Amsterdam as an object of desire

On 1 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie te Amsterdam op 29 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor foreign investment london saskia sassen

Bron: Saskia Sassen

De Amerikaanse sociologe Saskia Sassen was te gast in Amsterdam. Woensdagavond sprak ze in De Balie over ‘de logica van onttrekkingen’. Lees: het onttrekken van vastgoed aan de markt door huisuitzettingen, opzettelijke leegstand, het opkopen en doorverkopen van gebouwen en de opmars van zogenoemde ‘vulture funds’. De bedragen die ze noemde waren ronduit duizelingwekkend. Elke nul in deze astronomische bedragen, zei ze, was reëel. Het is iets nieuws en ongekends. Op 24 november 2015 had ze er al over geschreven in de Britse krant The Guardian. In ‘Who owns our cities and why this urban takeover should concern us all’ sloeg ze alarm over het feit dat steden als New York en Londen op dit moment door financiële instellingen worden opgekocht en leeggezogen. Nu kregen we alle cijfers. Wat wordt aangeduid als ‘foreign investments’ blijken helemaal geen productieve investeringen te zijn. En de schuldenlast groeit snel. Machtige partijen onttrekken productiemiddelen aan de maatschappij, maken megawinsten en roven haar feitelijk leeg. Regeringen maken dit mogelijk. Ze voorziet de-urbanisatie als dit proces niet snel tot staan wordt gebracht. Ook aan Amsterdam gaat dit proces niet voorbij. De hoofdstad noemde ze ‘an object of desire’.

Voor ons stedelingen, zei Sassen, zit er niets anders op dan een proces van ‘re-localization’ te beginnen. We moeten de economie van onze buurten en wijken weer helemaal opnieuw opbouwen met lokaal ondernemerschap, met onze eigen productiemiddelen, met specifieke lokale kennis die we actief in onze wijken laten circuleren. Geld moeten we zo weinig mogelijk lenen en platforms alleen gebruiken als we er zeggenschap over hebben. Alleen zo kunnen we weer ècht productief worden en kunnen steden een nieuwe middenklasse creëren. Juist de middengroepen vallen op dit moment weg. Dit is vooral zichtbaar in Amerikaanse steden. Daar is dertig procent van de stedelingen rijk tot zeer rijk, maar zeventig procent is afgedaald tot de onderklasse. Tijdens het diner voorafgaand aan de lezing vertelde ze me hoe ze deze ‘nieuwe economie’ op het spoor was gekomen. Door met schoonmakers en portiers ’s nachts de leegstaande kantoren op Manhattan te beklimmen, had ze allerlei nieuwe bedrijfjes ontdekt die ‘diensten’ ontwikkelden die niets meer met de echte economie te maken hebben. Sommige van die intermediaire bedrijfjes zijn inmiddels groot en oppermachtig. Toen was Manhattan nog spotgoedkoop. Inmiddels is New York onbetaalbaar en staan de meeste nieuwe woontorens leeg. Leeg omdat ze dan meer waard blijken te zijn dan bewoond.

Tagged with:
 

Huizencrisis

On 27 september 2017, in vastgoed, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Big Capital’ (2017) van Anna Minton:

 

Afbeeldingsresultaat voor big capital anna minton

Opnieuw een boek over de overspannen woningmarkt in Londen. Ditmaal is het Anna Minton die bij Penguin een uiterst compact boek uitgaf over de voortgaande, nee snel verergerende woningcrisis in de Britse hoofdstad. Minton is journalist en doceert architectuur aan de University of East London. Haar boek opent met een verslag van deelname aan de ‘Kleptocracy Tour’ met de Russische bankier en anticorruptiebestrijder Roman Borisovic dwars door Londen. We wanen ons in Moskou. En dat is ook precies de bedoeling. De tour voert langs alle Londense panden die voor enorme bedragen door Russische oligarchen zijn opgekocht. Het betreft pure belegging, het is veilig en het is een kwestie van heel gemakkelijk zwart geld witwassen. “The UK is prime destination for corrupt individuals looking to invest or launder the proceeds of their illicit wealth, enjoy luxury lifestyle and cleanse their reputations,” citeert ze Transparancy International. De auteur maakt aannemelijk dat dubieuze transacties in een paar chique buurten de vastgoedmarkt van heel Londen beïnvloeden. De prijs van woningen is overal aangetast door een reeks van submarkten die alle worden aangejaagd door enorme stromen buitenlands kapitaal. Dat heeft te maken met de ‘financialisering’ van de woningmarkt door opeenvolgende Britse regeringen en het opzettelijk versoepelen van het planningsysteem. De woningmarkt is voor iedere Londenaar hierdoor in korte tijd vrijwel onbetaalbaar geworden.

Stadsdelen omarmen grootschalige sloop- en vernieuwingsprogramma’s; in haar boek toont ze een kaart met alle herstructureringsprojecten; het zijn er meer dan 100. Londen verandert in korte tijd compleet van karakter. Maar het probleem oplossen alleen door veel nieuwe woningen bij te bouwen zal volgens Minton niet helpen. De financialisering van het vastgoed, en dus de speculatie, moet worden gestopt. De woningprijzen moeten omlaag en burgers moeten weer greep krijgen op hun stad. Ongetwijfeld zal de financiële zeepbel een keer knappen, maar Minton wil daarop niet wachten. Ook gelooft ze niet dat de maatregelen van de huidige linkse burgemeester Khan echt zullen werken. Ze pleit voor een heuse paradigmaverschuiving die door de bevolking zelf zal moeten worden afgedwongen. “Rewriting the social contract with regard to property and planning is the biggest challenge we face in order to adress the housing crisis.” Het bevechten van een rechtvaardiger stad door buurtbewoners en gemeenschappen van burgers, alles van onderop, daarin ziet ze op korte termijn alleen een uitweg. Zeker. Maar waarom niet een belastingmaatregel als in Toronto? En in The Independent las ik dat 47 procent van het oppervlak van Londen uit groen bestaat. Londen is een van de groenste, dunst bevolkte steden ter wereld. Mag het ietsje minder?

Tagged with:
 

Nog even wennen

On 2 december 2016, in hoogbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Rise and Sprawl’ (2016) van Hans Ibelings:

 

Is hoogbouw aan een stevige opmars begonnen in Amsterdam? De commotie over het gedurfde ontwerp voor Sluisbuurt op het Zeeburgereiland doet vermoeden van wel. Ook dat het verschijnsel niet onopgemerkt zal blijven lijkt me evident. De wereld verandert. In Toronto, Canada, bijvoorbeeld zijn ze er de afgelopen tien jaar snel vertrouwd mee geraakt. Architectuurcriticus Hans Ibelings, tegenwoordig woonachtig in Montréal, Canada, schreef er een aardig boekje over. In ‘Rise and Sprawl’ hekelt hij de kritiekloze acceptatie van de ‘condo towers’ in de grootste Canadese stad. Volgens hem is het allemaal begonnen in Vancouver, toen de Chinezen uit Hong Kong na de aansluiting van hun kolonie bij China overhaast aanspoelden op de Canadese Westkust. Ze namen hun hoogbouw mee. Nu is het verschijnsel overgeslagen naar het veel oostelijker gelegen Toronto. Net als in veel Chinese steden wordt hier de ene na de andere toren opgetrokken, geen enkele is architectonisch bijster interessant, alles gebeurt vlug en oogt gemakzuchtig, zonder dat rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige context.  Er moet vooral geld worden verdiend. Ibelings kan het niet zo waarderen. Ten slotte ben je daar criticus voor.

Sinds 2000 zijn er in Toronto al 80.000 condo’s gebouwd, de meeste op voormalige parkeerterreinen; eenzelfde aantal zit op dit moment in de pijplijn. Vrijwel alle torens bevinden zich in het stadscentrum. De bevolking van het centrum is daardoor met liefst 18 procent gegroeid. Door de schaarste aan grond poppen de torens de laatste tijd ook elders op. Tussen de 23 en 40 procent is koop, maar wordt doorverhuurd. Doordat Canada als een veilig en stabiel land te boek staat, trekt ze beleggers en investeerders aan, die maar wat graag in de toekomst van Toronto willen investeren. Veel torens zijn pure vastgoedinvesteringen. Sinds 2014 betreft het vooral Chinees geld. Prijzen rijzen de pan uit. Zelfs in Toronto wordt wonen in hoog tempo onbetaalbaar. Maar, concludeert Ibelings, de stad is wel levendiger en gezelliger geworden. Wat we hier van kunnen leren? Niet alleen Afrikaanse steden, maar ook Canadese en Amerikaanse steden gaan steeds meer op Chinese steden lijken. Straks volgen de Europese, dus ook Amsterdam. Het is nog even wennen, maar de wereld verandert ingrijpend en snel.

Tagged with:
 

Wall of Money

On 16 juni 2015, in economie, vastgoed, wonen, by Zef Hemel

Read in NRC Handelsblad of 9 and 12 June 2015:

 

Alarming news. Vacant real estate in the Netherlands since 2010 more than dubbeled. The total amount of square meters empty office space is now 9 million, of m2 empty retail space it’s 2,7 million. And it gets worse, even after the crisis. Why? Because a ‘wall of money’ is flooding the real estate market since the financial crisis ended. That was the alarming news in NRC Handelsblad of 12 June 2015. Edwin Buitelaar, researcher at the Planning Bureau for the Built Environment in The Hague, gave a serious warning. However, no one seems to listen. While planning restrictions get less and less tight (spatial planning in general seems to be hampering economic growth), money flows in. The coming years the real estate market will grow on a massive scale, because there will be no profitable alternative to invest in. So vacant buildings will become the standard soon. Buitelaar thinks especially new shopping malls will have a devastating effect. Whole shopping streets could become ghost areas. Capitalism could destroy our heritage and our communities.

However, economists think the building industry is key for the recovery of the national economy. Especially the housing market is crucial in their eyes. Maarten Schinkel wrote on this new dogma on the front page of NRC Handelsblad of 9th of June. In ‘Optimism about the Dutch economy thanks to the housing market’ he explains why. Over the last twenty years the Dutch economy and the housing market have become heavely intertwined. In fact, VINEX (National Policy on Spatial Planning) has become a part of the Dutch national monetary policy. It means that the value of all the housing stock should be rising permanently, otherwise the economy will not grow. Still many dwellings are ‘under water’, (which means: the actual value is lower than when they were bought). And we all know that it takes a long time before dwellings will be abandoned. At this moment many Dutch households already stick to their place, because they cannot sell their real estate. With this ‘wall of money’ coming in it will even get worse. It may cure the economy, but it will destroy the Dutch landscape. Capitalism without planning is a horrible scenario. (photo: RAAAF, Vacant NL)

Tagged with:
 

Reputatie

On 13 april 2015, in economie, onderwijs, by Zef Hemel

Gehoord in New York op 30 maart 2015:

Edith Hsu Chen is deputy director van het Manhattan Borough Office van de gemeente New York. We spraken haar in Reade Street, op loopafstand van City Hall. Onderwerp: de universiteiten in de stad. Ze vertelde ons dat er een trek heeft plaatsgevonden van de universiteiten uit de buitenwijken en de voorsteden naar het centrum van New York. De meeste universiteiten hebben zich nu stevig genesteld op Manhattan, de duurste grond op aarde. Columbia University – een Ivy League universiteit – had al haar campus in West Harlem maar opent binnenkort fase 1 van haar nieuwe, iets noordelijk gelegen campus in Manhattanville.  NYC University kwam van buiten, maar zocht positie rond Washington Square, in de West Village, en heeft daar grote uitbreidingsplannen die overigens door de buurt worden geblokkeerd. Cornell heeft de tender gewonnen en opent in 2017 op Rooseveldt Island, tegenover East Manhattan, een geheel nieuwe campus. Daar ook bevinden zich alle grote medical schools en ziekenhuizen. Cooper Union pleegde kostbare nieuwbouw in de East Village en dreigt daaraan zelfs failliet te gaan. Waarom willen alle universiteiten toch op Manhattan zitten? Het is de naam, de plek, de reputatie, de prijs, de grootstedelijkheid.

Lastig is het wel. Buurtbewoners verzetten zich hevig tegen de uitbreidingsplannen. De nieuwbouw is vaak groot, grof, zelden fraaie architectuur. Vooral de dormitories moeten het ontgelden: niemand wil zoveel studenten in de buurt. En duur is het ook. Maar de private universiteiten kunnen het zich permitteren. Hun alumni doneren, bedrijven betalen mee, desnoods schroeven de universiteiten de tuition fees van hun studenten op. Die betalen toch al fortuinen. Trouwens, vastgoed op Manhattan is zeker voor private universiteiten een uitstekende belegging. Kortom, door zich op Manhattan te vestigen stijgt de reputatie van de universiteiten, bieden zij aan studenten een unieke ervaring, melden zich daardoor de grootste talenten, groeit de winstgevendheid. Chen zei dat de stad na de financiële crisis van 2008 zich op de nieuwe groeisectoren van het onderwijs en de volksgezondheid richt. Zij trekken bedrijven en jong, koopkrachtig talent uit de hele wereld aan. Bovendien scheppen ze nieuwe banen. Ze sloot niet uit dat hier een even grote zeepbel zal ontstaan, die op een gegeven moment uiteen kan spatten. In het vliegtuig op de heenreis las ik een Special Report van The Economist over de wereldwijde dominantie van Amerikaanse universiteiten waarin in feite hetzelfde wordt beweerd. Geld en reputatie worden belangrijker dan onderwijs. Dit kan niet goed gaan.

Tagged with:
 

Bericht uit de East Village

On 11 april 2015, in onderwijs, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in New York Times van 9 april 2015:

 

De studenten hebben het Maagdenhuis ontruimd. Elders is het bonje. Afgelopen week refereerden onze gesprekspartners in New York er al aan, deze week stond het opnieuw in de New York Times: de in New York gevestigde Cooper Union for the Advancement of Science and Art laat sinds kort haar studenten collegegeld betalen. Tot nu toe was studeren aan Cooper Union helemaal gratis. De school was open en toegankelijk voor iedereen. Alleen graduates die het zich konden veroorloven betaalden voor hun onderwijs. Vorig jaar dreigde de in 1859 door de filantroop Peter Cooper opgerichte school echter failliet te gaan. Haar grootste vastgoedbezit is Chrysler Building, hartje Manhattan. Mede door dat unieke bezit had de school tot voor kort nog een positieve balans van 735 miljoen dollar. Is hier sprake van mismanagement? De attorney-general van New York, Eric Schneiderman, heeft nu een onderzoek naar het college van bestuur van de non-profit organisatie ingesteld en afgelopen week brieven gestuurd waarin hij de schoolleiding verantwoordelijk stelt voor de penibele financiële positie.

Het incident staat niet op zichzelf. Eerder al gingen nonprofit organisaties als New York City Opera en Long Island College Hospital in de financiële crisis ten onder. De metropool kent liefst 80.000 nonprofit organisaties, die allemaal van groot belang zijn voor het functioneren van de stad. De nonprofit sector is goed voor zeker tien procent van alle banen. Wat deed het college van bestuur van de gerenommeerde Cooper Union, waar Daniel Libeskind, Alex Katz en John Heyduk studeerden, verkeerd? Ze bouwde een duur nieuw pand op haar campus en sloot daarvoor een lening af van 175 miljoen dollar tegen een rente van 5,75 procent over een termijn van dertig jaar. Chrysler Building mag dan een solide onderpand zijn dat vijfentachtig procent van het eigen vermogen uitmaakt, de overige vijftien procent bestaat uit beleggingen in hedge funds en private equity partnerships die nauwelijks renderen. De studenten mogen het financiële gat nu dichten: voor undergraduates komt het neer op 20.000 dollar collegegeld jaarlijks. Ze protesteren al sinds het slechte nieuws bekend werd (23 april 2013) en eisen het vertrek van Jamshed Bharucha, de voorzitter van het college van bestuur. Tot nog toe vergeefs. Maar de stad onderneemt nu eindelijk actie. Tot zover berichten uit de East Village.

Tagged with:
 

Binnenstad in de etalage

On 19 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 13 maart 2014:

Vorige week opende het nieuwe station van Rotterdam. Voor NRC Handelsblad was het aanleiding om met de Rotterdamse wethouder Karakus door de binnenstad te wandelen. Het gesprek ging over bouwen. De wethouder wil veel woningen bouwen. Sterker, er zijn de afgelopen jaren al veel woningen in de binnenstad gebouwd: hun aantal is sinds 2008 met liefst 9% gestegen. De Rotterdamse binnenstad, aldus de wethouder, is ideaal voor mensen uit de Randstad om in te wonen. Maar dan moeten ze wel komen. “Zonder bewoners is het uitgestorven na zes uur ‘s avonds.” Alles wordt er aan gedaan om het de woonconsumenten naar de zin te maken. De wethouder: “De binnenstad was als een verloederd huis. Dat kan je niet in één keer vernieuwen want dan moet iedereen eruit. We knappen het kamer voor kamer op, en zetten ook overal deuren tussen.” Rotterdam wil meer hoogopgeleiden trekken. De binnenstad is daarvoor ideaal. Ook het nieuwe Centraal Station is in dat licht bezien een opsteker.

In de Amsterdamse krant Het Parool was de toon agressiever. De kop boven het artikel in de krant van donderdag luidde: ‘De nieuwe Zuidas ligt in Rotterdam’. Rondom het nieuwe Centraal Station van Rotterdam staan ineens tienduizenden vierkante meters kantoorruimte te wachten op huurders, met huren die beduidend lager zijn dan op de Amsterdamse Zuidas. Boodschapper was ditmaal Michael Hesp van kantorenmakelaar JLL. En bedrijfsmakelaar DTZ Zadelhoff vond het nieuwe station ineens ‘alle verschil maken’. Tot nu toe, zei hij, staan veel kantoren in de Rotterdamse binnenstad leeg; verhuur verloopt er matig. Alle hoop van het makelaarskantoor is gevestigd op de werking van het nieuwe Centraal Station. Conclusie van dit alles: hier wordt de oplevering van een station door een stad gebruikt om leegstaand vastgoed – woningen en kantoren – in de etalage te zetten. Gebeurde dat ook niet eerder in het Franse Lille? Ook daar een slechtdraaiende lokale economie en een spectaculair station -Euralille – dat verbetering moest brengen. En is het daar gelukt? Marine Le Pen komt er aan de macht.

Tagged with:
 

Verstoorde markt

On 11 maart 2014, in vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in PropertyNL van 21 januari 2014:

In de trein van Groningen naar Amsterdam de eerste PropertyNL van het nieuwe jaar gelezen. Leerzaam. Wat stond er zoal in? Buitenlandse beleggers raken weer geïnteresseerd in de Nederlandse vastgoedmarkt. Dat is goed nieuws. Vooral Amsterdam blijkt in trek, daarna volgt de rest van de Randstad. “De huren zijn goed, de vraag is goed, de bevolking van de Randstad groeit.” Overigens, ook binnen de Randstad zien de ontwikkelaars en beleggers groeiende verschillen: in en rond Amsterdam zijn er geen problemen, in de Zuidvleugel wel. De verrassende megadeal op de Zuidas – de uiterst succesvolle verkoop van Symphony aan een Duitse belegger – wordt in dat licht bezien: hoopgevend en typerend voor de nieuwe trend. Buiten de noordelijke helft van de Randstad is het echter een stuk minder. Men verwacht daar een enorme sloopopgave; vooral flats uit de jaren ‘60 en ‘70 zullen daar tegen de vlakte gaan. Alles draait om kwaliteit. De kantorenleegstand, althans buiten Amsterdam, groeit doordat buiten Amsterdam nog steeds teveel wordt bijgebouwd: 4 procent toename is ronduit slecht. In de retail portefeuilles treden grote verschuivingen op.

De opmars van het webwinkelen begint pijn te doen. Mensen winkelen minder vaak (een daling van liefst 15 procent), maar als ze gaan winkelen, dan willen ze alles. Winkels in historische binnensteden – althans van de grote steden – blijven overeind, de rest kampt met toenemende leegstand. Vooral de middelgrote winkelcentra zullen het zwaar krijgen. Ook hier staat Amsterdam in gunstige zin bovenaan. En dan zijn er de hotels en de studentenwoningen. Ook daar is sprake van groei, althans in Amsterdam waar zelfs een ‘stortvloed’ aan nieuwe hotelkamers wordt gemeld. Ik vat samen: “Amsterdam is verantwoordelijk voor 31% van het landelijk beleggingsvolume (1718 miljard euro!). Daarvan werd 35% (600 miljoen euro) aan de Zuidas gerealiseerd.” (…) “Marktpartijen verwachten dat internationale beleggers hun pijlen op Amsterdam zullen blijven richten. Amsterdam concurreert hierbij wel met Europese steden waar de gebruikersmarkt evenwichtiger is en de balans tussen opname en aanbod niet zo verstoord is als in Nederland.” Anders gezegd, in de rest van Nederland wordt veel te veel bijgebouwd. In Amsterdam juist te weinig.

Tagged with:
 

Amsterdam’s Pastry Urbanism

On 18 januari 2013, in voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Geography of Patisserie’ (2012) van Kai van Hasselt:

De nieuwjaarswensen van Kai van Hasselt, directeur van Shinsekai Analysis, gingen vergezeld van een prachtige kaart van Amsterdam met toelichting. Ook ik ontving er een. Op de kaart staan twintig banketbakkers in en rond de Amsterdamse binnenstad gelokaliseerd, elk voorzien van een eigen invloedssfeer. De straal en de kleur van hun invloedssfeer vertellen iets over de nabijheid van winkels. “The map shows the intensity of Amsterdam’s pastry urbanism.” 2013 verklaart Van Hasselt tot het jaar van de ‘Patisseries sans frontières’. “Patisseries give a sense of joy to the city. They are the icing on the cake, so to say. What about 2013? What will the year bring? Dark chocolate for darker times or sweets to celebrate?” Volgens Van Hasselt geeft de aanwezigheid van banketbakkers in de buurt een goed beeld van de plaatselijke vastgoedwaarden. Waarop hij zich de vraag stelt of ontwikkelaars met de introductie van banketbakkers de waarde van hun bezit ook kunnen verhogen. “’The proof of the pudding is in the eating and the challenge is out there for a real estate developer and a pastry chef to collaborate and make it work.”

Hoe zit de Amsterdamse geografie van de banketbakkers in elkaar? De zaken volgen een rode band van de binnenstad (grachtengordel) via het Museumplein en de Vondelparkbuurt naar de Zuidas. Ter weerszijden liggen bescheiden concentraties: de Haarlemmerbuurt en Oost. De meeste zaken treft men aan in de zuidelijke binnenstad en bezuiden het Vondelpark. Inderdaad, daar zijn de vastgoedwaarden het hoogst. Om ons definitief te overtuigen heeft Van Hasselt op de achterkant foto’s toegevoegd van banketbakkerszaken in de belangrijkste steden van de wereld: Parijs, New York, Kyoto, Basel, Zurich, Londen, Istanbul, Düsseldorf, Maastricht. Deze ‘geografie van de verleiding’ ziet er overtuigend uit. Hij heeft gelijk. In een metropolitane voedselstrategie kan dit aspect, dat teruggaat op de oude paleiscultuur en traditie van de Europese aristocratie, zeker niet ontbreken.

Tagged with:
 

Het Jaar van het Konijn

On 30 juni 2011, in economie, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 februari 2011:

Hele nieuwbouwsteden in China staan leeg. NRC Handelsblad berichtte afgelopen februari over Kangbashi in Binnen-Mongolië, een 1,7 miljard kostende gebiedsontwikkeling die nagenoeg onbewoond is. Een Chinese expert zegt: “Er zijn talrijke andere spooksteden en spookwijken en ze symboliseren wat er mis is met de Chinese economie. Onze groei is eenzijdig gebaseerd op zeer hoge investeringen in vaste activa, in niet-productief baksteen en beton, hoofdzakelijk residentieel en commerciaal onroerend goed. Er is een enorme zeepbel ontstaan.” In 660 Chinese steden staan op dit moment 64,5 miljoen nieuwe luxueuze appartementen en villa’s leeg en er is een overcapaciteit van 3,5 miljard vierkante meter kantoren. NRC Handelsblad noemt dit kenmerkend voor een bubble-economie. Ondertussen blijven de prijzen stijgen. De grond van Peking is meer waard dan de hele Amerikaanse economie.“Geld is geen probleem, want zij (de lokale partijbestuurders) kunnen onbeperkt geld lenen bij de staatsbanken. Bovendien verdienen districten en steden kapitalen aan de verkoop van grond aan projectontwikkelaars en dat zijn vaak bedrijven die nauw met de autoriteiten zijn verbonden.” Bedrijven beleggen in vastgoed en boeren in de omgeving van steden verkopen hun grond tegen zeer gunstige prijzen. Kenners reageren nerveus. Aan het begin van het jaar van het Konijn circuleren voorspellingen van een harde landing van de Chinese economie in de loop van 2011. Volgens berekeningen bestaat 70 procent van het Chinese binnenlands product uit investeringen in vastgoed. Wat is dat voor een economie? Ik zou zeggen: een hoogst ongezonde situatie.

Bij het lezen van het alarmerende artikel moest ik onmiddellijk denken aan de Nederlandse economie. Natuurlijk is die anders, maar ook hier is de afgelopen periode veel te veel gebouwd. De economische groei van de afgelopen jaren lijkt vooral in het vastgoed te zitten. Een percentage van 70 procent zou mij ook hier niet verbazen. Gemeenten verdienden veel met de gronduitgifte en de VINEX creëerde geen schaarste, integendeel. Overal in het land konden gemeenten vrolijke plannen maken en ongehinderd door Rijk of provincie ontwikkelaars voor hun karretje spannen: iedereen wilde groeien. In 1997 verscheen De Nieuwe Kaart van Nederland. Weet u het nog? Die was ronduit alarmerend, maar de meute danste destijds letterlijk over het kaartbeeld in het Utrechtse Vredenbrug. Jaap Modder lanceerde het manifest ‘Nederland is nog lang niet vol, maar we zijn wel vol van plannen’. De problematiek van de leegstand in de krimpgebieden leek toen nog ver weg. Inmiddels zijn er 600 woningen in Delfzijl gesloopt. Maar de prijzen dalen nauwelijks. De kantorenmarkt wordt geconfronteerd met een ongekende leegstand. Toch worden er nog steeds kantoren bijgebouwd. In de periferie willen ze graag ‘kwaliteit’ aan de voorraad toevoegen en niemand die hen dat belet. Er is de afgelopen jaren in dit landje veel te veel ontwikkeld, alles werd gefinancierd met geleend geld. Deze regering decentraliseert de ruimtelijke ordening en schoont de regelgeving op. Omdat er méér moet worden gebouwd. Ook voor Nederland is dit het Jaar van het Konijn.

Tagged with: