Zielenheil als handelswaar

On 18 januari 2009, in economie, geschiedenis, by Zef Hemel

Gelezen in ‘De Geschiedenis van Amsterdam tot 1578. Een stad uit het niets’ (2004):

Paul Spies, de nieuwe directeur van het Amsterdams Historisch Museum, sprak laatst in Het Parool van Amsterdam als ‘Heilige Stede’. De Heilige Stede – locus sacer – is de benaming van de kapel die na 1345 wordt gebouwd op de plek waar het mirakel van Amsterdam zich had voorgedaan, een huis in de Bindwijk, in het zuidelijke deel van de Kalverstraat. In 1908 werd deze kapel afgebroken door de Hervormde Gemeente. Daarmee is een belangrijke verwijzing naar een historische bron van economische groei uit het stadsbeeld verdwenen: religie. Want het staat vast dat de groei van Amsterdam in de late Middeleeuwen verband hield met religieuze activiteiten die mede uit het mirakel voortkwamen. Ik sla er ‘De Geschiedenis van Amsterdam’ op na. Binnen een jaar na het mirakel (een hostie die bij het uitspugen niet alleen niet verbrandt in het vuur, maar die ook nog eens tot driemaal toe op onverklaarbare wijze terugkeert naar het huis van de overledene), lees ik, begon de bouw van de kapel. "Vanaf dat moment werd de Kapel ter Heiliger Stede een plaats waar het Heilig Sacrament vereerd kon worden. Een plaats ook waar pelgrims en ongelukkigen naartoe trokken om te vragen om vergeving van hun zonden of genezing van hun kwalen." Amsterdam kreeg hierdoor een plaats binnen het Europese bedevaartsnetwerk. "Zo werd Amsterdam behalve een handelsstad ook een pelgrimsstad."

Dit religieuze toerisme werd een economische factor van belang. Zozeer zelfs dat halverwege de vijftiende eeuw Amsterdam een van de belangrijkste pelgrimsoorden van Europa is. De religieuze bedrijvigheid wordt nog aangejaagd door de Moderne Devotie, een religieuze beweging rond Geert Grote, die tegen het eind van de veertiende eeuw vanuit het oosten van het land ook Amsterdam zou bereiken. Deze opleving van vroomheid leidde tot de stichting van talrijke huizen van zusters en broeders van het Gemene Leven, tertianen- en tertiarissenconventen, kloosters van de Congregatie van Windesheim. Dat gebeurde allemaal aan de westkant van de Amstel. Ten oosten van de rivier veranderde het religieuze leven niet wezenlijk. "Dat kwam door de geweldige groei van de economie, vooral in de noordwesthoek van de stad, het havenkwartier. Maar ook de cultus rond het hostiewonder van 1345 in het zuidwestkwartier was er debet aan." Om het aantal pelgrims dat jaarlijks de stad nadert in goede banen te kunnen leiden wordt er eind veertiende eeuw een speciale toegangsweg tot de stad aangelegd, die van Sloten en Amstelveen, via de Kostverlorenwetering, de Overtoom en de Leidsestraat naar het Rokin loopt en de naam ‘Heilige Weg’ draagt (uit: Amsterdam in Gebed. Religieuze monumenten, 2005).

Ziedaar het basispatroon van de vroegste en succevolle economie van Amsterdam: de zeehaven in het noordwesten, de geestelijkheid in het zuidwesten, de visserij in het noordoosten en het vermaak in het zuidoosten – vier kwadranten met als middelpunt de Dam.

Tagged with:
 

Leave a Reply