Unpardonable perversity

On 13 december 2019, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vital Little Plans’ (2016) van Samuel Zipp en Nathan Storring:

Afbeeldingsresultaat voor vital little plans

Samuel Zipp en Nathan Storring verzamelden een groot aantal lezingen en interviews van de Amerikaanse stedenonderzoeker Jane Jacobs na haar overlijden in 2006, en maakten er een bundel van: ‘Vital Little Plans. The Short Stories of Jane Jacobs’ (2016). Hun boek kocht ik twee jaar geleden. Een goudmijn. Helemaal op het eind van hun bloemlezing van verhalen voegden zij een fascinerende tekst toe die de opening blijkt te zijn tot een lesboek van Jacobs over economie, uit 2004. De titel luidt ‘Uncovering the Economy: A New Hypothesis’. Dat boek is nooit verschenen. De tekst bevat alles wat Jacobs na jarenlange studie naar steden en hoe steden groeien op het spoor was gekomen, namelijk: steden maken de economie; steden kun je niet over één kam scheren; sommige steden groeien explosief, waarna ze weer jarenlang stagneren, andere steden groeien juist niet. Zelfs in Nederland, waar de groei van steden door Haagse ministeries wordt getemperd en gereguleerd en fysieke groei zoveel mogelijk rechtvaardig over het land wordt verdeeld, exploderen bepaalde stedelijke economieën. Nu gebeurt dat in Amsterdam. Lezen dus die tekst. Die maakt veel duidelijk.

Groei-explosies van steden worden zelden verwelkomd door mensen die leefbaarheid en gemeentefinanciën vooropstellen, aldus Jacobs. Hun onrust, verontwaardiging, nee woede, zijn eenvoudig te begrijpen. Economische expansie verloopt totaal ongepland, deze bedreigt regelrecht het omringende landschap, belast de aanwezige infrastructuur, drijft de vastgoedprijzen op, verjaagt mensen uit buurten, zet lokale overheden onder druk. “They insult trust in order and offend authority of all kinds; perhaps that is their most unpardonable perversity.” Maar even snel als de groei komt, kan ze weer wegebben. Jacobs verbaast zich erover dat planologen en stedenbouwkundigen dit maar niet willen begrijpen. Iedere expert die ze sprak wilde er gewoon niets van weten. Ze bleven maar uitleggen wat ze goed deden, ze rechtvaardigden hun rationele gedrag en ze produceerden overzichtswerken van hun mooie plannen en projecten, vissend naar complimentjes. Het is ook irrationeel. “People who kid themselves are not trustworthy guides through the complicated mazes of reality.” Nee, een stad is een uiterst gevaarlijk fenomeen. Stedelijke groei verloopt niet volgens plan. Ze verloopt expolsief. Mensen reageren in paniek. De politiek grijpt in. De regering spreidt en verdeelt. Jammer voor planologen. Arme stad.

Tagged with:
 

Door het tunneltje naar de binnenstad

On 11 december 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het plan Amsterdam-Zuid van Berlage’ (1977) van Francis Fraenkel:

Afbeeldingsresultaat voor fraenkel zuid berlage

Afgelopen dinsdag een lezing gehouden tijdens de End of the Year-borrel van Hello Zuidas, de netwerkclub van Zuidas-partners, in The Circle aan het Gustav Mahlerplein. De lezing ging over toerisme en de Zuidas in relatie tot ‘De nieuwe historische binnenstad’. Het denken over toerisme, vertelde ik de leden, is in Amsterdam al zeker 150 jaar oud. Feitelijk nam het een aanvang met de oplevering van het Rijksmuseum in 1885. Drie jaar later kwam het Centraal Station gereed. Architect Cuypers ontwierp niet alleen de beide gebouwen, maar tekende ook een toeristische wandeling van station naar museum, dwars door de Amsterdamse binnenstad. Toeristen die per stoomtrein arriveerden, moesten via een geënsceneerde route langs hoogtepunten uit de nationale Gouden Eeuw naar Rembrandt’s Nachtwacht worden geleid. Twee wereldtentoonstellingen op het Museumplein – in 1883 en in 1895, dus vlak voor en vlak na de oplevering – werden uitdrukkelijk aan het fenomeen van het vreemdelingenverkeer gewijd. Tegenwoordig lopen miljoenen internationale vakantiegangers dezelfde, door Cuypers in 1885 geconcipieerde route. Daar doen ze in totaal drie dagen over. In die zin is toerisme uiterst conservatief. Maar met het gereedkomen van station Zuid in 2028 zal alles op slag veranderen. Vanaf dat moment zullen toeristen uit de hele wereld niet meer op CS, maar op de Zuidas arriveren. Hoe komen zij straks bij de Nachtwacht? Welke route gaat de nieuwe Pierre Cuypers hiervoor tekenen?

Had H.P. Berlage hierover niet al nagedacht toen hij zijn tweede plan Zuid in 1915 aanbood aan het Amsterdamse gemeentebestuur? Dat plan ging immers uit van een tweede centraal station in Zuid, net op het grondgebied van de zuidelijke buurgemeente. In het proefschrift van Francis Fraenkel uit 1976 las ik dat Berlage het nieuwe station als ‘scharnierpunt’ opvatte voor zijn nieuwe, monumentale stad. “Met dit station, het ‘portaal van de stad’, als centrum spiegelt zich het oude Amsterdam geheel in het nieuwe.” Want: “Zoals de oude stad zich halfcirkelvormig om het station uitstrekt, zo doet dat ook de nieuwe stad.” Het gaat verder, het historische Amsterdam beoordeelde Berlage als schilderachtig. Zijn nieuwe stad moest juist monumentaal worden. In zijn plan liggen beide daarom met de ruggen naar elkaar toe. In die zin fungeert het Rijksmuseum als scharnier, eerder dan het geprojecteerde station Zuid. De functie van tentoonstellingsterrein (Museumplein, het toenmalige IJsclubterrein) situeerde Berlage waar nu het Amstelpark is. De toerist kwam binnen op het statige station Zuid en liep of reed vervolgens via de vijftig meter brede monumentale Minerva-as in de richting van de te bouwen Academie voor Beeldende Kunsten (nu Hilton Hotel), stak daar ergens door naar het Museumplein. Door het tunneltje onder het Rijksmuseum betrad hij, vanuit de moderne stad komend, een pittoresk Hollands ensemble van grachten en grachtenpanden: de Amsterdamse historische binnenstad. In 2028 is het eindelijk zover. Hoe vooruitziend.

Tagged with:
 

Nederland is geen New York

On 9 december 2019, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’ (2019):

Afbeeldingsresultaat voor enorm veel keuze ongelooflijk nabij

Het College van Rijksadviseurs schreef een advies over het bereikbaarheidsprogramma van de metropoolregio Amsterdam. Het heet ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’, een kennelijke verwijzing naar ‘Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij’ (2005), een roman van Jonathan Safran Foer. Aan twee ministeries die moeten beslissen over zware investeringsprogramma’s in en rond Amsterdam: Infrastructuur & Waterstaat respectievelijk Binnenlandse Zaken, is het advies gericht. Ik las het met grote interesse. Twee kanttekeningen. Allereerst de stelling dat Nederland op te vatten zou zijn als één metropolitane regio, vergelijkbaar met New York. Die boude stelling doet denken aan Nederlandse planologen uit de jaren ‘60 die de zogenoemde ‘Randstad Holland’ op één lijn durfden stellen met Londen of Moskou. Of met pionier Theo van Lohuizen die in 1924 tijdens het Internationale Stedebouw Congres in Amsterdam het Westen des Lands opblies door hoefijzervormige invloedssferen rond de steden op kaart te zetten en die urbane velden te spiegelen aan echte metropolen. Heus, Nederland is géén metropolitane regio, het is geen aaneengesloten stedelijk gebied, het mist een Manhattan of een Brooklyn, en Brabant is geen Staten Island. Grootstedelijkheid kent ons land niet. Nederland is een diffuus stedelijk veld, bijeengehouden door rijkswegen. De economie van New York is zo groot als die van Australië, die van Nederland reikt niet verder dan halverwege.

Wel goed gezien is de noodzaak van een nieuwe airportmetrolijn die Schiphol rechtstreeks met het metronetwerk van de hoofdstad verbindt. “Dit station is geen onderdeel van het treinstation Schiphol en voorkomt daarmee een hoop verwarring, stress, ongemakken en vertragingen. Fijn voor de internationale reiziger en beter voor de Nederlandse forens.” Zo’n oplossing snijdt inderdaad meer hout dan een uitbreiding van de krakkemikkige Schipholtunnel. Daarnaast pleiten de adviseurs voor een stadsregionaal OV-systeem als ruggengraat van de regio, bestaande uit een S-bahn achtig netwerk van sprinters, metro en lightrail in hoge frequentie. En misschien wel het belangrijkste: ze adviseren het uitdijen van de metropoolregio niet langer te stimuleren. Ter onderbouwing citeren ze good old Lewis Mumford: “Building more roads to prevent congestion is like a fat man loosening his belt to prevent obesity.” Omdat de werkgelegenheid zich veel sterker in Amsterdam ontwikkelt dan in de regio ligt het voor de hand om ook de regionale woningbouwprogramma’s sterker op Amsterdam te richten. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Zuidas. Verdere verdichting helpt om ruimtelijke obesitas tegen te gaan. Maar dat laatste adviseren de adviseurs niet. Ze geven aan werkgelegenheid regionaal te willen spreiden. Dat klinkt rechtvaardig, maar het verzet zich tegen grootstedelijkheid en bovendien gaat het ze niet lukken. Nederland is geen New York, maar Amsterdam mag wel wat grootstedelijker.

Visieloos doorgroeien met alles

On 6 december 2019, in duurzaamheid, participatie, by Zef Hemel

 

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor convention citoyenne pour le climat

Onlangs meldde NRC Handelsblad dat de Commissie Milieu Effect Rapportage een negatief advies heeft uitgebracht aan het kabinet over de Nationale Omgevingsvisie. Veel publiciteit kreeg het niet. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Het is een ambtelijk traject, dus beter geen media-aandacht. Kees Linse, de voorzitter voor de Landelijke Commissie voor de M.E.R., moest eraan te pas komen. Omfloerst vertelde hij over het vernietigende oordeel van zijn commissie: alle mooie ambities van de regering met Nederland in de verre toekomst zijn gewoon niet met elkaar te rijmen. Het is ook onduidelijk hoe ze dit allemaal wil realiseren. Linse: “Het is lastig al deze voeten in één schoen te passen. Onze vraag luidt: waar wringt de schoen?” Met schoen bedoelde de voorzitter het grondgebied van Nederland. Groei van mobiliteit en economie hebben grote ruimtelijke en milieu- effecten, die kun je niet wegpoetsen, die zullen botsen met andere functies. Zijn boodschap deed sterk denken aan het recente rapport van de commissie-Remkes. In ‘Niet alles kan’ (2019) gaf deze staatscommissie aan dat de recente stikstofcrisis de regering dwingt tot het maken scherpe keuzes, nu maar ook in de toekomst. Wonen, mobiliteit, landbouw, distributie, ze kunnen niet ongeremd doorgroeien. Flauwekul dus, die zalvende, ambtelijke Nationale Omgevingsvisie.

Net als bij de stikstofcrisis zijn in de toekomstige Omgevingswet in de eerste plaats de provincies aan zet. Omgevingsbeleid, waar ruimtelijke ordening onder valt, is door eerdere regeringen-Balkenende en -Rutte naar dit provinciale niveau doorverwezen. Tegelijk maakt Europa tal van regels die doorwerken naar het lokale en regionale niveau. Dus wat wil de regering eigenlijk met haar visie? De Landelijke Commissie m.e.r. laat haar nu het huiswerk overmaken, maar de vraag is of het daarmee allemaal beter wordt. De problemen zijn te ernstig. Zou Den Haag niet eens de bevolking moeten raadplegen? Diezelfde NRC Handelsblad berichtte op 18 november over het ‘democratische experiment’ dat de Franse president Emmanuel Macron na het klimaatakkoord van Parijs en de opkomst van de gele hesjes is aangegaan: honderdvijftig geselecteerde burgers komen zes weekeinden lang in de Franse hoofdstad bijeen om een antwoord te formuleren op de vraag: ‘hoe kunnen we tot 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40 procent verminderen op sociaal rechtvaardige wijze?’ Hun beraadslagingen moeten leiden tot een concreet plan dat per referendum aan de Franse bevolking zal worden voorgelegd. Dat is andere koek. Zoiets zie je de Nederlandse regering niet doen. Die wil gewoon geen keuzes maken. Het liefste wil ze visieloos doorgroeien met alles. Tot de wal het schip keert. Laat de ambtenaren maar doormodderen.

Art of Gathering

On 4 december 2019, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Art of Gathering’ (2018) van Priya Parker:

Afbeeldingsresultaat voor art of gathering parker

 

Een van de drie rollen die de planoloog heeft te spelen is die van moderator. Gesprekken voeren is noodzakelijk, mensen moeten worden gehoord, kennis uitgewisseld, dialogen gevoerd en vakkundig begeleid. In dat verband las ik onlangs het boekje van Priya Parker. Aanleiding was een college waarin ik mijn keuze voor de gesprekken die ik dit voorjaar in de Oude Kerk heb gevoerd over de toekomst van de Amsterdamse binnenstad wilde verantwoorden. Met Parker lukte dit wonderwel. In ‘The Art of Gathering’ (2018) leer je hoe je ontmoetingen het beste kunt organiseren. Parker is de oprichter van Thrive Labs in New York en studeerde conflictstudies in Boston aan MIT. Onze agenda’s, schrijft ze, zijn grotendeels gevuld met bijeenkomsten, vergaderingen, afspraken, voorstellingen, feesten. Al die interactie tussen mensen bepaalt hoe wij de wereld en onszelf leren begrijpen. Ze worden doorgaans onachtzaam voorbereid. Haar boodschap is dat de wijze waarop mensen samenkomen enorm verschil kan maken. Effectief zijn begint met de vraag stellen waarom je eigenlijk bijeen wilt komen. Hoe scherper het doel, hoe betekenisvoller. Ook uniciteit helpt. Maar vooral moet de bijeenkomst omstreden zijn: iets moet er schuren, er moet echt iets van afhangen. Dan pas gaan mensen waarde hechten aan de bijeenkomst en ook bijdragen.

Wie er wordt uitgenodigd doet er natuurlijk evenzeer toe. Wees daarin precies en selectief. En de plek is ook belangrijk. Sterker, ons gedrag wordt misschien wel voor tachtig procent bepaald door onze omgeving. Vaak wordt de keuze van de zaal door de kostprijs bepaald. Of door bereikbaarheid. De les van Parker: “Venues come with scripts.” Iedereen brengt zijn lichaam mee, dus hoe zet je de stoelen in de ruimte? Welke vorm geef je aan de vergadertafel? Waar vindt de bijeenkomst precies plaats? De plek en de omgeving vertellen de aanwezigen over het doel van het gesprek en hoeveel waarde je aan de bijeenkomst hecht. De locatie moet mensen uit de sleur halen, vindt Parker. Eigenlijk zou je een plek moeten kiezen waarvan mensen zeggen dat je dat daar niet zou moeten doen. De ruimte moet niet te groot zijn, deuren moeten worden gesloten, de energie mag niet weglekken. En alles draait om dichtheid: vaak zijn de gesprekken in de keuken interessanter dan in de kamer. En de moderator zelf? Die moet aanwezig zijn. “I do believe that hosting is inevitably an exercise of power.” Beste planoloog, denk goed na over doel, genodigden, locatie van jouw bijeenkomsten. En treed op, leid de gesprekken, wees genereus, dat wil zeggen doe het niet voor jezelf, maar doe het voor al die anderen. Op het gevaar af afgewezen te worden of te worden bespot.“Generous authority is not a pose. It’s not the appearance of power. It is using power to achieve outcomes that are generous, that are for others.”

Tagged with:
 

iPhone City

On 2 december 2019, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in International Airport Review van 13 augustus 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: International Airport Review

Of ik een delegatie uit Shenzhou wil toespreken. Ze komen een dezer dagen naar Amsterdam. Weinig Nederlanders kennen Zhenzhou. Toch telt de Chinese metropool inmiddels bijna tien miljoen inwoners. In Zhenzhou staan de fabrieken van het Tainwanese Foxconn. Uw iPhone komt er vermoedelijk ook vandaan. Vandaar de bijnaam ‘iPhone City’. Dertig kilometer zuidelijk van het stadscentrum ligt het internationale vliegveld CGO, dat wordt omgeven door een economische zone van meer dan 400 vierkante kilometer (zie kaartje). Deze uitgestrekte economische ruimte werd door de Chinese regering in maart 2013 beschikbaar gesteld voor bedrijven als Terry Gou’s Foxconn. Sindsdien loopt het hier storm. Nu al staat Zhenzhou aangeschreven als dé Aerotropolis van China. Schiphol en omgeving zijn het grote voorbeeld. Echter, de ontwikkeling die zich rond Amsterdam in een periode van vijftig jaar tijd heeft opgebouwd, voltrekt zich hier in amper tien jaar. De provincie Henan telt 93 miljoen inwoners, maar er zijn nauwelijks grote steden. Hoofdstad Zhenzhou, vanouds een spoorknooppunt, is ‘China’s Chicago’ waar alle plattelanders naar toe trekken. Sinds 2013 kregen al meer dan driehonderd bedrijven het groene licht, goed voor een investeringswaarde van liefst tien miljard US dollar. De grootste is Foxconn.

In de fabrieken van Foxconn werken op dit moment 250.000 mensen, tweemaal zoveel als in de binnenstad van Amsterdam. De helft van alle iPhones in de wereld wordt hier geproduceerd. In 2017 waren dat er nog 100 miljoen. Volgend jaar opent Smart Phone Business Park B. Dan zullen jaarlijks 400 miljoen smartphones de fabrieken van Zhenzhou verlaten. Het verschepen gaat per vliegtuig. Vlak naast het vliegveld vond in 2018 de International Garden Expo plaats, een soort Floriade waar toeristen uit heel Azië op afkwamen. Alle bedrijven op en rond de luchthaven werken tijdintensief, dus wat ze maken of overslaan is bederfelijk of kostbaar. Vijf start- en landingsbanen zijn geprojecteerd tot 2045; eentje zal uitsluitend vrachtvliegtuigen bedienen. Hoogtepunt is het centrale industriepark dat zich volledig op e-commerce richt: het biedt een one-stop shop van internationale e-commerce ondersteuning voor centraal China. Nu wil men kenniswerkers aantrekken in de hoogste segmenten in de productieketen, maar die eisen grootstedelijkheid. Gezocht wordt dus een echte grote stad met een echt stedelijk centrum. Ondertussen explodeert de lokale woningmarkt vanwege de acute krapte. Rijst de vraag waarom alles zo hevig op deze ene plek? Antwoord: omdat Zhenzhou centraal ligt. Heel China kan hier binnen 90 minuten worden bereikt, hetzij per vliegtuig of per hogesnelheidstrein. De stad vormt bovendien het hart van Xi Jinping’s ‘Air Silk Road’. Die loopt van CGO naar Luxemburg. Om eieren te krijgen moet je eerst een nestje bouwen, luidt een Chinees gezegde. Zhenzhou is zo’n nestje.

Tagged with:
 

Parlement der onzichtbaren

On 29 november 2019, in bestuur, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor rosanvallon parlement des invisibles

 

In 2014 tuigde de Franse filosoof Pierre Rosanvallon een project op dat hij ‘Raconter la vie’ noemde. Burgers werd gevraagd over hun alledaagse leven te vertellen. Op die manier wilde de hoogleraar aan het Collège de France tot een ‘narratieve democratie’ proberen te komen. Over zijn methode schreef hij een manifest: ‘Le parlement des invisibles’. Toen ik het las moest ik aan mijn werk in de Amsterdamse Oude Kerk, afgelopen voorjaar, denken. Daar heb ik met tachtig burgers gesproken die ieder mij hun levensverhaal vertelden, en eerder al namen mijn studenten narratieve interviews af met vierenveertig willekeurige burgers in achttien verschillende buurten in de binnenstad. Conclusie van Rosanvallon na al die verhalen: ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop.” In de Oude Kerk bekroop mij hetzelfde gevoel. Ik duidde het aan als vervreemding. “Onder vervreemding wordt een onprettig gevoel verstaan, een geestelijke afstand die mensen voelen tot hun omgeving.” Rosanvallon’s narratieve democratie is bedoeld om de bestaande representatieve democratie te vervangen. Die werkt niet meer. Met autoriteit spreken helpt in ieder geval niet. Rosanvallon hoopt op experimenten met burgerjury’s. Mijn voorstel om de binnenstad in achttien buurten te verdelen waarbij in elke buurt bewoners, ondernemers, pandeigenaren onder leiding van een gekozen supervisor over de vorderingen spreken vertoont daarmee overeenkomsten. Met een jaarlijkse oploop in de Oude Kerk om telkens de balans op te maken. Ook een parlement der onzichtbaren.

Rosanvallon voorspelde de gele hesjes. Onlangs werd hij door correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad daarover geïnterviewd. In ‘Macron is totaal in de war’ schetst de filosoof de chaos waarin het Elysee sindsdien verkeert. Aanleiding is de verschijning van ‘De democratie denken’, de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek. Kern: wereldwijd zijn steeds meer mensen teleurgesteld in de democratie. Burgers voelen zich niet gehoord. Ze hechten steeds minder aan verkiezingen en wantrouwen de politiek. Oorzaak: “De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan.” Denk daarbij aan eenzaamheid, een grote afstand moeten afleggen naar je werk, geen betaalbare woning kunnen vinden, een echtscheiding meemaken of lijden aan een verwoestende ziekte. Rosanvallon spreekt van fragmentatie en toenemende complexiteit. Op de achtergrond speelt de teloorgang van het technologisch optimisme en het verlies van de aantrekkelijkheid van de grote sociaaldemocratische planningsconcepten van na de Tweede Wereldoorlog. De politiek met zijn doelrationeel handelen werkt niet meer. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt met de Amsterdamse binnenstad.

Tagged with:
 

Van Hove’s visionaire site

On 27 november 2019, in kunst, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 29 augustus 2019:

Afbeeldingsresultaat voor acropolis agora plattegrond

Nadat ik hem had verteld over de essentie van ‘Een nieuwe historische binnenstad’, begon hij opgewonden te spreken over Ivo van Hove. Zijn ogen vlamden en hij veerde op. Hij is een liefhebber van toneel. De Vlaamse toneelregisseur, zei hij, had afgelopen zomer in Paradiso gesproken over de essentiële rol van de kunstenaar in de samenleving. Daarin had hij ook naar de Griekse agora verwezen. En die agora, dat is uitgerekend het hart van mijn toekomstvisie. Eenmaal thuisgekomen zocht ik de tekst van de op 25 augustus uitgesproken korte voordracht op. Die stond afgedrukt in de Volkskrant van 29 augustus. Van Hove, die een maand later de Johannes Vermeerprijs zou krijgen in de Haagse Ridderzaal, had zijn gehoor voorgehouden dat de kunstenaar universele verhalen vertelt die tot de verbeelding spreken. “Zij uiten wat veel mensen voelen maar zelf niet kunnen articuleren. Dat is waarom we niet zonder kunst kunnen.” Mensen hebben zulke verhalen nodig om hun bestaan betekenis te geven en ook om een gevoel van gezamenlijkheid te ontwikkelen. Maar de verteller van het nieuwe verhaal wordt dikwijls gehaat, net als Prometheus. Want wie nieuwe paden bewandelt maakt zich doorgaans allerminst geliefd.

En de agora? Een bezoek aan Athene, had Van Hove gezegd, is ondenkbaar zonder de Akropolis op te wandelen. “De tocht begint met het Dionysos-theater. Verderop het muziektheater Odeon en een plek waar wetenschappelijk onderzoek werd verricht. Hogerop het tempeltje van Nikè, gewijd aan oorlogsoverwinningen. Als je naar beneden kijkt, zie je de Agora, waar men discussieerde over de samenleving van toen. Vlak ernaast de Areopagus, voor rechtspraak. Bovenop staat het Parthenon. Athene is gebouwd rondom deze visionaire site.” Dat bedoelde hij dus. Zo’n visionaire site is ook de Amsterdamse binnenstad, maar die dreigt zijn verbindende rol te verliezen. Burgers keren hem de rug toe. Ze vinden het te druk, er zijn teveel toeristen, ze voelen zich eenzaam of ze verliezen eenvoudig de belangstelling. Het centrum van Amsterdam wordt daardoor een hoofdzakelijk economische ruimte. Van Hove haalde de agora aan omdat de politiek het bestaansrecht van kunst ter discussie stelt. De oorzaak daarvoor zoekt hij in de ‘calculerende welvaartspolitiek’. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar het is niet alleen de politiek. Ik denk aan ver doorgevoerd individualisme dat het bestaan en de erkenning van het gedeelde centrum ondergraaft.  Hoe gaan we die te lijf? Daarover zou ik Van Hove wel eens willen spreken.

Tagged with:
 

Vitaal nachtleven redt Amsterdam

On 24 november 2019, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in de ‘GPCI 2019’ van de Mori Foundation:

Gerelateerde afbeelding

Daar is ie weer: de Global Power City Index van de Mori Foundation in Japan, de jaarlijkse index van bijna vijftig wereldsteden gemeten naar hun vitaliteit en kracht. Ik ben er dol op. Zelf noemen de Japanners datgene wat ze jaarlijks zo nauwkeurig proberen te meten ‘magnetisme’ van steden, oftewel het vermogen van steden om creatieve bedrijven en talent aan te trekken. Voor het achtste achtereenvolgende jaar staat Londen bovenaan, gevolgd door New York en Tokio. Echter, Londen heeft ingeboet aan kracht, terwijl Parijs iets omhoog neigt en de positie van Tokio lijkt te bedreigen. Waardoor het komt dat Londen slechter presteert kunnen de samenstellers niet precies zeggen. Het kan de Brexit zijn. Toch behoudt de Britse hoofdstad zijn toppositie, al was het maar omdat ze op het culturele front nog altijd uitmuntend presteert. Parijs echter toont in veel opzichten grotere dynamiek, wat volgens de makers verband houdt met de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2024. Dat doet Parijs veel beter dan Tokio 2020. Maar megastad Tokio presteert op alle indicatoren onverminderd uitstekend, dus de Franse hoofdstad zal haar niet makkelijk kunnen passeren. Op plaats 6 staat opnieuw Amsterdam, dat is vlak achter Singapore. Nieuwkomers zijn Melbourne, Helsinki, Dublin en Tel Aviv. De eerste komt zelfs binnen op plaats 11.

Amsterdam scoort hoog op leefbaarheid, inclusiviteit en connectiviteit, maar ook op niveau van haar universiteiten. Qua topuniversiteiten maakt Amsterdam zelfs deel uit van een jaloersmakende beste vijf: 1. Londen, 2. Hongkong, 3. Boston, 4. Los Angeles, 5. Amsterdam. Bovendien behoort de Nederlandse hoofdstad tot de sterkste economische groeiers, binnen Europa staat ze zelfs op plaats vier, na Dublin, Londen en Stockholm. Veel slechter scoort Amsterdam op duurzaamheid; de inspanningen op het gebied van het klimaat beoordelen de Japanse onderzoekers als mager vergeleken bij veel andere steden, met name die in Scandinavië. Verrassend is de nieuwste indicator die in 2019 voor het eerst aan de index is toegevoegd: de kwaliteit van het nachtleven. Schrik niet: Amsterdam staat daar op plaats 3, na Londen en Bangkok. De stad heeft kennelijk een geweldige reputatie opgebouwd als ‘partystad’. Laatste constatering: alle steden halen dit jaar een lagere overall score. Dat geldt ook voor Parijs en Amsterdam. De wereldeconomie stokt. Steden zijn haar motoren. Iets gaat helemaal niet goed.

Tagged with:
 

Grootwinkelbedrijf wordt grootstedelijk

On 22 november 2019, in stedelijkheid, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Financial Times van 25 september 2019:

Afbeeldingsresultaat voor ikea urban shops

Bron: Fast Company

IKEA kennen we van de grote blauwe winkels aan de rand van de steden. Consumenten reden jarenlang met hun auto’s naar de Zweedse weilandwinkels om niet alleen in de immense showrooms verlekkerd rond te dwalen, ook laadden ze hun spullen direct na aankoop in in de achterbak vanuit het magazijn. IKEA was uiterst succesvol in deze drive-in formule. Drie jaar geleden sprak ik met een denktank van IKEA hier in Amsterdam over grootstedelijke ontwikkelingen, nu lees ik in de Financial Times over de belangrijke koerswending van het grootwinkelbedrijf. Na 76 jaar gaat het roer radicaal om: IKEA begint met kleine winkels in de centra van de allergrootste wereldsteden. Inmiddels zijn al tien flagship stores, negen planning studios en twee kleine stadswinkels geopend. Onlangs startte het bedrijf in Kopenhagen een kitchen planning studio en maakt ze plannen voor kleine winkels in Queens en Manhattan, New York City, en in Tokio. Op de achtergrond speelt de opmars van internetwinkelen. Afgelopen jaar steeg de omzet via internet bij IKEA met liefst 43 procent. Daarmee verkoopt de meubelgigant inmiddels 7 procent van haar meubels online.

De kleine toonzalen zijn vooral op grootstedelijke huishoudens gericht. In Parijs en Moskou bleken ze een groot succes. Die van de La Madeleine achter Place de la Concorde trok in één jaar tijd al 1,3 miljoen bezoekers. Alle winkels gaan uit van klanten met zeer beperkte woonruimte, want wonen in de grote stad is extreem duur. In de winkels wordt ook meer geëxperimenteerd. Daarnaast wordt het interieurs sterker op ontmoeting gericht en minder op kopen en verslepen. De fysieke ontmoeting, heeft IKEA ontdekt, heeft voor mensen met een druk stadsleven een hele bijzondere betekenis. “Instead of bringing the furniture you love home with you then and there, "you discover your look and style for your living space, design it with the help of an IKEA associate, and then have the products shipped directly to your residence."Als gezegd, met deze ingrijpende koerswijziging neemt het Zweedse bedrijf definitief afscheid van de buitenwijken en de auto. Volgens de directie is het de grootste transformatie in het bestaan van het bedrijf en een stap richting totaal nieuwe, opkomende markten. VINEX lijkt nu echt achter ons te liggen. De wereld wordt metropolitaan. “City living may have its challenges, but planning for it just got easier.” Suburbaan Nederland dat nog altijd gelooft in perifere grootschalige detailhandel zal uiteindelijk volgen.

Tagged with: