Heldenstatus

On 29 maart 2012, in duurzaamheid, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Welcome to the Urban Revolution’ (2009) van Jeb Brugmann:

Het laatste hoofdstuk van Jeb Brugmann’s ‘Welcome to the Urban Revolution’ is getiteld ‘Cocreating the Citysystem: toward a World of Urban Regimes’. We zijn hier aangeland bij de oplossingsgerichte strategieën voor het vraagstuk van de snelle mondiale verstedelijking in tijden van crisis. Tal van voorbeelden komen in het boek voorbij. Nederlandse steden schitteren door afwezigheid. Welke steden noemt Brugmann dan wel? Zijn voorbeelden zijn Silicon Valley, Chicago, Curitiba, Bangalore, Toronto. Zijn grote held is David Crombie, de burgemeester van Toronto die dertig jaar de Canadese stad bestuurde, van de jaren ‘60 tot de jaren ‘90. Hij was het die Jane Jacobs als adviseur van de stad aan zich bond. In zijn tijd was de volle omvang van het stedelijke vraagstuk nog niet duidelijk. Maar zijn benadering sneed wel hout. “A city must know its purpose in a world that demands so much from it. To fullfill that purpose, the city must suck from its own roots.’’ Crombie was ervan overtuigd dat een stad niet andere steden moet imiteren en ook geen wereldklassestatus moet nastreven. Toen Toronto door de Verenigde Naties als voorbeeld werd aangemerkt, raakte de stad uit zijn doen, ze werd arrogant. “Toronto ended up in a golden funk.” Crombie zag wat Boston deed en wat Detroit naliet, en besloot het allemaal heel anders te doen.

Wat deed burgemeester Crombie dan wel? Hij koos de stadsbuurt als eenheid van planning en daagde elke buurt uit zich te organiseren en te vernieuwen. Daarop besloten de burgers van Toronto hun wapens thuis te laten en te gaan samenwerken. Voor de burgervader bleef de rol over van mediator; Crombie genoot van die rol. “Mediation is not about compromise. You have to find out what the new space is. You have to spend time finding out where you’re going. When you see the new space emerge, then you help others to see it.” Brugmann noemt Crombie zowel strateeg als activist, een echte leider. Voor de burgemeester waren de ruimtelijke ordening en de sociale ordening één ondeelbaar geheel. Laat Amsterdam dus Toronto vooral niet imiteren en ook niet de wereldstedenstatus ambiëren, maar teruggaan naar haar wortels en haar eigen weg bewandelen. Welk ‘urban regime’ past bij Amsterdam?

Tagged with:
 

Learning from Toronto II

On 17 februari 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Dark Age Ahead (2004) van Jane Jacobs:

Een infrastructuurautoriteit werkt dus niet (zie voorlaatste blogitem). De stelling van Jane Jacobs is dat de infrastructuurplanning in dat geval scherp in het nadeel van het openbaar vervoer zal uitvallen. Immers, zo’n regionale of provinciale autoriteit beslist dikwijls in het voordeel van de suburbane gebieden, hetgeen zal neerkomen op de aanleg van onrendabele lijnen. Alleen de grote steden hebben voldoende dichtheid om openbaar vervoer te laten renderen, maar zij vissen achter het net. Beter is een belastinghervorming waarbij een deel van de inkomstenbelasting rechtstreeks toekomt aan de steden, die in dat geval zelf verantwoordelijk worden voor de infrastructuur en de aanpalende gebiedsontwikkeling. Onmogelijk? Voor Jane Jacobs was niets onmogelijk. Het was in ieder geval bespreekbaar. We hebben het over Toronto.

De gedachte, schrijft Jacobs, besprak ze met Paul Martin, toentertijd Canadees minister van financiën, later werd hij premier. Eerst verweerde Martin zich met de stelling dat de grondwet zulks verbood. Waarop mevrouw Jacobs dit weerlegde. Ze vermoedde dat de minister vervolgens dacht dat dit zou neerkomen op belastingverhoging, hetgeen natuurlijk onbespreekbaar was. “Het quickly shot out. Impossible! Everybody wants money.” Het was einde gesprek. Hier botsten twee wereldbeelden, aldus Jacobs in Dark Age Ahead. “A reform that meant to me a correction of a grave social and economic disconnection that is unravelling the country’s complex modern functional networks meant to him, I saw as his ears and face closed up, a nasty power struggle with the premiers of ten provines who are determined to keep their power instead of sharing it with their more knowledgeable, anachronistic wards.” In Nederland is het niet anders, al heeft niemand nog de moed gehad de proef op de som te nemen. Denkt u dat CDA-minister De Jager, in tegenstelling tot de Canadese premier, vatbaar zal zijn voor zo’n valide argument en de machtsvraag niet zal stellen? Subsidiariteit kent zijn grenzen, ook in het CDA. Vandaar dus: Dark Age Ahead.

Tagged with:
 

Learning from Toronto

On 16 februari 2011, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Dark Age Ahead (2004) van Jane Jacobs:

Wat gebeurt er met de WGR+gebieden? Komt er straks één infrastructuurautoriteit voor de hele dan wel halve Randstad? En gaat de Stadsregio Amsterdam, verantwoordelijk voor de regionale infrastructuurplanning, daarin op of verdwijnt hij? Het nieuwe kabinet lijkt zelfverzekerd af te koersen op een machtige instantie die knopen kan doorhakken en infrastructurele keuzes kan doordrukken bij de lagere overheden. Let wel, het gaat hier om veel geld, publiek geld wel te verstaan, dat vanuit de staat over de steden en regio’s wordt verdeeld. Wat is in deze verstandig, bezien vanuit een goede ruimtelijke ordening? En hoe zouden de steden hierop moeten reageren?

Er valt veel te leren van vergelijkbare situaties in de wereld. Jane Jacobs schetst in Dark Age Ahead de systematiek die de Canadese regering inzake infrastructuur hanteert als het gaat om Toronto. Toronto is een stad van 2,6 miljoen inwoners, ze is de grootste stad van Canada; in Groot-Toronto wonen liefst 5,3 miljoen mensen. Metro is de instantie die de infrastructuur van Groot-Toronto regelt. Ze werd ooit ingesteld door de provincie Ontario waarin Toronto gelegen is. De instelling van Metro betekende een extra overheidslaag die moest bemiddelen tussen de stad en zijn suburbane randgemeenten. “Metro government was one tedious wrangle after another.” Vervelend bekvechten, daar kwam het op neer. Het resultaat was nog erger: de regionale openbaarvervoerlijnen die op last van Metro werden geëxploiteerd, rendeerden niet omdat ze de suburbane gebieden – met een meerderheid vertegenwoordigd in Metro – bevoordeelden, waardoor het hele systeem werd ondergraven, inclusief het potentieel goed renderende stedelijke deel.  Metro subsidieerde, kortom, inefficiënte lijnen. Uiteindelijk stelden de bestuurders gezamenlijk vast dat het openbaar vervoer in Groot-Toronto te kostbaar was. Allicht, dat werkte Metro zelf in de hand. Maar het werd nog erger. Door de provincie werd vervolgens in 1998 één krachtige ‘City of Toronto Government’’ ingesteld die orde op zaken moest stellen. De provincie beloofde dat hierdoor geld zou worden bespaard, maar dat gebeurde niet. De nieuwe instantie bleek juist duurder en werkte bovendien fraude in de hand. “From this time on, Toronto’s deterioration became visible and enraging, with surprising rapidity.” Waarop de bevolking voor Toronto een provincieluwe status eiste. “They may be right. But it seems like reaching for a sledgehammer to drive a tack.” Jane Jacobs heeft een veel betere oplossing: verander het belastingregime en zorg dat steden financieel beloond worden voor goed openbaar vervoer inclusief daaraan gelieerde gebiedsontwikkeling. Anders gezegd, infrastructuurplanning is geen kwestie van bestuurlijke organisatie, maar van intelligente belastingheffing. Waarom in Nederland hieruit geen lering wordt getrokken, blijft een raadsel.

Tagged with:
 

If they would only look

On 14 februari 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in De toekomst van de arbeidsmarkt in de Metropoolregio Amsterdam (2010) van SEO:

Fascinerend hoe mechanisch en modelmatig economen de werkelijkheid nog altijd benaderen. In opdracht van de Kamer van Koophandel Amsterdam schreef SEO Economisch Onderzoek een prognose van de toekomstige arbeidsmarkt in de regio Amsterdam. Het zal niet verbazen dat er een grote krapte wordt voorspeld. Tussen nu en 2015 zal de totale extra vraag naar arbeid in en rond de hoofdstad minimaal met 122.000 en maximaal met 180.000 banen toenemen! Het aantal banen groeide namelijk sinds 1996 ook al onstuimig: van 900.000 naar 1,1 miljoen. Overigens, van 2001 tot 2007 was er van groei geen sprake, maar vanaf 2007 kwamen er ineens 80.000 banen bij! Zelfs tijdens de crisis van 2008/2009 nam de werkgelegenheid niet af, hoewel de productie daalde. Hetzelfde geldt voor de bevolkingsprognoses van de bekende onderzoeksinstituten. Die laten de bevolkingsgroei vooral afhangen van de geschatte woningbouwproductie. Maar ook hier zien we een afwijkende trend: ofschoon er in 2o10 relatief weinig woningen werden bijgebouwd in de Metropoolregio Amsterdam, groeide het aantal inwoners nog steeds fors. De gemiddelde woningbezetting in Amsterdam stijgt namelijk, en doet dat al sinds 2007, in tegenstelling tot de rest van het land. Amsterdam is namelijk ongekend populair. De creatieve metropool is een banenmachines die steeds meer getalenteerde mensen aantrekt, of de woningmarkt nou op slot zit of niet.

Echter, ik herinner me nog goed een sessie met B&W van Amsterdam in 2009 – dus amper twee jaar geleden -, toen wetenschappelijke directeur Jules Theeuwes van datzelfde SEO Economisch Onderzoek de ambtelijke top van de gemeente inprentte dat de regionale werkloosheid op termijn zou stijgen. Er werd ons een beeld voorgespiegeld van een stedelijke economie die ernstig zou corroderen, waardoor de gemeentelijke werkloosheidsuitkeringen de gemeentebegroting zouden ondermijnen. Wij moesten ons voorbereiden op het allerergste. Het zou een paar maanden duren, maar dan sloeg de werkloosheid genadeloos toe. Er moest daarom drastisch worden bezuinigd. Zo maak je, wetenschappelijk onderbouwd, een loyaal apparaat binnen de kortste keren murw. De voorspelling kwam dus niet uit. De Amsterdamse economie groeide juist spectaculair. De door de economen over het hoofd geziene groei kan alleen maar duiden op een eruptie van lokale innovaties, door de publiciste Jane Jacobs haarscherp beschreven als stedelijke importvervanging (import replacement). Een parallel met de situatie in Toronto dringt zich op. De enorme banencreatie in deze Canadese metropool na 2002, aldus Jacobs in ‘Dark Age Ahead’ (2004), werd door de economen evenmin voorzien. Toen die zich voordeed schreven ze hem toe aan een snel stijgende consumentenvraag naar woningen en auto’s, maar die vraag was de resultante van een lokaal proces van importvervanging, niet de oorzaak. “To me, the most astonishing aspect of this economic expansion is the continued inability of Canadian economists to credit what is right in front of their eyes if they would only look.”  Ook Nederlandse economen zullen het nooit leren. Voor hen geldt evenzeer: If they would only look.

Tagged with: