Mislukt experiment?

On 26 september 2012, in cultuur, economie, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 23 juni 2012:

Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, schreef op de opiniepagina van NRC Handelsblad dat de stad gevaar loopt. Torenhoge schulden zouden zijn opgebouwd om de creatieve klasse te lokken. Later herhaalde hij zijn dreigende woorden in een essay in een recente bundel opstellen van het Planbureau voor de Leefomgeving. “Wandel willekeurig welke Nederlandse stad binnen en je struikelt over de bouwputten. (…)” Zijn woede richt zich met name op de geograaf Richard Florida, die lokale bestuurders gek zou hebben gemaakt met beloftes van groei als ze maar voor een creatieve klasse zouden bouwen en die steden heeft opgezadeld met ‘megalomane paradeprojecten’. Die bestuurders, schrijft hij, zijn allemaal gaan geloven dat als je maar chique museumkwartieren bouwt en parken aanlegt, de mensen en de bedrijven vanzelf komen. Niet dus. “Terwijl de bankier en de vastgoedjongen genieten van een vroeg pensioen, betaalt Jan Modaal het gelag. Werkloos, de gevangene van zijn worghypotheek, met ouders en kinderen die schraalhanserige zorg en onderwijs ontvangen, mag hij tot in lengte van jaren opdraaien voor Florida’s mislukte experiment. Dat de steden van Zutphen tot Amsterdam vol staan met prijswinnende musea, bibliotheken en stations is niet meer dan een schrale troost.”

Ik moest aan zijn tirade denken toen ik vorige week maandag Dordrecht bezocht. Die stad, met ruim honderdduizend inwoners, investeert op dit moment voor zeker honderd miljoen euro in cultuur. Zo is de oude watertoren veranderd in een hotel, is het Dordrechts museum uitgebouwd met een nieuwe vleugel, worden bioscopen gebouwd in historische panden in de binnenstad, wordt het voormalige gebouw van het Gemeentelijk Energiebedrijf aan de Noordendijk omgebouwd tot cultuurpaleis voor de podiumkunsten, verandert het pand De Holland van 1859 van Sybold van Ravesteyn in een nationaal onderwijsmuseum, wordt een historisch museum gevestigd in Het Hof van Dordrecht en is Schouwburg Kunstmin van diezelfde Van Ravesteyn uitgebreid met een nieuw achtertoneel. Last but not least wordt er met financiële steun van de gemeente een University College gevestigd in de historische binnenstad. De publieke investeringen worden gedaan in crisistijd. Engelen, die zelf keer op keer een Keynesiaanse stimuleringspolitiek bepleit, zal het wel rekenen tot Florida’s mislukte experiment, maar ik sluit niet uit dat Dordrecht zich op deze manier uit de crisis werkt. Den Bosch, Deventer, Amsterdam, Groningen, Middelburg en Maastricht gingen haar voor.

Tagged with:
 

Sportieve rivalen

On 3 februari 2012, in sport, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 2 februari 2012:

Amerikanen zijn gek van sport, dat is bekend. Sommige Amerikaanse steden zijn nog extremer als het aankomt op sport en sportbeoefening dan andere. Tijdens mijn korte verblijf in Boston, Massachusetts, viel het me al op. Alles lijkt in die stad aan de Oostkust te draaien om wedstrijden, clubs, stadions en toernooien. De lokale aanhang beweegt mee met het seizoen. In de winter is ijshockey favoriet en loopt iedereen uit voor de Boston Bruins; ‘s zomers is het eerder honkbal en basketbal, en staat heel Boston in het teken van de Patriots en de Boston Celtics. Ook de universiteiten hebben hun eigen studentenclubs en hun eigen stadions. Het stadion van Boston College is bijvoorbeeld groter dan de Ajax Arena in Amsterdam. Prijzenkasten beslaan er hele verdiepingen en iedereen eert de lokale helden. Sportheld ben je hier voor je hele leven. Hoe anders is dat bij ons.

In het nieuwste nummer van The Atlantic wijst de Amerikaanse econoom Richard Florida op het feit dat sport sterk gebonden is aan de grootste steden. De verschillen tussen steden zijn, als het aankomt op sport, echter veel extremer dan als het gaat om economie of cultuur. De ene stad presteert uitzonderlijk, terwijl de andere nauwelijks meetelt. Zo ontdekte Florida dat de zone Boston-New York-Washington veruit de kroon spant als het gaat om het winnen van kampioenschappen, de zone van Chicago-Detroit-Cleveland-Pittsburgh blijkt een goede tweede. Nummer drie en vier zijn al veel kleiner. Nee, de sportprestaties blijken tussen steden zeer ongelijk verdeeld. De Amerikaanse topsport wordt beheerst door de rivaliteit tussen het kleine Boston en de reus New York. Die rivaliteit verwijst ver terug in de Amerikaanse geschiedenis, toen de twee steden nog wedijverden om de macht binnen de jonge Republiek. In de afgelopen jaren was het Boston dat zijn grote buur aftroefde. Ja, dat is sport: een sportstad kun je niet maken door een stadion te bouwen en een club financieel te ondersteunen. Die sportieve status heeft hele sterke historische wortels, aardend in een geschiedenis van stedelijke macht en rivaliteit.

Tagged with:
 

Boston bijvoorbeeld

On 19 september 2011, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 15 september 2011:

Komt het doordat mijn oudste dochter sinds deze zomer in Boston, USA, studeert? Allemachtig, wat heeft ze het naar haar zin! Naar Nederland, zegt ze, wil ze niet meer terug. Iedereen is er zo eager, heel anders dan in Amsterdam. In de rangorde van ‘s werelds krachtigste stedelijke economieën die The Atlantic afgelopen week publiceerde, zag ik dat Boston inderdaad op plaats 6 staat, na Tokio, New York, Londen, Chicago en Parijs. Boston is ongeveer zo groot als Amsterdam, maar presteert vele malen beter dan de Nederlandse hoofdstad. Sterker, Amsterdam komt in de hele top vijfentwintig niet voor. Interessant is dus om te zien waarom de Amerikaanse stad van nog geen miljoen inwoners, gelegen op ruim drie uur treinen van de metropool New York (vergelijkbaar met Amsterdam-Parijs), het zo opvallend goed doet. Boston heeft in ieder geval geen groot vliegveld, geen grote haven, geen greenport, geen mainport. Is het eagerness?

Eerst de cijfers. Qua innovatie scoort de stad waanzinnig goed (wereldwijd een verdiende plaats 6); als financieel centrum scoort ze 655, dat is vergelijkbaar met Parijs maar minder dan Hong Kong; de economische output van de stad bedraagt 290 miljard dollar (dat is de helft van Parijs, met 460 miljard dollar, maar meer dan rivaal Hong Kong, met 211 miljard dollar). De vergelijkende cijfers zijn gegenereerd door Richard Florida – wat ze precies behelzen kan ik vanaf hier niet helemaal doorgronden, maar dat maakt ook niet uit. De relevante vraag is: hoeveel zou Amsterdam op al deze punten scoren? Beduidend minder dus. Eigenlijk weten we het wel. Boston is de stad van Harvard University, van MIT (Massachusetts Institute of Technology), Boston University en Boston College. Vier imposante universiteiten. Qua intellect en menselijk kapitaal is de stad vele malen krachtiger dan Amsterdam. En talent trekt talent, talent trekt bedrijven, of beter, lokaal talent creëert lokale bedrijven. Boston hoeft niet de halve wereld af te reizen om filialen van internationale hoofdkantoren naar zich toe te halen. Ze creëert haar eigen, lokale economie. Boston hoeft ook geen miljoenen transferpassagiers te accommoderen om met de wereld verbonden te zijn. Al die verbindingen zijn niet zo relevant. Als er één stad in de wereld is waar Amsterdam zich aan zou moeten spiegelen, dan is het Boston. Waar blijft die hoogwaardige technische universiteit die de hoofdstad in 1963 was beloofd maar die er nooit is gekomen? Dit schrijf ik vanuit Wenen, de stad die mij gevraagd heeft te adviseren. Wenen staat op plaats 22.

Tagged with:
 

Een lesje in nederigheid

On 22 juli 2011, in benchmarks, economie, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 21 juli 2011:

metro-map.png

Verrassend nieuw vergelijkend onderzoek van Richard Florida verscheen deze week in The Atlantic. In ‘If U.S. Cities Were Countries, How Would They Rank?’ vergelijkt de Canadese econoom de omvang van economieën van Amerikaanse steden met economieën van natie-staten elders in de wereld. Het is een lesje in nederigheid voor landen die denken dat zij iets voorstellen. Zo blijkt de economie van Boston even groot als die van Denemarken; de economie van New York is zo groot als die van Canada. De economie van Atlanta is even omvangrijk als die van Colombia en die van Dallas blijkt even groot als die van Argentinië. De economie van Chicago heeft de omvang van die van Zwitserland, die van Philadelphia die van Zuid-Afrika en de economie van Houston is even groot als die van Oostenrijk.

Wilt u nog meer weten? De economie van Los Angeles is even groot als die van Nederland. Dus waarom zou de Amerikaanse president de Nederlandse premier willen ontvangen? De burgemeester van LA zou daar eerder voor in aanmerking komen. En het werpt ook een nieuw licht op de kandidatuur van Amsterdam of Rotterdam voor de Olympische Spelen van 2028: deze steden hebben de economie van het hele land nodig om zich met Los Angeles, Londen of Peking te meten. Steden zijn dikwijls belangrijker dan staten, maar niet altijd. Hun politieke invloed in de wereld zou veel groter moeten zijn.

Tagged with:
 

VINEX op krediet

On 22 juni 2011, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 7 mei 2011:

In ‘De huizenmarkt als monetair verschijnsel’ analyseert Maarten Schinkel de ontwikkeling van de Nederlandse woningmarkt sinds de vorige crisis, die van de jaren zeventig. Toen knapte de zeepbel, die was opgeblazen door de zogenaamde ‘groeihypotheken’. Kredietverlening had de huizenprijzen tot grote hoogten opgejaagd. Er volgde een diepe val. Echter, alsof er niets geleerd was, deed datzelfde verschijnsel zich later, in de jaren negentig, opnieuw voor. Eerst mocht het tweede inkomen zwaarder meetellen bij de berekening van de maximale hypotheek, vervolgens introduceerden de banken de spaarhypotheek, gevolgd door de beleggingshypotheek, en ten slotte, toen het beleggen tegenviel, de aflossingsvrije hypotheek. Opnieuw stegen de huizenprijzen tot bizarre hoogten. Overal in Nederland werd stevig gebouwd. “Een van de meest intrigerende raadsels van de economie in de afgelopen kwart eeuw is intussen de almaar gestegen geldhoeveelheid.” Schinkel rekent voor: in 1986 bedroeg de geldhoeveelheid nog 65 procent van het bruto binnenlands product. In 2010 was ze gestegen tot liefst 126 procent. “Er zit, door de zeer sterke stijging van de huizenprijzen sinds de markt halverwege de jaren tachtig aan zijn herstel begon, een forse hoeveelheid kapitaal aan al dan niet verzilverde overwaarde in de woningmarkt. Het kan toeval zijn, maar het bedrag komt aardig overeen met de overtollige geldgroei.” Kredietverlening speelde in de huizenhausse van de afgelopen twintig jaar dus een belangrijke rol. Anders gezegd, het VINEX-programma van de jaren negentig en de jaren nul is grotendeels met geleend geld gebouwd. VINEX blijkt achteraf gewoon fake.

“It’s obvious now that housing was an unsustainable engine of economic growth. Too many cities lacked the economic base and productivity to support high housing prices.” Tot die conclusie komt de Amerikaanse econoom Richard Florida in zijn nieuwste boek. In ‘The Great Reset’ (2010) laat hij zien dat sommige landen door te royale kredietverstrekking domweg veel te veel hebben gebouwd. Achteraf beschouwd blijken ze totaal ‘overstretched and overbuilt’.  Florida: “The syndrome spilled over to the public sector. Cities grew, tax coffers filled, spending increased, and the people just kept coming. Yet the boom neither followed nor resulted in the development of sustainable, scalable, highly productive industries or services. It was fuelled and funded by housing, and housing was its primary product. In this debt-intoxicated, crazy real estate bubble era, whole cities and metro regions became giant Ponzi schemes.” Het lijkt erop dat er niet alleen in landen als Spanje, Ierland en Griekenland teveel woningen op de verkeerde plekken zijn gebouwd, ook Nederland deed aan het monetaire spelletje mee. In veel regio’s was misschien helemaal geen sprake van economische groei. Ben benieuw hoe dit afloopt. Laat de bevolkingskrimp maar komen!

Tagged with:
 

A tale of two housing markets

On 27 januari 2011, in economie, wonen, by Zef Hemel

Gelezen in The Atlantic van 25 januari 2011:

De huizenprijzen in Amerika lijken zich enigszins te herstellen. Echter, het herstel verschilt nogal per stad. Richard Florida publiceerde deze week in The Atlantic de cijfers van twintig belangrijke Amerikaanse steden over de afgelopen maand. De index die hij gebruikt meet de cijfers af aan de huizenmarkt in het jaar 2000, dus van ver voor de kredietcrisis, door Florida consequent aangeduid als The Great Reset. De slechtste prestaties leverden nog altijd Las Vegas, Phoenix, Miami, Atlanta en Detroit, de beste kwamen voor rekening van Dallas, Denver, Boston, New York, Seattle en Portland, Oregon. Ze weerspiegelen de staat van de stedelijke economie. “As the Great Reset continues, it’s clearer than ever that there are two distinct housing markets in the U.S. In the bubble cities and hard-hit rustbelt regions, the market has seen steep decline and may continue to weaken.  But in knowledge-driven metros, tech centers, and big, dense cities, the market has stabilized and in some cases may be starting to rebound.”

Nederland is een klein land en telt voornamelijk kleine steden. Cijfers voor de verschillende steden berekenen heeft hier niet veel zin. Bovendien worden verschillen tussen regio’s opzettelijk gemaskeerd door rijksbeleid dat verdelende rechtvaardigheid in de woningmarkt propageert en ook door een overgereguleerde, dus verstopte woningmarkt. Aannemelijk echter is dat er ook bij ons wel degelijk sprake is van een tweedeling, waarbij de economisch zwakke regio’s overwegend lagere prijzen rekenen en de tech centers en kennissteden beduidend hogere prijzen. Ondanks alle pogingen van de regering om verschillen te maskeren, gelden de allerhoogste prijzen in Amsterdam. Gek dat er in de hoofdstad zo weinig wordt gebouwd. Niet goed voor de motor van de Nederlandse economie.

Hub Cities

On 15 juni 2010, in internationaal, regionale planning, stedelijkheid, by Zef Hemel

Gelezen in ‘’The Great Reset’’ (2010) van Richard Florida:

Niet dat het suburbane leven een illusie is die zal opdrogen. Dat gelooft de Amerikaans-Canadese econoom Richard Florida zeker niet. Weinigen zullen hun comfortabele twee-onder-een-kapper met SUV in de garage opgeven en terugkeren naar de stad. “It’s a mistake to consider suburbanization a backward step and impugn it wholesale, with the catchall slur of ‘sprawl’, and to see only more compact, urban-style back-to-the-city development as a path of the future.” Wel beginnen de voormalige voorsteden te verdichten en, naast overwegend wonen, nieuwe functies aan te trekken. Bewoners van deze dun bevolkte gebieden beginnen ook stedelijk gedrag te vertonen: ze gaan uit eten, pakken een bioscoop, bezoeken trendy plekken, rijden minder auto. Ze worden min of meer onderdeel van de kernstad. De bewoning van de suburbs gaat ook niet meer ten koste van de kernsteden, maar vormt een aanvulling op het grootstedelijke leven voor nieuwe groepen die zich aangetrokken voelen tot de grote stad. Zo ontstaat een nieuw patroon van urbanisatie, van reusachtige stedelijke megaregio’s die vaak landsgrenzen overschrijden. Deze megaregio’s zuigen het omringende land met zijn plattelandskernen leeg; ergens midden in deze megaregio’s vormen zich nieuwe, krachtige centra: dit zijn de ‘’hub cities’’. Deze steden groeien gemiddeld sneller dan de andere steden, de huizenprijzen zijn er gemiddeld hoger, hoger zelfs dan in de rijke voorsteden. Dus terwijl in het zuiden van de Verenigde Staten in veel steden leegstand ontstaat en mensen beginnen weg te trekken, groeien in het westen en noordoosten de productieve megaregio’s, met steden als New York, Boston, San Francisco en Washington DC als de krachtige hub cities.

Florida ziet hetzelfde patroon in Europa. Vooral in het noordwesten van Europa vormen zich krachtige megaregio’s, met Londen, Parijs, Amsterdam, Frankfurt en Zürich als nieuwe hub cities. Het zijn deze steden die een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op jonge getalenteerde mensen. Iedereen probeert min of meer in de nabijheid van deze steden te wonen. Hij verwacht dat dit ruimtelijke patroon zich in de crisis alleen maar sterker zal profileren. “Because of their size, diversity, and regional role, these megaregion hubs have been better buffered from the recent economic crash than other regions, especially manufacturing-dependent areas and places where prosperity was tied to a single transient phenomenon, such as the housing-driven boom of the Sun Belt.” Opvallend is dat hub cities open zijn en goed verbonden met de rest van de wereld, in staat veelsoortige bedrijven aan zich te binden die eerder gevestigd waren in de kleinere steden in hun omgeving. Iedereen wil er ineens wonen. Fascinerend.

Proud city

On 17 september 2009, in ruimtelijke ordening, by Zef Hemel

Gelezen op de website van VPRO’s Tegenlicht op 17 september 2009:

Mooi zoals Jeb Brugmann in ‘Welcome to the urban revolution’ (2009) de nachtkaart van de wereld beschrijft. Ik kreeg een exemplaar van zijn boek te leen van Johan van Zoest. "These vast areas of light are evidence of a new ecological order – of the urban biome we are creating. (…) The dots, dense clusters, or long bands of light that extend across our continents are the growing City." Het is het beeld waarmee ‘Amsterdam make-over 2040’ begint. Mijn hele omgeving reageert positief op de Tegenlicht-documentaire van 14 september – "eindelijk weer eens een goed inhoudelijk programma over ruimtelijke ordening in dit land "-, maar vanuit Rotterdam wordt er gezwegen of gefulmineerd. Deze ‘trotse stad’ (woorden van Richard Florida) reageert woedend op de uitzending en legt uitspraken van Florida in mijn mond en omgekeerd. De beelden van Rotterdam zouden suggestief zijn en Amsterdam-bashing is niet van de lucht. Maar de docu van William de Bruijn is buitengewoon genuanceerd. Als mijn kinderen zich zo zouden gedragen, zouden ze, bij wijze van spreken, een draai om de oren van me krijgen. Maar op het internet is alles geoorloofd. Een bevestiging van mijn stelling dat Rotterdam een jonge stad is die mensen (ongemerkt) buitensluit en die zich kennelijk niet zeker en bedreigd voelt. Ik althans voel me er niet welkom, terwijl ik er jaren heb gewoond. En de Randstad bestaat dus niet, want anders waren we met elkaar in gesprek gekomen. Ineens begrijp ik Pim Fortuyn veel beter.

Maar waar komt die onberedeneerde woede nou vandaan? Is het inderdaad de krimp? Of hebben we hier te maken met een minderwaardigheidscomplex? Laat die stad toch z’n eigen koers varen en zich niet zoveel aantrekken van een stad als Amsterdam. Of anders, net als Richard Florida adviseert, opgaan in de megaregio AmBrusTwerp en aansluiting zoeken bij Amsterdam. Wat is daar nou op tegen?

Tagged with:
 

The Great Reset

On 31 januari 2009, in economie, by Zef Hemel

Gelezen in de Volkskrant van 13 januari 2009:

Elizabeth Currid, auteur van ‘The Warhol Economy’, verwacht dat de nieuwe Amerikaanse regering onder aanvoering van president Obama als een katalysator gaat werken. "Veel innovatieve ideeën zullen worden omgezet in beleid," aldus de Volkskrant. Want Obama "staat voor openheid, tolerantie en creativiteit." Daardoor zal de creatieve klasse een flinke duw in de rug krijgen. Die creatieve klasse, dat zijn stedelijk georiënteerde kenniswerkers die de moderne economie aanjagen, zoals internetondernemers, computerprogrammeurs, wetenschappers, kunstenaars, architecten. Deze creatieve klasse, aldus Currid, loopt voorop op het gebied van duurzaamheid, waardoor de economie van Amerika energiezuiniger en milieuvriendelijker zal worden. Ook werkt ze kleinschalig, in netwerken van kleine bedrijfjes, voor een lokale stedelijke markt en is ze maatschappelijk betrokken. Kortom, de verwachtingen zijn hoog gespannen nu het regeringsprogramma zich in Amerika op openheid, tolerantie en creativiteit richt. Niet de multinationals en de banken, maar de kleine ondernemers in de grote steden gaan de wereld redden. Richard Florida spreekt zelfs van ‘The Great Reset’. Reset is de toetsencombinatie waarmee je je vastgelopen computer weer op nul zet (Control + Alt + Delete). "My own hunch is that we are witnessing a sharp turn toward quality and functionality. The Great Reset will mean smaller, better, more efficient spaces, and an emphasis on higher quality design from the artifact to the city and regional scales."

Nu afwachten hoe snel of langzaam men in Den Haag op dit veelbelovende Amerikaanse perspectief reageert.

Tagged with:
 

Superstar Cities

On 27 mei 2008, in internationaal, planningtheorie, by Zef Hemel

Gelezen in ‘Who’s your City?’ van Richard Florida (2008):

Vreemd inderdaad hoe een paar grote steden in Noord-Amerika de laatste jaren omhoog zijn geschoten, niet zozeer in inwonertal, maar in huur- en koopprijzen. Vaak zijn deze steden niet eens heel erg groot, wat een van de redenen van de exorbitante waardestijging is: er is domweg schaarste, terwijl de vraag naar woonruimte bijzonder groot is. In de USA wordt het lijstje aangevoerd door San Francisco. Daarna volgen Oakland, Seattle, San Diego, Los Angeles, Portland, Boston enzovoort. Allemaal zeer geliefde steden. Richard Florida, de regionaal econoom van Carnegie Mellon University, duidt in zijn nieuwste boek deze steden aan als ‘Superstart Cities’. Hun populariteit zegt iets over hun economische betekenis. Hun waardestijging wordt niet door lokale of regionale krachten veroorzaakt; volgens Florida is hier een globale markt aan het werk. Dat houdt in: vergeleken met Tokio en Moskou zijn de huizenprijzen in LA nog bescheiden. Volgens een dergelijke redenering schieten in deze steden de huizenprijzen omhoog, net als de salarissen van topfunctionarissen in het internationale bedrijfsleven. Ziedaar een nieuw effect van de globalisering. "In the past buyers competed for real estate with others in a relatively local market; now demand extends literally across the world." Is hier sprake van structurele gekte? Florida denkt van wel. De huizenmarkt reageert traag op economische veranderingen; uiteindelijk zullen de prijzen verder stijgen. Dus deze trend zet door: "Cities – especially well-established superstars like New York, or San Francisco, or London – have advantages in production and consumption other cities can’t replicate. Moreover, newcomers to these places are likely to increase those advantages, not to reduce them." Dit gegeven, plus het feit dat economische sectoren steeds meer de neiging hebben om te clusteren, zorgt ervoor dat mensen met kennis, kunde en talent steeds meer uitsorteren naar stad.

Als het om Nederland gaat, hoort Amsterdam bij het lijstje Superstar Cities, aldus Florida. Maar verder? Misschien Brussel, heel misschien Keulen. Londen, Parijs en Berlijn horen er wel bij. Alleen, in Amsterdam is de voorraad koopwoningen wel bijzonder klein – het merendeel is sociale huur -, waardoor de vastgoedwaardestijging hier niet helemaal betrouwbaar is. Toch voelt iedereen wel aan dat de waardestijging van de laatste jaren moeilijk anders te verklaren is dan uit dit gegeven: Amsterdam hoort in de rijtje Superstar Cities thuis.

Tagged with: