Stedelijkheid als ziekte

On 27 februari 2013, in sport, voedsel, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord op 25 februari 2013 in Amsterdam:

“Kunnen we de samenleving veranderen?” Die prangende vraag stelde klinisch cardioloog Ron Peters van het Amsterdams Medisch Centrum tijdens de derde Amsterdam Lezing van 25 februari in CREA. Zelf geloofde hij van wel. Overtuigende statistieken toonde hij, waarop te zien was dat de kans op suikerziekte en hart- en vaatziekten sterk toeneemt als gevolg van roken, minder bewegen en slechte voeding. Inderdaad verbijsterende cijfers. Over roken sprak hij niet, wel over beweging en voeding, twee verschijnselen die sterk samenhangen met urbanisatie. Overgewicht verklaart zelfs voor 90% ons gezondheidsprobleem. Trouwens, hoe lager de sociaal-economische status, hoe ernstiger het probleem. Maar verstedelijking is de dominante factor. Op het Indiase platteland eet men nauwelijks vet, in steden als New Delhi en Mumbai daarentegen kampen vrijwel alle inwoners met overgewicht. Diabetes wordt een steeds groter probleem, het is een typisch stedelijke ziekte. De opkomst van obesitas in de Verenigde Staten blijkt zelfs alarmerend.

Het HELIUS-onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Amsterdamse GGD volgt zes Amsterdamse bevolkingsgroepen in hun leefpatronen. Het grootschalige onderzoek is anderhalf jaar geleden begonnen; na vijf jaar volgt een herhalingsonderzoek. Over een eventueel vervolg wordt op dit moment nagedacht. Ron Peters kon al de eerste resultaten laten zien.Volgend jaar verwacht hij de eerste wetenschappelijk artikelen. Hij gelooft in preventie. Zijn voorbeeld is Finland, waar de gezondheidssituatie ooit nog beroerder was dan in Nederland en waar door de overheid vervolgens op alle mogelijke manieren aan preventie is gedaan, te beginnen met het aanpakken van de voedingsmiddelenindustrie. De resultaten die hij toonde waren indrukwekkend. Peters sprak honend over de zogenaamde duurzame multinationals en vertelde indringend over de grote belangen van de farmaceutische industrie, die adequate preventie hinderen. Trouwens, slechts een fractie van het gezondheidsbudget gaat op dit moment naar preventie. Alleen een sterke overheid kan volgens hem iets uitrichten. De voorzitter van het College van Bestuur van de UvA, Louise Gunning, was ook aanwezig in de zaal. Zij had een idee: supermarkten zouden gedwongen moeten worden hun wekelijkse omzet aan kilocalorieën bekend te maken. En wijzelf? Fitness is niet voldoende. Ons hele gedrag moet veranderen: matigen met eten, meer wandelen, vaker de trappen nemen, geen elektrische tandenborstel gebruiken, afwassen in een teiltje, langer slapen. En de inrichting van onze gebouwen en steden moet heel anders. Opdat wij stedelingen nog langer leven.

Tagged with:
 

Over gezondheid van stedelingen

On 15 januari 2013, in wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in het AMC op 10 januari 2012:

Ron Peters is klinisch cardioloog in het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Op 25 februari 2013 spreekt hij in de nieuwe reeks Amsterdam Lezingen van de Universiteit van Amsterdam bij CREA (http://www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen/amsterdamlezingen.html.) Ter voorbereiding ontmoette ik hem afgelopen week in het AMC. Hij vertelde me over het HELIUS-onderzoek, waarbij duizenden Amsterdammers in hun volwassen leven langjarig worden gevolgd. Een team van vijfendertig mensen voert het in de wereld unieke onderzoek uit. Uiteindelijk zullen 30.000 Amsterdammers in HELIUS participeren, maar Peters vertelde me dat hij het liefst het dubbele aantal mensen zou willen volgen: van elke bevolkingsgroep – Surinamers, Turken, Marokkanen, autochtone Nederlanders, Ghanezen, enzovoort – liefst 10.000. Echter, daarvoor ontbreekt op dit moment het geld. Het grootschalige onderzoek heeft betrekking op de gezondheid van stedelingen, hun leefwijze, hun achtergrond, hun voedingsgewoonten en bewegingspatronen. Centrale vraag: waardoor worden stedelingen ziek? HELIUS beoogt preventie. Men rekent op voorspellende kracht.

Ziektebeelden hebben alles te maken met onze leefpatronen. Pas op termijn doen ze zich voor. Die leefpatronen zijn tegenwoordig stedelijk. Peters noemde het voorbeeld van de explosie van hart- en vaatziekten onder volwassen mannen in de jaren zeventig. Mannen waren destijds kostwinner, vrijwel alle mannen rookten, de auto was aan zijn opmars bezig, de meeste mannen werkten op kantoor, men had zich in steden gevestigd. Met succes heeft de medische wetenschap deze volksvijand nummer 1 bestreden. Deels dankzij medicatie, deels door goede preventie: mannen zijn minder gaan roken en meer gaan bewegen. Peters kan nu al zeggen met welke ziekten wij over vijf à tien jaar zullen worden geconfronteerd: door groeiend overgewicht verwacht hij bijvoorbeeld een opmars van suikerpatiënten. Ook kan hij voorspellen welke bevolkingsgroepen straks het zwaarste zullen worden getroffen.  Of zijn voorspellingen zullen uitkomen hangt mede af van de preventieprogramma’s die nu worden ontwikkeld. Eén ding is zeker: onze steden en onze gebouwen, zei hij, moeten heel anders worden ingericht. Op 25 februari horen wij meer en kan iedereen vragen stellen.

Tagged with:
 

Amsterdam Lezingen 2013

On 22 december 2012, in wetenschap, by Zef Hemel

Met de benoeming van Zef Hemel op de Wibautleerstoel (per 1 januari 2012) start in 2013 een nieuwe serie Amsterdam Lezingen. De lezingen, met als thema ‘Amsterdam Kennisstad’, richten zich op de wetenschapsterreinen waar Amsterdam wereldwijd in uitblinkt. UvA-hoogleraren vertellen over hun vakgebied en over de rol die de stad daarin speelt. Elke spreker geeft een korte lezing als aanzet voor discussie met het publiek. De lezingen beginnen om 20.00 uur en zijn gratis.

4 februari – Louise Gunning-Schepers over kennis voor de stad Amsterdam.

11 februari – Willem Stiekema over planten, zaadveredeling, biologie en Science Park Amsterdam.

25 februari – Ron Peters over urbanisatie, etniciteit en gezondheid: het Amsterdamse HELIUS-onderzoek.

4 maart – Rens Bod over de creatieve industrie, de stad en de waarde van de humanities.

11 maart – Peter Sloot over complexiteit, modellenbouw en de toepassing ervan op Amsterdam.

18 maart – Marita Mathijsen over Jacob van Lennep, de negentiende eeuw en het unieke drinkwaterleidingsysteem van Amsterdam.

locatie: CREA, Nieuwe Achtergracht 170 (Roeterseiland), Amsterdam.

aanmelden via www.uva.nl/amsterdamlezingen (vanaf begin januari 2013)

 

Louise Gunning is voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam.

Willem Stiekema is directeur van het Swammerdam Instituut voor Levenswetenschappen en hoogleraar Bioinformatica aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

Ron Peters is hoogleraar Klinische cardiologie aan de Faculteit Geneeskunde (AMC).

Rens Bod is hoogleraar Computationele en digitale geesteswetenschappen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen en de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

Peter Sloot is hoogleraar Computational science aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

Marita Mathijsen-Verkooijen is emeritus hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Faculteit der Geesteswetenschappen.

Tagged with:
 

Epidemisch

On 30 maart 2012, in infrastructuur, stedenbouw, voedsel, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 28 maart 2012:

Obesitas is een van de alarmerendste trends in de gezondheidstoestand van Amerikanen. In The Atlantic verscheen dezer dagen een artikel van de hand van Kaid Benfield, directeur van het ‘Sustainable Communities and Smart Growth programme’ van de Natural Resources Defense Council. Een daarin opgenomen statistiek toont de snelle groei van het verschijnsel over de laatste veertien jaar. Waren in 1994 alleen nog de staten in het zuiden van de VS aangedaan, anno 2008 zijn vrijwel alle staten onder invloed geraakt van obesitas. Het is alsof een felle brand uitslaat. Het gemiddelde percentage van de bevolking liep in die veertien jaar op van 15 tot 19 procent naar 25 tot 29 procent en in sommige staten zelfs tot boven de 30 procent. Het gecombineerde aandeel van overgewicht en obesitas is in de VS zelfs gestegen tot boven de 60 procent. Ook het aandeel diabetes stijgt al jaren angstaanjagend. De kans op sterfte is onder deze groep patiënten ruim tweemaal groter dan normaal. Daarmee prijkt Amerika helemaal bovenaan in de statistieken. Na de VS volgen eerst Mexico en Groot Brittannië, daarna Australië, Nieuw Zeeland en Slowakije, vervolgens Hongarije, Tsjechië, Portugal en IJsland. Helemaal onderaan treft men Korea en Japan aan. Nederland bevindt zich ergens in het midden, wat ook niet geruststellend is.

Deels heeft de epidemie te maken met slechte voeding, deels met gebrek aan bewegen. Amerikanen bewegen steeds minder. Duitsers bijvoorbeeld bewegen veel meer, net als Brazilianen. Hoe dit komt? Volgens Benfield heeft dit alles te maken met hoe de Amerikaanse steden zijn ingericht. Ze zijn helemaal gebouwd op de auto. Hij haalt Howard Frumkin aan, een expert op het gebied van obesitas, die zegt: “we have engineered walking and bicycling out of our communities.” Daarom pleit Benfield voor de herintroductie van ‘complete straten’, met gescheiden fiets- en voetpaden, fijnmaziger stratenpatronen, compactere bebouwing en buurtwinkels in plaats van shopping malls. Zulke stedenbouwkundige structuren bouw je echter niet zomaar terug – dat kost jaren. Ondertussen neemt het obesitasvraagstuk verder toe; het is een tijdbom die binnen tien jaar zal afgaan. Rest de vraag waarom ook Nederland er relatief slecht op staat. Hier zijn toch veel fiets- en wandelpaden? Jawel, maar het helpt niet. Nederlanders gebruiken relatief vaak de auto. Nederland is met zijn VINEX, na Groot Brittannië, de meest gesuburbaniseerde natie van Europa. En niemand die er iets aan doet.

Tagged with:
 

Grotestadsprikkels

On 11 juli 2011, in sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 26 mei 2011:

Misschien is het u ontgaan, maar sinds de jaren tachtig zijn veel chronische patiënten uit de grote psychiatrische instellingen in de bossen overgeplaatst naar woonvormen elders. Hierdoor, was het idee, zouden ze actiever gaan participeren in de samenleving. Dat heette met een duur woord ‘ambulantisering’. Wat blijkt? De patiënten trekken allemaal naar de grote steden. Het aantal ggz-cliënten en de kosten voor het cliëntgebonden ggz-gebruik zijn in Amsterdam nu beide ongeveer de helft hoger dan in de rest van Nederland. Sinds de ambulantisering stijgt ook het aantal acute dwangopnames, de zogenaamde In-Bewaring-Stellingen (IBS) schrikbarend. Tussen 1993 en 2007 nam het aantal IBS’en in de grote steden toe met maar liefst 300 procent. We hebben het dan over een getal van 120 IBS-ers per 100.000 bewoners. Flip Jan van Oenen en Jeroen Zoeterman, de een psychiater en de ander werkzaam bij een grootstedelijke GGZ-instelling, schreven er een alarmerend stuk over in de Volkskrant: “Inmiddels is bekend dat woonachtig zijn in grote steden op zichzelf een risicofactor vormt voor het ontstaan van psychoses. Het is aannemelijk dat dit samenhangt met de hectiek en grote hoeveelheid prikkels in een grote stad, maar ook met eenzaamheid, beschikbaarheid van drugs en concentraties van allochtone groepen die een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een psychose.” De crisisdiensten in de grote steden hebben het er maar druk mee. Het kost de grote steden ook veel geld. En de opvang schiet duidelijk tekort. Vandaar de sterke toename van de dwangopnamen. Wordt hierdoor de zorg goedkoper? Moeten de grote steden dit opvangen? En heeft dit systeem wel zin?

Van Oenen en Zoeterman vragen zich af of de grenzen niet in zicht komen van de mogelijkheden tot integratie van psychiatrische patiënten in de grote stad. Zij menen dat we “patiënten een grotere dienst bewijzen door ze een rustige plek buiten de stad te gunnen, op enige afstand van ziekmakende grotestadsprikkels.” Het systeem noemen ze pervers. Er zit inderdaad een prikkel in tot meer dwangopnames en afwenteling van de kosten op de grootstedelijke GGZ’s. Echter, de essentiële vraag wordt niet gesteld: waarom trekken al die psychiatrische patiënten toch naar de grote stad als ze de ziekmakende grotestadsprikkels niet kunnen verdragen?

Tagged with:
 

Grote steden zijn gezonder

On 24 maart 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Edward Glaeser:

Waarom leven mensen in New York gemiddeld anderhalf jaar langer dan mensen in de Verenigde Staten? Ja, ook in grote steden als Los Angeles, Boston en San Francisco is de levensverwachting gemiddeld hoger dan in Amerika als geheel. Tussen 1980 en 2000 steeg de gemiddelde levensverwachting van mensen die leefden in een hoge dichtheid met gemiddeld zes maanden meer dan van mensen in lage dichtheid. Dus, nogmaals, waarom zijn grote steden gezonder? Typische vraag van Ed Glaeser, typisch ook al die statistieken. Wat is het antwoord van deze econoom uit Chicago? Steden, stelt hij, investeren massief in schoon drinkwater, in het reinigen van straten, in het bestrijden van criminaliteit, in het onderhouden van ziekenhuizen, ze houden er een relatief omvangrijke publieke sector op na. Daardoor leven de mensen gemiddeld langer. Helemaal verklaren kunnen deze publieke diensten de stijging en het grote verschil in levensduur overigens niet. Wandelen stadsmensen dan meer? Roken ze minder? Bewijzen daarvoor kan Glaeser niet vinden. “I’d like to think that the health of older New Yorkers reflects the vigorous nature of city life, but I can’t rule out the possibility that selection may also be playing a role.” Bij dat laatste doelt hij op mensen met een zwak gestel die, op zoek naar een warmer oord, mogelijk de stad verlaten. Zou het werkelijk?

Hoe dan ook, Glaeser denkt dat stadsmensen door deze hogere levensverwachting eerder de voordelen zien van ‘big government’ dan mensen uit de provincie. Aan al die ambtenaren danken zij een langer leven. Zoiets mag wat kosten. Ik vind het een prachtige verklaring, een briljant econoom waardig, maar geen mens zal het hardop beamen, ook in Nederland niet. Toch zijn stadsmensen bereid gemiddeld meer belasting te betalen. En in de grote steden wordt vaker links gestemd. Linkse mensen leven dus langer. Echt een Ed Glaeser-redenering.

Tagged with:
 

Kwetsbaar

On 21 maart 2011, in economie, onderwijs, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 oktober 2008:

De aanleiding was een gesprek over regionale specialisatie. Moeten stedelijke regio’s zich wel specialiseren? Ik bracht het in verband met een eerder gesprek waarin iemand had beweerd dat de regio Eindhoven internationaal gezien voor Nederland belangrijker is dan Groot-Amsterdam. Hij had daarbij naar het bedrijf ASML in Veldhoven verwezen, waardoor hij op zijn minst de verdenking op zich laadde een bedrijf te verwarren met een hele regio. Enfin, specialisatie in het high tech-domein dus, is dat goed? Economisch lijkt er niets op tegen, integendeel. Zo’n regio kan de allerbeste worden op zijn terrein. Kwetsbaar wordt hij wel. Dat merken steden als Detroit, Manchester, Liverpool, Rotterdam en Heerlen op dit moment. Jane Jacobs sprak van ‘company towns’. Een tijdlang maken zulke steden ongelooflijke winst, maar daarna kunnen ze diep zinken. Niet specialiseren dan? Ik vroeg mij af hoe het eigenlijk de mensen vergaat.

Ruim twee jaar geleden verscheen in NRC Handelsblad een groot artikel van de hand van Julie Wevers over autisme in de regio Eindhoven. Destijds vond "een ware autisme-explosie’ in Zuid-Oost Brabant plaats. Het aantal volwassenen dat aanklopte voor hulp in verband met autisme was in dat jaar verdubbeld. Psycholoog Frank Vroemen: "Er zijn hier meer autisten dan in de rest van Nederland, ik weet het zeker." Autisme komt voor bij 1,16 procent van de Nederlandse bevolking. Het is een verzamelnaam voor een bonte stoet diagnoses die in hoge mate erfelijk zijn. Autisten verwerken informatie op een andere manier in de hersenen. Ze hebben moeite met sociale contacten, tonen vaak een overmatige belangstelling voor één onderwerp en kunnen slecht omgaan met veranderingen. Wevers haalde expert Rosa Hoekstra aan. Zij werkt bij het Autisme Research Centre van de Universiteit van Cambridge. "Niet alleen over Eindhoven, ook over andere hightechregio’s zoals Silicon Valley, Seattle en Stockholm hebben autisme-experts sterke vermoedens over een verhoogd aantal autisten." Dat er een relatie bestaat tussen autisme en techniek ligt voor de hand. Sommige scholen in de Eindhovense regio richten zich op autisme, de TUE doet onderzoek naar autisme onder studenten, er ontstaan in en rond Eindhoven uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in autistisch personeel (autisten zijn door hun concentratie bijvoorbeeld uitstekende testers van software). Over regionale specialisatie gesproken! Overigens, autisten lopen een grote kans om maatschappelijk te mislukken. "Autistsch talent is kwetsbaar."  Dus gespecialiseerde regio’s zijn ook kwetsbaar. Kwetsbaar? Dat was precies de boodschap van Jane Jacobs.

Tagged with: