geweld. Wat Frederick Terman op Stanford in 1946 rond electrical engineering teweegbracht met de oprichting van Stanford Research Institute en de aanleg van het eerste high technology industrial park naast Stanford in 1951 was minstens even beslissend. Sterker, dit Stanford Industrial Park werd het epicentrum van het latere Silicon Valley, niet die boom die alles zag of het huis van de moeder van William Shockley. En de basis zou je bijna vergeten: een metropool van 5 miljoen. Niettemin, een mooie uitzending was het.

Tagged with:
 

Een Europese Silicon Valley

On 21 december 2012, in innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in Le Parisien van 24 september 2010:

In september 2010 verklaarde de toenmalige Franse president Sarkozy dat hij een ‘Europese Silicon Valley’ zou stichten aan de zuidkant van Parijs, op het Plateau de Saclay. Zijn voornemen maakte deel uit van zijn plannen voor ‘Grand Paris’. De afstand van Saclay tot Parijs bedraagt ruim twintig kilometer, het gebied bestaat uit vruchtbaar bouwland en fungeert al honderden jaren als waterberging voor de fonteinen van het lager gelegen Versailles. Sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw hebben zich hier een aantal scholen en onderzoeksinstituten gevestigd, waaronder de Universiteit van Parijs, het CNRS, ONERA, HEC, later gevolgd door de laboratoria van Danone, Thomson-CSF, Thales en Kraft Food. Helemaal nieuw is het idee dus niet. Sarkozy voegde er zijn Ministerie van Defensie aan toe en ook andere nationale scholen dwong hij tot verhuizing. De uitbreiding, de verhuizing binnen Parijs en de gewenste concentratie die op het plateau zal worden gerealiseerd omvat 30.000 studenten en 12.000 onderzoekers, een investering in nieuwe gebouwen van liefst 3 miljard euro. Daar komt dan nog de investering in een nieuwe metroverbinding bij. Een aparte stichting moet de hele operatie, waarbij 23 instituten betrokken zijn, in goede banen leiden.

Geen wonder dat Moskou zich in 2011 wendde tot Parijs, toen de toenmalige Russische president Medvedev zijn plan smeedde om aan de zuidwestkant van de Russische hoofdstad een Russische Silicon Valley te stichten. In aansluiting op Skolkovo dacht Medvedev zelfs het hele regeringscentrum uit Moskou naar het zuidwesten te verplaatsen. De gelijkenis met het plan van zijn Franse collega moet hem zeker hebben opgevallen toen hij op 2 maart 2010 Parijs bezocht. En Sarkozy zal hem toen zeker zijn ‘Grand Paris’ hebben verkocht. Over de voortgang van de Russische plannen heb ik in deze blog uitvoerig bericht, niet over de Franse plannen met betrekking tot Sarclay. Die blijken overigens op veel weerstand te stuiten. Deels betreft het landschapsbeschermers en ecologen die een verdere uitbreiding van Groot Parijs aan deze kant overbodig vinden, deels zijn het de instituten zelf die een gedwongen verplaatsing helemaal niet begrijpen en hun vestiging elders in Parijs juist waarderen. Ook de kostbare metroplannen liggen onder vuur. Blijft over de vraag: kan je wel voor 3 miljard euro een Silicon Valley bouwen?

Tagged with: