The rat tribe

On 19 oktober 2011, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 25 juni 2011:

Veel opwinding in de kranten de afgelopen week over de groeivoorspelling van de Nederlandse bevolking door CBS en PBL. Een bevolkingstoename van de Randstad met nog eens 700.000 inwoners over vijftien jaar werd door de Volkskrant zelfs betiteld als een ‘razendsnelle’ groei. De krimp elders die ermee verband hield werd als een zo mogelijk nog groter probleem aangemerkt. Twee problemen dus. Ach arme. Laten we het liever hebben over China. China, met een bevolking van bijna 1,4 miljard zielen, staat aan de vooravond van een geleidelijke vergrijzing van de hele bevolking. De economische motor van het immense land werd tot nu toe aangedreven door een trek van bewoners van het platteland naar de grote steden. Die trek stagneert. En daarmee zal de economische groei afzwakken. The Economist zag afgelopen zomer het gevaar: “If China is not to stagnate, it will have to make a bigger effort to persuade rural dwellers to keep coming to the cities as its population ages ever more rapidly.” (In Nederland redeneren wij precies andersom: bij ons mogen de grote steden vooral niet te groot worden. Stel je voor dat we economisch zouden groeien!)

Bestaande systemen beletten de Chinezen om van het platteland naar de steden te verhuizen. Een zo’n systeem is hukou. Dit door de communisten ingevoerde systeem geldt zowel voor stedelingen als voor dorpelingen, al hebben de laatsten er de meeste last van. Officieel wordt er in China nog altijd collectieve landbouw bedreven. De boeren treden op als autonome landbouwproducenten, maar hun grond pachten ze van het collectief. Het collectief heeft alleen nog macht om de grond te herverdelen. Als een dorpscomité besluit dat een familie niet meer actief is, kan het de grond confisqueren. Families die naar de stad verhuizen verliezen zo hun grond en kunnen ook niet hun grond verkopen om hun verhuizing te bekostigen. Officieel is het systeem afgeschaft, maar de provinciale partijleiders handelen er niet naar, gehecht als ze zijn aan collectivisme. “Thoroughgoing land reform, of the sort that would enable farmers to cash in on the value of their farmland and establish permanent and prosperous lives in cities (and at the same time encourage larger-scale farming), thus remain struck.” Ook dipiao staat migratie in de weg. Bij dipiao, ingevoerd in 2005, worden dorpelingen gedwongen in flats te gaan wonen, om zo grond vrij te spelen voor de bouw van ‘een nieuw socialistisch platteland’. Twee miljoen boeren verloren de afgelopen vijf jaar hierdoor hun land. The Economist: “The new strategy often means the farmers are crammed into apartments with no backyards to raise chickens or store tools, and they face a longer journey to their fields.” Het Britse blad besluit met een voorbeeld uit Peking, waar de autoriteiten de migrantenpopulatie – eenderde van de totale stedelijke bevolking – verhindert om woningen en auto’s te kopen. Op deze manier hoopt men de prijsstijgingen te dempen. Uit veiligheidsoverwegingen sluit men bovendien de kelderappartementen, waar uitgerekend de migranten – “known as the rat tribe” – dikwijls leven. “China says it wants urbanization, and it certainly needs it. But even as some obstables are removed, new ones spring up.” Zou The Economist ook de belemmeringen in Nederland voor de trek naar de grote steden eens kunnen aangeven?

Tagged with:
 

Preken voor eigen parochie

On 5 oktober 2011, in politiek, ruimtelijke ordening, sociaal, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De engel van Amsterdam’ (1993) van Geert Mak:

Op het idee gebracht door een ‘preek’ van Coen Teulings, de directeur van het Centraal Planbureau, lees ik nogmaals het gedenkwaardige essay van Geert Mak over de Amsterdamse Scheldestraat. Teulings sprak zijn preek bij het 225-jarig bestaan van de Kleine Komedie in Amsterdam. De tekst stond afgelopen zaterdag afgedrukt in NRC Handelsblad. Volgens Teulings was het niet Geert Wilders, maar waren het intellectuelen als Mak en Scheffer die de angst hebben gevoed voor de ander. “Voor Geert Mak was de Scheldestraat de flessenhals van Amsterdam, of misschien beter, de waterscheiding tussen arm en rijk. Op Zuid het chique Buitenveldert en Amstelveen. En op Noord, over de brug van het Amstelkanaal, lag de Pijp. Daar begon Sodom en Gomorra. De Scheldestraat als het laatste bastion van welvaart en voorspoed. En bij de brug de frontlinie met een nieuw Amsterdams Harlem. Krakers, zwartwerkers, simulanten, illegalen, jeugdgangs, en criminelen.” Er trokken volgens Mak ‘donkere wolken’ samen boven de Pijp. Maar zo slecht als hij voorspelde is het rond de Scheldestraat niet geworden. Teulings: “Gaat u mee terug naar de Scheldestraat. Het aantal terrasjes en saladebars is sinds 1991 alleen maar toegenomen. Maar dat geldt ook aan de gene zijde van het Amstelkanaal. Tussen de donkere wolk uit 1991 zijn er wat opklaringen gekomen.” Conclusie: Wij intellectuelen zijn de bron van overbodige angsten.

Ik verplaats mij naar 1991. Gaat u mee? Amsterdam telde toen 50.000 woningzoekenden, 70.000 werklozen, een bevolking waarvan meer dan eenderde van een uitkering leefde en waarvan ruim een kwart van niet-Nederlandse afkomst was. Mak zag drie grote problemen op steden als Amsterdam afkomen: het milieuvraagstuk, “de nieuwe geboortegolf onder de nieuwkomers die de grote steden op ongekende wijze van karakter zal doen veranderen”, en asielzoekers op de vlucht voor de ellende in Afrika en Oost-Europa. Naar zijn mening zou het milieuvraagstuk in de 21ste eeuw pas echt omvangrijk worden, ook voorzag hij dat de nieuwe migranten zouden samentrekken in de goedkope naoorlogse woonwijken en dat ze allemaal werk en inkomen nodig zouden hebben. “Een onoverkomelijk probleem hoeft dat niet te zijn, als er de komende jaren maar zeer veel energie in zaken als woningbouw, buurtonderhoud, scholing en onderwijs wordt gestoken.” Wat het derde probleem betreft dacht hij aan strak politietoezicht als iets onontkoombaars. Mak begreep in 1991 niet waarom de toenmalige regering alleen maar bezig was met bezuinigen (sic!), terwijl er zulke grote vraagstukken om een oplossing vroegen. “Toch hangt er een omslag in de lucht, een politieke omslag, en misschien ook wel een maatschappelijke.” Mak rook Paars I en II. Vanaf 1994 werden er inderdaad omvangrijke publieke middelen geïnvesteerd in de grote steden door de nieuwe  regeringsploeg van Wim Kok. En ziedaar, het wonder geschiedde. Anno 2011 is de zon in Amsterdam inderdaad door de wolken heengebroken. Dank zij gerichte investeringen, dank zij krachtig overheidsbeleid.

Tagged with:
 

Stad van aankomst

On 28 september 2011, in stadsvernieuwing, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De trek naar de stad’ (2010) van Doug Saunders:

Morgen neemt Paul Scheffer afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij vertrekt naar Tilburg. In de PS bijlage van Het Parool van afgelopen zaterdag 24 september stond een interview met de vertrekkende hoogleraar. De afgelopen acht jaar bezette Scheffer de zogenaamde Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Die leerstoel richt zich op grootstedelijke vraagstukken. Scheffer: “Over diversiteit hoeven we ons met 150 nationaliteiten geen zorgen te maken. Wat hebben we nodig aan gemeenschappelijkheid om het samen uit te houden? Dat is de vraag die mij de afgelopen acht jaar het meest heeft beziggehouden.” Zijn antwoord: een naturalisatieceremonie in de burgerzaal van het Paleis op de Dam, meer kennis van de eigen geschiedenis. In zijn onderzoek stuitte hij op het gegeven dat de Amsterdamse (en ook Rotterdamse) criminaliteit tussen 1994 en 2007 met veertien procent is gedaald. Een goed teken. Ook stelt hij vast dat in Amsterdam zich een middenklasse vormt van mensen met een migrantenachtergrond. Het gaat dus veel beter. “Mijn stelling is dat de begrippen autochtoon en allochtoon van binnenuit zijn opgevreten. In grote delen van Nederland roept dat weerstand op, maar ik denk dat Amsterdam klaar is om die begrippen vaarwel te zeggen.” En over Amsterdam in 2025 merkt hij op: “Ik ben hoopvol dat het tegen die tijd een volwaardige migrantenstad is met minder segregatie en een versterkte middenklass van nakomelingen van niet-westerse immigranten.”

Het interview herinnerde me aan het fantastische boek ‘Arrival City’ van de Canadese journalist Doug Saunders. Onder de Nederlandse titel ‘De trek naar de stad’ verscheen het vorig jaar in een vertaling bij De Bezige Bij. Saunders schetst erin hoe in dertig steden in zestien landen migranten zich een bestaan proberen te creëren in een voor hen onbekende omgeving. Doorgaans betreft het de stedelijke periferie. Saunders reisde en schreef het boek in drie jaar tijd. Voorwerk werd verricht door een grote groep vrijwilligers in de verschillende steden. Zijn columns in The Globe and Mail gebruikte hij om zijn gedachten te ordenen. Amsterdam is een van de steden. Vol bewondering schrijft hij over de stedelijke herstructurering van Slotervaart. “Eerder had Slotervaart er goed uitgezien vanuit een helikopter en vanuit het standpunt van een planoloog in het centrum. In een radicale ommezwaai besloot Amsterdam Slotervaart er aantrekkelijk uit te laten zien voor een nieuwkomer uit een dorp. De bewoners werden veel dichter naar elkaar toegebracht, niet alleen omdat ze dat wilden – en vanuit overwegingen van veiligheid en gemak en vanuit zakelijke motieven wilden ze dat dolgraag – maar ook vanuit de overtuiging dat een grotere bevolkingsdichtheid de sociale cohesie en de welvaart ten goede komt.” Deze fysieke benadering spreekt Saunders aan. “Door vorm en gedaante van de buurt te bepalen – en te zorgen dat de buurt minder geordend, gepland en voorbestemd wordt – zal dit niet alleen een sterkere fysieke en economische band met de rest van de stad scheppen, maar ook een aantal andere fundamentele problemen van de mislukking van de stad van aankomst oplossen.” Titel en inhoud van Saunders boek – ‘Arrival City’ – en het boek dat Scheffer schreef – ‘Het land van aankomst’ – vertonen treffende gelijkenissen.

Tagged with:
 

Met alle geweld

On 8 juni 2011, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in Triumph of the City (2011) van Ed Glaeser:

Een economie, aldus de Amerikaanse econoom Ed Glaeser, kan alleen groeien wanneer steden werkelijk open zijn en talent uit de hele wereld kunnen aantrekken. Dat is al sinds het oude Athene de regel. “An open city can’t exist in a closed nation.” Glaeser noemt het voorbeeld van Buenos Aires, de stad die opbloeide toen Argentinië nog een open samenleving was, maar die in het slop raakte nadat het Zuidamerikaanse land de grenzen had gesloten. Van Buenos Aires resteren nog slechts de fraaie oude gebouwen die aan deze bloeiperiode herinneren. Ook de groei van de Amerikaanse economie kan worden afgelezen aan de migratiepolitiek van het federale land. Toen in de jaren ‘30 van de twintigste eeuw Amerika haar grenzen sloot voor immigranten, stopte de groei van haar grootste steden abrupt en haperde de nationale economie. Voor Europa geldt feitelijk hetzelfde. Daar mondde een xenofobe nationale politiek uit in de Tweede Wereldoorlog.  “The world devolved from an urban ideal of commerce and intellectual exchange to a battlefield where dictators glorified a feudal, agricultural past.”

De kern van mijn lezing in het Van Eesterenmuseum, enkele weken geleden, over de ontmanteling van Amsterdam was precies deze: waarom schrok men in Europa begin twintigste eeuw zo terug voor de nieuwe ronde van verstedelijking en waarom vormden zich in de toenmalige grootste Europese steden – Parijs, Berlijn, Londen, Wenen – onder kunstenaars en intellectuelen zoveel utopieën over nieuwe industriële steden die beheerst zouden groeien in een idyllisch platteland? Denk aan Tony Garnier, Le Corbusier, Ebenezer Howard en Bruno Taut. En waarom was de daarop volgende Wereldoorlog – de Tweede – , anders dan de Eerste, een rechtstreekse aanval op de Europese grote stad met al zijn moderniteit en metropolitane hectiek? Bommen werden geworpen op Rotterdam, Londen, Berlijn, Keulen, Frankfurt, Dresden, Nagasaki, Hiroshima; niet alleen dictators, maar ook de geallieerden probeerden, lijkt het wel, met alle geweld een einde te maken aan de onbeheersbare metropool. Zo gezien waren de naoorlogse New Towns-politiek en de actieve emigratiepolitiek (Australië, Nieuw Zeeland, Canada) niet anders dan een vredige poging om de grote stad alsnog te ontmantelen. In Nederland werd het Groene Hart idyllische kwaliteiten toegedicht en Amsterdam mocht niet meer groeien. Wat deze politiek met de Europese (en Nederlandse) economie deed, laat zich raden.

Tagged with:
 

Exodus

On 1 december 2010, in cultuur, demografie, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 1 december 2010:

In 2007 was ik een van de sprekers op een congres over creatieve steden in Lissabon, Portugal. De Portugese kunstenaar Leonel Moura en technologisch ondernemer Antonio Camara van Ydreams waren destijds de organisatoren. Ik herinner het me nog goed, al was het maar omdat ik in hetzelfde hotel logeerde als het nationale voetbalteam van Portugal en de ongehuwde Ronaldo een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende op jonge meisjes. Sprekers kwamen uit Barcelona, Austin, Texas en Amsterdam. Afgelopen week zocht Leonel weer contact met me. Of ik tijd had. Hij was in Amsterdam. Vandaag dronk ik koffie met hem. Ik vroeg hem of het congres van destijds impact had gehad. Nou en of, en ook weer niet! Hij vertelde me dat er vertegenwoordigers waren geweest uit liefst tweehonderd van de in totaal driehonderd Portugese steden. Het begrip ‘creatieve stad’ is daarna immens populair geworden in zijn land. Sindsdien, verzuchtte hij, noemen alle driehonderd Portugese steden zich ‘creatief’.

Hij keek me doordringend aan en priemde met zijn vinger. “Weet je,” zei hij, “dat je je nog niet creatief mag noemen wanneer je een nieuw duur cultureel centrum bouwt in je stad. En ook niet wanneer je festivals in de zomer organiseert en een paar grafische bedrijfjes in je stad hebt zitten.” Géén van de driehonderd steden in Portugal is creatief, verzekerde hij mij. Ook Lissabon niet. “Lissabon trekt veel toeristen, jazeker. Het is een oude, bouwvallige stad en een uitstekende bestemming voor cruiseschepen. Maar creatief is ze zeker niet.” Ik vroeg hem hoe de crisis toesloeg in zijn land. “Heftig,” antwoordde hij. Vandaag lees ik in de Volkskrant dat er sprake is van een ware exodus uit Portugal. “Een nieuwe emigratiegolf, in combinatie met krimpende geboortecijfers, is verantwoordelijk voor een dalende bevolking. Meer dan 700 duizend Portugezen vertrokken tussen 1998 en 2008. Dat is 6,5 procent van de bevolking.” We keken uit het raam. Op de Waterloopleinmarkt scharrelden wat Amsterdammers tussen de uitgestalde spullen. Sneeuw hing in de lucht. Moura begon weer te praten. Over zijn robot art in New York en zijn robotarium in Sao Paulo. Zou Amsterdam daar ook belangstelling voor hebben?

Tagged with:
 

Waarschuwing

On 18 november 2010, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in De trek naar de stad (2010) van Doug Saunders:

De strekking van het betoog van de Canadese journalist Doug Saunders is precies de strekking van deze weblog: de tijd waar we in leven kan worden omschreven als de laatste fase in de verstedelijking van deze planeet. Over vijftig jaar woont vrijwel de hele mensheid in steden. “Het zal de laatste menselijke verplaatsing met zo’n omvang en reikwijdte worden.” Daarmee zal ook een einde komen aan de geschiedenis, waarvan het hoofdthema is: aanhoudende bevolkingsgroei. Want wonen eenmaal alle mensen in steden, dan daalt het vruchtbaarheidscijfer en stabiliseert de bevolking, nee hij krimpt. En net als in eerdere opwellingen van verstedelijking door massale migratie zal de komende decennia alles veranderen: bestuur, technologie, economie, familieleven, cultuur, welzijn. En vergeet niet, de trek naar de steden ging in het verleden gepaard met oorlogen en revoluties. Zo zal dat ook nu gebeuren. Sterker, het gebeurt al. “Een groot deel van de geschiedenis heeft betrekking op ontwortelde, van hun burgerrechten beroofde mensen, die hardnekkige en soms gewelddadige pogingen deden om zich een plaats in de stedelijke orde te verwerven.” Niet de technologie, maar de migratie van een uitdijende bevolking naar steden ligt aan de basis van de geschiedenis van de mensheid. Techniek is domweg iets wat steden uitvinden als ze groeien. Wie dit niet begrijpt, begrijpt niet hoe wij als mensheid evolueren.

Prachtig is het daarom hoe Saunders de migratie beschrijft en telkens ‘de stad van aankomst’ typeert. Zo’n twintig plaatsen in de wereld heeft hij bezocht, waaronder Amsterdam. “Dit is geen atlas van de aankomstbestemmingen, noch een universele gids voor de grote migratie.” Zijn boodschap is slechts deze: “dat de grootschalige migratie van mensen zich manifesteert in de schepping van een stedelijke plaats van de speciale soort. Deze overgangsruimten – steden van aankomst – zijn de plaatsen waar de volgende grote economische en culturele hausse zich zal voordoen, of waar de volgende grote geweldsexplosie zal plaatsvinden.” U bent dus gewaarschuwd.

Tagged with:
 

Open steden

On 28 januari 2009, in demografie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 16 oktober 2008:

Ruim drie maanden geleden publiceerde NRC Handelsblad een interview met Adrian Favell. Favell is een van oorsprong Britse socioloog die vanuit Los Angeles al tien jaar studie doet naar ‘free movers’ in Europa. Het gaat om de lotgevallen van witte, redelijk opgeleide middenklassers die, aangespoord door de weggevallen Europese grenzen, in andere Europese landen zijn gaan wonen en werken. Zijn bevindingen heeft hij opgetekend in ‘Eurostars and Eurocities: free movement and mobility in Europe’ (2008).

Nederland, en ook Amsterdam, komt er niet al te best vanaf. "Nederland heeft een van de laagste percentages Europese bewoners van Europa." Maar eerst dit: de mensen die hij bestudeert zijn geen rijke, veeleisende wereldburgers waarvoor ze vaak worden versleten. Vaak zijn het studenten, free lancers en andere, overwegend jonge mensen die tijdelijk in een ander land wonen en werken. Het zijn ook geen immigranten, en geen expats (expats worden door hun bedrijf gestuurd), eigenlijk vallen ze buiten elke categorie. Daardoor bestaan er amper statistieken en kennen we hun exacte omvang dikwijls niet. Kenmerkend voor ze is dat hun verblijf in een land of een stad open is; ze kunnen elk moment weer hun biezen pakken. Hun aantal groeit, al is het nog altijd bescheiden: binnen Europa beweegt slechts 2 procent van de bevolking over de grenzen, in de USA is dat 8 procent.

Maar dus niet in Nederland. Bij ons wonen vrijwel geen andere Europeanen. Ook Amsterdam, dat een uitzondering lijkt binnen het Nederlandse patroon, doet het helemaal niet goed. Amsterdam, aldus Favell, heeft de naam een open stad te zijn en heet "sociaal en cultureel progressief en daarom populair bij buitenlanders," maar de stad blijkt bij nader inzien veel geslotener dan iedereen dacht. Na een of twee jaar vertrekken de buitenlanders weer, teleurgesteld. De Europese ‘free movers’ zoeken juist vrijheid, maar in Nederland moeten ze integreren. Hier moeten ze een nieuwe nationale identiteit kiezen, met bijbehorende codes. "Daar kregen veel van mijn geïnterviewden het benauwd van."

Opmerkelijk vond ik dit: "voor mensen uit lagere sociale klassen is de ‘Europese optie’ een manier om sneller hogerop te komen dan in eigen land. Je omzeilt nationale elite-universiteiten, waar je een stigma houdt vanwege je naam, accent of netwerk." Eigenlijk zou een stad als Amsterdam deze mensen in hun armen moeten sluiten.

Tagged with: