De kunst van het verdwijnen

On 3 december 2017, in kunst, by Zef Hemel

Gezien in het Rijksmuseum op 30 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor matthijs maris londen

Matthijs Maris, Vanished illusions.

Eind negentiende eeuw werd Matthijs Maris (1839-1917) beschouwd als een van de beroemdste schilders van Nederland. Hij woonde er echter niet. Het Rijksmuseum wijdt aan zijn merkwaardige oeuvre een tentoonstelling, die nog is te zien tot en met 7 januari 2018. Afgelopen donderdag bezocht ik de zalen. Maris verhuisde in 1869 op dertig jarige leeftijd naar Parijs en trok in 1877 door naar Londen, waar hij in 1917 eenzaam stierf. Slechts een enkele keer bezocht hij zijn familie in Nederland. Vrijwel zijn gehele oeuvre kwam tot stand in de twee buitenlandse grote steden. Liefst veertig jaar leefde en werkte hij in Londen, in Parijs woonde hij acht jaar. Zijn bijzondere leven deed me denken aan Karl Marx (1818-1883). Hoewel iets ouder, verhuisde ook tijdgenoot Marx al vroeg naar Parijs, om later door te verhuizen naar Londen, alwaar hij in 1883 in eenzaamheid stierf. Zonder Londen was Das Kapital niet denkbaar geweest. Datzelfde geldt voor het schilderij ‘Vanished Illusions’. Maris was, net als Marx, een revolutionair. In 1870 vocht hij zelfs mee tijdens de Parijs Commune aan de kant van de opstandelingen. Kort daarvoor had Marx zijn Das Kapital gepubliceerd.

Maris verhuisde naar het buitenland en dan met name naar de grote stad vanwege de lokale kunstmarkt, die hij overigens haatte. In geld was hij niet geïnteresseerd. Ook niet in vooruitgang trouwens. Maar een kunsthandelaar uit Londen wist hem te overtuigen. Hij moest toch leven. Die afkeer van geld en dat armoedige bestaan in de beide metropolen, eigenlijk had hij dat ook met Marx gemeen. Maris vond zelfs dat mensen teveel voor zijn schilderijen betaalden. Hij ontbeerde echter een Friedrich Engels die hem in zijn levensonderhoud onderhield. Veel geld had hij niet nodig. Hij bleef ongetrouwd, tenminste ik las niets over een vrouw of kinderen. En zijn werk? Geen beelden van een modern Parijs, en ook niet van het industriële Londen. Wel boeiend en steeds raadselachtiger. Zijn laatste periode in Londen intrigeert het meest. De feeërieke middeleeuwse taferelen en dromerige meisjes maken plaats voor abstracte denkbeelden, dromen en herinneringen. Alles wordt vaag en onscherp. Verdwenen is de realiteit. De realiteit van de industriële stad. Carel Peters noemde hem in Vrij Nederland een modernist met een oude ziel en Bram de Klerck zag in hem een revolutionair en een compromisloze dromer (NRC Handelsblad 12 oktober 2017). Ik begreep het pas toen ik ‘Vanished Illusions’ zag waaraan hij jaren had gewerkt en dat op zijn schildersezel stond toen hij in 1917 overleed. De wereld stond in brand. Vijandige zeppelins vlogen over Londen. Hij werkte aan een vrouw, voorover liggend op de trappen van een altaar, bijna vallend. Maris haatte de moderniteit. Hij bleek een vernieuwer.

Tagged with:
 

Amsterdam as an object of desire

On 1 december 2017, in vastgoed, by Zef Hemel

Gehoord in De Balie te Amsterdam op 29 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor foreign investment london saskia sassen

Bron: Saskia Sassen

De Amerikaanse sociologe Saskia Sassen was te gast in Amsterdam. Woensdagavond sprak ze in De Balie over ‘de logica van onttrekkingen’. Lees: het onttrekken van vastgoed aan de markt door huisuitzettingen, opzettelijke leegstand, het opkopen en doorverkopen van gebouwen en de opmars van zogenoemde ‘vulture funds’. De bedragen die ze noemde waren ronduit duizelingwekkend. Elke nul in deze astronomische bedragen, zei ze, was reëel. Het is iets nieuws en ongekends. Op 24 november 2015 had ze er al over geschreven in de Britse krant The Guardian. In ‘Who owns our cities and why this urban takeover should concern us all’ sloeg ze alarm over het feit dat steden als New York en Londen op dit moment door financiële instellingen worden opgekocht en leeggezogen. Nu kregen we alle cijfers. Wat wordt aangeduid als ‘foreign investments’ blijken helemaal geen productieve investeringen te zijn. En de schuldenlast groeit snel. Machtige partijen onttrekken productiemiddelen aan de maatschappij, maken megawinsten en roven haar feitelijk leeg. Regeringen maken dit mogelijk. Ze voorziet de-urbanisatie als dit proces niet snel tot staan wordt gebracht. Ook aan Amsterdam gaat dit proces niet voorbij. De hoofdstad noemde ze ‘an object of desire’.

Voor ons stedelingen, zei Sassen, zit er niets anders op dan een proces van ‘re-localization’ te beginnen. We moeten de economie van onze buurten en wijken weer helemaal opnieuw opbouwen met lokaal ondernemerschap, met onze eigen productiemiddelen, met specifieke lokale kennis die we actief in onze wijken laten circuleren. Geld moeten we zo weinig mogelijk lenen en platforms alleen gebruiken als we er zeggenschap over hebben. Alleen zo kunnen we weer ècht productief worden en kunnen steden een nieuwe middenklasse creëren. Juist de middengroepen vallen op dit moment weg. Dit is vooral zichtbaar in Amerikaanse steden. Daar is dertig procent van de stedelingen rijk tot zeer rijk, maar zeventig procent is afgedaald tot de onderklasse. Tijdens het diner voorafgaand aan de lezing vertelde ze me hoe ze deze ‘nieuwe economie’ op het spoor was gekomen. Door met schoonmakers en portiers ’s nachts de leegstaande kantoren op Manhattan te beklimmen, had ze allerlei nieuwe bedrijfjes ontdekt die ‘diensten’ ontwikkelden die niets meer met de echte economie te maken hebben. Sommige van die intermediaire bedrijfjes zijn inmiddels groot en oppermachtig. Toen was Manhattan nog spotgoedkoop. Inmiddels is New York onbetaalbaar en staan de meeste nieuwe woontorens leeg. Leeg omdat ze dan meer waard blijken te zijn dan bewoond.

Tagged with:
 

Huizencrisis

On 27 september 2017, in vastgoed, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Big Capital’ (2017) van Anna Minton:

 

Afbeeldingsresultaat voor big capital anna minton

Opnieuw een boek over de overspannen woningmarkt in Londen. Ditmaal is het Anna Minton die bij Penguin een uiterst compact boek uitgaf over de voortgaande, nee snel verergerende woningcrisis in de Britse hoofdstad. Minton is journalist en doceert architectuur aan de University of East London. Haar boek opent met een verslag van deelname aan de ‘Kleptocracy Tour’ met de Russische bankier en anticorruptiebestrijder Roman Borisovic dwars door Londen. We wanen ons in Moskou. En dat is ook precies de bedoeling. De tour voert langs alle Londense panden die voor enorme bedragen door Russische oligarchen zijn opgekocht. Het betreft pure belegging, het is veilig en het is een kwestie van heel gemakkelijk zwart geld witwassen. “The UK is prime destination for corrupt individuals looking to invest or launder the proceeds of their illicit wealth, enjoy luxury lifestyle and cleanse their reputations,” citeert ze Transparancy International. De auteur maakt aannemelijk dat dubieuze transacties in een paar chique buurten de vastgoedmarkt van heel Londen beïnvloeden. De prijs van woningen is overal aangetast door een reeks van submarkten die alle worden aangejaagd door enorme stromen buitenlands kapitaal. Dat heeft te maken met de ‘financialisering’ van de woningmarkt door opeenvolgende Britse regeringen en het opzettelijk versoepelen van het planningsysteem. De woningmarkt is voor iedere Londenaar hierdoor in korte tijd vrijwel onbetaalbaar geworden.

Stadsdelen omarmen grootschalige sloop- en vernieuwingsprogramma’s; in haar boek toont ze een kaart met alle herstructureringsprojecten; het zijn er meer dan 100. Londen verandert in korte tijd compleet van karakter. Maar het probleem oplossen alleen door veel nieuwe woningen bij te bouwen zal volgens Minton niet helpen. De financialisering van het vastgoed, en dus de speculatie, moet worden gestopt. De woningprijzen moeten omlaag en burgers moeten weer greep krijgen op hun stad. Ongetwijfeld zal de financiële zeepbel een keer knappen, maar Minton wil daarop niet wachten. Ook gelooft ze niet dat de maatregelen van de huidige linkse burgemeester Khan echt zullen werken. Ze pleit voor een heuse paradigmaverschuiving die door de bevolking zelf zal moeten worden afgedwongen. “Rewriting the social contract with regard to property and planning is the biggest challenge we face in order to adress the housing crisis.” Het bevechten van een rechtvaardiger stad door buurtbewoners en gemeenschappen van burgers, alles van onderop, daarin ziet ze op korte termijn alleen een uitweg. Zeker. Maar waarom niet een belastingmaatregel als in Toronto? En in The Independent las ik dat 47 procent van het oppervlak van Londen uit groen bestaat. Londen is een van de groenste, dunst bevolkte steden ter wereld. Mag het ietsje minder?

Tagged with:
 

Drukte in de stad

On 12 juli 2017, in boeken, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Language of Cities’ (2016) van Deyan Sudjic:

Afbeeldingsresultaat voor the language of cities sudjic

 

Grappig. Net als ik heeft Deyan Sudjic afgelopen jaar een toegankelijk boekje geschreven over steden. In twee zomers tijd pende hij het neer in zijn buitenhuis bij Siena. Sudjic is directeur van het Design Museum in Londen. Wat is een stad? Hoe maak je een stad? Hoe verander je een stad? Hoe wordt een stad bestuurd? Dat zijn de vragen die hij, net als ik, zich stelde. In elk hoofdstuk wijdt hij uit over allerlei steden, schrijft boeiende anekdotes, zoomt in op architecten en politici, graaft telkens diep in de recente geschiedenis van vooral Londen. Net als de meeste Londenaren toont hij zich ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van zijn eigen stad zeer kritisch. Canary Wharf  is daarbij een dankbaar mikpunt van spot. Dat dit werkgebied in Oost-Londen een succes is geworden, verbaast hem nog steeds. Het slothoofdstuk is opmerkelijk. Dat gaat over menigten, en over hun onvrede. Extreme drukte, aldus Sudjic, hoort bij de grote stad. En wanneer een grote menigte bezit neemt van een stad, valt ze niet te negeren. In de allergrootste steden op aarde zijn sommige straten zelfs permanent geblokkeerd, afgeladen vol als ze zijn met mensen. Hier ervaart men aan den lijve hoe zeven miljard mensen deze aarde bewonen en hoe vervoermiddelen al die mensen op sommige plekken samenbrengen. Londen kan er als geen ander over meepraten.

Maar het is niet alleen Londen. In 2012 bezochten 9,7 miljoen mensen het Louvre in Parijs. Al die bezoekers komen voor hetzelfde: de Mona Lisa. Na de laatste verbouwing wacht het museum alweer een nieuwe uitbreiding. Vliegvelden, aldus Sudjic, weten hoe je met enorme stromen mensen moet omgaan. Heathrow, bij Londen, verwerkte in 2014 73,4 miljoen passagiers. Londen zelf ontving dat jaar ‘slechts’ 16,8 miljoen toeristen. Vliegvelden worden permanent aangepast aan de groeiende mensenstromen. Steden, en zeker de historische steden van Europa, lenen zich daarvoor veel minder. Toch zal hier permanent geïnvesteerd moeten worden in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer. Wat in Tokio al jaren normaal is, aldus Sudjic, begint ook in westerse steden normaal te worden. Mensen zullen zich moeten aanpassen aan de enorme mensenmassa’s. Waarop hij besluit: “The city is humankind’s most complex and extraordinary creation. It can be understood as a living organism. By their nature, living organisms can die when mistreated, or starved of resources, including people. (…) Planned in the right way, it can support growing numbers of people.” Wanneer wordt de drukte in Amsterdam eindelijk eens een serieuze planningsopgave, anders dan aanleiding tot opnieuw een vergeefse poging tot ruimtelijke spreiding?

Tagged with:
 

Try the Frogs

On 13 maart 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Independent van 21 februari 2017:

Afbeeldingsresultaat voor try the frogs paris brexit

 

Geen metropool doet harder zijn best om te profiteren van Brexit dan Parijs. De Franse hoofdstad wil zoveel mogelijk hooggekwalificeerde banen uit Londen aantrekken en zo alsnog een mondiaal financieel centrum worden. Ze profiteert daarbij van haar grootstedelijke omvang (8 miljoen inwoners, Île-de-France zelfs 12 miljoen) en haar geringe afstand tot Londen, een nabijheid die nog kracht wordt bijgezet door de hogesnelheidsverbinding tussen de twee metropolen. Op 21 februari berichtte de Britse zakenkrant The Independent dat Parijs een nieuw wapen in de strijd gooit: vóór 2021 belooft de stad zeven wolkenkrabbers te zullen bouwen in La Défense, het zakencentrum van Parijs. Ze zullen hoger zijn dan alle torens die de afgelopen veertig jaar in Parijs zijn gebouwd. De aankondiging werd gedaan door presidentskandidaat Macron, de voormalige minister van Economische Zaken in de regering Hollande, tijdens zijn recente campagnebezoek aan Londen, waar zeker 200.000 Fransen wonen. Het blijkt te gaan om één Franse ontwikkelaar, Defacto, die 375.000 vierkante meter kantoorvloer wil realiseren in La Défense en die met Brexit de kans schoon ziet om een aantrekkelijke nieuwe klantenkring aan te boren. Opmerkelijk is het wel: juist Parijs is altijd wars geweest van hoogbouw en heeft na realisatie van de Tour Montparnasse in 1973 eigenlijk nooit meer echte hoge torens durven bouwen.

Het blijkt te gaan om Trinity, Alto, M2, Hekla, Sisters, Air 2 and Hermitage: zeven torens die La Défense een nieuwe impuls moeten geven en die hoger zijn dan de limiet van 180 meter. Niet de geringste architecten worden daarvoor ingezet, zoals Foster, Portzamparc en Jean Nouvel. Wat niet wil zeggen dat hier echt iets spectaculairs staat te gebeuren. Alle torens zien er even obligaat uit. Waren ze iets lager gedimensioneerd, dan hadden ze ook op de Zuidas kunnen staan. Het zijn er overigens niet zeven, maar negen. De slogan van La Défense is: ‘Tired of the Fog? Try the Frogs!’ Anders gezegd, de Fransen roepen de Britten op de mist van Londen te verlaten en een Franse kikker op het vasteland te proberen. Het punt is alleen dat kikkers alle kanten uitspringen. Omdat zeer hoogwaardige dienstverlening als mondiaal opererende banken en andere financiële instellingen extreem hoge eisen stellen aan hun omgeving, zullen ze dicht bij elkaar neerstrijken, in één fantastische metropool. Of dat Parijs wordt is nog maar de vraag. Het Franse belastingtarief is veel te hoog. Maar Amsterdam en Frankfurt zijn weer veel te klein. Amsterdam moet eerst internationale scholen bouwen, zelfs aan woningen is een schrikbarend gebrek. Europese steden zullen hooguit back-offices van de zakenbanken krijgen. New York, Shanghai of Singapore trekken aan het langste eind. En Amsterdam? Nieuwe torens op de Zuidas beloven speelt überhaupt geen rol in de Nederlandse verkiezingscampagne.

Tagged with:
 

Grootstedelijke migratie toen en nu

On 8 maart 2017, in demografie, by Zef Hemel

Gehoord in CREA, Amsterdam, op 7 maart 2017:

 Figure-1-Major-international-migration-flows-around-the-1680s-Sourcesvan-Lottum

Bron: Van Lottum, Across the North Sea, 2007

Opvallend is het diverse beeld van de herkomstgebieden van migranten die in 2012 in Amsterdam verbleven. Turkije en Marokko zijn allang niet meer dominant. Op dit moment is 34,7 procent van de Amsterdamse bevolking van niet-westerse origine, nog eens 14,9 procent is westers-allochtoon. Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, vergeleek in zijn Amsterdamlezing afgelopen dinsdag de migratie van tegenwoordig met de migratie naar Amsterdam in de Gouden Eeuw. Veel verschil is er niet. Toen kwamen veel migranten uit Europa, tegenwoordig komen ze óók uit de rest van de wereld. Migratie, zeker in Amsterdam, vergeleek hij met ademhalen. Wil een stad groeien en zich ontwikkelen, dan moeten mensen gemakkelijk in- en uit- kunnen stromen. Dat heeft Amsterdam volgens Lucassen altijd goed gedaan. Maar sinds de opkomst van de natie-staat in de negentiende eeuw is het veel moeilijker geworden. Vooral na de Eerste Wereldoorlog zijn paspoorten en reisdocumenten verplicht gesteld. Staten eisen van hun inzittenden assimilatie: je bent Nederlander of je bent het niet. Vroeger was dat anders. Elke stad had zijn eigen regeling, die vaak afhing van de economische behoeften van dat moment. Welk land heeft in de ogen van Lucassen het beste migratiebeleid? Hij moest goed nadenken. Nee, Canada niet. Volgens hem is dat de Europese Unie met zijn vrije interne verkeer.

Lucassen toonde de herkomstgebieden van migranten in Londen en Amsterdam in de periode 1600-1800 (foto). Londen rekruteerde zijn migranten overwegend uit het achterland. Maar Amsterdam trok vreemdelingen aan uit een veel grotere wereld. Wat tegenwoordig ook anders is, zei hij, is de stedelijke sterfte. Die was in de zeventiende eeuw heel groot, waardoor een stad, wilde ze qua bevolking op peil blijven, niet buiten migratie kon. Ook de dekolonisatie waar wij nu nog altijd mee kampen, kende de zeventiende eeuwer niet. De opkomst van de verzorgingsstaat in de twintigste eeuw heeft het allemaal bovendien niet makkelijker gemaakt en ook het regime van de Mensenrechten sinds het Verdrag van Genève, 1951, heeft asielprocedures in het leven geroepen. Een belangrijk verschil is ten slotte de voortschrijdende democratie. In de zeventiende eeuw, vertelde Lucassen, was Amsterdam nog lang niet zo democratisch als nu. Omgang met migranten was destijds een openbare ordeprobleem, maar tegenwoordig is het een hot issue tijdens de verkiezingen. Fijntjes wees hij erop dat de verschillen tussen rijk en arm en tussen de verschillende herkomstgebieden in Amsterdam in de zeventiende eeuw vele malen groter waren dan nu. Maar de beschaving is flink voortgeschreden en met verschillen, hoe klein ze tegenwoordig ook zijn, kunnen we daardoor steeds moeilijker omgaan.

Tagged with:
 

Unwinding the fabric

On 28 oktober 2016, in infrastructuur, politiek, ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 25 oktober 2016:

 

Deze week verscheen in NRC Handelsblad een uitstekend artikel van Melle Garschagen (jawel, de correspondent uit Jakarta die naar Londen is verhuisd) over de voorgenomen uitbreiding van het Londense vliegveld Heathrow met een derde baan. Komende dinsdag, zo laat Garschagen weten, zal de nieuwe Britse minister voor luchthavenzaken in het kabinet May het omstreden besluit bekend maken. En dat terwijl de regering Cameron de baan in de plannen juist had geschrapt en in plaats daarvan inzette op hogesnelheidstreinen. Motief: zoiets is veel duurzamer. Dus of die al even omstreden snelle treinen er nog komen is ineens weer de vraag. Waarom zo snel dit nieuwe besluit? Garschagen: omdat de recente Brexit de positie van Londen als financieel centrum in de wereld heeft ondermijnd. Het is Singapore  (en dus niet Frankfurt, Parijs of Amsterdam!) dat een goede kans maakt om die fel begeerde positie over te nemen. Garschagen weet het als geen ander: “Singapore heeft met Changi een van de beste vliegvelden ter wereld.” De metropool in het Verre Oosten heeft de aanleg van de derde baan al gegund. Ze zijn daar gewoon veel sneller. Arm Londen. Arm Europa. Een positie die ze in vijfenveertig jaar moeizaam heeft opgebouwd, dreigt de Britse metropool in één klap weer kwijt te raken. Zo belangrijk zijn vliegvelden dus voor steden die global cities willen zijn. Of is het anders en wordt hier snel even een politiek besluit doorgedrukt, ingegeven door paniekvoetbal?

In ‘Aerotropolis’ (2011) gebruikten John Kasarda en Greg Lindsay de casus Heathrow als introductie op hun boek over de toekomst van steden in relatie tot hun vliegvelden. Hun stelling is dat de laatste de eerste gaan bepalen. Echter, steden groeien organisch, maar vliegvelden niet. En de omgeving van Heathrow – aan de westkant van Londen – heeft een economie die even omvangrijk is als die van heel Sydney. Ondertussen zakt het geprivatiseerde Heathrow wel weg op de lijstjes, want dat proces van verval is al een tijdje gaande. Kasarda en Lindsay wisten het al toen zij hun boek schreven: globalisering zal na de financiële crisis alleen maar krachtiger worden. Kijk maar naar de luchtvaart; die is niet te stoppen. Dus wat doet de nieuwe Britse regering? In plaats van het vliegveld uit te plaatsen moet de stad zich voegen naar de dichtstbijzijnde luchthaven. Al in 2011 betwijfelde Kasarda of er werkelijk een keuze was: “either we risk weaving a competitive disadvantage into the very fabric of our cities, or we begin unwinding the fabric itself.” De westkant van Londen wordt daarmee een heuse Aerotropolis. Maar hoe reageren straks Greenpeace en de omwonenden? Geloof maar dat ze op Schiphol en de Haarlemmermeer hun adem inhouden.

Tagged with:
 

Livable megacities

On 6 oktober 2016, in muziek, by Zef Hemel

Gezien op Youtube op 4 oktober 2016:

 

After dinner we often enjoy listening music with the whole family. Our girls take their iPads and play clips on YouTube showing their favorite artists. It’s a kind of Dutch karaoke we love to practice when looking at the videos. Real fun. Last night the youngest showed us clips of a band, called Clean Bandit. Clean Bandit is a string quartett from Cambridge, UK. They planned to perform a concert here in Paradiso, Amsterdam, this weekend, but they apparently posponed their European tour.  Anyway, one of their clips is taken in London, on a London bus. It’s called ‘Stronger’ and the man who is singing and dancing in the video is a senior busdriver, a nice looking immigrant who’s living and working in the capital city. The clip, released in 2015, is taken in the outskirts, on an industrial site; tubes are passing by, dancers are dancing on a platform, the band is playing in the bus late night, the weather is wet and rather cloudy. This is London, more than 8 million inhabitants, the big city, no doubt about that. Everybody is working hard until late, but they’re happy. Really a clip with a positive urban vibe.

Another clip of Clean Bandit is taken in Tokyo. It’s called ‘Rather be’ (2014) and features Haruka Abe as a Japanese fan of the band who becomes delirious and has hallucinations of band members and its logo appearing unexpectedly in her daily life as a chef. Tokyo, a megacity of some 35 million inhabitants, is shown in the film as a really great city, we at home enjoyed the shot taken in the fish market early morning, but also Abe driving her moped in the city streets, Tokyo street life  in general, Japanese restaurants, Abe prepraring great food, Abe waking up early morning, metro’s passing by, night life, waking up again, life flows. No doubt about it: this is the real big city, the megacity, the real life, an exciting place. Older people in Holland still think medium sized cities are more livable. They love Zwolle, Utrecht and Den Bosch. If you would double Amsterdam, they think it will almost die. Not me. I wish I was young again.

Tagged with:
 

Optimistische eeuw

On 24 augustus 2016, in boeken, by Zef Hemel

Gelezen tijdens de zomervakantie van 2016:

 

Vijf boeken gelezen deze vakantie, waaronder Moby-Dick van Herman Melville (een boek dat na 160 jaar nog altijd zeer de moeite waard is) en ‘Het zwarte boek’ van Ohran Pamuk uit 1990; twee boeken sprongen er echter uit: ‘De begraafplaats van Praag’ (2011) van Umberto Eco en ’The Children’s Book’ (2009) van A.S. Byatt. Is het toeval? Beide zijn ongeveer even dik, allebei beschrijven ze de toestand op het einde van de negentiende eeuw in Europa, de Italiaan Eco vanuit Parijs, de Britse Byatt vanuit Londen. Beide werpen een duister licht op de geschiedenis. Eco loopt met zijn ‘Protocollen van de Wijzen van Sion’ vooruit op de shoah in de Tweede Wereldoorlog, Byatt laat haar jonge romanfiguren sneuvelen in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog. The Children’s Book opent met de restanten van de Wereldtentoonstelling van 1851, de grootscheepse plannen voor uitbreiding van de museumgebouwen in South Kensington en de erfenis van koningin Victoria. Toch doen zich dan al willekeurige aanslagen voor, zoals de moord op de Franse president Carnot en op generaal Mesentsev. “De volwassenen herinnerden zich de stroom aanslagen van tien jaar geleden – op regeringsgebouwen, het kantoor van The Times, metrostations, spoorwegstations, Scotland Yard, Nelson’s Column, London Bridge, het Lagerhuis, de Tower zelfs.” Allemaal herkenbaar en opnieuw actueel.

En dan het bezoek aan de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900, een gigantisch project dat 600 hectare besloeg en 120 miljoen franc had gekost.  Hoogtepunt waren de twaalf meter lange dynamo’s die het terrein en de omgeving ‘s avonds verlichtten. “In het Paleis van de Elektriciteit waren overal waarschuwingen te lezen. Grand Danger de Mort. Het was geen verscheurende, vermorzelende dood. Een onzichtbare dood, deel van een onzichtbaar aandrijvende kracht, de nieuwigheid van de nieuwe eeuw.” Elektriciteit dus. Niets daarover in Eco’s meesterwerk. Hoofdpersoon Simonini– een Italiaan – leeft in ballingschap in Parijs. Baron Haussmann had bijna de hele stad gesloopt en opnieuw opgetrokken, de Pruisische bezetter was amper vertrokken. Over de Fransen oordeelt Simonini allerminst licht. “Ze zijn slecht. Ze doden uit verveling. Frankrijk is de enige natie waarvan de onderdanen jarenlang bezig zijn geweest elkaar de kop af te hakken.” Dat negatieve beeld wordt door racisme alleen maar erger, trouwens ook belichaamd in de hoofdpersoon. Volgens Eco was het pure hysterie, ontketend door de triomf van wetenschap en technologie. In een interview zei hij: “Dit is een boek dat je aan het einde van je leven schrijft, niet aan het begin. Het is wanhopig, vol scepsis. Een testament voor mijn kleinkinderen: heb geen vertrouwen in de mens.” Op 19 februari 2016 overleed de schrijver.

Tagged with:
 

Profijt van Londen

On 11 juli 2016, in bestuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen op Centreforcities.org van 7 juli 2015:

Steden betalen de meeste belastingen, de grootste steden veruit het meest. En het platteland profiteert, ook al klaagt het keer op keer. ‘Ten years of tax’, een onderzoek van het Britse Centre for Cities naar de wijzigingen in het belastingpatroon van Groot-Brittannië over de afgelopen tien jaar – dus voor en na de crisis – laat zien dat met name Londen veruit de meeste belastingen aan de Britse schatkist betaalt en dat haar aandeel het laatste decennium ook sterk is gegroeid. In 2004/05 hoestte Londen evenveel belastinggeld op als 24 daarna grootste steden van het Verenigd Koninkrijk bij elkaar opgeteld; tien jaar later is dit opgelopen tot een aandeel dat gelijkstaat aan dat van liefst 37 steden. “Dit rapport is een nieuw bewijs dat Londen de grootste bron van belastinginkomsten is geworden voor het hele land en dat voor een evenwichtige ontwikkeling van het Verenigd Koninkrijk de groei van Londen essentieel is,” reageerde Sadiq Khan, de nieuwe burgemeester van Londen. Hij pleitte net als zijn voorganger Boris Johnson voor ‘devolution’, het verder doordelegeren van macht en budgetten vanuit Westminster naar de steden en regio’s in Groot-Brittannië.

Het Centre for Cities stelt dat er een duidelijke geografie ten grondslag ligt aan de prestaties van de Britse economie. Deze wordt direct doorvertaald naar de inkomsten van de Rijksfinanciën. Veel Britse steden zijn de afgelopen tien jaar minder belasting gaan betalen, maar het succesvolle Londen juist veel meer. Desondanks zijn steden nog altijd het meeste ‘belastingproductief’: per werknemer dragen ze meer belasting af dan op het platteland. Echter, veertig van de 62 Britse steden zijn minder belastingproductief geworden, Londen juist veel meer. Dat betekent dat de Britse overheid sterk afhankelijk is geworden van het succesvolle Londen. Zonder Londen zouden de Britten een arm land zijn. Londen wordt dus afgeroomd en financiert eigenlijk de rest van het koninkrijk. Zouden de Britten eigenlijk wel beseffen dat ze Londen alle ruimte moeten geven om te groeien? En hoe zit dat in Nederland?

Tagged with: