Het belang van innovaties

On 29 augustus 2014, in geschiedenis, innovatie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City of Fortune’ (2011) van Roger Crowley:

Kun je van de geschiedenis leren? Deze vakantie las ik Roger Crowley’s ‘City of Fortune’. In het jaar 1203 telde Constantinopel (het huidige Istanbul) liefst vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners. De stad was daarmee veruit de grootste metropool van de hele Christelijke wereld. Ter vergelijking: Parijs en Venetië telden elk niet meer dan zestigduizend inwoners. "They looked on Constantinopel for a long time because they could scarcely believe there could be such an enormous city in all the world," schreef Villehardouin, die doelde op de kruisvaarders die in 1203 begonnen waren aan de vierde kruisvaart. De kruisridders, die voor de poorten van Constantinopel stonden, waren meest afkomstig uit Frankrijk; ze lieten zich overzetten door zeelieden uit Venetië, op schepen die in Venetië waren gebouwd. Venetië had daarmee commerciële belangen in het slagen van de kruisvaart. Voor Constantinopel zelf waren de West- en Zuid-Europeanen dwergen. De enige andere stad die voor haar inwoners telde was Rome. "The Greeks wanted nothing to do with these western puppet who had promised submission to Rome." Het zou ze flink bezuren. Roger Crowley ziet de slag om Constantinopel als het begin van de opkomst van Venetië als machtige handelsstad.

De ondergang van Venetië laat Crowley samenvallen met de verovering door de Turken van het oostelijke Middellandse Zeegebied. Hier ontmoetten twee imperiale mogendheden elkaar: "the Christian and the Muslim, the sea-going merchant class concerned with trade, the continental warriors whose valuations were counted in land holdings; the impersonal republic that prized liberty, the sultanate that depended on the autocratic whim of a single man." (Dit klinkt actueel, iets als: Europa versus Rusland) Toch is de ondergang van Venetië niet veroorzaakt door de Turkse veroveringen. De werkelijke reden waren de handelsstromen die zich verlegden van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan en, via de Kaap de Goede Hoop, richting het Verre Oosten. Dankzij scheepskundige innovaties. "All the old trade routes and their burgeoning cities that had flourished since antiquity were suddenly glimpsed as baclwaters – Cairo, the Black Sea, Damascus, Beirut, Baghdad, Smyrna, the ports of the Red Sea and the great cities of the Levant, Constantinopel itself – all these threatened to be cut out from the cycles of world trade by ocean-going galleons." Winnaar bleek Lissabon, dat nu sterk begon te groeien. De historische les is dus: niet veroveringen, maar handel en innovaties zijn beslissend voor welvaart en stedelijke bloei.

Tagged with:
 

Flying Cities

On 20 augustus 2014, in kunst, politiek, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Monolith Controversies’ (2014):

Via Mrs. Silvia Gutiérrez’s apartment kwamen we het paviljoen van Chili binnen. Pas later begrepen we dat dit al te menselijke element op de Architectuur Biënnale van Venetië 2014 bedoeld was als proloog op een uiterst boeiend verhaal over een betonnen standaard element, zoals geproduceerd door de KPD fabriek in Quilpué, Chili. De fabriek was door de Sovjets cadeau gedaan aan president Salvador Allende in 1972, bedoeld om de woningnood in het land op radicaal-industriële wijze te lenigen. Het eerste neutrale element, door Allende destijds persoonlijk ondertekend, was na opening van de fabriek trots bij de ingang geplaatst. Niet lang daarna echter viel het socialistische regime en kwam de fabriek in handen van de junta van generaals rond Pinochet die de coup hadden gepleegd. De handtekening hadden deze prompt uit het beton verwijderd, in het gestanste venster een Mariabeeld geplaatst. Later raakte het zoek. Nu stond het technische ding in Venetië, in het arsenaal, als historische getuige van het Modernisme.

Het industriële bouwsysteem van de neutrale betonelementen was in 1931 in Frankrijk ontwikkeld, in de jaren vijftig door de Sovjets gekopieerd, jaren zestig naar Cuba verscheept, om begin ’70 in het Chili van Allende te arriveren. De Rus Boris Groys, die zijn jeugd doorbracht in deze ‘Plattenbau’, beschrijft het fraai in zijn bijdrage aan de catalogus bij de tentoonstelling. Over de architecten die het systeem ontwikkelden noteerde hij: "They conceived the individual apartments as free moving units that could be combined and recombined to build temporary, shifting, changing housing agglomerations – instead of traditional housing." De woningen refereerden bewust aan de ‘flying cities’ van Kazimir Malevich: "The radical break with the historical past was understood as the beginning of travel that had no end." Anders gezegd, met het neutrale industriële bouwsysteem zetten de troonopvolgers van Stalin zich bewust af tegen hun boze voorganger, die steeds pompeuze neoclassicistische architectuur had verordonneerd. Voortaan was iedereen gelijk, sober, onbelast door het verleden, ieders behoefte bevredigd. Refereren aan de avantgarde mocht weer. In deze tijd waarin we diversiteit en individuele expressie vieren als het grootste goed een onbegrijpelijke esthetiek. Groys: "There can be no doubt about it: every utopian, radical taste is a taste for the ascetic, uniform, monotonous, gray and boring."

Tagged with:
 

Versteende tentenkampen

On 19 augustus 2014, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 1 augustus 2014:

Curator Rem Koolhaas had de samenstellers van de inzendingen van de landenpaviljoens voor de Internationale Architectuur Biënnale Venetië 2014 gevraagd terug te blikken op honderd jaar Modernisme in hun eigen land. Een bijzondere inzending bleek die van Peru. Het Zuid-Amerikaanse land toonde vijf naoorlogse uitbreidingen van de hoofdstad Lima, alle een reactie op de snelle en ongecontroleerde groei van sloppenwijken die begon in de jaren veertig. De architecten hadden de nieuwkomers een eenvoudige en rationele plattegrond aangeboden, waarop de zelfbouwers vervolgens hun eigen woning konden realiseren. “The research presented in this exhibition reveals that Peruvian Modernity is the encounter of a rationally systematized spatial organization with a spontaneously squatted and self-built architecture.” De oudste nederzetting was die van de Ciudad de Dios uit 1955, de nieuwste het Huaycan Programma uit 1984. De laatste was het initiatief van burgemeester Alfonso Barrantes, die met lede ogen had moeten toezien hoe het nationale verstedelijkingsprogramma van president Belaunde in de crisisjaren op de klippen liep. De president probeerde de ontwikkeling van sloppenwijken tegen te gaan en in plaats daarvan keurige woonwijken te bouwen. Het alternatief van Barrantes – Proyecto Especial de Huanycan – bestond uit een participatief ontwerpproces dat op een nieuwe, snelle en effectieve manier duizenden mensen uitzicht bood op goedkope woningen (24.000 in totaal) in een ravijn van 462 hectare.

Peru neemt met zijn ‘In/Formal’ duidelijk stelling in een omgeving die er trouwens helemaal niet om vraagt. Koolhaas is alleen geïnteresseerd in architectuur, niet in steden. Lima is in korte tijd uitgegroeid tot een metropool van meer dan zeven miljoen inwoners. Daar kwam geen Le Corbusier of machtige bouwindustrie aan te pas. Lima laat zien dat het anders kan. Niet de architectuur staat er voorop, maar de mensen. Niet de commercie, maar zelforganisatie. Niet het resultaat, maar het proces. “It reassesses this unique encounter of the bottom-up and top-down processes, and poses the question of how architecture and society will build the city during the next century.” Hoe gaan wij in de 21ste eeuw onze steden bouwen? Nog altijd met architecten, maar zij dienen nu de mensen. Ik moest denken aan oud-wethouder Adri Duivesteijn, die na een studiereis door Peru al vroeg tot inzicht was gekomen en die dit idee van zelforganisatie tijdens zijn wethouderschap in Almere in praktijk heeft proberen te brengen. “Het maakt de stad diverser, kleurrijker, interessanter en persoonlijker,” schreef hij in november 2013. Architect Carel Weeber noemde dergelijke zelfbouwwijken in 1998 ‘versteende tentenkampen’.

Tagged with:
 

Bedreigd erfgoed

On 18 augustus 2014, in monumentenzorg, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 2 augustus 2014:

We sliepen op een camping op de noordelijke punt van het Lido. Elke morgen en avond passeerden daar enorme cruiseschepen, waarvan sommige meer dan 40.000 ton wegen; het was een belachelijk gezicht, ze schampten ons bijna letterlijk. In Venetië zelf is het zo mogelijk nog ridiculer: de varende monsters maken van het Unesco-monument ronduit een farce. Vanaf november dit jaar komt daar een einde aan. Dat althans heeft de Italiaanse regering onder druk van de bevolking van Venetië besloten. In 2012 sprongen woedende bewoners en sympathisanten in het water om de schepen de doorvaart door het Giudecca-kanaal te verhinderen. Maar de burgemeester van Venetië is niet blij met het regeringsbesluit en ook de cruise-industrie wil het niet. Die laatste is een rechtszaak tegen de staat begonnen. Ondertussen zijn ook de milieu-activisten allerminst tevreden, want het compromis dat de regering met de sector heeft gesloten behelst onder meer het graven van een diepe geul door de lagune om de kolossale schepen om te leiden. Dat zou opnieuw een verstoring van de toch al kwetsbare ecologie van Venetië betekenen. Niemand blij, iedereen boos.

Waar gaat het om? Elk jaar bezoeken zo’n 650 cruiseschepen Venetië (ter vergelijking: in Amsterdam gaat het om 200 schepen). Ze komen ‘s ochtends vroeg en vertrekken ‘s avonds laat. Elk schip stoot evenveel uitlaatgassen uit als een wagenpark van 15.000 auto’s. De groei van de sector is enorm. Bezochten in 1991 nog circa 200.000 cruisepassagiers de amper 60.000 inwoners tellende Dogenstad, tegenwoordig zijn dat er 1,8 miljoen. De schepen worden ook steeds groter. De gemeente – vreemd genoeg – wordt er niet wijzer van, want de passagiers overnachten er niet en maken ook nauwelijks gebruik van de voorzieningen. Alleen het havenbedrijf strijkt de winst op. Vandaar dat de burgemeester niet blij is met de besluitvorming, die over zijn hoofd is genomen tussen de staat en de sector en die alleen relatief goedkope nautische oplossingen biedt. Een echte oplossing zou bijvoorbeeld zijn: een nieuwe cruiseterminal, op veilige afstand van de lagune. Maar dat is te duur. Ondertussen heeft het World Monuments Fund besloten om Venetië op de lijst van bedreigd erfgoed te plaatsen, samen met Timboektoe en een aantal monumenten in Syrië.

Tagged with:
 

Biennale als IKEA

On 5 augustus 2014, in cultuur, duurzaamheid, stedenbouw, technologie, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 31 juli 2014:

De Nederlandse architect Rem Koolhaas (70) is de curator van de Internationale Architectuur Biënnale van Venetië 2014. Thema: ‘fundamentals’. In plaats van toparchitectuur, toont Koolhaas achttien elementen die architectuur sinds mensenheugenis bepalen: de vloer, het dak, de muur, de corridor, het balkon, de wc, de lift, het raam, de trap, de hellingbaan, de haard, enzovoort. Zijn stelling is dat elk van deze elementen een historische ontwikkeling heeft doorgemaakt die in de afgelopen honderd jaar door het Modernisme zodanig zijn gestroomlijnd dat ze nu vooral langs lijnen van veiligheid en comfort industrieel worden vormgegeven. De volgende stap laat zich raden: de architectuur van de toekomst zal nog steeds door al deze elementen worden bepaald. Zijn tentoonstelling – verwijzend naar Siegfried Giedion’s ‘Mechanisation Takes Command’ (1945) – ervoer ik als een regelrechte IKEA; per type liggen de bouwelementen in de ruimte helder geordend, als consumptieartikelen in schappen uitgestald. Maar waar is de architectuur gebleven? Sterarchitecten ontbreken in deze tentoonstelling. Voor hen lijkt deze biënnale een regelrechte affront. Ik zag ze dan ook niet, de architecten, deze zomer. Hun rol lijkt uitgespeeld. In die zin is het een dappere biënnale.

Met de architecten zijn echter ook de mensen van het toneel verdwenen. Van iets maatschappelijks in deze biënnale zie ik geen enkel spoor. Ook het thema duurzaamheid ontbreekt totaal. Maatschappelijke thema’s, ze zijn aan Koolhaas kennelijk niet besteed. Nu het crisis is, trekt de architect zich terug op eigen terrein. Uiteraard, ook dat is een statement. In zijn scan van het hedendaagse Italië, in het Arsenaal, zag ik meer dan genoeg aanleiding om als architect een maatschappelijke positie te betrekken. Zeker als de zorgelijke toestand in Italië model staat voor de situatie waarin wij volgens de curator allen verkeren – in verval, met onwaarschijnlijk veel architecten, nog altijd met potentie, maar bovenal met een wankel democratisch bestuur. Echter, Koolhaas laat het na. Ik zag een biënnale vol bouwmaterialen en ik moest denken aan de uitspraak van Juan Clos, voorzitter van UN-Habitat: nooit eerder was het zo goedkoop om te bouwen. Afschrijvingstermijnen voor vastgoed naderen het nulpunt. Voor weinig geld kunnen we in vijf jaar tijd hele steden uit de grond trekken, om ze na tien jaar weer kosteloos op te ruimen of te laten vervallen. De installatie van Wolfgang Tillmann – ‘Elements of Architecture’ – maakte dit afdoende duidelijk. Waar is schoonheid? Waarom erfgoed beschermen? Na het bezoek aan ‘Monditalia’ verliet ik gedesillusioneerd het biënnaleterrein.

Tagged with:
 

Een uitnodiging om te weten

On 22 augustus 2013, in kunst, regionale planning, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 8 augustus 2013:

In het Spaanse paviljoen op de kunstbiënnale van Venetië is …. het Spaanse paviljoen te zien, nu als afval, keurig gescheiden: steengruis op steengruis, glas op glas, hout op hout, staal op staal. Van elk bouwmateriaal is een berg gevormd; in elke ruimte van het paviljoen treft men de afvalhopen aan. Bezoekers kunnen tussen het puin doorlopen. Zo ervaart men tweemaal hetzelfde Spaanse paviljoen. Naast dit kunstwerk van Lara Almarcegui over vergankelijkheid biedt directeur Octavio Zaya een boekwerkje aan de bezoekers waarvan ik een exemplaar gretig mee naar huis nam. ‘A Guide to Sacca San Mattia, the Abandoned Island of Murano, Venice’ beschrijft een onderzoek naar het leven en lot van het kunstmatige eilandje Sacca San Mattia vanaf het begin tot het heden. Jarenlang is hier puin gestort, afkomstig van Venetië. Doordat het beheer over het eiland in handen was gegeven aan de koepel van lokale bouwbedrijven speelden hier in 1997 allerlei gifschandalen: giftige stoffen bleken gestort – asbest, cadmium, nylon, verfstoffen, bitumen, arsenicum –, dikwijls afkomstig van de plaatselijke glasindustrie, stoffen die ronduit gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. In 2012, zes jaar nadat schoon schip was gemaakt, werd besloten de vuilstortplaats definitief te sluiten.

Lara Almarcegu bestudeerde alle plannen die voor het eiland waren gemaakt. Erop bouwen werd door de autoriteiten uitgesloten. Daarop besloten de ontwerpers dat het een park moest worden. Hun vaktijdschrift 2G schreef prompt een prijsvraag uit voor een Venice Lagoon Park in 2007. Het resultaat waren regionale ontwerpen waarin de eenheid van de gehele Venetiaanse lagune door middel van groen zou worden hersteld. De ontwerpen waren vooral een reactie op grootschalige spoorplannen van de autoriteiten, die met regionale spoortunnels hoopten de economie van groot-Venetië aan te jagen; Murano, waarvan Sacca San Mattia een onderdeel vormt, moest op dit kostbare railnet worden aangesloten. In 2011 werden alle plannen door het bestuur geschrapt. In plaats daarvan besloot men tot een open planproces. Uit een serie rondetafelgesprekken met de belangrijkste stakeholders en met meer dan honderd inwoners van Murano kwamen veel alternatieve voorstellen: over hoe om te gaan met de vervuiling, hoe energie op te wekken uit zonnepanelen; er werd de bouw van een handelsmarkt op Sacca San Mattia bepleit voor alle producten die op Murano worden gemaakt, de glasbedrijven bleken uit het centrum van Murano te willen vertrekken en de bewoners wilden de vrijkomende historische gebouwen met creatieve bedrijfjes en wonen invullen. Spoortunnels noch parken werden door enige partij genoemd. Op dit moment wordt gezocht naar financiering. De kunstenaar registreert het. “This guide is both an invitation to know Sacca San Mattia before it is developed and a look at some of the possible plans for its future development.” Mooi.

Open kunst / gesloten kunst

On 21 augustus 2013, in innovatie, internationaal, kunst, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 8 en 9 augustus 2013:

De Italiaan Massimiliano Gioni is de directeur van de 55e Kunst Biënnale van Venetië. Zijn ‘The Encyclopedic Palace’, te zien in de Giardini, het Arsenale en in paviljoens dwars door Venetië, is mooi, actueel en relevant want reageert met begrijpelijke beeldende kunst op de snelle mediatisering, informatisering en digitalisering van onze tijd. Overal zijn verzamelingen, collecties, groeperingen van de meest uiteenlopende kunstwerken te zien, alsof het internet de curator was. Scheidslijnen tussen heden en verleden, tussen westers en niet-westerse kunst en tussen professionele kunst en amateurkunst blijken volledig weggevallen of genegeerd. Dit bewust schrappen van scheidslijnen is verrassend en voelt weldadig aan, alsof er weer nieuwe mogelijkheden zijn en er nieuwe ruimte bestaat voor deelname van alles en iedereen. Sterker, iedereen doet mee op deze biënnale en alles lijkt relevant. Gioni: ““I didn´t want to do a show which is a price list with quotations of young artists going up immediately after the exhibition”“I did an exercise of re-evaluation of the concept of art.” Het lijkt wel alsof Gioni alle kennis van de wereld in Venetië wilde aanboren – alsof hij een gevoel van collectieve intelligentie wilde opwekken –,  met de hulp van kunstenaars bewerkt en gesorteerd, alles met humor, ironie, zelfspot, reflectie en diepgang. Zelden heb ik meer het gevoel gehad dat kunst en leven met elkaar kunnen versmelten.

Opvallend afwijkend blijkt het Nederlandse paviljoen, waar een traditionele beeldhouwer (Mark Manders) zijn traditionele beeldhouwwerk in een traditioneel wit paviljoen – de ruiten ook nog eens met krantenpapier afgeplakt – in afzondering tentoonstelt. De kunstenaar staat centraal ("I made this work in 2013. It really should have been made in the 1920s, but I simply was not alive at that time. (…) I caught it at a moment in time. (…) This is a very small detail of a room that I’ve been working on for a long time.") De Nederlandse bijdrage aan deze verder inspirerende en open biënnale blijkt behoudend, ernstig, calvinistisch, gesloten en zuinig. Het verschil met de Britten, de Belgen, de Denen, de IJslanders, de Angolezen, de Chilenen of de Italianen, waar de energie van afspat en de wereld je omringt, kon gewoon niet groter. Ook elders ontbreekt in deze biënnale elk spoor van aansprekende Nederlandse kunst. Zelfs Erik van Lieshout stelt zwaar teleur. Kunstenaars die vervuld zijn van zichzelf of die voor hun positie vrezen, hebben, net als bange journalisten, musici, rechters, planologen, politici en wetenschappers, het nakijken. Alleen moedige kunstenaars die open zijn naar de samenleving overleven het tijdperk van het internet.

Tagged with:
 

De ondergang van Venetië

On 20 augustus 2013, in infrastructuur, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 9 augustus 2013:

Vierentwintig miljoen toeristen bezoeken jaarlijks Venetië. Dat is bijna evenveel als Parijs (25 miljoen; ter vergelijking, in Amsterdam gaat het om 12,5 miljoen toeristen). In de waterstad zelf wonen minder dan 60.000 Venetianen. Ooit waren dat er 150.000 meer. Parijs, dat zelf tweeëneenhalf miljoen inwoners telt maar als agglomeratie ruim 11 miljoen, hoopt in 2030 60 miljoen toeristen te trekken; voor het kleine Venetië zou zo’n groei rampzalig zijn. Het zou neerkomen op nog veel meer toeristen en nog minder inwoners. De meeste inwoners zijn de afgelopen decennia al naar Mestre getrokken, een industrie- en havenstad aan de overkant van de lagune. De afzondering van het toeristische kerngebied van de regionale stad is hier tot in het extreme doorgevoerd: Venetië definitief een openluchtmuseum. Geen stad die zoiets wil. Niet het water, maar de wassende stroom toeristen wordt Venetië’s ondergang.

Om deze scheve ontwikkeling weer in balans te krijgen werd de bouw van een spoortunnel onder de lagune van het vliegveld via het Arsenaal in het oosten van de stad naar Mestre in het westen overwogen, om zo de enorme toeristenstroom gemakkelijker de stad in en uit te krijgen. Hierdoor hoopte men tevens het toeristische kerngebied op te nemen in het grotere stedelijke verband. In 14 minuten tijd zouden toeristen vanuit de luchthaven het San Marcoplein kunnen bereiken. Ruim 29 kilometer spoortunnel leek voldoende om de vaporetto’s definitief buiten dienst te kunnen stellen. Dit voorstel, uit 1992 van Zollet, een Italiaans ingenieursbedrijf, werd direct omarmd door het Venetiaanse openbaar vervoerbedrijf ACTV. Het door toeristen bejubelde vaporetto-systeem is namelijk al jaren zwaar verliesgevend en een blok aan het been van het gemeentebestuur. Het plan van Zollet was begroot op 1,9 miljard euro en zou 15 jaar graven en bouwen in de lagune betekenen. Het kreeg een plek in het collegeprogramma van 2002-2004 van Venetië, maar werd in 2011 toch weer geschrapt, althans geen prioriteit meer gegeven. Ondertussen breekt het bestuur van de waterstad zich onverminderd het hoofd hoe het probleem van de groeiende toeristenstroom op te lossen en het sterven van de oude stad te voorkomen.

Tagged with:
 

Heldere boodschap

On 17 oktober 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

De Britse auteur Simon Winder is als geen ander in staat om architectuur in verband te brengen met het tijdperk waarin ze werd ontworpen en gebouwd. Ik heb het over zijn zeer leesbare overzichtswerk ‘Germania’. In zijn beschrijving van het Wilhelminische Duitsland – de vijftig jaar die voorafgingen aan het rampjaar 1914 – bijvoorbeeld stuit hij op monsterachtige monumenten en gebouwen, en zijn oordeel laat dan niets te raden over: “The only thing that saves these buildings is that they stand as monuments to failure – the civilization that built them was destroyed.” Het geldt voor het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig met zijn ‘immens, humourless, Aztec gloom’ , maar ook voor de kathedraal van Berlijn, het Berlijnse Schloss evenals het Weense Neu Burg. Zelfs het Hamburgse stadhuis moet het bij Winder ontgelden: “There is something very similar in such awful mistakes as the Hamburg or Hannover town halls – buildings so huge and nasty that they appear only to have been put there (let alone remade after war damage) to confound later generations.” Het Hamburgse stadhuis? Het stadhuis van de Freistaat Hamburg?

Te groot, te protserig, te lelijk is het Hamburgse stadhuis inderdaad. Maar ergens in het gerestaureerde laat-negentiende eeuwse, in Noordduitse neorenaissance opgetrokken raadhuis stuit de overdonderde bezoeker op een hele mooie kamer, de zogenaamde Turmsaal. In deze knusse, intieme, bijna ronde kamer op de tweede verdieping, gesitueerd onder de reusachtige toren, valt het oog van de bezoeker, juist voordat hij de Kaisersaal betreedt, op vier bijzondere wandschilderingen. Ze stellen de vier ‘vrije steden’ in de wereld voor: Athene, Rome, Venetië en Amsterdam. Amsterdam wordt er gerepresenteerd door het raadhuis van Jacob van Campen, met de god Mercurius ter linkerzijde en met een hoorn des overvloeds waaruit goudstukken rollen. Ineens begreep ik het. Niet aan de Duitse keizer Wilhelm spiegelde Hamburg zich, maar aan deze vier vrije steden. Keizer Wilhelm, die Hamburg in 1895 bezocht ter gelegenheid van de opening van het Nord-Ost Kanal, moest door deze schitterende kamer om zijn eigen Kaisersaal te kunnen betreden. Eerst stond hij oog in oog met Rome, daarna Venetië; hij zal zich hebben omgedraaid, waarna zijn ogen vielen op Athene en ….. Amsterdam. Tien jaar later verklaarde de Duitse keizer de wereld de oorlog. Uiteindelijk stierf hij in Nederland, in het dorpje Doorn.

Tagged with: