Een tsunami van cultuurtoerisme

On 1 juli 2019, in cultuur, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 29 juni 2019:

Afbeeldingsresultaat voor louvre delacroix

 

Maandag 27 mei 2019 gingen medewerkers van het Louvre in staking. Circa 150 stafmedewerkers legden het werk neer uit protest tegen ontslagen en kortingen, terwijl de werkdruk in het beroemde museum alleen maar toeneemt. Afgelopen zaterdag bereikte het nieuws ook Het Parool. In 2018 bezochten liefst 10,2 miljoen toeristen het Franse topmuseum. Dat was een groei van liefst 20 procent sinds 2009. Niet slechts laagwaardig toerisme, maar ook het elegante cultuurtoerisme van de hogere middenklasse blijkt niet alleen in Parijs, maar volgens de krant wereldwijd ‘geëxplodeerd’. Bezoekers aan musea als het British Museum in Londen en het Louvre in Parijs komen in meerderheid uit het buitenland, bepaalde kunstschatten in deze musea zijn uitgegroeid tot regelrechte symbolen van de steden die mensen willen bezoeken. Daar zit geen marketingcampagne achter, dat doen de mensen zelf, via selfies die ze de hele wereld over sturen. Vooral Azië loopt daarin voorop. In Het Parool stond dat vrijwel alle grote musea bezig zijn met onderkeldering of ophoging, of met de bouw van compleet nieuwe vleugels. Dat lijkt me overdreven. Het geldt trouwens niet voor de musea in Zwolle, Maastricht of Groningen. Tenzij daar blockbusters worden georganiseerd, blijft drukte daar achterwege. Wat weinig vermeld wordt, is dat de museale bouwwoede door toeristengekte plaatsvindt in een beperkt aantal musea. Overigens, het is in het Louvre op maandag altijd extreem druk omdat musea elders in de stad dan gesloten zijn.

De museumstaf in het Louvre slonk de afgelopen jaren met meer dan 7 procent, die van de bewaking zelfs met 18 procent. Waarom is dat zo? Erger nog is dat het personeel regelmatig door bezoekers schijnt te worden uitgescholden. Wat ik nergens las is dat in 2018 de uitzonderlijke tentoonstelling over het werk van de Franse schilder Eugène Delacroix alle records van het Louvre wist te breken en dat dit evenement voor een belangrijk deel schuldig is aan alle ophef. Recensenten raakten in extase. Als er één tentoonstelling was die men in zijn leven niet mocht missen, dan was het deze, schreef er een. Niemand wilde deze inderdaad missen. En dan nog iets: het Ministerie van Cultuur bevindt zich recht tegenover het Louvre, dus de stakers vonden de verantwoordelijke minister maar al te gemakkelijk. Daar stonden ze, op het plein van Palais Royal. Maar nu komt het: de groei van het bezoekersaantal in het Louvre verhoudt zich slecht met die van de andere topmusea in de wereld. Daar doet zich namelijk nauwelijks groei in bezoekersaantallen voor. Althans dat las ik op CNN. Elders ving ik geluiden op dat het gebruik van de museumjaarkaart in Nederland terugloopt. Dus Het Parool maakte afgelopen zaterdag een vlammend artikel van liefst vier pagina’s, maar het was ophef om niets. Maar wel heerlijk om weer eens te waarschuwen voor een tsunami van Indiase en Chinese toeristen. Naar Amsterdam.

Tagged with:
 

Florentijns overtoerisme

On 17 april 2019, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen op Citylab van 6 september 2018:

Gerelateerde afbeelding

Afgelopen jaar groeide het toerisme naar Amsterdam opnieuw met 7 procent. Meer dan 8 miljoen nationale en internationale gasten ontving de hoofdstad in 2018, met de dagjesmensen erbij gaat het om meer dan 17 miljoen; een derde van alle hotelaccommodatie in Nederland bevindt zich in Amsterdam. Maar dat is niet alles. In 2017 kwamen er 187 zeecruiseschepen naar de stad plus bijna tweeduizend riviercruises. En dan was er nog Airbnb. Vergelijk het met Florence, een wereldberoemde cultuurstad van slechts 350.000 inwoners, die net als Amsterdam op de Unescolijst van het werelderfgoed staat. Daar kwamen in 2017 ruim 10 miljoen internationale toeristen op af, in totaal ging het om 16 miljoen gasten. Dat zijn cijfers die vergelijkbaar zijn met die van Amsterdam. Velen bezochten de binnenstad van Florence voor slechts enkele uren. Sinds september 2018 is daar in een viertal straten een verbod van kracht op eten in de buitenlucht. De straten zijn namelijk zo volgepakt met toeristen dat mensen niet alleen worden gemaand om door te lopen, maar ook niet meer uit de vuist mogen eten. Het verbod geldt tussen 12 en 3 respectievelijk 6 en 10 uur ‘s avonds. Toeristen die toch een ijsje of broodje eten op straat riskeren een boete van 450 euro. 

Er zijn schattingen die uitgaan van 100.000 Florentijnen die het jaarlijks voor gezien houden en die de stad uitvluchten vanwege de drukte en de stijgende woningprijzen. Alleen al tussen 1 oktober  2017 en 30 juni 2018 verklaarden 478 bewoners gedwongen te zijn door huiseigenaren om hun woning te verlaten. Meer dan een vijfde van alle woningen in de binnenstad wordt inmiddels verhuurd aan gasten, een op de vijf woningen in de binnenstad in ‘in handen van’ Airbnb. De stad heeft de toeristenbelasting verhoogd van 1,50 euro naar 3 euro per nacht. Is dit voldoende? Nee, het lijkt er niet op. En wat doet de Uffizi Galerie, het Rijksmuseum van Florence? Daar vormen zich steeds langere rijen wachtenden bij de kaartverkoop. Het wereldberoemde museum werkt met een nieuwe prijsstrategie. In het hoogseizoen ontvangt het dagelijks zeker 9.000 tot 10.000 bezoekers. Wie tegenwoordig op de bonnefooi komt voor een paar uurtjes staat niet alleen uren te wachten, maar betaalt de hoofdprijs: 20 euro. Jaarpassen en driedagentickets zijn stukken voordeliger. Dagjesmensen worden hiermee zoveel mogelijk geweerd. Ik denk dat door dit soort noodzakelijke maatregelen nòg meer ‘verkeerde’, goedkope toeristen op straat zullen belanden. Is dit alles vergelijkbaar met Amsterdam? Er is één groot verschil. De Amsterdamse binnenstad is groter: 8 km2, die van Florence slechts 3,5 km2.

Tagged with:
 

Singapore in de woestijn

On 14 april 2019, in internationaal, regionale planning, by Zef Hemel

Gelezen in Egypt Today van 14 juli 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: Egypt Today

Let op de grootste stad van Afrika, Caïro, de hoofdstad van Egypte. Volgend jaar opent daar het Grand Egypt Museum, ontwerp van het Ierse architectenbureau Henegham Peng. Het nieuwe museum ligt op twee kilometer afstand van de piramides van Gizeh en werd gefinancierd met Japans kapitaal. De Egyptische regering verwacht hier jaarlijks drie miljoen toeristen. Een nieuw vliegveld aan de westkant van de megastad dat onlangs werd geopend, moet het toeristenverkeer van en naar Gizeh soepel afwikkelen. Toeristen die landen op Sphinx Airport hoeven straks het hectische Caïro niet meer in. Daar komt bij dat de Egyptische regering vijfenveertig kilometer oostelijk van Caïro een compleet nieuwe hoofdstad bouwt, groot 700 vierkante kilometer (dat is twaalf maal zo groot als Manhattan). Het complete regeringscentrum zal hier naartoe worden verplaatst, evenals de studio’s van de Egyptische televisie. De nieuwe stad krijgt circa zeven miljoen inwoners, anderhalf miljoen banen en wordt voorzien van alweer een nieuw vliegveld. Geschatte kosten: 45 miljard dollar (maar sommigen denken eerder dat het 300 miljard wordt). De vastgoedportefeuille is voor vijftig procent in handen van het Egyptische leger. Een Chinese aannemer bouwt het eerste deel. De Chinese ambassadeur in Egypte verklaarde dat de nieuwe stad deel zal uitmaken van het ‘One Belt, One Road’ initiatief van president Xi Jingping.

De nieuwe stad krijgt volgens de plannen 1.250 moskeeën, 2.ooo scholen en 600 ziekenhuizen. De ambitie en de krankzinnige omvang doen vermoeden dat Egypte hier niet minder dan een nieuw Dubai wil bouwen. Zelf spreekt de regering van een tweede Singapore, want het wordt een ‘smart city’. Zijn de plannen werkelijk megalomaan? Wie de congestie van Caïro kent, zal verlangend uitkijken naar de uitvoering. Op termijn moet de drukte in de oude stad minder worden als de nieuwe stad verrijst. Nu nog telt Caïro 18 miljoen inwoners, in de hele metropolitane regio leven 24 miljoen zielen, maar rond 2050 verwachten demografen een verdere groei naar 40 miljoen. Iedereen begrijpt dat de bestaande stad deze verdubbeling niet zal overleven. Overigens maakte de Egyptische regering onlangs bekend dat zij nog eens twintig nieuwe steden elders wil bouwen, goed voor nog eens dertig miljoen inwoners. Binnenkort verrijst de eerste wolkenkrabber aan de Egyptische horizon: 345 meter hoog wordt ze. Daarmee wordt ze het hoogste gebouw van heel Afrika. Het moet president Trump als muziek in de oren klinken. De Egyptische president was afgelopen week voor de tweede keer bij hem op bezoek.

Tagged with:
 

Verfilmd liefdesleven als toeristische aanjager

On 14 maart 2019, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in The Telegraph van 15 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor mexico city kahlo map

Bron: Tales and Tours

Het toerisme naar Mexico is hoofdzakelijk op Yucatan gericht: de zuidelijke provincie met stranden en de unieke Mayatempels, veel minder op het noordelijker gelegen Mexico City. Terwijl die eerste groeicijfers van 9 procent haalt, lijkt de laatste te stagneren. Hoewel. De megastad in het hart van het land, hoewel tegenwoordig veel minder vervuild en gevaarlijk, heeft misschien nog steeds een bedenkelijke reputatie, maar bij mijn recente bezoek viel me op dat er hier van een ware ommekeer sprake is. De wijken Roma en Condesa vallen ineens op door talrijke groepjes toeristen die door de lommerrijke straten rondtrekken. Zelfs het centrum lijkt opgeknapt. Het meest zichtbaar is ontluikend internationaal toerisme in de zuidelijke wijk Coyoacán. Daar, op ruim een half uur autorijden van het stadscentrum, staat Casa Azul: een opvallend blauw geschilderd woonhuis in een dorpsachtige straat. Elke dag stroomt de straat hier vol met geduldig wachtende mensen die allemaal dezelfde woning willen bezoeken. Op deze plek is de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo in 1907 geboren. Later, na de dood van haar vader, trok ze samen met de al even beroemde Mexicaanse schilder Diego Rivera in het eenvoudige pand. De kunstenaarsechtpaar bood hun huis zelfs korte tijd aan aan de Russische marxist Leon Trotsky, toen deze met zijn vrouw naar Mexico vluchtte. In het blauwe huis stierf de schilderes, 47 jaar jong, aan de verwondingen die ze in haar jeugd had opgelopen bij een busongeluk in een van de straten. Dat was in 1954.

Rivera is een Mexicaanse held, maar Kahlo lijkt nu nog veel beroemder te worden. Dat gebeurde vooral na het verschijnen van de film ‘Frida’ in 2002, gemaakt door de Amerikaanse regisseur Julie Taymor. De film is gebaseerd op de biografie over Kahlo uit 1983 en schetst een kort, ongelukkig en opwindend liefdesleven van twee sterke persoonlijkheden (Kahlo: “There have been two great accidents in my life. One was the trolley, and the other was Diego. Diego was by far the worst”). Vooral sinds ‘Frida’ ook op Netflix te zien is, is toerisme naar Mexico City massatoerisme geworden. Elke maand bezoeken 25.000 jonge mensen de woning, die niet groter is dan 800 vierkante meter, dat is circa 300.000 toeristen per jaar. Op zichzelf lijkt dat niet veel. Maar een flink aantal nieuwe musea in de metropool is inmiddels met Kahlo’s naam in verband gebracht en in 2014 merkte de BBC op dat de merchandising van het merk ‘Kahlo’ in de miljarden moet belopen. Overal in de stad liggen T-shirts, boeken, schotels, prints en zelfs luciferdoosjes met afbeeldingen van Kahlo of van een van haar schilderijen. Afgelopen zomer opende er een tentoonstelling over haar in het V&A in Londen. Die betrof de opvallende kleurrijke kleren die ze in haar korte leven heeft gedragen en vertelde over de herkomst en betekenis ervan. De tentoonstelling was een blockbuster. Het liefdesleven van Kahlo, maar vooral het verhaal over haar lijden, jaagt sindsdien het internationale toerisme naar Mexico City op. In 2016 ging het om 2 miljoen internationale toeristen, in 2025 verwacht de stad zeker 50 procent meer gasten te ontvangen. Een soort van Anna Frankhuis dus. De prognose werd overigens gemaakt kort voordat de film ‘Roma’ van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón de filmhuizen veroverde. Ook op Netflix is deze te zien. Daarom verwacht ik de komende jaren nog beduidend méér toeristen.

Tagged with:
 

The Old and the New Giant

On 12 februari 2019, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Overbooked’ (2013) van Elizabeth Becker:

Afbeeldingsresultaat voor overbooked elizabeth becker

Eerder al schreef ik over het boek van de Amerikaanse journalist Elizabeth Becker over het verschijnsel van ‘overtoerisme’. Deel vijf in ‘Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism’ gaat over de twee wereldmachten: ‘The New Giant’ en ‘The Old Giant’. Met de eerste wordt China bedoeld, met de tweede de Verenigde Staten van Amerika. Wat China betreft schrijft Becker dat het immense land een toerismesector kent die door de communistische regering tot grote hoogte wordt opgestuwd. Peking voert niet alleen een actieve industrie-, innovatie- en technologiepolitiek, maar ook een krachtige toeristische politiek. De grote doorbraak kwam met de organisatie van de Olympische Spelen in de Chinese hoofdstad in 2008. “This was China’s coming-out party.” De vier miljard mensen die de spelen destijds zagen, werden moeiteloos rijp gemaakt voor een bezoek aan het onbekende wereldrijk. De kosten – 40 miljard dollar – die in de organisatie waren gestoken, waren het alleszins waard. Tiananmen Square was snel vergeten. Sindsdien spenderen buitenlandse gasten in China niet minder dan 45 miljard dollar per jaar. En dan was er de Wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010. Kosten: 55 miljard dollar (aan het metronet van de Chinese havenstad werd 45 miljard dollar uitgegeven). Er kwam 73 miljoen mensen op af. Het jaar daarop startte de bouw van Disneyland Shanghai. Sindsdien is het Chinese toerisme aan een onstuitbare opmars bezig. Becker: “It is hard to fathom how much of the future of the world’s tourism industry is in the hands of the Chinese.”

Het contrast met ‘The Old Giant’ kan niet groter. Washington doet niets om de toerismesector in de Verenigde Staten te bevorderen. Integendeel. Niet alleen heeft de Amerikaanse regering altijd centrale planning afgewezen, vakantiedagen krijgt de Amerikaanse werknemer domweg niet. Wie zo hard moet werken, heeft geen tijd voor vakantie vieren. Voor buitenlanders werd na September 11, 2001 het vliegen op de VS bovendien bijzonder lastig gemaakt. Visa zijn nodig, wachttijden op de luchthaven zijn steevast lang. Eerder al, in 1996, trokken de VS zich terug uit de toeristische organisatie van de Verenigde Naties. En Las Vegas? De gokstad in Nevada werd de afgelopen jaren weggedrukt door Macao en Singapore, die zich zeer succesvol op het goktoerisme stortten. De stad moest zich aanpassen. Daar draait het nu om congressen en seminars. Liefst 19.000 congressen leveren de stad inmiddels 6,3 miljard dollar op, jaarlijks. Er zouden meer mensen naar Vegas gaan dan naar Mekka. En op Hawaii biedt de toerismesector tegen de defensie-industrie op; beide zijn goed voor 1 miljard dollar inkomsten elk jaar. Het probleem is daar minder gebrek aan steun vanuit Washington. Toerisme wordt er bedreigd door een hele snelle zeespiegelstijging. Gekke wereld. Alles verandert zo snel.

Tagged with:
 

Een ode aan Ed van Thijn

On 10 februari 2019, in bestuur, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Jongens, maak het maar mooi’ (2016) van Max van den Berg:

Afbeeldingsresultaat voor max van den berg jongens

De problemen in de Amsterdamse binnenstad zijn groot. Binnen de Singelgracht wordt bijna niet meer gewoond, sommige delen zijn tot regelrechte no-go areas verworden. Drugshandel, criminaliteit, verkrotting en ernstige vervuiling bedreigen de centrumfunctie van de historische kern van de hoofdstad van het land. Amsterdam schaamt zich. Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 richt burgemeester Ed van Thijn een Adviesgroep Binnenstad in met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, universiteit, kunst- en cultuursector, vakbonden en bewonersorganisaties. Zij schrijven een rapport. Na de verkiezingen wordt binnen het nieuwe college de burgemeester aangewezen als bestuurlijk coördinator van een ‘Aanpak voor de binnenstad’. Van Thijn vraagt Max van den Berg, eerder directielid van de Dienst Ruimtelijk Ordening maar inmiddels werkzaam op het stadhuis, om de rol op zich te nemen van ambtelijk coördinator. Onder zijn aanvoering wordt een klein team op het stadhuis geformeerd dat steeds met de burgemeester overlegt. Daarnaast komt er een Werkgroep Binnenstad, waarin 35 vertegenwoordigers van de meest betrokken diensten zitting nemen. Bovendien laat Van den Berg zich adviseren door een werkgroep Juridisch Beheer die helpt “af en toe totaal verknoopte formele situaties te ontwarren en in beweging te brengen.” Opvallend is de informele sfeer; met de burgemeester wordt veel gelachen. Coördinator Van den Berg weet zich omringd door een “enthousiaste groep, zonder macht, maar met de wil problemen op te lossen en tot daden te komen, wat bijna steeds lukt.” Is er een visie op de toekomst van de binnenstad? Nee, er zijn alleen actievoorstellen. De binnenstad moet worden gered.

Aan het woord is Van den Berg, die in 2015 terugblikte op zijn ambtelijke carrière in Amsterdam en daar een boek over publiceerde. Centraal in de strategie die de burgemeester en hij na 1982 ontwikkelen, staat ‘herstel van vertrouwen’. Daarvoor is ‘openheid’ een eerste vereiste, en ook ‘flexibiliteit’. “Ons doel is simpel: Verbeter het imago van Amsterdam en maak de binnenstad mooi en schoon.” Wat opvalt in de aanpak die uiteindelijk gekozen wordt is de nadruk op het wonen: het stegenplan, het wonen-boven-winkels-plan, het gatenplan, het herstelplan voor de Zeedijk, de voltooiing van de stadsvernieuwing op de Eilanden, in de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt. In 1981 wonen er nog maar 53.000 mensen in de Amsterdamse binnenstad. Vier jaar later zijn dat er weer 57.000; ondertussen staan er plannen gereed die het totaal zullen brengen op 60.000. Maar dat niet alleen. Vanaf 1985 worden de inspanningen ook gericht op hoger onderwijs in de binnenstad met drie clusters van liefst 39 hbo-instellingen en een universiteit. En ook cultuur, kunst en toerisme krijgen een impuls, met initiatieven voor tal van nieuwe accommodaties. Het werd in die vroege jaren ‘80 allemaal bedacht en in werking gezet. Dertig jaar later wonen er meer dan 86.000 Amsterdammers in de binnenstad; hun aantal neemt verder toe, tot 91.500 in 2040. Bijna evenveel jongeren studeren er.  Het bedrijfsleven floreert. Het aantal toeristen groeit explosief. De binnenstad, inmiddels bijna te mooi, dreigt te bezwijken onder haar enorme succes. In 2018 werd ze door Elsevier Weekblad uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijk broeit het en gist het. Het wordt te druk. De prijzen gaan sky high. Amsterdammers keren zich af. Anno 2019 moet de binnenstad opnieuw worden gered.

Tagged with:
 

Toerisme in bedenkelijke metaforen

On 21 november 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 6 oktober 2018:

Gerelateerde afbeelding

Bron: monumenten, Maps Amsterdam

In ‘Zet stop op de hele regio’ schetste journalist Michiel Couzy in Het Parool recentelijk de laatste ontwikkelingen in de felle discussie rond de spreiding van het toerisme in en rond Amsterdam. Diverse beleidsmakers komen aan het woord, met een hoofdrol voor toeristenkenner Stephen Hodes. Ik las het artikel met grote tegenzin. Waarom tegenzin? Wie het woord ‘toerist’ vervangt door ‘gans’, ‘parkiet’ of ‘rat’ zou niet raar opkijken. In de wijze waarop in het artikel over toeristen wordt gesproken, lijkt het alsof we het over een plaag, een ziekte, een uitbraak van nauwelijks te bestrijden ongedierte hebben. Zonder dat de auteur of de geïnterviewden het in de gaten hebben worden toeristen ontmenselijkt: ze moeten verdreven worden, maar ze laten zich niet verdrijven. Hodes maakt het helemaal bont: als je ze spreidt, stelt hij, dan komen er andere toeristen voor in de plaats. Het kwaad wordt dan alleen maar erger. Niet doen dus. Maar hoe moet je ze dan bestrijden? Lees het slot: “Spreiding is niet alleen bedoeld als wapen tegen overlast. Het (wapen) kan ook worden ingezet om te voorkomen dat te veel mensen tegelijkertijd op dezelfde plek verblijven.” Wapens inzetten? Woorden vormen ons gedrag. Gaan we schieten? Ik schrok er werkelijk van.

Volgende week spreek ik gemeentelijk ombudsman Arre Zuurmond in zijn tijdelijke woning op de Amsterdamse Wallen. Onderwerp: toerisme. Zuurmond bivakkeert al weken in de Sint Olofspoort en schrijft en twittert over zijn nachtelijke belevenissen. Ik bewonder zijn manier van werken en deel zijn zorgen. Hij eist meer handhaving. We moeten het erover hebben. Maar de binnenstad is geen ‘jungle’. Handhaving is humaan, spreiden niet. Lees ook Hodes in het blad van de Amsterdamse binnenstad (Binnenstad 277, zomer 2016): “Toeristen zijn als jagers die je ook alleen maar ziet waar prooi is. Anders gezegd, ze zijn als mieren die op een suikerklontje afkomen.” Jagers, prooi, mieren, allemaal verwerpelijke metaforen. Wie is trouwens hier de jager? Is dat niet Hodes zelf? In datzelfde interview bestrijdt Hodes mijn suggestie om Amsterdam in omvang te verdubbelen. Zoiets vindt hij ‘volkomen irreëel.” Nee, liever spreekt hij over Amsterdamse ‘creeping paralysis’: “stukje bij beetje raak je verder verlamd.” Ik weiger met Hodes en beleidsmakers over toerisme in termen van ‘spreiden’, ‘verjagen’, ‘prooi’, ‘verlamming’, ‘wapens’, ‘toeristenstop’ te spreken. Laten we met het zuiveren van onze taal beginnen. Amsterdam is gewoon heel erg mooi. Maar de stad is geen suikerklontje.

Tagged with:
 

Hoezo toeristische topbestemming

On 7 november 2018, in benchmarks, toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in ‘City Travel & Tourism Impact 2018’:

Afbeeldingsresultaat voor city travel and tourism impact 2018

Nee, Amsterdam behoort zeker niet tot de topbestemmingen in de wereld als het om toerisme en reizen gaat. Gezien alle ophef zou je bijna denken van wel, maar toch is het niet zo. In het nieuwe ‘City Travel & Tourism Impact 2018’ komt de Nederlandse hoofdstad gewoon niet voor. De belangrijkste bestemming in de wereld, aldus de World Travel & Tourism Council in haar jaarlijkse overzicht, is Shanghai, gevolgd door Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City, Las Vegas, Shenzhen, Guangzhou, Londen, Hongkong, Miami. Nee, Amsterdam prijkt eens niet in de top 20. Zelfs relatief, dus afgemeten naar de omvang van de stad, komt Amsterdam niet in de top 20 voor. Dan heeft het Marokkaanse Marrakech eerder reden tot klagen. Of Antalya, Dubrovnik, Las Vegas, Venetië, Dubai. Nee, Amsterdam is helemaal geen wereldspeler als het om toerisme gaat. In Europa loopt de as van het toerisme nog altijd van Rome via Parijs naar Londen. Wel groeit het aandeel van steden in het wereldwijde toerisme. Dat aandeel is nu al 47% .

Met name de Chinese steden veroveren de wereld. Dat geldt zeker voor Macao. In Hongkong spenderen de toeristen het meeste geld, daarna volgen Macau, Dubai, New York, Bangkok, Singapore. Vanzelfsprekend ontbreekt de Nederlandse hoofdstad volkomen in dit rijtje. Amsterdam is ook geen ‘gateway’. Dat zijn Shanghai, Beijing, Parijs, Orlando, New York, Tokio, Bangkok, Mexico City. Nee, Dublin doet het in dat opzicht altijd nog beter. En ook behoort Amsterdam niet tot de snelste groeiers. Dat zijn Abu Dhabi, Teheran, Chongqing, Lagos, Singapore. Relatief dan toch wel misschien, want Amsterdammers ervaren het sinds 2014 toch aan den lijve? Nee dus. Dat zijn eerder steden als Manila, Cairo, Madrid, Abu Dhabi, Londen, Riyad. Wel staat Amsterdam op plek 16 als het gaat om het aandeel van de werkgelegenheid in toerisme in de totale werkgelegenheid van de stad (9%). En ook heeft het toerisme naar Amsterdam binnen Nederland een relatief hoog aandeel (33%). Nee, Amsterdam is absoluut en zelfs relatief geen wereldspeler als het om toerisme gaat. Dan eerder nog Barcelona. Die stad staat op plaats 15 als het gaat om het aandeel internationale toeristen (8,9%). De rest van de wereld begrijpt al die humbug in het Amsterdamse niet vanwege die letters en die hotels en die bierfietsen en die Airbnb-appartementen en die nutellawinkels. Of misschien is Amsterdam wereldleider in het aantrekken van een hinderlijk soort toerisme. Een toerisme dat veel op straat verblijft. Maar daarover verstrekt de Impact helaas geen cijfers.

Tagged with:
 

Toerisme als een plaag

On 26 september 2018, in toerisme, by Zef Hemel

Gelezen in: ‘Overbooked’ (2014) van Elizabeth Becker:

Afbeeldingsresultaat voor overbooked becker

Elizabeth Becker is oud-correspondent van The New York Times. In 2014 schreef ze een boek over ‘overtourism’, het verschijnsel dat domweg teveel toeristen op één plek samentrekken, en dat gebeurt op dit moment over de hele wereld. In ‘Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism’ wijdt ze de lezer in in de nieuwe wereld van het reizen met in elk hoofdstuk aandacht voor één land. Ze schreef er vijf jaar aan. Het boek eindigt in China en de Verenigde Staten. De rol van overheden in de toerisme-industrie staat centraal. Overheden, schrijft ze, verkopen hun land, promoten stranden, musea, evenementen, verstrekken visa, bouwen vliegvelden, beslissen over wie komt en wie gaat, bepalen kortom hoe ze de business willen reguleren. Dat begon al in 1925, toen landen de International Congress of Official Tourist Traffic Associations oprichtten, met een vestiging in Den Haag. Later, in 1967, verhuisde dit naar Geneve, nog weer later naar Madrid. Alles stelde het in het werk om toerisme tot een volwaardige industrie te laten bestempelen. Toerisme kreeg pas werkelijk vleugels toen vliegtuigen ononderbroken grote afstanden konden afleggen, American Express bereid was overal cheques uit te schrijven en de muur in Berlijn viel waardoor de wereld ineens openlag voor backpackers, later de hele middenklasse. Toerisme werd dé manier om een arm land uit de malaise te trekken. Stelselmatig werden de keerzijden van het toerisme onderbelicht. Een kwalijke zaak.

En toen begon het tijdperk van het internet. Daarmee was het hek van de dam. Maar het zijn niet de ondernemers of toeristen zelf die bij Becker op hun lazer krijgen. De enorme problemen in de toeristische sector in de hele wereld worden in de eerste plaats veroorzaakt door regeringen. Het product van toerisme zijn landen, stelt ze, niet bedrijven. Overheden bepalen of bedrijven hotels mogen bouwen, of vliegtuigmaatschappijen landingsrechten krijgen, of een congrescentrum mag worden geopend, of een Olympische Spelen naar de hoofdstad wordt gehaald. Ministeries spenderen miljoenen om toerisme naar hun land te promoten via nationale Bureaus voor Toerisme. Fraai en duurzaam is het allemaal niet. “The reputation of tourism is often poor, and rightly so. It is an extremely sensitive sector.” Milieuverontreiniging en overbelasting zijn buitengewoon ernstig; de in totaal 1 miljard trips elk jaar van toeristen en de mogelijkerwijs driemaal zoveel trips binnenslands doen een regelrechte aanslag op het milieu in alle getroffen landen. Desondanks weigeren overheden toerisme als een volwaardige economische sector te beschouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de desastreuse effecten. Dat is vreemd. Het is Frankrijk, aldus Becker, dat als toeristische bestemming nummer één in de wereld nadenkt over de toekomst van het verschijnsel. En wat denkt Frankrijk? Lokale gemeenschappen moeten het heft in eigen hand nemen. Ergens is er een tipping point. Voorbij dat punt is toerisme een plaag, een ziekte, een boze droom, nee een regelrechte nachtmerrie.

Tagged with:
 

Toerisme in Tokio

On 30 juni 2018, in economie, toerisme, by Zef Hemel

Gehoord in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam op 23 juni 2018:

Afbeeldingsresultaat voor tourisme tokyo growth

Bron: Japan National Tourist Organization

Shu Yamamura is planoloog, tevens wetenschappelijk onderzoeker aan Waseda University, Tokio. Als een van de zes sprekers tijdens ‘New Tokyo Story’, het seminar over de ruimtelijke dynamiek in megastad Tokio na het tijdperk van de groei gehouden op 23 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, ging hij in op de zonnige kanten van de recente bouwwoede, maar noemde ook de schaduwzijde. De Japanse bouwindustrie, zei hij, viert op dit moment zijn ‘last party’. De bouwproductie is opgevoerd van 72.000 naar liefst 160.000 nieuwe woningen jaarlijks, ook de productie van kantoortorens is op dit moment ongekend. De slogan van de Japanse regering is ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Liefst twintig CBD’s zijn er in de jaren tachtig en negentig in Groot-Tokio ontwikkeld. Met name in het hart van Tokio is hierdoor een ernstig tekort aan infrastructuur ontstaan. Hij vergeleek het stadsdeel Chue in het centrum met Chiba aan de andere zijde van de baai. In Chiba is sprake van snelle leegloop en een gestaag ouder wordende bevolking, in Chue stromen de jongeren toe en schieten de torens met condominiums uit de grond. De baai met zijn kunstmatige eilanden noemde hij het nieuwe oostfront van de metropool.

Al jaren doet Yamamura onderzoek naar met name de ontwikkeling van de kantorenmarkt in Tokio. Sinds de jaren ‘80 groeit die sector explosief. Maar er gebeurt iets merkwaardigs, vertrouwde hij mij toe. De laatste jaren hebben zelfs nieuwe kantoren het moeilijk gekregen. Hun plaats wordt ingenomen door een tomeloze expansie van hotels, die bereid zijn extreem hoge prijzen te betalen. Alle hotels strijken neer in het centrum van Tokio, dat ongeveer zo groot is als de Randstad. Hun snelle groei wordt opgestuwd door de Olympische Spelen van 2020. Het toerisme naar Japan en naar Tokio in het bijzonder groeit de laatste jaren razendsnel: in 2017 bezochten al 28,7 miljoen toeristen Japan, dat is een groei van liefst 19 procent. Tien jaar geleden was dat nog maar 8 miljoen. In 2020 schat men het aantal toeristen op niet minder dan 40 miljoen. De meeste komen uit China en Zuid-Korea. In heel Oost-Azië en de Pacific trouwens groeit het toerisme explosief, met name vanuit China. Op 14 april 2018 berichtte The Economist hier al over (‘China whirl’). Het vraagstuk is urgent. Yamamura begreep er niets van. Hij had ontdekt dat Amsterdam nu hetzelfde overkomt en dat de Nederlandse hoofdstad al maatregelen neemt om het toerisme aan banden te leggen. Daarvan was in Tokio nog geen sprake. Een delegatie van bevoegdheden van de centrale overheid naar regionale autoriteiten leek hem essentieel. De grote steden moeten meer armslag krijgen. Hij vroeg me hoe het daar in Nederland mee stond. Ik verwees hem door naar de Nederlandse regering en naar het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen in Den Haag.

Tagged with: