Profiteren van Barcelona

On 5 november 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017:

Afbeeldingsresultaat voor barcelona 1992

Terwijl Catalaanse ministers in de gevangenis zijn gezet en de Catalaanse president Carles Puigdemont hals over kop is gevlucht naar Brussel, herlees ik een krantenbericht van afgelopen zomer. Toen – amper drie maanden geleden nog maar – vierde de Catalaanse hoofdstad Barcelona dat zij vijfentwintig jaar geleden de Olympische Spelen organiseerde. De Spelen van 1992 staan nog altijd te boek als de succesvolste aller tijden. “De Spelen van 1992 hebben de Catalanen met trots vervuld. Die hebben voor een blijvende mentaliteitsverandering gezorgd. Alleen als je in jezelf gelooft dan kun je beste ergens in zijn,” aldus voormalig proftennisser Jordi Arrese in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017. En volgens Puigdemont zelf kon je gerust spreken van een tijdperk vóór en ná die Zomerspelen. “Barcelona liet zien dat de stad zich kon meten met andere wereldsteden. We plukken daar nu nog de vruchten van.” Opvallend is dat er destijds sprake was van een zeer goede samenwerking tussen de centrale regering in Madrid, het regionale bestuur van Catalonië en de stad Barcelona. Door alle betrokkenen werd ingezien dat dit een historisch evenement zou kunnen zijn. Historisch werd het inderdaad. Dankzij het model-Barcelona.

Wat was het model-Barcelona? De investering van 6,5 miljard euro moest blijvende waarde opleveren voor de Catalaanse stad, dat stond bij iedereen voorop. Voor de stedenbouwkundigen was het een ideale mogelijkheid om de krakkemikkige stad grondig te moderniseren. Vliegveld, ringweg en jachthaven werden gekoppeld aan het idee van een wereldstad aan zee. De stinkende rivieren werden schoon gemaakt en langs de kust verscheen een nieuw strand. De oude structuur van dorpen binnen de stad werd versterkt door de sportaccommodaties in vier verschillende delen aan te leggen, waardoor de hele stad opveerde. Industriestad Barcelona werd omgetoverd in een mondaine badplaats aan zee. Spanje heeft enorm meegeprofiteerd van de Catalaanse Spelen. Het land is sindsdien een kampioen in topsport geworden. Maar de uitstraling van de krachtige metropool Barcelona strekte verder: tal van zwakke regio’s binnen Spanje worden op dit moment met Barcelonees geld op de been gehouden. Dus waarom deze politieke crisis? Arrese heeft gelijk. Het door de financiële crisis geplaagde Spanje gelooft niet meer in zichzelf. Ondertussen dreigt het zelfbewuste Barcelona aan zijn eigen succes ten onder te gaan.

Tagged with:
 

300.000 woningen erbij

On 30 oktober 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 13 oktober 2017:

Afbeeldingsresultaat voor krapte op huizenmarkt houdt nog aan nrc

 

Veel woningprijzen zijn gedaald, niet gestegen, aldus NRC Handelsblad van vrijdag 13 oktober 2017. Alleen in Amsterdam en Utrecht stegen de prijzen nog, in Amsterdam zelf ongezond fors. Johan Konijn, hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, zei het zo: “We hebben in de crisis op onze handen gezeten. Terwijl er tot 2025 jaarlijks 80.000 nieuwe huizen nodig zijn, kwamen er de afgelopen jaren tussen de 45.000 en 55.000 woningen bij.” Amsterdam, zal hij bedoelen. Het tekort rond Amsterdam – de noordelijke Randstad – is na de bouwstop van het vorige college van B en W van Amsterdam namelijk zelfs zo groot, dan tot in de wijde omgeving van de hoofdstad de prijzen nu dramatisch stijgen; tot aan Den Haag is die prijsstijging voelbaar. Ook Eindhoven en Groningen kampen met een tekort, maar daar dalen de prijzen juist in de directe omgeving. In Noord-Drenthe blijven de prijzen stabiel. Niet al te ernstig dus. En tussen Utrecht en Eindhoven treden zelfs prijsdalingen op tot meer dan 10 procent, dus van die zogenoemde as Amsterdam-Utrecht-Eindhoven klopt niet veel. Breda doet het qua woningmarkt trouwens beter dan Eindhoven. Nee, de geografie van de Nederlandse woningmarkt is duidelijk: Amsterdam is oververhit, de rest profiteert mee of kan de krimp niet keren.

Regionalisering van het woonbeleid, aldus NRC Handelsblad, wordt bevorderd door de nieuwe Omgevingswet die gemeenten de ruimte geeft een eigen strategie te bepalen. “Het kabinet lijkt zich ook te realiseren dat de woningmarkt functioneert op verschillende snelheden,” aldus de krant. Is dat zo? Gaat Amsterdam zijn inzet op de koop- en huurwoningmarkt straks verdubbelen zodra die nieuwe wet  door het parlement is geloodst?  En waar gaan al die woningen dan gebouwd worden? Op 28 september 2017 zag ik in Het Parool een kaartje van de Metropoolregio Amsterdam waar nog ruimte zou zijn voor de bouw van 300.000 nieuwe woningen. De grootste locaties bevinden zich achter Nieuw-Vennep en bovenin Almere. Dat levert veel extra autoverkeer op, want openbaar vervoer gaat dit kabinet niet regelen. Toegegeven, alles beter dan woningen bijbouwen achter Amersfoort, Alkmaar en Bodegraven. Daar schiet Amsterdam niets mee op. Ik hoop op de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, die ook ruimtelijke ordening in haar portefeuille heeft, dat zij Amsterdam en buurgemeenten zal bewegen om de woningbouw te verdubbelen, in hogere dichtheden, tegen de metro aan.

Tagged with:
 

Meeprofiteren van Amsterdam

On 18 oktober 2017, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Vertrouwen in de toekomst’ (2017):

Afbeeldingsresultaat voor bruisende binnensteden vno ncw

Jawel, Breda wordt twee keer genoemd in het nieuwe regeerakkoord. En Eindhoven ook. En Den Haag en Rotterdam. Maar Amsterdam niet, kopte Het Parool op 11 oktober. Alleen de Amsterdamse zeehaven wordt even genoemd als mogelijke locatie voor de opslag van koolstofdioxide. En Schiphol natuurlijk weer uitgebreid. Maar het Ministerie van Binnenlandse zaken mag zijn City Deals continueren, dat dan weer wel. Ook Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, vond het jammer dat zijn lobby voor ‘Bruisende binnensteden’ de tekst van het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ niet had gehaald. De Boer sprak afgelopen week tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Raad van Advies van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing in Den Haag. ‘Bruisende binnensteden’ maakt deel uit van het door de werkgevers opgezette NL Next Level programma. Met NL Next Level willen de werkgevers de 200 x 300 kilometer die Nederland telt ‘nog een beetje beter’ maken. ‘Bruisende binnensteden’ was binnen het programma bedoeld om de middelgrote steden in Nederland te laten meeprofiteren van het enorme succes van Amsterdam. In Amsterdam, zei De Boer, “loopt het de mensen over de voeten.” Maar elders staan veel winkel- en kantoorpanden leeg. Veel investeringen heb je niet nodig om die veertig tot vijftig middelgrote steden ook wat dynamiek te gunnen.

Nee, de trekkracht zit bij de steden zelf. Zij moeten het doen. Een aantal steden was goed bezig en “Amsterdam doet het bijna te goed”. De Boer vond echter dat de meeste steden teveel met zichzelf bezig zijn. Hun marktpropositie is niet onderscheidend genoeg. Er zijn voldoende initiatieven, maar ze zijn allemaal lokaal georiënteerd. Hij pleitte voor meer regie door het Rijk. Als voorbeeld noemde hij de Holland City campagne van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. Zo’n Van Gogh-route door Nederland vond hij buitengewoon geinig en innovatief. “Als we dat met elkaar een beetje swingend doen, dan kan iedereen een graantje meepikken,” vond hij. Zo’n gezamenlijke aanpak noemde hij zelfs ‘typisch Gouden Eeuw’. Nee, veel geld was daarvoor echt niet nodig. Maar hij begreep de coalitie wel: financieel wilden deze vier partijen ‘geen rare fratsen’ en dus is het investeringsvolume beperkt. Gelukkig komt er een NL Invest. Die gaat vanaf volgend jaar in projecten met een gunstige business case investeren. Als voorbeeld noemde De Boer een energie-eiland bij de Doggersbank. Alleen die BTW-verhoging van 6 naar 9 procent, die vond hij ook niet handig. Daar had de nieuwe regering toch tenminste ‘Bruisende binnensteden’ tegenover moeten zetten. Het is echter niet gebeurd. Gefascineerd zat ik te luisteren. Niet eerder hoorde ik zo duidelijk uitleggen wat de insteek wordt van het komende kabinet.

Tagged with:
 

Stedelijke crisis?

On 30 augustus 2017, in economie, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 21 april 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the new urban crisis richard

Weinigen zal het zijn ontgaan dat de Amerikaanse stedenonderzoeker Richard Florida met een nieuw boek op de markt is verschenen. In ‘The New Urban Crisis’ laat hij ons weten dat de huidige situatie in de Amerikaanse steden ernstig is en dat zijn hoopvol gestemde voorspellingen uit 2002, toen hij zijn ‘The Rise of the Creative Class’ publiceerde, niet zijn uitgekomen. Integendeel. Er is sprake van niet minder dan een crisis. De rijken hebben bezit genomen van de steden en wie in de buitenwijken woont blijkt flink verarmd. Veel sceptici wrijven zich nu in hun handen. Die hype van destijds hebben ze nooit vertrouwd. Florida was in hun ogen een verderfelijke neoliberaal die sprookjes vertelde over grote succesvolle ‘creatieve steden’. Dus las ik met meer dan gewone belangstelling een gesprek op Citylab, opgetekend door Richard Florida zelf, waarin deze van gedachten wisselt met de Amerikaanse econoom Edward Glaeser over de toestand in de Amerikaanse steden. Is er werkelijk sprake van een crisis? Hebben Florida en anderen zich vergist? In ‘Two Takes on the Fate of Future Cities’ staat de groeiende ongelijkheid tussen Amerikanen in en buiten de grote steden centraal. Eerst spreekt Florida, daarna Glaeser. De schaduw van de figuur van Donald Trump hangt dreigend boven hun gesprek.

Glaeser, auteur van ‘Triumph of the City’ (2011), weigert om met Florida boete te doen. Hij geeft toe dat er sprake is van een crisis, maar het betreft volgens hem geen stedelijke crisis, eerder een politieke en economische. Wel is hij geschrokken van de woede van de Amerikaanse middenklasse. De werkloosheid onder mannen tussen 25 en 54 jaar is dan ook groot. In Kentucky bijvoorbeeld zijn drie op de tien mannen werkloos. En het wordt niet beter. Toch denkt hij dat juist steden voor dit ernstige probleem een oplossing kunnen bieden. Meer investeren in het platteland of in kleinere steden helpt niet, dat is weggegooid geld. Vervolgens wijst hij op de grote verschillen tussen steden, tussen een Scranton en een New York. Willen we meer welvaart, dan zullen we New York als voorbeeld moeten nemen, niet Scranton. Wel baren de snel stijgende grond- en vastgoedprijzen in de eerste hem zorgen. Zijn conclusie blijft onverminderd dat de dichtheid er fors moet worden verhoogd. Van goedkope woningen bouwen met veel subsidie in hele dure steden is hij geen voorstander. Eerder denkt hij aan belastingvoordelen. Verder moet ongelijkheid bestreden met beter onderwijs, niet met beton en stenen. Terwijl Florida een slag van 180 graden maakt, blijft Glaeser gewoon vasthouden aan zijn uitgangspunten. Lees ‘Triumph of the City’. Daar word je nog steeds wijzer van.

Tagged with:
 

Some Orange in a Dark Blue Sea

On 17 maart 2017, in politiek, by Zef Hemel

Read on Twitter, by @JossedeVoogd:

Last week, there were national elections for Dutch parliament. The social-democrats of Mr. Asscher got a fatal blow, the liberal-conservative party of Prime-Minister Rutte stayed the biggest, the Green party of the young Mr. Klaver was rather successful, but the leftist parties in general continued to shrink, while Dutch populism is on the rise. Mr. Wilders’s PVV became the second biggest party, so you might conclude that he is the real winner. And Mr. Rutte’s party, the VVD, which showed a nasty populist face in the campaign, became a lot weaker and lost more than twenty percent of its votes. After the murder on Rotterdam-based Mr. Pim Fortuyn in 2002, the Low Countries have changed in a most dramatic way. Even the PvdA of Mr. Asscher became ‘patriotic’. Some were hoping for a young Trudeau in the Netherlands. Their hope evaporated. This country got a near-Trump victory. Geographer Josse de Voogd produced a great map that shows the new Dutch political landscape in a most horrible way, as if most of the Netherlands got flooded.

In the political geography of the Netherlands, more and more Amsterdam is becoming an orange, leftist island in a deep blue sea of nationalism and ultra-right wing conservatism. The Green party of Mr. Klaver, which has its base in the capital city, was able to attract more than a million mainly young voters and was the only party that really could mobilize people by organizing mass-meetings in Amsterdam Southeast. The liberal party of Mr. Pechtold – D66 is also an Amsterdam invention – followed. But look at the other big cities, Rotterdam and The Hague, and see how its inhabitants voted: the populist party became almost the biggest; for Mr. Rutte, Rotterdam was a narrow escape. While Amsterdam voted left-liberal, Rotterdam and The Hague were dominated by the right wing-populist parties. The Rust Belt in the Netherlands seems to be growing fast, due to decades of planned suburbanization, because Zeeland, Limburg, Groningen and Drenthe all are following the Rotterdam voting now. Amsterdam and Utrecht are the exception. This fuels the aggression in the rest of the Netherlands. They think Amsterdam is arrogant, a ‘bubble’. It is not. Amsterdam is a Global City. It is the rest of the country that is having an ever bigger problem.

Tagged with:
 

Celebration for Trump

On 10 februari 2017, in politiek, stedenbouw, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 24 december 2016:

 Afbeeldingsresultaat voor celebration florida

Bij de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen stemden de 10.000 inwoners van Celebration, Florida, in grote meerderheid op Donald Trump. Dat was, zacht gezegd, opmerkelijk. Celebration, onder de rook van Orlando, werd immers nog maar twintig jaar geleden ontwikkeld door het Disney concern als het menselijke antwoord op de slaapverwekkend en energievretende suburbs van Florida. De nieuwe stad, gegrondvest op de principes van New Urbanism, zou helemaal toekomstgericht zijn, met alle comfort en glasvezelkavels tot in ieder huis, maar zou tegelijk ouderwetse zekerheden bieden van groetende mensen op straat, een hond voor de deur, een veilig huis met een veranda, smalle straatjes, een binnenstad vol kleine winkels en een openbare school met kwaliteitsonderwijs, alles op loopafstand, kortom, een nieuwe traditionele hechte Amerikaanse gemeenschap in het hart van suburbaan Florida. Van die ambitie is niet veel van terecht gekomen. Het winkelcentrum staat deels leeg, de school is mislukt, de glasvezel is er nooit gekomen. Dat verklaart het boze stemgedrag.

In het kerstnummer van The Economist las ik over wat er is gebeurd met de openbare school van Celebration. Die werd ontwikkeld door onderwijsexperts van Harvard en John Hopkins University. Ze beloofden niet minder dan een revolutie in het openbaar onderwijs. Voor Amerikanen is schoolkeuze ongelooflijk belangrijk en de toegang afhankelijk van de postcode, dus wat Disney aan schoolvernieuwing beloofde trok vanaf het begin vele kopers van woningen in Celebration over de streep. De onderwijsexperts ontwikkelden een curriculum zonder examens, de klassen zouden worden gemengd, met kinderen van verschillende leeftijden die elkaar zouden helpen. Het was een mooi programma, maar het liep uit op een groot drama. Leerlingen presteerden slecht, er was geen controle, de ouders voelden zich buitengesloten. Ouders gingen zelfs met elkaar op de vuist. Sommigen verhuisden, anderen stuurden hun kinderen voortaan naar private scholen elders in Orlando. Hun plaats werd ingenomen door arme kinderen uit de omgeving. Rond Celebration ontwikkelden zich ondertussen de shopping malls, in een zee van uitgestrekte suburbs.  Zo moeilijk is dus nieuwe steden bouwen. Ook Disney lukte het niet. Overheden doen het wat dat betreft nog helemaal niet zo slecht.

Tagged with:
 

Wel de melk, niet de koeien

On 5 januari 2017, in economie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 22 oktober 2016:

 

Een Special Report van het Londense zakenblad The Economist ging eind oktober 2016 over het Rusland onder president Poetin. In de kerstvakantie eindelijk tijd gevonden om het te lezen. Wat de Russische economie betreft wordt daarin Innopolis opgevoerd, de nieuwe stad onder de rook van Kazan, 820 kilometer oostelijk van Moskou, goed voor 155.000 inwoners, als illustratie van wat de heer Poetin zoal beweegt. Innopolis is het project van zijn voorganger, president Dmitry Medvedev, en werd op de tekentafel bedacht door Liu Thai Ker, hoofdarchitect van Singapore. De nieuwe stad, inmiddels twee jaar oud, moest net als Skolkovo bij Moskou – een ander project van Medvedev – een ware technopolis worden, een stedelijke hub van creativiteit en innovatie in een snel globaliserende wereld. Medvedev begreep dat Rusland niet achter kon blijven in de technologische ratrace en gebruikte het middel van een Free Economic Zone om in de buurt van Kazan (1 miljoen inwoners), aan de overkant van de rivier de Wolga, hoogwaardige grootstedelijke condities te scheppen die nodig zijn om talent aan zich te binden. Dat talent komt er nu echter niet. Zijn opvolger, Mr. Poetin, wil wel de melk, maar niet de koeien, aldus The Economist. Anders gezegd, het klimaat voor ondernemerschap is door de regering Poetin nooit gerealiseerd. Integendeel. Er staan alleen maar gebouwen.

In het algemeen vaart president Poetin een heel andere koers dan zijn voorganger. Hij probeert economische groei te bevorderen door geld te steken in het militair-industrieel complex en in grootschalige infrastructuur. Dat is een klassiek recept van natiestaten waarover The Economist het volgende schrijft: “the cost of these projects could outweight their benefits. And in the absence of a thriving private sector, those new roads and bridges may not do much.” Jane Jacobs noemde dat ‘transactions of decline’. De onstuimige groei van Moskou, Kazan en Sint Petersburg is voorbij. Zij hebben het nakijken. De nieuwe middenklasse die met die grootstedelijke groei de afgelopen decennia werd gevormd, heeft, met andere woorden, geen plek meer in het huidige autoritaire model van het Kremlin, dat overwegend gericht is op overheidsmiddelen steken in zinloze overheidsprojecten. Het regime van president Poetin is anti-stedelijk. Vanaf 2014 regeert weer de provincie. Het is een recept voor achteruitgang en verlies. Wat er met de plannen voor Innopolis gaat gebeuren is nu niet duidelijk. Het is wachten op betere tijden.

Tagged with:
 

Ruimte genoeg

On 5 december 2016, in economie, infrastructuur, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 28 november 2016:

 

Was het een grap? Vorige week maandag kopte Het Parool: “Minister Schultz: ‘Heel veel ruimte voor meer asfalt’.” De Minister van Infrastructuur, Melanie Schultz van Haegen (VVD) werd door de Amsterdamse krant aan de tand gevoeld over de files. Ze groeien weer, en hoe. Vooral rond de hoofdstad is de situatie hopeloos. En wat zegt de minister? “De wegen zijn op onze landkaarten breed ingetekend. Maar maak eens een helikoptervlucht en je zult zien dat er nog heel veel ruimte is voor meer asfalt.” Maar, vraagt de journalist, bent u niet bezig met een onmogelijke missie? De minister: “Ga eens naar een grote stad in een ander land: Iran, China of Indonesië. Nergens verloopt het verkeer zo soepel als hier. We kunnen files oplossen, juist omdat we geen enorme metropolen hebben en relatief veel, goed onderhouden wegen.” Laat het tot u doordringen: in plaats van een metropool te bouwen kiest deze minister van Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening voor meer asfalt tussen de steden. Volgens haar is er ruimte genoeg. Ruimte genoeg voor wegen, niet voor grotere steden. Natuurlijk is het verkiezingsretoriek, dat begrijp ik ook wel. Het zou grappig zijn geweest als het niet ernstig was. Om de files de baas te worden en beter openbaar vervoer te krijgen moeten we juist een metropool bouwen. Maar dat is kennelijk niet de agenda van Den Haag zo vlak voor de verkiezingen en na ‘Het jaar van de ruimte’.

De provocatie van de minister kan ook anders gelezen worden. De recente verkiezingen in de Verenigde Staten analyserend beseffen politici overal ter wereld dat hun kiezers meer infrastructuur willen. Donald Trump werd ermee gekozen. Trump kopieerde Xi Jinping. Diens ‘Chinese droom’ omvat, naast honderd nieuwe vliegvelden en nog meer hogesnelheidstreinen, de bouw van een Nieuwe Zijderoute naar Europa en Afrika. Poetin wil hetzelfde in Rusland. Erdogan in Turkije belooft grote binnenlandse infrastructurele werken om de stukgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Theresa May wil overhaast een knoop doorhakken en een derde landingsbaan op Heathrow aanleggen. Het Chinese model van het staatskapitalisme met zijn nadruk op mega-infrastructuur is bezig aan een snelle opmars in de wereld. Met het succes van Trump in het achterhoofd lijkt de vertrekkende Nederlandse minister van Infrastructuur nu ook mee te willen blazen in het koor van sterke wereldleiders. Nog meer asfalt belooft ze om de financiële crisis het hoofd te bieden. Welkom in de grote depressie van de jaren dertig. Sterke staten beloofden ons toen veel banen door nieuwe infrastructuur aan te leggen en het hele land te ontsluiten. Om dat allemaal te betalen molken ze de steden uit. We kwamen terecht in een wereldoorlog. Teveel infrastructuur werkt niet. Je moet juist grote steden bouwen. Staten begrijpen steden niet.

Tagged with:
 

Macht in Amsterdam

On 23 november 2016, in boeken, Geen categorie, by Zef Hemel

Gehoord op 18 november in het Van Eesterenmuseum te Amsterdam:

Jongens, maak het maar mooi-Max van den Berg

Ter gelegenheid van de presentatie van ‘Jongens, maak het maar mooi’, het boek van voormalige topambtenaar Max van den Berg (1938-2016) over de naoorlogse stadsontwikkeling van Amsterdam, verzamelde zich afgelopen vrijdagmiddag in het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-West een bont gezelschap van gepensioneerde ambtenaren van Stadsontwikkeling en jonge trainees rond drie gesprekstafels. Het grauwe herfstige weer had niemand er niet van weerhouden naar de Burgemeester De Vlugtlaan te komen. De bijeenkomst vond plaats in het kader van het project Learning History van de gemeente Amsterdam, dat tot doel heeft als organisatie te leren van het verleden. Aan elke tafel werd een kort verhaal verteld over de naoorlogse geschiedenis van Amsterdam en de gemeentelijke organisatie: één over macht, een ander over leiderschap en een derde over geld. Daarna kon iedereen reageren. Daarbij ging het er niet zozeer om de vraag of het verhaal klopte, maar of mensen het met eigen ervaringen konden verrijken en wat we er van konden leren. Zelf zat ik aan de tafel die ging over macht. Fer van den Boomen, extern organisatieadviseur, vertelde het verhaal dat was samengesteld uit een dertigtal gesprekken met voormalige politici, topambtenaren en stadshistorici rond het vraagstuk van de macht in de Amsterdamse stadsontwikkeling. Het boek van Max zong ondertussen op de achtergrond door m’n hoofd.

Wat me opviel was dat iedereen tijdens het voorlezen geboeid zat te luisteren. Daarna vertelden oudgedienden anekdotes die onderdelen van het verhaal illustreerden. Er werd veel gelachen. Sommige zaken kwamen de anderen bekend voor, andere kwesties leidden juist tot hilariteit en verbazing. Vanuit heel verschillende perspectieven werd nieuw licht op zaken geworpen, in elk historisch feit kwam diepte. Zo nuanceerden enkelen het verhaal dat wethouder Jan Schaefer de dienstdirecteuren tijdens een vergadering op het stadhuis de deur zou hebben gewezen omdat ze met te velen waren geweest – illustratie van hoe deze wethouder de macht van de directeuren wilde breken – door op te merken dat bijna alle directeuren zich bij dit soort vergaderingen lieten vervangen door ondergeschikten en een ander vertelde dat hij door de secretarie die ochtend was gemaand toch vooral te komen opdraven en zelfs oppas thuis had geregeld, waarna de wethouder hem had weggebonjourd. Dus zo werkt macht in Amsterdam. We leerden hoe politieke conflicten vaak in de informele sfeer worden opgelost, dat persoonlijke netwerken belangrijk zijn, dat het stadhuis vaak een storende factor is, dat de ambtelijke diensten elkaars macht bestrijden of met elkaar delen, dat David Goliath heel goed weet te verslaan, dat de afstand tussen de ambtelijke werkvloer en het bestuur doorgaans groot is, dat alles verpolitiekt is, dat ambachtelijke kennis medewerkers soms bescherming bood. Mijn conclusie: macht in Amsterdam is extreem versnipperd, niemand heeft het voor het zeggen, de stad kent zijn eigen dynamiek en het is de kunst met die dynamiek mee te bewegen. En ook: reorganisaties werken niet. Maar het belangrijkste: burgers weten het beter. Waarom? Omdat zij de dynamiek in de stad beter aanvoelen. Zet ze rond de tafel en laat ze hun verhaal vertellen. De oplossingen komen vanzelf.

Tagged with:
 

Toronto populism

On 16 november 2016, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘What Toronto needs now’ (2013) van Richard Florida:

Weet u aan wie Donald Trump me doet denken? Aan Rob Ford, de voormalige burgemeester van Toronto, Canada. In 2010 werd Ford (1969) met een ruime meerderheid verkozen als burgemeester van de grootste stad van Canada. Zijn openbare functie behield hij tot 2014. Daarvoor was hij jarenlang lid geweest van de gemeenteraad van Toronto. Net als Trump was Ford een ondernemer met zeer uitgesproken standpunten. Hij vertegenwoordigde Etobicoke North, een buurtschap in het uiterste westen van Toronto, voor 40 procent bestaande uit laagbouw, voor 35 procent uit hoogbouw, met een arme multi-etnische bevolking. Etobicoke heeft een slechte reputatie vanwege aanslagen en geweld, gepleegd door jongerenbendes. Ford was een populist die de overheid wilde reduceren, hij beloofde zware infrastructuur aan te leggen maar liet de fietspaden in de stad afbreken en keerde zich tegen homoseksualiteit, hij beledigde zijn collega’s, zelf werd hij beschuldigd van racisme. Ford werd ook beschuldigd van huiselijke geweldpleging, drankmisbruik en gebruik van verdovende middelen. In 2014 werd kanker bij hem geconstateerd. In maart 2016 stierf hij. Gedurende zijn ambtstermijn raakte de politiek van Toronto totaal verlamd.

Hoe kon Ford ooit aan de macht komen in het rijke Toronto? Zijn verkiezing dankte hij aan stemmen in de buitenwijken van de Canadese metropool. Greater Toronto Area fungeert feitelijk als één kiesdistrict, dit keer kwam een populist uit de boze buitenwijken in het centrum aan de macht. Met die buitenwijken gaat het al jaren niet goed, de bevolking krimpt er en de jongeren trekken massaal naar het centrum. In 2013 schreef Richard Florida, directeur van het Martin Prosperity Institute: “At a time when we need a denser urban core, more affordable housing, better transit and less reliance on cars—a way of living that clusters people together naturally, allows them to interact more freely and produces the sort of innovation that spurs economic progress—we have a mayor who stokes the urban-suburban divide for political gain, and a deputy mayor, Doug Holyday, who believes that downtown Toronto is no place to raise a family.” Globalisering genereerde een beperkt aantal ‘powerhouse mega-regio’s’ en Toronto moest daar één van zijn, maar met deze zwakke burgemeester kwam daar volgens Florida niets van terecht. Florida was geen voorstander van een neoliberale topdown aanpak van stadsontwikkeling, aangevoerd door het bedrijfsleven, hij zocht juist een brede coalitie die vanuit een lange termijnvisie de hele stedelijke regio kon activeren. Gaan de VS met Trump de komende vier jaar hetzelfde als Toronto beleven?

Tagged with: