Lobbenstad

On 26 juni 2018, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Stedebouwkundige ontwerpen in woorden’ (2018) van MaartenJan Hoekstra:

Afbeeldingsresultaat voor stadsrandcommissie 1959

 

Op 21 juni 2018 promoveerde MaartenJan Hoekstra aan de Technische Universiteit Delft op honderd jaar stedenbouwkundige begrippen. Drie periodes in de recente stedenbouwkundige geschiedenis van Amsterdam had de promovendus Hoekstra doorgelicht op gehanteerde begrippen in officiële plandocumenten: Berlage voor Amsterdam-Zuid, Stadsontwikkeling voor de Bijlmermeer en de Dienst Ruimtelijke Ordening voor IJburg. Wat is de taal van de stedenbouw?  Na honderd jaar, stelt hij in de inleiding, hebben we behoefte aan meer eenduidige begrippen, stedenbouwkundigen zouden zich meer bewust moeten zijn van taal en framing, maar woorden komen en gaan en kunnen in de tijd ook gemakkelijk van inhoud en betekenis wisselen. Met steeds meer partijen die hun plek in de arena van het stedenbouwkundige discours opeisen, ligt volgens Hoekstra begripsverwarring op de loer. Welke woorden gebruikten ontwerpers en betrokkenen met welke betekenis en welke verschillen en veranderingen zijn daarin waar te nemen? Hierover ging zijn onderzoek. De planvorming voor de Bijlmer interesseerde me het meest.

Het taalgebruik van de makers van de Bijlmer duidt Hoekstra aan als ‘abstract, technocratisch en soms zelfs hermetisch’, hun ontwerpen noemt hij een ‘maakbare machine’. Ook de plantoelichtingen lazen als ‘technische handleidingen’, de uitvoering vond hij ‘zeer machinaal’. Klopt dat wel? Neem ‘lob’, ‘Zuidoostlob’ en ‘’lobbenstad’. Deze begrippen werden ontwikkeld voor de Bijlmer, ze werden voor het eerst gebruikt in 1958 door Cornelis van Eesteren en verschenen het jaar daarop in het Stadsrandplan van 1959. In de plantoelichting van 1965 werden ze zelfs op vrijwel elke pagina aangetroffen; de tekst daarvan schrijft Hoekstra toe aan het toenmalige hoofd van de Afdeling Stadsontwikkeling, mejuffrouw Mulder. Daarna werden de begrippen nauwelijks meer gebruikt. Een ‘lob’ is een deel van een blad tussen twee ondiepe insnijdingen. Een ‘lobbenstad’ is een stad die als een plant een reeks van geplooide, neerhangende kragen kent. Zulke metaforisch taal moet zijn gebezigd in de felle strijd rond de annexatie van de gemeente Weesperkarspel. Immers, het Rijk gunde Amsterdam de zeggenschap over de Bijlmer niet en wilde deze toekennen aan de gemeente Ouderamstel. Het organische verband tussen Amsterdam en de Bijlmer diende in beeld en taal te worden benadrukt. In 1965 werd de strijd om de zeggenschap over de Bijlmer in het voordeel van Amsterdam beslecht. Daarna werden de begrippen ‘lob’, ‘Zuidoostlob’ en ‘lobbenstad’ overbodig. Zulk taalgebruik is allerminst abstract of technocratisch. Beeldende taal kenmerkte het ontwerpproces rond de Bijlmer. Het voorbeeld laat zien dat stedenbouwkundigen zich ook toen terdege bewust waren van de framing.

Tagged with:
 

Big flow and small flow

On 24 juni 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor shinkansen network map

Hidetoshi Ohno, emeritus-hoogleraar Stedenbouw aan de University of Tokyo, was een van de zes sprekers tijdens ‘New Tokyo Story’ afgelopen zaterdag in Pakhuis de Zwijger. Ohno vertelde dat hij zich de laatste zes jaar was gaan verdiepen in mobiliteit en wat dat met mensen doet, zeg maar, hoe ingrijpend mobiliteit ons dagelijks leven heeft veranderd. Om zijn verhaal duidelijk te maken gebruikte hij het script van de film ‘Tokyo Story’ (1953) van de Japanse cineast Yasujiro Ozu. Vijfenzestig jaar geleden reisden de ouders Hirajama uit hun geboortedorp naar Tokio, waar hun opgroeiende kinderen zich hadden gevestigd.  Het was kort na de Tweede Wereldoorlog, een van de zoons was in de oorlog gesneuveld, de reis per stoomtrein duurde meer dan dertien uur. Veel jonge mensen zouden in die jaren naar de grote steden verhuizen. In 1964, tijdens de Olympische Spelen in Tokio, reed de eerste kogeltrein door Japan, daarna verschrompelden de afstanden. Het netwerk van hogesnelheidstreinen bevoordeelde een beperkt aantal grote steden, Tokio in de eerste plaats. Overal zou de auto lokale gemeenschappen uit elkaar trekken. Aan de hand van zes voorbeelden van Japanse steden verspreid over het grote Aziatische land liet hij zien wat de ingrijpende effecten van de modernisering van mobiliteit op het dagelijkse leven van gewone mensen is geweest.

Ohno sprak over ‘the big flow’ die inderdaad overweldigend is en die op dit moment razendsnel in capaciteit en afstand groeit, maar die ons dagelijks leven ondermijnt. Daar tegenover stelde hij ‘small flows’ van voetpaden en fietspaden, van nabijheid, van lokale gemeenschappen. Steeds grotere bedragen gaan naar de eerste, terwijl in de eenvoudige verkeersruimte binnen dorpen en steden steeds minder wordt geïnvesteerd. Tijdens het diner ‘s avonds vroeg ik hem waarom hij zo laat in zijn carrière uitgerekend mobiliteit als studieveld had gekozen. Hij vertelde me over een ontmoeting met een oudere vrouw in een rolstoel zes jaar geleden, die hij daarna steeds beter had leren kennen. In haar isolement had hij zich verplaatst, dat inderdaad steeds erger was geworden, waarop hij zich had gerealiseerd hoe ondermijnend zoiets op een mensenleven werkt. Elk mens, zei hij, heeft recht op bewegen. Uiteindelijk had hij er een boek over geschreven. Nu de Japanse bevolking vergrijst is het zaak dat we mobiliteit anders gaan zien: kleine stromen, vond hij, moeten beter worden geaccommodeerd. Onze perceptie van bewegen verdient niet minder dan een paradigmashift. Zo kan het niet doorgaan. Ook in Europa is de toekomst aan nabijheid.

Tagged with:
 

De nieuwe oude ring van Moskou

On 20 juni 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in Rail Engineer van 5 december 2017:

Bron:  Moscow Transport

Het openbaar vervoer in Nederland stelt naar internationale maatstaven niet veel voor. Wij accommoderen vooral de auto. Maar nu de hoofdstad bezig is flink te verdichten en als het ware ‘een stad in een stad’ te bouwen, zou een spoorringlijn zeker helpen om de boel leefbaar te houden en een verkeersinfarct te voorkomen. Nu las ik dat Amsterdam CS en Amsterdam Zuid beide op de schop gaan. Kosten: 360 miljoen. Het aantal sporen op CS gaat echter terug van 16 naar 9, daarmee raakt Amsterdam zijn hoofdstation kwijt, de spoorring wordt niet gesloten. Nee, dan Moskou. Afgelopen september opende in de Russische hoofdstad de MCC: de Moscow Central Circle – een nieuw bovengrondse spoorringlijn dwars door de stad. Deze ringlijn voert over bestaand spoor, dat lange tijd alleen nog door goederentreinen werd gebruikt, en dat door allerlei aanpassingen en nieuwe stations geschikt is gemaakt voor intensief personenvervoer. Nu Moskou verdicht en al jaren kampt met ernstige verkeerscongestie komt deze MCC geen jaar te vroeg. Kosten: 900 miljoen euro. De lijn, met een lengte van 54 kilometer, telt meer dan dertig stations, met overstapmogelijkheden naar zowel spoorverbindingen met de regio als metrolijnen naar de buitenwijken. Een kaartje voor de metro is ook op de spoorlijn geldig. Bijna 9,6 miljoen passagiers maken dagelijks gebruik van de metro van Moskou. Daarmee is deze het drukst bereden openbaar vervoernetwerk van Europa.

Volgens De Volkskrant is een rit met de MCC alleszins de moeite waard. In anderhalf uur zie je heel Moskou aan je voorbij trekken: “De bovengrondse MCC rijdt langs de wijken die tegen het centrum zijn aangeplakt en die het oude, rauwe Moskou laten zien, met verlaten fabrieksterreinen, grote winkelcentra, woonblokken, een souvenirmarkt en een nepkremlin.” Dat rauwe karakter zal overigens niet lang meer duren, want in de zone van de MCC zal de metropool Moskou de komende jaren stevig gaan bouwen. Ook Moskou is bezig te verdichten door ‘een stad in een stad’ te bouwen. De ideeën voor de verdubbeling van Moskou werden in 2012, tijdens de Greater Moscow Competition waar ik lid was van het team van experts, door tien ontwerpteams ontwikkeld (zie mijn posts van destijds). Ook de MCC werd toen als optie ingebracht. De nieuwe burgemeester Sobyanin liet er geen gras over groeien. We zijn nu zes jaar verder. Elke zes minuten passeert er in de spits een trein. In de eerste zeven maanden werd de lijn al door 50 miljoen passagiers gebruikt. Een kaartje kost slechts 50 eurocent. Wanneer gaat de NS de bestaande ring om Amsterdam eens sluiten?

Tagged with:
 

Triumph of the University

On 18 juni 2018, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord bij Loyens en Loeff te Amsterdam op 6 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor class of 2020 dutch regional session

Op uitnodiging van The Class of 2020 op 6 juni een keynote gegeven tijdens de Dutch Regional Session 2018 bij Loyens & Loeff op de Zuidas in Amsterdam: ‘Welcoming generation Z’. Een eind verderop, aan de andere flank van de Zuidas, was juist de Provada losgebarsten, de jaarlijkse vastgoedbeurs in de RAI. Ik sprak over ‘Triumph of the University’. Het publiek: ruim honderd belangstellenden, de meesten actief in de studentenhuisvesting. Het ging over het snel veranderende landschap van universiteiten wereldwijd, in het bijzonder in Europa. De Nederlandse universiteiten en hogescholen – alle staatsinstellingen – stammen nog uit een tijd dat de rijksoverheid ze beschouwde als regionale voorzieningen, die net als theaters en ziekenhuizen een jonge, snel groeiende bevolking in de eigen regio moesten bedienen. Planologen gebruikten Walter Christaller’s Centrale Plaatsen Theorie om ze aan regionale kernen toe te wijzen. Provinciesteden kregen hun eigen universiteit: Rotterdam, Eindhoven, Tilburg, Enschede, Maastricht. Het resultaat: een gespreid patroon van instellingen van hoger onderwijs over het hele land. Alle technische universiteiten kwamen in de periferie terecht, in kwijnende industriegebieden. Nederland bestaat uit ‘collegetowns’.

Daarna volgde dat beeld van dat snel veranderende landschap: de bevolkingskrimp en de globalisering. Het Nederlandse ruimtelijke patroon van ‘collegetowns’ kan met beide ontwikkelingen slecht omgaan. De Nederlandse universiteiten zijn dan ook sterk in beweging, maar de ‘collegetowns’ hebben de universiteiten daarbij weinig te bieden: de steden zijn klein, hun ommeland vergrijst, de universiteiten missen een grootstedelijke context. Omgekeerd raken de steden steeds afhankelijker van hun eigen universiteit. Die is hun grootste werkgever, zorgt voor een instroom van jonge mensen, kan een rol spelen in het regionale innovatie-ecosysteem. Maar het is de universiteit die triomfeert, niet de stad. Waarop iemand uit de zaal aan mij vroeg hoe ik dan wel de toekomst van de Landbouw Universiteit in Wageningen voor me zag. De LUW, antwoordde ik, is een mondiale speler, een kleine maar uitstekende universiteit. Aan Wageningen heeft hij niet veel. De LUW is als Yale in New Haven. Yale is Ivy League, maar met New Haven gaat het niet goed. En die Ivy League-status dankt Yale voor een belangrijk deel aan de nabijheid van New York. De LUW ligt op een half uur rijden van Amsterdam. Tijd voor een rethinking van het universitaire landschap.

Tagged with:
 

New Tokyo Story

On 16 juni 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Saturday 23 June 2018, Pakhuis de Zwijger Amsterdam:

Afbeeldingsresultaat voor new tokyo story amsterdam

Genre: Urban Conference

Living cities are constantly transforming. While historically the cause and dynamic of this transformation varies per city, globalization has gradually changed site-specific factors into more common, comparable elements. Every major city in every country is involved in an international competition to attract investment, international companies and young, high-quality human resources, while most mature developed societies face an aging population and rapid urbanization. This global dynamic has become undeniable and is a substantial cause for the physical and social transformation of cities. We are not here to criticize this dynamic. Our concern is to make the best of the situation.

With its extreme concentration of population and economic and political activity and its extreme level of aging, Tokyo forms a fascinating urban laboratory with which to investigate and understand the current trend. In this symposium, we have invited Tokyo-based specialists – academics and practitioners – to give a comprehensive explanation of these symptoms of Tokyo’s transformation and of the ways in which the government, companies, and citizens manage its urban future. Amsterdam, a small global city with 2.5 million inhabitants, can learn by examining Tokyo, the world’s biggest city with 38 million inhabitants, and can draw inspiration for new ways of dealing with practical, local knowledge through holistic intervention in a high-dynamic urban fabric under the pressure of globalization. 

PROGRAMME

History, Framework and Transformation 

9:30 Opening public programme Zef Hemel
University of Amsterdam 

9:45 Struggling Cities Naohiko Hino
Architect, historian 

10:45 Transformation of Terminal stations Masakazu Ishigure
Tokyo University of Science 

11:45 Fiber City: Tokyo 2050 Hidetoshi Ohno
Emeritus Professor Tokyo University 

Next Inner-city Culture and Development

14:00 Forth Stage Consumer Atsuhi Miura
Sociologist, marketing researcher 

15:30 Inner city development cases Shu Yamamura
Waseda University 

16:30 New working relationship 
Authorities, companies, and citizens Junko Kunihiro
Oume city coordinator 

17:30 Closing Moriko Kira
Architect, Amsterdam/Tokyo 

 

INITIATORS AND SPEAKERS 

Zef Hemel (b. 1957) is an urban planner and professor of Urban and Regional Planning at the University of Amsterdam. Since 2014, he is also strategic advisor to the Amsterdam Economic Board. From 2001 to 2004 he was director of the Rotterdam Academy of Architecture and Urban Design. In 2004, he joined the board of Amsterdam’s Urban Planning Department. He published ‘Het toekomstig landschap van de IJsselmeerpolder’ (1994), ‘Creative Cities! (2002), ‘De toekomst van de stad’ (2016), and ‘Dream your own future’ (2017). 
zefhemel.nl | Facebook

Moriko Kira (b. 1965) is an architect, has lived in Amsterdam since 1992 and her office operates both in Europe and Japan. Beside her architectural practice she writes books, essays, and curates exhibitions. She published ‘Finding Architecture’ in 2013. In 2010, she was appointed as a professor at Kobe Design University in Japan. In 2004-2010 she was a member of Amsterdam’s Design Committee.
Morikokira.nl | Facebook

Naohiko Hino (b. 1971) is an architect, Head of Hino Architect’s Office. Beside wide-ranging architectural and urban planning work, he is a leading writer, critic, and historian in Japan. Recent publications include two books on Arata Isozaki, one of Japan’s prominent postwar architects, and ‘Is Urban Design Necessary in Japan’. In 2013, he developed the ‘Struggling Cities: From Japanese Urban Projects in the 1960s’ touring exhibition. 
hino.nu

Masakazu Ishigure (b. 1986) is an urban historian and Assistant Professor at the Department of Architecture at Tokyo University of Science. In 2016 he published ‘Tokyo Rising from the Postwar Black Markets: SHINJUKU, IKEBUKURO, and SHIBUYA after 1945’. In this book, he conducted extensive research on the history of Tokyo railway stations and neighbourhoods. 
Facebook

Hidetoshi Ohno (b. 1949) is Emeritus Professor at the University of Tokyo and the Principal of architectural firm APL design workshop. He has designed numerous architectural works and has been awarded major prizes. He published ‘Fibercity Tokyo 2050’ in 2006, which was welcomed with widespread international debates. The updated publication in 2016 ‘Fiber City, A Vision for Cities in the Age of Shrinkage’ proposes a new theory of urbanism for shrinking cities in the post-industrial era, connecting ‘fiber units’ in the city to redesign the information, transportation, and industrial networks, as well as the landscape. 
APL design workshop | Fibercity 2050

Atsushi Miura (b. 1958) is a sociologist, marketing researcher, and writer. He conducts research on consumer society, family, youth, social class, cities (especially on the transformation of suburbia) and other aspects of modern life. As a futurist, he proposes what he calls ‘social design’. His publications include ‘Lower-Class Society’, ‘Tokyo is Being Shrunk from the Suburbs’, and ‘The Rise of Sharing: Fourth-Stage Consumer Society in Japan’. http://culturestudies.jp 

Shu Yamamura (b. 1980) is an urban planner and researcher. He is an assistant professor of Planning at the Department of Architecture at Waseda University, Tokyo. His research interests lie at the crossroads of interdisciplinary research between urban planning and social sciences. Current research projects and interests relate to creative industry clusters in Tokyo, knowledge-city policies, inner city problems and revitalization, and urban structural transformation of the Tokyo Metro Area. 

Junko Kunihiro (b. 1976) is the town manager of Ome City Center Vitalization Council since 2013. Authorized by local government and Chamber of Commerce and Industry, she organizes the area-management team and plans and operates various projects to solve regional issues and improve the function of the depressed city center. Graduated from Keio University in economics in 1999, she worked in the Bank of Japan, Research, and Statistics Division for 4 years. After she graduated from Tokyo University of Science in an architectural course in 2007, she changed her career to architectural and urban management. In 2010-2012, she worked as a vice president of Chinese local design company in Beijing. 
Facebook | hclab. | Instagram

This event is free to visit with your Festival Pass. Go to our ticket page for more information.

Tagged with:
 

Groenvisie

On 15 juni 2018, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in het Amstelpark te Amsterdam op 7 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor tuinbazen amstelpark

Bron: Ketter en Co

Per 1 september aanstaande zullen alle 150 tuinmannen van Amsterdam worden ondergebracht in één afdeling, de afdeling Groen, Flora en Fauna, onderdeel van de nieuwe dienst Stadswerken. Als voorbereiding op de reorganisatie, die het gevolg is van de opheffing van de stadsdelen, kwamen de medewerkers vorige week bij elkaar in het Amstelpark in Buitenveldert. In het dagprogramma, dat was ontwikkeld door Irene Fortuyn van Ketter en Co, verzorgde ik een onderdeel. Het ging over het genereren van collectieve intelligentie, dit keer met tuinmannen. Het betrof een korte wandeling van telkens een kwartier met vijftien tot dertig heren. Tijdens die wandeling stelde ik één vraag aan Geertje Wijten, beleidsmedewerker Groen bij de gemeente Amsterdam: wat betekent de Zuidasontwikkeling voor het Amstelpark?, of, anders gezegd: hoe kan het groen meer profiteren van stedelijke groei en verdichting? Alle antwoorden in elke ronde zouden worden gegeven door de ‘tuinbazen’ zelf. Geertje fungeerde daarbij als ontvanger. Op deze wijze probeerden we de kloof tussen ‘beheer’ en ‘beleid’ te overbruggen. Aan dynamiek in de gesprekken ontbrak het zeker niet, dat kwam ook door het mooie weer. Elk gesprek was weer totaal anders. De timing was perfect, want er was juist een nieuw college van B&W aangetreden en Geertje stond voor de opgave een nieuwe Groenvisie te maken.

Dit is de oogst: de stad groeit, er stroomt veel geld de stad binnen. Amsterdam wordt drukker, dus het groen wordt belangrijker. De portefeuille Groen in het College is marginaal en moet centraler, dus verdient meer aandacht van de politiek. Er is wel een vriendenclub rond elk park afzonderlijk, maar het ontbreekt aan een krachtige stedelijke lobby. Het begint met het groenbeheer, de basis moet eerst op orde, er is jaren bezuinigd op het beheer, niveau A is niveau B geworden, niveau B is eerder niveau D. Het gaat niet alleen om de parken, ook het buurtgroen is belangrijk. Een tuinman heeft contact met de buurtbewoners, dat is een groot goed. Er mag geen te groot verschil zijn tussen parken in het centrum en de Zuidas en die in de lobben, want iedere Amsterdammer heeft recht op een hoge kwaliteit groen.  Het Amstelpark is nu al weelderig vergeleken bij de andere parken. Juist in de lobben is de kwaliteit van het groen mager. Een deel van de toeristenbelasting zou naar het onderhoud van het groen moeten. De EMA (het nieuwe Europees Agentschap voor Medicijnen) zou een kruidentuin in het Amstelpark moeten adopteren. Het idee om de Hortus naar het Amstelpark te verhuizen is nog steeds fantastisch. De oude kabelbaan tussen het Beatrixpark en het Amstelpark zou in ere moeten worden hersteld om toeristen uit de hotels naar de parken lokken. Festivals horen niet in een park. Maak van het Amstelpark een Keukenhof, dan komen de toeristen zeker.

Tagged with:
 

De grote hongersnood

On 14 juni 2018, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen ‘The Great North Korean Famine’ (2002) van Andrew Natsios:

Afbeeldingsresultaat voor The Great North Korean Famine natsios

Iedereen heeft het over Noord-Korea, kernwapens, Kim Jong-un en Donald Trump. Maar niemand heeft het over de hongersnood van Noord-Korea. Nog midden jaren negentig stierven miljoenen Noord-Koreanen als gevolg van puur voedselgebrek. In 1996 sloot het communistische regime de noordoostelijke regio hermetisch af van de buitenwereld om Pyongyang van voedsel te kunnen blijven voorzien. De aanleiding was dat Rusland zijn exporten rigoureus had teruggeschroefd; energieleveranties liepen terug met 75 procent, ook kunstmest werd niet meer geleverd. Tot overmaat van ramp werd het land juist in die periode geteisterd door droogte en overstromingen. De blokkade duurde meer dan twee jaar. Het aantal doden schat Andres Natsios, auteur van ‘The Great North Korean Famine’ op 2,5 tot 3,5 miljoen slachtoffers op een bevolking van 23 miljoen. Deze hongersnood, ook wel bekend als ‘The March of Suffering’, heeft de bevolking volledig getraumatiseerd. Volgens Natsios heeft het regime hierdoor ernstig aan gezag ingeboet en raakte ook de bevolking ervan overtuigd dat zij niet langer deel uitmaakte van een ‘superieure’ beschaving. China sprong in 1993 bij, maar werd zelf al snel geconfronteerd met tegenvallende graanoogsten. Sindsdien kent het land zo’n driehonderd voedselmarkten van boeren die zelf hun producten verkopen.

In Pyongyang, destijds een metropool van meer dan drie miljoen inwoners, moet de situatie naargeestig zijn geweest. Volgens The New Yorker bleef de stad al die jaren een soort Potemkin metropool van standvastig socialisme, waarbij daklozen en hongerenden dagelijks hardhandig uit het straatbeeld werden verwijderd door militairen, terwijl het partijkader keurig zijn rantsoen vers eten kreeg. Na 1998 raakte de toestand weer genormaliseerd, maar nog altijd heerst er voedselschaarste. In 2016 gingen Anna Fifield, Linda Davidson en Jason Aldag van The Washington Post in de Noord-Koreaanse hoofdstad poolshoogte nemen. Ze ontwaarden nieuwe hoogbouw, amusementsparken en zwembaden, maar in de buitenwijken zagen ze mensen nog altijd honger lijden. Ook de hoogbouw vonden ze allerminst aantrekkelijk. Voortdurend viel de elektriciteit uit, en vastzitten in een lift is geen pretje. De rest schreef ik in mijn boek ‘The toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool’ (2016). Met het voorbeeld van Pyongyang maakte ik duidelijk dat een stad een achterland nodig heeft voor voedsel, energie, grondstoffen en water. Zonder wingewest sterft een stad in hele korte tijd. Dit gegeven ligt aan de basis van de spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea en de Verenigde Staten, met een kernwapencrisis als inzet.

Tagged with:
 

Economie van New York City is groter

On 12 juni 2018, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op World Economic Forum van 15 februari 2016:

Afbeeldingsresultaat voor this map will change the way you see the us economy

Bron: World Economic Forum

Afgelopen maandag gaf ik in Eindhoven een lezing over ‘Triomf van de stad’ als aftrap voor een nieuwe ronde ‘Fonds on Tour’. Fonds wil in dit geval zeggen: het Fonds Podiumkunsten. Onder andere vertelde ik de aanwezigen over de enorme economische trekkracht van metropoolregio’s in de wereld, die vaak de omvang van landen evenaart, en noemde daarbij een aantal voorbeelden. Terwijl ik mijn cijfers checkte, kwam ik dat ene korte artikel weer tegen van Emma Luxton op World Economic Forum, getiteld ‘This map will change the way you see the US economy’. Het dateert van februari 2016. Te zien is een fantastische animatie van de VS waarin de omvang van stedelijke en agrarische economieën naar de voorgrond dringen als bollende oppervlaktes. Kijk maar: https://www.weforum.org/agenda/2016/02/this-map-will-change-the-way-you-see-the-us-economy/  Strekking: de economie van de metropoolregio New York – groot 1.5 biljoen dollar -  is groter dan elke andere regio in de Verenigde Staten en ook groter dan die van elf landen, waaronder Australië en Zuid-Korea. De economieën van San Francisco en Los Angeles zijn samen even groot als die van New York. In het algemeen leveren de grootste steden aan de Oostkust en de Westkust van de VS de grootste bijdrage aan de economie van het hele continent. Een soortgelijke kaart is te vinden op Allthatsinteresting.com: de helft van de economie van de VS wordt verdiend in slechts een handjevol steden.

Zo’n kaartje zou ik ook wel eens van Nederland willen maken. Nu weet ik zeker dat het Nederlandse platteland beter presteert of, omgekeerd, dat de grote steden in Nederland als het aankomt op economische trekkracht minder dramatisch naar de voorgrond zullen dringen dan in de Verenigde Staten. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de geringe omvang van onze grote steden – wij kennen geen New York of Los Angeles –, en, daarmee samenhangend, het ontbreken van voldoende agglomeratiekracht. Veel armoede zit bovendien vast in onze grote steden, die wij decennia hebben verwaarloosd. Tegelijkertijd subsidiëren wij het platteland via Europese landbouwsubsidies en moedigen wij suburbanisatie aan met fiscale woonwerktoeslagen, het bieden van ov-jaarkaarten, de instelling van regionale fondsen, de spreiding van overheidsinvesteringen, de bouw van achterlandverbindingen, en ook door massieve investeringen in railinfrastructuur. Gevolg: logistiek en agrifood zijn bij ons veruit de grootste economische sectoren. Met onze zeventien miljoen inwoners zouden we de economie van New York (met slechts 12 miljoen inwoners) gemakkelijk naar de kroon moeten kunnen steken. Maar dat doen we niet. Onze nationale economie is niet groter dan die van Los Angeles. 

Gelezen in The Japan Times van 23 juli 2017:

Gerelateerde afbeelding

Als deelnemer van de denktank Archizorg bezocht ik onlangs Barcelona. Met vijftien vertegenwoordigers uit de hele zorgketen uit Nederland bespraken we vier dagen lang de toekomst van de zorg vanuit het perspectief van de snel ouder wordende bevolking. Iedereen heeft het over de betaalbaarheid van de zorg die onder druk zou komen te staan, anderen geloven dat ‘handen aan het bed’ een groot probleem zal worden, sommigen geloven in ‘e-health’ als oplossing, hoe dan ook zullen ouderen zo lang mogelijk op zichzelf moeten blijven wonen. Mijn bijdrage bestond uit de ambitie om van Nederland een ‘Blue Zone’ te maken: een plek op aarde waar mensen op natuurlijk wijze gezond oud worden. De hele omgeving zal moeten worden ingericht op het voorkomen van ziekte. Kan dat? Het begrip ‘Blue Zone’ is afkomstig van Dan Buettner en gaat over een vijftal plekken op aarde waar mensen een gezonde leefstijl hebben, de juiste voeding tot zich nemen, geen last hebben van stress, niet vereenzamen, veel wandelen en die daardoor zonder al teveel zorg oud tot zeer oud worden. Alle vijf plekken liggen ver buiten stedelijk gebied: Okinawa, Japan, Icaria, Griekenland, Sardinië, Italië, Nikoya, Costa Rica, en Loma Linda, Californië. Kan het stedelijke Nederland een Blue Zone worden? Zo ja, hoe doe je dat?

Als voorbeeld nam ik de stad Toyama in Japan. Toyama telt ruim 420.000 inwoners en ligt op drie uur met de trein vanuit Kyoto. De bevolking is nu al zwaar vergrijsd: 33 procent is ouder dan 60 jaar, 12,5 procent ouder dan 75. In 2045 zal 40 procent van de bevolking ouder zijn dan 60. In 2005 trad een nieuwe burgemeester aan die Toyama levensloopbestendig wilde maken. Het betekende niet minder dan een compleet herontwerp. In de eerste plaats diende de auto een veel minder prominente plek in de stad te krijgen. Oudere mensen gebruiken het openbaar vervoer, dus zette de burgemeester in op bussen en trams en eiste hij dat dicht bij de bus- en tramhaltes veel meer appartementen gebouwd zouden worden. Ook in de openbare ruimte wordt meer nadruk op wandelen gelegd. Afstanden tussen woningen, winkels en voorzieningen worden verkleind. De nadruk ligt op het bouwen in het stadscentrum: in 2021 moet 45 procent van de bevolking boven de winkels wonen. Buiten het centrum komen tuinen waar ouderen bloemen en groenten verbouwen. “In developing a city plan for the elderly, we emphasized a city that would encourage them to get out. A city that contains nothing but unhealthy elderly residents faces high medical and health care costs, creating a sense of burden for younger residents. The point was to create a place where they could walk and have opportunities to meet people rather than just stay at home because they don’t drive.” Door alle maatregelen neemt de CO2-uitstoot van Toyama ook nog eens drastisch af. 

Tagged with:
 

Olympische tuinbazen

On 9 juni 2018, in geschiedenis, by Zef Hemel

 

Gehoord in het Amstelpark te Amsterdam op 7 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor olympische spelen amsterdam

 

Erik de Jong is hoogleraar Cultuur, landschap en natuur (Artis-leerstoel) aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen week sprak hij over de tuinen van Kyoto, Japan, in de Oranjerie van het Amstelpark op een zonovergoten donderdagochtend. Zijn gehoor: de honderdvijftig tuinmannen van Amsterdam, ook wel ‘tuinbazen’ genoemd. Na veertig jaren waren ze herenigd in één afdeling ‘Groen, Flora en Fauna’ van een op te richten dienst ‘Stadswerken’. Ze kwamen bij elkaar om te praten over hun werk in het licht van de toekomst van de stad en de rol daarin van het groen. Ketter & Co, het bureau van kunstenaar Irene Fortuyn, had het dagprogramma samengesteld. In de wandelgangen sprak ik De Jong over Japan, hij vertelde me over de sterke Amerikaanse invloed op de naoorlogse Japanse samenleving, de vreemde mix van westerse en oosterse culturen die dit had opgeleverd, de verspillende wegwerpmaatschappij en de problemen van het plastic afval die hierdoor nergens zo groot zijn als in Japan, de enorme invloed van de kernramp bij Fukushima op de Japanse politieke agenda, en zo kwamen we ook op de Olympische Spelen van 2020 die in hoofdstad Tokio zullen worden gehouden. De historicus De Jong herinnerde aan de geweldige impact die de Spelen in 1964 op de Japanse metropool hebben gehad. Hij hoopte op een soortgelijke impact in 2020, op niet minder dan een ommekeer in het verspillende denken van het snel verouderende Japan. Door de Olympische Spelen, vond De Jong, moest Japan terugkeren naar zijn culturele wortels.

Dit bracht ons bij de impact die de Olympische Spelen van 1928 op Amsterdam moeten hebben gehad. Uiteraard riep De Jong de voltooiing van het plan van H.P. Berlage voor Amsterdam-Zuid in herinnering, maar toen ik het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam van 1934 van Cornelis van Eesteren en Theo van Lohuizen een rechtstreeks uitvloeisel noemde van de Spelen van 1928 keek hij me niet begrijpend aan. De motie van Wibaut waarin om de oprichting van een Stedenbouwkundige Dienst voor Amsterdam was gevraagd, lichtte ik toe, was eind 1927 bij de gemeenteraad ingediend. Al jaren was er door het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw gelobbyd voor zo’n goed geoutilleerde dienst, die in de hoofdstad een uitbreidingsplan moest helpen voorbereiden, maar het was er steeds niet van gekomen. Door het elan en het enorme optimisme als gevolg van de Olympische Spelen echter werd de lokale politiek eindelijk vatbaar voor het idee. Nota bene vanuit de oppositiebanken wist raadslid Wibaut het gemeentebestuur in februari 1928 aan te zetten tot de oprichting van een Afdeling Stadsontwikkeling. Vijf jaar later was het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam gereed: een grandioos toekomstplan voor een uiterst moderne metropool van 960.000 inwoners. Parken en plantsoenen vormden daarvan een belangrijk onderdeel. Al die tuinmannen tot wie De Jong zich daar in het Amstelpark richtte, waren in feite een uitvloeisel van die Spelen van 1928.

Tagged with: