We wandelen door Groningen stad. We boffen met deze prachtige lentedag. Ger Blijham heet mijn wandelgast. Blijham is historicus. Hij wil me de Hondsrug laten zien. Die begint al op de Grote Markt. Maar wij beginnen bij de Hereweg en wandelen door de Oosterpoort naar het Oude Winschoterdiep, een verlengde van de Hunze. Dat was de Hondsrug. In zuidelijke richting langs het water stuiten we op de zuidelijke ringweg, die hier onlangs met veel Langmangelden en Zuiderzeelijngelden ondergronds is gebracht. In de verte het Sterrenbos, een achttiende eeuws wandelbos dat in 1964 gedeeltelijk voor de aanleg van de ringweg werd gekapt. Ik vind het merkwaardig dat de dure, vernieuwde autoweg daar net weer bovengronds komt. Lijkt me ook pijnlijk voor de mensen die aan het afgesneden Sterrenbos wonen. We vervolgen ons pad langs de rand van het geschonden bos richting Engelse Kamp, een fraai nieuwbouwwijkje in de Helperzoom, een ecologische verbindingszone. In de gevel van Kempkensberg ontwaar ik zowaar vleermuiskasten. We steken de Helper linie over en staan nu in Helpman, een woonwijk die na de oorlog tussen het Hunzedal en het dal van de Drentse Aa op de keileem van de Hondsrug werd opgetrokken.
Overdadig groen is het hier, de mensen ogen behoorlijk welvarend. Ik noteer aantrekkelijke nieuwe invullingen: het voormalige Martini ziekenhuisterrein, het terrein van de voormalige Rabenhauptkazerne. Stil is het hier. Alleen over de Hereweg raast verkeer. We nemen een kijkje achter Groenestein, wandelen langs de Coendersborg, omcirkelen begraafplaats Esserveld en komen uit bij het buurtschap Essen, dat met zijn voormalige vrouwenklooster bijna in het Hunzedal tuimelt. Een droge zandweg voert terug naar de Hereweg. Opnieuw, wat is het stil. Blijham begint over een ringweg die uitgerekend hier, op de grens met Haren, was geprojecteerd. Thuis kijk ik het na. Inderdaad, in het structuurplan Groningen 1969 was door de gemeente langs deze stille Esserweg met zijn mooie begraafplaats een tweede autosnelweg geprojecteerd. Toen al wist men dat de Weg der Verenigde Naties (rijksweg 7) nooit voldoende auto’s zou kunnen verwerken. Gelukkig is Blijham alweer doorgebeend. Hier ergens, wijst hij, logeerde Nescio. Ook die genoot van de Hondsrug en van de rust. Naar achteren keek hij op de Drentse Aa, een drassig gebied dat hij zelfs een vallei noemde. Ger en ik houden van Nescio.

Geef een reactie