Tekens van stedelijkheid

On 21 oktober 2018, in participatie, wonen, by Zef Hemel

Gesproken in De Nieuwe Liefde te Amsterdam op 18 oktober 2018:

Afbeeldingsresultaat voor a theory of urbanity zijderveld

Zowel stadshistoricus Tim Verlaan als ik hield afgelopen week de Enneüs Heermalezing in De Nieuwe Liefde te Amsterdam. De lezing, die jaarlijks wordt georganiseerd door woningbouwvereniging De Alliantie te Amsterdam, stond dit jaar in het teken van stedelijke verdichting. Tim zoomde in op de grote stadsprojecten in Amsterdam in de jaren zestig en zeventig: het Caransahotel op het Rembrandtplein en de voorgenomen sloop van het huis van bewaring aan het Leidseplein.  Zijn verhaal eindigde na alle oproer in 1978, op het moment dat Enneüs Heerma wethouder werd in Amsterdam in het college van Jan Schaefer en Michael van der Vlis. Deze nieuwe generatie bestuurders wilde een ander soort stad. Mijn lezing begon in 1995, toen Heerma als staatssecretaris de bruteringsoperatie uitvoerde waarmee de rijksoverheid de woningbouwverenigingen financieel verzelfstandigde. Aan de hand van ‘A Theory of Urbanity’ (1998) van de Rotterdamse socioloog en partij-ideoloog van het CDA Anton Zijderveld beschreef ik de context van die operatie: het terugveroveren van stedelijkheid die was verloren gegaan door de dominantie van de Nederlandse staat in het domein van het wonen. In deze stedelijke revolutie is dichtheid geen doel, maar een middel. Het doel is nieuwe stedelijkheid: stedelijke trots, stedelijke autonomie, burgerschap, vrijheid, zelfbeschikking.

In de loop van de twintigste eeuw had de Nederlandse staat niet alleen de volksgezondheid, de cultuur en het hoger onderwijs, maar ook de volkshuisvesting aan zich getrokken. Tot die tijd waren dit nog bevoegdheden geweest van stedelijke autoriteiten. Centralisatie van de macht en rationalisering leidden tot abstractie. Ministeries en planbureaus gingen nationaal beleid dicteren; de regering in Den Haag besliste, de Haagse technocratie eiste vooral efficiency en doelmatigheid. De ruimtelijke orde werd een zorg die staatsplanners zich gingen toe-eigenen. Vrije stedelingen werden onderdanen. De steden, schreef Zijderveld, hebben ernstig onder deze nivellering geleden. De meeste verloren na de oorlog hun ziel. De arrogantie van de staat had al in 1968 jonge burgers de straat op gejaagd. Deze culturele revolutie had later allerlei vormen van decentralisatie, deregulering en privatisering teweeg gebracht: in de ogen van Zijderveld waren ze onderdeel van een noodzakelijk proces om de steden en hun inwoners weer meer autonomie te geven. In die politieke context, beweerde ik, moet de bruteringsoperatie van Heerma worden begrepen. De rest van mijn lezing ging over wat er daarna is gebeurd. Ik zag tekens van nieuwe stedelijkheid en tegelijk een ‘Den Haag’ dat weigert macht over te dragen. Stadstaatvorming, besloot ik, is de agenda van de toekomst.

Tagged with:
 

De rode woonagenda van Parijs

On 25 mei 2018, in Geen categorie, wonen, by Zef Hemel

Gehoord in Parijs op 17 mei 2018:

 

 Gerelateerde afbeelding

Paris Habitat is een van de 732 woningbouwverenigingen die Frankrijk telt. Samen beheren de Franse corporaties 4,6 miljoen sociale woningen, dat is 17 procent van de totale woningvoorraad van het land. In hoofdstad Parijs gaat het om 21 procent, iets meer dus dan het Franse gemiddelde. Dit komt neer op meer dan één miljoen sociale woningen. Maar dat is nog altijd te weinig. De Parijse woningmarkt is, net als die van Londen en Amsterdam, oververhit, op de wachtlijst staan meer dan 150.000 verzoeken die niet kunnen worden gehonoreerd. Bovendien kwamen sinds 2015 liefst 35.000 migranten de stad binnen die een goedkope woning nodig hebben. Het socialistische gemeentebestuur van Parijs wil daarom dat er jaarlijks 7500 sociale woningen worden bijgebouwd. Paris Habitat krijgt forse subsidie van de gemeente, naar ik begreep zeker 3 miljard euro, want bouwen in Parijs is extreem duur. Echter, de regering Macron betaalt die meerkosten niet. Wel eist de regering dat zeker 25 procent van de woningvoorraad in elke Franse gemeente in 2025 sociaal moet zijn, maar voor Parijs treft ze geen voorzieningen. Ondertussen liep de bijdrage van de Franse regering aan de woonagenda terug van 880 miljoen euro in 2005 naar 205 miljoen in 2017. Burgemeester Anne Hidalgo (Parti Socialiste) legt daarom fors geld bij en is nog ambitieuzer dan de president: liefst 30 procent van de woningvoorraad van Parijs moet volgens haar in 2025 sociaal zijn.

Paris Habitat beheert 124.000 sociale woningen, waarvan 90 procent binnen de gemeentegrenzen, dus binnen de Parijse Périphérique. Huurders betalen 5 tot maximaal 12 euro per vierkante meter; dat is een schijntje vergeleken bij de marktprijzen die in Parijs schommelen rond de 25 euro per vierkante meter. Elk jaar geeft de grootste corporatie van Frankrijk 5.000 woningen uit aan nieuwe bewoners. Daarvan is een steeds groter deel kwetsbaar en/of armlastig; ook de gemiddelde leeftijd gaat steeds verder omhoog. De leden van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing die het hoofdkantoor van Paris Habitat bezochten klonk het als muziek in de oren. Sommigen vonden het zelfs ouderwets riant, zeker toen ze hoorden hoe de stad Parijs met financiële middelen bijsprong. De oren gingen zelfs klapperen toen ze van het plan hoorden om 96 sociale appartementen te bouwen in het oudste warenhuis van Parijs, ook wel bekend als Samaritaine, aan de oevers van de Seine. In Frankrijk is het vraagstuk van de sociale woningvoorraad inmiddels een belangrijk politiek aandachtspunt en de verbouwing van het beroemde warenhuis staat daarvoor symbool. Maar later, tijdens ons bezoek aan Clichy-Batignolles, hoorden wij hoe de prijzen van de sociale huurwoningen en vrijesectorwoningen in dit stadsvernieuwingsgebied extreem uit elkaar gaan lopen. Dat snel groeiende verschil voelt allerminst rechtvaardig.

Tagged with:
 

Meer dan genoeg woningen

On 5 maart 2018, in internationaal, wonen, by Zef Hemel

Gehoord op Roeterseiland Campus, Amsterdam, op 26 februari 2018:

Afbeeldingsresultaat voor richard ronald housing seoul

Bron: Richard Ronald, UvA

Zuid-Korea is ongeveer even groot als Engeland. Beide landen tellen circa 50 miljoen inwoners. In Korea woont de helft daarvan in slechts twee provincies. Samen vormen die Groot-Seoul. Aan het woord is Richard Ronald, hoogleraar Housing, Society and Space aan de Universiteit van Amsterdam. Afgelopen week verzorgde Ronald een gastcollege over Seoul in het bachelorprogramma Cities in Transation. Het eerste deel van zijn college ging over de wonderbaarlijke naoorlogse groei van Seoul, het tweede over woningbouw- en huisvestingstrends in recente jaren. De economische groei van Korea na het bestand van 1953, zei hij, was nog indrukwekkender dan die van Japan. Een ‘IJzeren Driehoek’ van bedrijven, politici en bureaucraten had de leiding genomen over een groei die het Westen naar de kroon moest steken. Ronald noemde het ‘developmentalism’, naar een begrip geïntroduceerd door Chalmers Johnson (1982). Koreanen waren in de jaren bereid geweest om grote offers te brengen. Het letterlijk bouwen van steden werd de economische groeimachine van het arme land. In plaats van een welvaartsstaat te ontwikkelen en mensen een vangnet te bieden, werd een dak boven je hoofd het middel om hardwerkende gezinnen materieel te ondersteunen. Bijgevolg werd de ‘Land and Housing Corporation’ een van de grootste bedrijven van het land. Seoul groeide razendsnel en stelde alle andere Koreaanse steden in de schaduw.

Door de economische crisis stokte echter eind jaren ‘90 de groeimachine die veertig jaar daarvoor onafgebroken had gestampt. Van een indrukwekkende 10 procent jaarlijkse groei ging het ineens naar 4 à 5 procent. Niet alleen groeide de Koreaanse economie langzamer, ook was welvaartsgroei voor iedere Koreaan niet langer vanzelfsprekend. Bijgevolg ontstond er een verschil tussen rijk en arm. Maar na en door de crisis werd Zuid-Korea wel democratischer. Veel inwoners willen niet langer puur economische groei tegen elke prijs en kiezen een regering die hen alternatieven biedt. Onderwijs vinden zij belangrijker. Wonen in Seoul is erg duur, dus nieuwe vormen van sociale woningbouw doen hun intrede. Het National Rental Housing Program werd in 1998 door president Kim geïntroduceerd. Ronald wees op de immense woningproductie in het land. Elk jaar worden 80.000 nieuwe woningen opgeleverd in Seoul, in Zuid-Korea als geheel gaat het om een productie van 500.000 woningen jaarlijks. Inmiddels is 12 procent van alle woningen min of meer sociaal. Dat is veel voor een land dat dertig jaar geleden nog vrijwel geen sociale woningbouw kende. Koreanen blijken overigens te sparen in plaats van te huren. Dat systeem heet Chonsei. Voor jongeren wordt Chonsei echter onbereikbaar. Zij kiezen voor Chon-wolse, dat is een nieuwe hybride vorm van huren. Zonder immigratie, besloot Ronald zijn overzicht, zal Korea snel krimpen. Woningen, zou je zeggen, zijn er over een tijdje meer dan genoeg. Of dat ook voor Seoul zal gelden is nog maar de vraag. Ronald houdt zijn intreerede op 6 april 2018.

Tagged with:
 

Segregation by design

On 10 februari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Economist van 2 december 2017:

Afbeeldingsresultaat voor folding beijing

Mijn pleidooi om Amsterdam in omvang te verdubbelen wordt door sommigen in verband gebracht met segregatie. Is zo’n verdubbeling, vragen zij zich af, wel eerlijk en inclusief? De rijksbouwmeester durfde zelfs te beweren dat een groter Amsterdam segregatie verergert. Laten we eens het tegenovergestelde denken en aannemen dat Amsterdam niet meer mag groeien. Wedden dat de rijke bovenklasse dan wint? Neem China. Een aantal jaren geleden besloot de Chinese regering dat de hoofdstad Peking niet meer inwoners mag tellen dan 23 miljoen. Dat was slechts 1 miljoen meer dan in 2017. Prompt begonnen de hoofdstedelijke autoriteiten arme, veelal kwetsbare mensen uit hun woningen te zetten. Die laatste werden onbewoonbaar verklaard, of als brandgevaarlijk beschouwd. Men had de grond nodig voor andere zaken. Grootschalige acties in de sloppenwijken om water, gas en elektriciteit af te sluiten vormden het begin van acties van regelrechte huisuitzettingen. Eind vorig jaar berichtte het Britse zakenblad The Economist over deze brute praktijken. In ‘Life imitates nightmares’ citeert het Chinese activisten die stellen dat de afgelopen vijf jaar al zeker drie miljoen mensen op deze wijze uit de grote steden zijn verdreven.

Tijdens het laatste grote partijcongres stelde de Chinese president Xi Jinping dat sociale ongelijkheid en de kloof tussen rijk en arm de grootste vraagstukken zijn waar China op dit moment mee worstelt. Vandaar het besluit om de groei van Peking en andere megasteden te stoppen. Volgens The Economist denkt het partijkader dat vooral jonge, mannelijke migranten in de grote steden een gevaar vormen voor de stabiliteit. Hun ouders trokken in de jaren tachtig naar Shanghai, Guangzhou, Shenzhen en Beijing, ze hebben nauwelijks onderwijs genoten, hun banden met hun geboortegrond verloren en een vrouw vinden lukt ze vaak niet. Ze moeten het liefst verdwijnen. The Economist vergelijkt de situatie met de bekroonde science-fiction roman ‘Folding Beijing’ van Hao Jingfang. “As in the fictional ‘Folding Beijing’, the real city government has a maximum target size for the capital’s population.” In het boek leeft de stedelijke onderklasse alleen ’s nachts, tussen tien uur ’s avonds en zes uur ‘s ochtends. De rest van de tijd wordt ze door de autoriteiten met drugs in slaap gehouden. Hoe inclusief is dat? Amsterdam wil groeien. Rijke Amsterdammers zorgen goed voor zichzelf. Niet groeien komt neer op verdrijving. Dat wordt gentrificatie genoemd. Een regering die zijn hoofdstad verbiedt te groeien of die weigert de groei ruimhartig te faciliteren verergert juist de segregatie.

Tagged with:
 

Stoppen met citymarketing

On 15 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘The Creative Destruction of New York City’ (2017) van Alessandro Busà:

Bij Oxford University Press verscheen afgelopen jaar een gedegen boek dat de balans opmaakt van vijftien jaar ‘drastisch herbestemmen en re-branden’ van New York. Auteur: Alessandro Busà. Busà is een jonge Duitse wetenschapper uit Berlijn die in 2006 New York binnenkwam op een J-1 visum omdat hij daar een onbetaalde baan kon krijgen. En dat in een van de duurste steden op aarde. Hij leek wel gek. In het voorwoord beschrijft hij hoe hij van kamer naar kamer zwierf, telkens verdreven door pandjesbazen die hogere huren eisten. Na het afronden van zijn studie in Berlijn keerde hij in 2010 naar new York terug. Inmiddels bleek de stad onbetaalbaar geworden. “Don’t get me wrong: living in New York is absolutely fantastic.” Maar wat een spanning en hoe moeilijk om je droom te verwezenlijken in deze meest ongelijke stad op aarde, wil hij maar zeggen. De rest van het boek is een lange aanklacht tegen voormalige burgemeester Michael Bloomberg. Ook de twee eerdere burgemeesters hebben de stad uitgeleverd aan het grootkapitaal. Volgens Busà zijn burgemeesters er niet om hun stad te branden en te verkopen, maar armen te helpen en ongelijkheid te bestrijden. Zelfs de huidige linkse burgemeester De Blasio krijgt er stevig van langs. Tot nog toe heeft hij niets gedaan om het ongunstige tij te keren.

Belangrijkste instrument in de stadspolitiek van NYC was en is ‘rezoning’. Busà beschrijft nauwkeurig hoe dat in zijn werk gaat. Het gemeentebestuur ontwikkelt een nieuw bestemmingsplan voor een buurt waarin beduidend meer programma past en waar dikwijls verder in de hoogte mag worden gebouwd. Ontwikkelaars grijpen die mogelijkheid aan om goedkope oude panden af te breken en nieuwe dure hoogbouw te introduceren. Gevolg: hele snelle gentrificatie en waardestijgingen van het bestaande vastgoed. Amanda Burden, directeur van de NYC Planning Commission, is in de ogen van Busà de hoofdschuldige. Zelfs in Harlem rond 125th Street zijn de prijzen skyhigh gestegen. Alleen al in 2015 werden in New York 50.000 bouwvergunningen afgegeven, het hoogste aantal sinds de jaren ‘60. Busà noemt het “a game that is based on the physical, social, and symbolic re-engineering of low-income communities across the board, to encourage high-end residential and commercial investment and the influx of new, more affluent city consumers.” Er wonen nu 8,537,673 inwoners in New York. In 2010 waren dat er nog 8,175,133. In vijf jaar tijd kwam er een stad van 350.000 inwoners bij. “The city has not witnessed such a robust pace of growth in over a half-century,” lees ik op de website van de gemeente. En geef toe, wie zou er niet graag in New York willen wonen? Vergeet citymarketing en bouw meer sociale woningen. Dat is de boodschap van Busà.

Tagged with:
 

Cities for the rich

On 8 januari 2018, in planningtheorie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen op The New Metropolitan van augustus 2014:

Gerelateerde afbeelding

Richard Williams heeft gelijk. Daags na diens overlijden schreef hij, planoloog in Edinburgh, een blog met een terugblik op het werk van de grote Britse planoloog Sir Peter Hall (1932 – 2014). Uiteraard noemde hij ‘Cities of Tomorrow’ (1980), maar vooral stond hij stil bij de meest radicale tekst die Hall, samen overigens met Reyner Banham, Paul Barker en Cedric Price, in zijn jonge jaren had geschreven. De tekst, of eigenlijk is het een manifest, verscheen in New Society op 20 maart 1969, onder de titel ‘Non-Plan. An Experiment in Freedom’. Volgens Williams, die planologie doceert in Schotland, heeft de waarde van dit pleidooi voor meer vrijheid in de ruimtelijke planning nog niets aan waarde verloren. Maar zijn studenten die hij de tekst steevast laat lezen, hebben er weinig mee. Ze willen maar al te graag sturen, behouden, corrigeren, inperken, dirigeren. En toch meent Williams dat ‘Non-Plan’ hout snijdt. Gaven we onze steden maar meer vrijheid om te groeien en te expanderen en hun eigen lot te bepalen. “Those cities of the world that have wished to restrict growth for aesthetic reasons have become cities of the rich.” Waarna hij de huizenprijzen van San Francisco en Londen opsomt, die inderdaad skyhigh zijn en die volgens hem feitelijk zelfs als een global reserve currency fungeren. Door toedoen van ruimtelijke planning.

Wel gek dat zo’n radicaal standpunt in 1969 als links en progressief werd gebrandmerkt en tegenwoordig juist als uiterst rechts en neoliberaal te boek staat. Want wat schreven die ‘angry young men’ nou eigenlijk in dat geruchtmakende pamflet? Hall en Barker vroegen zich af wat er zou gebeuren als er domweg geen ruimtelijke planning zou zijn. Zou Groot-Brittannië dan zoveel slechter af zijn? Nee meenden ze, het land zou zelfs beter af zijn. Elk nam vervolgens een deel van het Verenigd Koninkrijk voor zijn rekening en speculeerde over een toekomst zonder planning. Banham constateerde dat de zuidkust van Californië veel spannender en dynamischer was dan het stedenlandschap van Groot-Brittannië. Williams denkt het nog steeds. De regionalisering van het nationale beleid in het Verenigd Koninkrijk acht hij zondermeer noodzakelijk, want sommige steden krimpen, terwijl andere juist overkoken. Sommige huizen zijn bijna gratis, terwijl andere voor wonen niet meer te betalen zijn. Vergroot de vrijheidgraden, smeekt hij! Doe ons iets meer Los Angeles. “Perhaps even ‘Non-Plan’ will get another run too.”

Tagged with:
 

Internationale vastgoedbubbels in de maak

On 2 januari 2018, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The National van 30 oktober 2017:

Gerelateerde afbeelding

 

Bron: Harvey Jones

Afgelopen najaar waarschuwde The National, het persagentschap in de Verenigde Arabische Emiraten, voor ernstige risico’s bij vastgoedbeleggingen in een aantal wereldsteden. Met name in vijftien steden, schreef deze eind oktober 2017, stijgen de vastgoedprijzen te snel en zijn ze te hoog. Voor het eerst voegde Amsterdam zich bij de lijst van steden die in de gevarenzone verkeren. Andere steden die lijken te worden overgewaardeerd zijn Toronto, Vancouver, Sydney, Hongkong, Londen, Stockholm en München. Deze zogenoemde ‘superstar cities’ zijn bij internationale beleggers kennelijk zeer geliefd, maar de vraag is of ze hun waarde kunnen behouden. Vooral als de rente gaat stijgen verwacht men hier sterke prijsdalingen. Het zijn met name expats en Chinese beleggers die dol zijn op beleggingen in vastgoed in deze ‘superstar cities’. Zij verdringen er de lokale kopers. De waarschuwing kwam vlak voordat de Canadese regering besloot een belasting in te voeren van 15 procent op buitenlandse beleggingen in vastgoed in met name Toronto. Direct daarna daalden de prijzen op de lokale woningmarkt, waardoor de situatie in Toronto snel normaliseerde.

Opmerkelijk vond ik dat steden als Boston, Singapore, New York en Milaan weinig tot geen risico lopen als het om internationale beleggingen in vastgoed gaat. Elk van die steden is nu al krankzinnig duur. Misschien juist daarom. Kennelijk worden de meest oververhitte wereldsteden – zoals Toronto en Amsterdam – naar internationale maatstaven gemeten nog altijd als goedkoop beschouwd. Claudio Saputelli, hoofd van global real estate bij UBS Wealth Management: “The bubble has also been driven by the "superstar city" narrative, he says, as global money pours in and local prices decouple from rents, incomes and national price levels.” Als een stad eenmaal te boek staat als internationale ‘ster’, kan het hard gaan. Inkomensniveau zegt dan niets over toegang tot de woningmarkt. Zo’n woningmarkt wordt eenvoudig onbetaalbaar. Het aanbod verruimen komt er te laat. Het narratief van de ‘superstar city’ werkt dus deels tegen deze steden. Toch gelooft een analist als Savills niet dat het vastgoed in deze wereldsteden op termijn zijn waarde zal verliezen. “Taking gold as a benchmark, major world centres including London, New York and even Hong Kong are still well below their former peak-equivalent pricing in gold.” Flink bouwen in Amsterdam is dus niet voldoende. Zou zo’n belastingmaatregel als in Toronto niet helpen in de Amsterdamse situatie? Lijkt me beter dan dat nationale kaartspel dat ze in Den Haag spelen. Amsterdam is een andere categorie dan Eindhoven, Utrecht of zelfs de Zuidvleugel.

Tagged with:
 

Kinderloos, vrij

On 18 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Tokyo Totem’ (2015) van Monnik:

Afbeeldingsresultaat voor tokyo totem single ladies

Bijzondere gids over Tokio van Monnik. Zeer diverse bijdragen. Relatief veel beeldessays. Niet alles in het boek is even goed geschreven, maar een alternatieve gids voor de grootste, intrigerende stad op aarde is het zeker geworden. Vooral het laatste deel, over Make yourself at Home, vond ik erg geslaagd. Misschien komt het doordat ik ‘Tokyo Ga’ van Wim Wenders had gezien. ‘Tokyo Story’ van Yasujiro Ozu staat namelijk centraal in Anna Berkhof’s ‘Feeling at home in Tokyo’ waarmee dit laatste deel begint. En Ozu is de referentie van Wenders als hij het alledaagse leven in Tokio filmt. “The subway is a hyper-public space, and the home has become a very private space, but in between these two extremes people can be found sharing intimate space in the most unexpected locations. This makes Tokyo, if one dares to look beyond the surface spectacle, a surprisingly comfortable and intimate city where the configuration of the urban fabric actually helps make you feel at home.” Wat zal ik zeggen? De leefbaarheid van Tokio is fantastisch, mede dankzij de aanwezigheid van de konbini, de Japanse gemakswinkel om de hoek. Maar bovenal door de privacy van het eigen huis en de openbaarheid van het openbaar vervoer.

Vooral het essay van Tomoko Kuba over ‘Single Ladies’ vond ik erg interessant. De laatste twintig jaar zijn alleenstaande vrouwen massaal de woningmarkt van Tokio binnengetreden. Dat is in Japan nog altijd iets ongekends. Ze kopen compacte condominiums in en dichtbij het stadscentrum. Vooral Ebisu staat erom bekend dat jonge vrouwen er graag willen wonen, liefst alleen. In de directe nabijheid vind je modehuizen, restaurants, uitgaansgelegenheden. De vrouwen zijn als geen ander op dergelijke voorzieningen gericht. Ook in het oosten van Tokio, rond Ginza en Ochanomizu, hebben veel vrouwen eigen huizen gekocht. Hier zoeken zij de hogere cultuur. Kubo: “The condominiums in central Tokyo were built especially for single women who wish to enjoy this kind of urban life-style.” De vrouwen werken hard, ze willen geen vaste partner, ze zoeken stedelijk vertier en gemak. Kubo constateert dat de verschillen in verwachtingen van mannen en vrouwen ten aanzien van wonen, werken en leven steeds meer uiteen lopen. Hij beschouwt dit als problematisch. De traditionele Japanse cultuur verdraagt dit soort nieuwlichterij eigenlijk niet. Japanse mannen willen nog altijd het liefst dat hun vrouwen thuis blijven en voor de kinderen en de grootouders zorgen. Maar kinderen willen deze jonge vrouwen in Tokio niet meer. Hierdoor komt het dat Tokio, net als andere wereldsteden, in het centrum sterk verdicht.

Tagged with:
 

De sloppenwijken van Moskou

On 13 december 2017, in wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC handelsblad van 12 mei 2017:

Afbeeldingsresultaat voor plan moscow renovation

 

Correspondent Steven Derix in Moskou schetste in NRC Handelsblad  in mei dit jaar een dramatisch beeld van een Russische overheid die met een sloopwet in de hand een miljoen inwoners van Moskou hardhandig zou willen verjagen. “Nog voor het einde van het jaar moet een miljoen Moskovieten gedwongen verhuizen.” Een ware exodus dreigde. Het jaar is inmiddels bijna verstreken. Hoeveel Moskovieten zijn er door de burgemeester verdreven? Niet veel. De zogenoemde ‘renovatie’ van 7900 appartementenblokken van 5 verdiepingen in wijken die door voormalig partijleider Chroesjtov in de jaren ‘50 en ‘60 van de twintigste eeuw rond het centrum van Moskou waren gebouwd stuit op felle weerstand van de bewoners. In mei gingen ze al de straat op. Het gaat om industrieel gefabriceerde complexen van goedkope woningen in een zeer lage dichtheid met heel veel groen maar zonder straten, doorgaans gesitueerd dicht bij de metrohaltes, een soort van Amsterdam Nieuw-West, maar dan goedkoper en van slechtere kwaliteit. Moskovieten noemen het sloppenwijken: de trushchoby. Na vijfentwintig jaar waren de woningen afgeschreven, maar mensen wonen er nog steeds. Niet gek om deze wijken aan te pakken. Echter na het einde van het Sovjetbewind hebben veel bewoners de huizen kunnen verwerven, dus weg gaan ze niet.  Ook niet vreemd dus dat dit voornemen van de overheid op verzet stuit van de prille huizenbezitters.

Voormalig burgemeester Loetsjkov was al in 1999 begonnen met de vervanging van de in slechte staat verkerende laagbouw door hoge woontorens van zeker vijfentwintig verdiepingen. Of beter gezegd, hij had dit aan de marktpartijen overgelaten. In de economische crisis van 2008 stokten echter deze commerciële praktijken. In 2013 had de nieuwe burgemeester Sobjanin er een definitief einde aan gemaakt, destijds tot grote opluchting van de bewoners. Het bewind van Lutschkov bleek corrupt. Ze had de projectontwikkelaars in de chroesjtsjovski teveel speelruimte gegeven. De enorme winsten die deze met de verwerving van de grond hadden gemaakt waren geheel in hun zakken verdwenen; de huiseigenaren hadden het nakijken. Amper vier jaar later besloot de burgemeester ineens het programma opnieuw te starten. Niemand die erop had gerekend. Ongetwijfeld heeft de economische recessie in Rusland met dat besluit te maken, evenals de verkiezingen van maart 2018. Maar ook past de renovatie in de transitie van Moskou naar moderne metropool. Sobjanin werd er geliefd mee. De burgemeester zegt van zijn kant 300 miljard roebels in de renovatie te willen steken; in totaal zou het gaan om een investering van 3 triljoen roebels (53 miljard dollar). Ook startte hij eind april een stedenbouwkundige competitie. De angst bij de bewoners voor corruptie en verdrijving is echter begrijpelijk. Alles hangt af van de wijze waarop de burgemeester omgaat met de belangen van de zittende bewoners. Tachtig procent denkt dat ze gecompenseerd zal worden, twintig procent vreest van niet. Een miljoen stemmers in maart verliezen zal de renovatie de burgemeester niet waard zijn. Maar dat de grondwaarde stijgt en de metropool Moskou verder zal verdichten is iedereen wel duidelijk.

Tagged with:
 

Fourier in de woestijn

On 8 december 2017, in duurzaamheid, by Zef Hemel

Gehoord in de Grand Hyatt te Dubai op 7 november 2017:

Afbeeldingsresultaat voor the sustainable city dubai

De laatste spreker op de eerste dag van het Future Mobility-congres in Dubai was zowaar vrouw. Ze heette Tara Tariq en bleek de Monitoring and Reporting Manager van SEE Nexus, Verenigde Arabische Emiraten. Ze vertelde ferm en met passie over The Sustainable City, een project van een geavanceerde nieuwe enclave voor expats in Dubai die honderd procent duurzaam zou zijn. De ontwikkelaar, Diamond Developers, stelt dat hier, in de woestijn aan de Perzische Golf, een netto uitstoot kan worden bereikt van nul procent CO2 door een kleine stad van 500 villa’s te bouwen op 46 hectare die volledig draait op zonnepanelen. Een ziekenhuis, een internationale school en een hotel voor gasten moeten het leven veraangenamen. Het gaat om een enclave van in totaal 2700 inwoners in Dubai die samen 10 MWP opwekken met behulp van 40.000 zonnepanelen. Midden in de enclave bevinden zich elf bio-domes voor stadslandbouw waar op 3.000 vierkante meter groente wordt verbouwd, het verkeer gaat met elektrische auto’s, 350 m3 meter grijs water wordt er per dag gerecycled, het programma is ronduit indrukkend. Inmiddels is de stad gerealiseerd.

Het project deed me denken aan de vroeg-negentiende eeuwse Phalansteres van Charles Fourier. Buiten het hectische Parijs wilde deze Franse utopist een groot aantal zelfvoorzienende enclaves bouwen die de toekomstige bewoners gelukkig zouden maken en die de vieze en overvolle Franse metropool zouden doen vergeten. Er zou eten in overvloed zijn, alle voorzieningen zouden de 1400 inwoners voorzien van alle gemak, er kwamen paardenstallen, werkplaatsen, gaarkeukens; deze utopische droom zou beslist werkelijkheid worden voor iedereen. Of eigenlijk deed het project me denken aan de vroegste vakantieparken van Centerparcs, maar dan helemaal duurzaam gemaakt. Het mooiste nog vond ik de tekst over de bufferzone langs de grens van de enclave. In de bijgeleverde brochure lees ik het volgende: “The borders of The Sustainable City act as the first line of defence against pollutants. With a remarkable 10-meter-high buffer zone running along the periphery of the development consisting of 2.500 trees scattered in multiple layers, purifying the air coming into the city will be a breeze.” Hier, in deze schaduwrijke bufferzone, kun je ook paardrijden.

Tagged with: