Amsterdam verdubbelen

On 18 mei 2015, in demografie, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 22 januari 2015:


De aanleiding was de drukte in Amsterdam. Het televisieprogramma Nieuwsuur wilde er een item over maken. Was het er nou werkelijk zo druk? Ze zochten iemand die het onderwerp wilde relativeren. Ik moest onmiddellijk denken aan de recente demografische studie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Die ging over de bevolkingsgroei in Nederland. In ‘De stad: magneet, roltrap en spons’ (2015) wordt geconstateerd dat veel jongeren naar de grote steden trekken. Tussen 2000 en 2014 is Amsterdam met 80.000 inwoners (IJburg) gegroeid. Ook Utrecht (95.000, Leidsche Rijn), Groningen (20.000, De Held) en Den Haag (70.000, Ypenburg, Leidscheveen) zijn groeiers. Of die groei doorzet vindt het Planbureau onzeker. Het aantal jongeren zou immers afnemen. Werkelijk? Volgens mij is een nieuwe generatie VINEX-locaties in de grote steden veel bepalender voor doorgaande groei. En vergeleken bij die lichte demografische rimpeling zijn cijfers over groeiende bezoekersstromen in ieder geval voor steden veel relevanter. Waar is het rustig, waar wordt het druk?

Om hoeveel bezoekers gaat het eigenlijk?, wilde de reporter weten. Zelf kwam hij uit Haarlem. Daar was het niet zo druk. Zeventien miljoen bezoekers per jaar, antwoordde ik. Hij wilde het niet geloven. Het waren er toch niet meer dan 5 miljoen? Nee, lichtte ik toe, dat zijn alleen de buitenlandse toeristen die hier in hotels overnachten. De werkelijke bezoekersaantallen liggen veel hoger. Stephen Hodes hanteert een getal van 8 miljoen. Ik put uit de laatste Amsterdam City Index. Je hebt immers ook dagjesmensen, winkelend publiek, gasten die op campings in de regio logeren, de 0,6 miljoen mensen die op cruiseschepen in de haven overnachten, mensen die congressen en evenementen in de hoofdstad bezoeken, enzovoort. En, voegde ik eraan toe, de prognoses wijzen op een verdubbeling in de komende tien jaar. In 2005 kwamen 11 miljoen mensen naar de hoofdstad, in 2014 waren dat er al 17,3 miljoen. Elk jaar groeit hun aantal met circa 1 miljoen. Daarover maken de Amsterdammers zich zorgen. Worden zij straks een minderheid die onder de voet wordt gelopen? De wereld is groot, de urbanisatie zet door, de middenklasse groeit, iedereen wil reizen, en Amsterdam is klein. Wat moeten we doen?, vroeg de reporter vertwijfeld. Amsterdam verdubbelen, zei ik.

Tagged with:
 

Gidsstad

On 9 maart 2015, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 8 februari 2015:

In amper zes jaar tijd is het aantal hotelkamers in Amsterdam met liefst 6.000 gegroeid tot ruim 24.000. In 2015 worden er zelfs 3.100 kamers aan de voorraad toegevoegd. In de hele metropoolregio is het aantal hotelkamers – inmiddels 33.000 – met vijf procent gegroeid. De kamerbezetting bleef desondanks ‘stabiel’. Stabiel wil zeggen een stabiele bezettingsgraad van 76 procent. Maar de gemeentelijke statistische dienst noteerde ook: “Niet eerder ontvingen de Amsterdamse hotels zoveel boekingen.” Daar komen nog eens half miljoen bezoekers van cruiseschepen bij, en komend seizoen worden in de Amsterdamse haven liefst 157 cruiseschepen en een veelvoud van riviercruises verwacht. En dan zijn er de Airbnb-toeristen. Meer dan 10.000 woningen in Amsterdam werden afgelopen jaar op de website aangeboden – een groei van 123 procent. De hotelsector ondergraven ze echter niet. Vooral het luxe segment in de toeristische markt blijft groeien. De omzet steeg met 44 procent, de opbrengst per kamer met 36 procent. De afgelopen tien jaar trok de hoofdstad zestig procent meer bezoekers! Amsterdam is niettemin extreem duur voor toeristen – ze staat op de tweede plaats van steden met de duurste hotelovernachtingen in Europa. Komend seizoen zullen de hotelprijzen weer stijgen. De bewoners van de binnenstad slaan alarm. De bouw van hotels moet stoppen. Hoe dit kan? Een typisch voorbeeld van non-lineaire groei. Zulke groei leidt tot paniekreacties. Het moment waarop de pleuris uitbreekt heet een tipping point. Dan is het meestal al te laat.

