Nog één keer Koyaanisqatsi

On 26 november 2021, in duurzaamheid, film, by Zef Hemel

We wilden de film terugzien om te weten wat we na zoveel jaar ervan vonden. Koyaanisqatsi dateert van 1982. De veertig jaar oude film – zijn we al zo oud? – draaide op een groot scherm in Lab 111. Onze conclusie na afloop: onverminderd actueel, alarmerend zelfs, nee onheilspellend. Regisseur Godfrey Reggio maakte met Koyaanisqatsi een dramatisch epos over een continent – de Verenigde Staten – of eigenlijk de wereld, met de muziek van een van de grootste Amerikaanse componisten – Philip Glass. Muziek en beeld vormen meer dan een uur lang een bloedstollend geheel, volgens Glass zijn ze identiek, Reggio sprak van een dialoog tussen cineast en componist (Philip Glass, Words Without Music, 2015). Beide typeringen kloppen. Want wat een vaart, wat een beelden en wat een muziek! Koyaanisquatsi is Hopi-taal voor ‘het leven uit balans’. En uit balans is het leven. Het openingsdeel van de film heet ‘The Organic’, het tweede deel is ‘The Grid’. Het eerste bestaat uit beelden van de schitterende natuur van het Midden-Westen, het tweede toont het hyperactieve leven in New York, Los Angeles en San Francisco. The Organic en The Grid lijken niet te rijmen.

Toen we weer verweesd de donkere zaal uitliepen zochten we naar een lichtpuntje (en ik naar mijn shawl). Is het echt zo erg? Duiken we in een afgrond? Zijn we met teveel mensen op aarde? Hadden we wel kinderen moeten krijgen? Het spookte allemaal door onze hoofden. M’n filmmaat verwees ik naar m’n nieuwste boek, waarvan hij zei dat hij dat juist aan het lezen was. In ‘Er was eens een stad’ (uitgeverij Pluim) schrijf ik op bladzijd 69 over de Amerikaanse wereldhistoricus John Robert McNeill, die ik in 2008 naar Amsterdam haalde voor het geven van een lezing. Die lezing zou ik een jaar later als thema gebruiken voor het internationale stedenbouwcongres (‘Over Morgen’) dat we in de Westergasfabriek organiseerden. In ‘Cities and the Biosphere’ vertelde hij over de bizarre wending die de geschiedenis van het energiegebruik in de negentiende en twintigste eeuw in de wereld had genomen. Tot 1850 was spierkracht nog dominant geweest, daarna waren er fossiele brandstoffen verschenen, stomend, kolkend, slurpend, brakend. Even bizar noemde hij de geschiedenis van de onstuimige groei van de wereldbevolking en van de wereldeconomie. Verstedelijking werd het allesomvattend thema. Gevraagd naar zijn verwachtingen ten aanzien de komende twintig, dertig jaar gaf hij een antwoord dat ik hier niet herhaal, maar waarvoor ik graag naar mijn boek verwijs (blz 70-71). Want er is hoop, zelfs na het zien van een film als Koyaanisqatsi. En mijn shawl vond ik ook nog terug.

Tagged with:
 

De Moskouse metro als hel

On 25 november 2021, in infrastructuur, by Zef Hemel

Een van de hoogtepunten van IDFA 2021 was wat mij betreft ‘What Are We headed?’ van de Wit-Russische documentairemaker Ruslan Fedotov. Een jaar lang verbleef Fedotov in het metrostelsel van Moskou, de Russische megastad van liefst 17 miljoen inwoners. Zelf schatte hij dat hij tachtig dagen geen daglicht had gezien. Na een dag was je al gek, gek van het lawaai en de menigte. Met miljoenen doken de mensen ‘s ochtends vroeg onder de grond om niet meer boven te komen. Nu ja, heel even dan, toen een aantal stations hermetisch werd afgegrendeld door de oproerpolitie en er acuut gevaar dreigde. Toen moest iedereen eruit. Prettig was het allerminst. Fedotov’s verhaal is als Dante’s inferno, een soort van hel, maar het kent geen hoofdpersoon, eerder zijn het tragikomische scenes van tal van hele gewone passanten: soldaten, kerstmannen, muzikanten, bedelaars, dronkenlappen, oude vrouwtjes, verliefde stelletjes, kortom mensen waar een miljoenenstad als Moskou vol mee zit. Toch volgde zijn camera elke persoon lang genoeg om je als kijker een gevoel van empathie te geven. Na afloop vertelde Fedotov dat hij onder de grond had gezocht naar blijken van liefde tussen mensen. Die waren schaars geweest. Uiteindelijk was hij toch beloond.

Waar de reis precies naar toe ging blijft gedurende de hele film onduidelijk. Het metrostelsel van Moskou telt 325 kilometer en is een labyrint; de maatvoering is reusachtig. Neem alleen al de afstand tussen de stations, die gemiddeld vier kilometer bedraagt – bij ons is dat anderhalve kilometer. Elke dag vervoeren de ondergrondse treinen bijna 10 miljoen reizigers, waarvan de meesten over het Russische spoor uit de wijde omtrek worden aangevoerd; op de talrijke kopstation stappen ze in drommen over (ter vergelijking: de NS vervoeren dagelijks 1,3 miljoen reizigers). Bedenk daarbij dat de provincie Moskou zo groot is als Nederland, en dat het metrostelsel de hele Randstad beslaat. Voor Fedotov bestond het hoogtepunt van zijn documentaire uit een confrontatie op het perron en in de trein van losgeslagen oud-strijders met twee als Amerikaanse militairen verklede jongens-met-zonnebrillen. Het stevige postuur van de Russen vormde een groot contrast met de iele maten van de met koptelefoons uitgeruste, kauwgum kauwende Amerikanen. Het bleek Veteranendag. Fedotov kon maar niet begrijpen dat de twee niet waren afgetuigd. Elke Moskoviet weet dat je op Patriottendag beter niet de metro kunt nemen.

 

Wanneer gaat Amsterdam bouwen?

On 23 november 2021, in wonen, by Zef Hemel

In de nieuwe Atlas voor gemeenten (2021) voert Amsterdam opnieuw de lijst aan van steden die aantrekkelijk zijn om in te wonen. Ook de rest van de top 5 betreft gemeenten die zich alle in de buurt van de hoofdstad bevinden: Amstelveen, Haarlem, Utrecht, Amersfoort. Groot-Amsterdam is al een decennium onbetwist de regio waar mensen het liefste willen wonen. Het is tevens de landstreek waar al jaren veel en veel te weinig woningen worden gebouwd. Op de website van Binnenlands Bestuur las ik een verontwaardigde reactie. “Hoe is het mogelijk dat Amsterdam zo hoog scoort!” Het kon niet waar zijn. De meneer of mevrouw in kwestie wist wel waardoor het kwam: “Maar ja, de onderzoekers komen uit… Amsterdam.” Afgunst, woede, verdachtmakingen, onbegrip, insinueren, het hoort allemaal bij deze verwarrende tijden. Misschien is het de chaos waarvan Jan Rotmans zegt dat we die maar moeten omarmen. Het doet niets af aan het feit dat Amsterdam, ondanks de bizar hoge woningprijzen, onverminderd populair is. Wanneer gaat Amsterdam bouwen?

Ik legde het voor aan een Amerikaanse collega, die onlangs een dure pied-a-terre in Amsterdam wist te bemachtigen, en vroeg hem hoe hij dacht dat het kwam. Hij noemde de grote aantrekkingskracht van Amsterdam op zowel wonen als werken. Hij vergeleek Amsterdam met Austin, Texas, waar ook een run plaatsvindt op schaarse woningen en waar de woningprijzen op dit moment volkomen door het lint gaan. Met de komst van het hoofdkantoor van Amazon wordt het alleen maar erger. En watertekorten in het droge Texas dreigen de toestroom richting Austin ronduit problematisch te maken. Sommige steden in de wereld, vertelde hij, moeten halsbrekende toeren uithalen om de onstuimige groei bij te benen. Dat geldt zeker ook voor Amsterdam met zijn Big Tech. Amsterdam is het Austin van Europa. Hij roemde de leefbaarheid van de Nederlandse hoofdstad, die hij vergeleek met Londen, waar hij door de weeks woont. In september publiceerde het CBS een overzicht van uit ouderlijk huis verhuisde wo-studenten, uitgesplitst naar universiteitsstad. In studiejaar 2020/21 verhuisden bijna 26 duizend studenten naar universiteitssteden. Meer studenten dan anders verlaten hun ouders. Verhuizingen naar Amsterdam namen het sterkste toe: een groei van liefst 38 procent! Absoluut gaat het om 4.600 studenten (in 2019 3.400) die ondanks de hoge woningprijzen en de extreme schaarste toch een plekje in de hoofdstad wisten te bemachtigen. Amsterdam zelf verjongt, gezinnen worden de stad uitgedreven, ouderen vluchten naar het platteland. Wanneer gaat Amsterdam écht bouwen?

 

100 jaar ecokathedralen

On 22 november 2021, in cultuur, natuur, by Zef Hemel

Het was een herfstige zondagmiddag. Bladeren dwarrelden in het licht van een zwakke goudkleurige zon die langzaam kracht verloor. Met de kou viel het nog mee. Locatie: Huis te Vraag in Amsterdam. De lezing van Peter Wouda, fotograaf en bestuurslid van de stichting Tijd, begon met de geschiedenis van een bijzondere tuin in Heerenveen. In 1966, vertelde hij, begon de Heerenveense tekenleraar Louis le Roy met de aanleg van een langgerekte tuin of park midden in een nieuwbouwwijk op een strook grond tussen twee wegen over een lengte van een kilometer en een breedte van 20 meter. Hij liet er het puin storten o.a. van de Schoterlandse Kruiskerk, die in 1969 werd gesloopt. Steen na steen schraapte hij schoon, waarna het stapelen begon. Gebruik van cement of voegwerk had hij verboden. De mens mocht de natuur niet beheersen, maar moest met haar samenwerken. Doel: een hogere vorm van complexiteit. Het park, inmiddels ruim vijftig jaar oud, kost vrijwel niets, vrijwilligers doen alle werk, het puin wordt kosteloos gestort, ontwerpers zijn overbodig, burgers kunnen het zelf, het ging Le Roy om het proces, niet om het resultaat. Binnen de kortste keren raakte alles overwoekerd. Na verloop van tijd is een langgerekt bos gegroeid op een zachte bodem van veenweide en gestort puin, het zijn nog steeds de bewoners die alles onderhouden. Af en toe komt de gemeente kijken of er geen instortingsgevaar dreigt, maar verder zijn mens, plant en dier hier vrij. Le Roy noemde het park een ‘ecokathedraal’.

Het gedachtegoed van Le Roy (1924-2012) wordt in leven gehouden door de stichting Tijd, die ook borg staat voor de continuïteit van de tuinen. Ook de gedachte om 1 procent van het grondoppervlak van een gemeente géén bestemming te geven anders dan die van natuur, draagt deze stichting uit. Zo ondertekende de burgemeester van Heerenveen een contract waarin de gemeente beloofde honderd jaar lang het beheer van het park in handen te geven van de stichting. We spraken erover na afloop van de lezing, toen de aanwezigen vragen konden stellen aan Wouda. Zou dit ook in Amsterdam niet mogelijk zijn? Ik verwees naar de Hoofdgroenstructuur van de gemeente. Die stelt regels voor het beheer. Zo heel erg moeilijk om de 1 procent binnen deze hoofdgroenstructuur te vinden kon het toch niet zijn. Bepalend zijn de vrijwilligers die zich de moeite van het onderhoud willen getroosten, want de ecokathedralen kunnen alleen bestaan dankzij hun inspanningen. Stel dat burgemeester Halsema in 2025, als de stad 750 jaar bestaat, een contract tekent waarin de gemeente belooft het beheer over delen van de hoofdgroenstructuur voor 100 jaar aan de natuur en aan vrijwilligers over te laten. Zoiets veronderstelt in Amsterdam een krachtig burgerinitiatief. Geld is niet echt nodig. Laat het puin maar komen!

 

Wild wild country

On 16 november 2021, in migratie, politiek, by Zef Hemel

Over de grens tussen Wit-Rusland en buurlanden Estland, Litouwen en Polen trekken op dit moment duizenden migranten, veelal afkomstig uit Irak. Al sinds juli dit jaar proberen de drie landen de groeiende stroom binnendringers die het niemandsland betreden van hun grondgebied te weren. De migranten worden door president Loekasjenko doelbewust op toeristenvisums in vliegtuigen naar Minsk gelokt en in bussen naar het grensgebied gereden; zelf hopen ze Europa door de lucht en over land gemakkelijk te bereiken. Met dank aan de dictator, die ze gebruikt voor een eigen agenda. De situatie wordt explosiever met de dag. Vooral Polen vreest ernstige ongeregeldheden. Het initiatief van Loekasjenko houdt officieel verband met de Europese verontwaardiging over het optreden van de Wit-Russische dictator en de sancties die het daarop tegen het regime uitvaardigde. Sommigen zien er de hand in van Vladimir Poetin. Nieuwe strafmaatregelen van Europese zijde tegen het Wit-Russische regime maken de situatie alleen maar erger. Hoe ontstond het idee bij Loekasjenko of Poetin om zo’n merkwaardige luchtbrug te beginnen, die inderdaad leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting aan Europese zijde?

Afgelopen week zag ik op Netflix ‘Wild wild country’, de documentaireserie over de vestiging van de Bhagwanbeweging in Wasco County, Oregon, aan de Amerikaanse westkust. De film werd in voorjaar 2018 voor het eerst vertoond en daarna op Netflix vrijgegeven. Hij laat zien hoe een grote groep aanhangers van de Indiase goeroe de staat Oregon binnentrekken en in de buurt van het dorpje Antelope een utopische stad beginnen te bouwen. Al snel overvleugelen ze de lokale bevolking. Kijkers zien een zeldzame confrontatie tussen veelal arme laagopgeleide plattelanders en jonge, dynamische, rijke, veelal hoogopgeleide stedelingen. Want de aanhangers van de Bhagwan komen overwegend uit de grote steden aan de oostkust en de westkust van de VS. Binnen de kortste keren is de hele samenleving uit het lood geslagen. Wanneer er bommen in een hotel tot explosie worden gebracht en de overheid juridische processen begint tegen de religieuze beweging, gaan de Bhagwan zich bewapenen en verzint Ma Anand Sheela, secretaris van Osho en burgemeester van de stad, een list: vlak voor de lokale verkiezingen haalt ze zevenduizend daklozen uit alle grote steden van de VS naar Oregon en biedt deze gratis onderdak en verzorging aan. Daarmee verdubbelt op slag het inwonertal van het dunbevolkte Wasco County en bereiken de stedelijke Bwagwan een politieke meerderheid. De chaos die daarop volgt zet heel Oregon en zelfs Washington DC in brand. Het kan niet anders: Loekasjenko moet ‘Wild wild country’ op Netflix hebben gezien en ervan hebben genoten.

 

Verhaal van een bewoner-activist

On 10 november 2021, in participatie, by Zef Hemel

Op 25 mei 2021 overleed Boudewijn Snoeck. Buurtorganisatie 1018 plaatste een herinnering op zijn website. In zijn buurt was hij namelijk zeer actief. Ik stuitte er bij toeval op. Snoeck, een bewoner-activist, leerde ik in 2019 kennen in de Oude Kerk, toen ik hem uitnodigde om over de Amsterdamse binnenstad te praten. Iemand had mij op hem gewezen: met Boudewijn moest ik zeker spreken. Door die werkwijze kwam ik in de netwerken van de netwerken van anderen en kon het toeval zijn werk doen. Beïnvloeding van de uitkomsten is dan namelijk minimaal. Boudewijn Snoeck vertelde me dat hij verbaasd was over hoe de aandacht van mensen uitgaat naar de verkeerde dingen. Geen aandacht voor de 200.000 vrijwilligers van het Rode Kruis, alle aandacht voor 10.000 Twitteraars. Achthonderd mensen bij de Dokwerker, meest vluchtelingen, maar die krijgen geen aandacht. De amper zeventig pegida’s bij het stadhuis krijgen wèl aandacht. Was het niet vreemd dat de media de opkomst van Fortuyn volkomen misten? Zo was het ook met de binnenstad. De aandacht richtte zich op de verkeerde zaken. Snoeck was een van de twintig bewoners van de binnenstad die ik in een anderhalf uur durend onderhoud vrijuit liet spreken. Een bewoner blijkt dan meer te zijn dan iemand die alleen maar woont.

Hij was geboren in 1947, had acht jaar op de grote vaart gevaren, in de machinekamer. Hij was 20 toen hij begon, de oorlog in Vietnam betekende veel vrachtverkeer over zee, salarissen van zeelieden schoten omhoog. Het Wallengebied begreep hij wel. Het systeem van ramen werkte er wonderwel, de hele koopvaardij gaf hoog op van de kwaliteit en de gezondheid van de Amsterdamse dames. Dat kwam mede door de Amsterdamse GGD. In onze stad heb je de minste geslachtsziekten. Zo reisde hij langs alle havensteden. New York kon niet in de schaduw staan van Amsterdam. Ach meneer, de kwaliteit van de stedenbouw is hier zoveel beter. Weet je hoe dat komt? Omdat de autoriteiten dáár niet met elkaar praten, maar hier wel. Dat polderen heeft ons veel gebracht. “Het is onze zacht kant, het gaat bij ons niet om de harde geld-kant.” Als chef van de machinekamer wist hij hoe je de dingen moet doen. Je loopt wacht. Er gebeurt iets. Je improviseert, je doet iets en je leert. Verantwoording komt pas achteraf. Zo zou het gemeentebestuur ook de binnenstad moeten besturen. De mensen maken zich zorgen. Er verandert te veel, de bewoners zitten vast. Maar de aandacht van de pers en het bestuur gaat naar de verkeerde dingen. Ik noteerde het en verwerkte het in mijn verslag. Daarna hielden we contact. Tot vlak voor zijn dood verdedigde hij nog mijn binnenstadvisie.

Tagged with:
 

Hardnekkig autisme

On 1 november 2021, in bestuur, sociaal, stadsvernieuwing, by Zef Hemel

Het nieuwste boekje van Floor Milikowski heb ik met veel belangstelling gelezen. In ‘Wij zijn de stad’ bezoekt deze succesvolle journalist, bekend o.a. van artikelen in De Groene Amsterdammer, vier Amsterdamse buitenwijken, waar ze belangwekkende ontwikkelingen ‘van onderop’ beschrijft. Haar helden zijn Majda Boukhari Raouia, Fouad Lakbir, Mohamed Mahdi, Najah Aouaki, Ama Koranteng-Kumi en Wouter Pocornie. Deze jonge pioniers zetten daar alle iets positiefs in gang. De wijken noemt ze ‘kwetsbaar’, haar onbekende helden werken daar ‘vol passie en overgave’ aan de emancipatie van de bevolking in deze ‘lang verwaarloosde buitenwijken’. Milikowski pleit in navolging van Richard Sennett (Stadsleven, in het Engels ‘Building and Dwelling’ , 2018) voor minder aandacht voor stenen – de gebouwde omgeving – en veel meer voor maatschappelijke processen. Ze vindt dat bestuurders en beleidsmakers soms met de beste bedoelingen beslissingen nemen en interventies plegen, maar ze doen dat vanuit onbewuste aannames en vaak gewapend met abstracte cijfers, met veelal ongewenste gevolgen. “Het is tijd om vanachter de tekentafel vandaan te komen en te kijken en te luisteren naar wat zich werkelijk afspeelt in de stad.” Met dat laatste citeert ze vrijwel letterlijk de Amerikaanse stedenonderzoeker Jane Jacobs.

Wie de Jacob Geelbuurt, Venserpolder en Amstel III/Bijlmer-West een beetje kent, weet dat hier al jaren op grote schaal stadsvernieuwing wordt gepleegd. Gebrek aan aandacht is er dus zeker niet. Neem bijvoorbeeld de Jacob Geelbuurt in Slotervaart. Op de website van de gemeente lees ik: “De vernieuwing van de Jacob Geelbuurt in Slotervaart, stadsdeel Nieuw-West, is in volle gang. Schoolgebouwen zijn vernieuwd, de Alliantie renoveert woningen en bouwt ook nieuwe woningen. De gemeente investeert in de openbare ruimte. Samen met de bewoners werken we zo aan een mooie nieuwe buurt.” Van verwaarlozing is dus echt geen sprake. Wat gaat er dan, ondanks al die inspanningen, precies mis? Antwoord: er wordt te weinig naar de bewoners geluisterd, er wordt teveel over hun lot beslist. En de stedenbouwkundige bureaus die worden ingeschakeld kennen de wijken niet, de gehanteerde rekenmodellen waarderen de eenvoudige dingen niet, de uitgestippelde participatietrajecten functioneren niet. “De echte vragen worden niet gesteld.” Nog altijd is de ruimtelijke planning paternalistisch, eenkennig, autistisch in de zin van: lijdend aan ernstige beperkingen op het gebied van sociale interactie en communicatie? Zou het kleine boekje van Milikowski helpen daarin een keer ten goede te brengen? Zijn haar jonge helden in staat om gemeente en marktpartijen anders te laten denken? Hoe behandel je eigenlijk hardnekkig autisme?

 

Ethiek van ruimtelijke planning

On 28 oktober 2021, in boeken, ethiek, filosofie, theorie, by Zef Hemel

Een razend interessante recensie verscheen afgelopen zomer in The New York Review of Books. In ‘Landscapes Inside Us’ besprak Robert Macfarlane drie recent verschenen boeken die alle gaan over ons menselijke biokompas. Hoe oriënteren wij ons en hoe navigeren wij mensen door de wereld? M.R. O’Connor, Michael Bond en John Coleman verdiepten zich in deze boeiende problematiek en schreven erover. Het onderzoeksveld, noteert MacFarlane, is omstreden, maar er worden grote vorderingen gemaakt, vooral door evolutionair psychologen en de laatste tijd ook door neurowetenschappers. Geloof het of niet, maar wij mensen beschikken niet over een biokompas zoals dieren daar wel over beschikken. Wij oriënteren ons door elkaar verhalen te vertellen. En juist dat maakt ons zo bijzonder. “Our remarkable navigational ability as a species is closely connected to our ability to tell stories about ourselves that unfold both backward and forward in time.” Dit vermogen om via verhalen waarin verleden en toekomst met elkaar in verband staan ons te oriënteren duidt O’Connor aan als ‘autonoesis’. Het is bij uitstek een ruimtelijk vermogen dat gekoppeld is aan het waarnemen van landschappen, of ze ons nu vertrouwd zijn of juist vreemd. Als we dwars door mensen konden kijken, dan zagen we landschappen, aldus de filmmaakster Agnès Varda. O’Connor: “We are explorers to the bone.”

Toen we tijdens de afgelopen lockdowns allemaal binnen moesten blijven en er op een gegeven moment zelfs een avondklok werd ingesteld, liepen we verdwaasd door onze woning, zonder uitzicht, zonder plan. Dat voelde benauwd en ronduit bedreigend. Bewegen door de wereld is fundamenteel voor ons, en samen plannen maken is daarmee nauw verbonden. Coleman citeert Henry David Thoreau, die verdwalen essentieel noemde om onszelf te vinden en te beseffen bij welke gemeenschap wij behoren. Het is een grote paradox. Macfarlane concludeert hieruit dat wayfinding niet alleen een menselijke vaardigheid is, maar ook een ethiek. “The abilities that are cultivated in wayfinding – imagining things from different viewpoints, moving the mind backward and forward in time, seeing situations from other perspectives, weighting alternatives subtly against one another before making decisions, seeking information from others and giving it freely in return – might be the same abilities that contribute to a resilient, equitable community or polity. If this is wayfinding, then we need it now more than ever.” Het is de essentie van ruimtelijke planning. of beter: planologie is voor ons menszijn essentieel en hebben we nodig om uit de vele crises te komen. Door elkaar verhalen te vertellen waarin verleden en toekomst zijn verbonden kunnen we gezamenlijk door de wereld navigeren, een onzekere toekomst tegemoet.

 

Utopie Kulturforum

On 23 oktober 2021, in cultuur, stedenbouw, by Zef Hemel

Augustus 2021 heropende de Neue Gemälde Galerie in Berlijn. Ik ging er een kijkje nemen. Het museum, naar een ontwerp van Ludwig Mies van der Rohe, stamt uit 1968 en is daarmee tevens het laatste werk van deze grote Duitse architect. Het werd door David Chipperfield voor 110 miljoen euro gerestaureerd. Ik vond het schitterend. Tegelijkertijd kan men in de nabijgelegen Kunstbibliothek een tentoonstelling bezoeken over het stedenbouwkundige ensemble waarvan de Neue Gemälde Galerie deel uitmaakt: het Kulturforum. Ook daar ging ik langs. ‘Utopie Kulturforum’ is nog tot eind dit jaar te zien. Het toont alle ontwerpen voor het centrale gebied, vanaf Albert Speers ontwerp van Germania tot het recente concept voor de verdere ontwikkeling uit 2004. Want rond 2000 besloot de Duitse regering stevig in het gebied naast Potsdamer Platz te investeren. Dat moest ook wel. Na de hereniging waren alle kaarten gezet op de restauratie van de vele musea op het Museumsinsel in het voormalige Oost-Berlijn. Dat hebben de kunstinstellingen in het voormalige West-Berlijn geweten. Hun bezoekersaantallen liepen dramatisch terug. Daarom wordt nu met man en macht gewerkt aan de wederopstanding van de West-Berlijnse cultuurenclave, uitgevoerd naar een plan van Hans Scharoun uit 1959, met als laatste toevoeging een museum voor twintigste eeuwse kunst van het Zwitserse Herzog & de Meuron. Over een paar jaar beschikt Berlijn over twee reusachtige concentraties van musea, theaters, bibliotheken en kunstinstellingen van wereldklasse: een in het westelijke en een in het oostelijke deel van de binnenstad.

Zeker, het Berlijnse Kulturforum is door utopieën gevormd. Na de oorlog werd ze ontwikkeld als westerse pendant van het oude Museumsinsel dat door de komst van de Berlijnse Muur in 1961 onbereikbaar was geworden. Waar Albert Speer de afbraak had gelast van het Tiergartenviertel ten behoeve van de aanleg van zijn megalomane plan voor Germania, bouwde het toenmalige West-Berlijn in het Britse deel, pal naast de zone waar de DDR na de oorlog de muur optrok, zijn eigen Akropolis als baken van culturele vrijheid en zelfontplooiing. Eerst was er de Philharmonie van Hans Scharoun, toen de Neue Gemälde Galerie van Mies, daarna de Staatsbibliothek zu Berlin van Scharoun, zo vulde het in en na de oorlog verwoeste landschap zich geleidelijk op met cultuurinstellingen die vooral open en democratisch moesten lijken. In 1984 maakte de Oostenrijkse architect Hans Hollein nog een prijswinnend plan, maar dat viel door felle controverses van tafel. Daarna viel de muur. Vanaf 2002 mochten de gebruikers en het stadsdeel zich uitspreken over een ontwikkelingsconcept, dat uiteindelijk in 2004 werd vastgesteld. Het resultaat is te zien in ‘Utopie Kulturforum 2021’. Zelf heb ik flinke bedenkingen: waarom 23 hectare midden in de stad uitsluitend aan cultuur gewijd? Het voelt als een bar landschap, en dat gevoel zal met de nieuwe projecten niet minder worden. Zo’n Modernistisch idee van stadsontwikkeling zou anno 2021 toch verlaten moeten worden?

 

Auto triomfator

On 16 oktober 2021, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Fietstocht gemaakt over de A2. Bij Maastricht ligt de autosnelweg sinds 2018 in een lange, twee verdiepingen tellende verkeerstunnel. Daarmee is een einde gekomen aan ‘de Berlijnse Muur’ die de zuidelijke stad decennialang in tweeën splitste. Met stedenbouwkundige Jake Wiersma fietsten we – ik en een aantal vervoersplanologen – over de zogenoemde ´’groene loper’, die tegenwoordig slingerend het tracé volgt en in noordelijke richting zelfs het omringende landschap in duikt. Ronduit schitterend is het. Het kostbare project lijkt een duurzame oplossing, maar Wiersma wilde daar wel iets op afdingen. De ondertunneling is van rijkswege gepaard gegaan met een stevige wegverbreding. Maastricht wordt daardoor na opening geteisterd door veel meer autoverkeer. Op alle toevoerwegen naar de stad is het nu dringen geblazen, van blik wel te verstaan. Dagjesmensen houden het openbaar vervoer zelfs voor gezien en toeren vrolijk met hun automobiel richting de binnenstad. Ook Maastrichtenaren gebruiken veel vaker de auto. Het autoprobleem is door de aanleg van de brede tunnel op veel plaatsen alleen maar toegenomen.

We verdiepten ons in het probleem van een krimpende regio als Zuid-Limburg, waar de bebouwing in een zeer lage dichtheid gespreid is over het landschap en dat door zijn meerkernigheid een enorme, groeiende mobiliteitshonger opwekt. Overal in Europa is sprake van een dergelijke situatie. De automobiliteit blijft verder groeien; duurzaam is het allerminst. Wiersma vertelde dat op de kaart van Nederland eigenlijk alleen Amsterdam nog condities heeft die gunstig zijn voor openbaar vervoer; overal elders is de auto aan de winnende hand. Want polynucleaire patronen zijn dominant geworden en die vormen een doodsteek voor goed, hoogfrequent openbaar vervoer. Zijn onderzoek naar autoafhankelijkheid in Nederland leek hem aanvankelijk nog optimistisch te stemmen, maar nu moest hij erkennen dat dit niet zo was. Nederlanders gebruiken steeds vaker de auto. Op onze fietstocht bereikten we de landgoederen buiten Maastricht; we waren nog niet in het groen, of we stuitten op een reusachtig parkeerterrein: een Park + Ride voor forensen en dagjesmensen. En ‘s avonds op de terugweg hoorde ik de filemeldingen. Het fileleed is groter dan ooit.