Hoezo toeristische topbestemming

On 7 november 2018, in benchmarks, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City Travel & Tourism Impact 2018’:

Afbeeldingsresultaat voor city travel and tourism impact 2018

Nee, Amsterdam behoort zeker niet tot de topbestemmingen in de wereld als het om toerisme en reizen gaat. Gezien alle ophef zou je bijna denken van wel, maar toch is het niet zo. In het nieuwe ‘City Travel & Tourism Impact 2018’ komt de Nederlandse hoofdstad gewoon niet voor. De belangrijkste bestemming in de wereld, aldus de World Travel & Tourism Council in haar jaarlijkse overzicht, is Shanghai, gevolgd door Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City, Las Vegas, Shenzhen, Guangzhou, Londen, Hongkong, Miami. Nee, Amsterdam prijkt eens niet in de top 20. Zelfs relatief, dus afgemeten naar de omvang van de stad, komt Amsterdam niet in de top 20 voor. Dan heeft het Marokkaanse Marrakech eerder reden tot klagen. Of Antalya, Dubrovnik, Las Vegas, Venetië, Dubai. Nee, Amsterdam is helemaal geen wereldspeler als het om toerisme gaat. In Europa loopt de as van het toerisme nog altijd van Rome via Parijs naar Londen. Wel groeit het aandeel van steden in het wereldwijde toerisme. Dat aandeel is nu al 47% .

Met name de Chinese steden veroveren de wereld. Dat geldt zeker voor Macao. In Hongkong spenderen de toeristen het meeste geld, daarna volgen Macau, Dubai, New York, Bangkok, Singapore. Vanzelfsprekend ontbreekt de Nederlandse hoofdstad volkomen in dit rijtje. Amsterdam is ook geen ‘gateway’. Dat zijn Shanghai, Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City. Nee, Dublin doet het in dat opzicht altijd nog beter. En ook behoort Amsterdam niet tot de snelste groeiers. Dat zijn Abu Dhabi, Teheran, Chongqing, Lagos, Singapore. Relatief dan toch wel misschien, want Amsterdammers ervaren het sinds 2014 toch aan den lijve? Nee dus. Dat zijn eerder steden als Manila, Cairo, Madrid, Abu Dhabi, Londen, Riyad. Wel staat Amsterdam op plek 16 als het gaat om het aandeel van de werkgelegenheid in toerisme in de totale werkgelegenheid van de stad (9%). En ook heeft het toerisme naar Amsterdam binnen Nederland een relatief hoog aandeel (33%). Nee, Amsterdam is absoluut en zelfs relatief geen wereldspeler als het om toerisme gaat. Dan eerder nog Barcelona. Die stad staat op plaats 15 als het gaat om het aandeel internationale toeristen (8,9%). De rest van de wereld begrijpt al die humbug in het Amsterdamse niet vanwege die letters en die hotels en die bierfietsen en die Airbnb-appartementen en die nutellawinkels. Of misschien is Amsterdam wereldleider in het aantrekken van een hinderlijk soort toerisme. Een toerisme dat veel op straat verblijft. Maar daarover verstrekt de Impact helaas geen cijfers.

Tagged with:
 

Toerisme als een plaag

On 26 september 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in: ‘Overbooked’ (2014) van Elizabeth Becker:

Afbeeldingsresultaat voor overbooked becker

Elizabeth Becker is oud-correspondent van The New York Times. In 2014 schreef ze een boek over ‘overtourism’, het verschijnsel dat domweg teveel toeristen op één plek samentrekken, en dat gebeurt op dit moment over de hele wereld. In ‘Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism’ wijdt ze de lezer in in de nieuwe wereld van het reizen met in elk hoofdstuk aandacht voor één land. Ze schreef er vijf jaar aan. Het boek eindigt in China en de Verenigde Staten. De rol van overheden in de toerisme-industrie staat centraal. Overheden, schrijft ze, verkopen hun land, promoten stranden, musea, evenementen, verstrekken visa, bouwen vliegvelden, beslissen over wie komt en wie gaat, bepalen kortom hoe ze de business willen reguleren. Dat begon al in 1925, toen landen de International Congress of Official Tourist Traffic Associations oprichtten, met een vestiging in Den Haag. Later, in 1967, verhuisde dit naar Geneve, nog weer later naar Madrid. Alles stelde het in het werk om toerisme tot een volwaardige industrie te laten bestempelen. Toerisme kreeg pas werkelijk vleugels toen vliegtuigen ononderbroken grote afstanden konden afleggen, American Express bereid was overal cheques uit te schrijven en de muur in Berlijn viel waardoor de wereld ineens openlag voor backpackers, later de hele middenklasse. Toerisme werd dé manier om een arm land uit de malaise te trekken. Stelselmatig werden de keerzijden van het toerisme onderbelicht. Een kwalijke zaak.

En toen begon het tijdperk van het internet. Daarmee was het hek van de dam. Maar het zijn niet de ondernemers of toeristen zelf die bij Becker op hun lazer krijgen. De enorme problemen in de toeristische sector in de hele wereld worden in de eerste plaats veroorzaakt door regeringen. Het product van toerisme zijn landen, stelt ze, niet bedrijven. Overheden bepalen of bedrijven hotels mogen bouwen, of vliegtuigmaatschappijen landingsrechten krijgen, of een congrescentrum mag worden geopend, of een Olympische Spelen naar de hoofdstad wordt gehaald. Ministeries spenderen miljoenen om toerisme naar hun land te promoten via nationale Bureaus voor Toerisme. Fraai en duurzaam is het allemaal niet. “The reputation of tourism is often poor, and rightly so. It is an extremely sensitive sector.” Milieuverontreiniging en overbelasting zijn buitengewoon ernstig; de in totaal 1 miljard trips elk jaar van toeristen en de mogelijkerwijs driemaal zoveel trips binnenslands doen een regelrechte aanslag op het milieu in alle getroffen landen. Desondanks weigeren overheden toerisme als een volwaardige economische sector te beschouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de desastreuse effecten. Dat is vreemd. Het is Frankrijk, aldus Becker, dat als toeristische bestemming nummer één in de wereld nadenkt over de toekomst van het verschijnsel. En wat denkt Frankrijk? Lokale gemeenschappen moeten het heft in eigen hand nemen. Ergens is er een tipping point. Voorbij dat punt is toerisme een plaag, een ziekte, een boze droom, nee een regelrechte nachtmerrie.

Tagged with:
 

Toerisme in Tokio

On 30 juni 2018, in economie, toerisme, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor tourisme tokyo growth

Bron: Japan National Tourist Organization

Shu Yamamura is planoloog, tevens wetenschappelijk onderzoeker aan Waseda University, Tokio. Als een van de zes sprekers tijdens ‘New Tokyo Story’, het seminar over de ruimtelijke dynamiek in megastad Tokio na het tijdperk van de groei gehouden op 23 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, ging hij in op de zonnige kanten van de recente bouwwoede, maar noemde ook de schaduwzijde. De Japanse bouwindustrie, zei hij, viert op dit moment zijn ‘last party’. De bouwproductie is opgevoerd van 72.000 naar liefst 160.000 nieuwe woningen jaarlijks, ook de productie van kantoortorens is op dit moment ongekend. De slogan van de Japanse regering is ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Liefst twintig CBD’s zijn er in de jaren tachtig en negentig in Groot-Tokio ontwikkeld. Met name in het hart van Tokio is hierdoor een ernstig tekort aan infrastructuur ontstaan. Hij vergeleek het stadsdeel Chue in het centrum met Chiba aan de andere zijde van de baai. In Chiba is sprake van snelle leegloop en een gestaag ouder wordende bevolking, in Chue stromen de jongeren toe en schieten de torens met condominiums uit de grond. De baai met zijn kunstmatige eilanden noemde hij het nieuwe oostfront van de metropool.

Al jaren doet Yamamura onderzoek naar met name de ontwikkeling van de kantorenmarkt in Tokio. Sinds de jaren ‘80 groeit die sector explosief. Maar er gebeurt iets merkwaardigs, vertrouwde hij mij toe. De laatste jaren hebben zelfs nieuwe kantoren het moeilijk gekregen. Hun plaats wordt ingenomen door een tomeloze expansie van hotels, die bereid zijn extreem hoge prijzen te betalen. Alle hotels strijken neer in het centrum van Tokio, dat ongeveer zo groot is als de Randstad. Hun snelle groei wordt opgestuwd door de Olympische Spelen van 2020. Het toerisme naar Japan en naar Tokio in het bijzonder groeit de laatste jaren razendsnel: in 2017 bezochten al 28,7 miljoen toeristen Japan, dat is een groei van liefst 19 procent. Tien jaar geleden was dat nog maar 8 miljoen. In 2020 schat men het aantal toeristen op niet minder dan 40 miljoen. De meeste komen uit China en Zuid-Korea. In heel Oost-Azië en de Pacific trouwens groeit het toerisme explosief, met name vanuit China. Op 14 april 2018 berichtte The Economist hier al over (‘China whirl’). Het vraagstuk is urgent. Yamamura begreep er niets van. Hij had ontdekt dat Amsterdam nu hetzelfde overkomt en dat de Nederlandse hoofdstad al maatregelen neemt om het toerisme aan banden te leggen. Daarvan was in Tokio nog geen sprake. Een delegatie van bevoegdheden van de centrale overheid naar regionale autoriteiten leek hem essentieel. De grote steden moeten meer armslag krijgen. Hij vroeg me hoe het daar in Nederland mee stond. Ik verwees hem door naar de Nederlandse regering en naar het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen in Den Haag.

Tagged with:
 

Praagse lente

On 23 april 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Praag op 16 en 17 april 2018:

Afbeeldingsresultaat voor European Cities Marketing tourism prague

Bron: European Cities Marketing

Het toerisme in Praag voelde als een plaag. Pas half april was het, maar de zon stak al fel in mijn gezicht. ’s Middags om drie uur op een doordeweekse dag was er op de Karelsbrug geen doorkomen meer aan. Ik was in de Tsjechische hoofdstad op uitnodiging van de Nederlandse ambassade om te spreken over nieuwe vormen van stedelijke planning. Praag legt de laatste hand aan een nieuw masterplan, vandaar. Aan het plan is liefst tien jaar gewerkt. Nu is het woord aan de bevolking. Voorafgaand aan de lezing in het nieuwe architectuurcentrum CAMP stak ik de rivier over. De lange middeleeuwse brug leek op een gruwelijke kermis. Praag wordt keihard getroffen door het wereldtoerisme. In 2016 kwamen er ruim 7 miljoen toeristen naar de Tsjechische hoofdstad, waarvan 6 miljoen buitenlanders, de meesten uit Duitsland. Een groei van 7 procent. Nieuw is toerisme uit China, Japan en Zuid-Korea. Afgelopen jaar groeide het aantal toeristen verder, tot liefst 15,8 miljoen, maar dat aantal gold heel Tsjechië. Daarvan kwamen 10 miljoen uit het buitenland. Voor Praag zelf betekende het een groei van 11 procent. De regering probeert de toeristen te verleiden om ook andere steden in Tsjechië te bezoeken, maar dat is allerminst eenvoudig. Volgens de minister is het probleem van het massatoerisme in Praag nog lang niet zo erg als in Barcelona of Venetië. Echter met zijn 16,7 miljoen overnachtingen in 2016 overtrof ze steden als Wenen en Amsterdam. Praag staat in de top vijf van toeristensteden in Europa.

Sinds drie jaar zijn er rechtstreekse vluchten tussen China en de Tsjechische hoofdstad. Dat verklaart de onstuimige groei van toeristen uit China, in 2017 met liefst 25 procent. Op een lokale tram zag ik Quatar Airways groot adverteren. Ook het Midden-Oosten wordt een serieuze speler. Los van zulke nieuwe herkomstgebieden wordt de groei veroorzaakt doordat mensen steeds langer vakantie nemen. Bestonden stedentrips tot voor kort uit gemiddeld twee overnachtingen, tegenwoordig zijn dat er vier. Maar de belangrijkste boosdoener is het internet. Ook Praag worstelt met Airbnb en Booking.com. Sinds 2007 zijn reisbureaus vervangen door do-it-yourself arrangementen, al zag ik nog steeds opvallend veel grote groepen door de straten sjokken. Praag probeert de toeristenstroom te spreiden, maar dat lukt niet erg. De voormalige communistische stad is een sterspeler geworden, de revenuen stromen de arme gemeente binnen, de lokale bevolking – decennialang geïsoleerd achter het IJzeren Gordijn – maakt kennis met de rest van de wereld. Toerisme heeft ook voordelen. Iemand stelde niettemin voor om de grens voor buitenlanders snel opnieuw weer te sluiten. Ikzelf zou entree heffen op de Karelsbrug en de directe omgeving van de beide bruggenhoofden onderwerpen aan een streng regime. Disneyficatie met methoden van Disney bestrijden. Als je de inwoners van Praag raadpleegt zou je op deze en op meer maatregelen kunnen komen. Een stad, vertelde ik die avond in CAMP, zit vol met goede ideeën. Een kwestie van heel veel mensen laten spreken (‘cheap talks’), en al het besprokene aggregeren en de meest genoemde voorstellen serieus beproeven. In ieder geval niet wachten op dat trage masterplan.

Tagged with:
 

14.000 hotelkamers extra

On 15 november 2017, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Gulfnews van 8 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor dubai tourism statistics

Het gaat goed met Dubai. De stad aan de Perzische Golf was zwaar getroffen in de economische crisis van 2008, maar is er weer helemaal bovenop. In Gulfnews las ik dat de stad in de eerste negen maanden van dit jaar liefst 11,58 miljoen internationale overnachtingen heeft genoteerd. Dat is een groei van niet minder dan 7,5 procent ten opzichte van de eerste negen maanden van 2016. De grootste groep buitenlandse toeristen komt uit India, met 1,5 miljoen toeristen. Hier blijkt sprake van 20 procent groei. Op de tweede plaats staat Saoedi Arabië met 1,25 miljoen toeristen, gevolgd door Groot-Brittannië met bijna een miljoen bezoekers. China staat op plaats vijf met 573.000 toeristen, maar let op, de groei van het Chinese aandeel is astronomisch: in één jaar tijd groeide deze met 49 procent. Nog een paar jaar en het straatbeeld van Dubai is helemaal Chinees. Veel mensen denken dat Dubai geld verdient met olie, maar dat klopt niet. De grootste omzet haalt de stad uit toerisme, gevolgd door onroerend goed en financiële dienstverlening. Afgelopen jaar bezochten 14,9 miljoen internationale bezoekers de stad. Dat is een miljoen meer dan Amsterdam.

Toerisme in Dubai begon eigenlijk pas in 2000, toen sjeik Mohammed het Burj al Arab hotel opende. Het zevensterrenhotel aan de kust, wit en in de vorm van een zeil, werd een regelrecht icoon. Het zou 650 miljoen tot 2 miljard euro hebben gekost, het bezit 16 Rolls-Royces en een overnachting in het hotel kost 7.000 euro. Russen schijnen er dol op te zijn. Toch kost Burj al Arab meer dan het opbrengt. Maar de iconische werking echter sorteert het effect. Inmiddels telt de stad meer dan 350 luxueuze hotels met in totaal 40.000 kamers. Volgens Jim Krane is deze gigantische groei uitsluitend te danken aan sjeik Mohammed, die de sector zelf heeft ontwikkeld en die Burj al Arab in bezit heeft. Zijn bedrijf heet Jumeirah International, het bezit alle resorts in Dubai. Dubai trekt inmiddels meer toeristen dan Australië, Brazilië of India. Toerisme maakt al een kwart uit van de totale stedelijke economie; jaarlijks stroomt 23 miljard dollar de stadstaat binnen dankzij buitenlands toerisme. Ik bezocht afgelopen week Palm Jumeirah met het Atlantis hotel met 1539 kamers op de kop. Op het dijklichaam rond de opgespoten palmbladeren verrijzen op dit moment meer dan 32 hotels. Als ze gereed zijn, zal Dubai 14.000 hotelkamers extra tellen.

Tagged with:
 

Drukte in de stad

On 12 juli 2017, in boeken, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Language of Cities’ (2016) van Deyan Sudjic:

Afbeeldingsresultaat voor the language of cities sudjic

 

Grappig. Net als ik heeft Deyan Sudjic afgelopen jaar een toegankelijk boekje geschreven over steden. In twee zomers tijd pende hij het neer in zijn buitenhuis bij Siena. Sudjic is directeur van het Design Museum in Londen. Wat is een stad? Hoe maak je een stad? Hoe verander je een stad? Hoe wordt een stad bestuurd? Dat zijn de vragen die hij, net als ik, zich stelde. In elk hoofdstuk wijdt hij uit over allerlei steden, schrijft boeiende anekdotes, zoomt in op architecten en politici, graaft telkens diep in de recente geschiedenis van vooral Londen. Net als de meeste Londenaren toont hij zich ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van zijn eigen stad zeer kritisch. Canary Wharf  is daarbij een dankbaar mikpunt van spot. Dat dit werkgebied in Oost-Londen een succes is geworden, verbaast hem nog steeds. Het slothoofdstuk is opmerkelijk. Dat gaat over menigten, en over hun onvrede. Extreme drukte, aldus Sudjic, hoort bij de grote stad. En wanneer een grote menigte bezit neemt van een stad, valt ze niet te negeren. In de allergrootste steden op aarde zijn sommige straten zelfs permanent geblokkeerd, afgeladen vol als ze zijn met mensen. Hier ervaart men aan den lijve hoe zeven miljard mensen deze aarde bewonen en hoe vervoermiddelen al die mensen op sommige plekken samenbrengen. Londen kan er als geen ander over meepraten.

Maar het is niet alleen Londen. In 2012 bezochten 9,7 miljoen mensen het Louvre in Parijs. Al die bezoekers komen voor hetzelfde: de Mona Lisa. Na de laatste verbouwing wacht het museum alweer een nieuwe uitbreiding. Vliegvelden, aldus Sudjic, weten hoe je met enorme stromen mensen moet omgaan. Heathrow, bij Londen, verwerkte in 2014 73,4 miljoen passagiers. Londen zelf ontving dat jaar ‘slechts’ 16,8 miljoen toeristen. Vliegvelden worden permanent aangepast aan de groeiende mensenstromen. Steden, en zeker de historische steden van Europa, lenen zich daarvoor veel minder. Toch zal hier permanent geïnvesteerd moeten worden in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer. Wat in Tokio al jaren normaal is, aldus Sudjic, begint ook in westerse steden normaal te worden. Mensen zullen zich moeten aanpassen aan de enorme mensenmassa’s. Waarop hij besluit: “The city is humankind’s most complex and extraordinary creation. It can be understood as a living organism. By their nature, living organisms can die when mistreated, or starved of resources, including people. (…) Planned in the right way, it can support growing numbers of people.” Wanneer wordt de drukte in Amsterdam eindelijk eens een serieuze planningsopgave, anders dan aanleiding tot opnieuw een vergeefse poging tot ruimtelijke spreiding?

Tagged with:
 

Spreiden, een Nederlandse ziekte

On 3 januari 2017, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 31 december 2016:

Kijk nou, daar heb je het weer. Spreiding. Een niet uit te roeien neiging in dit land. Ditmaal het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC Holland Marketing). Omdat het museumbezoek zich ruimtelijk steeds meer concentreert in de grote steden (20 van de 30 miljoen museumbezoekers kiest voor de musea in de grote steden in de Randstad) ontwikkelt het NBTC ‘verhaallijnen’ die provinciesteden in Nederland inhoudelijk aan Randstedelijke locaties moeten koppelen. Helemaal aan top: Amsterdam (lees: de binnenstad) met 14,3 miljoen jaarlijkse museumbezoekers, dat is de helft van het totale bezoek aan Nederland. Teveel in Amsterdam dus. Het moet minder. De eerste verhaallijn, ‘Van Gogh’, dateert van 2015. Hiermee probeert het Bureau de 2,1 miljoen bezoekers van het Van Goghmuseum in Amsterdam te verleiden ook Gelderland (Otterloo) en Brabant (Zundert en Nuenen) te bezoeken. Andere verhaallijnen zijn ‘Nederland Waterland’, ‘De Gouden Eeuw’, ‘Mondrian to Dutch Design’ en ‘Kastelen en landhuizen’. Regionale musea moeten zo meeprofiteren van de Amsterdamse groei. Iedereen moet, kortom, in de auto of in de trein. De directeur van de Museumvereniging zegt het zo: “Er zijn twee redenen om toeristen meer te spreiden over het land: je haalt de druk weg van plekken die je zou moeten ontlasten en, tweede reden, in krimpgebieden komt extra activiteit.

Alles wordt eraan gedaan om te voorkomen dat er een ruimtelijke concentratie ontstaat. Opzettelijke spreiding moet ervoor zorgen dat alles wordt verdund. Lukt het niet via een ‘rechtvaardige’ verdeling van de overheidssubsidies over de twaalf provincies, dan gaat het wel via nationale ‘verhaallijnen’. De gedachte om musea organisch in een grootstedelijke setting te laten bloeien krijgt domweg in ons land geen kans. Het argument dat het ergens te druk wordt is hier al snel voldoende om alles uit de kast te halen om het platteland te bevoordelen. Hoezo te druk? Drukte hoort nu eenmaal bij grote steden. En het moet gezegd, eindelijk doen onze grote steden het weer goed. Decennialang werden ze verwaarloosd en aan hun lot overgelaten. Nu ze zich hebben hersteld ontstaat er eindelijk weer echte drukte op straat en dus ook drukte voor de kassa’s van de musea. Drukte heeft een intrinsieke kwaliteit. Door drukte ontstaat er druk om gedurfder uit te pakken en beter te presteren. Drukte leidt tot meer kwaliteit en tot minder autokilometers. Vandaar dat de beste musea ter wereld zich in grote steden bevinden. Gaat u  naar een museum in Utica als u in New York bent? Jammer voor de provinciesteden. Weet u wat ik denk? Door nationale instanties als het NBTC wordt Nederland steeds meer opgevat als één grote stad: Holland City. Maar Nederland is helemaal geen stad, moet dat ook niet worden. Spreiden is een Nederlandse ziekte. Niet grootstedelijk en ook niet duurzaam.

Tagged with:
 

Een beetje meer Tokio

On 18 augustus 2016, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Monocle magazine nr. 24 2016:

 

Welke stad voert op dit moment de lijst aan van ‘s werelds meest leefbare steden? Het Londense Monocle Magazine kwam onlangs weer met haar jaarlijkse benchmark van aantrekkelijke steden. Altijd zeer de moeite waard om te lezen. In ‘The Top 25 Cities’ staat het Japanse Tokio glansrijk bovenaan, met stip op één dus. Ga dus niet zeggen dat megasteden niet leefbaar zijn, want met dertig miljoen inwoners (13,3 miljoen binnen de gemeente) is Tokio een van de allergrootste steden op aarde. Tokio heeft gewoon alles, en van alles het allerbeste. En wie ooit in Tokio is geweest, weet dat extreme drukte heel goed samen kan gaan met dorpsachtige bewoning, en dat deze metropool bovendien beschikt over het allerbeste openbaar vervoer, dat auto’s er niet op straat geparkeerd mogen worden en dat iedereen er te voet gaat, waardoor er een aangename stilte heerst, ondanks de extreme volte. En wat een fraaie parken overal!  En vrijwel geen misdaad. En ook nog eens de stad van de Olympische Spelen in 2020. Want extreem rijk. Zeer terecht en verdiend, die nominatie. Nee, terwijl het met de Japanse economie helemaal niet goed gaat, blijft Tokio onverminderd groeien en bloeien. Ondertussen probeert de Japanse regering bedrijven uit Tokio te verleiden om naar kleinere steden elders te verhuizen. Allemaal vergeefs en gewoon niet handig. De mensen vertikken het.

Maar nu het slechte nieuws. Rotterdam komt in de benchmark helemaal niet voor. En Amsterdam – de stad die volgens de Atlas voor Gemeenten binnen Nederland al jaren als de meest aantrekkelijke stad geldt -  is op de wereldranglijst gezakt van plaats 19 naar 21. Terwijl Amsterdam de afgelopen jaren juist klom. De reden voor de daling is volgens de redactie tweeledig. De hoofdstad van Nederland, hoe mooi en aantrekkelijk ook, schijnt te worstelen met de vele toeristen; er wordt veel geklaagd, bewoners en toeristen zitten elkaar hinderlijk in de weg. De andere, nog veel belangrijkere reden is de geringe bouwactiviteit: er zijn domweg veel te weinig woningen in Amsterdam voorhanden, de stad is populair, maar ze is echt veel en veel te klein. Iets meer Tokio zou in de lage landen geen kwaad kunnen. Aan de leefbaarheid zal het niets afdoen. Integendeel, als Amsterdam verdubbelt zal ze alleen maar leefbaarder worden. Tokio bewijst het. Maar wie durft het aan?

Tagged with:
 

Tourists under attack

On 2 juni 2015, in toerisme, by Zef Hemel

 Read in Agora 2014 nr 4:

 

Amsterdam is questioning its success. How regrettable. It’s a troublesome discussion. All the anger of some part of the local population now is focussed on foreigners, of course. Too many tourists, they say, are visiting the inner city. They refer to riots in Barcelona last summer, when tourists misbehaved, they want to curb Airbnb and think their city’s future will be a kind of Venice. Stephen Hodes, an expert in culture and tourism policies, stirs up the masses by forecasting a doubling of tourists visiting the city in the coming ten years. He even launched a special magazine in which all contributors agree, more or less, with his disturbing message. The managing director of the Rijksmuseum, Mr. Pijbes, who lives in Rotterdam and loves to agitate, complains about the dirt in the streets. Amsterdam, he wrote in a national newspaper last summer, is ‘dirty, vile and replete’. Meanwhile his own blockbuster ‘Late Rembrandt’ was criticized because it was too crowded. The Utrecht based planning magazine ‘Agora’ dedicated a special issue to the subject of tourism. Is it makeable, the editors asked themselves? Some facts: in 2001 12,4 million people spent a day or weekend in the inner city of Amsterdam, in 2014  its number was 14,6 million – a growth of 25%.  “In Amsterdam the balance between living, working and recreating seems to be lost.”

Was there any strategy to attract all those tourists? Of course there was not. Tourism is a international bottom-up movement, just like global migration. And yes, if you build or refurbish more than thirty cultural venues in your city at the same time audiences will come. Listing the canal district as a Unesco World Heritage site is also no help. But the ‘I AMsterdam’ citymarketeers love to boast on their performance, so they are under attack now. The same holds for the city’s department of Economic Affairs who launched an ambitious program for building extra hotel rooms in the city. They all wanted to profit, without doing serious planning.  All parties are panicking now. They seem to agree on one thing: we should decentralise tourism, spread it, no matter how. How ingenuous. The whole country envies Amsterdam and wants to profit. To no avail. Mass tourism is a phenomenon that is highly spatially concentrated. You cannot prohibit people to enter the Anne Frank house. Dispersal will always be spontaneous. Which is a blessing. Another hopeful thing: more and more tourists in Amsterdam are renting bikes now. They spread. And Airbnb is a decentralised system of temporary sleeping accommodation. Hope blinks.

Tagged with:
 

Amsterdam verdubbelen

On 18 mei 2015, in demografie, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 22 januari 2015:


De aanleiding was de drukte in Amsterdam. Het televisieprogramma Nieuwsuur wilde er een item over maken. Was het er nou werkelijk zo druk? Ze zochten iemand die het onderwerp wilde relativeren. Ik moest onmiddellijk denken aan de recente demografische studie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Die ging over de bevolkingsgroei in Nederland. In ‘De stad: magneet, roltrap en spons’ (2015) wordt geconstateerd dat veel jongeren naar de grote steden trekken. Tussen 2000 en 2014 is Amsterdam met 80.000 inwoners (IJburg) gegroeid. Ook Utrecht (95.000, Leidsche Rijn), Groningen (20.000, De Held) en Den Haag (70.000, Ypenburg, Leidscheveen) zijn groeiers. Of die groei doorzet vindt het Planbureau onzeker. Het aantal jongeren zou immers afnemen. Werkelijk? Volgens mij is een nieuwe generatie VINEX-locaties in de grote steden veel bepalender voor doorgaande groei. En vergeleken bij die lichte demografische rimpeling zijn cijfers over groeiende bezoekersstromen in ieder geval voor steden veel relevanter. Waar is het rustig, waar wordt het druk?

Om hoeveel bezoekers gaat het eigenlijk?, wilde de reporter weten. Zelf kwam hij uit Haarlem. Daar was het niet zo druk. Zeventien miljoen bezoekers per jaar, antwoordde ik. Hij wilde het niet geloven. Het waren er toch niet meer dan 5 miljoen? Nee, lichtte ik toe, dat zijn alleen de buitenlandse toeristen die hier in hotels overnachten. De werkelijke bezoekersaantallen liggen veel hoger. Stephen Hodes hanteert een getal van 8 miljoen. Ik put uit de laatste Amsterdam City Index. Je hebt immers ook dagjesmensen, winkelend publiek, gasten die op campings in de regio logeren, de 0,6 miljoen mensen die op cruiseschepen in de haven overnachten, mensen die congressen en evenementen in de hoofdstad bezoeken, enzovoort. En, voegde ik eraan toe, de prognoses wijzen op een verdubbeling in de komende tien jaar. In 2005 kwamen 11 miljoen mensen naar de hoofdstad, in 2014 waren dat er al 17,3 miljoen. Elk jaar groeit hun aantal met circa 1 miljoen. Daarover maken de Amsterdammers zich zorgen. Worden zij straks een minderheid die onder de voet wordt gelopen? De wereld is groot, de urbanisatie zet door, de middenklasse groeit, iedereen wil reizen, en Amsterdam is klein. Wat moeten we doen?, vroeg de reporter vertwijfeld. Amsterdam verdubbelen, zei ik.

Tagged with: