Dikke pech

On 4 oktober 2021, in geschiedenis, ruimtelijke ordening, stedenbouw, by Zef Hemel

Gisteren een Israëlische filmploeg te woord gestaan over de geschiedenis van de Bijlmermeer. Hun documentaire zal gaan over de vliegramp met het ElAl-toestel, dat op 4 oktober 1992 de flat Groeneveen doorboorde. We spraken af in het Bijlmermuseum in Grubbehoeve. Al snel kwam de vraag ter tafel: hoe heeft het zo fout kunnen lopen met de Bijlmer? Waar moest ik beginnen? Bij het begin natuurlijk. Toen eind jaren veertig het inzicht groeide dat met de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935 niet kon worden volstaan, kwam het idee bij de gemeente Amsterdam op om richting zuidoost, op grondgebied van de gemeente Weesperkarspel, een nieuw stadslob te bouwen. Provincie en Rijk waren echter tegen. Niet dat ze de noodzaak niet zagen, maar ze gunden het socialistische Amsterdam zoiets niet. De zwakke buurgemeente moest het zelf doen. Meer dan twintig jaar bleven ze de hoofdstad dwarsbomen in zijn vaste voornemen. Ondertussen was woningnood ‘volksvijand nummer 1’. Dat verklaart mede het extreem utopische en rigide karakter van de Bijlmer als Amsterdamse antwoord op de vraag hoe de ‘stad van de toekomst’ er uit moest gaan zien. Maar het geeft ook aan hoe moeilijk het zou worden om die sociale ideaalstad later daadwerkelijk te bouwen. Want zonder medewerking van het Rijk gaat dat niet.

Daarnaast was er sprake van dikke pech. De eerste paal was nog niet geslagen, of er brak een oliecrisis uit. Die vormde de opmaat tot een zware economische crisis die liefst vijftien jaar zou aanhouden. Bezuiniging op bezuiniging volgde. Liften werden geschrapt, parkeergarages bleven uit, het winkelcentrum kwam later en de metro ging niet rijden. Het plan werd ‘tot op het bot’ uitgekleed, terwijl de huren stegen. Bewoners protesteerden. Er ontstond leegstand (de woningnood viel door de invallende crisis verrassend mee). Leegstaande flats – allemaal huur, dus sociaal – leidden tot vreemde, onbeheersbare situaties. Suriname werd onafhankelijk; er kwamen heel andere bewoners; later verscheen er heroïne op de markt; weer later ging de politie ingrijpen op de Zeedijk, waardoor de drugshandel met de pas geopende metro via halte Wibautstraat naar Ganzenhoef emigreerde. Ondertussen bouwde het Rijk Lelystad en Almere. Het was een keten van gebeurtenissen die niemand kon voorzien en die niemand kon beheersen. Tot overmaat van ramp boorde ten slotte een Boeing 747 zijn neus in de flat Groeneveen, in het hart van de Bijlmer. Tenminste 43 mensen kwamen om het leven. Het was het spontane begin van de afbraak van de hoogbouw die later zou volgen, (want stedenbouwkundigen gaven inmiddels de hoogbouw de schuld). Een paar flats werden door nota bene bewonersacties op het nippertje gered. In dit ‘beschermde stadsgezicht’, vlak bij ‘de boom die alles zag’, kwam ik de Israëlische filmploeg tegen. Kan het ironischer?

Tagged with: