A vaudeville show

Wat typeert een goede planoloog? Die vraag is relevant nu we in dit kleine kikkerlandje weer behoefte hebben aan échte ruimtelijke planning. Sommigen wenden zich tot Riek Bakker. Hoe deed zij het bij de Kop van Zuid? Gefascineerd keek ik naar het uitgebreide interview op WNET Reports met Bob Moses, de Riek Bakker van New York. Moses werd in 1974 door biograaf Robert Caro getypeerd als een kille ‘power broker’, een romeinse keizer die decennialang met absolute almacht over de Big Apple regeerde. Eerder al had Jane Jacobs in ‘The Death and Life of Great American Cities’ (1961) Moses weggezet als een ruwe doordouwer, een echte fixer die feitelijk buiten de democratische orde opereerde. Het interview dat ik zag dateert van 1977 en werd pas afgelopen jaar op YouTube gezet. Moses was toen 88 jaar. Zeldzaam vitaal oogt hij dan nog. Een uur lang spreekt de oude man aan de voet van Triborough Bridge over New York en ruimtelijke planning zonder een spoor van vermoeidheid te tonen. Pas helemaal op het eind vraagt hij om iets als drank en een lekker hapje eten. Als een generaal buiten dienst reflecteert hij op het vak dat hij als buitengewoon lastig maar ook als vitaal typeert. Dingen moeten gewoon gedaan worden. Volgende generaties hebben er immers baat bij. Zijn advies aan jonge planners: “If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.”

Een groot deel van het interview gaat over leiderschap. Het succes van een planoloog in functie hangt af van een goed stafbureau, veel geluk en een flinke dosis koppigheid. Trouw aan principes vindt hij onzin. Je moet loyaal zijn aan je mensen. En het grote geheim van zijn eigen succes wil hij wel verklappen: alleen doordat hij leidende functies op zowel regionaal als lokaal niveau met elkaar combineerde kon hij vooruitgang boeken. Trouwens, grootstedelijke projecten kunnen alleen stukje bij beetje worden gerealiseerd, nooit in één klap, want altijd is er te weinig geld. Nog zoiets: veel collega’s hebben weliswaar gestudeerd, maar begrijpen er niets van. Ze hebben nog nooit met de poten in de modder gestaan. Zeker een derde is volkomen incapabel. En met inspraak (hearings) schiet je niets op. Dat is alleen maar praten. Helemaal op het eind blikt Moses op zijn leven als planoloog terug als de interviewer hem confronteert met het uitblijven van erkenning. Nee het is erger. In 1977 wordt hij met kritiek overladen: hoe zit het met het milieu? Is New York niet te groot? Moet de stad niet krimpen? En zijn grote projecten niet gedoemd te mislukken? Hoe zou hij zijn werkende leven eigenlijk willen typeren? Zonder een krimp te geven antwoordt de oude Moses: “Life is a vaudeville show.” Heerlijk. Verschrikkelijk.


Posted

in

, , ,

by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *