Toerist als zondebok?

On 21 februari 2020, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gehoord in Déjà Vu ‘Toerisme’ in Spui25 te Amsterdam:

Planning in the Public Domain: John Friedmann ...

Opnieuw aandacht voor de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad. Dit keer een aflevering van Déjà Vu in Spui25 die ging over toerisme. Het programma, dat werd georganiseerd door Ons Amsterdam en Het Parool, was al wekenlang ‘stijf uitverkocht’. De bijeenkomst viel toevallig samen met het bericht in de krant dat het stadsbestuur denkt aan een erotisch centrum buiten de Wallen. Bij de deur staat een bewoner een raadsadres uit te delen. Binnen volgen drie historische lezingen waaronder een prachtig verhaal van architectuurhistoricus Aart Oxenaar over Pierre Cuypers. Helemaal op het eind word ik kort geïnterviewd. De zaal roert zich. Er volgen vragen als: waarom heeft u zo weinig aandacht voor de bewoners? En: kunnen die toeristische voorzieningen niet beter langs het IJ, in Noord of, nog beter, in Rotterdam? Niemand lijkt toerisme te willen. De situatie deed me denken aan ‘Planning in the Public Domain’ (1987) van de Amerikaanse planoloog John Friedmann. De zwakte van planning die uitgaat van gezamenlijk leren, schreef hij, is dat deze de bereidheid bij ieder mens veronderstelt om met een ‘open mind’ naar de toekomst te kijken. Mensen denken vanuit hun eigen opvattingen en ideeën, het kost ze moeite om hun mening bij te stellen. Dus als de planoloog met een onderbouwde visie komt, mag hij er niet van uitgaan dat mensen hun mening zullen bijstellen. Vooral bij mensen die vanuit een bepaald belang redeneren, is opvattingen bijstellen niet aan de orde. Samen leren, aldus Friedmann, lukt dan niet.

Natuurlijk is het lang niet altijd zeker dat de planoloog het bij het rechte eind heeft. Friedmann, de activist, keert het om: wie verandering wil, moet vasthoudend zijn en overtuigd blijven van zijn of haar gelijk. Als de planoloog werkelijk in zijn visie gelooft, dan moet hij honderd procent gecommitteerd blijven en ook bereid zijn onder ogen te zien dat mensen pas zullen zwichten als het helemaal fout loopt. En: “Even then, as a last desperate gesture, actors may be tempted to ask whether the impending disaster might not be otherwise explained, and instead of seeking fault with their own practice, search for scapegoats in the environment instead.” Kortom, planners mogen nooit uitgaan van de rationaliteit van burgers, belangen werken als een krachtige batterij van menselijke energie, mensen strijden vanuit hun belangen voor hun gelijk, het leervermogen van mensen is beperkt. Het was kritiek van Friedmann op het pragmatisme van John Dewey. Veel te optimistisch vond hij die Dewey. Friedmann: “Even in the face of mounting problems, we will tend to fight for what we have as well as for our beliefs.” Zeker, misschien ís de toerist ook de zondebok. Maar de planoloog kan net zo goed zich vergissen. Hij moet bereid zijn zijn visie voortdurend bij te stellen. Want misschien is het allemaal toch anders.

Tagged with:
 

Zeventiende eeuws massatoerisme

On 17 februari 2020, in toerisme, by Zef Hemel

Gezien in het Rijksmuseum op 16 februari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor caravaggio a life langdon

Nu te zien in het Rijksmuseum: ‘Caravaggio-Bernini. Over het ontstaan van de barok in Rome met in de hoofdrol schilder Caravaggio en beeldhouwer Bernini’. Afgelopen zondag, daags na de opening, ging ik kijken. Heel mooi, kunsthistorisch buitengewoon interessant. Maar vooral ironisch. Want de Amsterdamse tentoonstelling gaat over het verschijnsel van het massatoerisme, maar dan wel zeventiende eeuws. Het slaperige Rome ontwaakt uit een diepe slaap en wordt een belangrijke bestemming, niet alleen voor devote, rijke gelovigen, maar vooral voor paupers uit heel Europa. Iedereen wil het kosmopolitische Rome van paus Sixtus V zien. Ik pakte ‘Caravaggio. A Life’ (1998) van Helen Langdon er weer eens bij. Het nieuwe Rome – Roma Sancta – was een viering van de wedergeboorte van het christendom, de creatie van één paus: “an energetic pope possessed by a powerful vision of a city whose beauty should draw pilgrims from throughout Europe to the capital of a restored Catholicism, where they could be reconciled with God, and their sins forgiven.” De unieke werken van Bernini en Caravaggio, nu te zien in het Rijksmuseum, passen in deze context. Wel geestig dat daags na de opening NRC Handelsblad een twistgesprek publiceert tussen toerismedeskundige Stephen Hodes en ondergetekende over massatoerisme naar Amsterdam. Hodes wil een absolute stop op toerisme, Hemel wil het massatoerisme vormgeven door het naar de Zuidas te brengen.

Rond 1600 telt Rome ruim 100.000 inwoners. In het noorden worden oorlogen gevoerd met protestanten, Frankrijk en Spanje wedijveren met elkaar wie het gezag heeft over de katholieke kerk, in het zuiden voert de Turkse bezetter een waar schrikbewind. In heel Europa is het onrustig. De nieuwe paus brengt rust en hoop in dit tumult. Als gevolg van zijn openbare werken – schitterende kerken met kunst als attracties en nieuwe ruimtelijke assen hiertussen met obelisken als markeringen – wordt de relatief kleine stad letterlijk onder de voet gelopen door pelgrims, vluchtelingen, zigeuners en bedelaars. De armoede in de straten van Rome is schrijnend. De meeste migranten zijn mannen, dus de volksbuurten met de bordelen trekken ruimschoots klandizie. Een tijdgenoot: “At Rome you see nothing but beggars, and they are so numerous that it is impossible to walk down the street without their thronging around you.” Nieuwe ordes ontfermen zich over de allerarmsten, die zij als afspiegelingen zien van de lijdende Jezus. De katholieke kerk gaat terug naar de bron: de vroegste kerk van Petrus en Paulus. Langdon: “And rich and powerful Romans, fearing damnation, tempered pleasures of courly life and displays of worldly splendour with tears, ecstasies, self-mortification, and resonant rituals of abasement.” Er is een paus met visie. De stad bloeit als nooit tevoren. Een intense devotie gaat door de straten van Rome. Buitengewoon leerzaam.

Tagged with:
 

De woningcrisis is op te lossen

On 12 februari 2020, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 11 januari 2020:

 Afbeeldingsresultaat voor woningprijsontwikkeling nederland 2019 calcasa

Woningprijsontwikkeling in eerste kwartaal 2019 tov tweede kwartaal 2013. Bron: Calcasa

Volgt u de berichten over de woningmarkt ook op de voet? Kijkt u daarbij ook steeds naar de kaarten van Calcasa? Calcasa, gevestigd in Delft, noemt zichzelf ‘de peilstok van de onroerend-goedmarkt’. Het bedrijf is vermaard om zijn automatische taxatiemodel, maar het doet ook onderzoek naar de woningmarkt. De kwartaalberichten zijn zeer de moeite waard. Zelf kijk ik naar de kaarten. Vooral reeksen van kaarten over vele jaren maken veel duidelijk. Wat aan het eind van de financiële crisis begon in Amsterdam, slaat sinds een paar jaar uit naar de rest van Nederland: sterk oplopende woningprijzen. Inmiddels is sprake van een nationale woningcrisis. Het verschijnsel lijkt op een virus, het doet zich trouwens wereldwijd voor. Besmetting vindt plaats vanuit het netwerk van ‘Global Cities’ zoals Londen, New York, San Francisco en Amsterdam. Onlangs drukte NRC Handelsblad een kaart af van Nederland met de woningprijsontwikkeling in het eerste kwartaal van 2019 ten opzichte van het tweede kwartaal van 2013. Wat blijkt? Prijsstijgingen van 45 procent en hoger treft men aan uitsluitend in het gebied rond Amsterdam, met een uitwaaiering naar Utrecht, Den Haag en Rotterdam, steden die fungeren als overloopgebieden van de hoofdstad. Een typisch randstedelijk fenomeen dus, met Amsterdam als epicentrum. Anders gezegd: iedereen wil naar Amsterdam, niemand kan er in.

Oplossing van de woningcrisis kan dus ook alleen als Amsterdam snel en adequaat reageert. Dat doet Amsterdam onvoldoende. Het belemmert de woningbouw juist met moeilijke extra regelgeving en het naait zich al jaren in een korset van groengebieden en uitgestrekte hinderzones (Schiphol, de zeehaven). Uitbreidingsplannen maakt de stad al jaren niet meer, met als gevolg dat de markt is vastgelopen. Er is nu zo weinig dynamiek in de hoofdstad dat de prijzen nauwelijks meer stijgen; de stad bevindt zich in het oog van de storm. En zo’n stikstofcrisis maakt het alleen nog maar erger. Wie zegt dat Amsterdam in omvang moet verdubbelen krijgt de kous op de kop. Dat er sprake is van een aanzwellende trek naar bepaalde steden wil er bij de meeste Nederlanders niet in. De precieze werking van het internet (extreme pieken!) wordt ook niet ingezien. Heus, in de rest van Nederland hoeft niet zoveel te worden gebouwd. Mensen worden nu gedwongen om steeds grotere afstanden naar hun werk af te leggen. Hoog tijd dat de Minister van Binnenlandse Zaken een aanwijzing geeft aan het hoofdstad om een stevig uitbreidingsplan voor te bereiden. En de Minister van Financiën zou de hypotheekrenteaftrek per direct moeten afschaffen. Ondertussen kan de rest van het land zich gaan voorbereiden op de volgende crisis.

Tagged with:
 

Een ecologisch park van 12.000 hectare

On 10 februari 2020, in landschap, by Zef Hemel

Gelezen op Ensia.com op 7 februari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor parque ecologico mexico city texcoco map

Bron: Inhabitat

Eerder al deed ik op deze website melding van de veranderingen in Mexico-City sinds het aantreden van de nieuwe burgemeester eind 2018. Burgemeester Claudia Sheinbaum is ecologe, ze is van dezelfde sociaal-democratische partij als Andrés Manuel Lopez Obrador, de huidige president van Mexico en haar voorganger. Obrador laatste haalde na het winnen van de verkiezingen een streep door de plannen voor een nieuwe grote luchthaven. Gezamenlijk grepen daarop staat en stad dit omstreden besluit aan om de omgeving van de toekomstige luchthaven tot toekomstig waterpark uit te roepen. Op Ensia.com verscheen een artikel van de hand van Paul Bascio over het ontwerp van de Mexicaanse architect Inaki Echeverría voor dit Parque Ecológico Lago de Texcoco. Aan de relatief arme noordoostkant van de metropool wil Echeverría een gebied van 12.300 hectare over een lengte van 16 kilometer weer onder water zetten en daarmee de ernstig verstoorde waterhuishouding van de megastad van 22 miljoen inwoners herstellen. Zijn plan is al tien jaar oud, maar verdween in een lade na het besluit van de vorige regering tot de bouw van het vliegveld. Na het afblazen werd hij door de National Water Commission benoemd tot uitvoerend directeur van het aan te leggen landschapspark. Samen met ecologen, waterbouwkundigen, planologen en stedenbouwkundigen werkt hij het nu uit in een aantal deelplannen. Geschatte kosten:  12 miljoen dollar. 

Gebruikmakend van de gunstige politieke situatie wil Echeverría als eerste het merengebied van Nabor Carillo in oude staat herstellen. Sportvoorzieningen en een looproute rond het toekomstige meer moeten aan de bevolking duidelijk maken dat het park op slechts 16 kilometer van het historische centrum van Mexico City zal bijdragen aan de leefbaarheid, waterhuishouding en ecologie van de hele geürbaniseerde hoogvlakte. Vervolgens wil hij de landingsbanen van de nooit afgebouwde luchthaven onder water zetten. Maar voorlopig worden daar nog felle juridische gevechten over gevoerd, die gaan over planschade en zelfs eventuele hervatting van de werkzaamheden. Hij zegt dat hij het hoofd koel houdt, maar zodra het wettelijk mogelijk is, zal hij ook aan dit deel van het reusachtige parkproject beginnen. Uiteindelijk moet hier een regionaal park komen dat ruim veertig keer zo groot wordt als Central Park in New York. Hij noemt Parque Ecológico Lago de Texcoco een hoopgevend voorbeeld van ecologisch herstel, waarmee Mexico City zich voegt in het rijtje van megasteden zoals Seoul, Moskou en Singapore, die belangrijke ecologische parken dicht bij hun centra creëren. En Nederland? Ben benieuwd wanneer in de Randstad iemand het initiatief neemt voor de aanleg van een groot ecologisch park in het laaggelegen Groene Hart, net zuidelijk van de nationale luchthaven, of in de Flevopolder rond de omstreden luchthaven. Krijgen we een verdrieverdubbeling van de Oostvaardersplassen, nu nog 5600 hectare groot.

Tagged with:
 

Zorgen coffeeshops voor overlast?

On 8 februari 2020, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Onderzoek naar coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad (2020):

Afbeeldingsresultaat voor stichting adviesburo drugs

Bron: Stichting Adviesburo Drugs

Hij onderzocht coffeeshops in de Amsterdamse binnenstad. Zijn rapport stuurde hij me toe. August de Loor is oprichter van Adviesburo Drugs. In december 2017 ontving hij uit handen van loco-burgemeester Eric van der Burg de Frans Banning Cocq penning vanwege zijn belangrijke bijdrage aan het humane Amsterdamse drugsbeleid. De Loor was medeoprichter van de junkiebond Medische Dienst Heroïne Gebruikers. Ook was hij grondlegger van het testsysteem voor drugs op dansfeesten. In plaats van opsluiten in gevangenissen en klinieken, vond hij, moesten harddruggebruikers juist geholpen worden. Preventie en goede voorlichting zijn belangrijk. Afgelopen voorjaar ontmoette ik hem in de Oude Kerk toen ik werkte aan de toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad. Nu dus zijn rapport over de Amsterdamse coffeeshops. Moet de burgemeester ze sluiten? Zorgen ze voor overlast? In 2018 concludeerde het gemeentelijke bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek dat slechts 5 procent van de Amsterdammers naar de Wallen ging vanwege coffeeshops en erotiek. Maar afgelopen week kwam diezelfde dienst naar buiten met cijfers uit een enquête onder 1100 toeristen op de Wallen. Voor meer dan de helft zijn de coffeeshops een reden om de buurt te bezoeken. Omdat de buurt klaagt over drukte, spelen de uitkomsten de voorstanders van sluiting van ramen en coffeeshops in de kaart.

Anders dan OIS bezocht De Loor elf coffeeshops gedurende een aantal weken afgelopen winter. Dit deed hij ook tijdens ADE, het Amsterdam Dance Event. Als een antropoloog ging hij te werk. Hij wilde weten of de coffeeshops ‘laagwaardig toerisme’ aantrekken. Zorgen ze voor overlast? Cafés waar alcohol wordt geschonken, concludeert hij na zijn rondgang, geven veel meer overlast dan coffeeshops. Waarom? Coffeeshops hebben geen terrassen. De meeste hebben zelfs een portier of buurtwatcher die een oogje in het zeil houdt. Nee, het zijn juist dronken bezoekers die de buurt onaangenaam maken. Irritatie bij bewoners ten aanzien van coffeeshops houdt vooral verband met hinder van wietlucht. Waarom moeten dan uitgerekend de coffeeshops met hun cannabis het ontgelden? De Loor hoorde zeggen dat “die blowers allemaal losers en uitkeringstrekkers zijn”. Gebruikers van cannabis werden rechtstreeks in verband gebracht met “de drugsmaffia die ze in stand houden.” Volgens De Loor daarentegen is er sprake van ‘vervolksing’ in het gebruik van softdrugs als genotmiddel. Canabis wordt even normaal als alcohol. Hij constateert ook dat in steeds meer landen cannabisgebruik wordt gelegaliseerd. Daarom verwacht hij dat de aantrekkingskracht van de Amsterdamse binnenstad op drugsgebruikers vanzelf zal afnemen. In de grensstreken van Nederland is dit al het geval. Rustig aan nu maar. Niet overreageren.

Tagged with:
 

Toerisme anno 2020

On 6 februari 2020, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 februari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor toerisme giethoorn

Bron: ‘t Gieters Belang

Giethoorn komt in opstand tegen toeristen. Dat meldde NRC Handelsblad afgelopen weekeinde in de bijlage Leven. Het Overijsselse dorp telt slechts 2.600 inwoners, maar ontvangt jaarlijks liefst één tot anderhalf miljoen bezoekers. Die komen vrijwel allemaal in de zomer. Dat geeft overlast. Naast Russen en Brazilianen gaat het vooral om Chinezen. Journalist Yaël Vinckx beschrijft hoe de enorme toeloop begon bij één vrouw: Gabriella Essenbrugge. In 2005 ging Essenbrugge werken in hotel De Dames van de Jonge. Nog datzelfde jaar nodigde Koninklijke Horeca Nederland haar uit voor een inspiratiereis naar China. Daar, in Beijing, opende Holland Marketing juist een kantoor, bedoeld om Chinezen naar Nederland te trekken. Essenbrugge sprak met Chinese journalisten. Ze zag mogelijkheden. Korte tijd later keerde ze naar China terug, nu gewapend met een fotoboek met kiekjes van haar hotel en dorp en van het omringende waterrijke platteland. De eerste Chinese gasten kwamen naar haar hotel. Ze ging ze vertroetelen. Daarop opende ze zes restaurants in China die ze ‘Holland Giethoorn’ doopte. Echte naamsbekendheid kreeg het dorp pas in 2014, toen een dorpsgenoot erin slaagde om Giethoorn vermeld te krijgen in een jubileumeditie van het spel Monopoly. Toen barste het los.

Massatoerisme naar Giethoorn bereikte een voorlopig hoogtepunt in 2017. Een foto van een opstopping van fluisterbootjes in het smalle water in het dorpscentrum ging op Tweede Pinksterdag viraal. Was het werkelijk zo druk? In ieder geval sloeg de stemming daarna om. Boze dorpsbewoners trokken een Chinees reclamebord uit de grond. Sindsdien voeren ze actie. Een aantal vreest zelfs uitverkoop van hun dorp. De gemeente organiseerde gesprekken en zal komend voorjaar met aanbevelingen naar buiten komen, maar veel bewoners vinden dat de overheid het “schandalig heeft laten afweten.” Ondernemers verweren zich en zeggen de toeristen nodig te hebben “om als bedrijf en als regio te overleven.” Een omgevingsregisseur moet de partijen tot bedaren brengen.  Zo werkt toerisme: één vrouw begint, er wordt wat heen en weer gereisd, door een spelletje raakt de plaatsnaam bekend, via Instagram en Twitter gaan foto’s de wereld over, miljoenen Chinezen pakken hun koffers. Toerisme is visuele consumptie en die gaat tegenwoordig digitaal. Denk aan de Facebookrellen in Haren, Groningen. Op 21 september 2012 moest de ME ‘s avonds uitrukken omdat een meisje een uitnodiging voor haar feestje op Facebook had geplaatst. Dit gebeurt nu overal, op steeds meer plekken. Sinds de smartphone raakt de fysieke ruimte gedomineerd door de digitale wereld. Naar de toekomstvisie van Giethoorn ben ik zeer benieuwd.

Tagged with:
 

Property pathology

On 1 februari 2020, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 18 januari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor mapitout iamsterdam"

Bron: Mapitout.iamsterdam.com

Ook gelezen? Vorige week ging de special van het Londense The Economist over de woningmarkt. Bar interessant. Schaarste, snel stijgende woningprijzen, starters die geen woning kunnen kopen, overal in de wereld zoeken mensen vergeefs naar een fatsoenlijke woning. In ‘The horrible housing blunder’ wordt de oorzaak van de wereldwijde woningcrisis gelegd bij de politiek die decennialang de koopsector via het belastingstelsel systematisch heeft bevoordeeld. Zowel politiek links als rechts zag er grote voordelen in: stabiliteit, trouwe kiezers, vermogensopbouw voor minvermogenden, verdelende rechtvaardigheid. Maar de lage rentestand zet alles onder druk. Iedereen wil tegenwoordig een woning kopen, maar die woningen bieden zich niet aan, waardoor de prijzen stijgen. Ondertussen worden er minder woningen gebouwd dan ooit. Volgens The Economist komt dat doordat kopers zich overal ter wereld massaal tegen nieuwbouw verzetten. Not In My Backyard is hun vanzelfsprekende grondhouding. Ruimtelijke stagnatie is het gevolg, en ook leraren, verpleegkundigen en politieagenten kunnen niet meer in de grote steden wonen. ‘Property pathology’ heeft allerminst tot stabiliteit en een verheugen in de kiezersgunst geleid, maar tot boos populisme. De democratie staat onder druk. The Economist roept op tot een complete herordening van de mondiale woningmarkt. “Time to tear down this rotten edifice and build a new housing market that works.”

Doodsbenauwd is The Economist voor politici die binnen de bestaande ordening proberen tot herverdeling te komen. Sectorale ingrepen via regelgeving zullen het probleem alleen maar verergeren. Het blad verwijst naar Duitsland en Zwitserland waar rust heerst aan het front van de woningmarkt. In Duitsland is slechts 50 procent van de kiezers eigenaar van een woning. Kopen is daar belastingtechnisch minder aantrekkelijk. Woningprijzen zijn er gemiddeld niet hoger dan in 1980. Daarnaast vindt de redactie dat strikte ruimtelijke ordening rond succesvolle steden moet worden versoepeld. Mensen moeten dichter bij hun werk kunnen wonen. Maar juist rond de grote steden zit de boel op slot. Kijk vandaag (1 februari 2020) eens naar de kaartjes in NRC Handelsblad: met het gebruik van een nieuw Amsterdamse zoekprogramma (mapitout.iamsterdam.com) kan iedereen zijn optimale woon-werkverkeerplaatje samenstellen. Binnen de huidige woningmarkt reikt het zoekgebied rond Amsterdam tot Emmeloord, Apeldoorn, Den Bosch en Rotterdam. Utrecht blijkt een buitenwijk van Amsterdam. Dat wordt massaal filerijden! Maar het voordeel van de huidige situatie is wel dat koopwoningen achter Zwolle niet langer ‘onder water’ staan. Krimp is even vergeten. En precies dat kon wel eens het doel zijn van dit plattelandskabinet in haar strijd tegen het populisme. In Nederland houdt ze de ‘property pathology’ gewoon nog even in stand. In ieder geval tot de volgende verkiezingen.

Tagged with:
 

Milanese arrogantie

On 28 januari 2020, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 18 januari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor milan economy

Bron: Skyscrapercity.com

Milaan, na Rome de tweede stad van Italië, ontwikkelt zich de laatste jaren economisch buitengewoon voorspoedig. Terwijl de Italiaanse economie al twee decennia ernstig in het slop zit en de werkloosheid groeit, is in Milaan sprake van een opmerkelijke opbloei. In The Economist van afgelopen week werd de stad zelfs getypeerd als ‘the angel of the north’. Wonen in Milaan is tegenwoordig extreem duur, het centrum is niet meer te betalen, cultuur en design voeren de boventoon, het toerisme naar de stad groeit sterk (van 6 naar 10 miljoen toeristen in amper vijf jaar tijd). Gevraagd naar de oorzaken noemen veel mensen de Wereldtentoonstelling van 2015 die door de ondernemer Giuseppe Sala tot een groot succes werd gemaakt en die de trots op de stad heeft teruggebracht bij veel inwoners. Sala is nu burgemeester van de stad. Hij gelooft niet dat zijn Wereldtentoonstelling het enige was wat verschil heeft gemaakt en erkent dat zijn voorganger, de rechtse Gabriele Albertini, veel heeft gedaan om de lokale vastgoedmarkt meer ruimte te geven. Ondertussen probeert een linkse Sala om te gaan met de negatieve gevolgen van het ontketende ‘Milanese wonder’, zoals een snel groeiende ongelijkheid. Maar volgens The Economist zet hij vooral in op duurzaamheid.

Het verhaal doet denken aan Jane Jacobs die economische groei in ‘The Economy of Cities’ (1968) en later in ‘Cities and the Wealth of Nations’ (1984) toeschreef aan de opbloei van steden, niet van landen. Wanneer ondernemers in een bepaalde stad actief worden, begint zo’n stad aan een snel proces van importvervanging, dat wil zeggen producten en diensten die ze eerst importeerde, maakt ze nu zelf. Hierdoor groeit ineens de lokale economie. Want doorgaans, schreef Jacobs, gebeurt het plotseling, het gaat snel en onverwacht. Innovatie verloopt namelijk in korte ketens. Soortgelijke processen van snelle importvervanging zie je recentelijk ook rond Eindhoven, maar binnen Nederland betreft het vooral het kosmopolitische Amsterdam. Waarom Amsterdam? Doordat in de sterke creatieve dienstensector van Amsterdam veel snellere groei plaatsvindt dan in de technische productiesector van Eindhoven. Hetzelfde geldt voor Parijs of München of Milaan: daar groeien cultuur, media, design, toerisme, vastgoed, architectuur en creativiteit. The Guardian meldde op 10 november 2019 dat 85 procent van de Milanezen nooit ergens anders wil wonen en dat 81 procent vindt dat hun stad een rolmodel voor Italië is. Milanese arrogantie. Terwijl Italië naar de stembus gaat voor regionale verkiezingen en vermoedelijk populistische gaat stemmen, bloeit het linkse, rijke en kosmopolitische Milaan. Laatste verkiezingsnieuws: Emilia-Romagna blijft in centrum-linkse handen. Dankzij Milaan.

Tagged with:
 

Beyond state and market

On 26 januari 2020, in kunst, landschap, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 17 januari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor hart voor de k-buurt amsterdam

Bron: WeMakeThe.City

Mensen die niets hebben, zorgen goed voor elkaar. Mensen die veel hebben, zijn individualistisch. Dit gegeven inspireerde Mike Brantjes om aan de slag te gaan met de bewoners in de arme K-buurt in Amsterdam Zuidoost. Hij en Angelique vertelden erover op de laatste dag van de Masterstudio ‘The Common City’ van de Universiteit van Amsterdam. Brantjes, die een aantal jaren geleden om persoonlijke redenen van de Keizersgracht naar de Bijlmer verhuisde, was verrast door het rijke sociale leven in de multiculturele Bijlmer. Hij begon met ‘Hart voor de K-buurt’, een reeks van initiatieven van onderop die de lokale economie in zijn nieuwe woonbuurt moeten stimuleren. Want in de K-buurt wordt nu alleen maar gewoond. Hierop stelde hij zijn team van vijftien Afrikaanse en Surinaamse buurtbewoners aan ons voor, die voor de organisatie van de initiatieven zorgen; hun werk noemde hij een uiting van een ‘contributive democracy’. Maar de overheid, zei hij, kent alleen participatietrajecten. Vorig jaar nog ging ‘Hart voor de K-buurt’ in ‘participatiestaking’ omdat alles bleek voorgekookt, er viel nauwelijks iets te kiezen. Wat een verschil met de hoogopgeleide bewoners van zelfklusflat Kleiburg, die de weg naar de gemeentelijke subsidiepotten goed weten te vinden.

Even inspirerend sprak daarna Bruno Doedens, die zichzelf ‘land artist’ noemt. Doedens toonde in korte filmfragmenten een groot aantal van zijn werken in en rondom dorpen in Overijssel en op Terschelling – vormen van ‘land art’ van een vaak zeer grote schaal. Daarbij werkt hij met honderden vrijwilligers: dorpsbewoners, gepensioneerden, studenten, vrienden. Zijn projecten zijn allemaal tijdelijk, sociaal, inclusief, en de ‘legacy’ is dikwijls groot en onverwacht. Zijn geheim? Mensen begrijpen. Hun drijfveren, zei hij, zijn niet uitsluitend economisch. Mensen willen bij een groep horen of nuttig werk doen, ze willen zich ontspannen of ergens aan bijdragen, ze willen schoonheid genieten, het landschap mooier maken, of ze zoeken zingeving. Aanvankelijk, vertelde hij, lijken zijn projecten krankzinnig en onmogelijk om te realiseren, maar door de inspiratie komen mensen in actie. Je gaat het met z’n allen doen. Nee, de grote stad was te complex, te gereguleerd. Burgers krijgen daar te weinig ruimte. Hij had het wel geprobeerd, maar de overheid stond het niet toe. Met de kunstenaar en zijn werk eindigde de Masterstudio. De boodschap van zowel Brantjes als Doedens: onze drijfveren zijn niet uitsluitend economisch en voor samenwerking hebben wij niet op voorhand een overheid nodig. Iemand komt met een inspirerend idee en begint. Burgers kunnen heel veel samen. Overheden hoeven dit alleen maar te ondersteunen.

Tagged with:
 

Commoning zonder woningmarkt

On 24 januari 2020, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in het Universiteitstheater te Amsterdam op 16 januari 2020:

Afbeeldingsresultaat voor mara ferreri newcastle

Bron: Mara Ferreri (Twitter)

Mara Ferreri, van huis uit Italiaanse, is geograaf en wetenschappelijk medewerker verbonden aan Northumbria University, Newcastle in Engeland. Ze doet onderzoek naar ongelijkheid en naar ‘housing commons’ in zowel Londen als Barcelona. Over dat laatste sprak ze op de vierde dag van de Masterstudio ‘The Common City’ op de Universiteit van Amsterdam. Haar gehoor: veertig masterstudenten Urban Planning evenals ambtenaren en professionals op het terrein van commoning in Amsterdam. Voor Ferreri zijn de commons geen goed, maar een proces. Commoning betreft een proces van collectieve zelforganisatie waarbij ruimtes – in dit geval woningen – door burgers worden geclaimd. Commoning is in haar ogen een radicale politiek die in steden telkens wordt heruitgevonden. Wonen noemde ze in navolging van Turner (1972) een werkwoord want woningen zijn veel meer dan een consumptiegoed. Mensen leven in en met hun woningen, die ze voortdurend aanpassen aan hun wisselende bestaan. In haar lezing sprak ze van een geografie van commoning en behandelde ze zowel Londen in de jaren ‘70 als Barcelona na de recente financiële crisis.

In het verarmde Londen rond 1975 leefden zeker 25.000 krakers. Onder hen waren eind jaren ‘70 circa 15.000 gebruikers van coöperatieve eenheden. Ze bezetten meest lege woningen die wachtten op sloop. Ferreri toonde kaarten van de Britse hoofdstad waarop bezette coöperatieve eenheden waren aangegeven. Een piek bereikte de beweging tussen 1976 en 1988, vier jaar na de opkomst van de kraakbeweging. Met een wet uit 1974 maakte de Britse overheid deze spontane wijze van wonen (short life licencing) mogelijk. Maar in 1988 kwam er een nieuwe woningwet die coöperatieve vormen van tijdelijk wonen onmogelijk maakte. Midden jaren ‘90 waren de meeste alweer opgeheven. De nieuwe wet reageerde op snel stijgende grondprijzen; privatisering greep om zich heen. In 2018 zijn er nog maar vier wooncoöperaties over.  Ferreri trok drie conclusies: 1. commoning ontwikkelt zich van onderop, 2. commoning reageert op leegstand, 3. commoning wordt mogelijk gemaakt door lagere overheden die zelfbestuur door burgers erkennen. Daarna volgde het voorbeeld van Barcelona na de financiële crisis. Daar is commoning geïnspireerd op Uruguay, waar krachtige burgerbewegingen het wonen bepalen. Institutionele steun blijkt ook daar cruciaal. Vaak echter is de overheid bang dat ze bepaalde groepen bevoordeelt. Terwijl commoning zich voltrekt buiten de markt om. Anders was ze wel een privaat initiatief van een groep ordinaire kopers. Maar dat is een ernstige vergissing.