Uit de as herrezen

On 9 oktober 2017, in geschiedenis, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Träume in Trümmern’ (1993) van Werner Durth, Niels Gutschow:

Afbeeldingsresultaat voor träume in trümmern werner durth

In een hotel in Hannover vertelde Noud de Vreeze over zijn binnenkort te verschijnen boek dat handelt over de Duitse steden kort voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het was daags na de Duitse verkiezingen waarover in de kranten nog eens was gereleveerd dat de geallieerde bezetters na de oorlog aan verliezer Duitsland een federatief, dus gedecentraliseerd, politiek stelsel hadden opgelegd, dit om te voorkomen dat enige totalitaire gedachte bij onze oosterburen ooit weer een kans zou krijgen. De Vreeze trok de maatregel door naar de door de geallieerden in het naoorlogse Duitsland geïntroduceerde grondpolitiek. Grondbezit werd door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië heilig verklaard, onteigenen buitengewoon lastig. Zo kon geen overheid de macht nog aan zich trekken om nieuwe grote ondernemingen te beginnen. Dit verklaart waarom de gebombardeerde en afgebrande Duitse steden na de oorlog kavel na kavel, blok na blok, weer werden opgebouwd. Ideeën zoals in Rotterdam om op basis van een Duitse onteigeningswet de hele binnenstad maar af te breken en een radicaal nieuw ontwerp te introduceren maakten in de Duitse steden geen schijn van kans. De stedenbouwer van Hannover, Hillebrecht, kon niet anders doen dan met de individuele grondeigenaren oeverloos praten. Machteloos moest hij toezien hoe burgers hun eigen plan trokken. Het naoorlogse Hannover werd daardoor een prettige, kleinschalige metropool.

Grootschalige plannen ontbraken bij onze oosterburen in de naoorlogse jaren, zo lees ik ook in ´Träume in Trümmern’ (1993) van Werner Durth en Niels Gutschow, de korrelgrootte van de stedelijke ontwikkelingen bleef klein, waardoor een krachtige ontwikkeling van onderop werd gestimuleerd. De Vreeze noemde de grote hoeveelheid prijsvragen, burgerinitiatieven en tentoonstellingen die in de periode van de wederopbouw in de Duitse steden werden georganiseerd; burgers domineerden de toekomstgesprekken. Men kan gerust stellen dat juist de door de Amerikanen afgedwongen grondpolitiek de Duitse steden snel en succesvol heeft doen herrijzen. En dat terwijl het de wens van de Amerikanen was om met de door haar genomen maatregelen van het industriële Duitsland weer een agrarische natie te maken – het plan Morgenthau –, waarbij dorpsachtige ontwikkelingen werden bevoordeeld en Duitsers hun afgebrande grote steden de rug zouden toekeren. Het gebeurde niet. “Schon früh kann in der amerikanischen Zone der Wiederaufbau in fast unreglementierter Eigeninitiative der Bewohner, der Haus und Grundeigentumer nach dem liberalistischen Motto Laissez faire, laissez allez begonnen werden, wodurch rasch tatsachen geschaffen werden.” De Duitse planning-van-onderop heeft tot het naoorlogse  economische wonder geleid, alles dankzij de steden en hun gefragmenteerde grondpolitiek.

Tagged with:
 

Ant City

On 4 oktober 2017, in kunst, by Zef Hemel

Gelezen in Public Private van najaar 2015:

Afbeeldingsresultaat voor mierenstad rotterdam

 

Vorige week een lezing gehouden op de Design Academy Eindhoven. Daar kreeg ik bij toeval een nummer in handen van Public Private, een publicatie van een van de acht ontwerpafdelingen. Het nummer uit najaar 2015 ging over ‘Urban Rituals’. Bij een van de bijdragen bleef mijn oog steken. Kennelijk is het me ontgaan, maar in juli 2015 was in Rotterdam gedurende enige maanden de ‘Mierenstad’ te zien geweest. Mierenstad was een werk van Lucas Zoutendijk en Eveline Visser, twee jonge ontwerpers van de Design Academy uit Eindhoven. Hun stad betrof een grote kaart van Rotterdam, opgebouwd uit piepschuimplaten waaruit de straten met een computer waren gestanst en vervolgens met zand en leem waren opgevuld, alles ingeklemd tussen twee glasplaten. In de kaart liepen 1300 Spaanse mieren vrij rond. Ze voedden zich met luchtgaten en capsules met suikerwater in de randen. Omdat er geen koningin was, is de kolonie op een gegeven moment uitgestorven. Maar uit de berichten begrijp ik dat in de tijd dat de mieren te zien waren geweest, ze enorm veel bekijks hebben getrokken. Langzaam aten ze delen van de kaart op of verlegden ze routes. Hoe de eindsituatie er moet hebben uitgezien kan ik slechts gissen.

In een uitzending van Vroege Vogels vertelde Zoutendijk – dat was nog tijdens de expositie – dat hij vooral tevreden was geweest met hoe de installatie had gefunctioneerd als communicatiemiddel, minder wat de mieren nou precies hadden aangericht. De kaart was geplaatst geweest in het Office for Metropolitan Information in het Rotterdamse stadscentrum. Daar had hij onmiddellijk de aandacht getrokken van bezoekers; veel bezoekers waren daarop spontaan gesprekken begonnen over de stad, haar toekomst, haar ambities en haar plannen. Doordat de mieren chaos creëerden in de stadsplattegrond en als het ware spot dreven met bestuurders en planologen, moeten de mensen het gevoel hebben gehad dat ze eindelijk vrijuit over hun stad konden spreken en dromen. Humor en informaliteit hielpen de geesten los te maken. Ik had die gesprekken met mijn studenten graag willen opnemen om ze vervolgens grondig te analyseren. Het had mij niet verbaasd als daaruit heel veel verstandige dingen waren gekomen. Iets als collectieve intelligentie. Opnieuw was aangetoond geweest dat kunst heel goed kan bemiddelen in processen van stedelijke planning.

Tagged with:
 

Bonuscultuur

On 18 juli 2017, in stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in De Architect van 2 mei 2016:

 

In NRC Handelsblad las ik dat de bonuscultuur in het bedrijfsleven terug is. Alsof er geen financiële crisis is geweest. Het deed me denken aan de gebiedsontwikkeling van de Bijlmerbajes. Afgelopen week heb ik daar het Atelier Gebiedsontwikkeling afgesloten. Bijna veertig studenten planologie van de UvA werkten vier weken lang in de voormalige Bijlmerbajes aan acht ruimtelijke vraagstukken die spelen in Amsterdam-Oost. Een ervan had betrekking op de toekomst van Lolalik, de tijdelijke broedplaats in de gevangenis die op 1 juni 2016 kwam leeg te staan en die daarna door het Rijksvastgoedbedrijf te koop is gezet. De studenten hadden alle plannen bestudeerd, niet alleen voor het gevangenisterrein, maar ook voor de omgeving. Amstelkwartier wordt een omvangrijk nieuw stadsdeel met woningen in het duurdere segment van de koopmarkt, waar de bajeskavel deel van gaat uitmaken. Vijf consortia zijn in de race voor de ontwikkeling van het gevangenisterrein. Tot 1 juni kregen zij de tijd om hun plannen bij het Rijk in te dienen. Die wil 60 miljoen euro cashen voor de 7,5 hectare. Maximaal 135.000 m2 vloeroppervlak kan worden ontwikkeld. De gemeente eist 1.000 m2 broedplaats terug en een openbare ruimte die aansluit bij de rest van de stad. Het moet een duurzame stadswijk worden. Op 1 september 2017 wordt de winnaar bekendgemaakt.

Voor de studenten was de casus niet gemakkelijk. Alles lijkt hier vooraf dichtgetimmerd. Door de gekozen werkwijze kunnen partijen in het gebied alleen maar afwachten tot de winnaar bekend wordt gemaakt. Terwijl architecten in het grootste geheim masterplannen maken, is er voor burgers geen mogelijkheid om tussentijds te interveniëren. Bovendien wordt realisatie door de besloten prijsvraag en de eisen vooraf extreem duur gemaakt. Ze vroegen zich af waarom zo’n omvangrijke, kostbare en ambitieuze gebiedsontwikkeling uiteindelijk wordt gekoppeld aan slechts één commerciële partij. Zo ontwikkel je toch geen levendig stuk stad? Levendigheid krijg je door de dichtheid op te voeren en vooral door veel verschillende partijen met elk zijn of haar eigen ideeën toe te laten tot de plannenmakerij. Straks met één partij onderhandelen is bovendien vragen om moeilijkheden. Kennelijk hebben gemeente en Rijk van de crisis niets geleerd. Als alternatief ontwikkelden de studenten BajesFest: een reeks van open workshops rond de toekomst van het hele gebied tussen Amstel en Gooiseweg waar alle geïnteresseerde partijen, waaronder Lolalik, hun stem kunnen laten horen. En de gevangenis zelf, die had natuurlijk door de gemeente gekocht en vervolgens in zes of acht stukken uitgegeven moeten worden.

Tagged with:
 

Geen planning

On 1 februari 2017, in duurzaamheid, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo’s Urban Growth, Urban Form and Sustainability’ (2010) van Junichiro Okata en Akito Murayama:

 

Tot 1950 bestonden de uitbreidingen van Tokio, Japan, overwegend uit eengezinswoningen gebouwd in een zeer lage dichtheid, hoofdzakelijk bedoeld voor migranten van het platteland – aankomende middenklasse gezinnen. De woningen hadden vaak geen toilet, bezaten alleen een pomp voor grondwaterwinning. Deze eenvoudige behuizing strekte zich eindeloos uit langs diverse spoorlijnen die zich vanaf 1920 vanuit het stadscentrum ontwikkelden. Het heersende planningsysteem was op dat moment Duits, maar de wil om te handhaven was zwak. De razendsnelle suburbanisatie werd nog aangewakkerd door de grote aardbeving van 1923. Wat ik niet wist, is dat er in de twintigste eeuw ook in Japan plannen waren gesmeed om de groei van de hoofdstad met een groengordel te beteugelen. Het Tokyo Regional Greenbelt Plan dateert van eind jaren ‘30 en werd door aankoop van grond door de gemeente geëffectueerd. Na de Tweede Wereldoorlog verpachtte deze de grond bovendien aan boeren voor rijstteelt. Het plan werd in 1958 naar het voorbeeld van Londen nog aangevuld met voorstellen voor de bouw van nieuwe steden, maar die betroffen visies zonder middelen. Er kwam dus niets van terecht. Tokio groeide gewoon door.

In ‘’Tokyo’s Urban Growth, Urban Form and Sustainability’ speculeren Junichiro Okata en Akito Murayama over wat er zou zijn gebeurd als de Japanse planningsmachine in de twintigste eeuw professioneler was geweest. Hun opzienbarende idee is dat de huidige problemen in Tokio dan veel groter zouden zijn en ook dat Tokio dan niet zou zijn uitgegroeid tot de grootste megastad ter wereld. Waarom? Omdat de vele migranten die in de twintigste eeuw naar Tokio kwamen in dat geval zeker in illegale en informele nederzettingen zouden zijn beland, met minder dan minimale voorzieningen. Juist door de zwakke ruimtelijke planning kon Tokio organisch blijven groeien zonder dat de overheid limieten stelde en voorzagen de spoorwegmaatschappijen niet alleen in een goede ontsluiting en infrastructuur, maar ook in de benodigde basisvoorzieningen rond hun nieuwe stations. Al vanaf 1927 begint men met de aanleg van metro in de stad. Hierdoor is het autogebruik in Tokio slechts 9 procent (1998). Liefst 73 procent van de forensen maakt gebruik van het openbaar vervoer. Dankzij het ontbreken van goede ruimtelijke planning.

Tagged with:
 

Eén grote improvisatie

On 3 augustus 2016, in kunst, regionale planning, by Zef Hemel

Gehoord op 3 juli 2016 in de OBA te Amsterdam:

 _MGL6176

foto: Lex Banning

De feestelijke afsluiting van twaalf weken Volksvlijt die op zondagmiddag 3 juli plaatsvond in de OBA aan het Amsterdamse Oosterdok was werkelijk heel bijzonder. Ruim honderd betrokkenen, waaronder een baby, hadden zich in het theater op de zevende verdieping verzameld zonder vooraf precies te weten wat er die middag zou gebeuren. Die merkwaardige omstandigheid typeerde eigenlijk het hele proces van aanloop en voorbereiding van de tentoonstelling, van opbouw, opening, aankleding en uiteindelijke programmering, een open planproces dat anderhalf jaar in beslag nam en dat officieel begon met een presentatie van het vage idee in Pakhuis de Zwijger in december 2014: er zou een tijdelijk Paleis voor Volksvlijt komen met een tentoonstelling over de toekomstige economie van de metropool Amsterdam. Aanleiding waren de IABR 2016 (The Next Economy) en EU2016 (Urban Agenda). Geld, organisatie en een gebouw waren er echter niet. Hoe de tentoonstelling eruit zou zien, was ook onbepaald; alleen dat er twaalf ‘campussen’ zouden komen, meer niet. Zelfs waar het paleis zou komen en wie er aan zouden meewerken was onduidelijk geweest. Het enige dat vaststond was de openingsdatum van 12 april 2016 en het slotevent op 3 juli 2016. Het was een open uitnodiging om mee te doen en de inhoud mee te helpen bepalen. Zo begon een gezamenlijke improvisatie met steeds meer spelers, die allemaal zonder opdrachtgever en zonder geld of belang uiteindelijk het paleis samen gingen bouwen. Eén grote assemblage.

Wat we die gedenkwaardige zondagmiddag op 3 juli deden was terugblikken. Hoe was het voor ieder van ons geweest om in zo’n onzekere situatie aan zoiets ambitieus te werken? Van een enkeling groeiden we naar een groep, die weer uitgroeide tot een hele gemeenschap. Wat dreef ons? Waarom hielden we het vol? Vrijwel iedereen gaf toe de onzekerheid wel eens moeilijk gevonden te hebben. Je moest elkaar kunnen vertrouwen, de wederzijdse afhankelijkheid was groot, wie gaf hier de leiding, wat werd het eindresultaat? Wie meedeed werkte belangeloos, voor een hoger, gezamenlijk doel. Steeds was er inspiratie die ons voortdreef. En het hele idee was ook heel gaaf. Groot was de beloning toen de tentoonstelling eindelijk opende. En nee, niemand had zo’n resultaat ooit verwacht. Ook de programmering daarna was spontaan, van onderop, verlopen, alles was helemaal open geweest. Ruim 400.000 mensen bezochten de tentoonstelling. De tentoonstelling zelf is met twee maanden verlengd en kan nog tot 1 september 2016 worden bewonderd. Wie Volksvlijt kan bouwen, kan elke onzekerheid aan, die kan heel goed samenwerken, die kan zelfverzekerd een onbekende toekomst binnenstappen, die kan, net als Kees de jongen, werkelijk heel goed dromen. Wat een schitterend experiment! Iemand die hierop wil promoveren? Foto: lex Banning

Tagged with:
 

Tristate City Vintage

On 5 juli 2016, in Geen categorie, by Zef Hemel

Read on Tristatecity.com:

Imagine: ‘The Battle of the Cities’. The Dutch employers organisation VNO-NCW and the real estate developer CBRE think there is a battle going on in this world. They wanna be winners. Mr. Peter Savelberg, a Dutch consultant, proposes a city of 30 million inhabitants. VNO NCW and CBRE decided to sponsor him. His TristateCity covers the whole of the Netherlands, the Rhine-Ruhr Area and Belgium. He even made a map of his transnational conurbation, its size even bigger than Jean Gottmann’s Megalopolis of 1962. Mr. Savelberg, who is a professional in real estate and marketing, thinks it’s gonna be the most powerful urban power center of the world. Yes, we’re going to beat the Chinese! We need transport corridors that are connecting all three rings of rather small-size cities. The so-called Randstad is just the inner ring. A second ring connects Middelburg, Goes, Tilburg, Breda, Eindhoven, Zwolle, Leeuwarden; a third ring binds Ostende, Ghent, Brussels, Maastricht, Aachen, Cologne, Duisburg, Enschede, Groningen together – this last ring is even wider than the outer ring of Greater-Beijing or the MKAD of Greater-Moscow. The outer ring is shrinking, the future of the middle ring is fishy, even parts of the Randstad are suffering a Rust Belt condition. Mr. Savelberg’s scheme reminded me of a diagram and an old idea: in 1898 the British inventor Ebenezer Howard thought a diagram like this would make sense. He was wrong. The Soviets tried. It only generated congestion.

The problem with Mr. Savelberg’s TristateCity is its scale too, of course. It’s simply too grand, too megalomanic, too much out of control, lacking any decent governance. The whole idea is also not liveable and sustainable, and worse, what it lacks are agglomeration economies. You remember the corridors-discussion of the nineties? See the result. The future Mr. Savelberg and his powerful sponsors seem to propose looks almost like Soviet or Fascist style planning of the twentieth century. On the website of Tristate City, the organisations that support Mr. Savelberg refer to the Pearl River Delta, a conurbation of 60 million inhabitants. So that is their adversary. Are they aware of the fact that Chinese planning schemes on this huge scale have a communist background? I doubt it. And do they see the difference between Pearl River delta and the Tristate City?: one is full of peasant-immigrants and growing very fast, while the other is ageing and shrinking. Mr. Hans de Boer, president of the Dutch employers organisation, thinks it is just a great way to present the Netherlands to the world. Is it? I think it is ingenious. As a planner I even feel embarrassed. No, we should be very worried. 

Mr. Savelberg commented:

“Jammer dat u niet even contact heeft opgenomen/zich echt ordentelijk heeft verdiept in ons MARKETING-model; het gaat hier natuurlijk geenszins om een ruimtelijk ontwikkel model; laat staan om een ruimtelijke ambitie.

Op dit moment wonen er al lang 30 miljoen mensen in dit gebied en dat zal ook niet hard groeien. Ook nemen wij de Pearl River Delta absoluut NIET als voorbeeld voor onze Lage Landen. In tegendeel, wij stipuleren juist dat ons organisch gegroeide model van netwerk van kleine steden op vele fronten als voorbeeld kan dienen voor alles wat er nu mis gaat bij de onbeheerste urbanisatie in o.a. China.

Wel geven wij een antwoord op de huidige inefficiente en gefragmenteerde citymarketing van vele kleine steden en hun bestuurders. Dat wordt overigens door velen op prijs gesteld (ook in de academische wereld).”

Tagged with:
 

Beyond Big Plans

On 15 april 2016, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Read in ‘Beyond Seun-Sangga (2015):

Last Thursday Hyeri Park, an urban planner from South-Korea who’s living in the Netherlands, gave a great lecture at the University of Amsterdam on ‘Seoul Mutations. Another Story after Fast Urban Growth in Asia’. Mrs. Park told the students about the ‘Miracle on the Han river’, which took place in the sixties and seventies, and also she focused on what happened afterwards. In only fourty years, the South-Korean capital grew from 1 million to 1o million; the metropolitan region nowadays counts almost 25 million inhabitants – half the population of the Korean peninsula. In 1997 came the crisis, and another economic crisis followed  in 2007. She pointed at how poverty since then is growing, and how the rich are getting richer. She introduced the policy of New Town Development of 2008, when the government tried to intervene and turn poor neighborhoods in the cities’ north into more prosperous districs. This new policy failed: big plans did not work out. The property owners, backed by construction corporations, were actually in control. Corruption is rampant. So the question is, how can a city like Seoul develop itself in a more balanced and sustainable way?

In ‘Repositioning of the City Regions: Korea after the crisis’, Mr. Won Bae Kim wrote that the competitiveness of a city region depends on a whole series of factors, including its process of governance, the social and economic infrastructure, the quality of its human capital, the quality of its natural environment, and the capability of its local institutions. The key factor in affecting the rise and fall of local economies like the one in Seoul lies in local adaptability. Mr. Kim thought a radical departure from the centralized model of governance of the past in Seoul is needed. Alternative forms of governance are to be developed. That was in 2001. This week, Mrs. Park gave great examples of horizontal strategies in Seoul, some of them based on a conference she and Mrs. Vitnarea Kang organized last year in Seoul City Hall, called ‘Beyond Big Plans’. The new approach of the Seun Sangga area for instance is promising. You might call it a ‘platformization’ of a poor neighborhood in the inner city, an area where traditional industrial clusters are becoming more productive, while introducing new ones and accommodating dfferent users. This bottom-up strategy, which focuses on cultural heritage, walkability and public engagement, is far more fertile than the traditional neoliberal masterplanning of the starchitects and urban designers. The government needs to involve different stakeholders in the decision-making process and reflect their interests in their future plans. Seoul is in the process of adopting these kind of open strategies. Very promising indeed.

Tagged with:
 

Dream your own future

On 5 april 2016, in economie, participatie, by Zef Hemel

To be visited from 12 April till 3 July 2016 in the Public Library Amsterdam:

On Tuesday 12 April 2016, the People’s Industry Palace (Paleis voor Volksvlijt) in the Public Library of Amsterdam will open its doors. Twelve weeks long, citizens, young and old, from different backgrounds, from all neigborhoods and neighboring cities, can visit the exhibition and experience the economic future of the Amsterdam metropolitan region: not as consumers, but as makers of their own future. Moreover, the twelve installations that will be on show in the seven-story public building at the Oosterdok are the result of many workshops over the last year, when hundreds of citizens discussed with twelve artists the future of food, health, industry, media, logistics, entertainment, tourism, ecology, circular economy, smart city, sustainable development, selfsufficiency, in their own city. Based on the people’s ideas, knowledge, and personal experiences, each of the artists then developed his or her own speculative concept on the future for the exhibition. Volksvlijt is a project of collective imagination. Adults becoming children again. ‘Dream your own future’. 

The concept of Volksvlijt more or less is based on the 19th century phenomenon of Christal Palaces, a European movement of optimistic and progressive city exhibitions, which started in London, 1851. These city exhibitions were organized not only for bankers and rentiers to persuade them to invest in industry and urban infrastructure, but also for citizens, inviting them to become entrepreneurs, get educated, start reading, embrace technology, thus fighting hunger and poverty. The result of this powerful social-economic movement was a great new civic institutional infrastructure in our cities of public libraries, public schools, universities, concert halls, housing corporations, etcetera. In his masterpiece ‘Cities in Evolution’ (1915), the Scottish planner Patrick Geddes painted it  as a promising Neotechnic world. So this could happen again. Volksvlijt is an experiment in testing a new kind of open planning in a city like Amsterdam at the beginning of the 21st century by using an old, extensively tested concept. Feel like ‘Alice in Wonderland’, enter the palace, and forget Dostoyevski’s ‘Notes form the Underground’. If we’re not optimistic, we all will fail. Let’s celebrate our cities!

Tagged with:
 

Spatial horror scenario’s

On 25 maart 2016, in toerisme, by Zef Hemel

Experienced by driving on 24 March 2015:

 

Got a phone call of a researcher. She wanted to know my opinion on a campaign Amsterdam Citymarketing is starting to bring tourists to unknown neigborhoods in Amsterdam. They’re aiming at relieving the pressure on the inner city with all its museums, theatres, shops and hotels. People living there are complaining. And yes, tourism is booming business. I told her you don’t have to campaign, because it is already happening spontaneously. Tourists are renting bikes nowadays. Better leave it, because the next problem will be nineteenth century neighborhoods like De Pijp becoming tourist destinations too. With tourists flocking in, all these neighborhoods will lose their creative, gentrified ‘authentic’ character. By campaigning, you will only speed up this process. Moreover, Amsterdam as a total will become even more a tourist destination. Tourists from all over the world will think: it’s such a great city, with so many opportunities in all these neighborhoods, which means they will stay even longer. The result will be that tourism in the inner city will not decrease at all, but will double instead, no triple, will profit from these campaigns anyway. She said she had never thought it that way. I think she was perplexed.

Such an ingenious thinking of those city marketeers. It reminded me of post-war planning in the Netherlands. Planners thought it would be better to distribute housing and business more evenly over the country in order to relieve the pressure on the biggest cities in the Western part of the country (Amsterdam and Rotterdam). The state took the lead and started building new towns and industrial growth poles, favouring peripheral regions, subsidizing culture, companies, infrastructure and municipalities in poor and outlying  provinces. Now let’s see what has come out of it. Drive through this small country and be honest: it has become one big mess, one big traffic jam, congestion everywhere, even in Groningen and Drenthe. And no problem whatsoever has been solved. Policies aiming at dispersing activities always result in the opposite.  In the end they are no less than spatial horror scenario’s. Better concentrate things, better build great cities, focus on great inner cities, add more quality, and enjoy!

Tagged with:
 

Witte plannen

On 7 februari 2016, in cultuur, participatie, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen op scholieren-com van 7 april 2000:

 

In de vorm van ‘witte plannen’ bood het Amsterdamse provo, opgericht op 25 mei 1965, allerlei speelse oplossingen voor grootstedelijke vraagstukken. Het Witte Fietsenplan uit zomer 1965 is de bekendste: om het autoverkeer uit de binnenstad te weren wilden de jongeren 20.000 witgeschilderde openbare fietsen plaatsen, vrij te gebruiken door alle bewoners binnen de Singelgracht. Ook beroemd geworden is het Witte Wijvenplan, dat geboorteregeling en vrije liefde propageerde. Het Witte Lijkenplan omvatte een alternatieve straf voor verkeersovertreders. Dat ging als volgt: zij die een dodelijk ongeluk op hun geweten hadden, dienden het silhouet van het slachtoffer in het asfaltdek uit te houwen en met witte specie te vullen. Bovendien moesten ze de familie een witte begrafenis aanbieden. Met het Witte Schoorstenenplan werd de luchtvervuiling op ludieke wijze bestreden. En met het Witte Woningenplan maakte provo sloopwoningen en leegstaande kantoren geschikt voor bewoning. Een onderdeel daarvan vormde het Witte Vuilnisbakkenplan voor onbehuisden: tot wieg omgebouwde vuilnisbakken voor starters op de woningmarkt. En met het Witte Kippenplan wilde men politieagenten omturnen tot sociaal werkers.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van juni 1966 werden alle Witte Plannen bij elkaar gevoegd in een ludiek programma voor Nieuw Amsterdam. Dat omvatte ook het Witte Kinderenplan (gratis kinderopvang), en het Witte Bedjesplan (ziekenhuisbedden in De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein). Alle ideeën en initiatieven werden ook uitgevoerd en uitgebreid getest, tot aan het loslaten van een witte kip in de Raadhuisstraat tijdens de huwelijksplechtigheid van prinses Beatrix en prins Claus. De autoriteiten konden het allemaal niet waarderen. Er werd door de politie hard opgetreden, ook de rechters waren niet mals. Provo Rob Stolk belandde zelfs in de gevangenis. Een verzoek tot gratie bij de koningin werd afgewezen. Op 15 mei 1967 hief provo zichzelf op. Kort daarvoor was in Nieuwe Revue een enquête gepubliceerd waarin 37 procent van het Nederlandse volk de provo’s het liefste wilde opsluiten. Dit alles las ik in een werkstuk geschiedenis van een scholiere van de derde klas VWO. Ze schreef: “Als er nu een zelfde soort beweging zou ontstaan, denk ik, dat we er beter mee om zouden kunnen gaan. De ideeën waren namelijk best haalbaar en de overheid zou het voor 100 procent moeten steunen.” Zou het echt? Denkt ze dat werkelijk?

Tagged with: