Interventiekunde voor de Wallen

On 22 december 2019, in bestuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Afbeeldingsresultaat voor feesten of beesten ombudsman

Bron: Ombudsman Metropool

Afgelopen week deelgenomen aan een reflectiediner van interventiekundigen bij de Ombudsman Metropoolregio Amsterdam. Onderwerp: de aanpak die de ombudsman heeft gevolgd bij de problematiek op de Amsterdamse Wallen. Arre Zuurmond was er letterlijk op af gegaan, had in 2018 vier maanden in de Sint Olofspoort geslapen, had video-opnamen gemaakt van nachtelijke ongeregeldheden, had gedetailleerd verslag gedaan van de overlast en had drie pamfletten geschreven, gericht aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De interventiekundigen wilden weten wat ik ervan vond; na een eerste dag reflectie, waarschuwden ze me vooraf, waren ze somber gestemd. Ik vertelde dat de complexiteit van de Wallen slagvaardigheid in de weg staat. Niet de zaak oplossen, adviseerde ik, want dat gaat niet werken. Bovendien, er zijn ook bemoedigende ontwikkelingen. Een positieve LT-visie omarmen is effectiever. Waarop ze wilden weten hoe mijn interventies er dan uit zouden zien. Ik gaf twee voorbeelden: commissaris Eric Nordholt die al in 1977 in de gaten kreeg dat jonge jongens in buurten als De Pijp zich met de drugshandel inlieten en die wijkteams opzette. “Want crimineel gedrag begint niet op twintigjarige leeftijd”, zei Nordholt tegenover NRC Handelsblad. „Dat ontstaat jong, daar moet je bovenop zitten.” Hij stelde buurtregisseurs aan en bouwde wijkbureaus. Voelsprieten in de buurt, zodat je weet wat er speelt. Dat is snel en adequaat reageren op emergentie.

Het andere voorbeeld: het optreden van burgemeester Schelto Patijn (1994-2001). Die luisterde naar iedereen, ging de straat op, stelde vragen. Zijn conclusie: “Amsterdam is niet verloederd, maar vergt onderhoud.” Tegenover de krant zei hij later over zijn beleid:  “Geen law and order, zelfs niet een beetje. Ik beschouw mezelf als een huisbaas die een pand betreedt en achterstallig onderhoud constateert. Ik pak zaken aan omdat het nodig is.” Patijn introduceerde een regime van vergunningen. Die aanpak zit dicht bij de praktijk van het tuinieren die ik onder mijn toekomstvisie ‘Een nieuwe historische binnenstad’ heb gelegd. Goed naar iedereen luisteren, zorgvuldig handelen, achterstallig onderhoud plegen, kademuren herstellen, transport regelen over het water, rust brengen in de openbare ruimte, de gebouwen met liefde en aandacht programmeren en het massatoerisme naar Museumplein en Zuidas afleiden: de Amsterdamse binnenstad als een monumentale tuin. Waarop de organisatiekundigen tegensputterden. Volgens hen raakte dit niet de kern, de zaak is teveel geëscaleerd, dat kon ik toch niet ontkennen. Voor hen was er maar één mogelijkheid: keihard ingrijpen. Toen was de tijd voorbij. De interventiespecialisten vertrokken. Voor hun avondprogramma op de Wallen.

Tagged with:
 

The workings of time

On 17 december 2019, in stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vital Little Plans. The Short Works of Jane Jacobs’ (2017) van Samuel Zipp e.a.:

Afbeeldingsresultaat voor jane jacobs gentrification

Bron: CNU Journal

Laten we Jane Jacobs nog eenmaal het woord gunnen. Het onderwerp is ‘gentrification’. In haar ‘Vincent Scully Lecture’ van 11 november 2000 schetste de Amerikaanse stedenkenner het veranderende stadsbeeld als gevolg van instroom van geld, van rijke nieuwkomers, van een geleidelijke opwaardering van buurten. Arme buurten worden door kunstenaars en ambachtslieden ontdekt. Deze buurten blijken eigenlijk best mooi. Dit opent de ogen van jonge tweeverdieners. Mensen verhuizen. De buurten zitten in de lift. Panden worden opgeknapt. Huren stijgen. Geld stroomt naar binnen. Jacobs: “As long as gentrification proceeds gently, with moderation, it tends to continu to be beneficial, and diversifying.” Maar, voegt ze eraan toe, steeds vaker is de periode van waardestijging verrassend kort. Veel te kort. Als zoveel rijke mensen ineens een arme buurt binnenvallen, krijgt gentrification plots kwaadaardige trekken. Met vastgoed wordt driftig gespeculeerd, arme mensen worden verdreven, rijken nemen bezit van de wijk. Terwijl die laatsten zich uiteindelijk ook bedrogen zullen voelen. Diversiteit is ineens verdwenen. Dure wijken blijken doorgaans saai.

Wat is hiertegen te doen? Jacobs adviseert bewuste gentrificatiestrategieën voor buurten waar de waardestijging niet vanzelf gaat, om zo de druk op gewilde buurten af te leiden. En ze beveelt aan eigendomsrechten te regelen voor kunstenaars en nonprofit-organisaties juist in opkomende buurten. Wat alles zo problematisch maakt zijn de stijgende huurprijzen, schrijft ze. Vertrouwde winkels leggen het loodje. Er ontstaat een monocultuur. Jacobs stelt voor om panden op te kopen, mensen in staat te stellen vastgoed te verwerven in hun eigen buurten, “that ownership is the surest protection against being priced out of a place of work.” In plaats van de strijd aan te binden met de vijand kan het verstandiger zijn om het spel mee te spelen, voegt ze eraan toe. “We might as well learn how to make constructive alliances with the workings of time because time is going to continue happening; that’s for sure.” De Amerikaanse planner Michael Mehaffy maakte er een diagram bij (zie plaatje). Laat de tijd zijn werk doen, accepteer dat buurten kunnen gentrificeren, zorg voor extra aanbod door in achterblijvende buurten te investeren, geef mensen de mogelijkheid om vastgoed te verwerven, verzet je niet maar speel het spel. Nuttige adviezen. Uitstekende lezing.

Tagged with:
 

Into the realms of despair

On 16 december 2019, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Working’ (2019) van Robert A.Caro:

 Afbeeldingsresultaat voor east tremont highway bronx map

In zijn onlangs verschenen boek ‘Working’ blikt biograaf Robert A. Caro terug op een ontmoeting op Randall’s Island met zijn grote ‘held’ Robert Moses, stedenbouwkundige van New York. Moses gebaarde staande voor een immense kaart nog één keer de contouren van zijn imposante toekomstplan. “The canvas was gigantic – a metropolitan region of twenty-one hundred square miles in which there lived in 1967 fourteen million people.” Na veertig jaar in functie te zijn geweest was de oude baas nog lang niet uitgeteld. Er moest nog zoveel worden gebouwd, ook al was hij 78. Die energie bracht Caro ertoe zich voor te stellen hoe de stedenbouwkundige in functie moet zijn geweest: “how, mapping out strategies for overcoming obstacles, he would pace back and forth across his office, hour after hour; how the palm of his big right hand would smash down, over and over again, on the table as he talked; how he would lunge out of his chair and begin, as one aide put it, waving his arms, just wild, pick up the old-fashioned glass inkwell on his desk and hurl it at aides so that it shattered against a wall; how he would pound his clenched fists into the walls hard enough to scrape the skin off them, in a rage beyond the perception of pain.”

De karakterisering van Moses in functie gebruikte Caro om zijn sympathie voor de slachtoffers van diens bouwwoede goed over het voetlicht te brengen. De sloop van East Tremont, daterend uit de jaren ‘50, omvatte 54 appartementenblokken van elk zes tot zeven verdiepingen, één mijl snelweg betekende de ontheemding van liefst 1500 gezinnen. Wekenlang trok Caro door de Bronx, om mensen te spreken in de getroffen buurt die snel verloederde. “I had never, in my sheltered middle-class life, descended so deeply into the realms of despair.” Er was een alternatief, maar dat lag gevoelig onder de Democraten. Toen hij de oude Moses ernaar vroeg, toonde deze geen wroeging. Ernest Clark, de ontwerper, zei later in een interview: “When I first looked at this project, I thought, "How the hell are we going to get across here?" It was probably one of the most challenging highway projects that had been constructed, or even conceived, up until that time. I dare say that only a man like Mr. Moses would have the audacity to believe that one could push (the expressway) from one end of the Bronx to the other.” Ongekend hard waren de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Mensen toonden geen mededogen. De sloop van binnensteden ging gewoon door.

Tagged with:
 

Unpardonable perversity

On 13 december 2019, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vital Little Plans’ (2016) van Samuel Zipp en Nathan Storring:

Afbeeldingsresultaat voor vital little plans

Samuel Zipp en Nathan Storring verzamelden een groot aantal lezingen en interviews van de Amerikaanse stedenonderzoeker Jane Jacobs na haar overlijden in 2006, en maakten er een bundel van: ‘Vital Little Plans. The Short Stories of Jane Jacobs’ (2016). Hun boek kocht ik twee jaar geleden. Een goudmijn waar een echte liefhebber kleine goudklompjes kan vinden. Helemaal op het eind van hun bloemlezing van verhalen voegden zij een fascinerende tekst toe die de opening blijkt te zijn tot een lesboek van Jacobs over economie, uit 2004. De titel luidt ‘Uncovering the Economy: A New Hypothesis’. Dat boek is overigens nooit verschenen. De tekst bevat alles wat Jacobs na jarenlange studie naar steden en hoe steden groeien op het spoor was gekomen, namelijk: steden maken de economie; steden kun je niet over één kam scheren; sommige steden groeien explosief, waarna ze weer jarenlang stagneren, andere steden groeien juist niet. Zelfs in Nederland, waar de groei van steden door Haagse ministeries wordt getemperd en gereguleerd en fysieke groei zoveel mogelijk rechtvaardig over het land wordt verdeeld, exploderen bepaalde stedelijke economieën. Nu gebeurt dat in Amsterdam. Lezen dus die tekst. Die maakt veel duidelijk.

Groei-explosies van steden worden zelden verwelkomd door mensen die leefbaarheid en gemeentefinanciën vooropstellen, aldus Jacobs. Hun onrust, verontwaardiging, nee woede, zijn eenvoudig te begrijpen. Economische expansie verloopt totaal ongepland, deze bedreigt regelrecht het omringende landschap, belast de aanwezige infrastructuur, drijft de vastgoedprijzen op, verjaagt mensen uit buurten, zet lokale overheden onder druk. “They insult trust in order and offend authority of all kinds; perhaps that is their most unpardonable perversity.” Maar even snel als de groei komt, kan ze weer wegebben. Jacobs verbaast zich erover dat planologen en stedenbouwkundigen dit maar niet willen begrijpen. Iedere expert die ze sprak wilde er gewoon niets van weten. Ze bleven maar uitleggen wat ze goed deden, ze rechtvaardigden hun rationele gedrag en ze produceerden overzichtswerken van hun mooie plannen en projecten, vissend naar complimentjes. Het is ook irrationeel. “People who kid themselves are not trustworthy guides through the complicated mazes of reality.” Nee, een stad is een uiterst gevaarlijk fenomeen. Stedelijke groei verloopt niet volgens plan. Ze verloopt explosief. Mensen reageren in paniek. De politiek grijpt in. De regering spreidt en verdeelt. Jammer voor planologen. Arme stad.

Tagged with:
 

Door het tunneltje naar de binnenstad

On 11 december 2019, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Het plan Amsterdam-Zuid van Berlage’ (1977) van Francis Fraenkel:

Afbeeldingsresultaat voor fraenkel zuid berlage

Afgelopen dinsdag een lezing gehouden tijdens de End of the Year-borrel van Hello Zuidas, de netwerkclub van Zuidas-partners, in The Circle aan het Gustav Mahlerplein. De lezing ging over toerisme en de Zuidas in relatie tot ‘De nieuwe historische binnenstad’. Het denken over toerisme, vertelde ik de leden, is in Amsterdam al zeker 150 jaar oud. Feitelijk nam het een aanvang met de oplevering van het Rijksmuseum in 1885. Drie jaar later kwam het Centraal Station gereed. Architect Cuypers ontwierp niet alleen de beide gebouwen, maar tekende ook een toeristische wandeling van station naar museum, dwars door de Amsterdamse binnenstad. Toeristen die per stoomtrein arriveerden, moesten via een geënsceneerde route langs hoogtepunten uit de nationale Gouden Eeuw naar Rembrandt’s Nachtwacht worden geleid. Twee wereldtentoonstellingen op het Museumplein – in 1883 en in 1895, dus vlak voor en vlak na de oplevering – werden uitdrukkelijk aan het fenomeen van het vreemdelingenverkeer gewijd. Tegenwoordig lopen miljoenen internationale vakantiegangers dezelfde, door Cuypers in 1885 geconcipieerde route. Daar doen ze in totaal drie dagen over. In die zin is toerisme uiterst conservatief. Maar met het gereedkomen van station Zuid in 2028 zal alles op slag veranderen. Vanaf dat moment zullen toeristen uit de hele wereld niet meer op CS, maar op de Zuidas arriveren. Hoe komen zij straks bij de Nachtwacht? Welke route gaat de nieuwe Pierre Cuypers hiervoor tekenen?

Had H.P. Berlage hierover niet al nagedacht toen hij zijn tweede plan Zuid in 1915 aanbood aan het Amsterdamse gemeentebestuur? Dat plan ging immers uit van een tweede centraal station in Zuid, net op het grondgebied van de zuidelijke buurgemeente. In het proefschrift van Francis Fraenkel uit 1976 las ik dat Berlage het nieuwe station als ‘scharnierpunt’ opvatte voor zijn nieuwe, monumentale stad. “Met dit station, het ‘portaal van de stad’, als centrum spiegelt zich het oude Amsterdam geheel in het nieuwe.” Want: “Zoals de oude stad zich halfcirkelvormig om het station uitstrekt, zo doet dat ook de nieuwe stad.” Het gaat verder, het historische Amsterdam beoordeelde Berlage als schilderachtig. Zijn nieuwe stad moest juist monumentaal worden. In zijn plan liggen beide daarom met de ruggen naar elkaar toe. In die zin fungeert het Rijksmuseum als scharnier, eerder dan het geprojecteerde station Zuid. De functie van tentoonstellingsterrein (Museumplein, het toenmalige IJsclubterrein) situeerde Berlage waar nu het Amstelpark is. De toerist kwam binnen op het statige station Zuid en liep of reed vervolgens via de vijftig meter brede monumentale Minerva-as in de richting van de te bouwen Academie voor Beeldende Kunsten (nu Hilton Hotel), stak daar ergens door naar het Museumplein. Door het tunneltje onder het Rijksmuseum betrad hij, vanuit de moderne stad komend, een pittoresk Hollands ensemble van grachten en grachtenpanden: de Amsterdamse historische binnenstad. In 2028 is het eindelijk zover. Hoe vooruitziend.

Tagged with:
 

Nederland is geen New York

On 9 december 2019, in infrastructuur, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’ (2019):

Afbeeldingsresultaat voor enorm veel keuze ongelooflijk nabij

Het College van Rijksadviseurs schreef een advies over het bereikbaarheidsprogramma van de metropoolregio Amsterdam. Het heet ‘Enorm veel keuze & ongelofelijk nabij’, een kennelijke verwijzing naar ‘Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij’ (2005), een roman van Jonathan Safran Foer. Aan twee ministeries die moeten beslissen over zware investeringsprogramma’s in en rond Amsterdam: Infrastructuur & Waterstaat respectievelijk Binnenlandse Zaken, is het advies gericht. Ik las het met grote interesse. Twee kanttekeningen. Allereerst de stelling dat Nederland op te vatten zou zijn als één metropolitane regio, vergelijkbaar met New York. Die boude stelling doet denken aan Nederlandse planologen uit de jaren ‘60 die de zogenoemde ‘Randstad Holland’ op één lijn durfden stellen met Londen of Moskou. Of met pionier Theo van Lohuizen die in 1924 tijdens het Internationale Stedebouw Congres in Amsterdam het Westen des Lands opblies door hoefijzervormige invloedssferen rond de steden op kaart te zetten en die urbane velden te spiegelen aan echte metropolen. Heus, Nederland is géén metropolitane regio, het is geen aaneengesloten stedelijk gebied, het mist een Manhattan of een Brooklyn, en Brabant is geen Staten Island. Grootstedelijkheid kent ons land niet. Nederland is een diffuus stedelijk veld, bijeengehouden door rijkswegen. De economie van New York is zo groot als die van Australië, die van Nederland reikt niet verder dan halverwege.

Wel goed gezien is de noodzaak van een nieuwe airportmetrolijn die Schiphol rechtstreeks met het metronetwerk van de hoofdstad verbindt. “Dit station is geen onderdeel van het treinstation Schiphol en voorkomt daarmee een hoop verwarring, stress, ongemakken en vertragingen. Fijn voor de internationale reiziger en beter voor de Nederlandse forens.” Zo’n oplossing snijdt inderdaad meer hout dan een uitbreiding van de krakkemikkige Schipholtunnel. Daarnaast pleiten de adviseurs voor een stadsregionaal OV-systeem als ruggengraat van de regio, bestaande uit een S-bahn achtig netwerk van sprinters, metro en lightrail in hoge frequentie. En misschien wel het belangrijkste: ze adviseren het uitdijen van de metropoolregio niet langer te stimuleren. Ter onderbouwing citeren ze good old Lewis Mumford: “Building more roads to prevent congestion is like a fat man loosening his belt to prevent obesity.” Omdat de werkgelegenheid zich veel sterker in Amsterdam ontwikkelt dan in de regio ligt het voor de hand om ook de regionale woningbouwprogramma’s sterker op Amsterdam te richten. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Zuidas. Verdere verdichting helpt om ruimtelijke obesitas tegen te gaan. Maar dat laatste adviseren de adviseurs niet. Ze geven aan werkgelegenheid regionaal te willen spreiden. Dat klinkt rechtvaardig, maar het verzet zich tegen grootstedelijkheid en bovendien gaat het ze niet lukken. Nederland is geen New York, maar Amsterdam mag wel wat grootstedelijker.

Visieloos doorgroeien met alles

On 6 december 2019, in duurzaamheid, participatie, by Zef Hemel

 

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor convention citoyenne pour le climat

Onlangs meldde NRC Handelsblad dat de Commissie Milieu Effect Rapportage een negatief advies heeft uitgebracht aan het kabinet over de Nationale Omgevingsvisie. Veel publiciteit kreeg het niet. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Het is een ambtelijk traject, dus beter geen media-aandacht. Kees Linse, de voorzitter voor de Landelijke Commissie voor de M.E.R., moest eraan te pas komen. Omfloerst vertelde hij over het vernietigende oordeel van zijn commissie: alle mooie ambities van de regering met Nederland in de verre toekomst zijn gewoon niet met elkaar te rijmen. Het is ook onduidelijk hoe ze dit allemaal wil realiseren. Linse: “Het is lastig al deze voeten in één schoen te passen. Onze vraag luidt: waar wringt de schoen?” Met schoen bedoelde de voorzitter het grondgebied van Nederland. Groei van mobiliteit en economie hebben grote ruimtelijke en milieu- effecten, die kun je niet wegpoetsen, die zullen botsen met andere functies. Zijn boodschap deed sterk denken aan het recente rapport van de commissie-Remkes. In ‘Niet alles kan’ (2019) gaf deze staatscommissie aan dat de recente stikstofcrisis de regering dwingt tot het maken scherpe keuzes, nu maar ook in de toekomst. Wonen, mobiliteit, landbouw, distributie, ze kunnen niet ongeremd doorgroeien. Flauwekul dus, die zalvende, ambtelijke Nationale Omgevingsvisie.

Net als bij de stikstofcrisis zijn in de toekomstige Omgevingswet in de eerste plaats de provincies aan zet. Omgevingsbeleid, waar ruimtelijke ordening onder valt, is door eerdere regeringen-Balkenende en -Rutte naar dit provinciale niveau doorverwezen. Tegelijk maakt Europa tal van regels die doorwerken naar het lokale en regionale niveau. Dus wat wil de regering eigenlijk met haar visie? De Landelijke Commissie m.e.r. laat haar nu het huiswerk overmaken, maar de vraag is of het daarmee allemaal beter wordt. De problemen zijn te ernstig. Zou Den Haag niet eens de bevolking moeten raadplegen? Diezelfde NRC Handelsblad berichtte op 18 november over het ‘democratische experiment’ dat de Franse president Emmanuel Macron na het klimaatakkoord van Parijs en de opkomst van de gele hesjes is aangegaan: honderdvijftig geselecteerde burgers komen zes weekeinden lang in de Franse hoofdstad bijeen om een antwoord te formuleren op de vraag: ‘hoe kunnen we tot 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40 procent verminderen op sociaal rechtvaardige wijze?’ Hun beraadslagingen moeten leiden tot een concreet plan dat per referendum aan de Franse bevolking zal worden voorgelegd. Dat is andere koek. Zoiets zie je de Nederlandse regering niet doen. Die wil gewoon geen keuzes maken. Het liefste wil ze visieloos doorgroeien met alles. Tot de wal het schip keert. Laat de ambtenaren maar doormodderen.

Art of Gathering

On 4 december 2019, in planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Art of Gathering’ (2018) van Priya Parker:

Afbeeldingsresultaat voor art of gathering parker

 

Een van de drie rollen die de planoloog heeft te spelen is die van moderator. Gesprekken voeren is noodzakelijk, mensen moeten worden gehoord, kennis uitgewisseld, dialogen gevoerd en vakkundig begeleid. In dat verband las ik onlangs het boekje van Priya Parker. Aanleiding was een college waarin ik mijn keuze voor de gesprekken die ik dit voorjaar in de Oude Kerk heb gevoerd over de toekomst van de Amsterdamse binnenstad wilde verantwoorden. Met Parker lukte dit wonderwel. In ‘The Art of Gathering’ (2018) leer je hoe je ontmoetingen het beste kunt organiseren. Parker is de oprichter van Thrive Labs in New York en studeerde conflictstudies in Boston aan MIT. Onze agenda’s, schrijft ze, zijn grotendeels gevuld met bijeenkomsten, vergaderingen, afspraken, voorstellingen, feesten. Al die interactie tussen mensen bepaalt hoe wij de wereld en onszelf leren begrijpen. Ze worden doorgaans onachtzaam voorbereid. Haar boodschap is dat de wijze waarop mensen samenkomen enorm verschil kan maken. Effectief zijn begint met de vraag stellen waarom je eigenlijk bijeen wilt komen. Hoe scherper het doel, hoe betekenisvoller. Ook uniciteit helpt. Maar vooral moet de bijeenkomst omstreden zijn: iets moet er schuren, er moet echt iets van afhangen. Dan pas gaan mensen waarde hechten aan de bijeenkomst en ook bijdragen.

Wie er wordt uitgenodigd doet er natuurlijk evenzeer toe. Wees daarin precies en selectief. En de plek is ook belangrijk. Sterker, ons gedrag wordt misschien wel voor tachtig procent bepaald door onze omgeving. Vaak wordt de keuze van de zaal door de kostprijs bepaald. Of door bereikbaarheid. De les van Parker: “Venues come with scripts.” Iedereen brengt zijn lichaam mee, dus hoe zet je de stoelen in de ruimte? Welke vorm geef je aan de vergadertafel? Waar vindt de bijeenkomst precies plaats? De plek en de omgeving vertellen de aanwezigen over het doel van het gesprek en hoeveel waarde je aan de bijeenkomst hecht. De locatie moet mensen uit de sleur halen, vindt Parker. Eigenlijk zou je een plek moeten kiezen waarvan mensen zeggen dat je dat daar niet zou moeten doen. De ruimte moet niet te groot zijn, deuren moeten worden gesloten, de energie mag niet weglekken. En alles draait om dichtheid: vaak zijn de gesprekken in de keuken interessanter dan in de kamer. En de moderator zelf? Die moet aanwezig zijn. “I do believe that hosting is inevitably an exercise of power.” Beste planoloog, denk goed na over doel, genodigden, locatie van jouw bijeenkomsten. En treed op, leid de gesprekken, wees genereus, dat wil zeggen doe het niet voor jezelf, maar doe het voor al die anderen. Op het gevaar af afgewezen te worden of te worden bespot.“Generous authority is not a pose. It’s not the appearance of power. It is using power to achieve outcomes that are generous, that are for others.”

Tagged with:
 

iPhone City

On 2 december 2019, in economie, infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in International Airport Review van 13 augustus 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: International Airport Review

Of ik een delegatie uit Shenzhou wil toespreken. Ze komen een dezer dagen naar Amsterdam. Weinig Nederlanders kennen Zhenzhou. Toch telt de Chinese metropool inmiddels bijna tien miljoen inwoners. In Zhenzhou staan de fabrieken van het Tainwanese Foxconn. Uw iPhone komt er vermoedelijk ook vandaan. Vandaar de bijnaam ‘iPhone City’. Dertig kilometer zuidelijk van het stadscentrum ligt het internationale vliegveld CGO, dat wordt omgeven door een economische zone van meer dan 400 vierkante kilometer (zie kaartje). Deze uitgestrekte economische ruimte werd door de Chinese regering in maart 2013 beschikbaar gesteld voor bedrijven als Terry Gou’s Foxconn. Sindsdien loopt het hier storm. Nu al staat Zhenzhou aangeschreven als dé Aerotropolis van China. Schiphol en omgeving zijn het grote voorbeeld. Echter, de ontwikkeling die zich rond Amsterdam in een periode van vijftig jaar tijd heeft opgebouwd, voltrekt zich hier in amper tien jaar. De provincie Henan telt 93 miljoen inwoners, maar er zijn nauwelijks grote steden. Hoofdstad Zhenzhou, vanouds een spoorknooppunt, is ‘China’s Chicago’ waar alle plattelanders naar toe trekken. Sinds 2013 kregen al meer dan driehonderd bedrijven het groene licht, goed voor een investeringswaarde van liefst tien miljard US dollar. De grootste is Foxconn.

In de fabrieken van Foxconn werken op dit moment 250.000 mensen, tweemaal zoveel als in de binnenstad van Amsterdam. De helft van alle iPhones in de wereld wordt hier geproduceerd. In 2017 waren dat er nog 100 miljoen. Volgend jaar opent Smart Phone Business Park B. Dan zullen jaarlijks 400 miljoen smartphones de fabrieken van Zhenzhou verlaten. Het verschepen gaat per vliegtuig. Vlak naast het vliegveld vond in 2018 de International Garden Expo plaats, een soort Floriade waar toeristen uit heel Azië op afkwamen. Alle bedrijven op en rond de luchthaven werken tijdintensief, dus wat ze maken of overslaan is bederfelijk of kostbaar. Vijf start- en landingsbanen zijn geprojecteerd tot 2045; eentje zal uitsluitend vrachtvliegtuigen bedienen. Hoogtepunt is het centrale industriepark dat zich volledig op e-commerce richt: het biedt een one-stop shop van internationale e-commerce ondersteuning voor centraal China. Nu wil men kenniswerkers aantrekken in de hoogste segmenten in de productieketen, maar die eisen grootstedelijkheid. Gezocht wordt dus een echte grote stad met een echt stedelijk centrum. Ondertussen explodeert de lokale woningmarkt vanwege de acute krapte. Rijst de vraag waarom alles zo hevig op deze ene plek? Antwoord: omdat Zhenzhou centraal ligt. Heel China kan hier binnen 90 minuten worden bereikt, hetzij per vliegtuig of per hogesnelheidstrein. De stad vormt bovendien het hart van Xi Jinping’s ‘Air Silk Road’. Die loopt van CGO naar Luxemburg. Om eieren te krijgen moet je eerst een nestje bouwen, luidt een Chinees gezegde. Zhenzhou is zo’n nestje.

Tagged with:
 

Parlement der onzichtbaren

On 29 november 2019, in bestuur, filosofie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 8 november 2019:

Afbeeldingsresultaat voor rosanvallon parlement des invisibles

 

In 2014 tuigde de Franse filosoof Pierre Rosanvallon een project op dat hij ‘Raconter la vie’ noemde. Burgers werd gevraagd over hun alledaagse leven te vertellen. Op die manier wilde de hoogleraar aan het Collège de France tot een ‘narratieve democratie’ proberen te komen. Over zijn methode schreef hij een manifest: ‘Le parlement des invisibles’. Toen ik het las moest ik aan mijn werk in de Amsterdamse Oude Kerk, afgelopen voorjaar, denken. Daar heb ik met tachtig burgers gesproken die ieder mij hun levensverhaal vertelden, en eerder al namen mijn studenten narratieve interviews af met vierenveertig willekeurige burgers in achttien verschillende buurten in de binnenstad. Conclusie van Rosanvallon na al die verhalen: ‘Een indruk verlaten te zijn brengt veel Fransen tot wanhoop.” In de Oude Kerk bekroop mij hetzelfde gevoel. Ik duidde het aan als vervreemding. “Onder vervreemding wordt een onprettig gevoel verstaan, een geestelijke afstand die mensen voelen tot hun omgeving.” Rosanvallon’s narratieve democratie is bedoeld om de bestaande representatieve democratie te vervangen. Die werkt niet meer. Met autoriteit spreken helpt in ieder geval niet. Rosanvallon hoopt op experimenten met burgerjury’s. Mijn voorstel om de binnenstad in achttien buurten te verdelen waarbij in elke buurt bewoners, ondernemers, pandeigenaren onder leiding van een gekozen supervisor over de vorderingen spreken vertoont daarmee overeenkomsten. Met een jaarlijkse oploop in de Oude Kerk om telkens de balans op te maken. Ook een parlement der onzichtbaren.

Rosanvallon voorspelde de gele hesjes. Onlangs werd hij door correspondent Peter Vermaas in NRC Handelsblad daarover geïnterviewd. In ‘Macron is totaal in de war’ schetst de filosoof de chaos waarin het Elysee sindsdien verkeert. Aanleiding is de verschijning van ‘De democratie denken’, de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek. Kern: wereldwijd zijn steeds meer mensen teleurgesteld in de democratie. Burgers voelen zich niet gehoord. Ze hechten steeds minder aan verkiezingen en wantrouwen de politiek. Oorzaak: “De samenleving laat zich niet meer definiëren door sociale omstandigheden die bepalen wat voor beroep je hebt of hoeveel je verdient, maar eerder door structurerende sociale situaties met een meer individuele relatie tot het bestaan.” Denk daarbij aan eenzaamheid, een grote afstand moeten afleggen naar je werk, geen betaalbare woning kunnen vinden, een echtscheiding meemaken of lijden aan een verwoestende ziekte. Rosanvallon spreekt van fragmentatie en toenemende complexiteit. Op de achtergrond speelt de teloorgang van het technologisch optimisme en het verlies van de aantrekkelijkheid van de grote sociaaldemocratische planningsconcepten van na de Tweede Wereldoorlog. De politiek met zijn doelrationeel handelen werkt niet meer. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt met de Amsterdamse binnenstad.

Tagged with: