Emmen

Of ik zijn kompas al heb gebruikt. Een oranje exemplaar kreeg ik van hem bij mijn oratie in Groningen. Eentje met een zwart koordje eraan. In die ruim drie jaar wandelen door Friesland, Drenthe en Groningen, realiseer ik me, ben ik nog geen enkele keer verdwaald. Of toch. Op de Duurswouder Heide liep ik in het voorjaar van 2024 de verkeerde kant op. Zo belandde ik niet in Haulerwijk, maar in Donkerbroek. Ik liep het Groot-Frieslandpad. Gids noch paaltjes boden mij in het natuurgebied veel houvast. Had ik toen zijn kompas maar gebruikt. ‘Wayfinding’ noemen de Britten de kunst van het goed de weg weten. In ‘Wayfinding’ (2020) van Michael Bond lees ik over het fundamentele belang ervan. Mensen worden gek als ze de weg kwijt zijn. Zelfvertrouwen en rust ontlenen we in de eerste plaats aan ons oriëntatievermogen. “The way we think about physical space has been crucial to our evolution.” Dankzij ons vermogen te weten waar we zijn zijn wij in staat tot abstract denken, verbeelding, herinneren en zelfs ons gebruik van taal. Naarmate we ouder worden, verliezen we het vermogen ons goed te oriënteren. Had ik me niet zo gerealiseerd. Echt verdwalen deed ik overigens niet, daar op de Duurswouder Heide.

Bond schrijft over het grote belang van dwalen, van jongs af aan. Al vroeg proberen we ons te oriënteren door het gewoon te doen. Uit onderzoek blijkt dat kleine kinderen hele grote afstanden kunnen afleggen. Dat doen ze meanderend. Zo leren ze hun omgeving in zich op te nemen. Die kennis geeft hen vertrouwen, het dwalen zelf vinden ze spannend. Jammer is het daarom, schrijft Bond, dat ouders tegenwoordig hun kinderen niet meer vrij laten spelen. “Compared with their grandparents, children today explore less, experience fewer outdoor places, socialize in smaller groups and are generally supervised.” Hij spreekt van ‘right to roam’. Zijn relaas herinnert me aan die ene keer dat ik, drie jaar oud, bij mijn ouders wegliep. Ze waren kleding aan het passen in een modezaak op de hoek van de Kolhoopstraat en de Hoofdstraat in het centrum van Emmen. Ik glipte langs de etalages en wandelde door de Weerdingerstraat in noordelijke richting, tot voorbij het benzinestation aan de Wolfsbergenweg en zelfs de fabriek van de Bendien. Mensen vertrouwden het niet en namen me in huis. Via de politie werd ik later weer thuisbezorgd. Mijn ouders overstuur natuurlijk. Maar ik begreep het niet. Ik was Emmen aan het verkennen.


Posted

in

, ,

by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *