Stoppen met citymarketing

On 15 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Creative Destruction of New York City’ (2017) van Alessandro Busà:

Bij Oxford University Press verscheen afgelopen jaar een gedegen boek dat de balans opmaakt van vijftien jaar ‘drastisch herbestemmen en re-branden’ van New York. Auteur: Alessandro Busà. Busà is een jonge Duitse wetenschapper uit Berlijn die in 2006 New York binnenkwam op een J-1 visum omdat hij daar een onbetaalde baan kon krijgen. En dat in een van de duurste steden op aarde. Hij leek wel gek. In het voorwoord beschrijft hij hoe hij van kamer naar kamer zwierf, telkens verdreven door pandjesbazen die hogere huren eisten. Na het afronden van zijn studie in Berlijn keerde hij in 2010 naar new York terug. Inmiddels bleek de stad onbetaalbaar geworden. “Don’t get me wrong: living in New York is absolutely fantastic.” Maar wat een spanning en hoe moeilijk om je droom te verwezenlijken in deze meest ongelijke stad op aarde, wil hij maar zeggen. De rest van het boek is een lange aanklacht tegen voormalige burgemeester Michael Bloomberg. Ook de twee eerdere burgemeesters hebben de stad uitgeleverd aan het grootkapitaal. Volgens Busà zijn burgemeesters er niet om hun stad te branden en te verkopen, maar armen te helpen en ongelijkheid te bestrijden. Zelfs de huidige linkse burgemeester De Blasio krijgt er stevig van langs. Tot nog toe heeft hij niets gedaan om het ongunstige tij te keren.

Belangrijkste instrument in de stadspolitiek van NYC was en is ‘rezoning’. Busà beschrijft nauwkeurig hoe dat in zijn werk gaat. Het gemeentebestuur ontwikkelt een nieuw bestemmingsplan voor een buurt waarin beduidend meer programma past en waar dikwijls verder in de hoogte mag worden gebouwd. Ontwikkelaars grijpen die mogelijkheid aan om goedkope oude panden af te breken en nieuwe dure hoogbouw te introduceren. Gevolg: hele snelle gentrificatie en waardestijgingen van het bestaande vastgoed. Amanda Burden, directeur van de NYC Planning Commission, is in de ogen van Busà de hoofdschuldige. Zelfs in Harlem rond 125th Street zijn de prijzen skyhigh gestegen. Alleen al in 2015 werden in New York 50.000 bouwvergunningen afgegeven, het hoogste aantal sinds de jaren ‘60. Busà noemt het “a game that is based on the physical, social, and symbolic re-engineering of low-income communities across the board, to encourage high-end residential and commercial investment and the influx of new, more affluent city consumers.” Er wonen nu 8,537,673 inwoners in New York. In 2010 waren dat er nog 8,175,133. In vijf jaar tijd kwam er een stad van 350.000 inwoners bij. “The city has not witnessed such a robust pace of growth in over a half-century,” lees ik op de website van de gemeente. En geef toe, wie zou er niet graag in New York willen wonen? Vergeet citymarketing en bouw meer sociale woningen. Dat is de boodschap van Busà.

Tagged with:
 

Cities for the rich

On 8 januari 2018, in planningtheorie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen op The New Metropolitan van augustus 2014:

Gerelateerde afbeelding

Richard Williams heeft gelijk. Daags na diens overlijden schreef hij, planoloog in Edinburgh, een blog met een terugblik op het werk van de grote Britse planoloog Sir Peter Hall (1932 – 2014). Uiteraard noemde hij ‘Cities of Tomorrow’ (1980), maar vooral stond hij stil bij de meest radicale tekst die Hall, samen overigens met Reyner Banham, Paul Barker en Cedric Price, in zijn jonge jaren had geschreven. De tekst, of eigenlijk is het een manifest, verscheen in New Society op 20 maart 1969, onder de titel ‘Non-Plan. An Experiment in Freedom’. Volgens Williams, die planologie doceert in Schotland, heeft de waarde van dit pleidooi voor meer vrijheid in de ruimtelijke planning nog niets aan waarde verloren. Maar zijn studenten die hij de tekst steevast laat lezen, hebben er weinig mee. Ze willen maar al te graag sturen, behouden, corrigeren, inperken, dirigeren. En toch meent Williams dat ‘Non-Plan’ hout snijdt. Gaven we onze steden maar meer vrijheid om te groeien en te expanderen en hun eigen lot te bepalen. “Those cities of the world that have wished to restrict growth for aesthetic reasons have become cities of the rich.” Waarna hij de huizenprijzen van San Francisco en Londen opsomt, die inderdaad skyhigh zijn en die volgens hem feitelijk zelfs als een global reserve currency fungeren. Door toedoen van ruimtelijke planning.

Wel gek dat zo’n radicaal standpunt in 1969 als links en progressief werd gebrandmerkt en tegenwoordig juist als uiterst rechts en neoliberaal te boek staat. Want wat schreven die ‘angry young men’ nou eigenlijk in dat geruchtmakende pamflet? Hall en Barker vroegen zich af wat er zou gebeuren als er domweg geen ruimtelijke planning zou zijn. Zou Groot-Brittannië dan zoveel slechter af zijn? Nee meenden ze, het land zou zelfs beter af zijn. Elk nam vervolgens een deel van het Verenigd Koninkrijk voor zijn rekening en speculeerde over een toekomst zonder planning. Banham constateerde dat de zuidkust van Californië veel spannender en dynamischer was dan het stedenlandschap van Groot-Brittannië. Williams denkt het nog steeds. De regionalisering van het nationale beleid in het Verenigd Koninkrijk acht hij zondermeer noodzakelijk, want sommige steden krimpen, terwijl andere juist overkoken. Sommige huizen zijn bijna gratis, terwijl andere voor wonen niet meer te betalen zijn. Vergroot de vrijheidgraden, smeekt hij! Doe ons iets meer Los Angeles. “Perhaps even ‘Non-Plan’ will get another run too.”

Tagged with:
 

Internationale vastgoedbubbels in de maak

On 2 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The National van 30 oktober 2017:

Gerelateerde afbeelding

 

Bron: Harvey Jones

Afgelopen najaar waarschuwde The National, het persagentschap in de Verenigde Arabische Emiraten, voor ernstige risico’s bij vastgoedbeleggingen in een aantal wereldsteden. Met name in vijftien steden, schreef deze eind oktober 2017, stijgen de vastgoedprijzen te snel en zijn ze te hoog. Voor het eerst voegde Amsterdam zich bij de lijst van steden die in de gevarenzone verkeren. Andere steden die lijken te worden overgewaardeerd zijn Toronto, Vancouver, Sydney, Hongkong, Londen, Stockholm en München. Deze zogenoemde ‘superstar cities’ zijn bij internationale beleggers kennelijk zeer geliefd, maar de vraag is of ze hun waarde kunnen behouden. Vooral als de rente gaat stijgen verwacht men hier sterke prijsdalingen. Het zijn met name expats en Chinese beleggers die dol zijn op beleggingen in vastgoed in deze ‘superstar cities’. Zij verdringen er de lokale kopers. De waarschuwing kwam vlak voordat de Canadese regering besloot een belasting in te voeren van 15 procent op buitenlandse beleggingen in vastgoed in met name Toronto. Direct daarna daalden de prijzen op de lokale woningmarkt, waardoor de situatie in Toronto snel normaliseerde.

Opmerkelijk vond ik dat steden als Boston, Singapore, New York en Milaan weinig tot geen risico lopen als het om internationale beleggingen in vastgoed gaat. Elk van die steden is nu al krankzinnig duur. Misschien juist daarom. Kennelijk worden de meest oververhitte wereldsteden – zoals Toronto en Amsterdam – naar internationale maatstaven gemeten nog altijd als goedkoop beschouwd. Claudio Saputelli, hoofd van global real estate bij UBS Wealth Management: “The bubble has also been driven by the "superstar city" narrative, he says, as global money pours in and local prices decouple from rents, incomes and national price levels.” Als een stad eenmaal te boek staat als internationale ‘ster’, kan het hard gaan. Inkomensniveau zegt dan niets over toegang tot de woningmarkt. Zo’n woningmarkt wordt eenvoudig onbetaalbaar. Het aanbod verruimen komt er te laat. Het narratief van de ‘superstar city’ werkt dus deels tegen deze steden. Toch gelooft een analist als Savills niet dat het vastgoed in deze wereldsteden op termijn zijn waarde zal verliezen. “Taking gold as a benchmark, major world centres including London, New York and even Hong Kong are still well below their former peak-equivalent pricing in gold.” Flink bouwen in Amsterdam is dus niet voldoende. Zou zo’n belastingmaatregel als in Toronto niet helpen in de Amsterdamse situatie? Lijkt me beter dan dat nationale kaartspel dat ze in Den Haag spelen. Amsterdam is een andere categorie dan Eindhoven, Utrecht of zelfs de Zuidvleugel.

Tagged with:
 

Kinderloos, vrij

On 18 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo Totem’ (2015) van Monnik:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo totem single ladies

Bijzondere gids over Tokio van Monnik. Zeer diverse bijdragen. Relatief veel beeldessays. Niet alles in het boek is even goed geschreven, maar een alternatieve gids voor de grootste, intrigerende stad op aarde is het zeker geworden. Vooral het laatste deel, over Make yourself at Home, vond ik erg geslaagd. Misschien komt het doordat ik ‘Tokyo Ga’ van Wim Wenders had gezien. ‘Tokyo Story’ van Yasujiro Ozu staat namelijk centraal in Anna Berkhof’s ‘Feeling at home in Tokyo’ waarmee dit laatste deel begint. En Ozu is de referentie van Wenders als hij het alledaagse leven in Tokio filmt. “The subway is a hyper-public space, and the home has become a very private space, but in between these two extremes people can be found sharing intimate space in the most unexpected locations. This makes Tokyo, if one dares to look beyond the surface spectacle, a surprisingly comfortable and intimate city where the configuration of the urban fabric actually helps make you feel at home.” Wat zal ik zeggen? De leefbaarheid van Tokio is fantastisch, mede dankzij de aanwezigheid van de konbini, de Japanse gemakswinkel om de hoek. Maar bovenal door de privacy van het eigen huis en de openbaarheid van het openbaar vervoer.

Vooral het essay van Tomoko Kuba over ‘Single Ladies’ vond ik erg interessant. De laatste twintig jaar zijn alleenstaande vrouwen massaal de woningmarkt van Tokio binnengetreden. Dat is in Japan nog altijd iets ongekends. Ze kopen compacte condominiums in en dichtbij het stadscentrum. Vooral Ebisu staat erom bekend dat jonge vrouwen er graag willen wonen, liefst alleen. In de directe nabijheid vind je modehuizen, restaurants, uitgaansgelegenheden. De vrouwen zijn als geen ander op dergelijke voorzieningen gericht. Ook in het oosten van Tokio, rond Ginza en Ochanomizu, hebben veel vrouwen eigen huizen gekocht. Hier zoeken zij de hogere cultuur. Kubo: “The condominiums in central Tokyo were built especially for single women who wish to enjoy this kind of urban life-style.” De vrouwen werken hard, ze willen geen vaste partner, ze zoeken stedelijk vertier en gemak. Kubo constateert dat de verschillen in verwachtingen van mannen en vrouwen ten aanzien van wonen, werken en leven steeds meer uiteen lopen. Hij beschouwt dit als problematisch. De traditionele Japanse cultuur verdraagt dit soort nieuwlichterij eigenlijk niet. Japanse mannen willen nog altijd het liefst dat hun vrouwen thuis blijven en voor de kinderen en de grootouders zorgen. Maar kinderen willen deze jonge vrouwen in Tokio niet meer. Hierdoor komt het dat Tokio, net als andere wereldsteden, in het centrum sterk verdicht.

Tagged with:
 

De sloppenwijken van Moskou

On 13 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC handelsblad van 12 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor plan moscow renovation

 

Correspondent Steven Derix in Moskou schetste in NRC Handelsblad  in mei dit jaar een dramatisch beeld van een Russische overheid die met een sloopwet in de hand een miljoen inwoners van Moskou hardhandig zou willen verjagen. “Nog voor het einde van het jaar moet een miljoen Moskovieten gedwongen verhuizen.” Een ware exodus dreigde. Het jaar is inmiddels bijna verstreken. Hoeveel Moskovieten zijn er door de burgemeester verdreven? Niet veel. De zogenoemde ‘renovatie’ van 7900 appartementenblokken van 5 verdiepingen in wijken die door voormalig partijleider Chroesjtov in de jaren ‘50 en ‘60 van de twintigste eeuw rond het centrum van Moskou waren gebouwd stuit op felle weerstand van de bewoners. In mei gingen ze al de straat op. Het gaat om industrieel gefabriceerde complexen van goedkope woningen in een zeer lage dichtheid met heel veel groen maar zonder straten, doorgaans gesitueerd dicht bij de metrohaltes, een soort van Amsterdam Nieuw-West, maar dan goedkoper en van slechtere kwaliteit. Moskovieten noemen het sloppenwijken: de trushchoby. Na vijfentwintig jaar waren de woningen afgeschreven, maar mensen wonen er nog steeds. Niet gek om deze wijken aan te pakken. Echter na het einde van het Sovjetbewind hebben veel bewoners de huizen kunnen verwerven, dus weg gaan ze niet.  Ook niet vreemd dus dat dit voornemen van de overheid op verzet stuit van de prille huizenbezitters.

Voormalig burgemeester Loetsjkov was al in 1999 begonnen met de vervanging van de in slechte staat verkerende laagbouw door hoge woontorens van zeker vijfentwintig verdiepingen. Of beter gezegd, hij had dit aan de marktpartijen overgelaten. In de economische crisis van 2008 stokten echter deze commerciële praktijken. In 2013 had de nieuwe burgemeester Sobjanin er een definitief einde aan gemaakt, destijds tot grote opluchting van de bewoners. Het bewind van Lutschkov bleek corrupt. Ze had de projectontwikkelaars in de chroesjtsjovski teveel speelruimte gegeven. De enorme winsten die deze met de verwerving van de grond hadden gemaakt waren geheel in hun zakken verdwenen; de huiseigenaren hadden het nakijken. Amper vier jaar later besloot de burgemeester ineens het programma opnieuw te starten. Niemand die erop had gerekend. Ongetwijfeld heeft de economische recessie in Rusland met dat besluit te maken, evenals de verkiezingen van maart 2018. Maar ook past de renovatie in de transitie van Moskou naar moderne metropool. Sobjanin werd er geliefd mee. De burgemeester zegt van zijn kant 300 miljard roebels in de renovatie te willen steken; in totaal zou het gaan om een investering van 3 triljoen roebels (53 miljard dollar). Ook startte hij eind april een stedenbouwkundige competitie. De angst bij de bewoners voor corruptie en verdrijving is echter begrijpelijk. Alles hangt af van de wijze waarop de burgemeester omgaat met de belangen van de zittende bewoners. Tachtig procent denkt dat ze gecompenseerd zal worden, twintig procent vreest van niet. Een miljoen stemmers in maart verliezen zal de renovatie de burgemeester niet waard zijn. Maar dat de grondwaarde stijgt en de metropool Moskou verder zal verdichten is iedereen wel duidelijk.

Tagged with:
 

Fourier in de woestijn

On 8 december 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in de Grand Hyatt te Dubai op 7 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the sustainable city dubai

De laatste spreker op de eerste dag van het Future Mobility-congres in Dubai was zowaar vrouw. Ze heette Tara Tariq en bleek de Monitoring and Reporting Manager van SEE Nexus, Verenigde Arabische Emiraten. Ze vertelde ferm en met passie over The Sustainable City, een project van een geavanceerde nieuwe enclave voor expats in Dubai die honderd procent duurzaam zou zijn. De ontwikkelaar, Diamond Developers, stelt dat hier, in de woestijn aan de Perzische Golf, een netto uitstoot kan worden bereikt van nul procent CO2 door een kleine stad van 500 villa’s te bouwen op 46 hectare die volledig draait op zonnepanelen. Een ziekenhuis, een internationale school en een hotel voor gasten moeten het leven veraangenamen. Het gaat om een enclave van in totaal 2700 inwoners in Dubai die samen 10 MWP opwekken met behulp van 40.000 zonnepanelen. Midden in de enclave bevinden zich elf bio-domes voor stadslandbouw waar op 3.000 vierkante meter groente wordt verbouwd, het verkeer gaat met elektrische auto’s, 350 m3 meter grijs water wordt er per dag gerecycled, het programma is ronduit indrukkend. Inmiddels is de stad gerealiseerd.

Het project deed me denken aan de vroeg-negentiende eeuwse Phalansteres van Charles Fourier. Buiten het hectische Parijs wilde deze Franse utopist een groot aantal zelfvoorzienende enclaves bouwen die de toekomstige bewoners gelukkig zouden maken en die de vieze en overvolle Franse metropool zouden doen vergeten. Er zou eten in overvloed zijn, alle voorzieningen zouden de 1400 inwoners voorzien van alle gemak, er kwamen paardenstallen, werkplaatsen, gaarkeukens; deze utopische droom zou beslist werkelijkheid worden voor iedereen. Of eigenlijk deed het project me denken aan de vroegste vakantieparken van Centerparcs, maar dan helemaal duurzaam gemaakt. Het mooiste nog vond ik de tekst over de bufferzone langs de grens van de enclave. In de bijgeleverde brochure lees ik het volgende: “The borders of The Sustainable City act as the first line of defence against pollutants. With a remarkable 10-meter-high buffer zone running along the periphery of the development consisting of 2.500 trees scattered in multiple layers, purifying the air coming into the city will be a breeze.” Hier, in deze schaduwrijke bufferzone, kun je ook paardrijden.

Tagged with:
 

Wonen in de binnenstad

On 11 oktober 2017, in gezondheid, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Guardian van 6 oktober 2017:

Afbeeldingsresultaat voor inner city london

Uitgerekend op de dag van mijn lezing voor het Platform Binnenstadmanagement in café De Kroon op het Rembrandtplein in Amsterdam verscheen er in The Guardian een lezenswaardig artikel over de zegeningen van het binnenstedelijk wonen. Slechts drie procent van de Nederlanders woont momenteel in een binnenstad, maar hun aantal stijgt snel. Wat dat voor de steden gaat betekenen, daarover ging mijn bijdrage. De studiedag waar ik sprak stond in het teken van het wonen. Ik liet zien hoe in Nederlandse binnensteden het winkelpubliek het laat afweten en hoe daarmee het winkelapparaat langzaam verdwijnt, hoe horeca gedeeltelijk haar plaats inneemt, maar vooral hoe het wonen aan een stille opmars bezig is. Wonen is een kapitaalkrachtige functie die zich slecht met niet-woonfuncties verhoudt, tenminste als de bewoners niet gewend zijn aan grootstedelijkheid, maar voormalige hoogopgeleide en goedverdienende bewoners zijn van groeikernen, villadorpen of buitenwijken. Die laatste kunnen de chaos van de grote stad namelijk slecht verdragen. Straks zijn de meeste Nederlandse binnensteden veranderd in woonwijken. Dat was ongeveer mijn boodschap.

Wat schreef The Guardian? In ‘Inner-city living makes for healthier, happier peope’ staat te lezen dat bewoners van binnensteden, anders dan mensen veelal denken, gelukkiger zijn, gemakkelijker socialiseren en ook een betere gezondheid genieten dan bewoners van dorpen of buitenwijken. “Downtown residents – packed together in tight row houses or apartment blocks – are more active and socially engaged than people who live in the sprawl of suburbia.” Geciteerd wordt uit een recente studie van de University of Oxford en de University of Hong Kong waarin tweeëntwintig Britse steden met elkaar werden vergeleken. Ruim 400.000 inwoners, waaronder die in Londen, maakten deel uit van het onderzoek. Hun gezondheid bleek gemiddeld beter en hun sociale omgeving gevarieerder wanneer zij in een stedelijke dichtheid van meer dan 32 woningen per hectare leefden. Mensen die in de binnenstad wonen, wandelen meer, aldus de onderzoekers. En wandelen is gezonder, socialer, opwekkender dan autorijden of zelfs fietsen. Ze stellen vast dat alle regelgeving en planningsinstrumenten hogere dichtheden tegenwerken vanuit het idee dat buiten wonen in een lage dichtheid voor mensen gezonder zou zijn. Ook Londen blijft een van de minst dichtbevolkte steden ter wereld. De planologen hebben het nog altijd niet begrepen.

Tagged with:
 

Canadese huizenbubbel lek geprikt

On 4 september 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 27 mei 2017:

 

 

Een klein berichtje in de Volkskrant was het, meer niet. De huizengekte in Toronto, Canada, blijkt te zijn omgeslagen in een crisis. Huiseigenaren proberen in paniek hun pas verworven vastgoed kwijt te raken nu een einde is gekomen aan de krankzinnige waardestijging, afgelopen jaar liefst 33 procent. Aanleiding: een nieuwe belastingmaatregel (15 procent) die de regering van Ontario voor buitenlandse kopers van vastgoed in de oververhitte woningmarkt van de hoofdstad afkondigde. Vooral vanuit Azië werden op grote schaal laagbouwwoningen opgekocht. In en rond de stad werd gevochten om grond, maar Toronto hanteert een Green Belt-politiek die het aanbod van bouwgrond ernstig belemmert. In het centrum verrezen overal woontorens. Het bleek niet genoeg. De vraag bleef vooral gericht op de laagbouwwoningen. Het gevolg was dat Toronto onbetaalbaar dreigde te worden voor grote groepen inwoners. Midden 2016 bleek meer dan 90 procent van de laagbouw van Toronto meer dan 1 miljoen dollar te kosten. Er was onmiskenbaar sprake van een housing bubble. Met de maatregel hoopte Ontario de woningmarkt te stabiliseren. Maar men had niet verwacht dat hij zo snel zou inklappen. Toch liggen de huizenprijzen nog steeds ruim 5 procent boven de waarde van afgelopen jaar. Je zou kunnen zeggen dat de lokale woningmarkt is genormaliseerd.

In Amsterdam stegen de huizenprijzen afgelopen jaar met liefst 21 procent. Dat is weliswaar minder dan in Toronto, maar toch ruim voldoende om te kunnen spreken van een ernstige situatie. Ook in de hoofdstad dreigen veel woningen voor grote groepen onbetaalbaar te worden. Michiel Couzy en Ton Damen beschreven in Het Parool van 13 juli 2017 hoe dat werkt: omdat er veel geld te verdienen valt, steken rijke particulieren en beleggers hun kapitaal in Amsterdamse bakstenen, met als gevolg dat de prijzen verder stijgen. “Het is een duizelingwekkend rendement, waaraan bijvoorbeeld de aandelenbeurs een puntje kan zuigen.” Niemand heeft nog opgemerkt dat Amsterdam, net als Toronto, een restrictief ruimtelijk beleid voert waardoor bouwgrond hier bijna niet beschikbaar is. Rond de stad is bouwen simpelweg verboden. Een groot deel grenst aan het zogenoemde Groene Hart. Veel groen behoort tot de veelgeroemde scheggen. Ook de bouwhoogte is in een groot deel van de stad gelimiteerd. Het opspuiten van wat eilanden bij IJburg is het enige dat resteert. Geen wonder dat de woningprijzen uit de pan rijzen. Als Amsterdam niet wil expanderen, dan is een belastingmaatregel als de Canadese ook bij ons het enige alternatief.

Tagged with:
 

Egalitair Tokio

On 26 juni 2017, in hoogbouw, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Tokyo Files 2016 van Clark Parker:

 

Afgelopen woensdag presenteerde de Urban Planning Group van de Universiteit van Amsterdam zijn lopende onderzoeken aan de gemeente. Ook mijn eigen vergelijkende onderzoek naar ‘Smart Communities in Amsterdam+Tokyo’ werd met PhD’s en studenten uit de Research Master besproken. Daar kwam de vraag op of niet ook Tokio veel gated communities kent. Op mijn ontkennende antwoord werd met ongeloof gereageerd. Hoe kan een Aziatische megastad met meer dan 35 miljoen inwoners geen gated communities tellen? In The Tokyo Files geeft Clark Parker een verklaring. Tokio kent overal een relatief hoge dichtheid, alle woningbouw is sterk op metro en trein gericht, de criminaliteit in Tokio is laag, ook de inkomensongelijkheid is er gering. Niet vergeten moet worden dat Tokio uit een zeer omvangrijke middenklasse bestaat die in de naoorlogse periode vanuit het egalitaire Japanse ideaal van de ‘100 miljoen middenklasse’ werd opgekweekt. Dat ideaal kwam neer op een hecht gezinsleven, hard werken, sobere huisvesting, speeltuinen voor kinderen en voor iedereen een fiets.

De belangrijkste reden voor het ontbreken van afgeschermde woongebieden voor de rijken in Tokio schuilt in de Japanse regelgeving. In ‘Vertical Gated Communities in Tokyo’ (2007) schrijft Junko Abe-Kudo, verbonden aan Sugiyama Jogakuen University, dat het Japanse Bouwbesluit geen wegen toestaat die uitsluitend eigendom zijn van en onderhouden worden door bewoners zelf of door gemeenschappen van bewoners. Alle wegen moeten vrij toegankelijk zijn. “Therefore, at present in Japan, we do not have any American style gated communities which are physically isolated from the neighbouring area with gates, fences around estates, and roads possessed communally and privately among the residents.” Gewoon een kwestie van wetgeving dus.  Kan elke stad doen. Het resultaat is een reusachtige, zeer leefbare megastad waar mensen van allerlei slag elkaar dagelijks op straat tegenkomen. Maar waterdicht is het niet. Want wat gebeurt er op dit moment in Tokio? De wens om je als rijke af te zonderen is kennelijk zo sterk dat men de laatste tijd zijn toevlucht zoekt in hoogbouw. Het verklaart deels waarom hoogbouw aan een stevige opmars bezig is in Tokio. Hoogbouw, wel te verstaan, voor de rijken.

Tagged with:
 

Bouwen, sociale ingenieurs, bouwen!

On 20 maart 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in De Bazel, Amsterdam, op 16 maart 2017:

 

Mooie tentoonstelling over de naoorlogse uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, nu te zien in De Bazel aan de Vijzelstraat. Afgelopen week werd hij geopend door burgemeester Van der Laan. De tentoonstelling bestaat uit vier stijlkamers. Elke kamer heeft betrekking op een periode: 1935, 1958, 2006, 2017. Telkens waan je je in een ruimte waar ambtenaren, na te hebben vergaderd, net hun hielen hebben gelicht. Een stem praat je bij over de stand van het denken. Die uit 1958 vormt voor mij de kern: dan bevinden we ons midden in de naoorlogse uitvoering van het grote plan. De ruimte is gevuld met tekentafels en allerhande maquettes, op een groot prikbord aan de wand wordt de uitvoering van elke wijk en buurt nauwgezet bijgehouden. Met man en macht wordt geprobeerd om in tien jaar tijd liefst 50.000 arbeiderswoningen in Amsterdam bij te bouwen. Dat begint in 1946 en is in 1958 grotendeels gelukt. Ondertussen zien de in witte jassen geklede sociale ingenieurs zich geconfronteerd met reorganisaties en bezuinigingen. 1958 is ook het jaar waarin Cornelis van Eesteren als hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling wordt opgevolgd door mejuffrouw Mulder. Eerder al, in 1953, had zijn kompaan Van Lohuizen er de brui aan gegeven.In de tentoonstelling wordt niet vermeld dat Van Eesteren juist dan van de Minister van Verkeer en Waterstaat de opdracht kreeg om Lelystad te ontwerpen, een nieuwe stad in de polder van 100.000 inwoners, bedoeld voor Amsterdammers die van hogerhand moesten ‘overlopen’. 

Ik zag opvallende parallellen met de Sovjet-Unie van Nikita Chroetsjov: ook daar was de naoorlogse opgave om tegen de laagst mogelijke kosten zoveel mogelijk arbeiderswoningen te bouwen. In Nederland en in Rusland werd dit alles destijds door politici bedisseld en door overheidsdiensten loyaal uitgevoerd. Woningbouw was de grootste zorg in het naoorlogse berooide Europa, zowel in Oost als in West. En het AUP zelf (1935) was een plan uit de crisisjaren dat tien jaar werkloos op de plank was blijven liggen. De joodse wethouder Van der Velde had het plan nog als raadslid vastgesteld en verordonneerde in 1946, amper teruggekeerd uit de kampen, versnelde uitvoering. De begroting van Publieke Werken ging van 15 miljoen in 1945 naar meer dan 120 miljoen gulden in 1957. En warempel, het lukte de ambtenaren om de onmogelijke klus te klaren. Maar zijn opvolger Van ‘t Hull wilde de opgebouwde macht van de ambtelijke diensten alweer breken. Zijn gedwongen vertrek wachtte Van Eesteren niet af. Tentoonstelling en teksten lezen als een Sovjet-epos met haar vijfjarenplannen, economische beloftes, nadruk op arbeiderswoningen, politieke heroïek, overheidsplanning, het breken van de ambtelijke macht, alles op een ongekend grote schaal. Lenin en Stalin als de helden van de sociale ingenieurs, ze hadden zowaar hun evenknieën in de Nederlandse polder. Nee heus, de opgave waar Amsterdam anno 2017 voor staat is een andere dan in 1945. Laat de overheid niet opnieuw 50.000 woningen in tien jaar tijd uit de grond willen stampen. Dit keer liever een metropolitane ambitie van de nieuwe middenklasse.

Tagged with: