‘Het leven van mijn tijd’

On 11 november 2018, in boeken, literatuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘4321’ (2017) van Paul Auster:

Afbeeldingsresultaat voor 4321 auster

Pas op het einde van de nieuwste roman van Paul Auster wordt duidelijk wie de echte Archibald Ferguson is. Van de vier parallelle levens van de opgroeiende jongen aan de Amerikaanse oostkust blijkt de laatste, nummer 4, degene te zijn die de roman uiteindelijk schrijft. Hij is de Archibald die creatief is, die veel schrijft en die graag beroemd wil worden. De andere Archibalds besluiten een andere weg te gaan, hun drie levens zijn door nummer 4 verzonnen. Hun levens wijken ook steeds meer af van de oorspronkelijke Archi en sterven bovendien allemaal te vroeg. Alleen de echte Archi Ferguson blijft over. Meer dan ooit gaat deze vuistdikke roman van de Amerikaanse schrijver Paul Auster over toeval in het leven. Of eigenlijk gaat deze bildungsroman over de stad New York, ze is een lofzang op complexiteit. Want ofschoon hij geboren wordt in een eenvoudig joods gezin in Newark, steekt de hoofdpersoon al op jonge leeftijd met zijn vrienden de Hudson over om in New York hun geluk te beproeven. “Compactheid, immensiteit, complexiteit, zoals Ferguson het eens zei toen hem gevraagd werd waarom hij de stad boven de voorsteden verkoos, een gevoel dat door de vijf leden van zijn groepje gedeeld werd,” waarop alle vijf besloten om in New York te gaan studeren.

Ook elders in de roman wordt afgerekend met de provincie. Rochester in het noordwesten van de staat New York is een stad in een krimpregio waar hij in een van zijn levens verzeild raakt om er een journalistieke carrière te beginnen, maar er valt daar weinig te beleven. Het leven is er te eenvoudig. Nog voordat hij besluit om naar New York terug te keren sterft hij als gevolg van een brand in het verlopen huis waar hij woont door een sigaret van zijn werkloze benedenbuurman. En zijn studie aan Princeton in een ander leven wordt door het verlies van een beurs al na één jaar afgebroken, waarna hij zijn studie afmaakt in New York. Het vertrek van zijn vriendin Amy naar San Francisco in weer een ander leven kan hem niet verleiden om mee te gaan naar de westkust. Terwijl zij hem brieven schrijft over de Summer of Love, haar Hof van Eden, schrijft hij haar terug: “Zo te horen heb je er de tijd van je leven. (…) Ik heb hier in New York het leven van mijn tijd.” In weer een ander leven maakt hij een kort uitstapje naar Londen om zijn uitgever te ontmoeten. Bij het oversteken van de straat wordt hij overreden door een auto. “De goden keken vanaf hun berg naar beneden en haalden de schouders op.” De roman eindigt in 1974, als nummer 4 besluit naar Parijs te vertrekken. “De volgende vijfenhalf jaar woonde hij in een tweekamerflatje in de rue Descartes in het vijfde arrondissement, gestaag werkend aan zijn roman over de vier Fergusons, die tot een veel dikker boek uitgroeide dan hij zich had voorgesteld, en toen hij op 25 augustus 1975 het laatste woord schreef, omvatte het manuscript uiteindelijk een totaal van elfhonderddrieëndertig met dubbele regelafstand getypte pagina’s.” Ach ja, New York. En ook Parijs.

Tagged with:
 

Gevraagd: parlement van burgemeesters

On 9 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Greater Greater Washington.org’ van 22 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor amazon hq2 bidbooks

Bron: Bidbook Detroit voor Amazon HQ2

 

Is het grote besluit dan eindelijk gevallen? Waar komt het tweede hoofdkantoor van Amazon, goed voor 50.000 nieuwe banen en een investering van zeker 5 miljard US dollar? Deze week maakte het Amerikaanse e-commerce bedrijf bekend dat het nieuwe hoofdkantoor zal worden gesplitst. Naast hoofdzetel Seattle komen er nu twee hoofdkantoren aan de Oostkust van elk 25.000 banen: een in New York en een in Washington DC, al blijft Atlanta nog in de race. Wie Richard Florida op Twitter volgt, moet wel concluderen dat Amazon het spel uiterst geraffineerd speelt. In januari stelde het bedrijf een top 20 samen uit een veelheid van aanbiedingen van steden. Daarna moesten de twintig aan de slag. Ze kregen een jaar de tijd om een bidbook te maken. Florida wist al vroeg te melden dat eigenaar Jeff Bezos in zowel New York als Washington een huis bezit, dus zette hij zijn kaarten op deze twee steden. Daarna beschreef hij de gevolgde strategie in zijn tweets, hij volgde het proces van dag tot dag. Het miljardenbedrijf, maakte hij duidelijk, jaagt op de laagste lokale belastingen en de grootst mogelijke fysieke voordelen. Het laat steden genadeloos tegen elkaar opbieden. Tot op het laatst laat het onduidelijk welke stad nu precies gaat winnen. Door uiteindelijk voor twee steden te kiezen en een derde stad in de race te houden worden de favoriete twee helemaal uitgemolken en wordt bovendien de dubbele winst gepakt. Trouwens, de twee staten betalen het meest. Verliezer Chicago is ongelooflijk boos. Ondertussen gaan de onderhandelingen verder.

Op dit moment vinden er gesprekken plaats tussen het bedrijf en de steden van keuze èn hun buurgemeenten. Favorieten zijn Long Island (New York) respectievelijk Crystal City (Washington DC). Dus stel u voor, Amsterdam wint uiteindelijk een moordende race om een hoofdkantoor ergens in Noord-West Europa. Echter, het krijgt maar de helft, want een deel gaat naar Londen, maar Amsterdam moet wel alles betalen en regelen. Verliezer Parijs is furieus. Vervolgens start het bedrijf onderhandelingen met Almere, Amstelveen, Zaanstad en Haarlem over de exacte locatie. Kantoorpanden worden in de aanbieding gedaan, via de buurgemeenten lopen aanbiedingen op stationslocaties met extra perrons en langere treinen, langs snelwegen worden extra afslagen gemaakt, grond wordt gratis aangeboden, alles wordt gedaan om het hoofdkantoor binnen de gemeentegrenzen te krijgen. Bij NBC zei Florida dat er niets mis is met de onderhandelingstactiek van Amazon. Wel vond hij dat de steden zich veel te gemakkelijk tegen elkaar lieten uitspelen. Ze hadden één front naar Amazon moeten maken. Nu ging elke stad tot op de bodem. Het deed me denken aan Benjamin Barber’s ‘If Mayors Ruled The World’ (2013). Alleen een volwaardig parlement van burgemeesters had tegen Amazon weerstand kunnen bieden. En iets als een MRA is bittere noodzaak. Toch niet zo’n slecht idee van Barber.

Tagged with:
 

Hoezo toeristische topbestemming

On 7 november 2018, in benchmarks, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City Travel & Tourism Impact 2018’:

Afbeeldingsresultaat voor city travel and tourism impact 2018

Nee, Amsterdam behoort zeker niet tot de topbestemmingen in de wereld als het om toerisme en reizen gaat. Gezien alle ophef zou je bijna denken van wel, maar toch is het niet zo. In het nieuwe ‘City Travel & Tourism Impact 2018’ komt de Nederlandse hoofdstad gewoon niet voor. De belangrijkste bestemming in de wereld, aldus de World Travel & Tourism Council in haar jaarlijkse overzicht, is Shanghai, gevolgd door Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City, Las Vegas, Shenzhen, Guangzhou, Londen, Hongkong, Miami. Nee, Amsterdam prijkt eens niet in de top 20. Zelfs relatief, dus afgemeten naar de omvang van de stad, komt Amsterdam niet in de top 20 voor. Dan heeft het Marokkaanse Marrakech eerder reden tot klagen. Of Antalya, Dubrovnik, Las Vegas, Venetië, Dubai. Nee, Amsterdam is helemaal geen wereldspeler als het om toerisme gaat. In Europa loopt de as van het toerisme nog altijd van Rome via Parijs naar Londen. Wel groeit het aandeel van steden in het wereldwijde toerisme. Dat aandeel is nu al 47% .

Met name de Chinese steden veroveren de wereld. Dat geldt zeker voor Macao. In Hongkong spenderen de toeristen het meeste geld, daarna volgen Macau, Dubai, New York, Bangkok, Singapore. Vanzelfsprekend ontbreekt de Nederlandse hoofdstad volkomen in dit rijtje. Amsterdam is ook geen ‘gateway’. Dat zijn Shanghai, Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City. Nee, Dublin doet het in dat opzicht altijd nog beter. En ook behoort Amsterdam niet tot de snelste groeiers. Dat zijn Abu Dhabi, Teheran, Chongqing, Lagos, Singapore. Relatief dan toch wel misschien, want Amsterdammers ervaren het sinds 2014 toch aan den lijve? Nee dus. Dat zijn eerder steden als Manila, Cairo, Madrid, Abu Dhabi, Londen, Riyad. Wel staat Amsterdam op plek 16 als het gaat om het aandeel van de werkgelegenheid in toerisme in de totale werkgelegenheid van de stad (9%). En ook heeft het toerisme naar Amsterdam binnen Nederland een relatief hoog aandeel (33%). Nee, Amsterdam is absoluut en zelfs relatief geen wereldspeler als het om toerisme gaat. Dan eerder nog Barcelona. Die stad staat op plaats 15 als het gaat om het aandeel internationale toeristen (8,9%). De rest van de wereld begrijpt al die humbug in het Amsterdamse niet vanwege die letters en die hotels en die bierfietsen en die Airbnb-appartementen en die nutellawinkels. Of misschien is Amsterdam wereldleider in het aantrekken van een hinderlijk soort toerisme. Een toerisme dat veel op straat verblijft. Maar daarover verstrekt de Impact helaas geen cijfers.

Tagged with:
 

REOS mag in de revisie

On 6 november 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in CPB Discussion Papers 376 en 377 (2018):

Afbeeldingsresultaat voor cpb stedelijke productiviteit

Bron: CPB

Interessant nieuw begrip: productiviteitsvoordelen. Zulke voordelen kleven aan grote steden. Tien jaar werkervaring in Amsterdam leidt voor een jonge werknemer tot circa 11% meer loon dan tien jaar werkervaring in de minst verstedelijkte gebieden. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een tweetal recente studies. Sinds een tiental jaren brengt het CPB studies naar buiten die gaan over steden en hun agglomeratievoordelen. De eerste was ‘Stad en land’ (2010). Coen Teulings, tegenwoordig universiteitshoogleraar in Utrecht, was destijds directeur van het Haagse planbureau. Henri de Groot en Gerard Marlet waren de onderzoekers. In al hun studies worden de economische voordelen van metropoolvorming erkend. De twee recente studies gaan over de geografische reikwijdte van agglomeratievoordelen en over lonen die sneller stijgen in grotere steden. Als een werkplek binnen een straal van 10 tot 20 kilometer van een grote stad ligt profiteren werknemers het meest. Op grotere afstand verdwijnt het effect. Op 40 tot 80 kilometer afstand is het effect statistisch niet meer significant. Investeringen in infrastructuur zijn het gunstigst voor productiviteitsvoordelen als deze plaatsvinden in en zeer dichtbij grote steden. Bij Amsterdam zijn de voordelen het grootst (zie kaartje). Dat betekent einde van het spreidingsbeleid en einde aan de lofzang op de Nederlandse provinciestad. Tijd om substantieel te investeren in en direct rond de grote steden, te beginnen in Amsterdam.

Overigens merken de onderzoekers op dat de loonvoordelen en elasticiteiten relatief klein zijn in de Nederlandse context vanwege het gespreide en polynucleaire karakter van de Nederlandse verstedelijking. Met andere woorden, als Nederland echt grote steden had gehad, dan waren de loonvoordelen nog veel groter geweest. Desalniettemin achten zij het bestaan van een ‘urban wage growth premium’ voldoende aangetoond. En wat die agglomeratievoordelen betreft, die bestaan vooral binnen de grote steden zelf. Direct in de nabijheid, op korte afstand, zijn nog wel agglomeratievoordelen te behalen, maar dan zijn ze al beperkt. De voordelen nemen snel af naarmate de afstand groeit. Om maximaal van agglomeratievoordelen te profiteren is het het beste om de grote steden groter te maken. Daarmee ondersteunen de studies mijn pleidooi voor compacte metropoolvorming. Een Randstad of zelfs een regionale spreiding binnen verschillende metropoolregio’s hebben minder voordelen. Ten slotte, het meeste profiteren hoogwaardige dienstverlenende bedrijven van grootstedelijke agglomeratie. Het minste profijt hebben industriële bedrijven. Die laatste kun je gerust uitplaatsen naar buiten. Ik zou zeggen: de REOS (Regionaal-Economische Ontwikkel Strategie) van het Rijk mag grondig in de revisie. Zonde van al die miljarden overheidsgeld. Gebruik dat geld liever om een paar industrieën uit te plaatsen.

Amsterdam, het Singapore van Europa

On 4 november 2018, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in het Global Cities Report 2018 van A.T.Kearney:

Afbeeldingsresultaat voor global cities report 2018 a.t. kearney amsterdam

In de Global Power City Index 2018 van de Japanse Mori Foundation is Amsterdam gestegen naar plaats 6, vlak achter Singapore. Dat is goed nieuws, maar het is ook gevaarlijk, want het schept verplichtingen. Londen staat onverminderd bovenaan, gevolgd door New York, Tokio en Parijs. Als altijd hebben de Japanners loepzuivere cijfers geproduceerd. De nauwkeurigheid ervan duizelt je. Neem de positie van Londen. Die blijkt door de Brexit alleen maar versterkt. Wie had dat gedacht? De stijging van de huizenprijzen blijkt geringer, het prijsniveau in de stad is geluwd, de leefbaarheid is sterk toegenomen. Vooral de culturele interactie blijkt in Londen verbeterd. Londen heeft zijn toppositie geconsolideerd. Het verschil in cijfers met de index van A.T.Kearney is trouwens opvallend. Sinds tien jaar maakt het Amerikaanse consultancybureau zijn Global Cities Report. Het meet het zakelijke succes van wereldsteden, waaronder aanwezigheid van menselijk kapitaal, transparantie, kennisinstellingen, politiek bestuur en cultureel kapitaal. Dit jaar zijn het 135 steden, waaronder zeven Chinese nieuwkomers. Amsterdam staat op plaats 22, tussen Wenen en Barcelona. Los Angeles en Moskou zijn de grootste klimmers. Bij A.T.Kearney  is New York onverminderd nummer een en Londen nummer twee. Londen is daar als gevolg van de Brexit juist verzwakt, gemeten naar ‘political engagement’.

Naast de Index produceert A.T.Kearney ook jaarlijks een Global Cities Outlook. Deze meet de vooruitzichten van een stad op een toonaangevende positie. Gemeten wordt persoonlijk welbevinden, economische activiteit, innovatiekracht en governance. Melbourne blinkt uit in persoonlijk welbevinden, New York in economische activiteit, San Francisco in innovatiekracht en Geneve in governance. In de Outlook 2018 staat San Francisco op een, New York op twee, gevolgd door Londen, Parijs en Singapore. Amsterdam volgt Singapore op plaats zes. Liefst tien plaatsen is Amsterdam in één jaar gestegen. Zo’n gevaarlijk hoge positie is voor de Nederlandse hoofdstad ongekend. Vooral in persoonlijk welbevinden scoort de stad erg goed. Maar ook is de instroom van Foreign Direct Investment sterk toegenomen. Wie gruwt van benchmarks van steden moet nu stoppen met lezen. Maar wie wil weten hoe de rest van de wereld naar ons kijkt doet er goed aan zich rekenschap te geven van deze uitzonderlijke toppositie. Allerlei ingrijpende veranderingen in het Amsterdamse landschap zullen dan minder als een verrassing komen. Amsterdam is op dit moment het Singapore van Europa. Dat schept, als gezegd, verplichtingen.

Tagged with:
 

Duizend kilometer asfalt erbij?

On 1 november 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 30 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor files nederland kaart

 

Op dinsdagmorgen 29 oktober 2018 stond in Nederland 970 kilometer file, de donderdag erna zelfs 1135 kilometer. Het Parool kopte: ‘Veel meer wegen, en toch meer files’. Aanleiding waren nieuwe cijfers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. De files in Nederland worden steeds frequenter en steeds langer. Er zijn meer auto’s op de weg en alle voertuigen samen leggen meer kilometers af. Er valt niet tegenop te asfalteren. Ook het treinverkeer neemt toe. Nederland voelt als één grote stad. In 2016 constateerde het EIB een vertraging in de aanleg van nieuwe infrastructuur als gevolg van de financiële crisis en voorspelde zij tot 2025 een snelle groei van het aantal voertuigkilometers in het personenvervoer. (Investeren in de infrastructuur, 2016) Vooral in de Randstad groeit de pendel erg snel. Pas na 2020 “ontstaat er meer capaciteit.” Ondertussen moet er steeds meer geld naar reconstructie en vervanging van bestaande infrastructuur. Dat is complex en kostbaar, aldus het EIB. Het instituut bepleitte daarom een ‘toekomstgerichte investeringsstrategie’ waarin de aanleg van nieuwe infrastructuur wordt afgezet tegen de maatschappelijke baten op het gebied van energievoorziening en CO2-reductie. Ach ja, minder CO2-uitstoot. Deze week liet de minister de Kamer weten dat de regering tot 2030 19 miljard euro wil uittrekken om nog eens duizend kilometer rijstroken aan te leggen en knelpunten op te lossen. Dat is asfalt van Amsterdam tot aan de Zwitserse Matterhorn.

Niemand lijkt zich de vraag te stellen waardoor deze explosieve vervoersbehoefte wordt veroorzaakt anders dan door economische groei. Ook het EIB noemt economisch herstel, hogere eisen van gebruikers en ‘toenemende mobiliteit’ (sic!) als oorzaken. Daarnaast ziet het rijksbezuinigingen op de infrastructuurbudgetten tijdens de crisis als de grote boosdoener. Een inhaalslag is nodig, denkt het instituut in Den Haag. Dat het gespreide Nederlandse verstedelijkingspatroon en de neiging van de rijksoverheid om voorzieningen en middelen over het land te verdelen het fileleed flink verergeren, wordt nergens genoemd. Doodleuk rekende het EIB het kabinet voor dat tussen 2015 en 2030 een bedrag van liefst 245 miljard euro nodig is voor nieuwe infrastructuurinvesteringen. Zo blijven we doorgaan met nieuw asfalt storten, tot uiteindelijk alles vastloopt. Want de files zullen alleen maar in omvang groeien. In ‘De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ (2016) citeerde ik de Franse geograaf Pierre George, die ooit schreef dat spreiden van stedelijke ontwikkeling door de natiestaat buitengewoon onverstandig is, omdat zeer omvangrijke infrastructurele uitgaven gedaan zullen moeten worden om er weer een geheel van te maken. De publieke uitgaven zullen ‘in geometrische progressie’ stijgen in verhouding tot de uitbreiding van het stedelijke systeem. Het is een van die “falende hoog-modernistische overheidsschema’s.” Alleen grootstedelijke concentratie helpt. Je moet het stedelijke systeem aanpakken. Je moet, om te beginnen, Amsterdam verdubbelen. Zou Den Haag dit ooit begrijpen?

Hunting Amazon

On 31 oktober 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Investorplace.com van 19 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor number of flights atlanta seattle

 

‘Amazon zij met ons’ van VPRO’s Tegenlicht gezien? In januari 2018 blogde ik over het tweede nieuwe hoofdkantoor van Amazon. In 1994 begon oprichter Jeff Bezos vanuit zijn garage in Seattle boeken te verkopen. Inmiddels bezit zijn imperium daar de grootste campus van alle Amerikaanse bedrijven. Vorig jaar gaf het e-commercebedrijf aan een tweede hoofdkantoor te willen vestigen in een andere Amerikaanse stad, goed voor 50.000 arbeidsplaatsen. Het gaat om een investering van 5 miljard US dollar. Daarop brak een ware wedloop uit tussen Amerikaanse en Canadese steden. Eind september 2017 sloot de inzending. In totaal boden steden 7 miljard dollar in de vorm van belastingvoordelen. Wat nou dividendbelasting. Nooit eerder hebben steden zo tegen elkaar opgeboden. De hoofprijs is dan ook niet normaal. Tussen 2010 en 2016 zou Seattle dankzij de aanwezigheid van Amazon liefst 38 miljard dollar hebben verdiend. Amazon zegt bereid te zijn om in de lokale gemeenschappen te investeren, om milieuprojecten te ondersteunen en onderwijsfaciliteiten te sponsoren. Op 18 januari 2018 maakte het bedrijf zijn top twintig van favoriete steden bekend. Om in aanmerking te komen, liet het toen weten, moet een stad tenminste een miljoen inwoners tellen. Niet zo vreemd. Kleinere steden zullen door de gigant onder de voet worden gelopen.

Op Investorplace.com las ik een inschatting van de steden die het vermoedelijk niet zullen halen. Het blad noemde er zeven: Toronto (te duur), Newark (minder aantrekkelijk dan New York), Denver (te dicht bij Seattle), Columbus (haalt het niet bij Chicago), Nashville (haalt het niet bij Atlanta), Austin (mist een groot vliegveld), Raleigh (mist de bevolking en de infrastructuur). Volgens het zakenblad maken de grote steden aan de oost- en zuidoostkust de meeste kans: Boston, New York, Chicago, Washington DC, Atlanta. Want welke stad kan in korte tijd zoveel nieuwe gezinnen huisvesten? En wie beschikt over een groot vliegveld met uitmuntende verbindingen? Forbes kwam afgelopen week met een top vijf van steden die volgens haar de grootste kans maken: Atlanta, Austin, Toronto, Pittsburgh, Boston. De winnaar is in ieder geval groot, zal economisch divers zijn, beschikt over een grote luchthaven en ligt geografisch gunstig vanuit Seattle gemeten. Trouwens, elke stad van de overgebleven dertien in het lijstje van Investorplace biedt veel geld en enorme belastingvoordelen aan Amazon. Voor het einde van het jaar laat Bezos weten in welke stad het zich zal vestigen. Mijn gok: Atlanta, Washington DC of New York. Boston is te klein. Hartsfield-Jacson airport in Atlanta is lekker groot. Washington DC is …..

Tagged with:
 

Perimeter Parijs

On 29 oktober 2018, in landschap, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 22 oktober 2018:

Gerelateerde afbeelding

Interessant artikel in The New York Times van afgelopen week. David McAninch, auteur van onder andere Duck Season, maakte een wandeling door de buitenwijken van Parijs. In ‘A new view of Paris: From the perimeter’ beschrijft hij een zesdaagse trektocht in mei 2018 buiten de platgetreden paden van de gemiddelde Parijse toerist, in een wijde boog, tot soms ver buiten de Périphérique, want hij liep tegen de klok in. De lichtstad met zijn monumenten vond hij al te bekend, te mooi en klassiek, terwijl hij nieuwsgierig was naar de randen. Daarom begon de Amerikaan vanuit zijn hotel bij Porte Dorée in noordelijke richting te lopen, wandelde vervolgens in zes dagen tijd 35 mijl door een rommelige stedelijke agglomeratie van net iets minder dan 10 miljoen inwoners. Tot zijn verbazing is de periferie van Parijs veel gevarieerder dan hij dacht. Naast de beruchte banlieus met hun dichte migrantenenclaves trof hij voormalige industrieterreinen met hippe lui en creatieve bedrijven, galeries waar graffiti en moderne kunst werd verkocht, dure bastions voor rijke stedelingen, mooie slaperige dorpjes en uitgestrekte parken en ook bossen. Zijn conclusie na een dag wandelen: de randen van Parijs hebben de afgelopen eeuw vooral dienstgedaan als een groot laboratorium voor vette en soms ronduit absurde architectuur. Zoals het Centre Nationale de la Danse uit 1972 of het twee jaar oude M6B2 op de rand van het 13e arrondissement.

Niet elk onderdeel vond hij even opwindend. Vooral op zijn route van St Dénis in het noordoosten in westelijke richting tot aan zakencentrum La Défense viel hem tegen. Google Maps loodste hem hier langs saaie boxen en dozen die zich eindeloos aaneen leken te rijgen. Gelukkig belandde hij de volgende dag in Bois de Boulogne. Daarna volgde het zuiden, dat hij bereikte via uitgestrekte rangeerterreinen met kampementen vol vluchtelingen en Roma’s; hun vuren en tenten deden hem denken aan de foto’s van Atget. Montreuil zou het Brooklyn van Parijs zijn en, inderdaad, er klonk muziek en er was veel jong en trendy volk op de been in een klein parkje vlak achter het stadhuis. Sommige muziekwinkels deden hem denken aan de East Village in de jaren 1980, maar dan schoner. En zo gaat het maar door. Mooi ook de laatste zin als hij een taxi instapt om vermoeid terug te keren naar zijn hotel: “As the driver eased onto the Périph, flowing smootyhly at this late hour, I had the thought that the highway, which I’d crossed over and under so many times on my walk, no longer felt like much of a barrier at all.” Zijn tocht deed me denken aan ‘Schuifgroen. Een wandeling langs de grens van Amsterdam’’ (2003) van Herman Vuijsje. Socioloog en wandelaar Vuijsje zocht destijds het perifere groen op, dat hij steeds verder zag opschuiven naar buiten. McAninch is niet bang voor de grote stad. Hij maakt het centrum groter. Dat is de èchte emancipatie van de periferie. Wordt dit een trend?

Tagged with:
 

Is IBA Emscherpark een succes?

On 26 oktober 2018, in economie, by Zef Hemel

Gezien in het Ruhrgebied op 24 en 25 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor karte zollverein essen innenstadt

Uitgerekend op het moment dat de allerlaatste steenkolenmijn in het Duitse Ruhrgebied – de Prosper-Haniel in Bottrop – zijn schachten sluit, bezochten wij de stedelijke regio van ruim 5 miljoen inwoners vlak over de Nederlandse grens. Het tijdperk van kolenwinning en staalindustrie in het Ruhrgebied is definitief voorbij. Voor ons aanleiding om te zien wat er na twintig jaar terecht is gekomen van IBA Emscherpark. De Internationale Bau Ausstellung Emscherpark, die duurde van 1990 tot 2000 en die een overheidsinvestering vergde van liefst twee miljard US dollar, was bedoeld om het conglomeraat van industriesteden en 53 gemeenten rond Dortmund, Duisburg, Bochum en Essen weer aan de praat te krijgen nadat duidelijk was geworden dat het tijdperk van steenkoolwinning ten einde zou lopen. De economische terugloop en demografische krimp waren al ingezet eind jaren zestig, maar geen beleid was in staat geweest het tij te keren. De staat Nord Rhein-Westfalen zocht hulp van buitenaf, met een visionaire stap-voor-stap benadering van prijsvragen en de inzet van veel publieke middelen met als doel: cultuur. In 1988 werd  ‘A workshop for the Future of Industrial Regions’ geopend. In de tien jaar daarna zou een regionaal cultuurpark top-down worden aangelegd langs het riviertje de Emscher vanuit een klein stafbureau met slechts dertig medewerkers. Het bureau omzeilde alle lokale instituties, want die waren verdacht. Zeker 120 culturele projecten werden uitgevoerd. Met veel marketinggeweld werden deze vervolgens internationaal aan de man gebracht. Twee vlaggenschip-projecten bezochten we: Landschapspark Duisburg-Noord en Zeche Zollverein in Essen.

In Duisburg viel weinig te beleven, zelfs in de herfstvakantie was er weinig aanloop. Het uitzichtpunt bleek gesloten, er werden bomen gekapt, waardoor we nergens naar binnen konden. Het café in de voormalige staalfabriek was open, maar de koffie viel verkeerd. Daarom reisden we door naar Essen. Naar Zollverein is het zeker twintig minuten met de auto. Daar was het Ruhrmuseum geopend, maar ook hier was weinig klandizie en de tentoonstelling viel tegen. De reusachtige fabriekscomplexen, overigens schitterend gerestaureerd, liggen in een öde uitgestrektheid, ze zijn verstoken van alle voorzieningen. Het is ruim vijf kilometer naar het centrum van Essen, maar het voelt anders. Het concept van het park met industrieel erfgoed is mooi bedacht, maar het blijkt moeizaam te werken. Deze industriesteden lijken helemaal geen behoefte aan een regionaal park te hebben, ze missen juist stedelijkheid. Ze missen wat het naburige Düsseldorf wèl heeft: een grootstedelijk centrum, mooie winkels, musea, hotels, universiteiten, bijzondere architectuur, grootstedelijke voorzieningen. De miljarden hadden beter in de stadscentra van Duisburg, Essen en Dortmund kunnen worden gestoken. Erger, in 2010 heeft men de beroemde Folkwang School of Design uit het centrum van Essen naar Zollverein verhuisd. Tram 107 heet nu Kulturlinie en brengt de studenten naar de voormalige fabriek die nu ‘campus’ heet. EUREF AG van Reinhard Müller wil er een ‘Zukunft-Campus’ van maken. Hij investeert 50 miljoen euro in de oude gasometers. Daarmee is het kwetsbare ecosysteem nog verder uit elkaar getrokken. Geen goed nieuws uit Metropole Ruhr.

Tagged with:
 

Wim Kok, de man van staal en beton

On 22 oktober 2018, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 20 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor wim kok paars aardgasbaten

Bron: Rijksoverheid 2004

Wim Kok (1938-2018) is overleden. Als PvdA-leider, minister van Financiën en later premier van twee kabinetten heeft hij veel voor ons land betekend. Hij heeft vooral ervoor gezorgd dat er in de economie werd geïnvesteerd. Veel van die investeringen betalen zich nu pas uit. Mijn eigen Haagse jaren speelden zich af juist in de periode dat Kok premier was: 1994-2002. Terwijl de Rijksplanologische Dienst druk bezig was met de uitvoering van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening, richtte ik mij op de verre toekomst. De minister-president schoot ons te hulp. Hij had een briljant idee, dat hemzelf ook opwond. Hij, die even eerder nog de nurkse, strenge schatkistbewaarder had gespeeld, wilde samen met VVD en D66 in de toekomst van Nederland investeren. Als premier dacht hij lange termijn èn ruimtelijk. Een deel van de aardgasbaten, besloot het Paarse kabinet, zou worden gereserveerd voor toekomstgerichte fysieke investeringen. Vanaf 1995 zouden meevallers van de aardgasbaten in een apart fonds worden gestort, bestemd voor investeringen in nationale infrastructuurprojecten. Dat werd het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Niemand kon toen bevroeden dat de olieprijs jarenlang zeer fors zou stijgen.Voor ons hielden al die extra middelen in dat een belangrijk deel van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening versneld kon worden uitgevoerd: investeringen in de hogesnelheidslijn, de Betuwelijn, de vijfde baan van Schiphol, de Tweede Maasvlakte, diverse achterlandverbindingen. Oud-vakbondsman Kok was een man van staal en beton. Tot en met 2005 heeft het fonds circa 17 miljard euro in de ruimtelijke inrichting van Nederland gestoken. In 2011 is het fonds opgeheven. In totaal is er 33 miljard euro in het fonds gevloeid.

Over het keuze van de ruimtelijke investeringen had ik destijds al ernstige twijfels. Alleen de HSL-Zuid vond ik een goed project, zij het dat de tracékeuze in Den Haag ongelukkig verliep en het dossier in het algemeen slecht gerund werd. De snelle treinen rijden nog altijd niet. De vijfde baan van Schiphol ligt idioot ver van de luchthaven, de Tweede Maasvlakte is voer voor de Chinezen en de Betuwelijn met al die malle achterlandverbindingen slibben alweer dicht omdat ze ons land overvoeren met logistiek. Zelf was ik bezig met de grote steden, die potentieel veel grotere en duurzame economische winst beloofden mits er flink in de grootstedelijke infrastructuur werd geïnvesteerd: een verlengde Noord/Zuidlijn, een Zuidasdok, universiteiten, stedelijke verdichting. Dirk Frieling begon in die tijd het Metropolitane Debat met als doel aandacht te vragen voor grootstedelijke concentratie, in 1998 verscheen het monumentale ‘Cities in Civilisation’ van Sir Peter Hall, in 2002 organiseerde ik in Amsterdam het congres over ‘Creatieve Steden’. Wim Kok, de jongen uit Bergambacht, zag er echter niets in. Zijn FES ging met een grote boog om de grote steden heen. Die vond het kabinet nog overwegend problematisch. De Noord/Zuidlijn kreeg na lang touwtrekken een klein miljard. De premier luisterde vooral naar VNO-NCW. Reden voor mij om in 2002 naar Rotterdam, en twee jaar later naar Amsterdam te vertrekken.