In plaats van de Lelylijn

On 28 november 2023, in infrastructuur, by Zef Hemel

Waarom werd er door het Rijk indertijd gekozen voor de Hanzelijn en niet de Lelylijn? Antwoord: hij was twee tot drie keer goedkoper. Bovendien zou niet alleen Zwolle profiteren, maar ook Almere en Lelystad. Die hadden meer baat bij de Hanzelijn dan bij de Lelylijn. Inno-V maakte in 2016 de balans op toen de gemeente Noordoostpolder nog zijn wonden likte. Emmeloord was immers overgeslagen. Wat moest de gemeente nu doen? In zijn ‘Quick-scan HOV-verbindingen Noordoostpolder’ blikte het bureau niet alleen terug, maar keek het ook vooruit. Het stelde dat openbaar vervoer in de polder weliswaar niet heel frequent was, maar wel erg snel. “Weinig andere kernen hebben snelbussen volledig over de snelweg naar bestemmingen op 30 tot 90 km afstand.” Ook was de klantwaardering hoog. Zelf heb ik de kwaliteit ook vastgesteld toen ik afgelopen week moest spreken in Emmeloord. Vanuit Groningen reed een Qliner (315) rechtstreeks naar Emmeloord. En vanaf Emmeloord vond ik een snelle bus (114) naar station Lelystad, waar ik comfortabel op de trein overstapte. Inderdaad, alle bussen reden over de snelweg.

Met welke aanbeveling kwam Inno-V aan het adres van het gemeentebestuur? Die vraag is relevant omdat van een nieuwe lobby voor de Lelylijn op dat moment nog geen sprake was. Die begon pas weer toen het Rijk in 2018 met opnieuw een miljardenbedrag op de proppen kwam, nu om de oververhitte economie nog verder aan te blazen in de vorm van een Nationaal Groeifonds. Vanaf dat moment werden de motieven weer geld-gedreven. Allereerst stelde het bureau nuchter vast dat er ‘te weinig markt’ is voor een spoorlijn (sic!). Men beval daarom een doorkoppeling van de Qliner aan naar Lelystad en/of een halte aan de A6. Dan zouden reizigers stevige tijdwinst boeken. De afstand tot het centrum is dan weliswaar groter, maar een NS-station aan een toekomstige Lelylijn zou ook in de oksel van de A6 belanden. Geweldig advies, dacht ik, spotgoedkoop, gewoon doen en vergeet dan niet de frequentie te verhogen. En het geldt nog steeds, zeker nu de Hanzelijn is voltooid: een Qliner tussen Lelystad en Groningen zou veel mensen – studenten, scholieren – enorme tijdwinst en comfort opleveren en een veel lagere prijs dan met een dure trein.

 

Verbinding, geen voorziening

On 26 november 2023, in infrastructuur, by Zef Hemel

Iemand in de zaal wilde weten of Dronten meer voorzieningen had gekregen dankzij de aanleg van de Hanzelijn. Eind 2012 was de Hanzelijn in gebruik genomen, een nieuwe spoorverbinding tussen Lelystad en Zwolle. Dronten kreeg toen een station. Als Dronten na ruim tien jaar had geprofiteerd, dan zou Emmeloord ook van de toekomstige Lelylijn profiteren. Emmeloord (26.000 inwoners) vond hij vergelijkbaar met Dronten (40.000 inwoners). De vragensteller was een van de ruim honderd burgers die zich hadden verzameld in Het Voorhuys te Emmeloord om zich te buigen over de komst van de Lelylijn. Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving naar de effecten van de Hanzelijn is nog gaande, maar Windesheim in Zwolle doet al jaren onderzoek. De Hanzelijnmonitor die de Zwolse hogeschool sinds 2013 publiceert laat zien dat de zegeningen voor Dronten beperkt zijn. Helaas werd in 2016 voor de laatste keer gemeten. Het aantal reizigers dat in Dronten in- en uitstapt was toen bijna 5.500 per dag. Ondertussen bouwt Dronten langs de spoorlijn een nieuwe woonwijk op een verouderd bedrijventerrein: Hanzekwartier telt 1300 woningen, 6.000 m2 kantoren, scholen en ruim parkeren. Horeca, een hotel en maatschappelijke dienstverlening aan de Havenkade maken onderdeel uit van het plan. Voor vastgoed blijkt de spoorlijn gunstig. Zoiets kan Emmeloord ook verwachten. Gebiedsontwikkeling in de oksel van de A6.

Veel meer voordelen voor Dronten vond ik niet, of het moest al zijn dat de studenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool hun school in Dronten gemakkelijker kunnen bereiken. Nee, dan Zwolle. De onderzoekers van Windesheim stelden vooral voordelen voor Zwolle vast. Daar hadden de winkels en voorzieningen door de komst van de spoorlijn een stevige impuls gekregen. Bovenal profiteert het hoger onderwijs in de Overijsselse hoofdstad van de nieuwe treinverbinding, die vooral scholieren en studenten binnen de eigen regio vervoert. Voor scholieren blijkt de spoorlijn overigens veel duurder dan de bus: hun reiskosten verdubbelden terwijl de tijdwinst minimaal is. Nee, een knooppunt met een vergelijkbare centrumfunctie kent de Lelylijn niet, of het moet al Heerenveen zijn. Maar daarover ging de vraag in de zaal niet. Die ging over voorzieningen voor Dronten. Voorzieningen kwamen er echter niet. En bedenk dat Dronten altijd nog groter is dan Emmeloord en dat de kern ook groei-ambities heeft want Dronten wil doorgroeien naar 60.000 inwoners in 2050. “Uiteindelijk is verbinding het toverwoord. Verbinding van Dronten met Lelystad en Zwolle en daarmee met de rest van het land. Een verbinding die goed is voor de inwoners van Dronten.”

 

De Lelylijn

On 24 november 2023, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Op het eind van de avond noemde een meneer mij een tegenstander van de Lelylijn. Kennelijk ging het hem om kleur bekennen: ben je voor of ben je tegen. Ik sprak in Emmeloord, waar in Het Voorhuys ruim honderd burgers waren samengekomen om met elkaar van gedachten te wisselen over de aanleg van de Lelylijn, een nieuwe spoorverbinding tussen Groningen en Amsterdam. Door Rutte IV is daarvoor drie miljard euro gereserveerd. De werkelijke kosten bedragen echter een veelvoud. Mijn bijdrage bestond uit een overzicht van de bestuurlijke verwikkelingen rond de aanleg van de Zuiderzeelijn (1994-2006), de vele rapporten die daarover waren verschenen en het besluit destijds van het kabinet om de lijn niet aan te leggen. Die hele discussie was sterk geld-gedreven (Langman-gelden), een zoektocht naar een groot project. Het moest zelfs een magneetzweefbaan worden, een razendsnelle verbinding met Noord-Europa, het denken was destijds sterk internationaal. Nee, van halteren bij Emmeloord was geen sprake. Tussen Amsterdam en Heerenveen ging het gewoon non-stop. Noord-Nederland wilde zich met China meten. Wat de Chinezen konden, dat kon Nederland ook. In één klap zou de economie van het Noorden de achterstand ten opzichte van de Randstad inhalen. Dat was het denken eind jaren negentig.

De recente discussie rond de Lelylijn, zo betoogde ik, is nog even geld-gedreven, ook nu weer staat de economie voorop. Brede welvaart heet het dit keer, maar breedte verraadt een zoektocht naar ándere motieven omdat de economische te mager zijn. Immers, bij de Zuiderzeelijn was al duidelijk dat het verkeer tussen het Noorden en de Randstad niet overhoudt (29.000 passagiers per dag) en dat de verwachte banengroei in Noord-Nederland als gevolg van de aanleg niet meer dan 4.000 zou bedragen. De aanleiding voor de hernieuwde discussie is dit keer het Nationaal Groeifonds van Rutte III en IV, dat met 20 miljard euro in kas de economie opnieuw wil stimuleren. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, dus Noord-Nederland haalde de Zuiderzeelijn weer van stal. Toch is er een verschil. Dit keer is het denken eng-nationaal: in haar ‘Deltaplan’ belooft het Noorden veel woningen voor Nederlanders langs de spoorlijn te bouwen, en om Drenthe en Twente te bedienen wil men nu óók nog een Nedersaksenlijn. Mijn gebrek aan enthousiasme probeerde ik niet te laten blijken. In plaats daarvan schetste ik de werkelijke ruimtelijke problemen van Noord-Nederland: bodemdaling, daling van de bodemvruchtbaarheid, ernstig verlies van biodiversiteit, slechte waterkwaliteit, verzilting, zeespiegelstijging. Toen wist die meneer in het publiek het zeker. Ik was tegen.

 

Toekomstbestendig bos

On 20 november 2023, in duurzaamheid, landschap, by Zef Hemel

We liepen over het landgoed Lauswolt bij Olterterp, Friesland, en staken door naar Hemrik. Ter hoogte van een stroompje dat Alddjip heet, passeerden we een bosje dat blijkens een bordje wordt omgetoverd tot een ‘toekomstbestendig bos’. We keken elkaar glazig aan. Wat is een toekomstbestendig bos? Bossen moeten veerkrachtiger en klimaatbestendig worden, las ik op een website. Een grootschalig experiment op de Veluwe en Brabant waarbij de landbouwuniversiteit Wageningen is betrokken, moet uitsluitsel geven. Het gaat om koolstofvastlegging die de klimaatverandering kan matigen. Pardon? Moet je daarvoor meer of juist minder bomen kappen? Houtkap is voor de houtbouw. Houtbouw heet duurzaam. Dan gaat het vooral om het gebruik van grove den, douglasspar en beuk in de bouwindustrie. Boomtoppen en takken worden tegenwoordig trouwens ook weggehaald en verstookt in energiecentrales. Maar veel bos hebben we niet in ons land. “En we willen er van alles mee.” Een bos met iets minder bomen kan meer voedingsstoffen opvangen. Maar een bos met te weinig bomen kan ertoe leiden dat de voedingsstoffen uitspoelen. Biodiversiteit, bodemleven, effecten op de waterhuishouding, naar alles moet worden gekeken.

Iets anders is de klimaatverandering. Kan een bos tegen lange droge zomers en/of hele natte winters? Dan gaat het ook over ziektes en plagen. Ik las dat Staatsbosbeheer al proeven neemt met nieuwe uitheemse boomsoorten: elsbes, ceder, tamme kastanje, kustmammoetboom (sequoia), soorten die misschien beter tegen de veranderingen zijn opgewassen. Het deed me denken aan een andere wandeling, toen voorbij Norg, met een bomenkenner die me wees op de vele Japanse boomsoorten die nota bene in de Drentse bossen groeien: lariks, ceder, sitkaspar, Chinese watercipres. Ze werden ooit aangeplant door houtvesters als Johannes Jansen. Mooiste voorbeeld is wel het Evertsbos in Anloo, met vierhonderd naaldbomen uit de hele wereld op 160 hectare een bezoek meer dan waard. Maar dat was aanplant door houthandelaar Everts uit Oost-Groningen. Die ligt daar ergens in zijn eigen bos begraven. Iedereen lijkt erover eens dat een divers bos het beste is, en kleinschalige ingrepen de voorkeur verdienen. “Als we willen dat de biodiversiteit zo groot mogelijk is, als we hout willen blijven gebruiken en als we in de natuur willen blijven recreëren, moeten we ervoor zorgen dat onze bossen beter tegen een veranderend klimaat zijn opgewassen.” Dat heet toekomstbestendig. Wen er maar aan.

 

Een begeesterend verhaal

On 15 november 2023, in politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Met grote interesse het nieuwste nummer van Noorderbreedte gelezen. Dit keer gaat het over ‘verdeeld land’. Dat is natuurlijk een actueel thema met het oog op de komende verkiezingen die immers in het teken staan van de regio versus de grote stad. Hoe roerig of opstandig is Noord-Nederland? Eerst las ik Martijn van der Heide, bijzonder hoogleraar Natuurinclusieve Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eigen meetlatten moeten we volgens hem thuislaten. Het platteland wordt nu eenmaal steeds diverser, complexer en inclusiever. Door je eigen maatstaven te hanteren zaai je eerder verdeeldheid. Hij pleit voor functionele synergie of nee, hij pleit voor een begeesterend toekomstverhaal dat de grenzen verkent, nieuwe horizonten tekent en dat best mag schuren. Waar gaat het platteland heen? Dan bedoelt hij niet een planologische afbeelding van het toekomstige platteland, maar eerder een verhaal van kunstenaars of schrijvers – een bijzonder verhaal dat de mensen echt raakt. Met zijn pleidooi lijkt hij deels te reageren op de twee sprekers die eerder dit jaar de Abrahamselezing in Groningen gaven, want die spraken in technische termen over zoneren dan wel mengen. Martha Bakker, hoogleraar Grondgebruiksplanning in Wageningen, stond voor functiescheiding, Daan Zantbelt van bureau De Zwarte Hond voor functiemenging op het platteland. Hun betogen worden door David Inden en Mans Schepers in het tijdschrift keurig naast elkaar gezet. Interessant, daar niet van, maar niet begeesterend.

De overige bijdragen in het nummer illustreren vooral het ongemak, de wrijving en de toenemende spanning. Het platteland van Friesland en Groningen blijkt inderdaad intern sterk verdeeld. Een artikel van Cornelis Hoogterp over 132.000 zonnepanelen in het prachtige veenweidegebied van Oosterwolde stemt ronduit droevig. Hoe kunnen ze dat nou zo klunzig doen? Maar ook het verslag van Freya Zandstra over de gespannen situatie in haar eigen dorp (welk dorp?) in Zuidwest-Friesland kan lezers niet bepaald vrolijk stemmen. Vakantiebungalows werden vervangen door dure villa’s; de nieuwe bewoners koesteren de plattelandsidylle, maar schermen alles af; het dorp neemt het initiatief tot aquathermie, maar dat is een project van de nieuwkomers. Het schuurt en het kraakt. Zandstra: “Het voelt alsof alle lasten – van de energietransitie, de woningcrisis, de voedselinflatie tot aan stikstof – wel op jouw bordje belanden, maar de lusten – wonen met uitzicht, toegang tot het water en genoeg inkomen voor een bewuste leefstijl – aan je voorbijgaan.” Het deed me denken aan die wrange roman van Tommy Wieringa, De heilige Rita, over dat ene dorp op het Twentse platteland. Ik weet niet of Van der Heide zoiets bedoelde, maar ik denk het haast niet. Echt begeesterend schrijven over de toekomst is in deze gespannen situatie bijna niet mogelijk. Eerst maar de verkiezingen afwachten…

 

Bevers in overtreding

On 10 november 2023, in natuur, by Zef Hemel

De wandeling voerde ons van Vries in de richting van Schipborg, Drenthe, toen mijn wandelgenoot enthousiast over bevers begon. Bij haar in de Drentsche Aa hadden die beestjes laatst een kolossale boom met groot gemak weten te vellen. Hoe is het mogelijk? Toen we het Schipborgse Diep overstaken tuurde ik vergeefs langs het watertje in de verwachting een glimp van de natte vacht van zo’n vraatzuchtig knaagdier op te vangen. De bever is trouwens het grootste knaagdier van Europa en kan wel 70 tot 100 centimeter lang worden. Berichtte RTV Noord niet zeer recent dat “in de natte natuurgebieden in Noord-Nederland er bijna geen bever mee bij past?” Maar dat bleek onzin. Het ging trouwens over het Ruiten Aa-gebied, dat oostelijker – in Westerwolde – ligt. Dit stroomdal werd in de jaren negentig kronkelig, nat en gevarieerd gemaakt, en tegenwoordig is er zelfs een natuurverbinding met de Wadden. Vervolgens dook de bever, die ergens in de 19e eeuw uit dit Groningse landschap verdween, daar weer op. Die bleek spontaan de Duitse grens te zijn overgestoken. Er leven er er nu acht. Op dit moment zijn er circa vierhonderd bevers verspreid over Noord-Nederland. Volgens het nieuwsbericht is er nog ruimte voor twee in het Ruiten Aa-gebied, maar ook dat blijkt onzin. Sommige zoeken nieuwe territoria, dat is waar, maar op sommige plaatsen zijn ze gewoon ongewenst. Ze kunnen schade toebrengen aan dijken en waterkeringen. In de Drentsche Aa zijn er nu circa 85 bevers, nadat vier exemplaren in 2008 daar opnieuw werden uitgezet.

Daarna las ik een Groningse scriptie over de impact van de bevers op de ecologie van het Drentsche Aa-stroomgebied. Dat was leerzaam. De bever is een ecosystem engineer, dat wil zeggen hij zet zijn omgeving naar zijn hand. Maar daarbij houdt hij zich vaak niet aan wetgeving op natuurgebied (Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Natuurherstelwet, Verdrag van Bern) en wetgeving rond cultuurhistorische en landschappelijke waarden (zoals archeologische, aardkundige waarden). Waar de bever met de beleidsdoelen conflicteert, is naar verluidt nader onderzoek nodig. Dat zal medebepalen waar hij wel en niet kan worden toegestaan. Wat betekenen bijvoorbeeld al die dammen in het Schipborgse Diep voor vissen? Kunnen die nog wel migreren? Als de vissen in de problemen komen, overtreedt de bever de natuurherstelwet. Op een kaartje stonden liefst 16 dammen aangegeven. Bij elke dam is de situatie weer anders. Strafmaatregelen zijn verlaging of verwijdering van de dam, plaatsing van een beaver deceiver, verdieping van de watergang, aanleg van nieuwe stroomgebieden. Mocht de bever zich dan nog niet gedragen, dan moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. In het uiterste geval zal hij worden afgeschoten. Mijn voettocht door Schipborg kreeg ineens een heel andere lading.

 

‘Verbraamt’ het Nederlandse platteland?

On 10 november 2023, in duurzaamheid, natuur, by Zef Hemel

Ze hadden me uitgenodigd voor een stevige wandeling, maar het voelde nat en herfstig die zaterdagochtend eind oktober. We maakten een omtrekkende beweging rond Balk, Zuidwest-Friesland. Iemand in het gezelschap wees me op de vele bramen. Bij Wyckel en Harich was het inderdaad opvallend: overal zag ik hoge hagen van wilde bramen langs de kant van de sloot. “Die woekering”, gebaarde mijn wandelgenoot, “komt door de vele stikstof.” Elke keer als hij hier langs liep bleken de bramenstruiken hoger opgeschoten. Vroeger zag je die hier helemaal niet. Hij sprak zelfs van ‘de verbraming van het Nederlandse platteland’. Oorzaak: de vele mest die door de boeren wordt uitgereden. Eerlijk gezegd had ik er nooit op gelet. In De Levende Natuur (juli 2004) las ik daarna een artikel van Rienk-Jan Bijlsma over het verschijnsel van de verbraming en het vele onderzoek dat hiernaar tussen 1970 en 2000 door biologen is gedaan. Van verbraming is officieel sprake als braamstruiken een aaneengesloten vegetatielaag vormen over een oppervlakte van enkele aren. “Verbraming wordt vaak gezien als een vorm van verruiging als gevolg van stikstofdepositie (vermesting), wat bijdraagt aan het negatieve imago.” Want ach de braam heeft het zwaar. Net als de brandnetel is hij allerminst aaibaar, veel mensen zien hem als een ongewenste vorm van natuur. Maar Bijlsma nuanceert dit beeld. Ik las daarom geïnteresseerd verder.

Al eeuwenlang speelt verbraming in de bossen van Noordwest-Europa. Beuk en eik hebben last van de struik, die verjonging hindert. Bestrijding van de braam was in boswachterijen eeuwenlang dan ook een voorziene kostenpost. Geen wonder dat er nog steeds negatief wordt geoordeeld over de opmars van de braam. Wat mensen niet beseffen is dat liefst 150 soorten bramen in Nederland worden aangetroffen. De meeste zijn zuurminnend en hebben grote moeite om fosfaat en/of ijzer op te nemen bij een hoge pH van het wortelmilieu. Ze houden van veel licht, maar kunnen door begrazing of opgroeiend hout weer even snel verdwijnen. Verbraming, stelt Bijlsma, is inherent aan de zand- en leemlandschappen van Noordwest-Europa en verdient een genuanceerde benadering. Ze vormt alleen een probleem in oude door eik gedomineerde bossen met een rijke voorjaarsflora. En al die stikstof dan? Nee, er bestaat geen significante relatie tussen de soortensamenstelling van de bosvegetatie en de depositie van stikstof. Trendmatige toename lijkt eerder te wijten aan peilverlaging, verminderde vitaliteit van eikenbossen, het ouder en opener worden van heidebebossingen en tenslotte is er het massa-effect: een snelle en succesvolle kolonisatie van de braam. De braam, concludeert Bijlsma, kampt met een geringe sympathie en worstelt met een onjuist beeld. In de stikstofcrisis is naast de boer vooral de braam het eerste slachtoffer.

 

Badkuip Groningen

On 30 oktober 2023, in duurzaamheid, water, by Zef Hemel

Lopend in de stromende regen via Garnwerd op Ferwerd spraken we over de toekomst van de drinkwatervoorziening in Noord-Groningen. Die is vitaal maar wordt steeds nijpender. Grote delen liggen immers onder de zeespiegel. Eigenlijk moet je Groningen zien als een badkuip. Of ik wist dat het datacenter van Google in Eemshaven water krijgt aangeleverd via een 28 kilometer lange pijpleiding. Het water wordt gebruikt voor de koeling van de servers. Omdat zoetwater zelfs in Nederland schaars wordt door almaar toenemend verbruik, koos Google voor industriewater. Het gaat om oppervlaktewater uit het Eemskanaal dat vanuit het RWZI-terrein in Garmerwolde via een speciale pijpleiding naar Appingedam tot aan Eemshaven wordt geleid. Nadat het water daar een aantal keren is hergebruikt, wordt het geloosd in de Waddenzee. Gelijktijdig werd een nieuwe drinkwaterleiding parallel aan de industriewaterpijpleiding aangelegd. Ook andere bedrijven in Eemshaven kunnen er gebruik van maken en in de toekomst ook de bedrijven in en rond Delfzijl. In Garmerwolde is voor dit alles een enorme waterfabriek gebouwd. In 2022 gebruikte Google 1,26 miljard liter industriewater en 7,5 miljoen liter drinkwater. Inmiddels zijn er alweer plannen om het datacenter flink uit te breiden. Daarnaast bouwt Google nog een tweede datacenter in Groningen. Of ik dat allemaal wist.

De week ervoor had ik een rapport van de Waddenacademie gelezen over zoetwatervoorziening in het Waddengebied. Afzender is Deltares. Het schetst het snel groeiende probleem op de grens van zoet en zout in het laaggelegen deel van Noord Nederland. Naast een immer toenemende vraag naar drinkwater door boeren en bedrijven doen klimaatverandering en zeespiegelstijging van zich spreken. Extreem weer maakt alles onzeker. “Het zal niet altijd mogelijk zijn om voldoende zoet water te kunnen blijven leveren van de juiste kwaliteit, op het juiste moment in het seizoen, op de juiste locatie in de regio en tegen redelijke prijzen.” Met name voor de Waddeneilanden ziet de toekomst er somber uit. Nog altijd komt 65 procent van het drinkwater uit grondwater. Door het binnendringen van zout grondwater in het zoetwatersysteem wordt winning steeds lastiger. Overexploitatie van zoet grondwater kan bovendien leiden tot een relatief snelle opkegeling van brak tot zout grondwater onder onttrekkingsputten, terwijl regenwater door zoutwater niet meer dieper in het grondwatersysteem kan infiltreren. Aanvoer van water uit Rijn, Maas en Schelde is in het Waddengebied toch al niet mogelijk. Op een van mijn wandelingen liep ik langs FrieslandCampina in Bedum. Jaarlijks wordt daar bijna 1 miljard liter melk voor de kaasproductie verwerkt. De honderdjarige zuivelfabriek wint vanouds grondwater op een diepte tussen 60 en 100 meter. Afvalwater stroomt via een lange pijpleiding in de Waddenzee. Ofschoon de fabriek steeds minder water onttrekt, maken mensen zich zorgen. Dat is omdat gaswinning in dit laaggelegen gebied al tot bodemdaling leidt. Zorgt de wateronttrekking voor extra daling? Nu dreigt ook nog verzilting.

 

Genoeg is genoeg

On 29 oktober 2023, in duurzaamheid, energie, by Zef Hemel

We kwamen uit de richting van Veendam met zijn magnesiumwinputten en rokende Nedmagfabriek en liepen in de richting van Oude Pekela, Groningen. Even later wandelden we langs het grote Tennet transformatorstation Meeden. Rondom ons een landschap van hoogspanningsleidingen die in alle richtingen uitwaaierden. Langs de weg en in de tuinen prijkten bordjes ‘Genoeg is genoeg’. Het bleek om zonneparken te gaan. Even later passeerden we velden met zonnepanelen langs het langgerekte Emergobos, aangeplant met geld uit de Herinrichtingswet Oost-Groningen; hekwerken en beveiligingscamera’s zorgden voor een grimmige sfeer. De gemeente Oldambt wil 100 hectare zonnepark realiseren voor 2030 als bijdrage aan de energietransitie. Pure Energie is het bedrijf dat hier landbouwgrond koopt om te helpen het beleidsdoel te realiseren. Maar de bewoners willen niet. In de Eekerpolder is al een zonnepark en langs de N33 staat al een windmolenpark en een stikstoffabriek en bij Zuidwending is al een aardgasopslag en het transormatorstation Meeden krijgt al stevige uitbreiding. De bewoners zijn het zat. “De verrommeling van deze omgeving moet NU STOPPEN!” Het was me al eerder opgevallen. Naast winputten, zandafgravingen, aardgasstations, verveningen, hoogspanningsleidingen en afgetichelde land voor de kleiwinning ontstaan in het noorden van Nederland in hoog tempo energielandschappen. Windmolens en zonneparken schieten als paddenstoelen uit de grond.

Het was niet de eerste keer dat ik als wandelaar geconfronteerd werd met weilanden vol zonnepanelen. Grote delen van Groningen en Friesland raken ermee bedekt. In 2022 nam het opgesteld vermogen van zonnepanelen in alle gemeenten in Nederland met 30 procent toe. Vorig jaar lagen er al 47 miljoen zonnepanelen in Nederland; een vijfde deel bevindt zich in 562 zonneparken, goed voor 3.621 hectare. Sinds 2019 is de Nederlandse zonnestroomproductie meer dan verdrievoudigd (sic!). Veel zonnevelden treft men aan in Drenthe, Noord-Groningen en de Kop van Noord-Holland. Het Drentse Borger-Odoorn en Hoogeveen bijvoorbeeld tellen al meer dan 100 MW. En dat terwijl het energienet overvol is en de netspanning regelmatig te hoog oploopt. Het afschaffen van de btw op zonnepanelen per 1 januari 2023 jaagt de aanleg van zonneparken verder aan en vanaf 2025 worden bedrijven verplicht om zonnepanelen op hun gebouwen te plaatsen. Uitbreiding van het net blijft hopeloos achter. Was het toeval? Toen ik uit Oude Pekela huiswaarts keerde, hoorde ik dat minister De Jonge met provincies, gemeenten en waterschappen heeft afgesproken dat nieuwe zonnepanelen zo veel mogelijk op gebouwen komen te liggen. “Als je door de polder fiets en je ziet op vruchtbare landbouwgrond zo’n enorm zonneveld, dan denk je ‘Oei, wat is dat zonde van de ruimte.’ Dat moet je echt niet willen in Nederland.” Zeker, fietsen door Nederland maakt veel duidelijk. Maar het verandert niets aan de situatie in het Oldambt. Binnenkort gaat Tennet het transformatorstation Meeden uitbreiden. Het energielandschap komt er toch, nee het is er al.

 

Zelfs geen taxi

On 24 oktober 2023, in infrastructuur, by Zef Hemel

In Annen, Drenthe, liepen we definitief vast. De aanhoudende regen maakte ons het wandelen onmogelijk, de paden waren onbegaanbaar geworden, we moesten terugkeren naar Schipborg. Echter, er reed geen bus, er was helemaal geen openbaar vervoer. Dan maar een taxi bestellen. Wat bleek? In dit deel van Noord-Nederland rijden zelfs geen taxi’s meer. Iedereen rijdt hier auto. Zijn de gemiddelde woon-werkafstanden in Nederland inmiddels opgelopen naar 22,7 kilometer, die in Noord-Nederland naderen al de 30 kilometer. Hetzelfde geldt voor boodschappen doen, een theater bezoeken, naar de tandarts gaan. Via Groningen of Assen kan een mens met OV een ander dorp bereiken, anders niet. Vaak is dat ver omrijden. Alleen kinderen gaan nog fietsend, met de bus of met de trein naar school, iedereen die ouder is rijdt auto. Het vele autorijden houdt de dorpen, ook de kleinste, leefbaar, jazeker. Daardoor zijn de kleine kernen waar ik doorheen loop ook vaak pure woondorpen geworden, dus overdag uitgestorven, terwijl het werken en winkelen zich elders afspeelt. Dagelijks rijdt men in Groningen, Drenthe en Friesland voor zijn of haar werk gemiddeld een meer dan een marathon. Ik sprak erover met Ritzo ten Cate, die van Norg naar Vries met mij meeliep.

Ritzo wees me op het steeds grotere gewicht dat mensen gebruiken om hun lichaam te verplaatsen. De nieuwste elektrische auto’s zijn trouwens nog veel zwaarder dan ‘gewone’ benzineauto’s. Deels komt dat door de batterij, maar ook door hun model. Dat betekent meer materiaalgebruik, meer energieverbruik, snellere slijtage. Een Nissan Leaf is met 1600 kilo bijvoorbeeld al zo’n 400 kilo zwaarder dan de Nissan Vera. Sommige zijn zelfs zo zwaar dat ze parkeergarages niet meer in mogen. De gemiddelde nieuwe wagen weegt nu zo’n 1200 kilo. Al die kilo’s gebruikt een mens om zijn eigen lichaamsgewicht te verplaatsen. Waarom rijden we eigenlijk rond in een zware metalen kist? En waarom rijden we zo hard? Sommigen pleiten voor belastingheffing op basis van gewicht. Ik las in de Contourennotitie Ruimte over ‘klimaatbestendige, duurzame en gezonde groei’ en over nabijheid tussen wonen, werken, recreatie en voorzieningen. “Compacte verstedelijking, in en anders direct bij de bestaande steden en dorpen, versterkt de bestaande buurten en dorpen en genereert draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer. Zo zorgen we ook voor een toekomstbestendig landelijk gebied met vitale dorpen in de nabijheid van grotere kernen en steden.” Ik vrees dat we die toekomst allang gepasseerd zijn.