Drukte in de stad

On 12 juli 2017, in boeken, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Language of Cities’ (2016) van Deyan Sudjic:

Afbeeldingsresultaat voor the language of cities sudjic

 

Grappig. Net als ik heeft Deyan Sudjic afgelopen jaar een toegankelijk boekje geschreven over steden. In twee zomers tijd pende hij het neer in zijn buitenhuis bij Siena. Sudjic is directeur van het Design Museum in Londen. Wat is een stad? Hoe maak je een stad? Hoe verander je een stad? Hoe wordt een stad bestuurd? Dat zijn de vragen die hij, net als ik, zich stelde. In elk hoofdstuk wijdt hij uit over allerlei steden, schrijft boeiende anekdotes, zoomt in op architecten en politici, graaft telkens diep in de recente geschiedenis van vooral Londen. Net als de meeste Londenaren toont hij zich ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling van zijn eigen stad zeer kritisch. Canary Wharf  is daarbij een dankbaar mikpunt van spot. Dat dit werkgebied in Oost-Londen een succes is geworden, verbaast hem nog steeds. Het slothoofdstuk is opmerkelijk. Dat gaat over menigten, en over hun onvrede. Extreme drukte, aldus Sudjic, hoort bij de grote stad. En wanneer een grote menigte bezit neemt van een stad, valt ze niet te negeren. In de allergrootste steden op aarde zijn sommige straten zelfs permanent geblokkeerd, afgeladen vol als ze zijn met mensen. Hier ervaart men aan den lijve hoe zeven miljard mensen deze aarde bewonen en hoe vervoermiddelen al die mensen op sommige plekken samenbrengen. Londen kan er als geen ander over meepraten.

Maar het is niet alleen Londen. In 2012 bezochten 9,7 miljoen mensen het Louvre in Parijs. Al die bezoekers komen voor hetzelfde: de Mona Lisa. Na de laatste verbouwing wacht het museum alweer een nieuwe uitbreiding. Vliegvelden, aldus Sudjic, weten hoe je met enorme stromen mensen moet omgaan. Heathrow, bij Londen, verwerkte in 2014 73,4 miljoen passagiers. Londen zelf ontving dat jaar ‘slechts’ 16,8 miljoen toeristen. Vliegvelden worden permanent aangepast aan de groeiende mensenstromen. Steden, en zeker de historische steden van Europa, lenen zich daarvoor veel minder. Toch zal hier permanent geïnvesteerd moeten worden in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer. Wat in Tokio al jaren normaal is, aldus Sudjic, begint ook in westerse steden normaal te worden. Mensen zullen zich moeten aanpassen aan de enorme mensenmassa’s. Waarop hij besluit: “The city is humankind’s most complex and extraordinary creation. It can be understood as a living organism. By their nature, living organisms can die when mistreated, or starved of resources, including people. (…) Planned in the right way, it can support growing numbers of people.” Wanneer wordt de drukte in Amsterdam eindelijk eens een serieuze planningsopgave, anders dan aanleiding tot opnieuw een vergeefse poging tot ruimtelijke spreiding?

Tagged with:
 

Spreiden, een Nederlandse ziekte

On 3 januari 2017, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 31 december 2016:

Kijk nou, daar heb je het weer. Spreiding. Een niet uit te roeien neiging in dit land. Ditmaal het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC Holland Marketing). Omdat het museumbezoek zich ruimtelijk steeds meer concentreert in de grote steden (20 van de 30 miljoen museumbezoekers kiest voor de musea in de grote steden in de Randstad) ontwikkelt het NBTC ‘verhaallijnen’ die provinciesteden in Nederland inhoudelijk aan Randstedelijke locaties moeten koppelen. Helemaal aan top: Amsterdam (lees: de binnenstad) met 14,3 miljoen jaarlijkse museumbezoekers, dat is de helft van het totale bezoek aan Nederland. Teveel in Amsterdam dus. Het moet minder. De eerste verhaallijn, ‘Van Gogh’, dateert van 2015. Hiermee probeert het Bureau de 2,1 miljoen bezoekers van het Van Goghmuseum in Amsterdam te verleiden ook Gelderland (Otterloo) en Brabant (Zundert en Nuenen) te bezoeken. Andere verhaallijnen zijn ‘Nederland Waterland’, ‘De Gouden Eeuw’, ‘Mondrian to Dutch Design’ en ‘Kastelen en landhuizen’. Regionale musea moeten zo meeprofiteren van de Amsterdamse groei. Iedereen moet, kortom, in de auto of in de trein. De directeur van de Museumvereniging zegt het zo: “Er zijn twee redenen om toeristen meer te spreiden over het land: je haalt de druk weg van plekken die je zou moeten ontlasten en, tweede reden, in krimpgebieden komt extra activiteit.

Alles wordt eraan gedaan om te voorkomen dat er een ruimtelijke concentratie ontstaat. Opzettelijke spreiding moet ervoor zorgen dat alles wordt verdund. Lukt het niet via een ‘rechtvaardige’ verdeling van de overheidssubsidies over de twaalf provincies, dan gaat het wel via nationale ‘verhaallijnen’. De gedachte om musea organisch in een grootstedelijke setting te laten bloeien krijgt domweg in ons land geen kans. Het argument dat het ergens te druk wordt is hier al snel voldoende om alles uit de kast te halen om het platteland te bevoordelen. Hoezo te druk? Drukte hoort nu eenmaal bij grote steden. En het moet gezegd, eindelijk doen onze grote steden het weer goed. Decennialang werden ze verwaarloosd en aan hun lot overgelaten. Nu ze zich hebben hersteld ontstaat er eindelijk weer echte drukte op straat en dus ook drukte voor de kassa’s van de musea. Drukte heeft een intrinsieke kwaliteit. Door drukte ontstaat er druk om gedurfder uit te pakken en beter te presteren. Drukte leidt tot meer kwaliteit en tot minder autokilometers. Vandaar dat de beste musea ter wereld zich in grote steden bevinden. Gaat u  naar een museum in Utica als u in New York bent? Jammer voor de provinciesteden. Weet u wat ik denk? Door nationale instanties als het NBTC wordt Nederland steeds meer opgevat als één grote stad: Holland City. Maar Nederland is helemaal geen stad, moet dat ook niet worden. Spreiden is een Nederlandse ziekte. Niet grootstedelijk en ook niet duurzaam.

Tagged with:
 

Een beetje meer Tokio

On 18 augustus 2016, in benchmarks, by Zef Hemel

Gelezen in Monocle magazine nr. 24 2016:

 

Welke stad voert op dit moment de lijst aan van ‘s werelds meest leefbare steden? Het Londense Monocle Magazine kwam onlangs weer met haar jaarlijkse benchmark van aantrekkelijke steden. Altijd zeer de moeite waard om te lezen. In ‘The Top 25 Cities’ staat het Japanse Tokio glansrijk bovenaan, met stip op één dus. Ga dus niet zeggen dat megasteden niet leefbaar zijn, want met dertig miljoen inwoners (13,3 miljoen binnen de gemeente) is Tokio een van de allergrootste steden op aarde. Tokio heeft gewoon alles, en van alles het allerbeste. En wie ooit in Tokio is geweest, weet dat extreme drukte heel goed samen kan gaan met dorpsachtige bewoning, en dat deze metropool bovendien beschikt over het allerbeste openbaar vervoer, dat auto’s er niet op straat geparkeerd mogen worden en dat iedereen er te voet gaat, waardoor er een aangename stilte heerst, ondanks de extreme volte. En wat een fraaie parken overal!  En vrijwel geen misdaad. En ook nog eens de stad van de Olympische Spelen in 2020. Want extreem rijk. Zeer terecht en verdiend, die nominatie. Nee, terwijl het met de Japanse economie helemaal niet goed gaat, blijft Tokio onverminderd groeien en bloeien. Ondertussen probeert de Japanse regering bedrijven uit Tokio te verleiden om naar kleinere steden elders te verhuizen. Allemaal vergeefs en gewoon niet handig. De mensen vertikken het.

Maar nu het slechte nieuws. Rotterdam komt in de benchmark helemaal niet voor. En Amsterdam – de stad die volgens de Atlas voor Gemeenten binnen Nederland al jaren als de meest aantrekkelijke stad geldt -  is op de wereldranglijst gezakt van plaats 19 naar 21. Terwijl Amsterdam de afgelopen jaren juist klom. De reden voor de daling is volgens de redactie tweeledig. De hoofdstad van Nederland, hoe mooi en aantrekkelijk ook, schijnt te worstelen met de vele toeristen; er wordt veel geklaagd, bewoners en toeristen zitten elkaar hinderlijk in de weg. De andere, nog veel belangrijkere reden is de geringe bouwactiviteit: er zijn domweg veel te weinig woningen in Amsterdam voorhanden, de stad is populair, maar ze is echt veel en veel te klein. Iets meer Tokio zou in de lage landen geen kwaad kunnen. Aan de leefbaarheid zal het niets afdoen. Integendeel, als Amsterdam verdubbelt zal ze alleen maar leefbaarder worden. Tokio bewijst het. Maar wie durft het aan?

Tagged with:
 

Tourists under attack

On 2 juni 2015, in toerisme, by Zef Hemel

 Read in Agora 2014 nr 4:

 

Amsterdam is questioning its success. How regrettable. It’s a troublesome discussion. All the anger of some part of the local population now is focussed on foreigners, of course. Too many tourists, they say, are visiting the inner city. They refer to riots in Barcelona last summer, when tourists misbehaved, they want to curb Airbnb and think their city’s future will be a kind of Venice. Stephen Hodes, an expert in culture and tourism policies, stirs up the masses by forecasting a doubling of tourists visiting the city in the coming ten years. He even launched a special magazine in which all contributors agree, more or less, with his disturbing message. The managing director of the Rijksmuseum, Mr. Pijbes, who lives in Rotterdam and loves to agitate, complains about the dirt in the streets. Amsterdam, he wrote in a national newspaper last summer, is ‘dirty, vile and replete’. Meanwhile his own blockbuster ‘Late Rembrandt’ was criticized because it was too crowded. The Utrecht based planning magazine ‘Agora’ dedicated a special issue to the subject of tourism. Is it makeable, the editors asked themselves? Some facts: in 2001 12,4 million people spent a day or weekend in the inner city of Amsterdam, in 2014  its number was 14,6 million – a growth of 25%.  “In Amsterdam the balance between living, working and recreating seems to be lost.”

Was there any strategy to attract all those tourists? Of course there was not. Tourism is a international bottom-up movement, just like global migration. And yes, if you build or refurbish more than thirty cultural venues in your city at the same time audiences will come. Listing the canal district as a Unesco World Heritage site is also no help. But the ‘I AMsterdam’ citymarketeers love to boast on their performance, so they are under attack now. The same holds for the city’s department of Economic Affairs who launched an ambitious program for building extra hotel rooms in the city. They all wanted to profit, without doing serious planning.  All parties are panicking now. They seem to agree on one thing: we should decentralise tourism, spread it, no matter how. How ingenuous. The whole country envies Amsterdam and wants to profit. To no avail. Mass tourism is a phenomenon that is highly spatially concentrated. You cannot prohibit people to enter the Anne Frank house. Dispersal will always be spontaneous. Which is a blessing. Another hopeful thing: more and more tourists in Amsterdam are renting bikes now. They spread. And Airbnb is a decentralised system of temporary sleeping accommodation. Hope blinks.

Tagged with:
 

Amsterdam verdubbelen

On 18 mei 2015, in demografie, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in De Volkskrant van 22 januari 2015:


De aanleiding was de drukte in Amsterdam. Het televisieprogramma Nieuwsuur wilde er een item over maken. Was het er nou werkelijk zo druk? Ze zochten iemand die het onderwerp wilde relativeren. Ik moest onmiddellijk denken aan de recente demografische studie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Die ging over de bevolkingsgroei in Nederland. In ‘De stad: magneet, roltrap en spons’ (2015) wordt geconstateerd dat veel jongeren naar de grote steden trekken. Tussen 2000 en 2014 is Amsterdam met 80.000 inwoners (IJburg) gegroeid. Ook Utrecht (95.000, Leidsche Rijn), Groningen (20.000, De Held) en Den Haag (70.000, Ypenburg, Leidscheveen) zijn groeiers. Of die groei doorzet vindt het Planbureau onzeker. Het aantal jongeren zou immers afnemen. Werkelijk? Volgens mij is een nieuwe generatie VINEX-locaties in de grote steden veel bepalender voor doorgaande groei. En vergeleken bij die lichte demografische rimpeling zijn cijfers over groeiende bezoekersstromen in ieder geval voor steden veel relevanter. Waar is het rustig, waar wordt het druk?

Om hoeveel bezoekers gaat het eigenlijk?, wilde de reporter weten. Zelf kwam hij uit Haarlem. Daar was het niet zo druk. Zeventien miljoen bezoekers per jaar, antwoordde ik. Hij wilde het niet geloven. Het waren er toch niet meer dan 5 miljoen? Nee, lichtte ik toe, dat zijn alleen de buitenlandse toeristen die hier in hotels overnachten. De werkelijke bezoekersaantallen liggen veel hoger. Stephen Hodes hanteert een getal van 8 miljoen. Ik put uit de laatste Amsterdam City Index. Je hebt immers ook dagjesmensen, winkelend publiek, gasten die op campings in de regio logeren, de 0,6 miljoen mensen die op cruiseschepen in de haven overnachten, mensen die congressen en evenementen in de hoofdstad bezoeken, enzovoort. En, voegde ik eraan toe, de prognoses wijzen op een verdubbeling in de komende tien jaar. In 2005 kwamen 11 miljoen mensen naar de hoofdstad, in 2014 waren dat er al 17,3 miljoen. Elk jaar groeit hun aantal met circa 1 miljoen. Daarover maken de Amsterdammers zich zorgen. Worden zij straks een minderheid die onder de voet wordt gelopen? De wereld is groot, de urbanisatie zet door, de middenklasse groeit, iedereen wil reizen, en Amsterdam is klein. Wat moeten we doen?, vroeg de reporter vertwijfeld. Amsterdam verdubbelen, zei ik.

Tagged with:
 

Gidsstad

On 9 maart 2015, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 8 februari 2015:

In amper zes jaar tijd is het aantal hotelkamers in Amsterdam met liefst 6.000 gegroeid tot ruim 24.000. In 2015 worden er zelfs 3.100 kamers aan de voorraad toegevoegd. In de hele metropoolregio is het aantal hotelkamers – inmiddels 33.000 – met vijf procent gegroeid. De kamerbezetting bleef desondanks ‘stabiel’. Stabiel wil zeggen een stabiele bezettingsgraad van 76 procent. Maar de gemeentelijke statistische dienst noteerde ook: “Niet eerder ontvingen de Amsterdamse hotels zoveel boekingen.” Daar komen nog eens half miljoen bezoekers van cruiseschepen bij, en komend seizoen worden in de Amsterdamse haven liefst 157 cruiseschepen en een veelvoud van riviercruises verwacht. En dan zijn er de Airbnb-toeristen. Meer dan 10.000 woningen in Amsterdam werden afgelopen jaar op de website aangeboden – een groei van 123 procent. De hotelsector ondergraven ze echter niet. Vooral het luxe segment in de toeristische markt blijft groeien. De omzet steeg met 44 procent, de opbrengst per kamer met 36 procent. De afgelopen tien jaar trok de hoofdstad zestig procent meer bezoekers! Amsterdam is niettemin extreem duur voor toeristen – ze staat op de tweede plaats van steden met de duurste hotelovernachtingen in Europa. Komend seizoen zullen de hotelprijzen weer stijgen. De bewoners van de binnenstad slaan alarm. De bouw van hotels moet stoppen. Hoe dit kan? Een typisch voorbeeld van non-lineaire groei. Zulke groei leidt tot paniekreacties. Het moment waarop de pleuris uitbreekt heet een tipping point. Dan is het meestal al te laat.

Stephen Hodes, adviseur voor cultuur en toerisme, gooit nog eens olie op het vuur. Hij verwacht de komende tien jaar een verdubbeling van de Amsterdamse toeristensector. (Overigens, dat voorspelde hij tien jaar geleden ook al, wat redelijk is uitgekomen). Ook deze adviseur pleit voor een bouwstop voor hotels. Hij vreest voor een ‘Disneyficatie’ van Amsterdam. Amsterdam wordt een pretpark. Dat illustreert hij met een statistiek van steden met het aantal overnachtingen per inwoner: Amsterdam staat daarin binnen Europa eenzaam aan de top (Venetië is weggelaten, ZH). Maar zullen de prijzen dan niet juist torenhoog stijgen? Amsterdam moet een gidsstad worden voor het beheersen van het toerisme, vindt hij. In elk geval is er niet één oplossing. Naast een bouwstop denkt hij aan een betere ruimtelijke spreiding. Maar één oplossing noemt hij niet: een verdubbeling van het inwonertal van Amsterdam zelf. Dat zou zijn statistiek op natuurlijke wijze corrigeren. Het zou ook tot een veel betere mengverhouding leiden, tot beter openbaar vervoer, tot meer spreiding, tot grotere investeringen, tot specifiekere voorzieningen. Nu moet alles met ingrepen, maatregelen en ‘big data’ worden opgelost. Niet handig.

Tagged with:
 

Nachtleven is duurzaam

On 8 oktober 2014, in duurzaamheid, economie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De hardnekkigheid van de 9 tot 5-economie’ (2009) van Paul de Beer:

Het geklaag, vooral afgelopen zomer, over de enorme drukte in Amsterdam bleek iets typisch Amsterdams. Nu klagen Amsterdammers graag – daar niet van -, maar dat is niet wat ik bedoel. Wel dit: de door Amsterdammers ervaren drukte doet zich alleen voor in (het centrum van) Amsterdam, in de rest van Nederland is het veel rustiger. Vergelijk het straatbeeld zelfs in Rotterdam maar eens met dat in Amsterdam. Amsterdam kookt over, Rotterdam nog in het geheel niet. Deels zijn het de stromen toeristen, waaronder heel veel dagjesmensen, deels groeit gewoon het inwonertal van de hoofdstad gestaag, elk jaar met 15.000. Elders in Nederland is eerder sprake van krimp, van toenemende rust en stilte. Er is geen andere conclusie mogelijk. Die enorme stromen mensen kunnen hier niet meer tussen negen en vijf worden geaccommodeerd. Amsterdam maakt zich op voor een heuse 24-uurs economie. De grootste stad van Nederland wordt eindelijk volwassen.

Volgens de econoom Paul de Beer is er in Nederland beslist geen sprake van langere werktijden. Volgens cijfers uit 2009 blijkt althans hier niets van. De Beer: "Voor zeven uur ‘s ochtends en na zes uur ‘s avonds is vrijwel niemand aan het werk." Dat zal best, maar dat zijn landelijke cijfers. In Amsterdam lijkt mij dat niet (meer) het geval. En het is ook logisch. Bij een bepaalde omvang gaat een stad niet meer slapen, dan dendert ze door. Dat zie je in echte grote wereldsteden als Londen, Sao Paulo, Tokio, New York en Parijs. Dat is buitengewoon duurzaam, goed en profijtelijk en, zeker, overlast geeft het hier en daar ook. Voorzieningen worden hierdoor echter optimaal benut, nieuwe banen worden gecreëerd, inwoners en bezoekers worden langer en beter in alles bediend. Nederland is nu nog provinciaals, de regelgeving wordt overwegend in Den Haag gemaakt. Al jaren pleit nachtburgemeester Mirik Milan (foto) voor ruimere openingstijden. Zo stelde het vorige B&W van de hoofdstad ruim een jaar geleden al enkele 24-uurs zones voor de horeca in en ik zag een pleidooi van de Amsterdamse afdeling van D66 voor meer nachtvergunningen en ruimere openingstijden. Supermarktjes, bakkers, drogisterijen, ze moeten ook ‘s avonds laat open kunnen zijn. Amsterdam zoekt naar een nieuwe balans.

Tagged with:
 

Bedreigd erfgoed

On 18 augustus 2014, in monumentenzorg, toerisme, by Zef Hemel

Gezien in Venetië op 2 augustus 2014:

We sliepen op een camping op de noordelijke punt van het Lido. Elke morgen en avond passeerden daar enorme cruiseschepen, waarvan sommige meer dan 40.000 ton wegen; het was een belachelijk gezicht, ze schampten ons bijna letterlijk. In Venetië zelf is het zo mogelijk nog ridiculer: de varende monsters maken van het Unesco-monument ronduit een farce. Vanaf november dit jaar komt daar een einde aan. Dat althans heeft de Italiaanse regering onder druk van de bevolking van Venetië besloten. In 2012 sprongen woedende bewoners en sympathisanten in het water om de schepen de doorvaart door het Giudecca-kanaal te verhinderen. Maar de burgemeester van Venetië is niet blij met het regeringsbesluit en ook de cruise-industrie wil het niet. Die laatste is een rechtszaak tegen de staat begonnen. Ondertussen zijn ook de milieu-activisten allerminst tevreden, want het compromis dat de regering met de sector heeft gesloten behelst onder meer het graven van een diepe geul door de lagune om de kolossale schepen om te leiden. Dat zou opnieuw een verstoring van de toch al kwetsbare ecologie van Venetië betekenen. Niemand blij, iedereen boos.

Waar gaat het om? Elk jaar bezoeken zo’n 650 cruiseschepen Venetië (ter vergelijking: in Amsterdam gaat het om 200 schepen). Ze komen ‘s ochtends vroeg en vertrekken ‘s avonds laat. Elk schip stoot evenveel uitlaatgassen uit als een wagenpark van 15.000 auto’s. De groei van de sector is enorm. Bezochten in 1991 nog circa 200.000 cruisepassagiers de amper 60.000 inwoners tellende Dogenstad, tegenwoordig zijn dat er 1,8 miljoen. De schepen worden ook steeds groter. De gemeente – vreemd genoeg – wordt er niet wijzer van, want de passagiers overnachten er niet en maken ook nauwelijks gebruik van de voorzieningen. Alleen het havenbedrijf strijkt de winst op. Vandaar dat de burgemeester niet blij is met de besluitvorming, die over zijn hoofd is genomen tussen de staat en de sector en die alleen relatief goedkope nautische oplossingen biedt. Een echte oplossing zou bijvoorbeeld zijn: een nieuwe cruiseterminal, op veilige afstand van de lagune. Maar dat is te duur. Ondertussen heeft het World Monuments Fund besloten om Venetië op de lijst van bedreigd erfgoed te plaatsen, samen met Timboektoe en een aantal monumenten in Syrië.

Tagged with:
 

Shared City

On 12 mei 2014, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Times van 30 april 2014:

Brian Chesky is CEO van Airbnb. Eind maart dit jaar lanceerde hij de campagne ‘Shared City’. Elke stad in de wereld, zo lees ik, kan ‘Shared City’ worden. Portland, Oregon, is de eerste. De geraffineerde uitnodiging gaat als volgt: “Imagine if you could build a city that is shared. Where people become micro-entrepreneurs, and local mom and pops flourish again. Imagine a city that fosters community, where space isn’t wasted, but shared with others. A city that produces more, but without more waste.While this may seem radical, it’s not a new idea. Cities are the original sharing platforms. They formed at ancient crossroads of trade, and grew through collaboration and sharing resources. But over time, they began to feel mass produced. We lived closer together, but drifted apart. But sharing cities is back, and we want to help build this future.” Geniale tekst, ook wat volgt. Airbnb spreekt zich uit voor duurzaamheid, erfgoed, kleine middenstand, gemeenschapszin, kunst, burenhulp. Geld dat Airbnb verdient, begrijp ik, zal mede ten goede komen aan de stad waar dat geld verdiend wordt. De organisatie belooft de toeristenbelasting te betalen, brandveiligheid van de woningen te vergroten, misbruik van Airbnb-woningen tegen te gaan, stedelijke campagnes te ondersteunen. Het bedrijf hoopt hiermee vooral ‘red tape’ tegen te gaan. “We are committed to enriching cities and designing the kind of world we want to live in. Together, let’s build that shared world city by city.” Nogmaals, een geniale tekst. Maar wat betekent het eigenlijk?

Niet elke stad in de wereld is gecharmeerd van de commerciële activiteiten van Airbnb. Op dit moment gebruiken meer dan 11 miljoen mensen de site om een kamer in een andere stad te boeken. Voor als ze naar een popconcert willen, of een openluchtconcert bezoeken. 82 procent van de aanbieders deelt alleen de woning waarin ze zelf woont, de rest betreft illegale hotels die via de site van de organisatie kamers aanbieden. Echter, in New York schatte men onlangs dat zeker 30 procent van de 200.000 aangeboden kamers in die stad door een beperkt aantal personen op de site van Airbnb was geplaatst, wat zou wijzen op ‘illegale hotels’. Sommige steden treden hard op tegen deze praktijken en proberen Airbnb het werken te verhinderen. Vooral San Francisco en New York verzetten zich, in Europa is dat Berlijn. Airbnb schat in een tegenoffensief dat ze NYC jaarlijks 21 miljoen dollar zou kunnen betalen wanneer haar het werken in de stad zou worden toegestaan. ‘Shared City’ lijkt een concept dat steden ontvankelijker voor Airbnb moet maken. Men hoopt dat SF en NYC als eerste zullen toehappen. Maar de vraag is of dat gebeurt. Populaire steden zijn juist die steden waar de woningen dikwijls erg schaars zijn en de huren snel stijgen. Via Airbnb kunnen gemakkelijk woningen aan de voorraad worden onttrokken. Afgelopen maand schrapte het bedrijf liefst 2000 aanbieders in New York van haar lijst, die kennelijk in overtreding waren. Zeventien van hen werden met naam en toenaam genoemd. Het bedrijf komt dus in actie. Het kan niet anders. De campagne is bedacht door een slimme planoloog, dat wel.

Tagged with:
 

Zelfbewuste burgers

On 19 oktober 2013, in toerisme, wetenschap, by Zef Hemel

Gehoord in De Duif, Amsterdam, op 18 oktober 2013:

Op de vrijdag voorafgaand aan de herfstvakantie vond in De Duif aan de Prinsengracht onder grote belangstelling een symposium plaats, gewijd aan de 400-jarige grachtengordel: ‘Amsterdam Canal District in Global Perspective, Past & Present’. Burgemeester Van der Laan verrichtte de opening door te spreken o.a. over ‘zelfbewuste burgers’, de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, Dymph van den Boom, sloot de lange dag af als ‘typische bewoner van de grachtengordel’. Initiatiefnemers waren de twee Amsterdamse universiteiten, UvA en VU, de gemeente Amsterdam (Bureau Monumenten & Archeologie), Stadsherstel N.V. en de Stichting Amsterdam Monumentenstad. Zo’n brede samenwerking in het Amsterdamse is uniek. Het format was al even bijzonder: negen hoogleraren uit binnen- en buitenland die ieder een afgemeten 20 minuten spraken. Het overwegend jonge publiek kon op deze wijze kennis maken met liefst negen onderzoeksvelden van specialisten uit de hele wereld. Ze waren afkomstig uit zowel de humanities als de social sciences. Onder hen vooraanstaande wetenschappers als Jonathan Israel (Princeton University), Joaquim Sabaté (University of Catalunya), Maarten Hajer (UvA), Clé Lesger (UvA) en Bernardo Secchi (Venice School of Architecture).

Vielen er aan het slot van de dag conclusies te trekken? Daarvoor leken de bijdragen te divers. Tweemaal mengde de zaal zich in het gesprek: aan het eind van de ochtend en het eind van de middag. Hier ontstond de dialoog. Vooral het mondiale toerisme was een aandachtspunt. Secchi vond het maar een ‘vreemd fenomeen’, waarbij hij Amsterdam aanraadde lessen van Siena en Venetië te leren. Sabaté vergeleek de problematiek van de Amsterdamse grachtengordel met die van de binnenstad van Barcelona: terwijl de Catalaanse havenstad mondiaal toerisme stimuleert, moet ze keihard ingrijpen in het historische centrum om het leefklimaat voor de bewoners te beschermen. Ook Maarten Hajer waarschuwde voor Disneyficatie à la Salzburg, maar adviseerde tegelijk om auto’s uit de binnenstad te weren. Zijn held was de wethouder verkeer van New York, Janet Sadik Kahn, die het autoverkeer uit Manhattan had teruggedrongen ten faveure van voetgangers en fietsers. Echter, werd er uit de zaal tegengeworpen, zou zo’n ingreep in de Amsterdamse binnenstad niet juist massatoerisme en museumvorming à la Salzburg stimuleren? Hajer zag risico’s. Susan Legêne (VU) meende dat toerisme met betekenis kan worden geladen en niet per se plat hoeft te zijn. Dat is, meende ze, een opdracht aan het bestuur. Gevraagd naar relevante onderzoeksvragen, prees Hajer daarop de opzet van het symposium: wetenschappelijke onderzoeksvragen zouden uit bijeenkomsten van ‘zelfbewuste stedelingen’ als deze moeten voortvloeien. Zoals de universiteit nu werkt, zei hij, kan niet meer. En Jan Nijman, directeur van het Centre for Urban Studies, sloot af met de oproep aan stadsbestuurders om met grootstedelijke visies te komen die wetenschappers vervolgens kunnen onderzoeken, in plaats van andersom. Dat was de rode draad: een zoektocht naar het Atheense ideaal, Hannah Ahrend’s ‘vita activa’, in De Duif die vrijdag gerealiseerd.

Tagged with: