Interventiekunde voor de Wallen

On 22 december 2019, in bestuur, planningtheorie, by Zef Hemel

Afbeeldingsresultaat voor feesten of beesten ombudsman

Bron: Ombudsman Metropool

Afgelopen week deelgenomen aan een reflectiediner van interventiekundigen bij de Ombudsman Metropoolregio Amsterdam. Onderwerp: de aanpak die de ombudsman heeft gevolgd bij de problematiek op de Amsterdamse Wallen. Arre Zuurmond was er letterlijk op af gegaan, had in 2018 vier maanden in de Sint Olofspoort geslapen, had video-opnamen gemaakt van nachtelijke ongeregeldheden, had gedetailleerd verslag gedaan van de overlast en had drie pamfletten geschreven, gericht aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De interventiekundigen wilden weten wat ik ervan vond; na een eerste dag reflectie, waarschuwden ze me vooraf, waren ze somber gestemd. Ik vertelde dat de complexiteit van de Wallen slagvaardigheid in de weg staat. Niet de zaak oplossen, adviseerde ik, want dat gaat niet werken. Bovendien, er zijn ook bemoedigende ontwikkelingen. Een positieve LT-visie omarmen is effectiever. Waarop ze wilden weten hoe mijn interventies er dan uit zouden zien. Ik gaf twee voorbeelden: commissaris Eric Nordholt die al in 1977 in de gaten kreeg dat jonge jongens in buurten als De Pijp zich met de drugshandel inlieten en die wijkteams opzette. “Want crimineel gedrag begint niet op twintigjarige leeftijd”, zei Nordholt tegenover NRC Handelsblad. „Dat ontstaat jong, daar moet je bovenop zitten.” Hij stelde buurtregisseurs aan en bouwde wijkbureaus. Voelsprieten in de buurt, zodat je weet wat er speelt. Dat is snel en adequaat reageren op emergentie.

Het andere voorbeeld: het optreden van burgemeester Schelto Patijn (1994-2001). Die luisterde naar iedereen, ging de straat op, stelde vragen. Zijn conclusie: “Amsterdam is niet verloederd, maar vergt onderhoud.” Tegenover de krant zei hij later over zijn beleid:  “Geen law and order, zelfs niet een beetje. Ik beschouw mezelf als een huisbaas die een pand betreedt en achterstallig onderhoud constateert. Ik pak zaken aan omdat het nodig is.” Patijn introduceerde een regime van vergunningen. Die aanpak zit dicht bij de praktijk van het tuinieren die ik onder mijn toekomstvisie ‘Een nieuwe historische binnenstad’ heb gelegd. Goed naar iedereen luisteren, zorgvuldig handelen, achterstallig onderhoud plegen, kademuren herstellen, transport regelen over het water, rust brengen in de openbare ruimte, de gebouwen met liefde en aandacht programmeren en het massatoerisme naar Museumplein en Zuidas afleiden: de Amsterdamse binnenstad als een monumentale tuin. Waarop de organisatiekundigen tegensputterden. Volgens hen raakte dit niet de kern, de zaak is teveel geëscaleerd, dat kon ik toch niet ontkennen. Voor hen was er maar één mogelijkheid: keihard ingrijpen. Toen was de tijd voorbij. De interventiespecialisten vertrokken. Voor hun avondprogramma op de Wallen.

Tagged with:
 

1 Response » to “Interventiekunde voor de Wallen”

  1. Uit je verhaal op te maken zijn de aanwezige interventiespecialisten precies diegenen die het woord oproept,. Jammer om aan het begin van een veranderingsproces direct al met deze groep aan de gang te moeten. Liever zou ik willen adviseren veranderkundigen in te schakelen die zonder oogkleppen beginnen, een diagnose stellen en gaandeweg met interventies komen. Als ook de opdrachtgever vooraf weet dat er keihard moet worden ingegrepen dan heeft een reflectiediner zoals je beschrijft geen betekenis, anders dan een cosmetische.

Leave a Reply