Amsterdamlezing 2018 #3

On 24 februari 2018, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 24 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor max welling deep learning

Max Welling, vijftig jaar oud, is hoogleraar Machine Learning en Kunstmatige Intelligentie aan de Universiteit van Amsterdam. Welling is mede-oprichter van Scyfer, een scuccesvolle spin off van de Universiteit van Amsterdam en gevestigd op Amsterdam Science Park. Scyfer, nog maar vier jaar oud, werd vorig jaar tegen een onbekend bedrag opgekocht door de Amerikaanse chipproducent Qualcomm. Het jonge bedrijf maakt chips intelligent, het doet aan deep learning. Met zijn algoritmes zoekt het in grote hoeveelheden data naar patronen. Op dit moment richt het zich vooral op spraakherkenning. Qualcomm probeerde tevens de Nederlandse chipmachinebouwer NXP te kopen, waar het 47 miljard dollar voor wilde betalen. NXP levert vooral aan de autoindustrie. En Qualcomm verwierf de Amsterdamse AI-startup Euvision Tech; samen met de Universiteit van Amsterdam richtte deze in 2015 het onderzoekslab QUVA Lab op, waar onderzoek gedaan wordt naar cutting edge machine learning technieken. Ook dat bevindt zich op Amsterdam Science Park. Als we het over de toekomst hebben, kun je niet om Max Welling en Amsterdam Science Park heen.

Innovatie gaat steeds sneller, data is de brandstof en kunstmatige intelligentie is de motor. Op 24 november 2017 gaf Welling, die ook les geeft in Californië en Canada, een interview aan NRC Handelsblad. Lerende algoritmes stonden daarin centraal. Over Scyfer vertelde hij: “Kunstmatige intelligentie breidt zich uit naar de ‘randen van het netwerk’: nu zit de rekenkracht voor machine learning nog vooral in de cloud, de grote computernetwerken. We willen chips ontwikkelen die algoritmes soepeltjes kunnen draaien op een telefoon of in een auto.” Welling sprak van de mogelijkheid om data te anonimiseren door het toevoegen van ruis. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat bedrijven of overheden in bezit van privacygevoelige data elk individu op de voet kunnen volgen. Op de UvA wordt hiernaar onderzoek gedaan. En hij sprak over hoe algoritmes proefondervindelijk kunnen leren te plannen en beslissingen te nemen. “Computers moeten leren vooruitkijken als mensen.” Dat heet reinforcement learning. Op maandagavond 26 februari 2018 vertelt hij er meer over in de derde Amsterdamlezing van 2018. Meld je aan, op: http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen-uva.html Het is gratis.

Tagged with:
 

Onbegrijpelijke toekomst

On 30 juni 2017, in boeken, technologie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘What is the Future’ (2016) van John Urry:

Afbeeldingsresultaat voor what is the future? urry

Afgelopen weekeinde in Het Parool (24 juni 2017) een interview met Leo Meyer, oud-onderzoeker bij het IPCC en het Planbureau voor de Leefomgeving. Meyer is klimaatexpert. Nee, vrolijk werd ik er niet van. Meyer: “We vliegen blindelings op een voor ons onbegrijpelijke toekomst af. In 2500 zou de zeespiegel wel eens 15 meter hoger kunnen staan.” Alle toekomstprojecties, aldus Meyer, zijn met grote onzekerheden omgeven. Alles is denkbaar, het gekste kan gebeuren. We lijken het echter niet te beseffen. “Hoe groot, hoe omvangrijk, hoe urgent het probleem is, dringt niet door.” Het interview deed me denken aan het vorig jaar verschenen boek van de Britse socioloog John Urry. In ‘What is the Future?’ onderzocht deze de toekomst als maatschappelijk fenomeen. “Futures are now everywhere.Thinking and anticipating the future are essential for almost all organizations and societies.” Tegelijkertijd lijken al die toekomsten onvoorspelbaarder dan ooit, onzeker en onbekend. Fijntjes stelt Urry vast dat met toekomstdenken de planologie weer terug op het toneel lijkt. Aan planologie kleefde de geur van de sociaal-democratie. Toen die het aflegde tegen het neoliberalisme, moesten de planologen een toontje lager zingen. Noem je leerstoel echter ‘Future studies’ en je zit gebeiteld.

De laatste hoofdstukken van ‘What is the Future?’ zijn gewijd aan toekomstscenario’s. Het allerlaatste hoofdstuk gaat over het klimaat.  Geen van de vier klimaatscenario’s loopt goed af. In het eerste scenario zijn klimaatwetenschappers door regeringen die de toekomst van ‘economische groei voorop’ aanhangen in de hoek gezet van een verschrikkelijke toekomst, een rampspoed waar zij niets aan kunnen doen en die zich noodlottig zal wreken: een regelrecht Cassandra syndroom. In het tweede zijn er activisten die een CO2-neutrale toekomst voor mogelijk houden, maar ze zijn te laat en zullen hun doel slechts bereiken tijdens mondiale catastrofes. De derde stroming denkt aan ecologische modernisering, al meent Urry dat er van een monumentale technologische ommekeer sprake zal moeten zijn om zo’n toekomst plausibel te maken. Ten slotte is er, als reactie op rampen die zich hoe dan ook zullen voltrekken, een toekomst denkbaar, gedomineerd door grootschalige geo-engineering via machtige partijen die de democratie daarbij opzij zullen schuiven. Zij zullen proberen het klimaat naar hun hand te zetten, waarop oorlogen zullen uitbreken. Het lijkt wel of Urry, die vlak voor zijn dood het manuscript voltooide, in de toekomst van het klimaat aanleiding zag voor het schrijven van zijn boek. ‘What is the Future?’ is een somber boek. U begrijpt dat ik na lezing het even niet meer zag zitten.

Tagged with:
 

Opgegeven

On 28 november 2016, in economie, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Unwinding’ (2013) van George Packer:

 

Helemaal op het eind van het dikke boek van Packer over de verval van de Verenigde Staten van Amerika komt Peter Thiel opnieuw aan het woord. Thiel is ondernemer, venture capitalist, multimiljonair, rijk geworden met PayPal, The Facebook, kortom een van de grote mannen in Silicon Valley. Thiel’s analyses van de wereld en de trends zijn telkens genadeloos. Op dit moment heeft hij zijn vermogen vooral gestopt in biotechbedrijfjes, jonge start-ups die het leven van mensen beloven te verlengen. Thiel gelooft niet meer dat informatietechnologie ons een nieuwe economie zal brengen. Integendeel, het internet breekt de bestaande economie juist af. Thiel wil daarom jonge talentvolle mensen aan zich binden nog voordat ze zijn afgestudeerd en met hen een èchte economie bouwen. Bovendien is hij ervan overtuigd dat academische studies geen goede ondernemers opleveren. De beste bedrijfjes in Silicon Valley worden niet meer door hoogleraren opgestart, maar door studenten. In plaats van zijn eigen universiteit te beginnen biedt Thiel getalenteerde studenten een fellowship aan van 100.000 dollar, waardoor zij worden vrijgesteld van collegeroosters en studiepunten en in staat zijn hun persoonlijke droom na te jagen binnen maar ook buiten de universiteit. Dus wel Stanford, maar niet de verplichte collegezalen. Fascinerend.

Tijdens een diner in het woonhuis van Thiel in de Marina van San Francisco ontvouwt zich, aldus Packer, op een avond een gesprek met oude vrienden van PayPal over talent en uitmuntend ondernemerschap. Thiel begint weer een genadeloze analyse. Er zijn, vertelt hij, slechts vier steden in de VS waar getalenteerde jonge mensen naar toe trekken: New York, Washington, Los Angeles en Silicon Valley. Drie daarvan hebben hun glans verloren: Wall Street na de financiële crisis; D.C. na Obama; Hollywood doet het ook niet meer. Dus is er nog maar één plek over: Silicon Valley. Nogmaals onderstreept Thiel dat het hoger onderwijs niet deugt. Hij vergelijkt het met een toernooi met telkens nieuwe rondes. Iedere keer moet de student proberen de beste te zijn. Het zelfvertrouwen krijgt daardoor een geweldige deuk. Hij wil in Silicon Valley een omgeving creëren waarin studenten vrijuit kunnen dromen, alles aanraken, alles beproeven, gewaardeerd worden, keihard kunnen werken, een nieuwe economie uitvinden. Slechts één plek op aarde waar het nog gebeurt. Opmerkelijke gedachte. Is dat niet vreselijk riskant?

Tagged with:
 

Eén grote improvisatie

On 3 augustus 2016, in kunst, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op 3 juli 2016 in de OBA te Amsterdam:

 _MGL6176

foto: Lex Banning

De feestelijke afsluiting van twaalf weken Volksvlijt die op zondagmiddag 3 juli plaatsvond in de OBA aan het Amsterdamse Oosterdok was werkelijk heel bijzonder. Ruim honderd betrokkenen, waaronder een baby, hadden zich in het theater op de zevende verdieping verzameld zonder vooraf precies te weten wat er die middag zou gebeuren. Die merkwaardige omstandigheid typeerde eigenlijk het hele proces van aanloop en voorbereiding van de tentoonstelling, van opbouw, opening, aankleding en uiteindelijke programmering, een open planproces dat anderhalf jaar in beslag nam en dat officieel begon met een presentatie van het vage idee in Pakhuis de Zwijger in december 2014: er zou een tijdelijk Paleis voor Volksvlijt komen met een tentoonstelling over de toekomstige economie van de metropool Amsterdam. Aanleiding waren de IABR 2016 (The Next Economy) en EU2016 (Urban Agenda). Geld, organisatie en een gebouw waren er echter niet. Hoe de tentoonstelling eruit zou zien, was ook onbepaald; alleen dat er twaalf ‘campussen’ zouden komen, meer niet. Zelfs waar het paleis zou komen en wie er aan zouden meewerken was onduidelijk geweest. Het enige dat vaststond was de openingsdatum van 12 april 2016 en het slotevent op 3 juli 2016. Het was een open uitnodiging om mee te doen en de inhoud mee te helpen bepalen. Zo begon een gezamenlijke improvisatie met steeds meer spelers, die allemaal zonder opdrachtgever en zonder geld of belang uiteindelijk het paleis samen gingen bouwen. Eén grote assemblage.

Wat we die gedenkwaardige zondagmiddag op 3 juli deden was terugblikken. Hoe was het voor ieder van ons geweest om in zo’n onzekere situatie aan zoiets ambitieus te werken? Van een enkeling groeiden we naar een groep, die weer uitgroeide tot een hele gemeenschap. Wat dreef ons? Waarom hielden we het vol? Vrijwel iedereen gaf toe de onzekerheid wel eens moeilijk gevonden te hebben. Je moest elkaar kunnen vertrouwen, de wederzijdse afhankelijkheid was groot, wie gaf hier de leiding, wat werd het eindresultaat? Wie meedeed werkte belangeloos, voor een hoger, gezamenlijk doel. Steeds was er inspiratie die ons voortdreef. En het hele idee was ook heel gaaf. Groot was de beloning toen de tentoonstelling eindelijk opende. En nee, niemand had zo’n resultaat ooit verwacht. Ook de programmering daarna was spontaan, van onderop, verlopen, alles was helemaal open geweest. Ruim 400.000 mensen bezochten de tentoonstelling. De tentoonstelling zelf is met twee maanden verlengd en kan nog tot 1 september 2016 worden bewonderd. Wie Volksvlijt kan bouwen, kan elke onzekerheid aan, die kan heel goed samenwerken, die kan zelfverzekerd een onbekende toekomst binnenstappen, die kan, net als Kees de jongen, werkelijk heel goed dromen. Wat een schitterend experiment! Iemand die hierop wil promoveren? Foto: lex Banning

Tagged with:
 

Subtle thinkers

On 8 oktober 2015, in theorie, wetenschap, by Zef Hemel

Read in ‘Superforecasting’ (2015) of Philip Tetlock and Dan Gardner:

Superforecasters don’t have special genetics, or uncommon luck.

Today, in Noordwijk on the Dutch coast, I will give my view on the long term future of the Amsterdam region for a small group of people. They invited me. Can I predict the future? Of course not. But according to Philip Tetlock and Dan Gardner some people can. These ‘superforcasters’ are so-called ‘foxes’.  The writer and philosopher Isaiah Berlin, who wrote ‘The Hedgehog and the fox’, made a distinction between people whose understanding of the world depends on one or two big ideas (hedgehogs) and people who think the world is too complicated to boil down into a single slogan (foxes) (http://www.zefhemel.nl/?p=6556). Only foxes, Tetlock and Gardner write, can really predict. Tetlock is psychology researcher at the University of Pennsylvania, Gardner a Canadian journalist. “Humility in the face of a complex world makes superforecasters subtle thinkers”. Subtle thinkers? Superforecasters are not statisticians, although they feel comfortable with data. Their greatest ability is to synthesise material from sources with very different outlooks on the world. They think in fine gradations. They are willing to learn from mistakes. Am I a fox?

Those who stood out as superforecasters were anything but experts: one was a retired pipe installer, another a former ballroom dancer. Groups of people can also forecast. Again, not specialists or experts, people who think they know more than amateurs. According to Tetlock and Gardner, the average expert is “roughly as accurate as a dart-throwing chimpanzee.” No, you need an eclectic bunch of people: housewives, unemployed factory workers, homeless, professors of maths. Superforecasters are clever, but not superintelligent. They are less interested in whether they are right or wrong; they always want to know why. They are cautious, sceptic people, searching for nuance. Eminence and confidence are less relevant to them. “Superforecasters make for bad media stars.” Sounds familiar.

Tagged with:
 

Wat ons te doen staat

On 3 oktober 2015, in duurzaamheid, politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Eerste Kamer der Staten Generaal op 1 oktober 2015:

 

Vooruit dan. Nog eenmaal in het Nederlands. Omdat dit de toekomst van het Koninkrijk betreft. Over die toekomst organiseerden het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) afgelopen week een uiterst boeiende dag in de Eerste Kamer aan het Binnenhof. Zes wetenschappers en journalisten gaven elk een kort college, waarna studenten reageerden. Ochtend en middag werden afgesloten door een paneldiscussie. Paul Scheffer was de dagvoorzitter. Minister Plasterk hield de openingsrede door te zeggen dat hij vrij snel na zijn openingsrede helaas verstek moest laten gaan en dat dit hem zeer speet, waarna hij zijn agenda van die dag oplepelde. Geen leuk vooruitzicht, gaf Scheffer toe. De bewindsman kon maar beter blijven, want een hele dag nadenken en praten over de toekomst van het Koninkrijk was echt zinvoller. Waarna de minister in de pauze ijlings verdween.

Waarover ging het die dag? Alles kwam voorbij. Dominant in alle bijdragen bleek de globalisering: het islamisme, het gevaar van de totalitaire staat, het democratische tekort, de problemen in de zorg, de verwarring, het internet, de technologie, de crises, de urbanisatie, de klimaatverandering, de bevolkingskrimp. Vrijwel alle sprekers waren somber gestemd. Het slotdebat ging over de vraag wat te doen als het kleine Koninkrijk (die dunbevolkte, allerminst duurzame stadstaat van 17 miljoen inwoners) in de mondiale dynamiek dreigt te verdwijnen. Aan tafel zaten Pim van der Feltz (directeur Google Nederland), Hella Hueck (RTL), Erik Stam (UU) en ondergetekende. De scherpste vragen kwamen van Andreas Kinneging (ULeiden) en Henk te Velde (ULeiden). Alle vier panelleden waren min of meer eensluidend in hun repliek. In het Koninkrijk der Nederlanden moet veel lichter worden gestuurd, met minder regels en grotere vrijheden op lokaal niveau, alle instituties moeten soepeler meebewegen, uiterste wendbaarheid is vereist (Stam gebruikte de metafoor van de tango). En we moeten elkaar beter vasthouden, goed naar elkaar luisteren en elkaar opzoeken door inspirerende toekomstverhalen te vertellen, want verhalen kunnen ademen, zijn open, kunnen ons motiveren, brengen ons tot samenwerking. En bouw nou eindelijk eens een echt grote stad, voegde ik eraan toe. Niet dat de zaal was gerustgesteld. Allerminst. De heer Plasterk heeft het allemaal gemist.

Tagged with:
 

Bloedstollend

On 7 oktober 2013, in innovatie, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 4 oktober 2013:

Ze heet Zuzanna Skalska. Ze heeft haar eigen blog. Ze sprak afgelopen vrijdag in de ‘Open bak’ van de #nieuwewibaut, de nieuwe leergang van de gemeente Amsterdam. De Poolse Skalska is trendwatcher, verbonden aan Vanberlo, in Eindhoven. Open bak betekent dat de deelnemers aan De Nieuwe Wibaut haar zelf hadden benaderd en de anderhalf uur durende lezing ook zelf hadden georganiseerd. Skalska sprak die vrijdagmiddag voor een tachtig koppig publiek van veranderingsgezinde gemeenteambtenaren over de vijf belangrijkste trends tot 2030. Welke dat waren? Het ging om 1. silver generation, 2. new consumers, 3. glocal society, 4. urban farming en 5. information society. Haar verhaal was in één woord bloedstollend. Intelligente interactie is volgens haar de nieuwe trend. Mensen verwachten dat alle nieuwe formats interactief zijn en accepteren niet langer dat communicatie eenzijdig op de zendstand staat. Maar belangrijker nog was haar boodschap dat plan A niet meer werkt. We moeten naar plan B. Nieuwe tijden vragen om ‘een nieuwe engel’. We knoopten het in onze oren.

Skalska verwacht een tsunami van ouderen die allemaal kerngezond zullen zijn; haar hoop heeft ze gevestigd op ‘senior design platforms’ die ons de weg naar de toekomst zullen wijzen. Daarnaast rekent ze met dominantie van vrouwen in de samenleving, die, anders dan mannen, relaties weten op te bouwen met producten en diensten. Kortom, ook vrouwen komen aan de macht en gaan hun eigen producten ontwerpen! Nog zoiets: mensen gaan steeds meer samenwerken in teams; alles gebeurt steeds meer bottom up, vanuit de mensen. Samenwerken rond grondstoffen sluit op die trend goed aan. Weg met de maffia’s, weg met de monopolies! Door regels te schrappen en gereedschappen te veranderen zullen mensen zorgen voor verandering. Wasmachines hebben nog maar 1 knop. We zullen heel anders gaan winkelen. De leiders van de toekomst zijn degenen die verandering prediken. Verandering zal sowieso centraal staan in de toekomst; Skalska weet het zeker: we hebben genoeg, alles is er al; wat we gaan doen is een feestje bouwen voor onszelf. We gaan de macht grijpen. We gaan vernieuwen, we gaan samenwerken.

Tagged with: