Loenersloot

Vandaag wandel ik van Abcoude naar ‘s-Graveland, een afstand van zo’n twintig kilometer. Eindelijk de stad uit. Dit is Utrecht. Ik waag me in het Groene Hart. Van een pad is geen sprake. Alles is hier geasfalteerd. De weg langs de Winkel is nog smal, maar eenmaal bij de Angstel wordt hij flink breder. Dan ben ik het lieflijke Baambrugge al gepasseerd. Een mevrouw in de winkel waarschuwt me: hoe breder de weg, hoe harder er wordt gereden. Ze krijgt gelijk. Waar ze me niet voor waarschuwt is het lawaai op de A2, naast me, dat is ronduit hinderlijk. Ik blijk in een landschappelijke trog te wandelen, langs fraai water, dat wel, maar water dat is ingepakt door asfalt en dat ligt ingeklemd tussen een snelweg in het westen en het Amsterdam-Rijnkanaal met spoorlijn in het oosten. Bij Loenersloot nader ik de ultieme vernauwing. Vluchten kan niet meer. Boven me vliegtuigen die aankoersen op Schiphol. Hun staarten draaien in het luchtruim, hun neuzen zoeken de Aalsmeerbaan. Overal hoor ik zeurende herrie. Na drie kwartier wandelen begin ik me ellendig te voelen.

In Loenersloot wacht me de troostprijs. Kasteel Loenersloot beschikt over een tuin, en die is prachtig. Een smal paadje voert de wandelaar eerst terug langs de Angstel, daarna scherp de bocht om, aan het eind rechtsaf. Uitgehakt in een dicht bos slingert daar een smal watertje, het kronkelt in krappe bochten fraai naar achteren, zonnestralen zoeken hun weg door het dichte bladerdak, hun licht valt op kleine heuveltjes. De beplanting oogt fraai, sommige bomen hebben iets Chinees. Een houten bruggetje over het water ontroert, van zichtlijnen is geen sprake. Helemaal achterin, waar de duisternis heerst, staat zowaar een kleine hermitage. Ik lees het Beheerplan Loenersloot uit 2012. Het parkje werd aangelegd in 1797, men vermoedt de hand van Gijsbert van Laar (1767-1829), althans van zijn Magazijn van Tuin-sieraden, een invloedrijk voorbeeldenboek uit 1802. Het parkje noemen de auteurs ‘sterk naar binnen gekeerd’. Ik vind dat niet vreemd. Temidden van snelweg, spoorlijn, aanvliegroute en kanaal is beslotenheid maar het beste, tenminste als je nog iets van het lieve parkje wilt maken. Ik steek de herrie van de spoorlijn en het Amsterdam-Rijnkanaal over, schud het verkeer op de N201 van me af en wandel de ronkende motorboten op de Vecht tegemoet. Dag papieren Groene Hart, oase van rust.


by

Tags:

Comments

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *