Zo mis je de boot

On 13 mei 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in The Sun van 7 augustus 2017:

Afbeeldingsresultaat voor crossrail 1 and 2
Binnenkort opent Crossrail in Londen, de nieuwe metroverbinding tussen Heathrow Airport, de City en het oosten van de Britse metropool. Kosten: 18 miljard euro. Het boren van de 42 kilometer lange tunnel van west naar oost verliep geruisloos. We bezochten de laatste bouwputten afgelopen week, maar bijna alles is al klaar. Wat een verschil met Nederland! Ondertussen wacht de Britse hoofdstad met smart op een regeringsbesluit omtrent Crossrail 2, een tweede nieuwe metroverbinding, ditmaal te boren tussen Wimbledon in het zuidwesten en Tottenham Hale het noorden van Londen. Kosten: ruim 30 miljard euro. Samen zullen de twee lijnen een groot-regionaal assenkruis gaan vormen dat honderdduizenden nieuwe woningen en evenzovele nieuwe banen zal ontsluiten. De twee metroverbindingen moeten vooral het drukke Londense stadscentrum ontlasten, dat met belangrijke subcentra als Euston, St. Pancras, Victoria en Upper Lea Valley de bezoekersstromen bijna niet meer aankan. Maar de regering May aarzelt nog. Burgemeesters van steden in het noorden van Engeland en Wales en sommige lagerhuisleden liggen dwars. Zij vinden dat Londen teveel wordt voorgetrokken en eisen geld voor hun eigen infrastructuuragenda’s.

Als de Britse regering de knoop doorhakt kan de nieuwe Noord/Zuidlijn lijn begin 2030 gaan rijden. Maar door het politieke gesteggel in Westminster houden betrokkenen ernstig rekening met uitstel tot zeker na 2040. Dat zou rampzalig zijn. De prijzen van grond en opstallen in het oververhitte Londen stijgen rap, waardoor de kosten van aanleg verder oplopen. Waarop de regering om verdere kostenreductie zal vragen. Ondertussen verkeert de bevolking in onzekerheid. Betrokkenen vinden daarom dat de Britse minister van transport snel een besluit moet nemen, ook omdat Crossrail 2 moet aansluiten op andere projecten, zoals de aanlanding van de HS2, de nieuwe hogesnelheidstrein naar Birmingham en Manchester, op Euston. En Londen kijkt naar Parijs. Daar bouwt men gestaag door aan de Grand Paris Express, de regionale uitbreiding van het Parijse metronet tussen het centrum, de buitenwijken en de twee vliegvelden, kosten 25 miljard euro. Die laatste ga ik komende week bezoeken. En wat gebeurt er ondertussen in Amsterdam? De stad wacht op de opening van de Noord/Zuidlijn, die tien jaar te laat wordt opgeleverd met kostenoverschrijdingen waarvoor de stad zelf moet opdraaien. Mogelijk komt er een studie naar een Oost/Westlijn. En dat terwijl de regering inzet op het als metro laten rijden van personentreinen binnen en tussen de Randstad en Eindhoven. Alsof Nederland een metropool zou zijn. Kosten: 2,8 miljard euro.  Dat is kiezen voor het verkeerde schaalniveau. En zuinigheid. Zo mis je de boot.

Tagged with:
 

Herijking van het luchthavendossier

On 9 april 2018, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 18 januari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor grand paris airports metro map

Nu de strijd oplaait rond de toekomst van het nieuwe vliegveld Lelystad in relatie tot Schiphol, Eindhoven en Rotterdam-Den Haag, is het goed om de blik te richten op het buitenland. Neem Groot-Brittannië. Daar heeft de regering uiteindelijk besloten om geen nieuw vliegveld in de monding van de Thames aan te leggen en in plaats daarvan in te zetten op uitbreiding van Heathrow met een derde baan. Manchester Airports Group kondigde onmiddellijk aan met Stansted terug te zullen vechten. Alle vliegvelden in de UK zijn geprivatiseerd. Ook voor Gatwick liggen vergevorderde plannen voor een extra baan. De Britse regering probeert die tegen te houden. Of neem Frankrijk. Daar heeft de regering Macron onlangs een streep gezet door de plannen voor een nieuw vliegveld bij Nantes nota bene nadat de boeren al waren uitgekocht en de contracten met de bouwer al waren gesloten. Notre-Dame des Landes, waarvoor de plannen al vijftig jaar in de pijplijn zaten, zal worden vervangen door snelle treinen naar de grote vliegvelden rond Parijs. Daar worden op dit moment HSL, Parijse metro en luchthaveninfrastructuur regionaal met elkaar verknoopt. Duurzaamheid speelde in de recente besluitvorming een grote rol. Vanuit Nantes is het twee uur reizen per HSL naar Parijs. Zeker nu ook snelle treinen gaan rijden tussen Londen en Amsterdam is de toekomst van het luchthavendossier in Nederland óók toe aan herijking. En net als in Frankrijk zal dit veel stof doen opwaaien.

Het besluit van de Franse regering had niemand verwacht, want het bestaande vliegveld bij Nantes groeide juist als kool. In 2017 vervoerde het 5,5 miljoen passagiers van en naar honderd bestemmingen voor liefst 26 luchtvaartmaatschappijen. Over de laatste vijf jaar was de groei zelfs 47 procent. Het bestaande vliegveld ligt dicht bij de stad. De regering Macron heeft weliswaar beloofd het bestaande vliegveld te verbeteren en het 100 kilometer verderop gelegen vliegveld van Rennes beter te benutten, maar voor de voorstanders van het nieuwe vliegveld is dit allemaal volstrekt onvoldoende. Ze rekenden echter buiten het klimaatverdrag van Parijs. Reuters: “The environment issue weighed heavily, with President Emmanuel Macron having championed the fight against climate change since his election, with promises to “make our planet great again”. Nu premier Rutte in Berlijn veel meer ambitie van de EU op het vlak van CO2-reductie heeft bepleit, kan hij niet anders dan in de voetsporen van Macron treden. Naar het dossier van de luchthavenuitbreiding zal ook in Nederland vanuit klimaatdoelstellingen moeten worden gekeken. Nu nog is dit op groei en ruimtelijke spreiding gericht, in de nabije toekomst zal het gaan om duurzaamheid. Wedden dat ook wij dan niet ontkomen aan ruimtelijke concentratie?

Meer asfalt, meer files

On 8 december 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 8 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor filerecord belgie

Niemand heeft meer asfalt gestort dan VVD-minister Schultz van Haegen. Er waren ook nog nooit zoveel files. Twee berichten hierover. De eerste van Bleijenberg, Van Essen en Van Wee, de tweede van Jonathan Holslag. Eerst Holslag. In het Belgische blad Knack verscheen van deze Brusselse hoogleraar Internationale politiek een artikel over het verkeersinfarct in België. Ook bij onze zuiderburen wordt al jaren fors geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe en bredere autosnelwegen, maar helpen doet het niet. Integendeel. Alles staat muurvast. Afgelopen week werd bij onze zuiderburen het record gebroken van 1600 kilometer file. Holslag: “We investeren steeds meer in vervoer en krijgen er steeds minder mobiliteit voor terug, om nog maar te zwijgen over levenskwaliteit.” Alleen als de Belgische subsidie op bedrijfswagens wordt afgeschaft kan er volgens Holslag verbetering komen. Maar dan is er, geeft hij toe, altijd nog de lintbebouwing en het feit dat in de middelgrote steden de werkgelegenheid erodeert, waardoor steeds meer mensen voor hun werk naar Brussel en Antwerpen moeten rijden. Hij concludeert terecht dat dit de formulering van een omvangrijke ruimtelijke verdichtingsopgave vergt. Stop met programma’s om snelwegen nog verder te verbreden en vergroot de grote steden. Wonen en werken moeten dichter bij elkaar, zeker in België.

Dan Bleijenberg, van Essen en Van Wee. Hun verhaal verscheen in De Volkskrant op 8 december 2017. De kop boven hun artikel luidde ‘Nederlander reist niet meer maar minder met de auto’. Aanleiding: een filerecord van 894 kilometer. Wat blijkt? Het aantal autokilometer dat de Nederlander gemiddeld in de auto aflegt, daalt al meer dan tien jaar. Ook in 2016 heeft de Nederlandse automobilist gemiddeld iets minder kilometers afgelegd dan het jaar daarvoor. Toch groeit nog steeds het autoverkeer, sinds 2005 met 7 procent. Maar die groei is veel geringer dan in de zestig jaar daarvoor en heeft te maken met het feit dat de bevolking nog groeit en dat het aantal inzittenden blijft afnemen. Nee, we reizen minder omdat we meer vliegen en omdat steeds meer mensen naar de grote steden trekken. Inwoners van verstedelijkte gemeenten leggen gemiddeld 40 procent minder kilometers in een auto af dan andere Nederlanders. Die trend zet door. De prognose van de rijksoverheid, concluderen zij, is te hoog en het programma van snelwegverbredingen veel te omvangrijk. In Den Haag begrijpen ze het niet. Kabinet, zet al uw kaarten op de grote steden. Transport en Logistiek Nederland zal u eeuwig dankbaar zijn.

Tagged with:
 

Nederland aan de Middellandse Zee

On 29 november 2017, in infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 27 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor gdp catalunya

Bron: Marisol Soana 2012

Barcelona wil een stadstaat worden. Ik sprak erover met verscheidene Barcelonezen. Jaren van opgekropte woede jegens Madrid blijken er achter hun Catalaanse referendum-initiatief schuil te gaan. De tweede stad van Spanje voelt zich achtergesteld door het regeringscentrum. Deels gaat de woede terug op de besluitvorming rond de aanleg van de eerste hogesnelheidstrein in Spanje. Die voerde van Madrid naar Sevilla, en niet naar de tweede stad van Spanje: Barcelona. De Spaanse regering koos voor het kleinere Sevilla vanwege de Wereldtentoonstelling van 1992, maar in datzelfde jaar organiseerde Barcelona nota bene de Olympische Spelen, dus met evenveel reden zo niet met meer reden had men voor haar kunnen kiezen. De verontwaardiging in Catalonië was groot.  Pas in 2008, dus 16 jaar later, kwam het traject Madrid-Barcelona gereed. Toen bleek dat op dit traject niet de maximale snelheid van 350 kilometer kon worden bereikt, doch ‘slechts’ 300. De snelle verbinding Valencia-Madrid bestaat sinds 2010, maar  Barcelona wil graag een snelle spoorverbinding met het zuidelijk gelegen Valencia. Echter, alle lijnen van het uitgebreide hogesnelheidsnet in Spanje voeren naar Madrid.

Het goederenspoor langs de oostkust van Spanje via Barcelona moet nodig opgeknapt worden. Ook de haven van Barcelona wacht met smart op overheidsinvesteringen. De luchthaven van Barcelona is sleets vergeleken met de Madrileense hub. Vergeleken met Madrid is eigenlijk alle infrastructuur rond Barcelona flink verouderd. De Spaanse president Rajoy beloofde Barcelona in maart dit jaar een extra bedrag van 4,2 miljard euro voor infrastructuurinvesteringen, waarvan 3,0 miljard voor de trein en 200 miljoen voor een verbinding met de El Prat-luchthaven. Het was te laat. In Barcelona geloofde men hem niet meer. Let wel, met een Bruto ‘Binnenlands’ Product van 215 miljard euro is de economie van de metropoolregio Barcelona even groot als die van een land als Finland of Ierland. Catalonië wil heel graag ‘een Nederland aan de Middellandse Zee’ worden. Waarom Nederland wel en Catalonië niet, is haar redenering? Catalonië is 32.113 km2 groot, Nederland meet 41.500 km2. Zo heel vreemd is die gedachte niet. Barcelona zou economisch veel beter kunnen presteren als ze de infrastructuur kreeg die ze verdiende.

Tagged with:
 

Revolutie van de zelfsturende auto

On 9 november 2017, in duurzaamheid, infrastructuur, by Zef Hemel

Gehoord in het Grand Hyatt Dubai op 7 en 8 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor future mobility dubai

 

De uitnodiging kwam van Messe Frankfurt maar de opdrachtgever was het Directoraat-Generaal Transport van de stadstaat Dubai. Of ik wilde komen spreken op de derde Future Mobility conferentie in november in Dubai over de nieuwe stedelijke landschap na de introductie van de zelfsturende auto. Ik zegde toe. Heeft de sjeik van Dubai niet laten weten dat in 2030 een kwart van alle personenvervoer binnen de stadstaat zelfsturend  zal moeten zijn? Onlangs schafte het emiraat 500 zelfsturende auto’s aan om met de nieuwe technologie te gaan experimenteren. Als ergens in de wereld zelfsturende auto’s gaan rijden, dan is dat in Dubai aan de Perzische Golf. Onze steden, die helemaal zijn ingericht op autoverkeer, kunnen met de komst van de SDV een ware revolutie tegemoet zien. Daarom maakte ik, nieuwsgierig, afgelopen week mijn opwachting in Dubai om voor een gehoor van ruim tweehonderd belangstellenden uit de hele Golfregio vier toekomstscenario’s voor steden te schetsen. Nooit eerder was ik in Dubai geweest. Hier was de complete auto-industrie aanwezig om het emeritaat zijn kunnen te tonen. Audi, BMW, Mercedes Benz en General Motors lieten, samen met Tesla, hun nieuwste modellen zien en maakten in hun presentaties duidelijk dat we de revolutie van de zelfsturende auto al dicht zijn genaderd. Allen erkenden dat deze revolutie in metropolen zal beginnen.

Samen met New York, Zweden, Abu Dhabi (Masdar) en Groot-Brittannië presenteerde Amsterdam in Dubai hoe zij zich voorbereidt op de komst van de nieuwe technologie. Eind dit jaar begint in Göteborg een gewaagd experiment waarin 100 Zweedse gezinnen met een zelfsturende auto gaan rijden. In New York gaan zelfsturende auto’s begin volgend jaar de straat op. In Amsterdam rijden, net als in Oslo en Kopenhagen, al veel elektrische auto’s en groeit ook het aandeel deelauto’s gestaag – ideaal voor de introductie van de SDV op termijn.  Naarmate de conferentie vorderde werd duidelijk dat de werkelijke toepassing van de nieuwe geavanceerde autotechnologie niet in Europa, Amerika of het Midden-Oosten zal plaatsvinden, maar in China. Daar bestaan concrete plannen om elektrisch te gaan rijden en ook zelfsturend, te beginnen met het openbaar vervoer. Een Zweedse spreker vertelde ons dat hij even eerder in Singapore had gesproken, waar ook al een internationale conferentie over precies hetzelfde onderwerp was gehouden. Niets echter hoorde ik van de Japanse autofabrikanten of van initiatieven met zelfsturende auto’s in de grote steden als Tokio of Osaka. Steden lijken op voorhand overtuigd van het enorme succes van deze nog allerminst bewezen technologie. Over de ruimtelijke consequenties vooralsnog weinig informatie. Een enkeling verwacht extreme suburbanisatie, een ander hoopt op meer leefbare steden. In New York loopt het gebruik van openbaar vervoer nu al terug. Door nieuwe vormen van autodelen.

Tagged with:
 

Denk als Cornelis Lely!

On 2 oktober 2017, in infrastructuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Gehoord in Lelystad op 20 september 2017:

Afbeeldingsresultaat voor vliegveld in de markerwaard

Luchthaven in de Markerwaard. Bron: De Ingenieur 19 september 2016

Drie visionaire personen had ik opgevoerd in mijn Cornelis Lely lezing van vorige week woensdag: Cornelis Lely, Albert Plesman en Arie van der Zwan. Lely, in dienst van de Zuiderzeevereniging, had eind negentiende eeuw het idee om de Zuiderzee af te sluiten en gedeeltelijk droog te maken; Plesman ontwaarde in de jaren dertig vanuit zijn vliegtuig een Randstad als toekomstige grootstedelijke conurbatie; Van der Zwan zag in Schiphol de mogelijkheid van een Europese hub. Het succes van al hun ideeën bleek pas later. Lely moest wachten op de overstroming van delen van Noord-Holland in de winter van 1916 en de hoge graanprijzen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog; Plesman zag zijn Randstad pas ver na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd toen de Wederopbouw vroeg om een stevig ruimtelijk concept voor de toekomst van het Westen des Lands; Arie van der Zwan kreeg het duwtje in de rug door de liberalisering van het Europese luchtruim en het Open Skies-verdrag tussen de KLM en de Verenigde Staten in 1992, waardoor Schiphol als hub in positie werd gebracht. Kortom, hun heldenstatus kregen zij achteraf, nadat deze externe krachten in hun voordeel hadden gewerkt.

Het mooiste voorbeeld vind ik nog altijd het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam dat in 1934 gereed kwam. Zijn geestelijke vaders waren Cornelis van Eesteren en Theo van Lohuizen. Hun plan verdween in een lade van het Amsterdamse stadhuis in de crisis van de jaren dertig. Tot het er na de Tweede Wereldoorlog door ambtenaren in opdracht van wethouder Jonas van der Velde weer uit werd gehaald; de bestuurder had dringend behoefte aan een wederopbouwplan. Lees ‘De nieuwe grachtengordel’ (2017) van Marinke Steenhuis en anderen. Ook in Amsterdam werd dus pas achteraf aan de plannenmakers de status van visionairs toegekend. Maar met de realisering van hun plan hebben ze natuurlijk gewoon geluk gehad. Of, liever gezegd, er waren eerst een oorlog en een wederopbouw nodig om de uitvoering van hun geniale plan realistisch te maken. Verplaatsing van Schiphol naar de Flevopolders of naar zee is, net als Lely’s plan voor de inpoldering van de Zuiderzee, al eerder gesuggereerd; mijn voorstel van afgelopen week is ook helemaal niet origineel. Net als het AUP wacht het op een externe kracht die realisering plausibel maakt. Alles hangt af van de ‘window of opportunity’. Misschien opent dat tijdraam zich binnenkort of vergis ik me en staat dat raam al wagenwijd open.

Tagged with:
 

Geen Tokio

On 8 september 2017, in infrastructuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 6 september 2017:

 

Begin deze week kreeg ik een klein briefje in de handen gedrukt in de trein. Ik was op weg naar Utrecht. Vanaf deze woensdag, stond er te lezen, zou de NS tot eind december elke woensdag gaan proefrijden op het traject Amsterdam-Eindhoven met extra treinen. In plaats van vier nu zes treinen per uur in beide richtingen. Ik begreep het: het spoorboekloos rijden komt er eindelijk aan. Iedereen herinnert zich vast nog de toestanden rond Utrecht CS: eindeloze werkzaamheden aan het spoor en aanzienlijke vertragingen omdat de wissels werden verwijderd. Spoorboekloos rijden moet vooral Brabant dichter bij de Randstad brengen. Dus mag het wel iets kosten. Hoeveel? Natuurlijk is er eerst een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA) gemaakt voordat de Tweede Kamer erover besliste. De geraamde kosten varieerden van 2,3 tot 2,9 miljard euro. Van de verwachte baten was ik niet heel erg onder de indruk. Veel hing af van de hoogte van de investeringskosten. Maurits van Witsen, hoogleraar Openbaarvervoerkunde en Spoorwegkunde aan de TU Delft, was er, herinner ik me, destijds faliekant tegen. Voor dat geld kon je veel zinniger dingen doen. Ik ben benieuwd naar het eindresultaat.

In Tokio hoorde ik dat de NS daar veel op bezoek is geweest om zich in het spoorboekloos rijden te verdiepen. Het gekozen systeem met de reductie van wissels schijnt in ieder geval te zijn afgeleid van het Japanse systeem waarbij treinen in zeer hoge frequentie over vaste trajecten binnen de immense metropool heen en weer rijden. Wie ooit in Tokio is geweest weet hoe geweldig en efficiënt dit uitgekiende systeem functioneert. Elke twee minuten komt er een trein; treinen zitten berstensvol, met de auto wordt er in Tokio nauwelijks gereden. Echter, Nederland is geen Tokio en een trein is geen metro en in de Randstad domineert nog altijd de auto. Volgens mij zit hier een ernstige denkfout. Den Haag probeert van de trein geforceerd een metro te maken, ook om Brabant te vriend te houden, en denkt zich Nederland als één metropool, maar dat zal ze niet lukken. Een metropool als Tokio wordt Nederland nooit; eerder worden we een immens Houston, een reusachtig uitgestrekt Washington DC of een Dallas: allemaal zeer uiteengelegde Amerikaanse autosteden, maar dan met op een paar trajecten spoorboekloos rijdende treinen. Dat wel. Het is ons voorland.

Tagged with:
 

Verslaafd aan olie

On 14 juli 2017, in infrastructuur, innovatie, by Zef Hemel

Gehoord bij ShareNL, Amsterdam, op 4 juli 2017:

Bron: KpW 2012

MAAS staat voor ‘Mobility As A Service’. MAAS gaat over een transitie in mobiliteit, waarbij de consument  niet meer investeert in eigen transportmiddelen, maar mobiliteit inkoopt via een provider. Dus geen auto meer voor de deur, maar gewoon een ritje inkopen. MAAS gaat over delen en is duurzaam en wordt sterk aangedreven door digitale platforms. Nooit eerder is het zo gemakkelijk geweest om alle vormen van mobiliteit aan elkaar te koppelen en als één dienst door middel van een app aan te bieden aan burgers die willen bewegen en de persoonlijke keuze willen maken. Niet dat het al veel gebeurt. MAAS veronderstelt het delen van alle data rond vervoer. Tot nog toe bedient ieder bedrijf zijn eigen klanten. Ondertussen blijven de meesten van ons verstokte autorijders. Afgelopen week was er de vierde MAAS Meet-Up, georganiseerd door de https://www.amsterdameconomicboard.com/. Dit keer ging het over de gebruiker zelf. Drie sprekers gaven hun beeld van de gebruikers van mobiliteit. Gebruikers van autodeelsystemen wel te verstaan. Hoe denken zij en wat willen zij eigenlijk? Wanneer nemen ze afscheid van het autobezit? Richard Hoving, business connector van de Board voor mobiliteit, modereerde.

Ananda Groag van ShareNL meende dat mensen van nature graag willen bewegen, op elk moment, vanaf elke plek. Congestie houdt ze echter tegen. Deelsystemen kunnen helpen mits ze door werkgevers en overheden met kracht worden ondersteund. Pas als autobezit echt onaantrekkelijker wordt gemaakt, zullen mensen MAAS omarmen. Nicole Stofberg van de UvA veronderstelde dat mensen eerst vertrouwen moeten hebben in de deelsystemen voordat ze zullen overstappen. Autodelen is echt anders dan autohuren. Zien mensen wel het verschil? Ze wees op de verrassende omslag bij bewoners die nooit hun woning wilden delen, maar die nu massaal in Airbnb zijn gestapt. Karina Tiekstra van MyWheels gaf inzicht in haar klanten. Die zitten vooral in de grote steden. Autodelen noemde ze iets typisch grootstedelijks, maar, voegde ze eraan toe, ook kleinere steden als Culemborg kennen communities die auto’s delen. Om grote aantallen ging het echter niet. Iemand in de zaal wist zeker dat we hier te maken hebben met een ernstige vorm van verslaving: autorijden. Zelf denk ik dat Tiekstra gelijk heeft: het delen van voorzieningen is grootstedelijk. Dat autodelen in Nederland niet marcheert komt doordat onze steden relatief klein zijn. Echte congestie kennen we niet.Wij leven in een suburbaan reservaat, vergelijkbaar met de ergste Amerikaanse autosteden. Dat Rotterdam en Den Haag nauwelijks autodelen kennen geeft aan dat de uiteengelegde Zuidvleugel stelselmatig voorrang heeft gegeven aan de auto. Het is de gespreide ruimtelijke configuratie die ons verslaafd heeft gemaakt.

Tagged with:
 

Techhoofdstad

On 11 juli 2017, in economie, energie, Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord in Novotel, Amsterdam, op 6 juli 2017:

Afbeeldingsresultaat voor datacenters amsterdam ams-ix

Vorige week opende het Amerikaanse Equinix zijn derde datacenter op Science Park in Amsterdam, goed voor liefst 120.000 servers. De dag erna organiseerde Vastgoedjournaal een seminar over de snel expanderende markt voor datacenters in Nederland in het Amsterdamse Novotel. Was het toeval? Buck Consultants presenteerde er zijn marktverkenning. Die loog er niet om. Amsterdam, aldus Maurice Kuipers, staat in de top vier van Europese steden met concentraties van datacenters. In energieverbruik gemeten staat Amsterdam, na Londen, zelfs op plaats twee. Met 17% groei per jaar groeit de Nederlandse hoofdstad ook nog eens sneller dan zijn concurrenten (Londen, Frankfurt en Parijs). De markt zelf groeit exponentieel. De komende vijf jaar wordt rekening gehouden met een verdriedubbeling van het wereldwijde dataverkeer. Liefst 98% van de groei in Nederland, voorspelt Buck Consultants, zal plaatsvinden in Amsterdam. Alleen zogenoemde hyperscales zullen zich buiten de hoofdstad vestigen. De komende vijf jaar is dat niet meer dan één. Het succes van Amsterdam hangt sterk samen met de aanwezigheid van AMS-IX bij NIKHEF: de grootste internetknoop ter wereld in de Watergraafsmeer. Verder is de redundantie van het Nederlandse elektriciteitsnet van superieure kwaliteit en is Schiphol, waar de logistieke sector snel digitaliseert, wel heel nabij. Datacenters zijn een vestigingsvoorwaarde voor de nieuwe digitale economie. Door deze nieuwe infrastructuur verandert Amsterdam in een mondiale Techhoofdstad, met Londen, Parijs en Frankfurt. Heeft iemand dit in de gaten?

Zeker, datacenters slurpen energie. Nu al zijn DC’s in Amsterdam goed voor 11 procent van alle energie die bedrijven in de regio verbruiken. De capaciteit van het regionale energienet echter zit helemaal aan zijn plafond. Daar komt bij dat klanten van datacenters in toenemende groene stroom eisen. Zelf werken ze hard aan betere prestaties van hun servers. Niettemin doemt hier een groot en urgent probleem op, dat dit keer niet met ruimtelijke spreiding zal zijn op te lossen. Datacenters laten zich namelijk niet verplaatsen. De snel groeiende energiebehoefte zal dit keer in de Amsterdamse regio moeten worden opgevangen, in de vier clusters van datacenters die zich er razendsnel vormen: Amsterdam Science Park, Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Westpoort en de Haarlemmermeer. Precies hierop wees René Buck als dagvoorzitter bij zijn moderatie van de middag in het Novotel: Amsterdam is de nieuwe Nederlandse Mainport, hierin moet de komende jaren fors worden geïnvesteerd. Waarbij hij refereerde aan het recente advies van de Raad voor Infrastructuur en de Leefomgeving: ‘Mainports voorbij’ (2016). Werd dit in Den Haag vorig jaar nog weggehoond, in het Novotel in Amsterdam was de stemming heel anders. Dit jaar vestigden Netflix en Uber zich in Amsterdam; Oracle telt nu al 400 medewerkers; bij Booking.com gaat het om 2800 mensen. Jeroen Lokerse van Cushman & Wakefield zei het laatst in de krant: “Wij Nederlanders zien die kwaliteiten van de stad niet altijd zo, maar millennials, de bron van talent bij technologiebedrijven, zien Amsterdam als de beste stad om te wonen en te werken in de wereld.” (Het Parool 13 mei 2017) Brainport in Eindhoven is goed, maar de echte mainport van de toekomst ligt in en rond de Watergraafsmeer. 

Tagged with:
 

Waarom doen we het?

On 9 december 2016, in infrastructuur, regionale planning, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Rooilijn nr. 5, 2016:

 

Het laatste themanummer van dit jaar van het Amsterdamse planologentijdschrift Rooilijn is gewijd aan ‘Het institutionele perspectief’ van de ruimtelijke planning. Aanleiding is het afscheid van Willem Salet als hoogleraar Stedelijke en Regionale Planning aan de Universiteit van Amsterdam. De socioloog Salet bezette de leerstoel van 1995 tot 2017 en richtte die vooral op de context van planning, op “een veel bredere institutionele reflectie over de condities die bepalen wat planning vermag.” Daarmee nam hij afstand van de praktijk, Salet plaatste zich zelfs met opzet buiten het vakgebied. Op het eind van het nummer wordt de vertrekkende hoogleraar geïnterviewd door Els Beukers. Beukers vraagt hem naar de beoefening van het vak door de gemiddelde planoloog. Die opereert, antwoordt Salet, hoofdzakelijk pragmatisch en probeert voortdurend maatschappelijke problemen op te lossen. Maar daar hoort wel een institutionele verantwoording bij. De planoloog moet zich voortdurend afvragen wat hij eigenlijk doet en waarom hij dat doet. Problemen oplossen? Zal best. Maar wat geeft hem het recht om te doen wat hij doet? “Dat legitimeren houdt me wel enorm bezig en dat geef ik ook aan studenten mee. Waarom doen we wat we doen?

Vervolgens vraagt Beukers hoe het institutionele denken in de planologie helpt om de ruimtelijke dynamiek te begrijpen. De stad, antwoordt Salet, wordt institutioneel nog altijd veel te eng gedefinieerd. Als voorbeeld noemt hij de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Die is volgens hem een antwoord op de problemen van 1970. Het woon-werkverkeer is inmiddels sterk regionaal, dus de Noord/Zuidlijn is allang niet meer de juiste oplossing: voor Salet een teken dat de Amsterdamse regio zich institutioneel niet goed heeft georganiseerd. Randstadrail in de Zuidvleugel beoordeelt hij in dat opzicht veel gunstiger. Ik las het met stijgende verbazing. De eerste plannen voor een metrostelsel in Amsterdam dateren van 1960. Qua schaal was het afgeleid van die van metropolen als Londen en Parijs. Amsterdam koos voor de maat en schaal van Stockholm. Nog steeds is deze goed gekozen. Immers, het stadscentrum van Amsterdam is extreem druk, metronetwerken zijn erg duur, ze dienen compact te zijn en hebben elke 800 meter een halte, ze ontsluiten alleen die stadsdelen die voldoende dichtheid hebben en veel bezoekers ontvangen. Randstadrail is een treinstelsel voor een uit de hand gelopen suburbane ontwikkeling, noodzakelijk voor het woon-werkverkeer, vergelijkbaar met de Zuidtangent tussen Haarlem, Schiphol en Amsterdam Zuidoost, niet met de Noord/Zuidlijn. Nee, in institutioneel opzicht is er met de Metropoolregio Amsterdam weinig mis. Wel heeft Amsterdam dringend behoefte aan meer metro. Het stadscentrum slibt dicht.