Vuilnis

On 17 december 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Twenty minutes in Manhattan’ (2009) van Michael Sorkin:

Even dacht ik dat Sorkin zijn pand in The Village wel verlaten had om de straat op de gaan, maar nee, hij is aanbeland in de hal, bij het vuilnis. Het vuilnis van de buren. Die zetten troep op de gang. Dat houdt hem nogal bezig. Het is bijna genant. "The hallway – what is sometimes called a semi-private space – is a fine instance of the delicate negociation strategies that characterize civil life in the city." Zijn buren worden nu met naam en toenaam genoemd, hij beschrijft hoe hij briefjes op hun deur plakt om zijn beklag te doen en hoe even later de buren – een van hen blijkt van de Filippijnen afkomstig te zijn en noemt Sorkin meteen maar een racist – zijn vrouw lastig vallen. Ondertussen blijft het vuilnis in de hal gewoon liggen. En iedereen laat het gebeuren of doet mee. "We abuse the hall because we feel abused by it."

Ook de lamlendige rol van de huisbaas in deze wordt uit de doeken gedaan. Die doet namelijk niets. Tot in detail vertelt Sorkin over een eenmalig bezoek aan die huisjesmelker, die geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn pand noch voor de straat of de stad, en de woedeuitbarsting van hem daar in het bureau. Het komt me allemaal bekend voor; het is alsof ik voor de televisie een aflevering bekijk van een Amerikaanse serie die zich afspeelt rond een echtpaar in New York. Of nee, het probleem is algemener. Sorkin heeft gelijk. "We engage in the same kind of ‘irrational’ behavior that residents of the ‘projects’ are so often accused of: fouling our own nest."

Ondertussen leren we over de gentrificatie van Manhattan. Door de torenhoge prijzen enerzijds en de huurbescherming anderzijds ontstaan vreemde situaties. Sommige mensen betalen slechts een vijfde van de prijs die hun buren moeten betalen voor het bewonen van een paar vierkante meter op de meest bevoorrechte plek op aarde. "In New York, where the extraction of value from real property is a major industry, everyone is obsessed with what everyone else is paying for shelter." De manipulaties van de huisbaas van Sorkin houden daar ook verband mee: hij probeert huurders uit hun woning te werken om op die manier z’n huurprijzen te verhogen en denkt Sorkin daarvoor te kunnen gebruiken. Als Michael voor de rechter zou getuigen dat de buren onderverhuren, dan zal hij het trappenhuis schilderen. Sorkin trapt er niet in. Even later beschuldigt de huisbaas Michael ervan dat hij neveninkomsten heeft en meldt dit ook aan de autoriteiten. Die vragen van hem aan te tonen dat dit niet het geval is, integendeel. Opnieuw zijn we getuige van een doortrapte poging van de huisbaas om meer huurinkomsten te genereren. Volgens Sorkin worden dit soort praktijken door het bewind van burgemeester Michael Bloomberg verder aangewakkerd. Alles draait om geld. "The mix of artists, crafts-people, small manufacturers, researchers, as well as of commerce oriented to their needs, was something that flared briefly before the inexorable operations of the invisible hand, gloved in municipal authority, grabbed it by the throat and killed it in favor of shoe-stores and groovy pads for dotcom bubble boys and girls." Zijn grote angst is dat Manhattan een duurte-eiland wordt en dat het zijn diversiteit verliest.

En de huiseigenaar? Die getuigt, aldus Sorkin, van niets anders dan ‘bourgeois moraliteit’. We zijn geneigd om hard over ze te oordelen, maar ze zijn klein vergeleken bij de grote jongens, voegt hij eraan toe. "Real estate is New York’s leading economic enterprise." En ach, die kleine huizenbezitters zijn slechts de frontsoldaten die het vastgoedbezit als grootste waarde in deze wereld verdedigen. "The business model of governance, fervently embraced by our former MBA president and our billionaire Mayor, keeps its eye on the bottom line, thereby guaranteeing that the ‘right people’ make money."

Tagged with:
 

Luchtwegen

On 16 december 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Twenty minutes in Manhattan’ (2009) van Michael Sorkin:

Wanneer Sorkin de burengeluiden in een gehorig appartementengebouw als dat van hem heeft behandeld en hij eindelijk beneden aan de trap is beland, denkt hij nog eenmaal aan het dak. Daarboven woon je wel het rustigst, stelt hij tevreden vast. Gek dat de bovenste verdieping vroeger altijd voor het personeel was bestemd, terwijl het sinds de komst van de lift juist de rijken zijn die daar wonen – het penthouse. Stel, vervolgt hij, je zou over de daken kunnen lopen. Dat kan in New York helaas niet, want iedereen gebruikt goedkope mastiek: met teer ingesmeerd papier dat om de zoveel jaar vervangen moet worden. Bovendien verschillen de bouwhoogtes tezeer. Maar stel dat het kon. De skywalk is een poging om iets dergelijks mogelijk te maken. Je treft ze aan in steden als Houston en Minneapolis. Ze beschermen je tegen het klimaat: te warm of te koud op straat. Waarna hij met het hoofdstukje ‘controlled environments’ opent. Ze zijn, voegt hij eraan toe, een van de bronnen van de huidige milieucrisis; extreme hoeveelheden energie worden aangewend om gebouwen het hele jaar door op een constante temperatuur te houden. "It is possible that this particular hubris may have pushed Gaia to the tipping-point."

Typisch Sorkin om vervolgens direct naar de filosofische kern van het vraagstuk door te schieten, in dit geval van de gecontroleerde omgeving. "The Enlightenment was in love with states of nature, with imaginary social origin points that allowed people to assess progress and to model idealized social relations in the future. Some saw these states bleakly (like Thomas Hobbes), imagining a time of "war of all against all" in which life was "nasty, brutish, and short." Others, like Jean-Jacques Rousseau, imagined a paradise of simplicity, abundance, and consent. Ofschoon Hobbes en Rousseau aan het hoofd staan van heel verschillende politiek tradities, staan ze beide voor "philosophies of the management of human relations via an environment of pervasive governance."

In de nieuwste stedenbouw hebben we er afstand van genomen, stelt Sorkin vast vlak voordat hij de straat opgaat. Hoewel. "At the practical level, it remains the informing ideology of most traffic planning." We zijn gewaarschuwd.

Tagged with:
 

Trappen

On 15 december 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Twenty minutes in Manhattan’ (2009) van Michael Sorkin:

Bladzijdenlang weidt Sorkin uit over de trap van het gebouw waar hij woont. Pas op bladzijde 58 laat hij ons arriveren onderaan, bij de hal. Ondertussen weten we al heel veel van stedenbouw en hebben we kennisgemaakt met die andere gedenkwaardige bewoner van Manhattan, Jane Jacobs, en haar werk; ze woonde slechts zes blokken van Sorkin verwijderd.

De trap, die voert naar boven. Zelf bewoont Sorkin een appartement helemaal bovenin het appartementencomplex, genaamd Annabel Lee, op de vijfde verdieping. Vroeger, schrijft hij, waren alle steden ongeveer even hoog. Tot hoger dan vijf verdiepingen reikten hun gebouwen niet. Vijf etages klimmen gaat voor een mens op middelbare leeftijd nog goed; wordt het hoger, dan haken de meeste mensen af. Het hangt ook wel af van de hoek waaronder de trap is gebouwd en het comfort van de trap in het algemeen, maar de regel geldt toch vrij behoorlijk. Pas met de komst van de lift eind negentiende eeuw verandert dit ingrijpend. "Some of the Yemini buildings – walk-up skyscrapers built of mud – are as many as ten stories. Despite such variations, cities have thrived for millennia within approximately the same range of heights – from about ten to eighty feet." U ziet, Sorkin deinst er niet voor terug om de hele wereld erbij te slepen. We krijgen niet minder dan een kleine geschiedenis van de trap van hem cadeau. Tegelijkertijd beschrijft hij zijn eigen trap in Manhattan en detail en laat hij ons weten dat hij altijd de trap neemt naar boven, vijf verdiepingen hoog. Dat is goed voor zijn gezondheid, al beseft hij dat er mensen zijn – ouder, jonger, gehandicapt – die geen trappen kunnen lopen. Nee, hij weet het: "The city is an obstable course of almost pathological thoughtlessness for the handicapped."

De trap brengt hem naar het blok en de grid en, via Jane Jacobs, bij de dichtheid. Dichtheid, verduidelijkt Sorkin, had lange tijd niets te maken met omvang van de stad. Een kleine stad kon een intense dichtheid bereiken en omgekeerd, een hele grote stad kon gebouwd zijn in een zeer lage dichtheid. Echter, denk nu niet dat New York dichter bebouwd is dan Los Angeles, want dat is ze niet, althans niet meer. Los Angeles "- the quintessential city of sprawl – now has a higher average density than New York." Zo, die zit.

Tagged with:
 

Zelfvoorzienend Manhattan

On 14 december 2009, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Twenty minutes in Manhattan" (2009) van Michael Sorkin:

Of ik een recensie wilde schrijven. Da’s prima. Het boek ligt voor me op tafel, Michael Sorkin is de auteur, architectuurcriticus en hoogleraar aan City College of New York, alwaar hij tevens directeur is van een graduate studie in stedelijk ontwerp, zeg maar stedenbouwkundig ontwerpen. Op de achterflap lees ik lovende kritieken van niet minder dan Mike Davis (City of Quartz), Sharon Zukin (Naked City etc.), Marshall Berman (All that’s solid melts into air) en anderen. Wat moet ik daar nog aan toevoegen? Het boek beschrijft de dagelijkse wandeling van Sorkin van zijn appartement in Greenwich Village naar zijn studio in Tribeca – een tocht van twintig minuten. Denk nu niet dat zoiets saai is. Manhattan is verre van saai en Sorkin is allesbehalve een saaie man.

Zoals gebruikelijk lees ik eerst de laatste bladzijden en vooral de zinnen waarmee de auteur zijn boek besluit. "Like the nation as a whole, New York lacks an adequate industrial policy, and the Trump Soho – as its eponymous neighborhood next door – represents the transformation of an ‘obsolete’ industrial neighborhood into something more congenial to the current market. This transformation reproduces, at the scale of the city, something that is going on globally, a kind of spatial segregation – or zoning – of continental reach: New York’s industrial neighborhoods are now in China or Mexico." Hebben we hier te maken met een nostalgicus die niets van de moderne tijd moet hebben en processen van globalisering niet begrijpt? Ik vrees van niet of beter: gelukkig van niet. "What is sacrificed locally is not simply blue-collar employment but a vital idea of what constitutes a city, an idea that includes notions of self-sufficiency and diversity." Hier spreekt iemand die het heeft begrepen, die weet wat steden zijn. "The gathering storm of development – ratified by the Trump hotel, the emergence of our own BID, and a rash of construction – will surely have a number of consequences. One of them is that Dale, my homeless friend, will be forced out of the neighborhood." (…) the good city abounds with useful margins, the slack of indifference."

Dit boek moet ik aandachtig lezen.

Tagged with: