Icoonprojecten

On 27 april 2014, in economie, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Planning Chicago’ (2013) van John Bradford Hunt en Jon Devries:

In januari 2011 werd de Dienst Ruimtelijke Ordening van Chicago, de op twee na grootste stad van de Verenigde Staten, opgeheven. Al eerder bleek de planning in de industriële grootstad aan het Michigan Meer aan erosie onderhevig. De tien jaar voorafgaand aan de crisis werden gekenmerkt door een stadsontwikkeling die bovenal financieel gedreven was. Achteraf kan je zeggen dat het bestuur toen al de ruimtelijke planners aan de kant had geschoven. De politiek negeerde ze, de bevolking kende ze niet meer, de gemeentelijke diensten werkten niet meer met ze samen. Planners met hun plannen werden maar als hinderlijk ervaren. De stad werkte nu louter vanuit projecten en grondexploitaties, de zogenaamde TIF’s (Tax Increment Financing). Binnen de grenzen van een TIF werden voorziene waardestijgingen als gevolg van ruimtelijke investeringen in een fonds gestort, vooraf konden uit dat fonds de investeringen worden gefinancierd. Het grondbedrijf was omgevormd tot een soort bank, deze bleek in het pokerspel een cruciale speler en trok alle politieke en ambtelijke macht naar zich toe. Alles draaide om waarde-creatie.

De nieuwe werkwijze kwam erop neer dat de stad op grote schaal geld leende en er feitelijk mee speculeerde, dat wil zeggen: in haar uitgaven liep ze stelselmatig op toekomstige waardestijgingen vooruit. Tussen de vele TIF’s was geen verband in de zin dat er een coherent plan aan ten grondslag lag. En het ergste was, het moest wel beter gaan met de stad om de groeiende uitgaven te kunnen dragen. Steeds meer publiek geld ging naar symboolprojecten die het gevoel zouden geven dat het goed ging met de stad. Het kostbare, door filantropen medegefinancierde Millennium Park (2004) in het centrum is daarvan een treffend voorbeeld. In die politiek paste ook de kandidatuur van Chicago voor de Olympische Spelen in 2009. Toen de financiële crisis uitbrak stortte dit politieke en financiële kaartenhuis ineen. In werkelijkheid bleek het veel minder goed te gaan met de stad. Ze verloor veel inwoners en banen en de lokale economie bleek allesbehalve gezond, maar dat werd in al die jaren gemaskeerd. Ook het IOC koos uiteindelijk niet voor de ‘Windy City’. Ironisch genoeg vierde Chicago in datzelfde jaar het feit dat honderd jaar eerder het grote plan van Daniël Burnham gereed was gekomen. Twee jaar later besloot de nieuwe burgemeester om alle planners naar huis te sturen. In plaats daarvan koos hij voor handelsmissies en stimuleringsregelingen voor ‘groene daken’, volgens de auteurs ‘symboolprojecten’. Met Chicago gaat het ondertussen niet goed.

Tagged with:
 

Leave a Reply