Down to earth

On 21 september 2020, in duurzaamheid, film, natuur, voedsel, by Zef Hemel

Documentairemaker Marijn Poels leverde met ‘Return to Eden’ een indrukwekkende prestatie. Wat is er aan de hand met de wereld? Wat steekt er achter klimaatverandering? Moeten we CO2 echt wel reduceren? Nadert werkelijk het einde der tijden? Hij vertrouwt het zaakje niet en gaat op onderzoek uit. Als een Nederlandse Michael Moore reist hij de hele wereld af, op zoek naar de waarheid en de leugen. Je kunt de docu op YouTube bekijken. Ik heb er 145 minuten lang geboeid naar gekeken. Zijn stelling: het is niet CO2, domoor, want het is de bodem. Alles draait om de vruchtbaarheid van de aarde. Die wordt door de mensheid niet goed beheerd. We kunnen terug naar het paradijs als we de bodem maar goed weten te bewerken. Is het werkelijk zo simpel? Hoogtepunt in de documentaire is het verhaal over de mogelijkheid om de droge Sinaï in Egypte in cultuur te brengen. Zevenduizend jaar geleden was daar een bloeiende landbouw en water in overvloed. Door herintroductie van landbouw zou het klimaat rond de hele Indische Oceaan kunnen stabiliseren en de woestijnvorming van Afrika een halt worden toegeroepen.

Dieptepunt is het interview met een activiste in Silicon Valley die het gevoel heeft dat er door de Verenigde Naties wordt samengespannen tegen de gewone man. Volgens Agenda 21 van de VN hebben alle regeringen met elkaar afgesproken dat de mensheid in megasteden moet gaan wonen en dat het land zal worden teruggegeven aan de natuur. Planologen in Californië beknotten sindsdien de vrijheid op de grondmarkt. Als grondeigenaar mag ze niets meer, de planners willen het liefst dat ze opsodemietert. Agenda 21 noemt ze zelfs een totalitair plan. Poels kent meer voorbeelden. Een oesterkweker langs de Californische kust moest vertrekken en plaats maken voor natuur. Deze begrijpt het nog steeds niet. Wat hij deed was niet slecht voor het land en de zee, integendeel. Landdegradatie in Afrika, weet Poels, wordt juist veroorzaakt door natuurbeheer. Ook daar neemt hij poolshoogte. De wildparken blijken ecologisch funest. Wetenschappers begrijpen er niets van. Natuur is gewoon slecht. Veel beter is stampend vee en mest en boeren die weten hoe je de bodem moet verrijken. De mensheid moet terug naar het land. Dat zeg ik, een bar interessante documentaire.

 

Praatjesmaker

On 19 september 2020, in economie, innovatie, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Opruiende kop boven een column werkt altijd goed. Bijvoorbeeld deze, van Menno Tamminga in de economie-bijlage van NRC Handelsblad van 15 september: ‘Hoe de regio revanche neemt op de Randstad’. Waarover gaat het? De column gaat over het zogenoemde Groeifonds van Rutte III. Er zal de komende jaren 20 miljard belastinggeld worden uitgestrooid boven Nederland om de economische groei te stimuleren en volgens Tamminga zullen die miljarden grotendeels terechtkomen in het industrieel-technologische cluster Brainport Eindhoven en Oost- en Zuid-Nederland. Waarom hij dat zo goed weet? Hij leest het af aan de samenstelling van de tienhoofdige commissie van wijze mannen (plus Laura van Geest en Rianne Letchert) die het kabinet heeft voorgedragen als adviseur op te treden bij de verdeling van de gelden. Een aantal komt uit Brabant en Limburg en de multinationals als Shell en KLM ontbreken. Waarom revanche? Omdat volgens Tamminga in Eindhoven ‘men zich een provinciaaltje voelde tussen de praatjesmakers van de mainports Rotterdamse haven en Schiphol/Amsterdam’.

Volgens mij is dat laatste flauwekul. Wie de zoektocht van het kabinet de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd weet dat in de samenstelling van de Ruimtelijk-Economische Ontwikkelstrategie (REOS juni 2016) Eindhoven door het kabinet uitdrukkelijk bij de Randstad werd gevoegd. Bij het internationaal concurrerend portfolio van toplocaties prijkten ook bedrijvenclusters, universiteiten en campussen in Zuid-Nederland. Met REOS wil het kabinet de dynamiek en de agglomeratievoordelen van ‘grootstedelijk Nederland’ zo goed mogelijk benutten. Dit nam ze zich voor omdat de OESO in 2014 haar had gewezen op het ontbreken in ons land van een grootstedelijke strategie en het onvoldoende benutten van bestaande agglomeratievoordelen. Daarom luidde het in REOS: “De Noordelijke en Zuidelijke Randstad en de Brainport Eindhoven vormen het economisch kerngebied van Nederland. Hier woont 37 procent van de Nederlandse bevolking, wordt 42 procent van het nationaal inkomen verdiend, worden 63 procent van de diploma’s in het Nederlands wetenschappelijk onderwijs behaald en vindt 50 procent van alle private Research & Development plaats.” Mij lijkt het vreemd als daar niet op wordt gelet door de adviescommissie, ook omdat bevorderen in randvoorwaardelijke sfeer veel beter is dan directe subsidies. Trouwens, ruimtelijke spreiding van overheidsmiddelen door de Nederlandse staat is altijd een belangrijk politiek criterium geweest, belangrijker nog dan effectiviteit. Want de herverdelingsmachine is er om het koninkrijk overeind te houden. Zuid- en Oost-Nederland zullen nooit worden overgeslagen. Revanche lijkt me niet nodig en is ook niet kies.

 

Achtergelaten door vrouwen

On 14 september 2020, in demografie, migratie, by Zef Hemel

Afgelopen week opende in het Utrechtse Centraal Museum ‘De ommuurde stad’. In de fraaie publiekstentoonstelling wordt de geschiedenis van de stad – in dit geval Utrecht – verteld vanuit het perspectief van veiligheid door de eeuwen heen. Door muren en vestingwerken te bouwen werd aan de burgers bescherming geboden tegen boeven, rovers, vijandelijke legioenen. Tegelijk werden veel mensen buitengesloten, zij leefden zonder stadsrechten, onveilig, op het platteland. Met het afbreken van de vestingwerken eind negentiende eeuw vervaagde de grens tussen stad en platteland. Sindsdien expanderen de steden. In Nederland gebeurt dat maximaal gespreid. Dit proces verloopt steeds sneller, want overal zijn steden aan de winnende hand. Het betekent het definitieve einde van het platteland zoals we dat ooit kenden. Mijn bijdrage aan de tentoonstelling gaat over jonge vrouwen die op dit moment in overgrote meerderheid het platteland verlaten. Steden worden hierdoor snel feminien. Op elke 100 vrouwen telt een stad als Utrecht nog maar 73 mannen; in Amsterdam is de verhouding 100:81, in Rotterdam 100:98. Hoe meer vrouwen in een stad wonen en werken, hoe succesvoller zo’n stad blijkt te zijn. Vrouwen zorgen voor veiligheid, maar ook voor vergroening en verduurzaming. Door hun inbreng worden steden leefbaar gemaakt.

Een tijdje geleden schreef Caroline de Gruyter in NRC Handelsblad over het Oostenrijks platteland. De helft van de Oostenrijkers tussen 25 en 64 jaar woont nog op het platteland. Echter, ook in Oostenrijk verliezen landelijke gemeenten nu snel bevolking. Vooral jonge vrouwen trekken naar Wenen, Graz en Innsbruck. Mannen blijven achter. Vervolgens citeert De Gruyter een Oostenrijkse boer, die klaagt dat de stad teveel domineert en dat de regering wetten uitvaardigt die de steden eenzijdig bevoordelen. Zo moet het voedsel steeds meer biologisch. Die boer, die wil dat niet. De Gruyter ziet in dat merkwaardige standpunt van die boer de geboortegrond van allerlei extreemrechtse, populistische protestpartijen. Het is inderdaad een groot en groeiend probleem: oude boze mannen in de provincie die niet meer mee kunnen komen en die het gevoel krijgen in de steek te worden gelaten. Daar staat tegenover dat steeds meer succesvolle vrouwen in de grote steden leven. Vroeger stuurden ze de vrouwen terug naar het aanrecht. Straks sturen ze al die succesvolle, hardwerkende vrouwen nog terug naar het platteland. Sommige mannen zien de periferie emanciperen, anderen zien Covid-19 als een kans. De vrouwen komen terug, want de steden zijn nu onveilig. Zou het werkelijk? Gaat dat zien in Utrecht!

 

Meer tuinen in de stad

On 7 september 2020, in kunst, openbare ruimte, plekken, stedenbouw, by Zef Hemel

De presentatie van Wander Voids vond plaats op een zomerse donderdagavond 27 augustus 2020 in het Hamerkwartier in Amsterdam Noord. Studioninedots, Lesley Moore en Kirsten Hannema hielden een pleidooi voor openbare ruimte die niet is voorgeprogrammeerd. In dichtbebouwde steden, zo stelden zij, is vrije ruimte – ruimte om te dromen – dringend geboden. Zulke ruimten noemden ze ‘wander voids’. Het pleidooi stamde nog van voor Corona, toen de drukte in Amsterdam iedereen deed snakken naar een adempauze. Ik was een van de drie sprekers die gevraagd waren te reageren. Ik vertelde over 100 jaar Amstelkanaal. In 1920, zo begon ik, werd deze kilometerslange gracht in het plan-Berlage gegraven. Alles bleek vooraf door de ontwerper bepaald, want binnen de Amsterdamse School was de stad een Gesamtkunstwerk: zeg maar VINEX, maar dan met esthetiek en idealen. Langs de oevers werd een arboretum geplant, met borders en een keurig wandelpad. Vanaf dat moment begonnen ‘ville’ – de ontworpen stad – en ‘cité’ – de geleefde stad – te schuren. Die laatste begrippen had ik ontleend aan de Amerikaanse socioloog Richard Sennett, die in ‘Building and Dwelling’ wijst op de werking van de tijd en die daarbij onderscheid maakt tussen stenen en mensen. Wie teveel de stad ontwerpt, die geeft de geleefde stad geen ruimte.

Zwart-wit beelden van de kinderen spelend in het pas gegraven water gaven aan dat de ontwerpers niet goed hadden begrepen dat zwemwater in de dichtbevolkte Pijp een eerste levensbehoefte was. De daarna streng getrokken gracht met zijn stenen oevers maakten het zwemmen al snel onmogelijk. Bomen werden geplant en de mensen liepen gedwee langs de kaarsrechte kade. Gerard Reve situeerde hier ‘De avonden’; zijn hoofdpersoon Frits Egters vond het er oorverdovend saai. Later werd ruimte gemaakt voor auto’s om te parkeren; nog weer later verschenen fietsenstallingen, hondenuitlaatstroken, bewaarbekkens voor het riool. Het zicht op het kanaal verdween. Daarna kochten de mensen sloepen en bootjes, die ze aan de kade afmeerden. Steigers verschenen, bedrijfjes gingen bootjes verhuren. De gemeente plaatste afvalcontainers, waarnaast de bewoners hun grofvuil dumpten. Daklozen gingen op de bankjes langs het water slapen. Restanten van het arboretum zijn nog altijd te genieten, maar van het oorspronkelijke ontwerp resteert weinig meer. De kade oogt druk en vol. Gelukkig is er vlak achter een heg aan de kade een Japanse tuin waar je even tot rust kunt komen. Zo’n tuin in de stad is de enige plek waar een mens nog kan dromen. Die avond pleitte ik voor meer tuinen in de stad.

 

#novision

On 3 september 2020, in bestuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Tijdens komende prinsjesdag verschijnt dan eindelijk de NOVI, de Nationale Omgevingsvisie. Kunnen we het zittende kabinet daarmee straks feliciteren? Dat valt nog te bezien. Wel als sommigen in dit land vaststellen dat de Randstad niet meer bestaat, want die is door deze regering afgeschreven. Het woord ‘metropool’ is zelfs belachelijk gemaakt (Metropool Eindhoven!). Daarvoor in de plaats is nu een Stedelijk Netwerk Nederland bedacht (alles met hoofdletters!). Dat niet beargumenteerde netwerk van steden en stadjes en verbindende infrastructuur beslaat nog meer dan de Stedenring Centraal Nederland (ook hoofdletters) uit de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening uit 1988 en omvat nu zelfs ‘verre uithoeken’ (naar Milikovski’s boek) als Groningen en Maastricht. Echter, felicitaties zijn niet op zijn plaats als we dat Stedelijk Netwerk Nederland opvatten als een poging ‘om de boel bij elkaar te houden’ en daarom geen onderscheid meer tussen gebieden durven maken. En daar lijkt het sterk op. Keuzes worden uit de weg gegaan. Alle teksten zijn zalvend (‘veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk’), covid-19 en gezondheid zijn overal haastig in gefietst, Schiphol mag gewoon blijven groeien, iedereen doet mee, iedereen maakt een kans, dit rijksspelletje lijkt nog het meeste op de nationale postcodeloterij.

Uiteindelijk zijn er acht aandachtsgebieden geselecteerd die van het rijk iets extra’s zullen krijgen: extra aandacht, extra bemoeienis en misschien wat extra geld. Vanzelfsprekend hoort het aardbevingsgebied in Groningen tot deze NOVI-gebieden. Maar verder is ook hier weer alle aandacht maximaal over het lieve vaderland gespreid. (En geloof maar dat kamerleden gebieden gaan voordragen; het worden er beslist tien). De invalshoek bij alle acht is overigens opvallend economisch, en alles heet nu ‘transitie’ zonder dat dat woord echte lading krijgt. Transitie lijkt hier nog het meest op toveren. Wat ook opvalt is de extreme nadruk op infrastructuur, de energie-infrastructuur incluis, niet op de steden, het land, de natuur, de bodem, de aarde. En bij het hoofdstuk ‘anders kijken, anders zien’ haakte ik definitief af. Daar staat gewoon dat elk gebied een eigen kracht heeft en dat daarbij moet worden aangesloten. Dus ‘Nieuwe visie, nieuwe aanpak’ las ik niet eens meer. Weet u wat ik denk? Ik denk dat dit kabinet vooral de handen vrij wil houden de komende tijd. Op een echte visie zit het niet te wachten. En penvoering bij ruimtelijke ordening is tegenwoordig in handen van Binnenlandse Zaken. In het openbaar bestuur moet iedereen te vriend worden gehouden. Ook dat verklaart veel. Om het helemaal zeker te weten, kijkt u straks maar eens goed naar de bijgeleverde kaart. En let vooral op het Nationale Groeifonds van 20 miljard. De keuze van projecten, in hoeverre zal die in de NOVI zijn ingebed?

 

New York werd extreem hard geraakt door het virus, dat heeft iedereen in de kranten kunnen lezen. Even was de miljoenenstad zelfs het epicentrum van de uitbraak in de Verenigde Staten. Met enorme gevolgen! Sinds maart dit jaar hebben al 420.000 inwoners de stad de rug toegekeerd. Daarmee overtreft deze ramp die van 11 september 2001 by far. De werkloosheid in de Big Apple is inmiddels de 14 procent gepasseerd ( in Nederland 3,5 procent). Het blijken vooral de welvarende werkers met een goede baan te zijn die de stad hebben verlaten; hun buurten op Manhattan en deels ook in Brooklyn stromen leeg. De meesten zoeken hun heil in Florida en Los Angeles, een klein deel verhuist naar het naburige Connecticut. Zoals altijd blijven de armen achter. Hardop vraagt men zich nu af of New York zal terugvallen naar de deplorabele staat die de stad kenmerkte in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Als dat gebeurt, dan kunnen we ervan uitgaan dat de Verenigde Staten weer een langdurige economische neergang zullen meemaken. Want grote steden zijn vanouds economische motoren van landen; hun toestand is bepalend voor de economische gezondheid van de hele natie en de neergang van New York in de seventies was destijds een voorbode van een langdurige economische stagnatie. Nog steeds is New York een graadmeter, de stad die de afgelopen twintig jaar samen met Londen en Tokio de status van wereldcentrum wist te veroveren.

Het zijn de onverminderd hoge vastgoedprijzen en kosten van het levensonderhoud die de metropool aan de Oostkust nu de nekslag toedienen. Lees nog maar eens ´The creative Destruction of New York City´ (2017) van Alessandro Busà en besef hoe extreem de situatie kort voor de crisis was. New York is nog altijd extreem duur, wat de vlucht naar buiten een enorme impuls lijkt te geven. De sluiting van theaters, musea en nachtclubs, het afgelasten van evenementen en het instorten van de internationale toeristenmarkt (vorig jaar nog 66 miljoen toeristen naar de stad!) doen de rest. Waarom nog in New York blijven als je krap behuisd bent en extreem veel voor huisvesting en levensonderhoud moet betalen? Als dit doorzet, dan zal het leiden tot een enorme leegstand, te beginnen bij de winkelstraten en de luxe appartementen op Manhattan (sinds de uitbraak is de leegstand al met 122 procent gegroeid). Minstens zo erg zijn de langetermijneffecten van deze verwoestende pandemie: de innovatiekracht en het bruisende culturele leven van een wereldstad als New York zullen compleet stilvallen. En de scheiding tussen rijk en arm wordt straks ècht navrant: arm in New York, rijk in Florida’s enclaves. Dat gaat de wereld straks merken. Het is een patroon dat zich ook elders herhaalt. Dystopischer kan ik het niet maken.

 

Obama in het park

On 1 september 2020, in bestuur, stedenbouw, by Zef Hemel

De voorgenomen bouw van theater De Meervaart in de Sloterplas mag dan omstreden zijn. Niet minder controversieel is de bouw van de nieuwe Obama Presidential Library op de oevers van Lake Michigan in Chicago. Voor de goede orde, anders dan de bibliotheken van zijn voorgangers – ‘Amerikaanse piramides’ in de woorden van biograaf Robert Caro – omvat de nieuwbouw van Obama’s presidentschap niet een archief met alle documenten, want die documenten worden gedigitaliseerd. Nee, het wordt een centrum waar jonge wereldleiders naar de toekomst zullen kijken, het wordt niet minder dan een ‘working center for citizenship’. Het ontwerp is van de Amerikaanse architecten Tod Williams en Billy Tsien en omvat een hoge museumtoren, kantoren, een wintertuin en een heuvel voor sleetje rijden. Kosten 500 miljoen dollar. Het plan werd al in mei 2017 gepresenteerd. Het zou aan de rand van Jackson Park verrijzen, precies waar deze toegang biedt tot Midway Plaisance. Ondertussen is de bouw nog steeds niet begonnen. Want vier jaar wordt er een verhitte juridische strijd om het gebouw gevoerd. En die is nog niet ten einde. Aanleiding: het gebouw komt in Jackson Park te liggen, op publieke grond. En dat ligt heel gevoelig.

Al in 2016 werd voor Chicago’s Jackson Park gekozen uit een voordracht van drie: de andere twee waren Hawaï en New York. In 2018 gaf Chicago, dolblij met de uitverkiezing, aan het ontwerp van Williams en Tsien officieel zijn zegen; ook de gevoelige locatie in het park, ooit ontworpen door Frederick Law Olmsted en Calvert Vaux voor de World’s Columbian Exposition in 1893, werd toen haastig goedgekeurd. Maar direct daarna keerde een lokale milieugroepering, genaamd Protect Our Park, zich tegen de plannen, die ze aanvocht bij de staat. Daarna kwamen geheim gehouden alternatieve locaties aan het licht die bij de tegenstanders minder gevoelig lagen, wat de zaak nog compliceerde. De architecten schaafden aan hun ontwerp en voegden een openbare bibliotheek, een buurthuis en een speeltuin toe aan het programma. In 2019 werd bovendien de mogelijke prijsopdrijvende werking van het gebouw in de omgeving onderzocht. De stad sloot een Community Benefits Agreement met de buurtbewoners die hen moet beschermen tegen eventuele prijsopdrijvingen, huurverhogingen en huisuitzettingen. Ook beloofde de wethouder van volkshuisvesting meer sociale woningbouw in de omgeving in een straal van drie-vijfde mijl rond de Obama Library. Maar afgelopen juli bleek er een nieuw struikelblok. Monumentenzorg van de staat Illinois vroeg om inzage in de tekeningen en gaf aan aanpassingen te willen. Jackson Park staat in het Nationale Register van Historische Plekken. Tijdens de lockdown vanwege Corona werden de parken intensief gebruikt. Alles ligt gevoelig nu. Gaat de HPC nieuwbouw op deze beschermde plek verbieden? Uitslag wordt binnenkort bekend.

 

Visie op Parijs na Corona

On 30 augustus 2020, in Geen categorie, by Zef Hemel

Misschien is het u ontgaan, maar in Frankrijk vielen de gemeenteraadsverkiezingen samen met de uitbraak van Covid-19. Kon de eerste ronde nog net voor de lockdown, in maart 2020, worden gehouden, de tweede moest worden uitgesteld tot eind juni. Dat betekende dat de Franse lokale verkiezingen maandenlang in het teken kwamen te staan van de pandemie. Dat maakt ze ook voor Nederland interessant, want waar bij ons de burgemeesters zich als voorzitters van de veiligheidsregio’s hoofdzakelijk richtten op wel of niet dragen van mondkapjes, daar begon in Parijs en andere grote Franse steden het lokale politieke gesprek over de toekomst ná corona. Vooral de zittende burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, voerde actief campagne voor meer fietspaden, minder auto’s, vier nieuwe parken en veel meer sociale woningbouw. Eerder al gaf ze aan voor een bedrag van 80 miljoen euro de omgeving van Trocadéro en Champs de Mars te willen vergroenen; de oevers van de Seine wilde ze schoner en het rivierwater moest een natuurlijker loop krijgen. De tijdelijke maatregelen die ze door Corona van de regering moest nemen ziet ze nu als een kans om haar langetermijnvisie te verwezenlijken. Haar campagne sorteerde effect. Eind juni werd ze voor een tweede termijn van zes jaar gekozen.

Ook in Lyon, Marseille, Bordeaux, Straatsburg en andere grote Franse steden vonden de winnende partijen elkaar in een algemeen streven naar groenere steden, minder auto’s en grotere leefbaarheid. Bij alle winnaars richtte de aandacht zich op vuilnis en afval op straat en op kapot straatmeubilair. Een grote zorg bleek bovendien de groei van het aantal dak- en thuislozen, vooral in de armere wijken. Ook stelden de kiezers de onverschillige mentaliteit en het gebrek aan respect van mensen voor elkaar aan de kaak. Ten slotte bleken de gebrekkige luchtkwaliteit en het lawaai onderwerpen waar veel mensen zich druk over maakten, misschien kwam het doordat de lockdown ervoor had gezorgd dat er tijdelijk een stilte was ingetreden en de lucht plotseling was opgeklaard. Parijs, dat de afgelopen jaren zwaar werd getroffen door terroristische aanslagen, protestmarsen van ‘gele hesjes’ en de brand in de Notre Dame, koos opvallend genoeg voor dezelfde burgemeester, die haar inwoners moed inspreekt en hen een schonere stad belooft. Ze mogen nu zelf bomen planten, parkeerplaatsen verwijderen (72% van het straatparkeren verdwijnt), en niet te vergeten in totaal honderd stadstuinen aanleggen. Ondertussen gaat de gemeente alle gebouwen nalopen die slecht geventileerd zijn en waar veel energie wordt verbruikt. Uiteindelijk moet elke inwoner alle noodzakelijke voorzieningen te voet kunnen bereiken binnen hoogstens een kwartier. Overigens stemden de rijke westelijke arrondissementen niet voor haar, wel de armere oostelijke delen. Nog vier jaar tot de Olympische Spelen.

 

A quiet place in the country

On 27 augustus 2020, in Geen categorie, kunst, plekken, wonen, by Zef Hemel

Wie onlangs de documentaire over de in Friesland levende en werkende kunstenaar Claudy Jongstra heeft gezien (‘Verweven wereld’, 2015, Allard Detiger), kan het niet hebben gemist: het waanzinnige uitzicht over Central Park, New York, ergens in het midden van de documentaire. Jongstra is op werkbezoek bij twee Amerikaanse architecten, Tod Williams en Billy Tsien. Ze overleggen over wandtapijten voor de nieuwbouw van de Barnes Foundation in Philadelphia. Architect en kunstenaar zijn druk met elkaar in gesprek. Dan ineens draait de camera naar het grote raam. Daar ligt het park aan je voeten zoals je het nog nooit hebt gezien. Rakelings over de kruinen van de bomen scherend voert de camera je ogen langs de randen van het enorme park, waar in de verte de bijna klassieke bebouwing op afstand vaag bovenuit rijst. Je vergeet gewoon het gesprek. Central Park meet 700 meter bij vier kilometer. Dit moet ergens aan de korte zijde zijn, dus het zicht is liefst vier kilometer naar de overkant. Je waant je op de Veluwe. Een zee van groen en ruimte strekt zich voor je uit. Wat een waanzinnig en onbetaalbaar uitzicht! Zijn deze architecten dan zo rijk? Ik vroeg me af waar precies dit appartement zich bevindt. Ik zocht en vond uiteindelijk het adres. Het moet appartement nummer 1601 zijn van Carnegie Hall Tower.

De Tower boven Carnegie Hall werd in 1896 gebouwd door de architect Henry Hardenbergh. Andrew Carnegie wilde hier studio’s verhuren aan kunstenaars om wat geld bij te verdienen. De 170 appartementen hebben alle een hoog plafond en bij de meeste komt het licht uit het noorden – zeer geschikt dus voor schilders en beeldhouwers. Beroemdheden als Marlon Brando, Agnes de Mille, Leonard Bernstein woonden hier ooit. De appartementen werden als triplexwoningen opgeleverd, maar in de loop van de tijd is de een na de ander samengevoegd. Tien jaar geleden waren er nog 33 over. De huur voor een deel van de appartementen was wettelijk gelimiteerd, dus deze waren goed betaalbaar, maar voor 26 appartementen gold dit niet. In 2007 werd bekend dat de Carnegie Hall Corporation ze wilde ontruimen en ombouwen tot onderwijsfaciliteiten voor jonge muzikanten. De huurders vochten dit bij de rechter aan. Tod Williams en Billy Tsien, zo maakte ik op uit een artikel in New York Magazine, woonden op de 16e verdieping, dat is bovenin en helemaal in de hoek. Ook zij moesten verhuizen. In hun appartement, waar hun kinderen opgroeiden, zou een noodaggregaat worden geplaatst voor de onderwijsfaciliteiten. Het appartement in de documentaire kan dus niet nr. 1601 zijn geweest. Het blijkt een glazen penthouse on Central Park South te zijn, een ontwerp van Williams en Tsien dat ze gebruiken “as a retreat and for entertaining.” Tegenover The Wall Street Journal noemden ze het hun “glamour pad – like a quiet place in the country.”

 

De gemeente Ouder Amstel gaat eindelijk bouwen, en hoe! Tussen de Ziggo Dome en Amstelkwartier zullen de komende jaren een kleine 5.000 woningen verrijzen. Het masterplan is van de hand van het Rotterdamse bureau West 8, dat in juni 2018 de tender won. Dat is niet minder dan een triomf. In 2011 durfde Amsterdam in haar kersverse Structuurvisie 2040 de plek nog niet in te kleuren, bang als ze was de toorn van de buren over zich af te roepen. Zonder problemen gaat het natuurlijk niet, want juist in dit deel van de metropool liggen een paar oude, grote volkstuincomplexen. En wie volkstuinen zegt, zegt oppositie. En dan is er ook nog de Toekomst, het trainingscomplex van Ajax. Niemand die deze velden durft te verplaatsen. Maar laten we eerst stilstaan bij het feit dat een kleine randgemeente als Ouder Amstel, met niet meer dan 13.000 inwoners, bereid is zoveel financieel risico te nemen en daarbij ook nog eens haar inwonertal te verdubbelen. Wethouder Marian van der Weele (D66) durft het in ieder geval aan. Zelf woont ze in Ouderkerk aan de Amstel en ze is al twee termijnen wethouder. Bovendien krijgt ze alle medewerking van de grote buurgemeente. En zeg nou zelf, ‘De nieuwe kern’ ligt dichtbij station Duivendrecht, het dorp Duivendrecht – ook gemeente Ouder Amstel – oogt stedelijk vergeleken bij het idyllische Ouderkerk aan de Amstel. Zeker toen een fraaie rechtstreekse wegverbinding tussen de beide dorpen werd beloofd ging de gemeenteraad van Ouder Amstel overstag. Die historische verbinding is ooit in de plannenmakerij rond de Bijlmer en de aanleg van de A2 gesneuveld.

Hoe ziet het masterplan eruit? De volkstuinen zullen moeten ‘inbreiden’. Bij station Duivendrecht gaat het straks de hoogte in, maar “het wordt beslist geen nieuwe Bijlmer.” Spectaculair wordt het wel: torens rond de spoorbogen tussen het stadion en de Zuidas en Ajax dat een prominente plek krijgt. Dat wordt geheid een trekker. Dwars door het plangebied voert een langgerekt park dat de makers in hun plan aanduiden als ‘een nieuw Vondelpark’. Het bevat inderdaad een fietspad langs een kronkelend water dat de Amstelscheg met het dorp Duivendrecht verbindt; over de Holterbergweg is zelfs een ecoduct voorzien. Deze kostbare fietsverbinding heeft de gemeenteraad van Ouder Amstel dus over de streep getrokken. Het ziet er beslist aantrekkelijk uit. NS, Ajax en gemeente Amsterdam zijn hier de belangrijkste grondbezitters. Samen met Volker/Wessels en de gemeente Ouder Amstel tekenden ze een samenwerkingsovereenkomst, dus daar zijn eventuele obstakels weggenomen. Het enige overblijvende probleem lijkt het stikstofdossier. Het verderop gelegen natuurgebied De Ronde Hoep kan geen extra belasting verdragen. De verbreding van de A9 is hier het grootste probleem, het geprojecteerde Nieuwe Kern-gebied lijkt op voldoende veilige afstand. Alleen Schiphol blijft problemen geven. De luchthaven maakt zich zorgen over de nieuwbouw in een belangrijke aanvliegroute. Daarvan vindt de wethouder dat het regionale belang zwaarder weegt; ze wordt daarin gesteund door de provincie. Ziedaar het complexe planologische speelveld. Als alle hobbels straks zijn genomen, wordt een schakel tussen de Zuidas en Bijlmer/Arena na decennia gesteggel eindelijk ingevuld. Achteraf best snel: in april 2016 vormde zich de intentie, in 2022 gaat de schop de grond in. Zes jaar voorbereiding. Welke planoloog heeft deze ingewikkelde procedure begeleid en tot een goed einde gebracht?