Een appèl aan de verbeelding

On 19 juli 2021, in kunst, by Zef Hemel

Over verbeelding gesproken. Op weg naar de 3D-geprinte brug van Joris Laarman over de Oudezijds Achterburgwal (een laat voorproefje van Constant’s Nieuw Babylon?) liep ik langs het voormalige stadhuis van Amsterdam. Het stadhuis is nu een chic hotel. Ineens stond ik in restaurant Bridges oog in oog met Karel Appel’s ‘Vragende kinderen’. Het restaurant was weliswaar gesloten, maar ik wilde de grote muurschildering van Appel even bekijken. Hij was er nog, mooier dan ooit. De wandschildering dateert van april 1949, toen de ruimte de koffiekamer was van het imposante stadhuis. Daar zaten in december 1949 de wethouders bij te komen van het raadsdebat over de begroting van 1950, waar ze bekend hadden gemaakt de wandschildering van Appel over te laten schilderen. Ze dronken juist een kopje koffie. Daarop was een jongeman in een afgedragen Engelse regenjas de koffiekamer binnengestapt, “die hun ostentatief de rug toekeerde om zich als een geïnteresseerde museumbezoeker in Appels wandschildering te verdiepen.” Midden voor het schilderij staande “trad hij geleidelijk aan axiaal achterwaarts, bij elke stap minutenlang pauzerend, tot hij zich tussen hun hoefijzervormig opgestelde tafels bevond.” Ik citeer hier de Vlaamse architectuurhistoricus Francis Strauven in zijn meesterlijke biografie van de architect Aldo van Eyck. Let op wat er vervolgens gebeurde.

Strauven: “Toen de wethouders acht op hem begonnen te slaan keerde hij zich om, keek hen een voor een strak in de ogen om daarna, geheel in de lijn van de dadaïstische traditie, energiek en bij herhaling zijn tong naar hen uit te steken.” De jongeman in de regenjas was de 31-jarige Aldo van Eyck, die op dat moment ambtenaar bij de Afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente was. Zijn wethouder heette In ‘t Veld, die hem onmiddellijk herkende. Die sommeerde hem op te stappen en rukte aan zijn arm. Maar niet Van Eyck viel tegen de vloer, maar de wethouder. Daarop ontstond tumult. Waarna Van Eyck terugtrad en bij de uitgang bij de trap, op de voet gevolgd door de andere wethouders, “in een geladen betoog zijn protest tegen hun beslissing te kennen gaf.” De ‘Vragende kinderen’, vond hij, moest blijven. Zijn verweer schreef hij in een fel en kernachtig manifest dat hij medio januari 1950 naar het gemeentebestuur zond. Het heette ‘Een appèl aan de verbeelding’. Dat zouden alle politici eens moeten lezen. Ambtenaren hingen daarop een wit doek voor de wandschildering. Datzelfde jaar nog vertrokken Appel, Constant en Corneille, naar Parijs. Van Eyck zwaaide ze uit. Het witte doek verdween later geruisloos. De muurschildering bleek gered.

 

Mystic Truths

On 15 juli 2021, in kunst, planningtheorie, by Zef Hemel

Waarom zouden planologen de tentoonstelling over het werk van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman (1941) moeten zien? Ik ben zeker twee keer in het Stedelijk Museum geweest om een antwoord op die vraag te kunnen formuleren. Van Nauman zijn in Amsterdam tot en met 24 oktober 2021 circa veertig werken te zien die hij sinds de jaren zestig maakte, variërend van Going Around the Corner Piece with Live and Taped Monitors (1970) tot Walks In Walks Out (2015), van Washing Hands Abnormal (1996) tot Setting a Good Corner (2000). Het duurt even voordat je als bezoeker greep krijgt op het werk, maar dat heeft goede redenen: Nauman’s werk is zeer divers, eenvoudig maar ongrijpbaar, en treedt overal buiten de perken van de traditionele kunst. Zijn motto is ‘The True Artist Helps the World by Revealing Mystic Truths’ (1967). En dat lijkt ironisch, want het motto verwijst naar de dodelijke ernst van de twintigste eeuwse avant garde. Zelf merkte hij erover op: “It was a kind of test – like when you say something out loud to see if you believe it. Once written down, I could see that the statement (…) was on the one hand a totally silly idea and yet, on the other hand, I believed it. It’s true and not true at the same time.”

Ambiguïteit is wat alle werk van Nauman kenmerkt. Juist dat maakt wat deze kunstenaar heeft gemaakt zo spannend en intrigerend. Voor planologen schuilt hierin de eerste les, want het planologische werk kenmerkt zich door even grote ambiguïteit. Die houdt verband met de grote mate van onzekerheid waarmee je als planner dagelijks moet dealen. Niets staat vast, alles verandert voortdurend. Geloof in wat je doet, maar blijf relativeren. Generaal Eisenhower zei het al: ‘plans are nothing, planning is everything’. Wat dan helpt is het hebben van een goed idee. Dat is de tweede les van Nauman: blijf net zolang zoeken tot je een goed idee hebt en ga niet eerder beginnen met de uitvoering. Die uitvoering kan van alles zijn. Bij Nauman is het film, neon, installaties, sculpturen, materiaal dat hij toevallig aantreft in zijn atelier. En dat is les drie: alles is er al. Met wat je vindt ga je iets nieuws beginnen: kijk dus goed om je heen; planning is een kwestie van samenstellen. Les vier: de tijd is alles, alles kost tijd. Neem dus echt de tijd voor wat je moet doen. Les vijf: het uitvoeren vergt aandacht en uithoudingsvermogen, maar het idee staat voorop. Mensen zullen de betekenis ervan herkennen. Voor planners geldt: leg niet teveel vast, schrijf niet alles voor. Vertrouw op je visie, want als die goed is zullen mensen die vroeger of later herkennen.

 

Bos ipv parkeerplaats

On 11 juli 2021, in duurzaamheid, gezondheid, by Zef Hemel

Hoe bereiden we onze steden voor op klimaatverandering? Terwijl sommigen in Nederland onmiddellijk denken aan het stoppen met bouwen van woningen in diep gelegen polders (Zuidplaspolder, Haarlemmermeer, Flevoland), komt The Economist van 3 juli 2021 met een geheel andere oplossing: twee artikelen gaan over het aanleggen van ultrakleine stadsbossen. Aanleiding is het bestrijden van hitte-eilanden, die in steden vanwege de vele bestratingen, platte daken en betonconstructies gevaarlijk, zelfs levensbedreigend kunnen zijn, met duizenden doden tot gevolg. In het ene artikel fungeren de Indiase steden New Delhi en Chennia als voorbeeld. In ‘A tale of two cities’ is de miljoenenstad Chennai de eerste die door opwarming wordt bedreigd: daar loopt de temperatuur op tot hoogtes vergelijkbaar met Delhi, maar de luchtvochtigheid is er veel hoger, waardoor mensen eerder – al bij een temperatuur van 36 C – het loodje leggen. Bij een recente hittegolf stierven 17.642 mensen in de stad. Nu al dreigt Chennai onleefbaar te worden. Wat daar volgens The Economist moet gebeuren is bomen aanplanten, veel bomen, snel, en snelgroeiend.

Het tweede artikel gaat over de kleine bossen die op dit moment in Azië in veel grote steden worden aangelegd en die vernoemd zijn naar de Japanse ecoloog Miyawaki Akita (90). Miyawaki ontdekte dat heel verschillende boomsoorten, dicht op elkaar geplant en kriskras gemengd, in korte tijd tot een gezond bos kunnen uitgroeien. Zulke kleine ruige bossen bestaande uit circa 100 inheemse planten blijken zich zelfs 14 procent sneller te kunnen ontwikkelen dan traditionele bossen. Temperaturen in de stad kunnen hierdoor liefst vijf graden dalen, bovendien houden de bossen het water vast, maken de bodem rul, trekken vogels en vlinders aan, vergroten de biodiversiteit. In een bijzin noemt The Economist Nederland een van de landen waar zulke ‘tiny forests’ volgens de Miyawaki methode de steden binnendringen. De eerste, las ik in Trouw (6 april 2018), verscheen in Zaanstad, dat was in december 2015. Inmiddels zijn er in ons land 108 tiny forests aangelegd. Kijk maar op de website van IVN natuur educatie. De meeste bossen zijn niet groter dan een tennisveld, maar mensen schatten ze veel groter in. Aanleg kost circa 10.000 euro – dat is even duur als een gemeenteplantsoen. Parkeerplaatsen kun je in een handomdraai omtoveren in een bos. De methode kun je downloaden van de website van Afforestt, het bedrijf van Shubhendu Sharma, de ingenieur die de methode naar India en later ook naar Nederland bracht. ‘Tiny Forests’ zijn onderhoudsarme, ecologisch rijke stadsbossen die onze steden gezonder, leefbaarder en koeler maken. Iedereen kan ermee aan de slag. Waar wacht u nog op?

 

Wetteloze jungle

On 2 juli 2021, in film, by Zef Hemel

Taxi Driver (1976) van Martin Scorsese zag ik pas afgelopen week voor het eerst. In 1976 studeerde ik en was ik kennelijk te druk met andere dingen. Het is een fantastische film. Misschien is het zien van de jonge Robert DeNiro anno 2021 nog wel leuker dan vijfenveertig jaar geleden. Hoofdpersoon is overigens New York. Die stad is volledig uitgewoond, failliet verklaard en kun je feitelijk opvegen. Travis Bickle is een anti-held; hij is juist teruggekeerd van het front in Vietnam en kan niet slapen. Hij zoekt een baantje als taxichauffeur. Eerst denk je nog dat hij de held is, maar dat is hij dus niet. Hij is volkomen getraumatiseerd geraakt in een volkomen zinloze oorlog. Naar wat hij als marinier in Vietnam precies heeft meegemaakt moeten we overigens gissen, maar hij projecteert het op New York. New York is voor hem de jungle. Nachtenlang rijdt hij door de metropool en zelfs daarna kan hij de slaap niet vatten. Hij blijkt er niet meer tegen te kunnen, tegen het vuil, de mensen, de drugs, de prostitutie. Er is een politicus die op straat campagne voert, maar zijn beloftes en slogans lijken volkomen hol en ongeloofwaardig. (Deze Palantine en zijn staf lijken eerder weggelopen uit een dwaas programma van Wim T. Schippers). Eerst prijst hij Palantine als deze toevallig in zijn auto stapt, maar even later besluit hij hem dood te schieten. Beveiligers krijgen hem echter in de gaten. Daarop zoekt hij een andere prooi. Hij wil iets doen. Iets concreets. Een pooier en zijn handlangers.

Travis, de ex-soldaat, wil beginnen met het schoonmaken van New York. Hij wil de held van de film zijn, niet de stad. De stad is ziek. Zijn New York ziet hij als een wetteloze jungle, vol onrecht dat hij niet kan verdragen. Wat een schitterend thema en wat geweldig uitgewerkt in verrukkellijke nachtelijke beelden, ondersteund door fantastische muziek. New York als één groot Red Light District, vergeven van de prostitutie, drugs en criminaliteit. Zoals bekend is dit New York tevens de geboortegrond van Donald Trump, die met zijn vastgoedinvesteringen destijds even concreet wilde bijdragen aan het schoonmaken van de Big Apple. Trump moet in 1976 even oud zijn geweest als Travis Bickle. Van die hele haveloze toestand is vijfenveertig jaar later trouwens niets meer over. New York is aangeharkt, behoort zelfs tot de duurste steden op aarde. Maar niet dankzij Travis Bickle of door toedoen van Donald Trump en ook niet door straf optreden van zijn vriend burgemeester Giuliani (!). Dat moet Martin Scorsese goed hebben begrepen. Ga er niet aan beginnen. Laat het Red Light District voor wat het is. Het verdwijnt vanzelf. Kijk op Netflix naar de gesprekken die hij voert met Fran Lebowitz in ‘Pretend it’s a City’. Stuk voor stuk zijn ze een ode aan New York, aan de stad die zichzelf telkens opnieuw uitvindt. De metropool is de ware held.

Tagged with:
 

Serieuze woningmarkt

On 1 juli 2021, in wonen, by Zef Hemel

Het is een zootje op de woningmarkt. Collega Hochstenbach heeft het er maar druk mee. Afgelopen zaterdag een stuk van hem in de krant, deze maand gaf hij een interview in De Blauwe Kamer. Veel boosheid en ongemak. Ondertussen lees ik in de Amsterdamse Uitkrant van zomer 2021 leuke interviews met jonge stedelingen die huizen hebben gekocht in de regio. ‘Corona zorgde ervoor dat we met gierende banden zijn vertrokken’. De Amsterdamse woningmarkt heet overspannen, dus zorgden het virus en het thuiswerken ervoor dat er een ware trek naar de periferie op gang is gekomen, vooral naar plaatsen met goede treinverbindingen: Zaandam, Krommenie, Castricum, Weesp, Abcoude, Bussum. De Uitkrant concludeert: “Groot-Amsterdam is ook een serieuze woningmarkt geworden nu mensen een heel andere visie hebben gekregen op afstanden en werken.” Serieuze woningmarkt?! Visie? Ja, Amsterdammers gaan volgens de krant steeds meer op expats lijken. Die zoeken net zo makkelijk een woning in Zoetermeer of Utrecht terwijl ze in Amsterdam werken. Ook architect Daan Roggeveen, gewend aan werken in China, bepleit daarom het denken over de Randstad als één grote metropool. De metropool als excuus, of: hoe een virus en een overspannen woningmarkt een Randstad baarden. We eten infrastructuur en spugen koolstofdioxide.

Nee, dan Amerika. In Wolf Street las ik een artikel (29 juni 2021) over de krankzinnige huizenprijzenstijgingen sinds 2000 die daar plaatsvinden. Gemeten werd de aankoopprijs, die vergeleken werd met de eerdere transactie voor hetzelfde pand. De allergrootste bubbel kent Los Angeles: prijzen voor een woning zijn daar in twintig jaar met 239% gestegen! In San Diego zijn ze met 231% gestegen, in Seattle met 225%, in San Francisco met 218%, in Portland met 184%. De recente woningmarktbubbel in Miami overtreft zelfs die van 2005-2007, die in de financiële crisis van 2008 genadeloos werd afgestraft. Alleen New York blijft steken op het krankzinnige hoge prijsniveau van net voor 2018, vlak voordat Corona toesloeg. Het commentaar bij al die statistieken is ultrakort: het is ‘insane’, een ‘raging mania’, ‘holy moly’! Het staat er niet, maar de conclusie kan niet anders zijn dan dat dit helemaal fout gaat. Amsterdam, pardon de Randstad gaat ze achterna. Al die duur gekochte huizen staan straks lelijk onder water. Ik wens al die jonge stedelingen in de provincie veel geluk toe. Veroordeeld tot de overvolle trein naar het werk, of vermoedelijk kiezen ze toch de auto; hun huis raken ze niet meer kwijt. Eindelijk een serieuze woningmarkt.

 

Echoput

On 24 juni 2021, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Grappige kop: ‘Nederland is nog lang niet af’. Hij prijkte boven een interview met de gepensioneerde landschapsarchitect Han Lörzing in de Volkskrant van zaterdag 29 mei 2021 naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwste boek (‘Een land waarover is nagedacht’). De kop deed voorkomen alsof iemand beweerd zou hebben dat Nederland ‘af’ is. Dat was in 1973 misschien het geval, toen de Amsterdamse tandarts tevens kunstenaar Max Reneman en zijn vriend Jasper Grootveld zich afvroegen of Nederland bijna klaar was. Maar ons wacht juist een bouwgolf van jewelste! Een miljoen nieuwe woningen erbij! En veel nieuwe bedrijventerreinen! Brrrrrr! Overigens wisten Reneman en Grootveld wel beter. Ze haatten de ordentelijkheid van Nederland en keken neer op de vaderlandse planologen die naar hun smaak bij uitstek de vertegenwoordigers waren van de ‘deskundigenmaatschappij’ die in ‘ongenietbare’ rapporten ‘in duisternis gedompelde oplossingen’ verzonnen voor ‘zwaarmoedige problemen’ als het bouwen van 1 miljoen huizen in Almere, Lelystad, Alkmaar, Purmerend en de Bijlmer. Op hun tiendaagse veldtocht per solex door Nederland onderzochten ze het vreemde land dat volgens Reneman zichzelf als een kunstwerk beschouwde. Hun bestemming: de echoput in de buurt van Lunteren. Komt daar vijftig jaar later ene Han Lörzing zonder ironie in de krant vertellen dat het tijd is voor eerherstel van zijn vakgebied – de ruimtelijke ordening.

Allemachtig! Een lelijke foto van een Bijlmerflat ontsierde het uitgesponnen krantenartikel. Dit keer was de fotograaf op de grond gaan liggen om het grofvuil bij de vuilcontainer in de Amsterdamse buitenwijk op de voorgrond te plaatsen. Met moeite had hij nog een betonnen flatgebouw kunnen vinden, want de meeste zijn allang afgebroken. Waarom terug naar de kapotgeschreven Bijlmer en waarom nogmaals tappen uit een leeg vat? Onder de foto stond: ‘De Bijlmer in Amsterdam moest arbeiders helpen aan een riante flatwoning in een groene omgeving, maar de menselijke maat werd uit het oog verloren, zegt planoloog Lörzing.” Kan het fantasielozer? Ernaast had de redactie als contrast een foto van een aantal twee-onder-één-kappers in het Utrechtse Leidsche Rijn afgedrukt. Op de voorgrond zwom een witte zwaan in een verder saaie sloot. Lörzing bleek hierover wèl tevreden. Wat een cliché! Wat een open deur! En wat een onzin! Trouwens, het hele interview hangt van de clichés aan elkaar ( ‘Als de jaren zestig het hoogtepunt waren: wat was het dieptepunt?’), al moet ik zeggen dat de rondgang door het ontruimde gebouw van het Ministerie van VROM – “alsof het geëvacueerd was na een bomalarm” – in het begin van het artikel mij wel aansprak. Lörzing: “Hier werd de ruimtelijke ordening, ooit een van de vlaggenschepen van het Nederlandse beleid, ten grave gedragen.” Als bewijs dat mijn vakgebied al vijftig jaar morsdood is heb ik het interview uitgeknipt en ergens opgeborgen zodanig dat degenen die na mijn dood mijn huis komen leegruimen het met moeite zullen kunnen terugvinden. Nu het boek nog lezen. Dat zal toch wel beter zijn?

 

Walden in de woestijn

On 21 juni 2021, in film, wonen, by Zef Hemel

Wie de film ‘Nomadland’ van de Chinees-Amerikaanse Chloé Zhao heeft gezien, kent ook Empire. Empire is het stadje waar de hoofdpersoon van de met Oscars bekroonde film woonde voordat ze besloot te gaan trekken. Om precies te zijn gaat Nomadland over een vrouw die na de financiële crisis huis en haard verliest en zich vervolgens voegt in het groeiende leger van nomaden die in campers door de westelijke staten van Amerika zwerven, op zoek naar werk en zingeving. Aan het begin van de film laadt de zestigjarige Fern, gespeeld door Frances McDormand, een deel van haar spullen in VanGuard, haar busje waarmee ze gaat rondreizen door Arizona, Nevada en Nebraska. Je ziet haar schatten wat nodig heeft om te leven met de seizoenen. Maar kan ze wel aarden buiten de stad? Op het eind van de film neemt McDormand definitief afscheid van de rest van de inboedel, waarna ze theatraal via haar leegstaande woning de woestijn binnenstapt. Zinvol leven, weet ze nu, hangt niet af van al die spullen. Het is alsof je Walden van Henry David Thoreau opnieuw leest. Empire staat ondertussen leeg, de fabriek die er was en die gipsplaten produceerde is in 2011 gesloten. Een onbewoond stadje in een reusachtig landschap met hoge bergen in de verte is natuurlijk een schitterend filmisch gegeven. Waar ligt Empire? De film die speelt met waarheid en fictie, want veel spelers blijken echt en het script gaat terug op het waargebeurde verhaal van Jessica Bruder, kan Empire ook hebben verzonnen. Bestaat Empire echt? Is het stadje definitief opgegeven?

Empire moet je zoeken in Nevada, het stadje ligt ongeveer 100 mijl ten noordoosten van Reno. Je schijnt er langs te komen vanuit San Francisco op weg naar Burning Man, het jaarlijkse festival in de Hard Rock Desert. Ooit woonden er circa 800 mensen, allen werkzaam in die ene fabriek. Toen deze in 2011 sloot, was er geen werk meer en vertrokken alle 300 inwoners. Jenny Kane ging er, na het zien van de film, poolshoogte nemen en trof tot haar verbazing een herboren stadje aan. Ze schreef erover in de Reno Gazette Journal. In 2016, ontdekte ze, kocht een mijnbouwbedrijf uit Las Vegas de verlaten mijn, de gesloten fabriek en de lege woningen en hervatte de werkzaamheden. De gips wordt nu rechtstreeks naar bedrijven elders afgevoerd, die er kunstmest en cement mee maken. Inmiddels wonen er weer zeventig mensen. Dat is niet veel, waardoor de voorzieningen die Empire ooit aantrekkelijk maakten, gesloten zijn gebleven. Toch kocht het mijnbouwbedrijf onlangs een winkel. In de Empire Store kunnen de bezoekers van Burning Man weer hun laatste inkopen doen. En dat doen ze, één keer per jaar. Verderop is alleen nog woestijn en in de zomer de verzengende hitte, dus: hamsteren! lekker veel spullen aanschaffen! Voor Mc Dormand, de eenzame Thoreau in de desert, hoeft het niet meer. Ze kan goed zonder. Ze weet wat vriendschap betekent, ze heeft de dood in de ogen gezien. Ze heeft geleerd waar het in het leven echt om gaat. Ze is gelukkig.

 

Goudkust

On 15 juni 2021, in wonen, by Zef Hemel

Dit boek moet je natuurlijk deze zomer lezen: ‘Hoe ik toch huisjesmelker werd’, geschreven door Hans de Geus. Dan weet je tenminste wat er aan de hand is op de Nederlandse woningmarkt. De Geus schrijft uit eigen ervaring. Kern van zijn betoog: het is gemakkelijker om in huizen te beleggen dan een woning te kopen om in te wonen. Als geograaf interesseert me echter ook hoe en waar deze krankzinnige wooncrisis ontstond. Jerry Wijnen, voorzitter van de Makelaarsvereniging Amsterdam, deed er een boekje over open in NRC Handelsblad (17 april 2021). De huizenprijzen in Amsterdam, vertelde hij, herstelden zich vrij snel na de financiële crisis van 2008. Amsterdam lag in 2013 alweer goed in de markt, terwijl de rest van Nederland nog onder water stond. Maar in 2016 ging het mis: de prijzen in Amsterdam stegen in één jaar tijd meer dan 23 procent. En dat ging maar door. Eind 2020 kostten woningen in de Amsterdamse regio gemiddeld vijf ton. Dat was absurd. Wijnen: “Eerst gingen de mensen kijken naar woningen buiten de ring (ring A10, ZH), toen in Utrecht en Haarlem, daarna Rotterdam en Den Haag. Door het hele land gingen Amsterdammers op een gegeven moment zoeken. “De olievlek van de stijgende huizenprijzen heeft zich inmiddels over het hele land verspreid.” Kortom, de crisis begon in Amsterdam en moet in Amsterdam worden opgelost.

Even verderop in de krant spreekt de Amsterdamse wethouder Ivens (SP) van Wonen. Hij denkt dat in Amsterdam een natuurlijke grens is bereikt. De prijzen zullen niet meer stijgen. Maar makelaar Hausel rekent even voor: in Amsterdam staan ongeveer 430.000 woningen, waarvan slechts 130.000 in de koopsector. Gemiddeld 2.200 staan er te koop. Dat is extreem weinig. De vraag, zegt hij, ligt zeker vijf keer hoger. Terug naar makelaar Wijnen. In Amsterdam is erg veel werkgelegenheid, die bovendien snel groeit, de markt voor expats is expanderend en nu al groot, met twee universiteiten en een aantal grote hogescholen trekt Amsterdam een enorme studentenpopulatie, ook senioren willen vanwege de hoogstaande voorzieningen ontzettend graag in Amsterdam wonen, de stad is gigantisch in trek. Waar, vraagt Wijnen, blijven de woningen? Achter Amersfoort, nee ver voorbij Zwolle moet de Amsterdammer zoeken. En niemand die alarm slaat. Woningen bouwen? Nou nee, doe de stad maar op slot. Amsterdam, bouw nou eens koopwoningen. Doe het, voor één keer. En bouw er lekker veel.

 

Miljardendans

On 2 juni 2021, in infrastructuur, wonen, by Zef Hemel

In ROM Magazine van maart 2021 wordt een overzicht gegeven van de veertien grootschalige woningbouwgebieden die de komende decennia in Nederland ontwikkeld zullen worden. Ze zijn alle door het Ministerie van Binnenlandse Zaken in het kader van de Nationale Omgevingsvisie geselecteerd, waarbij Zwolle en Tilburg op het laatste moment nog zijn toegevoegd. Ik las de artikelen en dit viel me op: alle veertien zijn ze volkomen verschillend. Een gemeenschappelijke noemer is er eigenlijk niet, of het moet al zijn hun binnenstedelijke ligging. Maar zelfs dat klopt niet. Grootschalige woningbouw is in ieder geval niet wat ze typeert. De meeste betreffen stationsgebieden, maar ook weer niet alle. Ze liggen door het hele land verspreid, dus van heldere selectie of ruimtelijke concentratie is geen sprake. Wel zijn ze groot. Maar in Amsterdam is Havenstad onvergelijkbaar groter dan de gebieden in bijvoorbeeld Nijmegen, Zwolle of Tilburg. Vaag doen ze denken aan de oude sleutelprojecten van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening, maar dan zijn het er veel teveel. Staat er werkelijk overal druk op de woningmarkt? Dit is mijn grootste probleem: waarover gaat het eigenlijk? Welk maatschappelijk probleem wordt hier opgelost?

Wie goed naar de gebieden kijkt, bespeurt een opgeklopte ambitie. Is vastgoedontwikkeling wat de projectgebieden drijft? Veel groter nog dan Amsterdam is bijvoorbeeld die van Rotterdam: de hele oostflank van de metropool blijkt onderdeel van een tomeloze behoefte tot een soort bandstedelijke verdichting. Feyenoord City – een nieuw stadion, een strip van winkels, cafés, restaurants, attracties en uitgaansgelegenheden plus bijna 4000 woningen – is op zichzelf al een dure klus. Die wordt nu verbonden met reconstructie van Alexanderpolder, kilometers verderop. Oostflank lijkt vooral bedoeld om een derde brug over de Nieuwe Maas met rijksgeld gefinancierd te krijgen. Hetzelfde geldt voor alle andere BZK-gebieden: er worden verhalen gemaakt die in de eerste plaats infrastructuurinvesteringen van het rijk moeten losweken. Is al die infrastructuur werkelijk noodzakelijk? Veertien lijkt me te veel en het is allemaal te gigantisch. En voor directe leniging van de woningnood zijn deze gebieden ongeschikt: het duurt nog zeker tien, twintig jaar voordat ze, stapje voor stapje, zullen worden ontwikkeld.

 

West 8 in Gizeh

On 23 april 2021, in cultuur, landschap, toerisme, by Zef Hemel

Op woensdag 21 april meldde Joost Vermeulen in NRC Handelsblad dat 22 mummies in een spectaculair geregisseerde stoet van het Tahrirplein in hartje Caìro, Egypte, waren overgebracht naar het nieuwe museum GEM bij het plateau van Gizeh, met uitzicht op de piramides. Een foto was erbij afgedrukt. In een lichtshow reden militaire auto’s met hun kostbare bagage in een Olympische parade over het nachtelijke plein. De wereldpers stond op een afstand op enorme tribunes toe te kijken. De dagen ervoor waren al legers busjes met spullen uit het zwaar overbelaste museum in de binnenstad naar het nieuwe onderkomen gereden om de boel netjes over te brengen. Het masker van Toetanchamon moet nog volgen. GEM staat voor Grand Egyptian Museum, een ontwerp van het Ierse architectenbureau Heneghan Peng. Het kwam onlangs gereed en kan straks 10 miljoen bezoekers per jaar ontvangen, evenveel als het Louvre in Parijs. Vermeulen vertelde er niet bij dat de landschappelijke aankleding van het nieuwe GEM is verzorgd door het Nederlandse bureau West 8 in Rotterdam. Wie meer over de kwestie wil weten, die luistere vooral naar de informatieve Shop Talk Podcast nr. 4, waar landschapsarchitect Adriaan Geuze vertelt over het ontwerp. Hier de link: https://shoptalkpodcast.com/podcast/gem-episode-4-adriaan-geuze/ In één woord: spectaculair.

Het idiote is dat ik bij Adriaan juist op bezoek was toen hij de telefoon ophing en mij doodleuk vertelde dat hij zojuist gevraagd was het landschap rond de piramides te ontwerpen. Ik herinner het me nog goed. Het moet in het voorjaar van 2009 zijn geweest of was het eerder? Hij kon er wel om lachen, zijn bureau was op het toppunt van haar roem. Het moment ging vooraf aan de opnamen van de Tegenlicht-uitzending over de structuurvisie Amsterdam 2040 – de toekomstvisie die op dat moment in voorbereiding was. In de podcast vertelt hij het verhaal van zijn vakantie die zomer in Egypte, de reis die hij door het immense land had gemaakt, zijn kennismaking met het stroomdal van de Nijl, de vergelijking die hij daar trok met Nederland, een landje met een cultuur die ook door het water is gevormd: de polders, het landschap, de landbouw, een cultuur van maken en vormgeven, het stroomdal van de Rijn. En hij stelde zich de vraag hoe je dat nu doet, met 10 miljoen toeristen op een kluitje in een land dat helemaal geen ruimtelijke ordening kent. Jammer dat Nederland geen mummies heeft, niet de uitvinder is van hiërogliefen, ook niet aan de wieg staat van het alfabet. Evenmin mag ze een metropool als Caïro tot zijn grondgebied rekenen. Nederland krijgt ook nooit een GEM of een dictator als Abdul Fatah al-Sisi en piramides zijn hier nooit gebouwd. Maar ruimtelijke ordening kent ons land wel. Althans….