Klassiek creatief

On 29 maart 2007, in economie, technologie, by Zef Hemel

Gehoord in Lissabon tijdens congres op 26 maart 2007:

Op maandag 26 maart 2007 organiseerde de Vereniging van Portugese Gemeenten een nationaal congres over creatieve steden. Zeker zeshonderd vertegenwoordigers van alle 3oo grote en middelgrote steden in Portugal bleken verzameld in het spiksplinternieuwe congrescentrum van het Lagaos Park Hotel, gelegen aan de snelweg naar Ouiras, even buiten Lissabon. Het was voor het eerst dat deze vereniging een congres op deze schaal organiseerde. Het curieuze was dat tegelijkertijd het Portugese nationale voetbalteam, inclusief de vrijgezel Ronaldo, in hetzelfde hotel logeerde; het bereidde zich voor op de wedstrijd tegen Servië. Aan journalistieke belangstelling was dus geen gebrek. Tijdens het ochtendprogramma werden er drie internationale voorbeelden naar voren gehaald: Barcelona, Austin (Texas) en Amsterdam. De eerste werd geïntroduceerd als de grote concurrent van de Portugese steden, inclusief Lissabon. De tweede werd gekoppeld aan technologie, wat in de Portugese actualiteit als iets uiterst belangrijks werd gezien. Het derde voorbeeld – dat van Amsterdam – werd aangeduid als "a classic example of a creative city."

Wat vonden de Portugesen zo interessant aan Amsterdam? Ze waardeerden de vrijheid, de cultuur, de historie en de bottom up-planning van de Amsterdammers. Ze herinnerden aan de oude banden tussen Portugal en Amsterdam: de joodse Portugesen die in de zeventiende eeuw naar de hoofdstad van de Republiek vluchtten, ze wisten dat Rembrandt zijn verf haalde van de Azoren (ook Portugal) en ze herinnerden aan Spinoza, die van origine een Portugees was. In al deze voorbeelden noemden ze de vrijheid en tolerantie van Amsterdam. Zelfs Victor & Rolf werden in verband gebracht met de creativiteit van de Nederlandse hoofdstad. Voor een volk dat driehonderd jaar Inquisitie achter de rug heeft, en veertig jaar dictatuur, moet Amsterdam inderdaad een vrijhaven zijn in de wereld, een historisch ijkpunt als het gaat om creativiteit. Jammer dat Amsterdam bij de Portugezen nog niet bekend staat als een bolwerk van hoogwaardige technologie. Technologie, Tolerantie en Talent, daar ging het volgens Richard Florida toch om? De reusachtige internetknoop in de Watergraafsmeer vraagt om een symbool. Maar Nederland kijkt liever naar het water. Watermanagement, watertechnologie, waterstad, het eerste serieuze voorstel voor een Wereldtentoonstelling in de Randstad, aan water gewijd, zal niet lang op zich laten wachten. Het is zoals Auke van der Woud schrijft in zijn nieuwste boek, Een nieuwe wereld: "De volkskracht had zich in Nederland niet gevormd bij ijzer en vuur, maar bij wind en water. Het is voor een volk zeer moeilijk om zijn sterke punten en gewoonten plotseling in de steek te laten en voor een onzekere toekomst te kiezen." Laat Lissabon dat nou al in 1998 een Wereldtentoonstelling rond water hebben georganiseerd!

Tagged with:
 

Wijffels over creativiteit

On 13 maart 2007, in politiek, by Zef Hemel

Opnieuw gelezen in De Volkskrant van 6 maart 2006:

Wie bewaart, die heeft wat. Onlangs diepte ik een boeiend, zij het kort krantenknipsel op van precies een jaar geleden. Het was gewijd aan het vertrek van Herman Wijffels als voorzitter van de SER. De krant kopte ‘Creativiteit, daar gaat het om – niet om lage lonen." Aan het woord was de oud-voorzitter, tevens prominent CDA-lid, die per november bewindvoerder zou worden bij de Wereldbank in Washington, als opvolger van Ad Melkert. Het is wel curieus om het interview opnieuw te lezen, zeker met de wetenschap dat Wijffels later formateur zou worden van het kabinet Balkenende IV. Wat zei Wijffels een jaar geleden over de politiek? "Nee, met de politiek als handwerk heeft hij weinig. (..) De cyclus van de politiek is hem te kortademig." En er zit een hoog afbreukrisico aan. "Weinig politiek leiders zijn er in Nederland ongeschonden uitgekomen." En even verderop: "Voor elke grote ontwikkeling wordt een generatie politici opgeofferd – als kunstmest op het gewas." Wijffels denkt meer op de lange termijn, minstens tien jaar vooruit. En over Balkenende III zegt hij dat de politiek de afbraak moet combineren met perspectief. Vervolgens waarschuwt hij. Door de globalisering kunnen we niet doorgaan met matiging van de loonkosten. "We moeten creatiever, slimmer zijn dan anderen." Ons polderen staat dat niet in de weg. Dit land heeft nooit vanuit een machtscentrum geopereerd.

Gaan Balkenende en Bos zich opofferen, als kunstmest op het gewas? En hoe gaat dit kabinet ons slimmer en creatiever maken? Gaan we dan eindelijk stoppen met Nederland Distributieland? Hoe schept een natie gunstige condities voor creativiteit? Kan iemand daarop het jongste regeerakkoord eens nalezen?

Tagged with:
 

Alweer een paradox

On 13 maart 2007, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in The New York Review of Books van 6 november 2003:

Eind 2003 schreef Charles Rosen een indrukwekkend artikel over kunst en marktwerking in de New York Review of Books. Toevalligerwijze greep ik er weer naar. Het gaat o.a. over Clive Davis van CBS Records. Hij vaardigde de oekaze uit dat er binnen het bedrijf geen grammofoonplaat met klassieke muziek gemaakt mocht worden die niet binnen een jaar terugverdiend zou worden. Gaan voor de snelle winst, was het devies. En als de markt niet snel genoeg groeide, dan moest er maar gesneden worden in de kosten. En de markt groeide niet, nee die slonk. Dus CBS trok zich terug uit de markt van klassieke muziekopnamen. Het is, stelt Rosen, de weg van de minste weerstand. Een bevolking opvoeden en de liefde voor het klassieke repertoire bijbrengen is veel moelijker dan koersen op de snelle winst. Dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor literatuur en kunst in het algemeen. Als een boek niet binnen zes maanden een oplage van X bereikt, wordt het niet (meer) in productie genomen. Musea kunnen niet meer zonder ‘blockbusters’. Enzovoort. Je komt het steeds vaker tegen.

Had het ook anders gekund? Jazeker. CBS had ook de klassieke muziek gratis kunnen verspreiden via de scholen, om zo een nieuwe markt te creëren. Of een canon van klassieke werken lanceren, formeel of informeel. Maar dat vergt een langetermijn denken. En dat gebeurde niet. Op het thema van het klassieke canon borduurt Rosen vervolgens voort. De essentiële paradox van een canon is dat een traditie dikwijls het beste in stand wordt gehouden door mensen die met die traditie willen breken. "It was Wagner, Debussy and Strawinsky who gave new life to the Western musical tradition while seeming to undermine its very foundations." Het brengt Rosen tot de volgende stelling: "The great innovators are the only true classics and form a continuous series." Al die anderen bieden ons hoogstens het genot van eruditie en smaak.

Tagged with:
 

Serendipiditeit

On 28 februari 2007, in demografie, technologie, by Zef Hemel

Gelezen in PS van Het Parool van 2 september 2006:

Martijn de Waal, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam, tevens eindredacteur van een groepsweblog over de toekomst van de journalistiek, schreef onlangs de laatste column in de serie ‘Estafettelopers’ in het PS van Het Parool, u kent dat wel, zo’n serie waarin iemand schrijft en vervolgens het stokje aan iemand anders overdraagt. De Waal was gevraagd te schrijven op verzoek van regisseur en schrijver Bert Kommerij. Zo’n formule heeft iets onverwachts en zelfsturends. Dus misschien is het hierom dat De Waal zijn bijdrage – de allerlaatste in de serie – wijdt aan serendipiditeit. "Serendipiditeit is het geluk om bij toeval een niet gezochte vondst te doen." (…)  "Volgens sommigen is deze ‘kunst van het afdwalen’ een van de grondslagen van onze democratie." Waarna De Waal het internet opvoert als een mogelijke bedreiging van seredipiditeit en daarmee, wellicht, van democratie. Immers daar kun je bijvoorbeeld via Google News tegenwoordig je eigen krant samenstellen. "Gericht zoeken vervangt langzaam het in het wilde weg surfen." Als de zoekmachines nog meer jouw eigen smaakvoorkeuren en belangstelling volgen, wordt dit nog erger. Worden we dan niet alleen nog maar bevestigd in onze vooroordelen? De Waal, die de vraag zelf opvoert, sluit het niet uit. Maar, voegt hij er geruststellend aan toe, uiteindelijk hangt het af van onszelf. Het is niet de technologie die het afdwalen verhindert. Het is onze houding die dat bepaalt. Kiezen we gericht (en volgen we ons vooroordeel) of laten we ons verrassen?

De Waal zou Maslov eens moeten lezen. In "The Creative Attitude’, een artikel uit 1963 (The Structurist), vormt de openingszin van deze briljante maar bescheiden psycholoog voldoende stof voor een vol weekeinde diep nadenken. "My feeling," schrijft Maslov, "is that the concept of creativeness and the concept of the healthy, self-actualizing, fully human person seem to be coming closer and closer together, and may perhaps turn out to be the the same thing." Dat schreef Maslov lang voordat het internet aan het firmament verscheen. Sindsdien is zijn observatie alleen maar juister gebleken. Beide concepten zijn namelijk inmiddels met elkaar versmolten. Dóór het internet.

Tagged with:
 

Maslov over creativiteit

On 26 februari 2007, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in A.H. Maslov, The Farther Reaches of Human Nature (1971);

De meesten van ons kennen Maslov. Hij was die psycholoog die de behoeftenhiërarchie definieerde. Van zijn hand is tevens een aantal artikelen over creativiteit. Ze zijn kort na zijn dood in 1970 gebundeld in The Farther Reaches of Human Nature. Een ervan, A Holistic Approach to Creativity, verscheen eerder, in 1969, dus kort voor zijn dood, in C.W. Taylor, A Climate for creativity: Reports of the Seventh National Research Conference on Creativity. Een bloemlezing. Over de condities waaronder mensen creatief worden, daarover schrijft Maslov dat dat er zeer vele kunnen zijn. Teveel om op te noemen eigenlijk. En tegelijkertijd treden ze allemaal aan het daglicht. Daarom lijkt het hem vruchtbaarder om van een ‘klimaat’ te spreken, schrijft hij. "All I can say is that the whole place was a climate of creative atmosphere." (…) "There was freedom of a general kind, atmospheric, holistic, global, rather than a little thing that you did on Tuesday – one particular, separable thing." Vervolgens omschijft hij dat klimaat: "The right climate, the best climate for enhancing creativeness would be a Utopia, or Eupsychia, as I prefer to call it, a society which was specifically designed for improving the self-fulfillment and psychological health of all people." Tegen deze algemene achtergrond zijn specifieke omstandigheden denkbaar die uitmaken of iemand op een bepaalde manier creatief is. Maar zonder die algemene achtergrond, dus "in a bad society, creativeness is just less likely, less possible."

Onze omgeving bepaalt dus in hoge mate of wij creatief zijn. Iedereen, zegt Maslov, bezit creatieve vermogens. Niet dat we die vermogens voortdurend in stelling moeten brengen. Er moet soms ook gewoon hard worden gewerkt:"bright ideas really take a small proportion of our time." Maar als we zouden willen, dan zouden we pas werkelijk creatief kunnen zijn als alle mensen in onze directe omgeving psychologisch gezond zijn, volkomend vrij zijn. Helaas is dat zelden het geval.

Tagged with:
 

Staat van het theater

On 12 februari 2007, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 1 september 2006:

Tijdens de opening van TF-1, een nieuw theaterfestival in Amsterdam, sprak Ivo van Hove, directeur van toneelgroep Amsterdam, de openingsrede. Daarin gaf hij een toekomstvisie op het toneel in Nederland. Laat ik hier opmerken dat ik die visie bijzonder goed en steekhoudend vind. Alleen, hij werd nauwelijks opgemerkt in de pers. Alleen in NRC Handelsblad was de helft van de rechterkolom van de kunstpagina aan zijn visie gewijd. Jammer is dat. NRC kopte: ‘Nederland heeft overschot acteurs’, alsof Van Hove zich over dit probleem had beklaagd. Welnee, Nederland doet te weinig met zijn acteertalent, was zijn boodschap. Maar inderdaad: "Het is voor alle partijen duidelijk dat de uitstroom van de scholen te groot is in vergelijking met het aanwezige talent." Oorzaak: de wildgroei van acteuropleidingen in Nederland. Want naast Amsterdam, Arnhem en Maastricht hebben nu ook Utrecht en Tilburg acteuropleidingen in de aanbieding. En daarnaast bestaan er nu ook private dramaopleidingen en acteercursussen. Bij elkaar schat Van Hove het op wel tachtig opleidingen in Nederland.

Welke toekomstvisie stelt Van Hove hier tegenover? Hij stelt voor om de grotestadsgezelschappen meer centraal te stellen. Zij zouden scholen, productiehuizen en jonge groepen aan zich moeten binden om de doorstroming van talent te bevorderen. Twee grote ensembles zouden de status van institutie moeten krijgen en zouden voor langere tijd gesubsidieerd moeten worden om dit te doen. Op deze wijze kan de versnippering te lijf worden gegaan en het overaanbod aan voorstellingen worden voorkomen. Dat betekent een einde maken aan de bestaande kunstenplansystematiek. "Weg met de eindeloze potjes waardoor iemand zonder al te veel talent tien tot vijftien jaar na de opleiding kan doorgaan zonder een enkel doorslaggevend succes te maken." Kijk, een dergelijke nieuwe opzet zou flink bijdragen aan de vestiging van creatieve steden in Nederland. Het zou het Nederlandse toneel concurrerend kunnen maken ten opzichte van de beste gezelschappen in het buitenland. Ik zou zeggen: onmiddellijk doen. Overigens hoor ik steeds meer geluiden dat de toneelzalen in het Amsterdamse beter gevuld zijn en dat met name toneelgroep Amsterdam een steeds groter publiek trekt. Zelfs de grote zaal van de Stadsschouwburg is avond aan avond gevuld. Dus we beginnen niet bij nul. Nu dus doorpakken. Zou de boodschap in ‘Den Haag’ worden gehoord?

Tagged with:
 

Creativiteit en criminaliteit

On 29 januari 2007, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in Malcolm Gladwell, The Tipping Point. How little things can make a big difference (2000):

Neem criminaliteit in de metro van New York. Als Gladwell dit onderwerp kiest om de kracht van de context duidelijk te maken, voert hij de spanning danig op. Nee, dat de abrupte daling van de criminaliteitscijfers eind jaren negentig te danken zou zijn aan keihard ingrijpen van politie en justitie is een volstrekte misvatting. Dat ingrijpen kwam pas later. Wat wel werkte was het schoonschrobben van de metrostellen en het consequent verwijderen van de graffitti, elke nacht opnieuw, door het New Yorkse GVB. Zoiets bederft op den duur kennelijk het plezier van de vandalisten en schept een soort van rust onder de passagiers. Vervolgens werden de zwartrijders beboet, maar dat kwam later. En ook dat had groot effect. Het moorden en treiteren hield abrupt op. Er kwamen weer meer passagiers, ook op de late tijdstippen, waardoor nog minder criminelen in het openbaar vervoer verschenen. Enzovoort.

Mensen zijn gevoeliger voor hun omgeving dan veel deskundigen denken. Die schrijven een maatschappelijk effect graag en vooral toe aan een organisatie, aan krachtig bestuur, aan harde maatregelen, desnoods aan de genen van bevolkingsgroepen. Iets in verband brengen met de omgeving waarin mensen zich bevinden, laat staan hele kleine veranderingen in die omgeving, nee dat doen ze niet. Toch is die context bijzonder machtig en bepaalt ze in hoge mate hoe wij mensen handelen en feitelijk op die omgeving reageren. Maatschappelijke trends zijn sterk te beïnvloeden door kleine wijzigingen in de context aan te brengen. Dat is bemoedigend voor iedereen die creatieve steden wil bouwen. Als je zo’n creatieve stad wilt maken, dan zou je het eens moeten zoeken in hele kleine wijzigingen in de stedelijke omgeving aan te brengen. Wijzigingen waarop mensen positief reageren. Dus geen Guggenheim musea bouwen. Of Golden Gate bruggen. Het is, inderdaad, veeleer: "how little things can make a big difference."

Tagged with:
 

Een soort brij

On 4 december 2005, in cultuur, by Zef Hemel

Gelezen in PS van de Week bij Het Parool van 3 december 2005:

Het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer, bekend van reclamecampagnes vooro.a. Ben, Diesel, Bol.com en zoekmachine Ilse, is gevestigd aan de Lauriergracht. Volgend jaar bestaat het bedrijf 10 jaar. Oprichter Erik Kessels is nog steeds enthousiast over de stad.  Wat heet enthousiast. Hoewel er wel eens mensen kanttekeningen plaatsen bij de reputatie van Amsterdam als creatieve stad, is Erik Kessels alleen maar enthousiaster geworden. "Het unieke van Amsterdam is dat alle disciplines zo open zijn; fotografie, ontwerpers, kunstenaars, muzikanten. Het is een soort brij hier en het helpt elkaar allemaal. En dat weet men in het buitenland ook: we krijgen meer sollicitaties van over de grens dan uit Nederland. Het kost geen enkele moeite meer om Amsterdam te verkopen. Mensen komen hier en vinden het geweldig. En er wordt hier gewoon heel veel gemaakt."

Wie nu nog twijfelt aan het gunstige internationale profiel van Amsterdam (als creatieve stad tenminste), die zal zich moeten verklaren. Maar het belangrijkste is de typering van het creatieve klimaat: alle disciplines zijn open en iedereen helpt elkaar. Daar kan je wat mee.

Tagged with:
 

Management en innovatie

On 3 december 2005, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 10 november 2005:

Naast het debat over creativiteit loopt het debat over innovatie. Dat laatste is al wat ouder en richt zich op de zogenaamde kenniseconomie. Het innovatieplatform van dit kabinet en het Ministerie van Economische Zaken zijn er druk mee in de weer. Het eerste debat wordt daarentegen vanuit een toekomstbeeld van een culturele economie gevoerd. Niemand in Den Haag houdt er zich mee bezig. Vaak worden beide debatten angstvallig uit elkaar gehouden en zijn het twee gescheiden werelden, die niets met elkaar te maken willen hebben. Toch zijn de principes van creativiteit en innovatie dezelfde.
Nu verscheen er in dit verband een opzienbarend bericht in het economiekatern van NRC Handelsblad over innovatie, een bericht dat degenen die zich met creativiteit bezig houden gemakkelijk over het hoofd kunnen zien en dat degenen die innovatie hoog op de agende plaatsen vaak liever niet willen zien. De kop luidde: ‘management is cruciaal voor innovatie.’ Wat blijkt? Uit een onderzoek onder 9000 Nederlandse bedrijven (!)  valt af te leiden dat Research and Development voor slechts 25% bepaalt hoe succesvol bedrijven zijn met het vernieuwen van hun producten en diensten. De organisatie en het management daarentegen zijn verantwoordelijk voor 75%!  "De meest innovatieve bedrijven blijken allemaal een platte, weinig hiërarchische structuur te hebben. Binnen de bedrijven wordt veel in teams gewerkt, die regelmatig van samenstelling veranderen. Werknemers zijn breed inzetbaar en over het algemeen hoog opgeleid. Het management staat open voor nieuwe ideeën en is goed op de hoogte van de wetenschappelijke ontwikkelingen op hun terrein. Er is veel contact met kennisinstellingen zoals universiteiten en TNO." Ook blijkt dat de meest vernieuwende bedrijven nooit enige subsidie van de overheid hadden ontvangen. En privatisering werkt remmend op innovatie. Bedrijven in een dergelijke situatie hebben de neiging om zich te concentreren op kostenverlaging.

Je zou deze principes ook op creatieve steden kunnen toepassen. Steden met veel hoogopgeleiden die in voortdurend wisselende omstandigheden elkaar tegenkomen en die breed georiënteerd zijn en waarvan de universiteiten en kennisinstellingen laagdrempelig zijn, zijn het meest creatief. De overheid subsidieert niet, maar zorgt voor een goede openbare ruimte en veel ontmoetingsplekken en staat open voor nieuwe ideeën en is nieuwsgierig naar wetenschappelijke ontwikkelingen op een breed terrein. Zoiets.

Tagged with:
 

Metrotheorie

On 2 december 2005, in theorie, by Zef Hemel

Gelezen in M-magazine bij NRC Handelsblad van december 2005:

De journalist Victor Frölke woonde 9 jaar in New York. Over de spreekwoordelijke tolerantie in deze wereldstad heeft hij, schrijft hij in een aardig artikel, een zelfbedachte theorie: de metrotheorie. New Yorkers zijn zo verdraagzaam omdat ze elkaar elke dag tegenkomen in de metro en elkaar dan minutenlang opnemen om vervolgens te beseffen dat elk van hen, ongeacht ras, stam, kleur of religie, bezig is met hetzelfde te doen: van A naar B gaan.
Zeker, zijn metrotheorie deugt, die sluit aan bij wat politicologen als Maarten Hajer al geruime tijd op wijzen, namelijk dat het in een multiculturele samenleving van groot belang is om publieke plekken te hebben waar vreemden elkaar ontmoeten of tenminste aan elkaar kunnen wennen. Stations, pleinen, straten, openbaar toegankelijke ontmoetingsplekken, alle onder de gemeenschappelijke noemer van ‘heterotopia’ te vangen.

Maar dat is niet de kern waar het Frölke om gaat. Helemaal op het eind van zijn betoog noemt hij die kern, maar hij heeft hem kennelijk niet tot theorie verheven. Ik citeer: "Misschien is het succes van de multiculturele samenleving, of, preciezer: de multi-etnische economie, in New York wel te danken aan eigenschappen die niet zo makkelijk overdraagbaar zijn. Dynamiek bijvoorbeeld. En dan niet alleen die van de 24-uurseconomie, die alle mogelijke bedrijvigheid tot gevolg heeft. Ik bedoel vooral de energie, de dadendrang, de drive, of hoe je’t noemen wilt, die daaraan ten grondslag ligt. Iedereen die wel eens naar New York gaat om zich ‘op te laden’ weet waarover ik het heb. Het is typerend hoe snel die energie op nieuwkomers overslaat: die hebben plotseling zin om van alles te gaan ondernemen – ook al komt daarvan soms niet veel terecht. Zulke energie, ‘die in de lucht hangt’, is niet te meten, en niet na te bootsen. Maar het is niet moeilijk in te zien dat die het absorptievermogen van een stad bevordert, en daarmee meer mensen het gevoel geeft thuis te zijn."

Tagged with: