Collaborative commons

On 2 juni 2014, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Sustainist Design Guide’ (2013) van Diana Krabbendam en Michiel Schwarz:

Bij de lancering van ‘We Own The City’ in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, afgelopen week, ontspon zich op het eind van de avond een kort gesprek op het podium waaraan ik was gevraagd deel te nemen. Als enige vertegenwoordiger van de overheid moest ik daar antwoord geven op de vraag wat deze bottomup-beweging in steden als Hongkong, Taipei, Moskou, New York en Amsterdam voor het in die steden topdown opererende overheidsapparaat betekende. Dat was geen dankbare rol. Uiteraard moest mijn poging om de aanwezigen te doordringen van het nut van het afwijkende waardenstelsel aan publieke zijde (door Jane Jacobs in ‘Systems of Survival’ als ‘guardian moral syndrome’ aangeduid) schipbreuk lijden. Men leek er domweg niet in geïnteresseerd. Ook mijn eerdere tegenvraag waarom overal op de wereld de overheid van bovenaf is georganiseerd, viel in een diep zwart gat. Toen ik ten slotte de experimenten van de kunstenaars als nieuwe, recente vormen van samenwerking tussen publiek en privaat duidde, brak er iets. Socioloog Michiel Schwarz rees uit het publiek omhoog en ontstak in woede. Wat een ouderwetse praat! Wat haalde die Hemel zich in het hoofd. Iedereen opereert tegenwoordig vanuit een ‘collaborative commons’. Daarbij citeerde hij omstandig Jeremy Rifkin, die in zijn nieuwste boek (The Zero Marginal Cost Society) iets soortgelijks zou hebben beweerd.

Een dag later zag ik Schwarz bij de opening van de IABR in de Kunsthal. Hij herinnerde me aan het korte debatje van de avond tevoren en gaf me een exemplaar van de ‘Sustainist Design Guide’, geschreven door Diana Krabbendam en hemzelf. Het boekje gaat over ‘how sharing, localism, connectedness and proportionality are creating a new agenda for social design’. De theorie van de ontwerper als sociale opbouwwerker met een duurzaamheidsagenda wordt erin met twaalf voorbeelden geïllustreerd. Daar waren ze weer: de Luchtsingel in Rotterdam, FairPhone, We Are Here, noem maar op. Mijn dochters vonden Pig Chase het leukste: hoe varkens zelf design kunnen maken. Maar nergens in het boekje komt de rol van de overheid over het voetlicht. Kunstenaars lijken serieus te menen dat vooral zij de samenleving zullen verbeteren. Sociale innovatie is vanaf heden hun exclusieve domein. "It is no longer a matter of designing for society, but within it." Dat is mooi gezegd, maar de wereld bestaat al langer en is groter, laten we niet naïef zijn, kunstenaars alleen lossen onze maatschappelijke vraagstukken niet op. Dus toch een ‘collaborative commons’?

Lees ook de commentaren van Schwarz en Krabbendam hieronder.

Tagged with:
 

2 Responses to “Collaborative commons”

  1. Beste Zef, wat jammer dat ik niet bij jullie discussie kon zijn! Ik deel je wens tot betere en sterkere relaties (overheden inbegrepen). Niet voor niets hebben we het in de Sustainist Design Guide het over nieuwe praktijken van ‘delen’ en ‘verbinden’. Nieuwe rollen voor alle spelers, nieuwe omgevingen en nieuwe ontwerpvragen zijn nodig om vorm te kunnen geven aan een sociale en duurzame samenleving. Wat mij betreft gaan dergelijke nieuwe praktijken verder dan experimentele samenwerkingen tussen ‘publiek’ en ‘privaat’.

    In Amsterdam Nieuw-West (Wildemanbuurt / Garage Notweg) ontwerpen we, als The Beach, samen met buurtbewoners, lokale ondernemers, stadsdeel Nieuw-West (diverse diensten en politici), Amsterdam Smart City, Alliander, corporaties, scholen, welzijnsinstellingen en ja, ook kunstenaars. Nieuwe rollen en relaties nemen we mee in onze ontwerpvragen, want ook deze moeten ‘ontworpen’ worden.

    Je bent van harte uitgenodigd (en ieder ander die interesse heeft) om bij ons langs te komen en te zien hoe wij het aanpakken. Hoe het hier werkt, maar ook hoe lastig het vaak nog is om goed samen te werken vertel ik je graag. Hartelijke groet, Diana

  2. Heel mooi, Zef, dat je de discussie over ‘collaborative commons’ oppakt. En natuurlijk prettig voor mij en Diana Krabbendam dat je ook aandacht vraagt voor onze “Sustainist Design Guide”. Maar wel jammer dat de kern van onze discussie gaandeweg verloren gaat in je blog. Mijn punt is dat er een wereldwijde cultuurmaatschappelijke beweging gaande is (ik noem het ‘sustainisme’), met nieuwe sociale initiatieven die simpelweg niet in het oude denken van publiek/privaat passen.
    De voorbeelden in Tris Kee & Francesca Miazzo’s bundel “We Own The City”, laten zien dat er in vele steden iets anders gaande is. Er is een nieuwe praktijk aan het ontstaan, in een derde domein, dat in het Engels de ‘commons’ wordt genoemd. Rifkin spreekt van ‘collaborative commons’, omdat het stoelt op samenwerking en delen in plaats van concurrentie en bezit.
    Het idee van de ‘commons’ is overigens niet nieuw (in Nederlands is ‘de meent’ er een historisch voorbeeld van). Maar nu, in het tijdperk van sustainisme (zie mijn visueel-grafisch manifest “Sustainism is the New Modernism”) krijgt ze nieuwe vormen en betekenis. Dat dit ook implicaties heeft voor de maatschappelijke rol en praktijk van ontwerpers, architecten en ‘social designers’, daar gaat het over de “Sustainist Design Guide” – dat laatste zou je moeten aanspreken als ‘stadsontwerper’. En ook overheden zullen zich moeten gaan verhouden tot deze nieuwe beweging in de cultuur. Ook dat is een zoektocht, waarbij de oude instituties en termen niet meer toereikend zijn.
    Overigens is dit alles veel meer dan wat jij bestempeld als “kunstenaars die onze maatschappelijke vraagstukken willen oplossen”. (En oh ja, dat wilde ik nog even kwijt: weliswaar heb ik in mijn professionele leven veel verschillende dingen gedaan, gepromoveerd in de sociologie, beleidsadviseur, cultuuronderzoeker, maar kunstenaar ben ik niet).
    Kortom (zoals jij ook al zei toen we elkaar spraken bij de Architectuur Biënnale in Rotterdam): laten we het debat over ‘collaborative commons’ en de vormgeving van onze leefomgeving verder voeren….

Leave a Reply