Stephen Hodes, adviseur voor cultuur en toerisme, gooit nog eens olie op het vuur. Hij verwacht de komende tien jaar een verdubbeling van de Amsterdamse toeristensector. (Overigens, dat voorspelde hij tien jaar geleden ook al, wat redelijk is uitgekomen). Ook deze adviseur pleit voor een bouwstop voor hotels. Hij vreest voor een ‘Disneyficatie’ van Amsterdam. Amsterdam wordt een pretpark. Dat illustreert hij met een statistiek van steden met het aantal overnachtingen per inwoner: Amsterdam staat daarin binnen Europa eenzaam aan de top (Venetië is weggelaten, ZH). Maar zullen de prijzen dan niet juist torenhoog stijgen? Amsterdam moet een gidsstad worden voor het beheersen van het toerisme, vindt hij. In elk geval is er niet één oplossing. Naast een bouwstop denkt hij aan een betere ruimtelijke spreiding. Maar één oplossing noemt hij niet: een verdubbeling van het inwonertal van Amsterdam zelf. Dat zou zijn statistiek op natuurlijke wijze corrigeren. Het zou ook tot een veel betere mengverhouding leiden, tot beter openbaar vervoer, tot meer spreiding, tot grotere investeringen, tot specifiekere voorzieningen. Nu moet alles met ingrepen, maatregelen en ‘big data’ worden opgelost. Niet handig.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ‘s ochtends en na zes uur ‘s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ‘s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Bedreigd erfgoed

On 18 augustus 2014, in monumentenzorg, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 2 augustus 2014:

We sliepen op een camping op de noordelijke punt van het Lido. Elke morgen en avond passeerden daar enorme cruiseschepen, waarvan sommige meer dan 40.000 ton wegen; het was een belachelijk gezicht, ze schampten ons bijna letterlijk. In Venetië zelf is het zo mogelijk nog ridiculer: de varende monsters maken van het Unesco-monument ronduit een farce. Vanaf november dit jaar komt daar een einde aan. Dat althans heeft de Italiaanse regering onder druk van de bevolking van Venetië besloten. In 2012 sprongen woedende bewoners en sympathisanten in het water om de schepen de doorvaart door het Giudecca-kanaal te verhinderen. Maar de burgemeester van Venetië is niet blij met het regeringsbesluit en ook de cruise-industrie wil het niet. Die laatste is een rechtszaak tegen de staat begonnen. Ondertussen zijn ook de milieu-activisten allerminst tevreden, want het compromis dat de regering met de sector heeft gesloten behelst onder meer het graven van een diepe geul door de lagune om de kolossale schepen om te leiden. Dat zou opnieuw een verstoring van de toch al kwetsbare ecologie van Venetië betekenen. Niemand blij, iedereen boos.

Waar gaat het om? Elk jaar bezoeken zo’n 650 cruiseschepen Venetië (ter vergelijking: in Amsterdam gaat het om 200 schepen). Ze komen ‘s ochtends vroeg en vertrekken ‘s avonds laat. Elk schip stoot evenveel uitlaatgassen uit als een wagenpark van 15.000 auto’s. De groei van de sector is enorm. Bezochten in 1991 nog circa 200.000 cruisepassagiers de amper 60.000 inwoners tellende Dogenstad, tegenwoordig zijn dat er 1,8 miljoen. De schepen worden ook steeds groter. De gemeente – vreemd genoeg – wordt er niet wijzer van, want de passagiers overnachten er niet en maken ook nauwelijks gebruik van de voorzieningen. Alleen het havenbedrijf strijkt de winst op. Vandaar dat de burgemeester niet blij is met de besluitvorming, die over zijn hoofd is genomen tussen de staat en de sector en die alleen relatief goedkope nautische oplossingen biedt. Een echte oplossing zou bijvoorbeeld zijn: een nieuwe cruiseterminal, op veilige afstand van de lagune. Maar dat is te duur. Ondertussen heeft het World Monuments Fund besloten om Venetië op de lijst van bedreigd erfgoed te plaatsen, samen met Timboektoe en een aantal monumenten in Syrië.

Tagged with:
 

Shared City

On 12 mei 2014, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 30 april 2014:

Brian Chesky is CEO van Airbnb. Eind maart dit jaar lanceerde hij de campagne ‘Shared City’. Elke stad in de wereld, zo lees ik, kan ‘Shared City’ worden. Portland, Oregon, is de eerste. De geraffineerde uitnodiging gaat als volgt: “Imagine if you could build a city that is shared. Where people become micro-entrepreneurs, and local mom and pops flourish again. Imagine a city that fosters community, where space isn’t wasted, but shared with others. A city that produces more, but without more waste.While this may seem radical, it’s not a new idea. Cities are the original sharing platforms. They formed at ancient crossroads of trade, and grew through collaboration and sharing resources. But over time, they began to feel mass produced. We lived closer together, but drifted apart. But sharing cities is back, and we want to help build this future.” Geniale tekst, ook wat volgt. Airbnb spreekt zich uit voor duurzaamheid, erfgoed, kleine middenstand, gemeenschapszin, kunst, burenhulp. Geld dat Airbnb verdient, begrijp ik, zal mede ten goede komen aan de stad waar dat geld verdiend wordt. De organisatie belooft de toeristenbelasting te betalen, brandveiligheid van de woningen te vergroten, misbruik van Airbnb-woningen tegen te gaan, stedelijke campagnes te ondersteunen. Het bedrijf hoopt hiermee vooral ‘red tape’ tegen te gaan. “We are committed to enriching cities and designing the kind of world we want to live in. Together, let’s build that shared world city by city.” Nogmaals, een geniale tekst. Maar wat betekent het eigenlijk?

Niet elke stad in de wereld is gecharmeerd van de commerciële activiteiten van Airbnb. Op dit moment gebruiken meer dan 11 miljoen mensen de site om een kamer in een andere stad te boeken. Voor als ze naar een popconcert willen, of een openluchtconcert bezoeken. 82 procent van de aanbieders deelt alleen de woning waarin ze zelf woont, de rest betreft illegale hotels die via de site van de organisatie kamers aanbieden. Echter, in New York schatte men onlangs dat zeker 30 procent van de 200.000 aangeboden kamers in die stad door een beperkt aantal personen op de site van Airbnb was geplaatst, wat zou wijzen op ‘illegale hotels’. Sommige steden treden hard op tegen deze praktijken en proberen Airbnb het werken te verhinderen. Vooral San Francisco en New York verzetten zich, in Europa is dat Berlijn. Airbnb schat in een tegenoffensief dat ze NYC jaarlijks 21 miljoen dollar zou kunnen betalen wanneer haar het werken in de stad zou worden toegestaan. ‘Shared City’ lijkt een concept dat steden ontvankelijker voor Airbnb moet maken. Men hoopt dat SF en NYC als eerste zullen toehappen. Maar de vraag is of dat gebeurt. Populaire steden zijn juist die steden waar de woningen dikwijls erg schaars zijn en de huren snel stijgen. Via Airbnb kunnen gemakkelijk woningen aan de voorraad worden onttrokken. Afgelopen maand schrapte het bedrijf liefst 2000 aanbieders in New York van haar lijst, die kennelijk in overtreding waren. Zeventien van hen werden met naam en toenaam genoemd. Het bedrijf komt dus in actie. Het kan niet anders. De campagne is bedacht door een slimme planoloog, dat wel.

Tagged with:
 

Zelfbewuste burgers

On 19 oktober 2013, in toerisme, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in De Duif, Amsterdam, op 18 oktober 2013:

Op de vrijdag voorafgaand aan de herfstvakantie vond in De Duif aan de Prinsengracht onder grote belangstelling een symposium plaats, gewijd aan de 400-jarige grachtengordel: ‘Amsterdam Canal District in Global Perspective, Past & Present’. Burgemeester Van der Laan verrichtte de opening door te spreken o.a. over ‘zelfbewuste burgers’, de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, Dymph van den Boom, sloot de lange dag af als ‘typische bewoner van de grachtengordel’. Initiatiefnemers waren de twee Amsterdamse universiteiten, UvA en VU, de gemeente Amsterdam (Bureau Monumenten & Archeologie), Stadsherstel N.V. en de Stichting Amsterdam Monumentenstad. Zo’n brede samenwerking in het Amsterdamse is uniek. Het format was al even bijzonder: negen hoogleraren uit binnen- en buitenland die ieder een afgemeten 20 minuten spraken. Het overwegend jonge publiek kon op deze wijze kennis maken met liefst negen onderzoeksvelden van specialisten uit de hele wereld. Ze waren afkomstig uit zowel de humanities als de social sciences. Onder hen vooraanstaande wetenschappers als Jonathan Israel (Princeton University), Joaquim Sabaté (University of Catalunya), Maarten Hajer (UvA), Clé Lesger (UvA) en Bernardo Secchi (Venice School of Architecture).

Vielen er aan het slot van de dag conclusies te trekken? Daarvoor leken de bijdragen te divers. Tweemaal mengde de zaal zich in het gesprek: aan het eind van de ochtend en het eind van de middag. Hier ontstond de dialoog. Vooral het mondiale toerisme was een aandachtspunt. Secchi vond het maar een ‘vreemd fenomeen’, waarbij hij Amsterdam aanraadde lessen van Siena en Venetië te leren. Sabaté vergeleek de problematiek van de Amsterdamse grachtengordel met die van de binnenstad van Barcelona: terwijl de Catalaanse havenstad mondiaal toerisme stimuleert, moet ze keihard ingrijpen in het historische centrum om het leefklimaat voor de bewoners te beschermen. Ook Maarten Hajer waarschuwde voor Disneyficatie à la Salzburg, maar adviseerde tegelijk om auto’s uit de binnenstad te weren. Zijn held was de wethouder verkeer van New York, Janet Sadik Kahn, die het autoverkeer uit Manhattan had teruggedrongen ten faveure van voetgangers en fietsers. Echter, werd er uit de zaal tegengeworpen, zou zo’n ingreep in de Amsterdamse binnenstad niet juist massatoerisme en museumvorming à la Salzburg stimuleren? Hajer zag risico’s. Susan Legêne (VU) meende dat toerisme met betekenis kan worden geladen en niet per se plat hoeft te zijn. Dat is, meende ze, een opdracht aan het bestuur. Gevraagd naar relevante onderzoeksvragen, prees Hajer daarop de opzet van het symposium: wetenschappelijke onderzoeksvragen zouden uit bijeenkomsten van ‘zelfbewuste stedelingen’ als deze moeten voortvloeien. Zoals de universiteit nu werkt, zei hij, kan niet meer. En Jan Nijman, directeur van het Centre for Urban Studies, sloot af met de oproep aan stadsbestuurders om met grootstedelijke visies te komen die wetenschappers vervolgens kunnen onderzoeken, in plaats van andersom. Dat was de rode draad: een zoektocht naar het Atheense ideaal, Hannah Ahrend’s ‘vita activa’, in De Duif die vrijdag gerealiseerd.

Tagged with:
 

De ondergang van Venetië

On 20 augustus 2013, in infrastructuur, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 9 augustus 2013:

Vierentwintig miljoen toeristen bezoeken jaarlijks Venetië. Dat is bijna evenveel als Parijs (25 miljoen; ter vergelijking, in Amsterdam gaat het om 12,5 miljoen toeristen). In de waterstad zelf wonen minder dan 60.000 Venetianen. Ooit waren dat er 150.000 meer. Parijs, dat zelf tweeëneenhalf miljoen inwoners telt maar als agglomeratie ruim 11 miljoen, hoopt in 2030 60 miljoen toeristen te trekken; voor het kleine Venetië zou zo’n groei rampzalig zijn. Het zou neerkomen op nog veel meer toeristen en nog minder inwoners. De meeste inwoners zijn de afgelopen decennia al naar Mestre getrokken, een industrie- en havenstad aan de overkant van de lagune. De afzondering van het toeristische kerngebied van de regionale stad is hier tot in het extreme doorgevoerd: Venetië definitief een openluchtmuseum. Geen stad die zoiets wil. Niet het water, maar de wassende stroom toeristen wordt Venetië’s ondergang.

Om deze scheve ontwikkeling weer in balans te krijgen werd de bouw van een spoortunnel onder de lagune van het vliegveld via het Arsenaal in het oosten van de stad naar Mestre in het westen overwogen, om zo de enorme toeristenstroom gemakkelijker de stad in en uit te krijgen. Hierdoor hoopte men tevens het toeristische kerngebied op te nemen in het grotere stedelijke verband. In 14 minuten tijd zouden toeristen vanuit de luchthaven het San Marcoplein kunnen bereiken. Ruim 29 kilometer spoortunnel leek voldoende om de vaporetto’s definitief buiten dienst te kunnen stellen. Dit voorstel, uit 1992 van Zollet, een Italiaans ingenieursbedrijf, werd direct omarmd door het Venetiaanse openbaar vervoerbedrijf ACTV. Het door toeristen bejubelde vaporetto-systeem is namelijk al jaren zwaar verliesgevend en een blok aan het been van het gemeentebestuur. Het plan van Zollet was begroot op 1,9 miljard euro en zou 15 jaar graven en bouwen in de lagune betekenen. Het kreeg een plek in het collegeprogramma van 2002-2004 van Venetië, maar werd in 2011 toch weer geschrapt, althans geen prioriteit meer gegeven. Ondertussen breekt het bestuur van de waterstad zich onverminderd het hoofd hoe het probleem van de groeiende toeristenstroom op te lossen en het sterven van de oude stad te voorkomen.

Tagged with:
 

Commitment to sustainability

On 8 juli 2013, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Arup Journal nr. 1 van 2013:

Had afgelopen week medewerkers van het Canadese Forrec over de vloer. Forrec, gevestigd in Toronto, is een van ‘s werelds grootste ontwerpbureaus van entertainment complexen. Het ging over het leisure programma voor het nieuwe Park21 in de Haarlemmermeer. Welk programma past bij de toekomstige metropool Amsterdam? Een dag later viel mijn oog op een artikel in The Arup Journal. Dat beschrijft een leisure project van het Britse ingenieursbedrijf in Jordanië. De stad Akaba aan de Rode Zee vroeg aan Arup een ‘Red Sea Astrarium’ te ontwikkelen. Akaba telt ruim honderdduizend inwoners, is een strategisch gelegen havenstad, tevens de snelst groeiende stad van Jordanië, en sinds 2001 onderdeel van een ‘Special Economic Zone’. De lokale economie is vooral gebaseerd op toerisme: duiken en windsurfen want het water is er uitzonderlijk schoon en helder. De haven wil men verplaatsen, een historisch centrum ontbreekt, de moderne stad wordt gedomineerd door hotels langs de kust. Daarom wil Akaba in de bergen, ten zuiden van het stadscentrum, een 75 hectare groot entertainment resort en virtual reality thema park bouwen. Om moderne toeristen te vermaken.

Modern toerisme, lees ik met belangstelling, moet meer zijn dan hotels, strand, duiken en surfen alleen. Toeristen die uit de hele wereld naar Akaba komen, willen op alle mogelijke manieren worden vermaakt. Daarom zal ‘The Red Sea Astrarium’, naast vier hotels, vooral een Star Trek-themed attractie herbergen plus een themapark dat de rijke culturele geschiedenis en veelbelovende toekomst van Jordanië en het Midden Oosten op aantrekkelijke wijze etaleert. “Importantly, the Astrarium also represents Jordan’s opportunity to demonstrate its commitment to innovation and sustainable development, contributing to the country’s strategic renewable aspirations identified for 2007-2020.” De nieuwe vakantiestad krijgt ontziltingsinstallaties en al haar energie zal worden opgewekt uit wind en zon. Ook de afvalverwerking zal een composteringsinstallatie bevatten en een drooginstallatie voor rioolslib. “Themed resorts, particularly those with global audiences, are increasingly shifting toward resource efficiency.” Het ontwerp is gereed. Op dit moment is men op zoek naar een partij die het park wil ontwikkelen. Zou zoiets ook passen in de Haarlemmermeer?

Tagged with:
 

Down the drain

On 4 oktober 2012, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 11 juni 2012:

Net terug uit Stockholm. Opvallend genoeg heeft Stockholm helemaal geen last van de crisis. Deels zal dat te maken hebben met de Zweedse kroon, deels komt het door de sterke economie van de Zweedse hoofdstad. De industriesteden in het zuiden van Zweden kampen namelijk wel degelijk met economische en demografische krimp, maar dienstenstad Stockholm juist niet. Voor heel Scandinavië geldt dat de bevolking de binnenlanden verlaat en naar de kusten trekt, en dan vooral naar de universiteitssteden. De grootste groei kent het hoog opgeleide Stockholm. Die migratie wordt niet afgeremd. Een grote haven heeft Stockholm niet, evenmin een grote luchthaven. Stockholm kent wel een chique soort toerisme, afkomstig uit de hele wereld, waardoor de lokale economie een stevige impuls krijgt. En overal wordt gebouwd. Omdat de gemeenten in Zweden zelf belasting mogen heffen zijn ze krachtige investeerders wanneer het hen goed gaat. Ze worden voor hun succes beloond. Meer dan twintig procent van de belastingvoet is er lokaal.  Zo vormt zich een economische trekker van formaat in het midden van het koninkrijk Zweden, die zichzelf  aanduidt als ‘a world-class city’ en die de rest van de Zweedse economie op sleeptouw neemt.

Hoe anders is het in Nederland. Amsterdam krimpt en zucht mee met de rest van de Nederlandse economie. Er is geen ontkomen aan. Ondertussen groeit wel de hoog opgeleide bevolking en groeit ook het toerisme, dit jaar met opnieuw 1,6 procent. In totaal bezoeken dit jaar de hoofdstad 6,9 miljoen buitenlandse toeristen Amsterdam, en dat zijn alleen nog de toeristen die via Schiphol reizen. Hiermee staat Amsterdam op de zeventiende plaats op de ranglijst van best bezochte steden ter wereld. Binnen Europa staat Amsterdam op plaats negen. Dat is een ongekend succes. Deze bezoekers spenderen in totaal 7,36 miljard dollar in de hoofdstad. Dit komt neer op 855 euro per bezoeker. Dit is exclusief de vliegticket. Een stijging, opnieuw, met 1,2 procent. Hoe kan het dat het Amsterdam, anders dan Stockholm, nauwelijks lukt om de rol van trekker van de nationale economie te spelen?

Tagged with:
 

Fraaie nutteloosheid

On 31 mei 2012, in technologie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De wil van technologie’ (2012) van Kevin Kelly:

Kevin Kelly, auteur van ‘De wil van technologie’, beschrijft het technium – het geheel van technologieën in de wereld – als een complex systeem met landbouw als basistechnologie, met infrastructuur als goede tweede en met steden als derde belangrijkste technologie. Elke technologie, schrijft hij, streeft naar alomtegenwoordigheid. “Bij de knooppunten van wegen die zich als een wijdvertakte mantel rond de continenten buigen, staan schitterende steden van steen en silicium die de materiaalstromen zo hebben gekanaliseerd dat een groot deel van het technium via hen circuleert.” Kelly spreekt van “rivieren van voedsel en ruwe materialen” die naar de steden stromen en van afval dat er weer uitstroomt. “Iedere bewoner van een ontwikkeld stedelijk gebied verplaatst jaarlijks twintig ton materiaal.” Nog zo’n opmerkelijk gegeven: “In stedelijke gebieden overal ter wereld is de snelheid toegenomen waarmee nieuwe technologieën zich tot het verzadigingspunt verspreiden.” Grote aantallen van een bepaalde technologie doen nieuwe systemen ontstaan die hun eigen dynamiek genereren. “Alomtegenwoordigheid verandert alles telkens opnieuw.”

Binnenkort zullen er op aarde zoveel steden zijn dat vermoedelijk een heel nieuw systeem zal ontstaan. Schrijft Kelly hier iets over? Wel schrijft hij dit: “Een technologie die alomtegenwoordig wordt, verdwijnt meestal uit het zicht.” Daarop noemt hij het voorbeeld van motoren. Eén kamer van zijn huis alleen al bevat twintig motoren. Maar ook elektriciteit, papier en katoen zijn alomtegenwoordig en worden nauwelijks meer opgemerkt. Zullen onze steden ook uit ons bewustzijn verdwijnen? Wanneer Kelly de schoonheid van technologie beschrijft ga je daaraan twijfelen. Oude, gelaagde, complexe steden, schrijft hij, vinden wij het mooist. Jonge steden vinden we steevast lelijk. “De schoonheid van de evolutie heeft ons in haar ban.” Daarom vinden we de natuur doorgaans ook mooi: omdat ze oud, complex en gelaagd is. Technologie, aldus Kelly, wil niet alleen maar nuttig zijn. Ze wil kunst worden, zebwil mooi en nutteloos zijn. Ik moest onmiddellijk denken aan steden als Venetië, Rome, Florence en ook wel Amsterdam. Allemaal steden die als grote kunst ogen, die extreem mooi en tegelijk nutteloos zijn. Elke stad in de wereld streeft naar dat stadium in de technologische evolutie. Kelly: “We zullen lyrisch praten over de charmes van een bepaalde technologie en ons vergapen aan de subtiliteit ervan. We zullen onze kinderen ermee naartoe slepen en de imposantheid ervan zwijgend bewonderen.” Beschrijft hij hier niet gewoon toerisme?

Tagged with: