Wetteloze jungle

On 2 juli 2021, in film, by Zef Hemel

Taxi Driver (1976) van Martin Scorsese zag ik pas afgelopen week voor het eerst. In 1976 studeerde ik en was ik kennelijk te druk met andere dingen. Het is een fantastische film. Misschien is het zien van de jonge Robert DeNiro anno 2021 nog wel leuker dan vijfenveertig jaar geleden. Hoofdpersoon is overigens New York. Die stad is volledig uitgewoond, failliet verklaard en kun je feitelijk opvegen. Travis Bickle is een anti-held; hij is juist teruggekeerd van het front in Vietnam en kan niet slapen. Hij zoekt een baantje als taxichauffeur. Eerst denk je nog dat hij de held is, maar dat is hij dus niet. Hij is volkomen getraumatiseerd geraakt in een volkomen zinloze oorlog. Naar wat hij als marinier in Vietnam precies heeft meegemaakt moeten we overigens gissen, maar hij projecteert het op New York. New York is voor hem de jungle. Nachtenlang rijdt hij door de metropool en zelfs daarna kan hij de slaap niet vatten. Hij blijkt er niet meer tegen te kunnen, tegen het vuil, de mensen, de drugs, de prostitutie. Er is een politicus die op straat campagne voert, maar zijn beloftes en slogans lijken volkomen hol en ongeloofwaardig. (Deze Palantine en zijn staf lijken eerder weggelopen uit een dwaas programma van Wim T. Schippers). Eerst prijst hij Palantine als deze toevallig in zijn auto stapt, maar even later besluit hij hem dood te schieten. Beveiligers krijgen hem echter in de gaten. Daarop zoekt hij een andere prooi. Hij wil iets doen. Iets concreets. Een pooier en zijn handlangers.

Travis, de ex-soldaat, wil beginnen met het schoonmaken van New York. Hij wil de held van de film zijn, niet de stad. De stad is ziek. Zijn New York ziet hij als een wetteloze jungle, vol onrecht dat hij niet kan verdragen. Wat een schitterend thema en wat geweldig uitgewerkt in verrukkellijke nachtelijke beelden, ondersteund door fantastische muziek. New York als één groot Red Light District, vergeven van de prostitutie, drugs en criminaliteit. Zoals bekend is dit New York tevens de geboortegrond van Donald Trump, die met zijn vastgoedinvesteringen destijds even concreet wilde bijdragen aan het schoonmaken van de Big Apple. Trump moet in 1976 even oud zijn geweest als Travis Bickle. Van die hele haveloze toestand is vijfenveertig jaar later trouwens niets meer over. New York is aangeharkt, behoort zelfs tot de duurste steden op aarde. Maar niet dankzij Travis Bickle of door toedoen van Donald Trump en ook niet door straf optreden van zijn vriend burgemeester Giuliani (!). Dat moet Martin Scorsese goed hebben begrepen. Ga er niet aan beginnen. Laat het Red Light District voor wat het is. Het verdwijnt vanzelf. Kijk op Netflix naar de gesprekken die hij voert met Fran Lebowitz in ‘Pretend it’s a City’. Stuk voor stuk zijn ze een ode aan New York, aan de stad die zichzelf telkens opnieuw uitvindt. De metropool is de ware held.

Tagged with:
 

Eerst testen!

On 28 december 2020, in boeken, gezondheid, by Zef Hemel

Martin Arrowsmith is hoofdpersoon in een van de romans van Sinclair Lewis. Ik las ‘Arrowsmith’ (1925) bij toeval met de kerst. Een toepasselijker boek kon ik mij achteraf niet wensen. Ik doel op de pandemie en het vaccin. Arrowsmith studeert geneeskunde en voelt zich aangetrokken tot het laboratorium. Zijn grote leermeester is de uit Duitsland gevluchte geleerde Max Gottlieb, die hem inwijdt in de wetenschap. Gottlieb is streng. Zijn finest hour lijkt aan te breken als er een virus rondwaart op de eilanden van St. Hubertus. Mensen sterven bij de vleet. Het door Martin ontwikkelde vaccin komt als geroepen. Maar Arrowsmith is voorzichtig, zijn vaccin is nog onvoldoende getest. Weliswaar reist hij in gezelschap naar de eilanden, maar alleen om testen uit te voeren opdat hij wetenschappelijk betrouwbare uitspraken kan doen. Maar niemand zit op zijn prudentie te wachten. Daarvoor is de nood te hoog, en zijn directe omgeving snakt naar het succes en de roem. Op de eilanden verliest hij zijn vrouw en zijn beste collega’s, die allemaal aan het virus overlijden. Gebroken keert hij huiswaarts. Daar besluit hij zijn carrière af te breken en naar de bergen van Vermont te trekken, waar hij met een vriend proeven gaat doen op muizen. Zuivere wetenschap. Ach arme.

De carrière van Arrowsmith als dokter en onderzoeker begint op het platteland van Dakota nadat hij is afgestudeerd aan de universiteit van Zenith, Winnemac. Stad en staat blijken door Lewis verzonnen. Winnemac, las ik ergens, staat voor “the standardized chain-store state of the midwest”. Geen wonder dat hij er ongelukkig is, net als zijn leermeester Gottlieb, wiens talenten niet worden gezien. Op het platteland van Dakota is het al niet beter. Zijn kansen keren als hij Gottlieb opzoekt in New York, waar men hem een onderzoeksplaats aanbiedt op een privaat gefinancierd laboratorium. Geld speelt geen rol, de concurrentie is moordend, zijn salaris schiet omhoog, hij kan carrière maken, hij mag onderzoek doen met apen, maar als het virus uitbreekt wil zijn manager liefst roem te vergaren. Arrowsmith blijft trouw aan zijn principes. Hij gelooft in echte wetenschap. Succes vindt hij vergankelijk. Zelfs als een nieuwe miljonairsvrouw zich aandient, zwicht hij niet. Hij neemt ontslag, verlaat New York en voegt zich bij zijn vriend Terry Wicket in Vermont. Dat zeg ik, honderd jaar na verschijnen van dit boek is de situatie in de wereld niet wezenlijk veranderd. Lezen dat boek, voordat u zich laat vaccineren.

Tagged with: