Slangenkuil

On 21 januari 2009, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 30 december 2008:

Terwijl de rijksuitgaven aan sport gestaag groeien (echter, in verhouding tot het buitenland nog steeds achterblijven) en Nederland zich aarzelend opmaakt voor de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028, blijft NOC*NSF, de Nederlandse sportkoepel, in de pers te boek staan als een ‘slangenkuil’. Zo ook aan de vooravond van Oudejaarsdag 2008. NRC Handelsblad wijdt er een hele pagina aan. Daarin komt Joop Albeda naar voren als een man met visie. Vier jaar geleden vertrok hij bij NOC NSF als technisch directeur. Nog steeds toont hij zich betrokken. Hij wil een Team Olympic, "een ploeg waarin kandidaten voor de Olympische Spelen zijn ondergebracht, met één centrale aansturing bij voorkeur vanuit het Olympisch Stadion in Amsterdam." Waarom? "De processen rond de topsporter – van trainingshal tot vliegtickets – kunnen zo beter worden geregeld." Maar nee, nog steeds zit NOC*NSF verstopt in de bossen bij Arnhem, op Papendal. "Met gevoel voor symboliek verwijst Joop Albeda naar de decentrale ligging en de architectuur van de sportkoepel NOC*NSF. Aspecten die, in de ogen van de voormalig technisch directeur, model staan voor de externe afhankelijkheid en interne onthechting waaraan NOC*NSF lijdt. Wie het gebouw op het bosrijke nationale sportcentrum Papendal bij Arnhem binnenkomt, heeft de keus uit een linker- en een rechtervleugel. Waarmee Albeda maar wil zeggen: bij de entree mis je al de cohesie."

Waar Albeda op doelt is geen symboliek. Mensen gaan zich gedragen naar de plek en de ruimte waarin ze verkeren. Werk je in een gebouw met twee vleugels, dan is samenwerken lastig. Ga je in de bossen zitten, dan worden veel mensen depressief. Opereer je vanuit de stad, dan voel je de dynamiek. Ga je werken vanuit een metropool, dan voel je je deel van de wereld. Hoe lang blijft NOC*NSF nog in de rustgevende bossen bij Arnhem vergaderen? En wanneer gaan de topsporters, zoals Albeda voorstelt, vanuit het schitterend gerestaureerde Olympisch Stadion aan de Zuidas uitvliegen over de wereld? Het jaar 2028 nadert.

Tagged with:
 

Ajax

On 14 december 2008, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 1 november 2008:

Aan het internationale profiel van Amsterdam draagt ook de voetbalclub Ajax bij. Maar het gaat niet goed met Ajax. Net zomin als het goed gaat met PSV en met Feijenoord. Gisteravond nog verloor de Rotterdamse club van AZ en bestormden tientallen boze fans het Maasgebouw. Er lijkt sprake van een patroon. "De provincie regeert", kopte De Volkskrant een paar weken geleden. Het zijn nu AZ, Twente en Heerenveen die beter presteren. Veel beter zelfs. De nivellering in de eredivisie voetbal lijkt te maken te hebben met groeiend vertrouwen in de provincie, die minder geneigd is op te kijken tegen de randstedelijke topclubs. Die hebben hun gouden tijden beleefd in de jaren zeventig en tachtig, toen het voetbal professionaliseerde. Inmiddels wijken de begrotingen van deze topclubs niet veel meer af van de clubs in de provincie. "In principe wordt de ranglijst voor 90 procent bepaald door geld. Maar de begrotingen van de traditionele topclubs stijgen de laatste jaren minder snel dan die van sommige clubs uit de provincie. Die stralen trots uit en werpen de schroom van zich af," zegt Henk Kessler, directeur betaald voetbal. Het gaat om de 50 miljoen van Ajax tegen de 30 miljoen van een club als AZ. En dan heb je het Bosman-arrest uit 1995, dat spelers transfervrij verklaart na afloop van hun contract. Steeds jonger vertrekken daardoor de talentvolle voetballers naar de Europese topclubs, die beduidend meer vermogen hebben dan Ajax. Dat bleek laatst nog, toen de 26-jarige Ajaxied Huntelaar aan Real Madrid bleek te zijn verkocht voor 27 miljoen euro. Real Madrid heeft alleen al vorig jaar een winst gemaakt van 54 miljoen euro.

Wat er in het voetbal gebeurt, staat niet op zichzelf. In alle economische sectoren zie je aan de top een verwoede strijd om het aantrekken van talent. In Nederland vindt op dit moment een gevaarlijke drainage plaats van hier opgekweekt toptalent. Dat vertrekt, zodra het de kans krijgt, naar het buitenland. Daar wordt meer geld geboden en de kansen om de top te bereiken zijn er gewoon groter. Dat heeft te maken met de omvang van de steden. Die zijn bij ons te klein. In internationaal perspectief zijn onze grote steden eigenlijk de ‘provincie’. Anders gezegd, er is in Nederland domweg te weinig economisch draagvlak voor topvoorzieningen. Die worden, als ze er nog zijn, kunstmatig in stand gehouden met subsidiestromen vanuit ‘Den Haag’. Zoals bij het Concertgebouworkest of de Nederlandse Opera. Maar Ajax krijgt geen subsidie. Daar zie je nu de drainage. In dergelijke omstandigheden gaat inderdaad ‘de provincie regeren’.

Henk Kessler mag dit dan een "leuke en spannende competitie" vinden, eigenlijk is het zorgelijk. Het enige dat voor Ajax helpt is een echte grote stad bouwen. Een metropool.

Tagged with:
 

Olympische afgang

On 14 november 2008, in sport, by Zef Hemel

Gezien op Nederland 2 (Andere tijden) op 13 november 2008:

Midden jaren tachtig werd door Nederland geprobeerd de Olympische Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. De redactie van ‘Andere Tijden’ wijdde er een uitzending aan. Het was een opzienbarend scherpe reconstructie van een nationale afgang.

Niet Amsterdam, maar regeringscentrum Den Haag wilde de Spelen naar Nederland halen en gebruikte daar de hoofdstad voor. De toenmalige Spaanse voorzitter van het IOC, Saramanch, had de minister-president met een dergelijk verzoek benaderd. Die voelde zich wel vereerd. Het was Ruud Lubbers (CDA), de minister-president, die het vervolgens heel graag wilde, en niet Ed van Thijn, de burgemeester van Amsterdam. Die laatste vond zichzelf eigenlijk helemaal niet geschikt voor al die ontvangsten en poeha. Verder wilde Henk Vonhoff (VVD), toentertijd voorzitter van de NOC NSF, maar wat graag met de Nederlandse kandidatuur op de voorgrond treden. Echter, zo blijkt achteraf, Amsterdam maakte van meet af aan geen schijn van kans. Dat liet Dick Pound, vooraanstaand Canadees IOC-lid, fijntjes weten. Wat keek die man ruim twintig jaar later nog altijd minzaam in de lens. Vooral ‘de opdringerige dikke man’ (Vonhoff) herinnerde hij zich nog goed. En de domme act van de Nederlandse minister-president, die een bosje bloemen via de ether probeerde te sturen naar Seoul, waar de IOC-leden vergaderden, had hem in zijn professionele oordeel gesterkt dat Amsterdam geen serieuze kandidaat was. "Als je een miljardenproject wilt binnenslepen, doe je het niet zo klungelig als Nederland destijds deed." Dat Amsterdam een uitstekend bidbook maakte, het mocht niet baten. Er waren teveel Haagse politieke figuren die ermee wilden scoren. Ze liepen elkaar in de weg. En dat voor zo’n klein landje! Het groepje rond Saar Boerlage kreeg in Nederland uiteindelijk de schuld van het mislukken van de campagne (slechts 5 van de 85 leden stemden in de eerste ronde voor Amsterdam). De uitzending maakte duidelijk dat dat teveel eer is voor Saar Boerlage. Alleen die beschuldiging al getuigt van Hollands provincialisme.

Als Nederland nog een keer kandidaat wil zijn, dan is de eerste les: Amsterdam moet het echt willen. En Den Haag moet Amsterdam alle ruimte geven om het werk goed te doen. In dat opzicht is NOC NSF verkeerd begonnen op weg naar 2028. In plaats van heel Nederland een kans te geven had NOC NSF haar tenten moeten opslaan in Amsterdam, naast het Olympisch Stadion, en het Amsterdamse stadsbestuur moeten bestoken. Weg uit de bossen achter Zeist! En gok niet op de Haagse departementen. Kies voor Amsterdam. Jut het Amsterdamse gemeentebestuur op, dat inderdaad de neiging heeft om voorzichtig te opereren.

Of houdt het NOC NSF stiekem rekening met een voortijdige afwijzing? In dat geval heeft het bij de huidige strategie altijd nog een ander doel bereikt: meer geld voor de topsport in Nederland. Maar als dat zo was, dan zou dat betekenen dat NOC NSF er niet echt in gelooft. Dat zou niet hoeven te verbazen na de smadelijke afgang van haar voorzitter midden jaren tachtig. Maar een goed voorteken is het niet. Als je goed wilt doen, moet je er ook echt voor gaan.

Tagged with:
 

Stedenstrijd

On 26 februari 2008, in politiek, sport, by Zef Hemel

gelezen in Cities in the International Marketplace (2002) van H.V. Savitch en Paul Kantor:

Al eerder schreef ik over de onzin van zogenaamde concurrentie tussen steden, over de stompzinnigheid van wat dan heet ‘stedenstrijd’. Wat ik hierover ook beweer, het lijkt niet te worden geloofd. Gelukkig lees ik in de omvattende studie van Savitch en Kantor over ‘The Political Economy of Urban Development in North America and Western Europe, dat die competitie tussen steden inderdaad allemaal onzin is. Zo staat er in de conclusie, op bladzijde 353, het volgende te lezen over wat er op dit moment aan de hand is: "In many ways globalization has changed the rules of urban political economy. Cities have begun to act as mini sovereignties (sic!), moving about to compete for the Olympic Games, court multinational corporations, or sell their products abroad." Steeds meer steden dingen kennelijk naar de kandidatuur van de Olympische Spelen. Het lijkt wel alsof ze dat van elkaar niet weten. Ook Amsterdam – pardon: Nederland – maakt zich op om zich kandidaat te stellen, voor de spelen van 2028. Dat wordt dringen!

Helemaal op het eind, in een voetnoot, schrijven de auteurs heel voorzichtig, alsof ze de steden niet voor het hoofd willen stoten: "Unlike nation states struggling for power on the international stage, city governments need not always compete at the expense of other cities. Urban communities do not seek to forge coalitions with other cities in order to deprive others of power over them. The international marketplace is so vast and the impact of any one city can have on the global system is so remote and indirect that it makes little sense to speak of a zero-sum competition even though some resources, especial capital, are finite.” Genuanceerder kan ik het niet zeggen. Duidelijker ook niet. Dus steden, relax!

Tagged with:
 

Tyson Gay

On 31 augustus 2007, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 27 augustus 2007:

Egbert de Vries, stadsdeelvoorzitter van Oud-Zuid, vertelde ons vandaag het verhaal over ‘de beroemdste expat van Amsterdam’. Wie is dat, vroegen we? Volgens De Vries is dat de Amerikaan Tyson Gay, winnaar van de 100 meter sprint op de Wereld Kampioenschappen atletiek in Osaka. Gay woont de laatste tijd in Amsterdam. Zijn sponsor Adidas heeft daar een onderkomen voor atleten. In de zomermaanden oefent de wereldkampioen in het gerenoveerde Olympisch Stadion, meestal tussen de recreanten, in de winter traint hij in warmere oorden. Waarom Amsterdam? Omdat het intercontinentale netwerk van Schiphol de atleten directe toegang verschaft tot alle plekken op de wereld waar grote atletiekevenementen worden gehouden. En atleten zijn uiterst gevoelig voor onrust, slaapgebrek en ongemak tijdens het reizen. Comfortabel vliegen over de gehele wereld is voor hen een must. Bovendien is het Olympisch Stadion een aangename accomodatie. En verder vindt Gay Amsterdam een erg leuke stad.

Wat voor wereldatleten geldt, geldt voor meer topdisciplines. Directe toegang tot alle centra in de wereld is een pre. Amsterdam zou op al die terreinen een rol kunnen spelen in de wereld: mondiale uitvalsbasis voor topspelers en topartiesten. Tijdelijk. In de zomermaanden. Mits het immigratiebeleid van de Nederlandse staat dit toelaat. Dat wel.

Tagged with: