Het jaar 2023

On 23 november 2018, in internationaal, politiek, by Zef Hemel

Gezien op het Taksim Plein in Istanbul op 15 november 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Galataport

In 2023 viert Turkije het honderdjarig bestaan van de republiek. Grote projecten staan in de planning, ze moeten allemaal voor de feestelijkheden zijn afgerond. Nog vijf jaar te gaan dus. Tot 2023 wordt er voor een bedrag van 277 miljard euro door de Turkse staat in projecten geïnvesteerd. In Istanbul ging ik afgelopen week op verschillende bouwplaatsen kijken. Op het Taksimplein verrijst niet alleen een grote moskee, maar ook een operahuis op de plaats van het oude cultureel centrum Atatürk, het AKM. Het beroemde plein bereikte ik via Istiklal, de straat waar de protesten in april 2013 begonnen. Eerst was er de sloop van het Emek theater in deze belangrijke culturele straat in Beyoglu dat veel mensen op de been bracht. Hier staat inmiddels een warenhuis. Twee maanden later begon de massale bezetting van het Gezi Park toen duidelijk werd dat daar de voormalige barakken zouden worden herbouwd, nu als shopping mall, als een van de grote projecten van president Erdogan. Dranghekken van de politie benamen het zicht. Beneden langs de oevers van de Gouden Hoorn nam ik de bouwwerkzaamheden van Galataport in ogenschouw. Het was indrukwekkend. Hier wordt voor een bedrag van liefst 1,1 miljard euro een reusachtige cruisterminal gebouwd. Ook daarvoor zijn twee historische gebouwen gesloopt, wat destijds de woede opwekte van de bevolking.

Toch is de AKP van president Erdogan niet de partij van de megaprojecten alleen. De kracht van de AK partij ligt op het lokale niveau. Veel overheidsgeld gaat naar onderwijs, gezondheidszorg en lokaal ondernemerschap, iedereen in Turkije is zich daar van bewust. Zo is het budget van de Turkse gemeenten de afgelopen zestien jaar van 900 miljoen euro gestegen naar een slordige 13 miljard euro. Wel worden de gemeenten en regio’s die in handen zijn van de AKP flink bevoordeeld, want net als in Nederland is Turkije een sterk gecentraliseerd land. Dit verklaart de steun van veel Turken voor de zittende president en zijn partij. Blindstaren op de grote projecten leidt af van de werkelijke politiek. Het is als wanneer een buitenlander de politieke situatie in Nederland zou afmeten aan de megalomane stations van Arnhem, Breda, Rotterdam, Utrecht, Den Haag CS en Amsterdam, de Tweede Maasvlakte, de Leidsche Rijntunnel bij Utrecht, de plannen voor Feijenoord City. Als het om met publiek geld gefinancierde megaprojecten gaat, kan Nederland een aardig deuntje meeblazen. Het grote verschil met Turkije is dat in Nederland al jaren op de gemeenten wordt bezuinigd.

Tagged with:
 

Tekens van stedelijkheid

On 21 oktober 2018, in participatie, wonen, by Zef Hemel

Gesproken in De Nieuwe Liefde te Amsterdam op 18 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor a theory of urbanity zijderveld

Zowel stadshistoricus Tim Verlaan als ik hield afgelopen week de Enneüs Heermalezing in De Nieuwe Liefde te Amsterdam. De lezing, die jaarlijks wordt georganiseerd door woningbouwvereniging De Alliantie te Amsterdam, stond dit jaar in het teken van stedelijke verdichting. Tim zoomde in op de grote stadsprojecten in Amsterdam in de jaren zestig en zeventig: het Caransahotel op het Rembrandtplein en de voorgenomen sloop van het huis van bewaring aan het Leidseplein.  Zijn verhaal eindigde na alle oproer in 1978, op het moment dat Enneüs Heerma wethouder werd in Amsterdam in het college van Jan Schaefer en Michael van der Vlis. Deze nieuwe generatie bestuurders wilde een ander soort stad. Mijn lezing begon in 1995, toen Heerma als staatssecretaris de bruteringsoperatie uitvoerde waarmee de rijksoverheid de woningbouwverenigingen financieel verzelfstandigde. Aan de hand van ‘A Theory of Urbanity’ (1998) van de Rotterdamse socioloog en partij-ideoloog van het CDA Anton Zijderveld beschreef ik de context van die operatie: het terugveroveren van stedelijkheid die was verloren gegaan door de dominantie van de Nederlandse staat in het domein van het wonen. In deze stedelijke revolutie is dichtheid geen doel, maar een middel. Het doel is nieuwe stedelijkheid: stedelijke trots, stedelijke autonomie, burgerschap, vrijheid, zelfbeschikking.

In de loop van de twintigste eeuw had de Nederlandse staat niet alleen de volksgezondheid, de cultuur en het hoger onderwijs, maar ook de volkshuisvesting aan zich getrokken. Tot die tijd waren dit nog bevoegdheden geweest van stedelijke autoriteiten. Centralisatie van de macht en rationalisering leidden tot abstractie. Ministeries en planbureaus gingen nationaal beleid dicteren; de regering in Den Haag besliste, de Haagse technocratie eiste vooral efficiency en doelmatigheid. De ruimtelijke orde werd een zorg die staatsplanners zich gingen toe-eigenen. Vrije stedelingen werden onderdanen. De steden, schreef Zijderveld, hebben ernstig onder deze nivellering geleden. De meeste verloren na de oorlog hun ziel. De arrogantie van de staat had al in 1968 jonge burgers de straat op gejaagd. Deze culturele revolutie had later allerlei vormen van decentralisatie, deregulering en privatisering teweeg gebracht: in de ogen van Zijderveld waren ze onderdeel van een noodzakelijk proces om de steden en hun inwoners weer meer autonomie te geven. In die politieke context, beweerde ik, moet de bruteringsoperatie van Heerma worden begrepen. De rest van mijn lezing ging over wat er daarna is gebeurd. Ik zag tekens van nieuwe stedelijkheid en tegelijk een ‘Den Haag’ dat weigert macht over te dragen. Stadstaatvorming, besloot ik, is de agenda van de toekomst.

Tagged with:
 

Fearless Cities

On 14 september 2018, in participatie, politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Common dreams’ van 3 juni 2017:

Gerelateerde afbeelding

 

Er waait een frisse wind door de wereld. Hij komt uit Barcelona. Barcelona werd, net als de rest van Spanje, door de financiële crisis hard geraakt. Sindsdien is het er onrustig. Toen in de zomer van 2015 de burgerbeweging Barcelona En Comú in de Catalaanse hoofdstad de lokale verkiezingen won, werd er door de nieuwe machthebbers stevig ingegrepen. De vrouwelijke burgemeester Ada Colau, die kort daarvoor nog actievoerder was, leidt een heuse ‘municipalistische beweging’. Sinds haar aantreden investeert Barcelona vanuit het stadhuis substantieel in politieke burgerparticipatie, met een sterk feministische inslag. Het ‘commons-begrip’ speelt daarbij een belangrijke rol: burgers bezetten gebouwen, straten en pleinen en knappen deze gezamenlijk op, geprivatiseerde energie- en andere nutsbedrijven gaan terug in handen van de gemeente, enzovoort. Wat de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom ooit aanduidde als ‘commons’ wordt nu uitdrukkelijk naast publiek en privaat als mogelijkheid geplaatst. ‘Urban commoning’ wil zoveel zeggen als: de schaarse hulpbronnen gezamenlijk beheren in voortdurend open overleg met het doel overexploitatie te voorkomen. In 2017 startte vanuit Barcelona zelfs een internationale beweging die zich ‘Fearless City’ noemt. Ze probeert alle stedelijke burgerrechtenbewegingen te verenigen. Binnenkort houdt ze een conferentie in Brussel, waar sympathisant-steden uit Noord-West Europa de beginselen van de municipalistische beweging zullen onderschrijven. Amsterdam zal ook aanwezig zijn.

Ik las een gids van Barcelona En Comú die een handleiding wil zijn voor andere steden in ‘het terugveroveren van de stad’. Kern is een stappenplan voor het bouwen van een burgerplatform. Zo mag er per stad slechts één platform zijn waar alle groepen samenkomen. Het platform schrijft een manifest dat in een grote open bijeenkomst aan alle burgers wordt gepresenteerd, inclusief een tekst met principes en afspraken. Daarnaast dient een ethische code te worden afgesproken die door alle bestuurders wordt onderschreven. Alle financiële middelen die worden ingebracht dienen helder te worden verantwoord. Vervolgens wordt een politiek programma opgesteld, dat concrete maatregelen bevat. Deze wordt voorbereid door talrijke beleidsgroepen. Voor elke buurt worden bovendien de eisen van bewoners geïnventariseerd. Dan pas kunnen vertegenwoordigers worden aangewezen. “We try to seek a balance between horizontality and effectiveness, while maintaining a firm commitment to internal democracy and gender equality. This commitment implies ensuring that everyone feels comfortable in debate and decision-making spaces, that people can combine their activity in the platform with work and caring responsibilities, and that digital tools do not become a barrier to participation due to age or income.” Het geheel doet sterk denken aan het oude gemeente-socialisme van de legendarische wethouder Floor Wibaut gemengd met een vleugje stadsvernieuwingssocialisme van wethouder Schaefer. Fearless betekent radicaal van onderop. Ook in Amsterdam gaan we het meemaken.

Tagged with:
 

Eén groot Zwitserland

On 25 juli 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Out of the Wreckage’ (2017) van George Monbiot:

Afbeeldingsresultaat voor george monbiot out of the wreckage

De Britse journalist George Monbiot schreef een vlammend pamflet, een driftige oproep, een niet te dik boek dat lekker wegleest maar dat in werkelijkheid grote woede verraadt. In ‘Out of the Wreckage. A New Politics for an Age of Crisis’ wordt niet minder dan het kapitalisme afgeschreven, de aanval ingezet op het neoliberalisme, de mensheid moet stoppen met consumeren, de politiek is dood, we strompelen van de ene crisis naar de andere, individualisme en competitie hebben ons eenzaam gemaakt, we hebben behoefte aan een ander verhaal. Een aanzet daartoe schrijft Monbiot. Het is een verhaal over saamhorigheid. Ik vond het mooi en heb het met aandacht gelezen. Vooral het deel over politiek sprak me aan. Monbiot maakt zich vooral boos over het Britse referendum over Brexit. Als Brits staatsburger voelt hij zich niet minder dan bedrogen. Is dit nou democratie? Waarom stelde de Britse regering zo’n grote vraag aan een volk dat nauwelijks ervaring had met directe democratie? Waarom was er niet in rondes met jury’s gewerkt die op onderdelen het vraagstuk eerst hadden bestudeerd. Waarom onder enorme tijdsdruk de bevolking zo geprest om met ja of nee te antwoorden? Na decennia als idioten te zijn behandeld, moest ze pardoes kiezen tussen status quo en een formidabele breuk. Nee, dan het Zwitserse systeem. De Zwitsers worden door hun regering tenminste als volwassenen behandeld. Zij stemmen zeker tienmaal per jaar.

Volgens Monbiot is de natiestaat failliet. Transnationale organisaties nemen bezit van het speelveld, multinationals dwingen regeringen tot belachelijke belastingvoordelen, natiestaten concurreren elkaar kapot. Laten we ons eens voorstellen dat de staat niet meer bestaat, nodigt Monbiot de lezer uit, hoe erg zou dat zijn? Laten we ons eens een systeem voorstellen waarin de stad met zijn achterland de fundamentele politieke eenheid is. Zo’n stedelijke autoriteit zou veel bevoegdheden kunnen delegeren naar buurten en wijken en dorpen. Ze zou kunnen samenwerken met andere kantons om grote problemen op te lossen, federale forums creëren maar verder onafhankelijk blijven. Wellicht zouden die federale forums bepaalde vraagstukken doordelegeren naar continentale of mondiale platforms, wier opdracht zo precies mogelijk vooraf is bepaald. Dit is hoe werkelijke democratie eruit ziet. Monbiot pleit voor een stelsel van stadstaten, voor één groot Zwitserland. Een onmogelijke droom? De auteur meent stellig van niet. “Organizing self-motivated networks of volunteers, using the wisdom of crowds to refine and enhance new political techniques, we mobilise a force that the power of money can never match: mutual aid, operating on a grand scale.” Hoor ik hier een echo van Benjamin Barber? In de gaten houden die man.

Tagged with:
 

Urban identity in de maak

On 6 juli 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 28 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor caroline de gruyter

Net als in Nederland worden in Zwitserland de grote steden door linkse meerderheden bestuurd. Daarbuiten domineren de lokale en populistische partijen. Caroline de Gruyter schreef er onlangs een interessante column over in NRC Handelsblad. De NRC-correspondente in Wenen wees op buurland Zwitserland. Dat land loopt volgens haar meestal voorop in politieke trends. Het populisme in de randen van de steden is daar op zijn retour. “Was ist los mit der SVP?” Dit is wat er in het recente verleden gebeurde: “Door de groei van de steden worden omliggende dorpen de stedelijke agglomeratie ingetrokken. Gezinnen en bedrijven ontvluchten de stad, die te vies, te krap en te duur wordt, en vestigen zich in die dorpen.” Hierdoor zijn de dorpen snel van karakter veranderd, verdween de authentieke dorpse sfeer en werd er vaak meer Engels dan Zwitserduits gesproken. Volgens De Gruyter beangstigde dit de zittende bewoners. Uit een afkeer van het nieuwe stemden de mensen in de ‘tussensteden’ massaal op de SVP, een van oorsprong diep-conservatieve partij. Het leidde tot extreme campagnes tegen vreemdelingen, tegen moslims en tegen de EU. De SVP werd de grootste politieke partij van Zwitserland.

Maar dat is nu voorbij. De bevolking van de stedelijke agglomeraties verandert ten gunste van stedelingen en de oude zittende bewoners sterven uit. De Gruyter: “Veel nieuwkomers werken in Basel, Zürich, Luzern of Genève, en pendelen. Zij willen goed openbaar vervoer, sociale huisvesting en enig cultureel aanbod, en willen er ook voor betalen.” En daarvoor moeten ze bij linkse politieke partijen zijn. “Kortom, in deze eens rurale gebieden ontstaat een soort urban identity.” En daarom zijn de scenario’s van de populistische en conservatieve partijen aan dit electoraat niet langer besteed. Bij lokale verkiezingen dit voorjaar braken overal in de tussensteden in Zwitserland socialisten, groenen en links-liberalen door. De Gruyter concludeert: “De steden groeien. De tussensteden groeien. Overal in Europa.” Ze hoopte dat de politiek en de media hieruit de juiste lessen zouden trekken. Welke lessen bedoelde ze? Steeds meer mensen willen in grote steden wonen, ze zoeken grootstedelijke voorzieningen en zijn bereid hiervoor te betalen. De angst voor het nieuwe is op zijn retour. Eindelijk.

Tagged with:
 

A Better Life in 2049

On 5 juni 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in China Daily European Weekly van 25-31 mei 2018:

Afbeeldingsresultaat voor a better life xi jinping china

Bron: Youtube

In Barcelona de China Daily gelezen, de European Weekly wel te verstaan. In het hoofdartikel, geschreven door Andrew Moody, komen de belangrijkste Chinakenners in Europa aan het woord. Hen werd gevraagd te reageren op ‘A Better Life’, de rede van secretaris-generaal Xi Jinping van de Chinese communistische partij tijdens het 19e partijcongres in oktober afgelopen jaar. Daarin omarmde de Chinese leider globalisering en bevestigde hij zijn ‘Belt and Road Initiative’ uit 2013. Ook gaf hij aan de Chinese economie te willen verduurzamen, waarbij hij verwees naar de klassieke Chinese literatuur die de schoonheid van het Chinese landschap bezong. Kritiek lees je natuurlijk niet in zo’n Chinese krant, maar boeiend is het wel. Ian Golding van Oxford University bijvoorbeeld antwoordde dat hij de rede niet minder dan ‘een waterscheiding’ voor de wereld vond, en Kerry Brown van King’s College wees op het verbindende karakter van de Chinese aanpak en de stabiliserende intentie ervan. William Hague, oud-staatssecretaris van het Verenigd Koninkrijk, had in de Daily Telegraph geschreven dat China als enige reflecteert over zijn positie in de wereld en ook de enige is met een mondiale strategie. Na Brexit en Trump (‘America First’) is dit in het Westen niet langer het geval.

Velen gaven aan te geloven dat China zijn doelen zeker zal halen: binnen 17 jaar wereldleider op technologisch gebied, einde aan de armoede in 2049 – het jaar wanneer de Chinese Communistische Republiek 100 jaar bestaat -, en een schone economie. Vervolgens komt Martin Jacques aan het woord. Jacques is auteur van ‘When China Rules the World. The End of the Western World and the Birth of a New Global Order’. Over zijn boek heb ik eerder al een blogpost geschreven. Fijntjes wijst hij erop dat men in het Westen nu minder afwijzend staat tegenover het Chinese governance-model en het eigen model zelfs niet langer superieur acht. Het Chinese is kennelijk toch succesvol. Maar waarin schuilt dan die bijzondere kracht? Volgens Jacques heeft de Chinese regering een heldere koers uitgezet richting 2049, een koers waarin zij de hele wereld betrekt. “China has a very long-term approach with goals now right up to the middle of the century.”  Zo’n narratief ontbreekt in het Westen, waar verdeeldheid heerst en waar men gelooft dat het leven in de toekomst slechter zal worden, en dat maakt haar zwak. Nee, dan China. Jacques: “There is a new atmosphere, a certain exuberance, self-confidence and elan that you can see among the Chinese population that you no longer in the West.” Elke planoloog weet dat je zonder gedeeld toekomstbeeld nooit goed zult samenwerken. Wat bij ons ontbreekt is zelfvertrouwen, exuberantie, elan, een langetermijnvisie, een gedeeld perspectief.

Tagged with:
 

Schiphol alleen is niet genoeg

On 30 april 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 15 maart 2018:

Afbeeldingsresultaat voor global city hypothesis

Morgen vlieg ik naar Londen, de stad die nog steeds baalt omdat ze de komst van het hoofdkantoor van Unilever is misgelopen. Zou het werkelijk? ‘Een klap voor de Britten, een opsteker voor Rotterdam’, kopte de Volkskrant op 15 maart 2018. Inmiddels weten we beter. Door de dividendbelasting te verlagen om hoofdkantoren als die van Unilever en Shell in ons land vast te houden, is de Nederlandse regering op dit moment verwikkeld in een vervelend politiek debat met de kamer. Dat nationale debat gaat over memo’s. Mijn probleem is niet zozeer dat Rotterdam een bedrag van 1,4 miljard euro van het kabinet cadeau heeft gekregen zonder dat dit gepaard is gegaan met één extra baan, maar wel dat opnieuw níet is gekozen voor agglomeratiekracht. Hoofdkantoren van internationale bedrijven hou je namelijk niet vast met fiscale maatregelen. Die vestigen zich in wereldsteden. De trek naar zogenoemde ‘Global Cities’ is al decennia gaande en Londen is een mondiale winnaar, ondanks Brexit. Het grote probleem met Nederland is dat het geen wereldstad bezit. Unilever zit in Rotterdam en Koninklijke Shell is gevestigd in Den Haag. Andere Nederlandse hoofdkantoren bevinden zich op de Zuidas in Amsterdam. Alleen wie in de Randstad gelooft ziet hierin een metropolitane opzet. Nederland mist de agglomeratiekracht die nodig is om hoofdkantoren van multinationals goed te kunnen bedienen. Dat is het werkelijke probleem.

In 1986 lanceerde de Amerikaanse planoloog John Friedmann de World City Hypothesis. Hierin stelde hij dat door de economische en financiële globalisering steden steeds belangrijker worden, meer dan natiestaten. In mondiale netwerken gevat oefent nog slechts een tiental steden controle uit over kapitaal- en informatiestromen, deels ook over goederen- en mensenstromen. Binnen deze zogenoemde wereldsteden vormen hooggespecialiseerde intermediaire functies van accountancy, advocatuur en banking de spil in een netwerk van mondiale knooppunten. De nieuwe coördinatiecentra bevinden zich in Londen, New York en Tokio, schreef Saskia Sassen begin jaren ‘90. Nederland wil graag hoofdkantoren vasthouden, maar mist een grootstedelijk centrum als Londen en verliest dus hoofdkantoren. Dit keer dreigen Unilever en Shell ons land te verlaten. De volgende keer zijn het KLM en Philips. De regering denkt met fiscale maatregelen iets tegen deze afkalving te kunnen doen. Op den duur zal het niet werken. Nederland verzuimt om een echte metropool te bouwen. Schiphol en Randstad zijn niet genoeg. Verdere ruimtelijke concentratie is nodig. Amsterdam heeft potentie. Ondertussen groeit Londen onverminderd verder. Ik ga het zien.

Donkere materie

On 4 januari 2018, in politiek, by Zef Hemel

Gelezen in ‘No Is Not Enough’ (2017) van Naomi Klein:

Afbeeldingsresultaat voor no is not enough naomi klein

Tijdens de kerstdagen ‘No is not enough’ van Naomi Klein gelezen. Huiveringwekkend boek. In haar nieuwste analyse van de situatie in de wereld komt alles samen: klimaatverandering, natuurrampen, neoliberalisme, klimaatkapitalisme, oorlogen, schokkende gebeurtenissen, hysterie, verwarring, ontreddering, lege merken, mediatisering, en het voert allemaal naar de ene persoon van Trump. De Canadese klimaatactiviste Klein weet het zeker: de boosaardige Donald Trump is een regelrechte “shock to the system.” Haar feilloze analyse van de persoon van Trump als ‘Brand Bully’ en ‘rampenkapitalist’ vond ik treffend, maar ook deprimerend. Klein, die net als Richard Florida woonachtig is in het progressieve en tolerante Toronto, heeft het allemaal al eens meegemaakt. Haar burgemeester Rob Ford was een regelrechte bully afkomstig uit de buitenwijken van Toronto. Zijn jaren van reactionair bewind waren verschrikkelijk voor de stad. Zowel ‘The New Urban Crisis’ van Florida als ‘No Is Not Enough’ van Klein zijn niet te begrijpen zonder kennis van het burgemeesterschap van Rob Ford in het Canadese Toronto. En wat Ford deed met Toronto, dat doet Trump nu met de Verenigde Staten. Een politieke megacrisis is het. Zeker. Maar ook boos makend en deprimerend.

Lisa Randall, hoogleraar Theoretische natuurkunde aan Harvard University, typeerde Trump onlangs in een interview met NRC Handelsblad (11 november 2017) als een echte ‘Queens bully’. Randall, zelf afkomstig uit Queens, noemde dit precies de reden waarom ze altijd al weg wilde uit dit deel van New York. Je richten op dit soort asociale mensen uit de suburbs helpt je geen steek verder, voegde ze daaraan toe. Mooi en hoopvol vond ik wat ze vervolgens vertelde over hoe we de maatschappij óók kunnen percipiëren. “Zoals we letterlijk een blinde vlek hebben voor donkere materie die het heelal vormgaf, zo hebben we figuurlijk vaak een blinde vlek voor grote groepen andere mensen. We merken ze niet op, kijken door ze heen, om hun geslacht, ras of omdat ze niet behoren tot het zichtbare groepje aan de top. Terwijl ook deze onzichtbare massa’s de maatschappij vormgeven en stutten, en veel gevarieerder en rijker zijn dan vaak wordt aangenomen.” De collectieve intelligentie van al deze gewone mensen aanboren, daarmee creëren we pas een betere wereld. Dat is ook precies waar Klein haar boek mee besluit: haar Leap Manifesto voor een betere wereld stelde ze samen met hulp van liefst zestig heel verschillende mensen. “We had come together to figure out what connects the crises facing us, and to try to chart a holistic vision for the future that would overcome many of the overlapping challenges at the same time.” Deed me denken aan ‘Volksvlijt’. Laten we onze aandacht liever richten op de donkere materie, op die grote massa anonieme mensen die veel rijker en diverser is dan wetenschappers en politici doorgaans aannemen, dan op die ene Donald Trump.

Tagged with:
 

Profiteren van Barcelona

On 5 november 2017, in politiek, sport, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017:

Afbeeldingsresultaat voor barcelona 1992

Terwijl Catalaanse ministers in de gevangenis zijn gezet en de Catalaanse president Carles Puigdemont hals over kop is gevlucht naar Brussel, herlees ik een krantenbericht van afgelopen zomer. Toen – amper drie maanden geleden nog maar – vierde de Catalaanse hoofdstad Barcelona dat zij vijfentwintig jaar geleden de Olympische Spelen organiseerde. De Spelen van 1992 staan nog altijd te boek als de succesvolste aller tijden. “De Spelen van 1992 hebben de Catalanen met trots vervuld. Die hebben voor een blijvende mentaliteitsverandering gezorgd. Alleen als je in jezelf gelooft dan kun je beste ergens in zijn,” aldus voormalig proftennisser Jordi Arrese in NRC Handelsblad van 1 augustus 2017. En volgens Puigdemont zelf kon je gerust spreken van een tijdperk vóór en ná die Zomerspelen. “Barcelona liet zien dat de stad zich kon meten met andere wereldsteden. We plukken daar nu nog de vruchten van.” Opvallend is dat er destijds sprake was van een zeer goede samenwerking tussen de centrale regering in Madrid, het regionale bestuur van Catalonië en de stad Barcelona. Door alle betrokkenen werd ingezien dat dit een historisch evenement zou kunnen zijn. Historisch werd het inderdaad. Dankzij het model-Barcelona.

Wat was het model-Barcelona? De investering van 6,5 miljard euro moest blijvende waarde opleveren voor de Catalaanse stad, dat stond bij iedereen voorop. Voor de stedenbouwkundigen was het een ideale mogelijkheid om de krakkemikkige stad grondig te moderniseren. Vliegveld, ringweg en jachthaven werden gekoppeld aan het idee van een wereldstad aan zee. De stinkende rivieren werden schoon gemaakt en langs de kust verscheen een nieuw strand. De oude structuur van dorpen binnen de stad werd versterkt door de sportaccommodaties in vier verschillende delen aan te leggen, waardoor de hele stad opveerde. Industriestad Barcelona werd omgetoverd in een mondaine badplaats aan zee. Spanje heeft enorm meegeprofiteerd van de Catalaanse Spelen. Het land is sindsdien een kampioen in topsport geworden. Maar de uitstraling van de krachtige metropool Barcelona strekte verder: tal van zwakke regio’s binnen Spanje worden op dit moment met Barcelonees geld op de been gehouden. Dus waarom deze politieke crisis? Arrese heeft gelijk. Het door de financiële crisis geplaagde Spanje gelooft niet meer in zichzelf. Ondertussen dreigt het zelfbewuste Barcelona aan zijn eigen succes ten onder te gaan.

Tagged with:
 

300.000 woningen erbij

On 30 oktober 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 13 oktober 2017:

Afbeeldingsresultaat voor krapte op huizenmarkt houdt nog aan nrc

 

Veel woningprijzen zijn gedaald, niet gestegen, aldus NRC Handelsblad van vrijdag 13 oktober 2017. Alleen in Amsterdam en Utrecht stegen de prijzen nog, in Amsterdam zelf ongezond fors. Johan Konijn, hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, zei het zo: “We hebben in de crisis op onze handen gezeten. Terwijl er tot 2025 jaarlijks 80.000 nieuwe huizen nodig zijn, kwamen er de afgelopen jaren tussen de 45.000 en 55.000 woningen bij.” Amsterdam, zal hij bedoelen. Het tekort rond Amsterdam – de noordelijke Randstad – is na de bouwstop van het vorige college van B en W van Amsterdam namelijk zelfs zo groot, dan tot in de wijde omgeving van de hoofdstad de prijzen nu dramatisch stijgen; tot aan Den Haag is die prijsstijging voelbaar. Ook Eindhoven en Groningen kampen met een tekort, maar daar dalen de prijzen juist in de directe omgeving. In Noord-Drenthe blijven de prijzen stabiel. Niet al te ernstig dus. En tussen Utrecht en Eindhoven treden zelfs prijsdalingen op tot meer dan 10 procent, dus van die zogenoemde as Amsterdam-Utrecht-Eindhoven klopt niet veel. Breda doet het qua woningmarkt trouwens beter dan Eindhoven. Nee, de geografie van de Nederlandse woningmarkt is duidelijk: Amsterdam is oververhit, de rest profiteert mee of kan de krimp niet keren.

Regionalisering van het woonbeleid, aldus NRC Handelsblad, wordt bevorderd door de nieuwe Omgevingswet die gemeenten de ruimte geeft een eigen strategie te bepalen. “Het kabinet lijkt zich ook te realiseren dat de woningmarkt functioneert op verschillende snelheden,” aldus de krant. Is dat zo? Gaat Amsterdam zijn inzet op de koop- en huurwoningmarkt straks verdubbelen zodra die nieuwe wet  door het parlement is geloodst?  En waar gaan al die woningen dan gebouwd worden? Op 28 september 2017 zag ik in Het Parool een kaartje van de Metropoolregio Amsterdam waar nog ruimte zou zijn voor de bouw van 300.000 nieuwe woningen. De grootste locaties bevinden zich achter Nieuw-Vennep en bovenin Almere. Dat levert veel extra autoverkeer op, want openbaar vervoer gaat dit kabinet niet regelen. Toegegeven, alles beter dan woningen bijbouwen achter Amersfoort, Alkmaar en Bodegraven. Daar schiet Amsterdam niets mee op. Ik hoop op de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, die ook ruimtelijke ordening in haar portefeuille heeft, dat zij Amsterdam en buurgemeenten zal bewegen om de woningbouw te verdubbelen, in hogere dichtheden, tegen de metro aan.

Tagged with: