Schiphol alleen is niet genoeg

On 30 april 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 15 maart 2018:

Afbeeldingsresultaat voor global city hypothesis

Morgen vlieg ik naar Londen, de stad die nog steeds baalt omdat ze de komst van het hoofdkantoor van Unilever is misgelopen. Zou het werkelijk? ‘Een klap voor de Britten, een opsteker voor Rotterdam’, kopte de Volkskrant op 15 maart 2018. Inmiddels weten we beter. Door de dividendbelasting te verlagen om hoofdkantoren als die van Unilever en Shell in ons land vast te houden, is de Nederlandse regering op dit moment verwikkeld in een vervelend politiek debat met de kamer. Dat nationale debat gaat over memo’s. Mijn probleem is niet zozeer dat Rotterdam een bedrag van 1,4 miljard euro van het kabinet cadeau heeft gekregen zonder dat dit gepaard is gegaan met één extra baan, maar wel dat opnieuw níet is gekozen voor agglomeratiekracht. Hoofdkantoren van internationale bedrijven hou je namelijk niet vast met fiscale maatregelen. Die vestigen zich in wereldsteden. De trek naar zogenoemde ‘Global Cities’ is al decennia gaande en Londen is een mondiale winnaar, ondanks Brexit. Het grote probleem met Nederland is dat het geen wereldstad bezit. Unilever zit in Rotterdam en Koninklijke Shell is gevestigd in Den Haag. Andere Nederlandse hoofdkantoren bevinden zich op de Zuidas in Amsterdam. Alleen wie in de Randstad gelooft ziet hierin een metropolitane opzet. Nederland mist de agglomeratiekracht die nodig is om hoofdkantoren van multinationals goed te kunnen bedienen. Dat is het werkelijke probleem.

In 1986 lanceerde de Amerikaanse planoloog John Friedmann de World City Hypothesis. Hierin stelde hij dat door de economische en financiële globalisering steden steeds belangrijker worden, meer dan natiestaten. In mondiale netwerken gevat oefent nog slechts een tiental steden controle uit over kapitaal- en informatiestromen, deels ook over goederen- en mensenstromen. Binnen deze zogenoemde wereldsteden vormen hooggespecialiseerde intermediaire functies van accountancy, advocatuur en banking de spil in een netwerk van mondiale knooppunten. De nieuwe coördinatiecentra bevinden zich in Londen, New York en Tokio, schreef Saskia Sassen begin jaren ‘90. Nederland wil graag hoofdkantoren vasthouden, maar mist een grootstedelijk centrum als Londen en verliest dus hoofdkantoren. Dit keer dreigen Unilever en Shell ons land te verlaten. De volgende keer zijn het KLM en Philips. De regering denkt met fiscale maatregelen iets tegen deze afkalving te kunnen doen. Op den duur zal het niet werken. Nederland verzuimt om een echte metropool te bouwen. Schiphol en Randstad zijn niet genoeg. Verdere ruimtelijke concentratie is nodig. Amsterdam heeft potentie. Ondertussen groeit Londen onverminderd verder. Ik ga het zien.

Voorbeeldig gotisch

On 27 april 2018, in geschiedenis, stedelijkheid, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Praag op 18 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor map townplan prague charles

Amper twee uur hadden we de tijd. Gehaast liepen we door het zonovergoten centrum van de Nieuwe Stad van Karel IV in Praag. Yvette Vasourkova, druk pratend en gebarend, liet me eerst de middeleeuwse kaarten zien op haar smartphone en leidde me vervolgens in sneltreinvaart rond. Karel IV, geboren in 1316 en tot hoofd van het Heilige Romeinse Rijk gekroond in 1346 in het Duitse Bonn, had van Praag het machtscentrum van middeleeuws Europa gemaakt. Na Rome en Constantinopel was het Tsjechische Praag nu de belangrijkste stad in de christelijke wereld. Dat is nog steeds goed in de stadsplattegrond terug te zien. Op 8 mei 1348 besloot Karel tot de belangrijkste stadsuitbreiding uit de middeleeuwse periode: de aanleg van de Nieuwe Stad van Praag. Aanleiding was de overbevolking van de bestaande stad, de extreme drukte en overlast die de vorst in feite dwongen tot een verdubbeling van het stedelijke oppervlak. Karel besloot er iets bijzonders van de maken. Het ging om een enorm areaal omzoomd door een vestingmuur over een lengte van liefst 3,5 kilometer, met 24 torens en vier poorten, drie grote pleinen en vijf kerken, alle op regelmatige afstand van elkaar geplaatst, samen de plattegrond van een kruis vormend: de Nieuwe Stad opgevat als het Nieuwe Jeruzalem. Vasourkova duidde het plan consequent aan als ‘gothisch’.

De indrukwekkende stadsuitbreiding van Praag kreeg zijn definitieve beslag met de overkomst van de kroonjuwelen in 1350. Vanaf dat jaar werden de sieraden elke zondag na Goede Vrijdag aan het gelovige volk getoond op een van de drie markten, het huidige Karlovo plein. Alle overlastgevende bedrijven in de oude nederzetting werden naar de nieuwe stadsuitbreiding overgeheveld. Er was daar ruimte genoeg. Het bijzondere is dat Praag eeuwenlang mateloos van de ruime middeleeuwse stadsuitbreiding heeft geprofiteerd. Wat Vasourkova me vooral wilde laten zien dateerde zelfs van het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw: reusachtige stedelijke bouwblokken langs het Wenceslasplein waar ontwikkelaars met labyrintische passages winkels, bioscopen, zwembaden, kantoren en woningen ingenieus met elkaar hadden verknoopt, een FSI (floor area ratio) van niet minder dan 6 bereikend. Dankzij de passages met hun ontsluitingen op de begane grond was een flexibiliteit in het gebruik gecreëerd die de functionaliteit van deze honderd jaar oude complexen tot op de dag van vandaag garandeert. Moeiteloos hadden de blokken twee wereldoorlogen en een communistisch regime overleefd; zelfs het eigendom was in die honderd jaar in de meeste gevallen onveranderd gebleven. Stedelijkheid, zorgvuldigheid en duurzaamheid waren hier harmonieus samengegaan. En dat in een middeleeuwse plattegrond. Ik was diep onder de indruk. Hadden we maar bestuurders als Karel IV.

Tagged with:
 

Mogelijke maatschappelijke ontwrichting

On 24 april 2018, in Geen categorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2013) van Thomas Piketty:

Afbeeldingsresultaat voor ricardo 1817 principles of political economy

Nog steeds met rode oortjes lezend in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ van Thomas Piketty. In het hoofdstuk over de verhouding kapitaal/inkomen op de lange termijn stipt de Franse econoom het onderwerp van de grondwaarde aan. Daarin schrijft hij dat de waarde van de grond als zodanig aan het eind van de negentiende eeuw onmogelijk is te vergelijken met die aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Tegenwoordig draait het om grond in stedelijk gebied, maar eind negentiende eeuw was vrijwel alle grond nog in handen van agrariërs. Landbouwgrond is in West-Europa nog maar 10 procent van het nationaal inkomen waard of zelfs minder. Op bepaalde plekken, dat wil zeggen in stedelijk gebied, worden zeer grote winsten gemaakt. Volgens hem heeft dit te maken met extreem hoge bevolkingsdichtheden op specifieke locaties, zoals de grote hoofdsteden. Piketty: “Uit mijn schattingen blijkt dat de zeer sterke waardevermeerdering van vastgoed op bepaalde locaties voor een groot gedeelte wordt opgeheven door de waardevermindering op andere minder aantrekkelijke plaatsen, bijvoorbeeld de middelgrote steden of sommige in verval geraakte wijken.” De snel stijgende grond- en onroerendgoedprijzen in steden als Amsterdam gaan dus gepaard met grondwaardedalingen elders in Nederland. Het is maar dat u het weet.

Aandelen- en onroerendgoedprijzen, schrijft Piketty, waren kort na de Tweede Wereldoorlog historisch laag. Dit kwam doordat twee wereldoorlogen hun vernietigende werk hadden gedaan, en overheden de huren hadden bevroren en financiële regelingen hadden getroffen ten aanzien van de woningvoorraad. Vanaf de jaren 1950 trad herstel in, dat vanaf de jaren 1980 versnelde. Piketty denkt dat de daling die optrad tussen 1910 en 1950 in de periode tussen 1950 en 2010 volledig is ingelopen. We zijn weer op het niveau van 1910. Maar hoe nu verder? Eerder had hij David Ricardo aangeroepen, voor wie de langetermijnontwikkeling van de grondprijzen en de hoogte van de grondrente een grote zorg was. Door het schaarsteprincipe, vreesde Ricardo, zouden grondprijzen blijven stijgen. Alleen een steeds hogere belasting op de grondrente kon voorkomen dat deze voortgaande prijsstijging de maatschappij ontwrichtte. Het is anders gelopen. Maar door de prijs van landbouwgrond in het model van Ricardo te vervangen door die van onroerend goed in de grote steden en de ontwikkeling hiervan door te trekken naar de toekomst, ziet ook Piketty de mogelijkheid van maatschappelijke ontwrichting. Als nieuwe huizen niet snel genoeg worden bijgebouwd, ontstaat er schaarste en stijgen de prijzen verder, waardoor machtige huizenbezitters alles kunnen opkopen. “Je weet natuurlijk nooit of het allerergste ook zal gebeuren.” Niets verplicht ons om het lot te laten beslissen, laat hij er op volgen. Bijbouwen dus! Maar dan wel op de plekken waar de grondwaarde stijgt en niet waar hij daalt. En onroerend goed-opbrengsten stevig belasten.

 

Praagse lente

On 23 april 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Praag op 16 en 17 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor European Cities Marketing tourism prague

Bron: European Cities Marketing

Het toerisme in Praag voelde als een plaag. Pas half april was het, maar de zon stak al fel in mijn gezicht. ’s Middags om drie uur op een doordeweekse dag was er op de Karelsbrug geen doorkomen meer aan. Ik was in de Tsjechische hoofdstad op uitnodiging van de Nederlandse ambassade om te spreken over nieuwe vormen van stedelijke planning. Praag legt de laatste hand aan een nieuw masterplan, vandaar. Aan het plan is liefst tien jaar gewerkt. Nu is het woord aan de bevolking. Voorafgaand aan de lezing in het nieuwe architectuurcentrum CAMP stak ik de rivier over. De lange middeleeuwse brug leek op een gruwelijke kermis. Praag wordt keihard getroffen door het wereldtoerisme. In 2016 kwamen er ruim 7 miljoen toeristen naar de Tsjechische hoofdstad, waarvan 6 miljoen buitenlanders, de meesten uit Duitsland. Een groei van 7 procent. Nieuw is toerisme uit China, Japan en Zuid-Korea. Afgelopen jaar groeide het aantal toeristen verder, tot liefst 15,8 miljoen, maar dat aantal gold heel Tsjechië. Daarvan kwamen 10 miljoen uit het buitenland. Voor Praag zelf betekende het een groei van 11 procent. De regering probeert de toeristen te verleiden om ook andere steden in Tsjechië te bezoeken, maar dat is allerminst eenvoudig. Volgens de minister is het probleem van het massatoerisme in Praag nog lang niet zo erg als in Barcelona of Venetië. Echter met zijn 16,7 miljoen overnachtingen in 2016 overtrof ze steden als Wenen en Amsterdam. Praag staat in de top vijf van toeristensteden in Europa.

Sinds drie jaar zijn er rechtstreekse vluchten tussen China en de Tsjechische hoofdstad. Dat verklaart de onstuimige groei van toeristen uit China, in 2017 met liefst 25 procent. Op een lokale tram zag ik Quatar Airways groot adverteren. Ook het Midden-Oosten wordt een serieuze speler. Los van zulke nieuwe herkomstgebieden wordt de groei veroorzaakt doordat mensen steeds langer vakantie nemen. Bestonden stedentrips tot voor kort uit gemiddeld twee overnachtingen, tegenwoordig zijn dat er vier. Maar de belangrijkste boosdoener is het internet. Ook Praag worstelt met Airbnb en Booking.com. Sinds 2007 zijn reisbureaus vervangen door do-it-yourself arrangementen, al zag ik nog steeds opvallend veel grote groepen door de straten sjokken. Praag probeert de toeristenstroom te spreiden, maar dat lukt niet erg. De voormalige communistische stad is een sterspeler geworden, de revenuen stromen de arme gemeente binnen, de lokale bevolking – decennialang geïsoleerd achter het IJzeren Gordijn – maakt kennis met de rest van de wereld. Toerisme heeft ook voordelen. Iemand stelde niettemin voor om de grens voor buitenlanders snel opnieuw weer te sluiten. Ikzelf zou entree heffen op de Karelsbrug en de directe omgeving van de beide bruggenhoofden onderwerpen aan een streng regime. Disneyficatie met methoden van Disney bestrijden. Als je de inwoners van Praag raadpleegt zou je op deze en op meer maatregelen kunnen komen. Een stad, vertelde ik die avond in CAMP, zit vol met goede ideeën. Een kwestie van heel veel mensen laten spreken (‘cheap talks’), en al het besprokene aggregeren en de meest genoemde voorstellen serieus beproeven. In ieder geval niet wachten op dat trage masterplan.

Tagged with:
 

Op de helft

On 20 april 2018, in boeken, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2013) van Thomas Piketty:

Afbeeldingsresultaat voor piketty capital

Nu pas gelezen en nog maar halverwege: Thomas Piketty’s ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’. Eerst wilde ik ‘Dat Kapital’ van Karl Marx zelf lezen. Dat heb ik inmiddels gedaan. Nu dus Piketty. De lange historische lijnen die de Fransman, verbonden aan de École d’economie de Paris, trekt gaan terug op Marx, nee verder, ze voeren de lezer naar het begin van de Industriële revolutie. Mooi is het om te lezen hoe hij vanuit de negentiende eeuw op onze tijd terugblikt en vaststelt dat kapitaal terug is van weggeweest. De twintigste eeuw met zijn twee wereldoorlogen en moeizame wederopbouw zijn vooral een breuk geweest in een lange geschiedenis van het globale kapitalisme. Even leek arbeid beslissend te worden, maar uiteindelijk is vermogen toch weer in hoge mate bepalend voor iemands maatschappelijke positie. Dat is balen. Bijzonder in het boek is het hoe Piketty dit illustreert aan de hand van negentiende eeuwse romans als die van Austen en De Balzac. Zo ongeveer moeten we ons de toekomst dus voorstellen. Zelfs al is de recente verandering in de technologie gunstig voor de factor arbeid, toch zal het aandeel van kapitaal niet afnemen, denkt hij. Sterker, de moderne technologie maakt het mogelijk om kolossale hoeveelheden kapitaal te accumuleren zonder dat het rendement volledig verloren gaat. “Wordt de eenentwintigste eeuw nog minder egalitair dan de negentiende, voor zover hij dat niet al is?” De vraag stellen is hem beantwoorden.

Net als Marx heeft Piketty weinig op met steden. Zijn analyses gaan over landen, Engeland en Frankrijk in de eerste plaats. Dat vader Goriot, een schepping van Honoré de Balzac, in Parijs leefde, neemt hij voetstoots aan. Zijn dochters uithuwelijken in de beste Parijse kringen is ook al zo’n ding. En dan verschijnt daar Rastignac als berooide edelman uit de Franse provincie, die zijn geluk komt beproeven in de Franse hoofdstad. Ook die laat zich uiteindelijk meeslepen door de aanblik van alle rijkdommen, om uiteindelijk even meedogenloos te worden als de door geld gecorrumpeerde Parijse elite. Rastignac aast op de erfenis van Victorine in plaats van door studie, talent en hard werken rijkdom te vergaren. Kortom, het negentiende eeuwse Parijs groeide en bloeide in de ogen van De Balzac door de ongebreidelde accumulatie van kapitaal, door corruptie onder elites rond erfenissen en huwelijken, soms gepaard gaande met moorden, een zeer ongelijke samenleving waarin kapitaal belangrijker was dan arbeid. Volgens Piketty gaan we terug naar die verdorven tijd, een tijd van grote ongelijkheid, met grootstedelijke elites die zich via erfenissen verrijken en een verarmend platteland. Was het negentiende eeuwse Parijs werkelijk zo’n corrupte bende? Was die snel groeiende metropool van destijds niet óók een grandioos economisch, sociaal-cultureel laboratorium, een eclatant succes? Piketty, zelf woonachtig in Parijs, vertelt liever het oude verhaal van Karl Marx. Nogmaals, ik ben pas op de helft van zijn magistrale boek. Misschien ontdekt de auteur alsnog de zegeningen van de in de twintigste eeuw door Europeanen weggebombardeerde maar dus nooit verslagen metropolen.

Tagged with:
 

Frankenstein’s landschappen

On 18 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’Frankenstein’ (1818) van Mary Shelley:

Gerelateerde afbeelding

Eindelijk kwam ik eraan toe om ‘Frankenstein’ van Mary Shelley te lezen. De boekhandelaar die het afgelopen winter verkocht wees me op het feit dat het boek in 2018 tweehonderd jaar geleden verschenen is. Merkte daar niets van. Vond het heerlijk om te lezen. De vrouw van dichter Shelley heeft het verhaal op zeer jonge leeftijd geschreven. Zeer verdienstelijk, moet ik zeggen. Ze won er een wedstrijd mee die door Lord Byron in kleine kring was uitgeschreven. Het ging erom wie in staat was het griezeligste verhaal te componeren. ‘Frankenstein’ is de moeder van alle horror, een genre waar ik overigens weinig mee heb. Maar ik vond het mooi. Wat me het meeste trof was het landschap. Bij elke scene waande ik me in een schilderij van Caspar Friedrich. De lange reis die Frankenstein in het boek maakt is werkelijk imposant en duidt op grote onrust. Elke locatie is weloverwogen gekozen. Alles is woest en schilderachtig. Het begint bij Geneve, en voert al snel naar Ingolstadt. Daar, in het zuiden van Duitsland, creëert de jonge Frankenstein het monster. Vervolgens vlucht hij terug naar Zwitserland en wordt hij achterna gezeten door zijn eigen creatie, tot in de Alpen. Na een ongemakkelijke ontmoeting gaat hij in een boot over de Rijn en de Noordzee via Londen naar Schotland. Later volgt hij zijn monster nog via de kusten van Ierland naar Londen, dan door naar Parijs en verder, naar het oosten, tot in het winterse Siberië toe. Dit romantische landschap blijft me als lezer het meeste bij, meer nog dan de schurk die zoveel doden op zijn geweten heeft.

De eerste ontmoeting tussen de schepper en zijn monster vindt plaats hoog in de bergen, dicht bij de bron van de Arveiron, daar waar de machtige gletsjer heroïsch naar beneden kruipt. “These sublime and magnificent scenes afforded me the greatest consolation that I was capable of receiving. (…) They congregated around me; the unstained snowy mountain-top, the glittering pinnacle, the pine woods, and ragged bare ravine, the eagle, soaring amidst the clouds – they all gathered round me and bade me be at peace.” Hier klimt Frankenstein naar boven, helemaal naar de top, gaat zitten op een rots, de zee van ijs overziend. Even voelt hij zich weer op zijn gemak. Totdat hij het monster in de verte ontwaart – “the wretch whom I had created.” Verder geen stedenbeschrijvingen in dit boek, ook van Londen niet. Die stad is enkel vertrekpunt voor een reis door de bossen bij Windsor naar Oxford: “The colleges are ancient and picturesque; the streets are almost magnificent; and the lovely Isis, which flows beside it through meadows of exquisite verdure, is spread forth into a placid expanse of waters, which reflects its majestic assemblage of towers, and spires, and domes, embosomed among aged trees.” Noordelijker, helemaal op de afgelegen Orkney eilanden, bereikt hij ten slotte zijn eenzame bestemming. Daar, waar hij zich voornam een tweede monster te scheppen om de ander gezelschap te houden, keert hij weerom. Zelfs van Parijs op de terugweg ontbreekt een beschrijving. Parijs was toentertijd bepaald niet fraai. De openbare werken van Baron Haussmann lieten nog ruim dertig jaar op zich wachten. Landschap dus, geen stad, en verder veel gemoedstoestanden. Uiteindelijk sterft Frankenstein, diep bedroefd, tussen de Siberische ijsschotsen.

Tagged with:
 

Sterke clustereffecten van datacenters

On 16 april 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord op het Marineterrein te Amsterdam op 12 april 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Equinix

Wereldwijd zijn er niet meer dan twaalf plekken waar datacenters ruimtelijk zo sterk clusteren als in Amsterdam. In Europa zijn het er vier, in alle gevallen betreft het grote steden. In en rond Londen, Parijs, Frankfurt en Amsterdam willen de meeste datacenters zich vestigen, ook al is de grond er duur. Daar zitten hun klanten. Het Hilversumse bureau Stratix vertelde er over tijdens een speciale bijeenkomst voor beleidsmakers van gemeenten, provincie en rijk op het Amsterdamse marineterrein. Organisatie was in handen van de Amsterdam Economic Board. Een groot deel van het gesprek ging over de uitzonderlijke clustereffecten van dataopslag in Nederland en dan met name in en rond Amsterdam. Stratix wees op de grote effecten die gunstige beleidsbeslissingen in het verleden op deze groei hebben gehad. Wat gaat de regio de komende jaren ondernemen? Co-locatiecenters zijn in de metropoolregio het meeste in trek. Het merendeel staat in de Watergraafsmeer. Daar vinden ze optimale interconnectiviteit vanwege de meer dan 730 verschillende verbindingen die AMS-ix levert. Het cluster op Schiphol-Rijk heeft zich gespecialiseerd in cloud-opslag. Het derde cluster bevindt zich in Amsterdam-Zuidoost. Een afstand van een tot drie kilometer tussen de verschillende datacenters is optimaal, een afstand van tien kilometer lijkt het maximaal haalbare. Wie zich op grotere afstand vestigt betaalt fors extra kosten. Zelfs Hilversum en Haarlem zijn al te ver weg. Elektriciteitsvoorziening is essentieel, want datacenters verbruiken veel stroom. Lokaal moeten onderstations voldoende capaciteit kunnen leveren.

Hoe snel de technologische ontwikkelingen kunnen gaan, werd al aan het begin van de avond duidelijk. Robotica en kunstmatige intelligentie zullen de volgende golf dataverkeer verder opstuwen. Fotonica kan de servers ingrijpend doen veranderen. Het noodzaakte de aanwezigen om in toekomstscenario’s te denken. Van belang lijkt vooral of de regio voldoende elektriciteit zal blijven leveren. Iemand rekende voor wat het zou betekenen als de hele Amsterdamse regio ineens op elektrisch autorijden zou overschakelen of wanneer de woningen van het aardgas af zouden gaan. Het elektriciteitsnet zou zoveel stroom nooit kunnen leveren. Ook gebrek aan vertrouwen in dataopslag kon wel eens tot overcapaciteit leiden en alle voorsprong in één klap kunnen laten verdampen. Vanwege de Olympische Spelen gaf Londen bijvoorbeeld een tweetal jaren niet thuis. Weg was haar voorsprong in de datacenterontwikkeling, ook omdat de stop samenviel met de opmars van cloud-computing. Of neem Parijs, dat al lang worstelt met haar data-exchange. Kortom, de Amsterdamse regio mag niet achterover leunen. Economisch zijn datacenters van groot belang. In combinatie met de luchthaven en de grootstedelijke diensteneconomie vormen ze een unieke combinatie. Elke grootstedelijke regio zou zich in de handen wrijven als ze de schaal en potentie van de clustervorming als die in het Amsterdamse regio ook maar enigszins zou benaderen.

Tagged with:
 

Nieuwe werkelijkheden creëren

On 14 april 2018, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Metaphors we live by’ (1980) van G. Lakoff en M. Johnson:

Gerelateerde afbeelding

Objectiviteit is een mythe, net zoals subjectiviteit een mythe is. Met mythes is niets verkeerd, ze geven betekenis aan ons leven. Alle culturen gaan uit van mythes, mensen kunnen niet zonder. Aldus Lakoff en Johnson in ‘Metaphors we live by’ (1980). “And just as we often take the metaphors of our own culture as truths, so we often take the myths of our own culture as truths.”  Objectivisme heeft als bondgenoten wetenschappelijke waarheid, rationaliteit, nauwkeurigheid, eerlijkheid, en onpartijdigheid. Allemaal zeer belangrijk. Subjectivisme heeft als bondgenoten emoties, intuïtie, verbeelding, menselijkheid, kunst en een ‘hogere waarheid’. Ook die zijn nodig, objectivisme en subjectivisme elk in hun eigen domein. Dus waarom die angst voor metaforen? Het is, denken Lakoff en Johnson, de angst voor emotie en verbeelding. In de Industriële revolutie ging het Westen steeds sterker leunen op de ratio. De Romantici wezen rationaliteit juist af en hielpen de tegenstelling groot en onoverbrugbaar worden. Daarom komen de twee auteurs met een derde richting: de experiëntialistische synthese. “What the myths of objectivism and subjectivism both miss is the way we understand the world through our interactions with it.” Hoe begrijpen wij ons gedrag door de wijze waarop wij met de wereld interacteren?

Experiëntialistische synthese houdt in dat we ons bewust worden van de metaforen waarmee we leven en wat deze betekenen in ons alledaagse leven; voorts dat we de mogelijkheid hebben om nieuwe metaforen te ontwikkelen; dat we in het schakelen tussen metaforen flexibel worden (‘experiential flexibility’); dat we, ten slotte, betrokken kunnen raken in een oneindig proces van ons leven zien door telkens nieuwe alternatieve metaforen: “engaging in an unending process of viewing your life through new alternative metaphors”. Gedeeltelijk zijn de metaforen waarmee wij leven vastgelegd in rituelen. Door nieuwe metaforen te ontwikkelen zijn we in staat om nieuwe rituelen te introduceren en nieuwe werkelijkheden te creëren: “New metaphors are capable of creating new understandings and, therefore, new realities.” Dit bevrijdende gedachtegoed is nog lang geen gemeengoed, ook niet in de academische gemeenschap. Wat dat betreft is er nog een lange weg te gaan. Maar de mogelijkheden zijn volgens de auteurs schier eindeloos. Wat zijn de nieuwe mythes en metaforen van de ruimtelijke planning?

Tagged with:
 

‘Go with the flow’

On 13 april 2018, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Thank You for Being Late’ (2016) van Thomas Friedman:

Afbeeldingsresultaat voor thank you for being late friedman

Een veel te dik maar wel razend interessant boek schreef de Amerikaanse journalist Thomas Friedman. In ‘Thank You for Being Late’ neemt hij de tijd en de aandacht om te onderzoeken wat er met de wereld op dit moment aan de hand is. Drie krachten veranderen onze wereld ingrijpend: technologische innovaties, economische globalisering en klimaatverandering. In alle drie zit een venijnige versnelling: de Wet van Moore. Drie pijlers onder de huidige welvaartstaat: dat ieder mens in principe tot de middenklasse kan toetreden; dat migranten overal welkom zijn; dat de kansen op het platteland niet minder zijn dan in de stad – worden hierdoor ruw weggeslagen. “So, unless you have a really dynamic local leadership, or a close to a university, increasingly the only way to hold on to the American Dream is by living in a globally connected, multicultural, lifelong-learning-rich, urban context.” Er is geen ontkomen aan, iedereen zal zich de komende decennia moeten aanpassen. Tegenstand bieden, boos zijn of je verzetten helpt niet. ‘Go with the flow’ is de kunst die wij allen moeten leren. Alleen samenlevingen die voldoende open zijn en die permanent willen leren, zullen de ingrijpende versnellingen kunnen bijbenen. Ook Friedman komt uit bij Moeder Natuur die ons leert hoe we ons het beste kunnen aanpassen. Vijf ‘killer apps’ noemt hij die de natuur ons biedt en die we in onze alledaagse, veel te starre politiek moeten incorporeren.

De eerste ‘killer app’ is die van het tijdig onderkennen dat vreemde machten economisch en militair superieur kunnen zijn en dat je je daaraan tijdig dient aan te passen; 2. het vermogen om diversiteit en complexiteit te aanvaarden; 3. het vermogen om het eigenaarschap over de toekomst te accepteren en niet de rol van slachtoffer te spelen; 4. het vermogen om de juiste balans te vinden tussen top-down en bottom-up, 5. het vermogen om politiek te benaderen met een mind-set die tegelijk ondernemend, hybride, heterodox en niet-dogmatisch is. Cultuur, aldus Friedman, speelt in het nabootsen van deze vijf biologische killer-apps een belangrijke rol. Want uiteindelijk is het niet de politiek, maar de cultuur die mensen drijft. Leiding geven door te verrassen met uitspraken die openheid en complexiteit propageren biedt het meeste zicht op succes. Denk aan Nelson Mandela. Hij maakte Zuid-Afrika sterker door mensen op te roepen tot verdraagzaamheid, niet door het nemen van stoere besluiten. Alles draait om vertrouwen. Lokale gemeenschappen die zelf verantwoordelijkheid nemen zullen het de komende jaren moeten doen.

Tagged with:
 

Londense toestanden

On 11 april 2018, in ethiek, vastgoed, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Building and Dwelling’ (2018) van Richard Sennett:

Afbeeldingsresultaat voor saffron hill london

Nee, geen kwaad woord over een oververhitte woningmarkt in Londen. De woedende toon in het recente werk van schrijvers als Anna Minton (‘Big Capital’) en Ben Judah (‘This is London’) over steden als Londen ontbreekt in het nieuwste boek van Richard Sennett. En dat is opmerkelijk. Zelf woont Sennett al jaren in Saffron Hill. Hij geeft toe dat zijn buurt in de Londense binnenstad de laatste jaren is gegentrificeert (lees: duur en voor de rijken geworden). Maar daarover doet hij niet moeilijk. Even verderop is de situatie namelijk heel anders. Ook de recente brand in de Grenfell Tower in het chique Kensington in West Londen doet hem niet zwichten om uit te halen naar toeristen of poenerige kapitalisten. De autoriteiten hebben onhandig gereageerd en de planners hebben te goedkope materialen gebruikt, dat wel. Steden als Londen en New York, schrijft hij elders in zijn boek, zijn juist aan het afkoelen. Die groeien de komende jaren niet meer dan hooguit 18 procent. Maar een megastad als New Delhi staat een enorme bevolkingsexplosie te wachten. Als hij verderop over ‘global cities’ komt te spreken wijst hij op de financiële sector die steden als Londen loskoppelt van hun achterland. Zulke steden hebben weinig meer te maken met de natiestaat waartoe ze formeel nog behoren. Vervolgens begint hij een droge uiteenzetting over ‘opportunity investing’.

Onder ‘opportunity investing’ verstaat Sennett het investeren in een bepaalde plek waar de investeerder zelf niet woont. Hooggespecialiseerde teams helpen bij het zoeken naar die plekken. Zulke gelegenheidsinvesteerders, schrijft hij, hopen veel geld te verdienen aan openeindesystemen waarin een kleine verandering enorme effecten kan genereren. Het gaat hen niet om profijt, maar om de reacties van derden. Het spel is spannend en gevaarlijk. Nu iedereen begint door te krijgen dat urbanisatie onvermijdelijk is en dat bepaalde steden uiterst succesvol zijn, begint pas echt het grote gokken. Sennett noemt dat ‘core investing’. Een plek in een stad staat nu gelijk aan kapitaal. ‘Flipping’ is nog erger: dat is de gebouwde investering – doorgaans een project – zo snel mogelijk doorverkopen en de winst opstrijken. Planners, schrijft Sennett, zijn tegenwoordig dienaren van de projectontwikkeling, ze gaan helemaal niet meer over stedelijke plannen, ook al denken ze nog van wel. Gemeentelijke grondbedrijven dwingen ze tot meespelen. Op stadhuizen wordt zelfs niet meer bemiddeld tussen projecten en plannen. Dat station is allang gepasseerd. Het gaat alleen nog maar om winstmakende projecten. Nogmaals, in Londen speelt dit minder dan in Delhi.