Agora

On 13 september 2019, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Flesh and Stone’ (1994) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor flesh and stone sennett

Wordt Richard Sennett (1943) oud? Afgelopen week las ik in ‘Building and Dwelling’ (2018) een mooie passage over de antieke agora in Athene. Op deze plaats schreef ik erover. Nu las ik vrijwel dezelfde tekst van diezelfde auteur in het veel oudere ‘Flesh and Stone’ (1994), maar dan uitgebreider en beter. In ‘Nakedness’, het eerste hoofdstuk in het deel over ‘’Powers of the Voice and Eye’, schetst Sennett de evolutie van de Griekse agora in relatie tot het menselijk lichaam. Zeldzaam erudiet weidt hij uit over de stem van de burger in het Athene van zo’n vierhonderd jaar voor Christus. Alsof hij erbij was. De stad is dan uitgegroeid tot een metropool van circa 250.000 inwoners. De meeste burgers leefden overigens op grote afstand van de agora; zo’n veertig procent zelfs verder dan vijftien mijl. Het kostte hen zeker vier uur om in het centrum te komen. Hier echter, in het hart, namen ze politiek beslissingen. Dat deden ze door met elkaar te praten, in groepen te verzamelen en rechtop te lopen.  De resultante is democratie. Want wat gebeurt er als zesduizend lichamen dicht opeengepakt in een ruimte van amper vijf hectare samendrommen? De Duitse historicus Winckelmann noteerde dat al die lichamen in die ene ruimte een tableau moeten hebben gevormd van zeldzame ordening in een wereld van verschil. Het leidde, aldus Sennett, noodgedwongen tot het uiteenleggen van de verschillende functies van de democratie in diverse gebouwtypen.

Nee, er lag geen masterplan ten grondslag aan de Griekse agora en ook geen eenvormig idee van architectuur. Voor Sennett gaat het vooral om de woorden die werden gesproken en de hitte van het gesprek. In het theater, waar iedereen zat, sprak slechts één iemand, de anderen luisterden, daar werd het narratief dominant, maar elders, waar gestaan werd, werd heftig gedebatteerd en speelden emoties op. Wie zat, onderwierp zich, wie rechtop stond claimde macht. In het theater werd iedereen in de gaten gehouden, op het plein was dit niet goed mogelijk. Elke architectuur lokte een andere woordenwisseling uit. Rondom de agora begonnen markten te gedijen, daar stierf het stemgeluid van de agora in het opbieden en aanprijzen van goederen door kooplieden. Aristoteles merkte hierover op: ‘een stad bestaat uit verschillende soorten mensen; één type mens kan een stad niet dragen.’’ Rechtspraak, markt en politiek werden ten tijde van Pericles van elkaar gescheiden. Stemmen dus. Het woord kwam vooral tot zijn recht in afgescheiden ruimten. Daaraan danken wij stadhuizen, rechtbanken, theaters. Ze horen bij elke binnenstad. Stedelijke centra zitten nog steeds zo in elkaar. Tenminste als het goed is, dus als ze niet door de economische functie worden overvleugeld en de burgers het centrum mijden, waarmee deze hun democratische functie verliezen.

Tagged with:
 

Manchester paradox

On 4 april 2019, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Manchester paradox’ in Prospect van 4 maart 2019:

Afbeeldingsresultaat voor highrise manchester map inner city

Bron: BBC

Driftig wordt er gebouwd in de noordelijke industriestad Manchester, de skyline wordt hier gedomineerd door tientallen kranen. Tegelijk vindt de bezoeker van de ruim 500.000 inwoners tellende Britse stad steeds meer dak- en thuislozen op straat. In 2017 stierven 21 mensen zonder een dak boven hun hoofd. Ze noemen het de ‘Manchester paradox’. Alles deed het gemeentebestuur om de bouwwoede aan te wakkeren. Ze reisde zelfs naar China om investeerders in vastgoed aan te trekken.Vooral in het centrum van Manchester worden de laatste jaren extreem veel woningen gebouwd: 2.000 appartementen in 2017, de komende drie jaar nog eens 9.000 extra. Woonden er in 1985 nog 400 mensen in het stadscentrum, vorig jaar waren dat er al 40.000. In de jaren ‘80 en ‘90 probeerden opeenvolgende gemeentebesturen private investeerders te verleiden om in en rond de binnenstad te bouwen, de laatste jaren trokken ze zelfs investeerders uit het verre Midden-Oosten aan. Imposant is de nieuwe skyline van Manchester, deze doet eerder denken aan Dubai dan aan een Europese stad. Manchester is als Rotterdam: dure hoogbouw en tegelijk armoede in de buitenwijken. Al dat verwoede bouwen blijkt nauwelijks te baten. En publieke investeringen in infrastructuur lopen hopeloos achter.

Wat is er aan de hand? Jonge, hoogopgeleide starters vestigen zich massaal in de binnenstad van Manchester, dit doen ze vooral sinds de BBC in Salford zijn hoofdkwartier opende. De universiteiten in de stad groeien als kool, de restaurants en horeca doen het uitstekend. Huren en vastgoedprijzen stijgen snel. Het lijkt wel alsof iedereen in ‘downtown’ wil wonen. Vooral de afgelopen vijf jaar zijn buurten in en rond de binnenstad in een oogwenk hip en trendy geworden. Tegelijk hebben de bezuinigingen van Westminster op het gemeentefonds hun tol geëist; gemeentelijke instanties zijn nauwelijks in staat om de onderkant van de samenleving bij te staan of met middelen te ondersteunen. Het aantal daklozen is sinds 2010 scherp gestegen. Woningbouwcorporaties zijn door de Britse staat gekortwiekt, huurders van sociale woningen worden geconfronteerd met enorme prijsstijgingen. Zelfs het openbaar vervoer is duur geworden, terwijl de arme bevolking van Manchester in de verre buitenwijken woont, waar ze is aangewezen op busvervoer naar werk en voorzieningen. Er dreigt een verkeersinfarct. De stad telt meer dan 5.000 urgente woningzoekenden, maar de voorraad sociale woningen is verre van toereikend. Het succes van Manchester is goed nieuws. Echter, de Britse regering laat verstek gaan, is afwezig, althans dat stellen betrokkenen. Het verklaart waarom veel Britten op de linkse Jeremy Corbin stemmen. En het verklaart waarom veel inwoners van steden als Manchester hoogbouw haten of negeren. Voor hen betekenen die torens grove nalatigheid.

Tagged with:
 

Een ode aan Ed van Thijn

On 10 februari 2019, in bestuur, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Jongens, maak het maar mooi’ (2016) van Max van den Berg:

Afbeeldingsresultaat voor max van den berg jongens

De problemen in de Amsterdamse binnenstad zijn groot. Binnen de Singelgracht wordt bijna niet meer gewoond, sommige delen zijn tot regelrechte no-go areas verworden. Drugshandel, criminaliteit, verkrotting en ernstige vervuiling bedreigen de centrumfunctie van de historische kern van de hoofdstad van het land. Amsterdam schaamt zich. Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richt burgemeester Ed van Thijn een Adviesgroep Binnenstad in met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, universiteit, kunst- en cultuursector, vakbonden en bewonersorganisaties. Zij schrijven een rapport. Na de verkiezingen wordt binnen het nieuwe college de burgemeester aangewezen als bestuurlijk coördinator van een ‘Aanpak voor de binnenstad’. Van Thijn vraagt Max van den Berg, eerder directielid van de Dienst Ruimtelijk Ordening maar inmiddels werkzaam op het stadhuis, om de rol op zich te nemen van ambtelijk coördinator. Onder zijn aanvoering wordt een klein team op het stadhuis geformeerd dat steeds met de burgemeester overlegt. Daarnaast komt er een Werkgroep Binnenstad, waarin 35 vertegenwoordigers van de meest betrokken diensten zitting nemen. Bovendien laat Van den Berg zich adviseren door een werkgroep Juridisch Beheer die helpt “af en toe totaal verknoopte formele situaties te ontwarren en in beweging te brengen.” Opvallend is de informele sfeer; met de burgemeester wordt veel gelachen. Coördinator Van den Berg weet zich omringd door een “enthousiaste groep, zonder macht, maar met de wil problemen op te lossen en tot daden te komen, wat bijna steeds lukt.” Is er een visie op de toekomst van de binnenstad? Nee, er zijn alleen actievoorstellen. De binnenstad moet worden gered.

Aan het woord is Van den Berg, die in 2015 terugblikte op zijn ambtelijke carrière in Amsterdam en daar een boek over publiceerde. Centraal in de strategie die de burgemeester en hij na 1982 ontwikkelen, staat ‘herstel van vertrouwen’. Daarvoor is ‘openheid’ een eerste vereiste, en ook ‘flexibiliteit’. “Ons doel is simpel: Verbeter het imago van Amsterdam en maak de binnenstad mooi en schoon.” Wat opvalt in de aanpak die uiteindelijk gekozen wordt is de nadruk op het wonen: het stegenplan, het wonen-boven-winkels-plan, het gatenplan, het herstelplan voor de Zeedijk, de voltooiing van de stadsvernieuwing op de Eilanden, in de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt. In 1981 wonen er nog maar 53.000 mensen in de Amsterdamse binnenstad. Vier jaar later zijn dat er weer 57.000; ondertussen staan er plannen gereed die het totaal zullen brengen op 60.000. Maar dat niet alleen. Vanaf 1985 worden de inspanningen ook gericht op hoger onderwijs in de binnenstad met drie clusters van liefst 39 hbo-instellingen en een universiteit. En ook cultuur, kunst en toerisme krijgen een impuls, met initiatieven voor tal van nieuwe accommodaties. Het werd in die vroege jaren ‘80 allemaal bedacht en in werking gezet. Dertig jaar later wonen er meer dan 86.000 Amsterdammers in de binnenstad; hun aantal neemt verder toe, tot 91.500 in 2040. Bijna evenveel jongeren studeren er.  Het bedrijfsleven floreert. Het aantal toeristen groeit explosief. De binnenstad, inmiddels bijna te mooi, dreigt te bezwijken onder haar enorme succes. In 2018 werd ze door Elsevier Weekblad uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijk broeit het en gist het. Het wordt te druk. De prijzen gaan sky high. Amsterdammers keren zich af. Anno 2019 moet de binnenstad opnieuw worden gered.

Tagged with: