Narratieve economie

On 6 december 2022, in boeken, economie, theorie, by Zef Hemel

Op vrijdag 10 juli 2020 gaf econoom en Nobelprijswinnaar Robert Shiller een interessante lezing op Princeton. Het ging over narratieven. Economen hebben er niet veel mee op. Het wetenschappelijk bestuderen van narratieven is eerder gangbaar onder antropologen, sociologen en historici. Economen nemen ze gewoon niet serieus. Cijferaars geloven in getallen. Maar sinds het verschijnen van ‘Narrative Economics. How Stories Go Viral & Drive Major Economic Events’ (2014) kunnen economen het bestaan van krachtige narratieven niet langer ontkennen. Want hoe werken economische crises en wanneer en hoe snel treedt herstel in? Economen denken dat dit komt door monetair ingrijpen. Nee, stelde Shiller, het komt door verhalen. In zijn lezing trok hij de vergelijking met de COVID-19 pandemie. Met name de toespraken van Anthony Fauci fascineerden hem. Die hadden effect. Economische verhalen die overtuigen werken net zo. Shiller toonde een grafiek met de populariteit van economen: wie wordt het vaakst geciteerd? Ook in die grafiek zie je de opkomst en ondergang van bepaalde namen. Op dit moment zijn het Milton Friedman en John Maynard Keynes, en kijk, die zijn op hun retour. Nee, alle economen zijn op hun retour. Op dit moment ontbreekt een sterk economisch verhaal.

De laatste slide van zijn presentatie ging over de toekomst van narratieve economie. Uiteraard zijn sociale media en internet in het algemeen bepalend voor de doorwerking van verhalen en dus van de beheersing van crises en hoe snel ze weer overwaaien. En natuurlijk zullen er in de toekomst nieuwe economische theorieën worden ontwikkeld. Maar het belangrijkste is dat economen onderzoek gaan doen naar populaire economische narratieven en hoe die precies werken. Bij de volgende economische crisis zal zulke kennis hard nodig zijn. Waarom ik hierover blog? Omdat het in de ruimtelijke planning net zo werkt. Wat bepaalt de effectiviteit van plannen en van ruimtelijk beleid? Niet de besluitvorming en niet de maatregelen of de ontwerpen, maar het narratief. Lees daarover mijn laatste boek, ‘Er was eens een stad’ (2021). Met name het hoofdstuk over Jim Throgmorton gaat hierover en in hoofdstuk 10 kom ik erop terug. Ook planologen zullen baat hebben bij theorievorming rond wat ik in mijn boek genoemd heb ‘visionaire of narratieve planologie.’

 

Uit het lood geslagen

On 1 december 2022, in boeken, natuur, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Geert Mak noteerde het al in 1996: de boer wordt helemaal gek gemaakt. In ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ beschreef de Amsterdamse boekenschrijver en journalist de immense veranderingen op het Friese platteland als gevolg van de door velen gewilde modernisering die zijn beslag kreeg in de twintigste eeuw. Ook liet hij zien welke rol de overheid daarin speelde. Met name het boerenbedrijf legde hij onder zijn vergrootglas, waarbij hij het verdwijnen van eeuwenoude boerenpraktijken in en rond het dorp Jorwerd in luttele jaren met veel gevoel voor tragiek nauwkeurig vastlegde. De boeren die het aanging noemde hij bij naam en toenaam. Ik herinner me hoeveel impact het boek destijds bij verschijnen op me had, maar realiseer me nu, na herlezing, ook dat ik het helemaal was vergeten. De boerenprotesten van afgelopen jaar kan ik nu weer veel beter begrijpen. We zijn vijfentwintig jaar verder en het is allemaal nog veel erger geworden. Dat het een keer moest mislopen had Mak in 1996 bij wijze van spreken al voorzien. Waarom werden we toen niet wakker?

Bij alle persoonlijke tragiek die de boeren trof viel me één ding met name op. Dat was hoe de bedrijven meer en meer werden losgekoppeld van de nabije omgeving. De mechanisatie was ingrijpend, robots namen het werk over, de aantallen explodeerden. Boeren moesten de boekhouding doen, administraties bijhouden, ze bedienden nu wereldmarkten, en verder zaten ze vooral achter de computer. “De natuur, het land, en ook de lokale economie deden er niet meer toe.” Dat leidde er volgens Mak toe dat de oude boerenomgeving steeds meer onderwerp werd van politiek en overheidsbeleid. Er kwam natuurbeleid, waterbeleid, erfgoedbeleid, ruimtelijk beleid, omgevingsbeleid. Zo probeerde de overheid nog iets van het oude platteland te redden. Tegelijk stimuleerde ze de boeren om nóg efficiënter te produceren. Mak: “Aan het eind van de twintigste eeuw leek er zo een vreemd soort pendelbeweging in gang te zijn gezet, van extreem techniek naar het extreem natuur, van de melkrobot naar de bloemenberm, van de otter naar de embryo-implantatie, heen en weer.” Met name die pendulebeweging is de laatste jaren nog veel erger geworden. Om gek van te worden. Op het platteland, zou je kunnen zeggen, is de boel definitief uit het lood geslagen. Vandaar die omgekeerde vlaggen.

 

Grand Palais Éphémère

On 7 november 2022, in cultuur, duurzaamheid, kunst, by Zef Hemel

Afgelopen zaterdag verscheen in Het Parool (6 november 2022) ons pleidooi voor de vestiging van het slavernijmuseum op het Frederiksplein, in het te herbouwen Paleis voor Volksvlijt van Samuel Sarphati (‘Nieuw Paleis voor Volksvlijt is beste plek voor slavernijmuseum’). Dat glaspaleis van architect Outshoorn stond inderdaad pal voor het huidige DNB, dat op dit moment ingrijpend wordt gerenoveerd. Ons lijkt deze centrale locatie veel gunstiger dan de winderige Kop van het Java eiland of de Six Haven in Amsterdam Noord. En Sarphati zelf biedt schitterende aanknopingspunten: deze bijzondere figuur was fervent voorstander van afschaffing van de slavernij, tevens oprichter van De Surinaamse Bank NV. Buurman DNB heeft, gezien zijn slavernijverleden, wel iets goed te maken. Dat vindt ze zelf ook. Stel je voor dat de Surinaamse gemeenschap een eigen plek en een gebouw krijgt in de Amsterdamse binnenstad, centraal gelegen, dicht bij de nationale toezichthouder op het machtige vaderlandse kapitaal en even verderop het Rijksmuseum. Indien we voortmaken kan het openen in feestjaar 2025, als Amsterdam 750 jaar bestaat. Het zou zelfs het centrum van de feestelijkheden kunnen worden.

Wat ons betreft hoeft het gebouw geen letterlijke kopie van het oude paleis te zijn. Neem als voorbeeld het tijdelijke Grand Palais Éphémère op het Champs de Mars in Parijs. Eind 2021 werd het geopend. Het staat pal voor École Militaire. Vanwege de renovatie van het Grand Palais – het Franse zusje van het Paleis voor Volksvlijt – heeft architect Jean-Michel Wilmotte tegenover de Eiffeltoren een tijdelijke expositieruimte neergezet, groot 10.000 vierkante meter, waar tentoonstellingen kunnen worden gehouden en waar zich tijdens de Olympische Spelen van 2024 de judo- en worstelwedstrijden zullen afspelen. Vier jaar lang biedt het plaats aan kunst, sport en cultuur op de plek waar Parijs ruim honderd jaar geleden wereldtentoonstellingen organiseerde. Met zijn gebogen dak en assenkruis en glazen puien ademt het de sfeer van het oude paleis. Zoiets zou Amsterdam toch ook moeten kunnen? Ons land kent uitstekende architecten, de tramlus op het Frederiksplein is al aanwezig, de funderingspalen van het oude paleis zitten nog in de grond. Men noemt het paleis van Wilmotte een toonbeeld van soberheid en duurzaamheid. Het kostte slechts 40 miljoen euro inclusief afbraakkosten want daarna zal het elders weer worden opgebouwd. En Grand Palais Ephémère werd in zeer korte tijd gerealiseerd. Zo zou het Paleis voor Volksvlijt toch ook kunnen verrijzen. Al was het maar tijdelijk, voor de feestelijkheden van 2025.

 

Een nieuwe visie op immigratie

On 31 oktober 2022, in demografie, duurzaamheid, by Zef Hemel

Afgelopen zaterdag las ik over “het gesprek dat we liever niet voeren.” Dat moeilijke gesprek gaat over een eventuele grens aan de immigratie. In de Volkskrant (29 oktober 2022) schreef Jurre van den Berg over hoeveel mensen ons land kan en wil herbergen. Twintig miljoen? Mogen het er meer zijn? Aanleiding is de relatief snelle groei van de Nederlandse bevolking door immigratie. Het is een nationaal gesprek en een nationale zorg, volgens sommigen een nationaal taboe dat doorbroken lijkt te worden door de wanvertoning in Ter Apel. In internationaal verband is er echter alle reden om optimistisch te zijn. Zo las ik in The Economist van 11 december 2021 een stuk over de versnelling van de mondiale demografische transitie: wereldwijd daalt het vruchtbaarheidscijfer van vrouwen nu zeer snel. Zelfs in het zeer dichtbevolkte India is het vruchtbaarheidscijfer op dit moment nog maar 2,0. De bevolking is daar dus gestabiliseerd, al zal het nog tot 2050 duren voordat de krimp daar intreedt. Dan zal het immense land 1,6 miljard inwoners tellen. Geen Nederlandse krant die erover berichtte, maar het is goed nieuws voor de wereld. Er komt een einde aan de groei.

Transities zijn complexe sociale fenomenen, aldus The Economist. Sterftecijfers die dalen kunnen nog vrij eenvoudig worden verklaard, en dalende geboortecijfers lijken met welvaartsgroei samen te hangen. Maar onderwijs en cultuur spelen ook een rol. En, niet te vergeten, voortgaande verstedelijking. Op het platteland zijn de vruchtbaarheidscijfers steevast hoger dan in de stad. Maar de dalende trend die zich wereldwijd voordoet en die de laatste decennia versnelt mede omdat de urbanisatie voortdendert, is opmerkelijk. Was het vruchtbaarheidscijfer van vrouwen midden jaren ’80 nog 3,5, in 2019 was het gedaald naar 2,4, en dan hebben we het over de hele wereld. De prognose van de VN voor 2100 (11 miljard aardbewoners) zal naar beneden moeten worden bijgesteld. Ja dat is heel goed nieuws voor de wereld en het stemt zelfs optimistisch, want bevolkingsdruk ligt aan de basis van de meeste wereldproblemen. Nog even en alles keert zich ten goede. Want na het grote omslagpunt zal ook ons perspectief op de toekomst van de wereld omkeren. Dat is nu ronduit zorgelijk, nee pessimistisch. Daar probeerde The Economist alvast op vooruit te lopen. Helemaal overtuigend lijkt dat niet: “The arrival of immigrants, once viewed as a threat, could even become as momentous an occasion as a birth in the family.”

 

Groene spelden in Almere

On 17 oktober 2022, in duurzaamheid, gezondheid, by Zef Hemel

Genoeg over de flop van de Floriade. Wat Almere wèl heel goed deed, was in de aanloop naar het evenement de bevolking stimuleren groene initiatieven te nemen of beter nog: te erkennen voor hun vele goede werken. Dat deed ze vanaf 2014 door burgers met groene vingers op een leuke manier in het zonnetje te zetten. Die kregen groene spelden voor initiatieven op het gebied van schoon afval, water, groen, energie, vervoer, voedsel en gezondheid, in totaal zes thema’s die alle een groene toekomst voor Almere beloven. De wethouder kwam langs, ze kwamen op de foto. Onlangs kreeg ik het derde overzicht in handen van de 50 portretten van bewoners van de nieuwe polderstad die het afgelopen jaar zo’n speldje verdienden. Hun initiatieven variëren van een nieuwe opleiding duurzame bedrijfskunde tot een zelfbeheergroep voor het groen oevers langs de Lage Vaart, van een groen- en afvalcoach Bezige Buur tot de oprichting van een ProVeg vereniging, van een kweker van Surinaamse groenten tot de aanplant van een Tiny Forest. Ik was onder de indruk, mede vanwege het enthousiasme.

De vele, zeer uiteenlopende initiatieven deden me denken aan de idealen van de groep jonge stedenbouwkundigen in de jaren ’70 die in het Smedinghuis het grondplan van Almere bedachten. Voor hen was het groene raamwerk van toekomstige bossen en plassen de basis van hun plan, de vele verspreide kernen in dit nieuwe groene landschap een uiteengelegde stad die bovenal menselijk was, met in het midden een grootstedelijk centrum aan het Weerwater, geweven in een web van vrijliggende fietspaden. Het groene raamwerk duidden ze aan als ‘de buitenruimte van Almere’, die diende voor vrij bewegen, dwalen en verdwalen, een sublieme ruimte voor de toekomstige ‘spelende mens’. Hun inspiratiebron was de utopische stad Nieuw Babylon van Constant Nieuwenhuys (1955-1969): een kunstproject met geschakelde ruimtes waarin vrijgevochten mensen zelf mochten bouwen en ontwikkelen, in vakjargon van de stedenbouwkundigen aangeduid als een ‘landschapsontwikkelingszone’ die zich geheel door de bewoners van onderop liet ‘ontwikkelen’. In plaats van sterke wethouders en rijksdiensten, zelfbewuste burgers die groene speldjes verdienden met nuttige, duurzame en plezierige ondernemingen in de uitgestrekte groene ruimte van de polderstad. Geen prestigeprojecten, maar kleinschalige experimenten; mensen, planten en dieren vormden daarin het middelpunt. Ik zie uit naar de volgende 50 speldjes.

 

Revolutie dankzij het ijs

On 14 oktober 2022, in boeken, geschiedenis, by Zef Hemel

Natuurlijk ging het me in de eerste plaats om de treinreis van Vladimir Ilyich Lenin. De Bolsjewiekenleider reisde, zoals genoegzaam bekend, in april 1917 in een verzegelde trein vanuit het neutrale Zürich door het vijandige Duitsland naar Zweden en via grensstad Haparanda door naar Finland, om uiteindelijk in Petrograd aan te komen. Zijn rit naar het noorden vormde het begin van de grote arbeidersopstand in de toenmalige hoofdstad van het Russische rijk, met de stichting van de Sovjet Unie tot gevolg. Catherine Merridale schreef er een spannend boek over: Lenin on the train (2016). Nee, daarnaast ging het me óók om Petrograd. De stad die na de omwenteling Leningrad zou gaan heten, noemen we tegenwoordig Sint Petersburg en bezocht ik in 2014 om er een lezing te geven. Toen pas, door ter plekke de stad te leren lezen, begon ik de Russische revolutie te begrijpen. Petrograd, aldus Merridale, was in 1917 een stad van meer dan twee miljoen inwoners, die sinds het begin van de oorlog was volgestroomd met migranten en vluchtelingen. De hele bevolking werkte in de Russische oorlogsindustrie die na 1914 door de ombouw van de fabrieken alleen nog maar wapentuig leverde.

Mooi schetst Merriddale hoe achter het Finland station in het Vyborg district arbeiders samendrongen langs de smalle straten die naar de fabrieken van Erikson metaal- en machinewerken, Nobel en Nieuw Lessner (specialisatie: wapens en explosieven), de oude Sampson textielfabriek (uniformen en helmen) en nog een aantal andere grote fabrieken leidden. Aan de overkant van de Neva, in het oosten, lagen de staatsbedrijven die explosieven en kruit produceerden, en dan meer naar het zuidwesten de enorme Putilov werken, waar tienduizenden arbeiders atillerie van de lopende band lieten rollen. De noodzakelijke woningbouw was al aan het begin van de oorlog stilgevallen, terwijl de mensen bleven toestromen, met overbewoning tot gevolg. En mensen leden uitzichtloze honger, althans in dit deel van de stad. Hoe anders was de situatie op de zuidoever langs het waterfront, waar de rijke Russen rond het Winterpaleis van de tsaar met champagne en kaviaar hun feesten vierden. Hun grootste klacht was dat je achter hun vele smetteloze paleizen de smerige fabrieken zo goed kon zien. Rijk en arm ontmoetten elkaar niet in de door Peter de Grote gestichte stad. De drie bruggen over de brede rivier verhinderden dat; bij onrust kon het leger ze zelfs gemakkelijk afsluiten. En onrustig zou het worden. Honderden stakingen braken uit. Maar de revolutie werd eigenlijk pas mogelijk door het ijs, toen in januari de rivier dichtvroor en de arbeiders gemakkelijk over het ijs naar het Winterpaleis konden oprukken. Zo belangrijk was de treinreis van Lenin nou ook weer niet.

 

Citylab 2022

On 10 oktober 2022, in ethiek, by Zef Hemel

Kijk, zo bouw je een stedenfeestje. Amerikanen kunnen dat wel. Citylab, het mondiale netwerk van steden van de Bloomberg Foundation bezoekt dezer dagen Amsterdam. Vanochtend om 9 uur mengde ik me tussen de ruim 200 gasten uit de hele wereld in de grote zaal van het Krasnapolski hotel op de Dam tijdens de openingssessie, waar eerst vier muzikanten de geesten en lichamen losmaakten, gevolgd door een vrouwelijke dj in het wit die de muzikanten bijviel en ons opzweepte en die zo lekker tekeer ging dat alle jetlags, schat ik, op slag verdwenen. Daarna betrad Michael Bloomberg het podium, de 79-jarige oud-burgemeester van New York en naamgever van de stichting die Citylab sinds 2012 financiert. Zijn uitstekende toespraak (klimaatverandering kan niet meer worden ontkend) werd gevolgd door een interview met de nog oudere Britse starchitect Norman Foster, bouwer van vliegvelden, wolkenkrabbers, wereldmusea en natuurlijk de Duitse Bondsdag. Het gesprek ging over de pandemie en of er iets in onze steden veranderde. Foster meende van niet. Kijk maar naar de geschiedenis, zei hij. Wel kan de pandemie verandering versnellen. Verder, vond hij, moest gebiedsontwikkeling meer gericht worden op fun. De rest van de ochtend was voor de vrouwen. Toen sloeg de stemming om.

Twee dappere vrouwelijke burgemeesters, van Washington DC en Bogotà, vertelden hoe ze hadden moeten toezien hoe hun steden waren gekaapt door lelijke presidenten en hoe hun straten vervolgens waren overgenomen door boze menigten die slaags raakten met oproerpolitie. En het gevaar was nog lang niet geweken. Wat konden ze doen? Ze werden gevolgd door twee vrouwelijke Chief Heat Officers (sic!), van Los Angeles en Athene, die vertelden over de extreme hitte-eilanden in hun steden en de vele slachtoffers die deze, nu al, eisten. Hitte blijkt een snelgroeiend probleem. Daarna werd de zaal donker. Op twee grote schermen verscheen de burgemeester van Kiev, de oud-bokser Vitali Klitschko. Achter hem wapperde de Oekraïense vlag boven de heuvels met het schitterende kloostercomplex van Pecherk-Lavra en de rest van de miljoenenstad en we wisten dat op dat moment Kiev door de Russen met raketten werd beschoten. Hij riep ons op solidair te zijn. Vervolgens moesten we snel door naar onze workshops. Echter, mij lijkt deze tijd geen tijd voor Smart Cities, robotbootjes, data-analyses, CTO’s en een Digitale Stad in feestjaar 2025, althans ik had er geen zin meer in. We moeten juist de fysieke werkelijkheid onder ogen zien. Want, geef toe, het dreigt volledig mis te lopen. Maar onze kinderen zitten op TikTok, en wij bouwen een feestje? Snel door naar een ander congres met een urgenter programma. De wereld verandert mij te snel.

 

Uitwaaien aan zee

On 4 oktober 2022, in toerisme, by Zef Hemel

Terwijl de oorlog in de Oekraïne voortwoedt, kregen wij in het kleine stadhuis van Zandvoort een uitstekende presentatie over de Noord-Hollandse badplaats in het Belle Époque. Wat lange tijd een arm vissersdorpje was, veranderde midden negentiende eeuw in een rijke, mondaine badplaats – een razendsnelle ontwikkeling die begon met het openen van het badhuis in 1825 naar een ontwerp van jonkheer Barnaart en die zijn hoogtepunt bereikte met het gereedkomen van de grote Kurzaal in 1881, een ontwerp met liefst vier torens van de architect Van Wijk. Tegelijk opende de spoorlijn Haarlem-Zandvoort met een laaggelegen station pal aan zee; een houten passage verbond het strand en de Kurzaal met de stationshal. Indrukwekkend was het gebouwencomplex met de twee galerijen die samen een halvemaan vormden en die een groot terras omsloten waar liefst 4.000 mensen konden zonnebaden met zicht op zee. De hele kuststrook richting Bloemendaal was opgekocht door een Duitse ondernemer die hier werkelijk grootse plannen had. In de Passage konden badgasten winkelen maar ook eten en drinken. Op historische foto’s ziet het er zeer aantrekkelijk uit. De trein uit Basel reed door tot aan zee, waar zich een breed strand bevond dat nu beroemd en geliefd was bij de elite van heel continentaal Europa.

Uiteindelijk vormden de bezoeken van keizerin Sisi aan Zandvoort in 1884 en het jaar daarop het hoogtepunt, ook al reisde de met gezondheidskwalen kampende keizerin in cognito. Rijke mensen bouwden dure villa’s in de nabijheid van de Kurzaal. Dat nog lange tijd de internationale treinen uit Zwitserland tot aan Zandvoort doorreden heeft met deze bijzondere reputatie alles te maken. Maar de bloeitijd duurde kort: al met al niet langer dan 20 jaar. Minstens zo interessant is de neergang van de badplaats die daarop volgde. Toen eenmaal ook dagjesmensen op het brede strand arriveerden, lieten de rijken verstek gaan en veranderde Zandvoort aan Zee in een goedkoop pretpark zonder veel glans. Dat begon met de aanleg van de elektrische tram in 1899, later wegens technische mankementen vervangen door een paardentram. De passage brandde af nadat eerder het station in zuidelijke richting was verplaatst waardoor bezoekers wegbleven, de Kurzaal werd ingrijpend verbouwd en verloor zijn charme. In de Tweede Wereldoorlog werden grote delen van de boulevard opgenomen in de Atlantikwall. Die sloeg wonden in het stedelijke weefsel, die nooit meer zijn hersteld. Na de lezing mochten we ons hoofd breken over een mogelijke revitalisering van de badplaats. Leveren Formule 1-races hiervoor een aanknopingspunt? Ik ging uitwaaien op het strand.

 

Onze steden worden bossen

On 8 september 2022, in boeken, duurzaamheid, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

We zijn gewaarschuwd. De journalist Addie Schulte recenseerde voor NRC Handelsblad (1 juli 2022) een aantal boeken over bomen. Dat klinkt misschien onschuldig, maar is het niet. (Jammer dat u net op vakantie was en zoveel zin had in avontuur.) Vooral het boek van Ben Rawlence (‘The Treeline’, vertaald als ‘De boomgrens’) maakt ronduit angstig. Dat zit zo. De Britse schrijver Rawlence is nieuwsgierig naar de toestand van het grootste bos op aarde: dat ligt, om precies te zijn, in Siberië. Daartoe spreekt hij onder andere met Sergej Zimov, een Russische wetenschapper die het verschijnsel permafrost bestudeert. Bij oplopende temperaturen, vertelt deze hem, verdwijnt de permafrost en komen op grote schaal methaan en koolstof vrij. Dat gebeurt nu al en het gaat razendsnel. Het zal volgens hem leiden tot de ondergang van de beschaving. Door het opschuiven van de boomgrens naar het noorden zal de aarde zelfs nog sneller opwarmen. “Bomen bieden niet langer troost, ze waarschuwen ons.” Onze beschaving zal compleet instorten.

Een ander boek is ‘Bomen van de wereld’ van de Italiaanse bioloog Stefano Mancuso. Die schrijft over veeteelt in de wereld en over hoeveel grondoppervlak die wel niet eist – de belangrijkste oorzaak van ontbossing. We moeten dus stoppen met vlees eten. Maar zelfs dat is niet genoeg om het tij te keren. Over klimaatverandering noteert hij dat met de aanplant van duizend miljard bomen de enorme hoeveelheid CO2 in de atmosfeer opgevangen zou kunnen worden. Schulte: “Het liefst komen ze in steden, want die worden het heetst en kunnen onleefbaar worden. Elk mogelijk oppervlak van die steenklompen zou bedekt moeten worden met planten.” Onze steden radicaal beplanten is dus de opgave, niet slechts de straten en pleinen, maar ook de parkeerplaatsen en de directe stedelijke omgeving, ze zullen met zoveel mogelijk bomen moeten worden aangeplant en wij zullen daar ook zo snel mogelijk mee moeten beginnen. Rawlence weet het zeker. We moeten terug naar het bos. Dat bos heeft ons gevormd en wij hebben het omgehakt. Onze steden zullen bossen moeten worden. Wanneer zijn er verkiezingen?

 

Gewoon geopolitiek

On 8 september 2022, in demografie, economie, by Zef Hemel

Zeker, Belton’s ‘Putin’s People’ heb ik gelezen. Het is een huiveringwekkend boek en het is ook knap geschreven. Toch moet ik bij alle nieuws over Rusland telkens weer aan dat ene gesprek in het vliegtuig denken toen ik die vroege ochtend van Amsterdam naar Moskou vloog. Het was ergens in het voorjaar van 2012. In die tijd reisde ik maandelijks naar de Russische hoofdstad vanwege mijn lidmaatschap van het expertteam dat de competitie voor het structuurplan voor de Moskouse agglomeratie begeleidde. Tien internationale consortia met ster-architecten streden met elkaar om de prijs voor het beste toekomstplan, alles naar het voorbeeld van Nicolas Sarkozy’s ‘Grand Paris’. Elke maand presenteerden ze hun vorderingen in een groot hotel in de buurt van het Kremlin. Wij moesten hun werk vervolgens becommentariëren. Dat was erg leuk om te doen. De sfeer was optimistisch. Met Rusland leek het toen nog de goede kant op te gaan. In het vliegtuig tijdens een van mijn vluchten zat ik naast een Canadees die in Siberië naar olie en aardgas boorde. We raakten met elkaar in gesprek. Dit is wat hij me zei.

Rusland is uiteindelijk de winnaar. Dat is omdat het land zo immens groot is en omdat het over alles beschikt. Want vrijwel alle voorraden grondstoffen die de wereldbevolking in de toekomst nodig heeft bevinden zich uitgerekend daar: olie, gas, hout, graan, mineralen, en niet te vergeten zoet water. Het grootste land op aarde is extreem dunbevolkt, maar het wordt omringd door de allergrootste stedelijke centra van de wereld: het hoogontwikkelde Europa in het westen, het sterk geürbaniseerde China en Japan in het oosten, het dichtbevolkte Midden-Oosten in het zuiden. Die hebben straks allemaal Rusland nodig om te overleven. Eerst gaat het nog om gas en olie, daarna om hout en mineralen, maar uiteindelijk zal de strijd gaan om schoon drinkwater. Natuurlijk voelt het land zich bedreigd. Daarom ook versterkt het al zijn grenzen. Dat is toch volkomen logisch? Het is gewoon geopolitiek. Dat zei de Canadees, die zelf in het op een na grootste land op aarde leefde. Als Amsterdammer voelde ik mij ineens heel erg klein. En toen ik even later boven Moskou zweefde, besefte ik dat de uitgestrekte metropool met zijn zeventien miljoen inwoners zo groot is als heel Nederland. In de competitie zou Moskou verdubbelen.