Gelezen in The Atlantic van maart 1982:

Afgelopen week overleed James Q. Wilson. Samen met George Kelling was hij de bedenker van de ‘Broken Windows Theory’. Ter gelegenheid van zijn overlijden publiceerde The Atlantic opnieuw hun geruchtmakende artikel uit maart 1982. Volgens die theorie, die wordt ondersteund door zowel psychologen als politiemensen, zal een gebroken raam in een stadsbuurt binnen de korste tijd helemaal sneuvelen. Nette buurten of achterbuurten, zwarte bevolking of blanke bevolking, het maakt niet uit, één gebroken raam is het signaal dat mensen niet om hun buurt geven, dus is het breken van nog meer ruiten geoorloofd. En van het een komt het ander. “A piece of property is abandoned, weeds grow up, a window is smashed. Adults stop scolding rowdy children; the children, emboldened, become more rowdy. Families move out, unattached adults move in. Teenagers gather in front of the corner store. The merchant asks them to move; they refuse. Fights occur. Litter accumulates. People start drinking in front of the grocery; in time, an inebriate slumps to the sidewalk and is allowed to sleep it off. Pedestrians are approached by panhandlers.” Op deze manier, aldus Kelling en Wilsom, ontstaat criminaliteit, raken buurten in verval. De politie zou, aldus de onderzoekers, minder moeten optreden als ‘crimefighter’ en meer als beschermer van buurten. “Just as physicians now recognize the importance of fostering health rather than simply treating illness, so the police – and the rest of us – ought to recognize the importance of maintaining intact, communities without broken windows.”

Bij herlezing van het artikel ben ik weer onder de indruk van het heldere betoog, de eenvoudige bewijsvoering en de logische argumenten. Tegelijk vraag ik me af of we ervan hebben geleerd. Me dunkt, meer dan ooit wordt de criminaliteit zelf bestreden, en niet de omstandigheden die er de oorzaak van zijn. Stel, je maakt de openbare ruimte op de Amsterdamse wallen geheel volgens het grachtenprofiel en je beheert de straten, stegen en pleinen voorbeeldig; je dwingt eigenaren tot stipt onderhoud aan hun panden, waardoor er in de hele buurt geen ‘gebroken raam’ meer te vinden is. Wat zou er dan gebeuren? Eigenlijk is het de normaalste zaak van de wereld. Alleen, we doen het niet en we spreken elkaar er niet op aan. Ik moest er ook aan denken toen ik het Atlasgebouw in Amsterdam Zuidoost onlangs bezocht. Een paar jaar geleden nog stond het leeg; toen overwoog men om het complex uit begin jaren tachtig te slopen. Gelukkig is dat niet gebeurd. De nieuwe eigenaar besloot tot een goedkopere oplossing; hij ging de publieke ruimte intensief beheren en de gebouwen renoveren. Nu is het hele complex – Atlas Arena – weer gevuld. Het is een van de interessantste plekken van de Bijlmer. En bedenk ten slotte hoe sinds de abri’s in de stad goed onderhouden worden het straatbeeld is verbeterd en veiliger voelt.

Tagged with:
 

De stad als een tuin

On 5 januari 2012, in cultuur, natuur, stedenbouw, by Zef Hemel

Gezien in Boston, Massachusetts, tussen kerst en oud en nieuw in 2011:

Alle 6.000 trouwe volgers van ‘Vrijstaat Amsterdam’ wens ik een gelukkig nieuwjaar! Ik ben weer in het land. Maandagavond 9 januari 2012: De Tafel van 5 #8,  ter gelegenheid van 5 jaar Pakhuis De Zwijger. Er wordt daar gesproken over de toekomst van Amsterdam. Wat moet er de komende 5 jaar gebeuren met de stad? Ik ben uitgenodigd deel te nemen aan het gesprek. Hierbij alvast een hint. Hoop dat ik duidelijk ben. Geïnspireerd uiteraard door mijn bezoek aan Boston, Massachusetts.

Tagged with:
 

Joie de Vivre

On 28 november 2011, in openbare ruimte, plekken, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books 23 november 2011:

Fietste afgelopen vrijdagmorgen langs het Beursplein. Sinderklaas is in de stad, maar Occupy Amsterdam staat er nog steeds. Las in de trein Michael Greenberg over Zuccotti Park, New York. Op het moment dat hij zijn artikel in The New York Review schreef was Occupy Wall Street nog niet ontruimd. Opmerkelijk experiment in directe democratie, dat is het. Ik wist niet dat er een General Assembly had gefungeerd op het plein. Ze vergaderde elke dag. Iedereen kon er een voorstel indienen. Om het aangenomen te krijgen moest 90 procent van de aanwezigen zijn hand opsteken. Werd het aangenomen, dan werd het online gepubliceerd in ‘The Occupied Wall Street Journal’. Greenberg was onder de indruk van het ordelijke verloop. Hij beschrijft het tentenkamp als een “crowded, surprisingly well-mannered village they had created on the 33.000 square feet of concrete that comprises Zuccotti Park.” Hij beschrijft ook hoe de bezetting begon en hoe de plek werd gekozen. Midden juli deed iemand op Adbusters een oproep om naar Lower Manhattan te komen om gedurende enkele maanden Wall Street te bezetten. Aanvankelijk kwam een honderdtal mensen naar Tompkins Square Park. Daar richtten zij de NYC General Assembly op. In de loop van de zomer voegde zich daar het losse verband van gemaskerde hackers bij, dat bekend staat onder de naam ‘Anonymous’. Later verhuisden ze naar Zuccotti Park, twee blokken verwijderd van de beurs.

Greenberg bezocht de occupyers op 4 oktober. Het voelde, schrijft hij, aan als een ‘impromptu forum’. Greenberg: “The park itself, which was renovated in 2006, is rather festive with its locust trees, its areas of planted chrysanthemums, and, near the southeast corner, an anodyne red sculpture by Mark di Suvero intitled Joie de Vivre that rises seventy feet into the air.” het kunstwerk betreft een hoog, rank, rood staketsel dat boven de tenten uitstak. Greenberg toont zich verbaasd over de netheid en uitstekende organisatie van het kamp. Ergens stuit hij op ‘The People’s Library’, een hut van plastic vuilnisbakken volgestouwd met boeken, maar ook ziet hij een oplaadstation voor mobieltjes, een EHBO-post, een keuken en aan de zuidkant een slaapzone met matrassen, dekens, regenkleding en slaapzakken. Microfoons en camera’s stonden opgesteld, die afkomstig bleken van een groep die alle activiteiten lifestreamde voor het net ‘Global Revolution’. Een schoonmaakploeg maakte alles schoon. Greenberg weet het niet. “It seems a delicate, almost ethereal process, designed for small groups, though new General Assemblies are constantly being established – as of October 9, protests had spread to 150 cities.” Greenberg citeert Anne-Marie Slaughter, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan Princeton University, die de mensen van Occupy Wall Street de ‘Mohamed Bouazizs van de USA’ had genoemd. Het dure gerenoveerde Zuccotti Park, mijmert hij, lijkend op een nieuwe vorm van Derde Wereld slum.

Tagged with:
 

Weteringcircuit

On 14 november 2011, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 9 november 2011:

De Barcelonese stedenbouwkundige Joan Busquets ontving afgelopen week uit handen van kroonprins Willem Alexander de Erasmusprijs. Het was een mooie, drukbezochte plechtigheid. Ook Oriol Bohigas was er. De feestelijkheden vonden plaats in het Paleis op de Dam. Opnieuw kwam ik onder de indruk van de gerestaureerde Burgerzaal van Jacob van Campen. Perfecte verhoudingen, alle wanden van wit marmer, een schitterend beschilderd houten plafond. De prins sprak over de betekenis van stedenbouw en van de openbare ruimte in de stad. Hij prees Busquets voor zijn ondogmatische en vooral open benadering van het vak van ontwerpen. Geen vooropgezette oplossingen, maar historische en geografische analyses, aangevuld met gesprekken en observaties, ze maakten de weg vrij voor betekenisvolle vormgeving van plekken in de stad voor mensen. Ik kwam weer onder de indruk van de bescheidenheid en oprechtheid van de gelauwerde ontwerper en moest denken aan de aflevering van ‘Andere Tijden’ van afgelopen maandag over de afbraak van de Haarlemmerhouttuinen. Wat zei Busquets ook alweer? In de twintigste eeuw hebben onze voorouders te haastig gebouwd, teveel waardevols afgebroken, te rücksichtlos gesloopt. Nu is het tijd om het weefsel te herstellen en om de grote traditie van de Europese stedenbouw te hervatten. In de uitzending kon inderdaad niemand de vernieuwde Haarlemmerhouttuinen waarderen. En de ontwerpers van destijds betuigden spijt.

Terug naar huis, in de herfstige schemering met een nakende, bijna volle maan, liep ik over de Dam, het Rokin, het Spui, de Herengracht, door de Vijzelstraat, naar het Weteringcircuit. Ik kreeg bijna tranen in mijn ogen. Wat een schoonheid, over wat een mooie, menselijke publieke ruimte beschikt deze oude stad. Maar ook: wat een treurig Weteringcircuit! Wat een goedkope, lelijke pleinwanden. Wat een stomme poffertjeskraam. Wat een godvergeten verkeersplein uit de oude doos! Maar ook: wat een mooie bomen! Zullen we er eens een echt plein van maken? En de naam veranderen? Wat dacht u van het Ramses Shaffyplein?

Tagged with:
 

Investeren in openbare ruimte

On 18 april 2011, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gehoord in Amsterdam op 15 april 2011:

De presentatie was bedoeld voor de wethouder Verkeer en Vervoer. Het betrof een typische doelredenering met als boodschap: investeren in de openbare ruimte loont. Leiden investeringen in de openbare ruimte echt tot hogere grondprijzen? Afgaand op het CPB-rapport ‘’Stad en Land’ (2010) is dat niet het geval. De hoogte van grondprijzen wordt in belangrijke mate bepaald door het aanbod van winkels, restaurants, cultuur en monumenten, in mindere mate door bereikbaarheid en loonverschillen. Althans, dat stellen de economen van het CPB, die zich weer baseren op het proefschrift van Gerard Marlet – een van de auteurs. Het was dus gemakkelijk gaten schieten in de redenering. Ed Glaeser noemt slechts op twee plaatsen in ‘’Triumph of the City’ (2011) de openbare ruimte van steden. De ene keer duidt hij deze aan als een ruimte waarin mensen socialiseren en die door de negentiende eeuwse restaurantcultuur een ware boost heeft gekregen. De andere keer stelt hij de openbare ruimte gelijk aan musea, bars en restaurants: plekken waar heel verschillende mensen samenkomen. In steden met een hoge dichtheid, zo vervolgt hij, is openbare ruimte belangrijk, in suburbane gebieden is ze dat niet. In het laatste geval worden mensen gedwongen in auto’s rond te rijden, waardoor ze niet socialiseren en veel gas uitstoten. “High costs of land restrict private space, and density makes car usage far less attractive. Urban living is sustainable sustainability.”

Er is dus wel degelijk een redenering te maken die investeren in de openbare ruimte legitimeert, maar het is dus omgekeerd: doordat de grondprijzen in steden als Amsterdam hoog zijn, is de openbare ruimte belangrijk voor mensen. Er is dan namelijk een tekort aan private ruimte, want die is te duur. Ik moest eraan denken toen ik twee weken geleden door Oost-Londen liep en een rondje maakte om het Olympic Park in aanbouw. In alle (arme) buurten rond het Olympische park had de gemeente stoepen gemaakt. De ingreep was niet duur; de stoepen waren in eenvoudig beton gegoten. Hierdoor was het overal prettig wandelen. Die stoepen nodigden als het ware uit om deze onbekende buurten te gaan verkennen. Alleen High Street krijgt tussen Bow en Stratford mooie straatlantaarns. Meer is op dit moment niet nodig. Pas als de grondwaarde stijgt, zal er meer in de openbare ruimte worden geïnvesteerd. Zo hoort het.

De stad als camping

On 29 september 2010, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in Vrijstaat Amsterdam/Free State of Amsterdam (2010):

Vanochtend nog in de heg aan het water. En gisteravond op weg naar mijn afspraak. En gisterochtend op de fiets naar het werk: overal plassende mannen. Op zaterdagochtend ren ik  langs de Amstel. Ter hoogte van het Amstelpark liggen bootjes aan de oever, illegaal. Officieel mag daar van het stadsdeel niet worden gewoond, maar er wonen wel degelijk mannen. Steeds zie ik ze de weg oversteken, om te plassen. In het Amstelpark. Overal plassende mannen. Laatst hurkte een jonge blote vrouw in strings met een zwarte cowboyhoed op haar hoofd op klaarlichte dag tegenover mijn huis achter de plataan, op het kinderspeelplaatsje. Met de string over de knieën deed daar haar behoefte in de kennelijke veronderstelling dat de boomstam haar dekking bood. Ze kwam van een sloep die toevallig langsvoer. Twee jongemannen begeleidden haar. De een was kapitein, want hij had een pet op. Ze haalden hun piemel uit de broek, voegden zich bij haar en gingen tegen mijn huis aan plassen. Verontwaardigd haalde ik de luxaflex omhoog en staarde ze verbijsterd recht in het gezicht. Niet dat ze schrokken. Ze namen nauwelijks de moeite om het plassen te onderbreken. Druipend verplaatsten ze hun lullen naar de gevel van de buren om daar het plassen voort te zetten. Overal zet de gemeente tegenwoordig verrijdbare urinoirs in de stad. Het is vergeefs. Het wordt alleen maar erger.

Om iets zinnigs over de samenleving te kunnen zeggen moet je menselijk gedrag in de openbare ruimte bestuderen. Plassende mannen in het volle daglicht. Wat wil dat zeggen? De mannen gedragen zich als honden, nee als apen. Amsterdam doet in dat opzicht tegenwoordig niet meer onder voor India. In het essay dat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in de ‘’Vrijstaat Amsterdam/Free State of Amsterdam’ schreef, refereert hij aan het verschijnsel als hij over de moderne homo ludens schrijft. Opwekkend is het niet. “In dit verband moet worden opgemerkt dat alle grotere steden te maken krijgen met een almaar nijpender wordend barbarenprobleem. Nu al verwarren steeds meer mensen de city met een camping (…). Dit omturnen van steden in campings wordt vooral door jongeren uitgevoerd, (…) Grofweg kan men ze herkennen aan het feit dat ze de ernst van het restauratieprobleem nog niet beseffen. Lichtzinnig als ze zijn gaan ze ervan uit dat ze, waar ze ook zijn, met de middelen die ze bij zich hebben in vorm kunnen blijven en de restaurateur links kunnen laten liggen – met als resultaat dat ze niet weinig bijdragen aan de devaluatie van de openbare ruimte.”

Tagged with:
 

Veelgeplaagd

On 28 augustus 2010, in cultuur, openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool, de Volkskrant, NRC Handelsblad van 27 resp. 28 augustus 2010:

Terwijl ik dit item schrijf stortregent het in Amsterdam. Op en rond het Museumplein is de jaarlijkse Uitmarkt van start gegaan. Gisteravond, bij de opening, was het nog droog. “Het Museumplein was drassig, maar dankzij vlonders redelijk begaanbaar,” meldde Het Parool. Er is echter nog veel meer regen voorspeld. Arm Museumplein. De beslissing om de Uitmarkt dit jaar weer op het Museumplein te houden begrijp ik wel. Vorige week nog was Sail Amsterdam met anderhalf miljoen bezoekers. Dus je gaat de Uitmarkt niet ook nog eens aan het IJ programmeren. Bovendien wilde de wethouder dat de oudbouw van het veelgeplaagde Stedelijk Museum alvast open ging. Het samenvallen van de feestelijke opening van dat museum voor moderne kunst aan het Museumplein met de Uitmarkt op het aanpalende plein leek goedbedacht. Maar de eerste kritieken op de tentoonstelling vallen niet mee. Dezelfde critici die de afgelopen jaren de verwachtingen rond het vernieuwde museum met hun stukken danig opschroefden, blijken nu teleurgesteld. Gelukkig komt het gebouw er genadig vanaf.

En dan is er die regen. Het plein stond al blank, dus dat wordt een hele nare vertoning. Er liggen plannen klaar om het plein te verbeteren en de gevolgen van eerdere bezuinigingen te herstellen, maar het geld is er niet meer. Bovendien is iedereen moe van de bouwputten, budgetoverschrijdingen en uitstel van opleveringen. Dat het San Marcoplein in Venetië met dezelfde problemen worstelt gaat er hier niet in. Dezelfde culturele elite die zich tegen de renovatie van het museumplein verzette, klaagt morgen vast en zeker over de bende op en rond het Museumplein. Wie de zwarte piet krijgt kan ik wel raden. Nee, de weergoden zijn het gemeentebestuur niet gunstig gezind. Misschien dat daarom de democratie in dit kleine kikkerlandje zulke zure trekken heeft. Nu maar hopen dat het meevalt. Zodra het droog is ga ik even kijken.

Tagged with:
 

Het Hermitage-effect

On 4 juni 2010, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 3 juni 2010:

Elke dag fiets ik langs de Hermitage aan de Amstel, op weg naar mijn werk en ‘s avonds weer terug naar huis. Sinds de opening in juni 2009 is er gezellig druk. Uit de metrohalte bij de Stopera komende drommen dagjesmensen aangeschuifeld, op zoek naar de ingang van het museum. Op de vlonder voor de ingang zonnen de mensen, liggend aan het water, en fotograferen toeristen elkaar, met op de achtergrond de monumentale huizen richting Amstelstraat en Rembrandtplein. Het succes van het museum is evident. Nu lees ik in de krant dat de economie van Amsterdam weer sneller groeit dan de rest van Nederland: 2,0 procent tegen een gemiddelde van 1,7 procent. Er wordt gesteld dat dit mede te danken is aan de opening van de Hermitage. Ik noem dat het Hermitage-effect.

De gemeente heeft een paar miljoen in de openbare ruimte rond het museum gestoken. Verder is er een financiële bijdrage geleverd aan de feestelijke opening, waar ook de Russische premier Medvedev aanwezig was. Ten slotte is er vanwege een achteraf gebleken tekort nog een lening van, ik meen, een miljoen euro aan het museum verstrekt. Eigenlijk heeft het museum zich grotendeels zelf bekostigd. Het is binnen de tijd en (grotendeels) binnen het budget gerealiseerd. Het effect van het museum blijkt nu mega. Is er een mooier bewijs dat investeren met relatief kleine bedragen aan culturele instellingen met een grote publieke uitstraling van overheidszijde loont? Ik dacht het niet. Volgend jaar opent het veelgeplaagde Stedelijk Museum en twee jaar later het bespotte en beschimpte Rijksmuseum. Ik voorspel een imposant Hermitage-effect. Zo komen we weer uit de crisis. Nu maar hopen dat de gemeente zichzelf niet teveel straft met zelfopgelegde megabezuinigingen.

Tagged with:
 

Zombies

On 22 december 2009, in boeken, openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Twenty minutes in Manhattan’ (2009) van Michael Sorkin:

Washington Square is een drukbezocht park. Dat is niet zo gek, want Lower Manhattan is niet gezegend met veel groen, per inwoner zelfs minder dan de helft van Queens, de Bronx en Booklyn en een achtste van Staten Island. Gek wordt Sorkin dan ook van het feit dat het park regelmatig wordt afgesloten vanwege filmopnamen. En gefilmd wordt er! Vergunningen worden moeiteloos verstrekt omdat de filmindustrie goed zou zijn voor de economie van de stad. Tijdens de opnamen van ‘I am Legend’ was het park zelfs het toneel van aanvallen van zombies op het huis van hoofdpersoon Smith dat grensde aan het park. De opnamen namen weken in beslag. Zeker, het was een attractie. "People came from all over town to photograph zombie bodies hanging from trees and the phalanx of burnt-out cars surrounding the park." Maar in een stad die amper 9/11 en AIDS-aanvallen achter de rug heeft, was het een smakeloze vertoning, vond Sorkin. Het ergste was dat het park wekenlang afgesloten was.

Hetgeen Sorkin brengt op het onderwerp van de publieke ruimte: hoe publiek is publiek? En wie gaat daarover? Het voorbeeld van de discussie over een kunstwerk van Richard Serra elders in Lower Manhattan, genaamd ‘Tilted Arc’, midden jaren ’80, doet hem concluderen dat discussies over de openbare ruimte in New York zelden gaan over het gebruik van die ruimte, laat staan over de kwaliteit van de stedenbouw, maar zich meestal beperken tot het enge domein van persoonlijke smaakvoorkeuren. Dat de Serra uiteindelijk verwijderd werd kan Sorkin wel begrijpen – "public space must be judged by the way in which it advances the idea of public use by a public that is increasingly multiple" -, maar het afsluiten van Washington Square pertinent niet.

In deze context plaatst hij de verhitte discussies over de herinrichting van het park. Dat er iets moet gebeuren begrijpt hij wel. Maar wat er de afgelopen jaren feitelijk is gebeurd bevalt hem absoluut niet. Hij plaatst de geneurtenissen in een historische context. Dan wordt duidelijk dat Wahington Square permanent is heringericht en dat er voortdurend heftige discussies over dit kleine stukje groen in de Village zijn gevoerd, bijvoorbeeld over het doortrekken van een weg dwars door het park, over het plaatsen van hekwerk rond het park, over het weghalen van de fontein. En op dit moment? "For some years now, the park has been surrounded by police video cameras and the well-established panoptic regime is certain to remain, empowered by its demonstrable success in curbing drug traffic as well as by the general post 9/11 willingness of citizens to be everywhere surveilled."

Het brengt hem tot de overpeinzing dat uitzonderingen op de regel, zoals Washington Square, de stad pas maken tot wat hij is. In hoeverre laat de stedelijke overheid uitzonderingen op haar strenge regels toe? In dat licht plaatst hij het huidige laissez-faire beleid van Michael Bloomberg cs. dat ogenschijnlijk variatie toelaat, maar het tegendeel doet. Ze brengt volgens Sorkin slechts uniformiteit van de meest banale soort: nòg meer wolkenkrabbers.

Tagged with:
 

Meer dan wonen alleen

On 22 oktober 2009, in politiek, by Zef Hemel

Gehoord in de Tolhuistuin op 20 oktober 2009:

Volgens Reimar von Meding, architect bij KOW architecten te Rotterdam, moet Amsterdam de ‘woonculturele hoofdstad van Europa’ worden en Hetty Willemse, raadslid voor de PvdA, beschreef hoe haar familie van de Jordaan naar Niew-West verhuisde, daarmee de Amsterdamse wooncultuur van de twintigste eeuw schilderend. Haar voordracht, getiteld ‘Wie is de Wibaut van de 21ste eeuw?’, refereerde aan de nieuwe woonopgave in Amsterdam, met aandacht voor architectuur en welstand. Woenen dus. Jeroen Slot, het gezicht van de dienst Onderzoek en Statistiek, schetste het dubbele gezicht van Amsterdam in de afgelopen tien jaar: aan de ene kant "een milde vorm van gentrificatie", aan de andere kant zittende Amsterdammers die moeite hebben om mee te komen. Je kon dat vooral aflezen aan de kinderen in de leeftijdscategorie tussen 1 en 18 jaar; alle problemen kwam je daar tegen. Het was, kortom, vooral weer het wonen dat de PvdA centraal stelde in haar eigen toekomstavond in de Vrijstaat Amsterdam. Wonen, al zei iedereen dat het de partij "om de mensen ging."

Leon Deben echter, gewaardeerd stadssocioloog, bepleitte aandacht voor de openbare ruimte. Hij hoopte dat de rode loper tussen Centraal Station en de RAI een echte lommerrijke flaneerboulevard zou worden, net zoals de Parijse boulevards eind negentiende eeuw in de eerste plaats voor de stedelijke flaneur waren ingericht. In de zaal rees protest. Waarom weer naar Zuid? Waarom niet naar West? En een culturele ondernemer wees op de bezoekers die de stad frequenteerden: de stromen toeristen en de expats. Ook die hadden baat bij goed ingerichte openbare ruimte en gastvrijheid. Niet alleen de bewoners dus moesten bij de PvdA in de gunst vallen. De stad was ook van de bezoekers.

De curator haakte er na de pauze op in. Waarom niet vooral aandacht voor de stedelijke voorzieningen? Voorzieningen voorzien in de behoeften van mensen. En zonder voorzieningen is er geen sprake van stad. Sommige delen van de stad zijn echter nog altijd verstoken van voorzieningen. Om er voorzieningen te krijgen moeten er meer mensen wonen en meer toeristen door de straten gaan. De woonagenda en de openbare ruimte-agenda staan daarmee uiteindelijk ten dienste van de voorzieningen. Alleen zo krijg je een levendige stad.

Het werd beaamd. Godelieve van Heteren, moderator van de avond en schrijver van het partijprogramma, kon het zo noteren. Milde gentrificatie, openbare ruimte, bezoekersstromen, voorzieningen èn een unieke wooncultuur, daarop zou de PvdA zich moeten profileren bij de komende verkiezingen. Van Meding sloot af met een schitterende one-liner: ‘wij willen de Vrijstaat Nu!’

Tagged with: