Open kunst / gesloten kunst

On 21 augustus 2013, in innovatie, internationaal, kunst, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 8 en 9 augustus 2013:

De Italiaan Massimiliano Gioni is de directeur van de 55e Kunst Biënnale van Venetië. Zijn ‘The Encyclopedic Palace’, te zien in de Giardini, het Arsenale en in paviljoens dwars door Venetië, is mooi, actueel en relevant want reageert met begrijpelijke beeldende kunst op de snelle mediatisering, informatisering en digitalisering van onze tijd. Overal zijn verzamelingen, collecties, groeperingen van de meest uiteenlopende kunstwerken te zien, alsof het internet de curator was. Scheidslijnen tussen heden en verleden, tussen westers en niet-westerse kunst en tussen professionele kunst en amateurkunst blijken volledig weggevallen of genegeerd. Dit bewust schrappen van scheidslijnen is verrassend en voelt weldadig aan, alsof er weer nieuwe mogelijkheden zijn en er nieuwe ruimte bestaat voor deelname van alles en iedereen. Sterker, iedereen doet mee op deze biënnale en alles lijkt relevant. Gioni: ““I didn´t want to do a show which is a price list with quotations of young artists going up immediately after the exhibition”“I did an exercise of re-evaluation of the concept of art.” Het lijkt wel alsof Gioni alle kennis van de wereld in Venetië wilde aanboren – alsof hij een gevoel van collectieve intelligentie wilde opwekken –,  met de hulp van kunstenaars bewerkt en gesorteerd, alles met humor, ironie, zelfspot, reflectie en diepgang. Zelden heb ik meer het gevoel gehad dat kunst en leven met elkaar kunnen versmelten.

Opvallend afwijkend blijkt het Nederlandse paviljoen, waar een traditionele beeldhouwer (Mark Manders) zijn traditionele beeldhouwwerk in een traditioneel wit paviljoen – de ruiten ook nog eens met krantenpapier afgeplakt – in afzondering tentoonstelt. De kunstenaar staat centraal ("I made this work in 2013. It really should have been made in the 1920s, but I simply was not alive at that time. (…) I caught it at a moment in time. (…) This is a very small detail of a room that I’ve been working on for a long time.") De Nederlandse bijdrage aan deze verder inspirerende en open biënnale blijkt behoudend, ernstig, calvinistisch, gesloten en zuinig. Het verschil met de Britten, de Belgen, de Denen, de IJslanders, de Angolezen, de Chilenen of de Italianen, waar de energie van afspat en de wereld je omringt, kon gewoon niet groter. Ook elders ontbreekt in deze biënnale elk spoor van aansprekende Nederlandse kunst. Zelfs Erik van Lieshout stelt zwaar teleur. Kunstenaars die vervuld zijn van zichzelf of die voor hun positie vrezen, hebben, net als bange journalisten, musici, rechters, planologen, politici en wetenschappers, het nakijken. Alleen moedige kunstenaars die open zijn naar de samenleving overleven het tijdperk van het internet.

Tagged with:
 

De ondergang van Venetië

On 20 augustus 2013, in infrastructuur, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 9 augustus 2013:

Vierentwintig miljoen toeristen bezoeken jaarlijks Venetië. Dat is bijna evenveel als Parijs (25 miljoen; ter vergelijking, in Amsterdam gaat het om 12,5 miljoen toeristen). In de waterstad zelf wonen minder dan 60.000 Venetianen. Ooit waren dat er 150.000 meer. Parijs, dat zelf tweeëneenhalf miljoen inwoners telt maar als agglomeratie ruim 11 miljoen, hoopt in 2030 60 miljoen toeristen te trekken; voor het kleine Venetië zou zo’n groei rampzalig zijn. Het zou neerkomen op nog veel meer toeristen en nog minder inwoners. De meeste inwoners zijn de afgelopen decennia al naar Mestre getrokken, een industrie- en havenstad aan de overkant van de lagune. De afzondering van het toeristische kerngebied van de regionale stad is hier tot in het extreme doorgevoerd: Venetië definitief een openluchtmuseum. Geen stad die zoiets wil. Niet het water, maar de wassende stroom toeristen wordt Venetië’s ondergang.

Om deze scheve ontwikkeling weer in balans te krijgen werd de bouw van een spoortunnel onder de lagune van het vliegveld via het Arsenaal in het oosten van de stad naar Mestre in het westen overwogen, om zo de enorme toeristenstroom gemakkelijker de stad in en uit te krijgen. Hierdoor hoopte men tevens het toeristische kerngebied op te nemen in het grotere stedelijke verband. In 14 minuten tijd zouden toeristen vanuit de luchthaven het San Marcoplein kunnen bereiken. Ruim 29 kilometer spoortunnel leek voldoende om de vaporetto’s definitief buiten dienst te kunnen stellen. Dit voorstel, uit 1992 van Zollet, een Italiaans ingenieursbedrijf, werd direct omarmd door het Venetiaanse openbaar vervoerbedrijf ACTV. Het door toeristen bejubelde vaporetto-systeem is namelijk al jaren zwaar verliesgevend en een blok aan het been van het gemeentebestuur. Het plan van Zollet was begroot op 1,9 miljard euro en zou 15 jaar graven en bouwen in de lagune betekenen. Het kreeg een plek in het collegeprogramma van 2002-2004 van Venetië, maar werd in 2011 toch weer geschrapt, althans geen prioriteit meer gegeven. Ondertussen breekt het bestuur van de waterstad zich onverminderd het hoofd hoe het probleem van de groeiende toeristenstroom op te lossen en het sterven van de oude stad te voorkomen.

Tagged with:
 

Heldere boodschap

On 17 oktober 2011, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Germania’ (2010) van Simon Winder:

De Britse auteur Simon Winder is als geen ander in staat om architectuur in verband te brengen met het tijdperk waarin ze werd ontworpen en gebouwd. Ik heb het over zijn zeer leesbare overzichtswerk ‘Germania’. In zijn beschrijving van het Wilhelminische Duitsland – de vijftig jaar die voorafgingen aan het rampjaar 1914 – bijvoorbeeld stuit hij op monsterachtige monumenten en gebouwen, en zijn oordeel laat dan niets te raden over: “The only thing that saves these buildings is that they stand as monuments to failure – the civilization that built them was destroyed.” Het geldt voor het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig met zijn ‘immens, humourless, Aztec gloom’ , maar ook voor de kathedraal van Berlijn, het Berlijnse Schloss evenals het Weense Neu Burg. Zelfs het Hamburgse stadhuis moet het bij Winder ontgelden: “There is something very similar in such awful mistakes as the Hamburg or Hannover town halls – buildings so huge and nasty that they appear only to have been put there (let alone remade after war damage) to confound later generations.” Het Hamburgse stadhuis? Het stadhuis van de Freistaat Hamburg?

Te groot, te protserig, te lelijk is het Hamburgse stadhuis inderdaad. Maar ergens in het gerestaureerde laat-negentiende eeuwse, in Noordduitse neorenaissance opgetrokken raadhuis stuit de overdonderde bezoeker op een hele mooie kamer, de zogenaamde Turmsaal. In deze knusse, intieme, bijna ronde kamer op de tweede verdieping, gesitueerd onder de reusachtige toren, valt het oog van de bezoeker, juist voordat hij de Kaisersaal betreedt, op vier bijzondere wandschilderingen. Ze stellen de vier ‘vrije steden’ in de wereld voor: Athene, Rome, Venetië en Amsterdam. Amsterdam wordt er gerepresenteerd door het raadhuis van Jacob van Campen, met de god Mercurius ter linkerzijde en met een hoorn des overvloeds waaruit goudstukken rollen. Ineens begreep ik het. Niet aan de Duitse keizer Wilhelm spiegelde Hamburg zich, maar aan deze vier vrije steden. Keizer Wilhelm, die Hamburg in 1895 bezocht ter gelegenheid van de opening van het Nord-Ost Kanal, moest door deze schitterende kamer om zijn eigen Kaisersaal te kunnen betreden. Eerst stond hij oog in oog met Rome, daarna Venetië; hij zal zich hebben omgedraaid, waarna zijn ogen vielen op Athene en ….. Amsterdam. Tien jaar later verklaarde de Duitse keizer de wereld de oorlog. Uiteindelijk stierf hij in Nederland, in het dorpje Doorn.

Tagged with: