Amsterdam Lezing #1

On 21 januari 2014, in politiek, sociaal, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in ‘03/09’ van het CBS van herfst 2009:

Maandag 3 februari 2014 spreekt Isa Baud, hoogleraar Internationale Ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Amsterdam, de eerste Amsterdam Lezing van dit jaar. Opnieuw is het thema ‘Amsterdam Kennisstad’. Baud zal spreken over haar wetenschappelijke onderzoek naar sociale ongelijkheidsstructuren in steden in India, Afrika, Brazilië en Peru. Ze is op zoek naar nieuwe verantwoordingsmethoden – soms digitale – van uitgaven en inkomsten van lokale overheden en hun beleid ten aanzien van burgers, waarvan het merendeel dikwijls in grote armoede in sloppenwijken leeft. Hoe om te gaan met corruptie? Kan deze worden tegengegaan door op nieuwe manieren het lokale beleid transparanter te maken? Een groeiende middenklasse vormt zich in de steden en stelt haar eisen, waarbij de onderklasse dreigt te worden gemarginaliseerd. In Indiase steden ontstaat zo een steeds duidelijker scheiding tussen rijken, middenklasse en onderklasse. Baud verkent de hordes die moeten worden genomen om het bestuur in de miljoenenmetropolen van de Derde Wereld democratischer en rechtvaardiger te maken.

In een interview met Baud in het relatiemagazine van het CBS een paar jaar geleden vroeg de redactie naar haar mening over een groeiende tweedeling in de samenleving. In Indiase steden is dit min of meer een feit. Ook in Nederlandse steden dreigen verschillen pregnanter te worden. Maar horen contrasten er niet gewoon bij? Baud: “Een wereld zonder achterstand is een ideaal dat waarschijnlijk onbereikbaar is. Maar je kunt wel aangeven wat het minimumniveau moet zijn in termen van huisvesting, inkomen en kwaliteit van leven. Als overheid moet je ervoor zorgen dat mensen niet per definitie worden uitgesloten.” De toestand in de Indiase steden achtte ze nog niet zo gesegregeerd als in Amerikaanse steden. Daar is de segregatie praktisch totaal. Arme landarbeiders die naar Mumbai trekken zien daar veel kansen om werk te vinden. De mix is er veel groter en er is zeker sprake van sociale mobiliteit. In Nederland denkt Baud dat de concentraties allochtonen toenemen. “Er zit een gevaar in. Als het zich ontwikkelt richting meer segregatie dan hebben we echt een probleem.”

Dat was vijf jaar geleden. Maandagavond 3 februari spreekt ze weer. U kunt zich aanmelden op www.uva.nl.

Tagged with:
 

Amsterdam Lezingen 2014

On 16 december 2013, in wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen op www.uva.nl/nieuws-agenda/nieuws/amsterdamlezingen:

In februari 2014 start een nieuwe reeks Amsterdam Lezingen. De lezingen, met als thema ‘Amsterdam Kennisstad’, richten zich op de wetenschapsterreinen waar Amsterdam wereldwijd in uitblinkt. De reeks Amsterdam Lezingen is voortgekomen uit de samenwerking met de Wibautleerstoel. De Wibautleerstoel is ingesteld om de problematiek in de grote steden te onderzoeken, in het bijzonder met betrekking tot Amsterdam. De huidige hoogleraar op deze leerstoel is Zef Hemel (sinds januari 2012), die optreedt als gastheer van de Amsterdam Lezingen. Tijdens de Amsterdam Lezingen vertellen hoogleraren over hun vakgebied en over de rol die de stad daarin speelt. In 2014 zijn dit niet alleen UvA-hoogleraren, maar ook hoogleraren van de Vrije Universiteit. Iedere spreker houdt een lezing van maximaal een half uur. Daarna kan het publiek vragen stellen over het onderwerp.

 

programma 2014

– 3 februari 2014 – prof. dr. Isa Baud, hoogleraar internationale ontwikkelingsstudies aan de Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Steden: over gebruik van ruimtelijke kennis tegen armoede en ongelijkheid in lokale bestuursnetwerken in Indiase en Zuid-Amerikaanse steden.

– 10 februari 2014 – prof. dr. Philip Scheltens, hoogleraar cognitieve neurologie, VU medisch centrum, aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het Alzheimercentrum VUmc. Alzheimer: over de geheimen van het brein en de zoektocht naar de remedie tegen deze volksziekte.

– 17 februari 2014 – prof. dr. Barbara Baarsma, algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek, bijzonder hoogleraar Toegepast economisch onderzoek aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam en Kroonlid bij de SER. Economie: over arbeidsmarkt, woningmarkt en voorzieningenniveau in Amsterdam en de rest van Nederland vanuit macro-economisch perspectief.

– 3 maart 2014 – prof. dr. Bob ten Cate, hoogleraar Experimentele preventieve tandheelkunde bij Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), UvA/VU, en Academiehoogleraar bij de KNAW. Mondgezondheid: over het belang van fluoride voor een gezond gebit, de rol van bacteriën in de mond, de relatie tussen mond- en algemene gezondheid.

– 10 maart 2014 – prof. dr. Lydia Krabbendam, hoogleraar Onderwijsneuropsychologie aan de Faculteit Psychologie en Pedagogiek van de Vrije Universiteit. Mindsets: over de invloed van cultuur op de werking van de hersenen, meisjes- en jongensgedrag en de rol van het onderwijs.

– 17 maart 2014 – prof. dr. Ernst Hirsch Ballin, hoogleraar Rechten van de mens aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Rechten. Over Amsterdam als kennisstad van het recht, de slavernij en de grondbeginselen van Nobelprijswinnaar Tobias Asser.

Waar en hoe laat?

De locatie is CREA, Roeterseilandcampus, Nieuwe Achtergracht 168-178, 1018 WV Amsterdam.

Tijd lezingen: 20.00 tot 21.30 uur (inloop vanaf 19.30 uur)

Aanmelden voor de Amsterdam Lezingen 2014

Aanmelden voor een of meer van de lezingen kan vanaf heden via de website van de UvA. Het bijwonen van de lezingen is gratis. Aanmelden is noodzakelijk vanwege het beperkt aantal plaatsen.

Tagged with:
 

De universiteit zit op rozen

On 6 februari 2013, in onderwijs, by Zef Hemel

Gehoord op 4 februari 2013 in CREA in Amsterdam:

In de eerste aflevering van de nieuwe serie Amsterdam Lezingen, thema: Amsterdam Kennisstad, sprak Louise Gunning, voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, voor een uitverkochte zaal. Haar lezing opende ze met een denkbeeldige wandeling door de stad, waarbij ze het publiek op een prettige manier liet kennismaken met de verschillende vormen van hoger onderwijs en wat die voor de stad betekenen. Vervolgens herinnerde ze eraan dat de UvA in de top 200 van beste universiteiten in de wereld staat genoteerd en dat die 200 besten de komende jaren talent zullen aantrekken, terwijl de rest talent zal verliezen. De samenwerking met de VU zag ze mede in dat licht, elke samenwerking moet leiden tot het aantrekken van nieuw talent, ook uit het buitenland. Daarna wees ze op de vele kennisinstellingen rond de UvA en VU die in de stad gevestigd zijn en ging ze in op de vier scenario’s die Shell in de Amsterdam Economic Board voor Amsterdam onlangs had gemaakt: in elk van de scenario’s speelt het hoger onderwijs een cruciale rol. De VU en de UvA, zei ze, zitten dus ‘op rozen’.

In het vragenuur dat volgde wilden de studenten met name weten of Gunning voor de breedte kiest of voor de ‘keien’. Ze zei dat als het om onderzoek gaat haar keuze valt op excellentie, maar dat ze voor onderwijs de breedte niet schuwt. Wel moet het onderwijs op alle niveaus verbeteren; ze beaamde dat de instroom van de UvA tekortschiet in kwaliteit en verklaarde zich daarom voorstander van selectie aan de poort: de UvA, zei ze, had nu eenmaal last van de grote aantrekkingskracht van Amsterdam. Mooi was hoe mensen in de zaal in de loop van de avond elkaar vonden in de gedachte dat de universiteit zich niet moet uitleveren aan het bedrijfsleven, maar de hele samenleving moet bedienen. Gunning zelf gaf trouwens treffende voorbeelden van nuttig onderzoek in Nieuw-West, van uniek archeologisch en kunsthistorisch onderzoek dat de economie overstijgt, en studenten zelf benadrukten de rol van het hoger onderwijs in de emancipatiemachine die de grote stad óók is; het Noorse onderwijsmodel noemden ze als voorbeeld van een model dat uitdrukkelijk de breedte bedient. Iemand in de zaal meende dat de UvA zich meer inspanningen kan getroosten in het middelbaar onderwijs in de hoofdstad, om zo getalenteerde studenten – ook allochtone – aan te trekken. Gevraagd naar het gemeentelijke initiatief om een derde (technische) universiteit naar de stad te halen antwoordde Gunning diplomatiek dat het goed is dat de gemeente in hoger onderwijs investeert. Laatste vraag van Joris: wat zou uw grootste wens zijn voor de universiteit? Gunning: een echt Amsterdams Endownment Fund.

Tagged with:
 

Stad van intellectuelen

On 30 augustus 2009, in ruimtelijke ordening, stedelijkheid, wetenschap, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 augustus 2009:

Opmerkelijke cijfers. De instroom van nieuwe studenten aan de Nederlandse universiteiten overtreft alle verwachtingen. In totaal hebben zich 56.000 nieuwe studenten aangemeld bij de veertien Nederlandse universiteiten. Gemiddeld is het groeipercentage vijfentwintig. "Effect van de crisis," koppen de kranten. "Jongeren willen nu langer doorleren, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toch slecht zijn." En vervolgens richt alle aandacht zich op het bekende gelobby van de universiteiten om meer geld uit ‘Den Haag’. Logisch, want het persbericht was afkomstig van de VSNU. Dat de Universiteit van Amsterdam veruit het hoogste groeicijfer had – liefst 45 procent – past niet in de boodschap die de VSNU naar buiten wil brengen en lees ik alleen in Het Parool. Zou het arbeidsmarktperspectief van Groot-Amsterdam dan zo dramatisch veel slechter zijn dan de rest van Nederland, vroeg ik mij af? Nee, natuurlijk niet. Paul Helbing, woordvoerder van het College van Bestuur van de UvA, ziet het positief, eerder als een compliment. "Blijkbaar doen wij het zo goed dat mensen graag bij ons studeren. Wij zijn daar zeer trots op."

Daar valt heel wat op af te dingen. Het zou ook de aantrekkingskracht van Amsterdam kunnen zijn die het extreme groeicijfer van de UvA verklaart, niet de universiteit zelf. Al jaren groeien de twee Amsterdamse universiteiten sneller dan die in de rest van Nederland. Want hoe zit het met de VU dit jaar? Daarover lezen we vooralsnog niets. Die groei zal wel minder spectaculair zijn. Is de UvA dan zoveel beter? Helemaal niet. Het is de aantrekkingskracht van de binnenstad van Amsterdam die zoveel studenten naar de UvA lokt. De VU zit in Buitenveldert. Zolang de UvA blijft resideren in de Amsterdamse binnenstad zal ze spectaculair blijven groeien. En Amsterdam vaart er wel bij, want al jaren bestaat de instroom van migranten naar de stad vooral uit studenten en pas-afgestudeerden. Die blijven voor het overgrote deel in Amsterdam wonen. Het zijn de Nieuwe Stedelingen. Nog twintig jaar en heel Amsterdam (en Haarlem) is de Stad van de Intellectuelen.

Tagged with:
 

Phoenix verrijst uit zijn as

On 29 november 2008, in internationaal, by Zef Hemel

Gelezen op Citistates.com van 30 november 2008:

John Stuart Hall meldt dat de rector magnificus van de Universiteit van Arizona heeft besloten de campus op te doeken en de universiteit te verplaatsen naar het stadscentrum van Phoenix. Daarmee wordt voldaan aan een oude wet die zegt dat universiteiten worden verrijkt en steden verbeterd wanneer hun universiteiten in het stadscentrum zijn gevestigd. De burgemeester van Phoenix, Phill Gordon, kent de wet. Hij gelooft dat dit DE manier is om een vierentwintiguurseconomie in het stadshart van Phoenix te ontwikkelen. Studenten gaan nu eenmaal veel uit, spenderen veel geld buiten de deur. De afhankelijkheid van de auto wordt er ook minder door. En dat kan Phoenix – een jonge en een van de meest uitgelegde autosteden van de USA – goed gebruiken. En het gaat verder. "The idea is that a campus should become a vital part of the city and its downtown, sharing its challenges and helping it build a sustainable future through useful research and teaching." Wie duurzaam wil zijn, vestigt zijn universiteit in de binnenstad. "The center city list now includes Nursing, Public Programs, Public Affairs, Journalism and Mass Communications, Social Work, Community Resources and Development, Criminology and Criminal Justice–with the promise of more to come."

Zo zie je maar weer dat duurzaamheid en economisch gewin, meer kwaliteit en betere steden heel goed kunnen samengaan. Maar, zegt ook Stuart Hall, het vergt wel veel moed om het te doen en het kost ook veel geld. "The mayor and city council developed a $223 million general obligation bond issue to build the first phase of the new “ASU Downtown Phoenix Campus.” Token opposition to the size of the investment did surface, and within the university there were naysayers. Yet in March 2006, Phoenix voters decisively approved the bond program. And in August 2006, just five months after the election, the first set of buildings were ready and classes opened downtown for three colleges previously housed at the Tempe campus."

Tagged with:
 

De geletterde stad

On 30 augustus 2007, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in Het Parool van 18 augustus 2009:

Opmerkelijke cijfers. De instroom van nieuwe studenten aan de Nederlandse universiteiten overtreft alle verwachtingen. In totaal hebben zich 56.000 nieuwe studenten aangemeld bij de veertien Nederlandse universiteiten. Gemiddeld is het groeipercentage vijfentwintig. "Effect van de crisis," koppen de kranten. "Jongeren willen nu langer doorleren, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toch slecht zijn." En vervolgens richt alle aandacht zich op het bekende gelobby van de universiteiten om meer geld uit ‘Den Haag’. Logisch, want het persbericht was afkomstig van de VSNU. Dat de Universiteit van Amsterdam veruit het hoogste groeicijfer had – liefst 45 procent – past niet in de boodschap die de VSNU naar buiten wil brengen en lees ik alleen in Het Parool. Zou het arbeidsmarktperspectief van Groot-Amsterdam dan zo dramatisch veel slechter zijn dan de rest van Nederland, vroeg ik mij af? Nee, natuurlijk niet. Paul Helbing, woordvoerder van het College van Bestuur van de UvA, ziet het positief, eerder als een compliment. "Blijkbaar doen wij het zo goed dat mensen graag bij ons studeren. Wij zijn daar zeer trots op."

Daar valt heel wat op af te dingen. Het zou ook de aantrekkingskracht van Amsterdam kunnen zijn die het extreme groeicijfer van de UvA verklaart, niet de universiteit zelf. Al jaren groeien de twee Amsterdamse universiteiten sneller dan die in de rest van Nederland. Want hoe zit het met de VU dit jaar? Daarover lezen we vooralsnog niets. Die groei zal wel minder spectaculair zijn. Is de UvA dan zoveel beter? Helemaal niet. Het is de aantrekkingskracht van de binnenstad van Amsterdam die zoveel studenten naar de UvA lokt. De VU zit in Buitenveldert. Zolang de UvA blijft resideren in de Amsterdamse binnenstad zal ze spectaculair blijven groeien. En Amsterdam vaart er wel bij, want al jaren bestaat de instroom van migranten naar de stad vooral uit studenten en pas-afgestudeerden. Die blijven voor het overgrote deel in Amsterdam wonen. Het zijn de Nieuwe Stedelingen. Nog twintig jaar en heel Amsterdam (en Haarlem) is de Stad van de Intellectuelen.

Tagged with:
 

Leren van de geschiedenis

On 22 augustus 2007, in onderwijs, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Handelsblad van 26 mei 2007:

Patricia Faasse schreef een lovende recensie over twee boeken, te weten ‘Kleurrijke professoren’ en ‘Professoren van de stad’, die onlangs verschenen bij de Amsterdam University Press en die handelen over de geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. De vraag die ze stelt hield mij ook al lange tijd bezig. Waarom duurde het zo lang voordat Amsterdam zich een echte universiteit aanmat? Van 1632, wanneer het Athenaeum Illustre in Amsterdam wordt opgericht, tot 1877, wanneer dit Athenaeum wordt omgedoopt in Universiteit, liggen bijna 250 jaar."Waarom nam de stad die zich in de zeventiende eeuw met recht het machtigste, het rijkste en het meest cosmopolitische centrum van de Nederlanden mocht noemen, genoegen met een Illustere School?" Een antwoord op dit vraag wordt door de auteurs van de boeken vooral gezocht in de spreekwoordelijke krenterigheid van de Amsterdamse koopleiden. Zelfs in de zeventiende eeuw, toen hoger onderwijs een regelrechte attractie van de stad was, zou deze geest hebben gedomineerd. De kost gaat voor de baat uit.

Dat kan zo zijn. Maar interessanter lijkt mij de geest in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de School dan eindelijk wèl werd omgedoopt tot Universiteit. Wat bepaalde dat besluit waarop zo lang gewacht was? Ik citeer: "Een breed gedragen besef echter dat Amsterdam, wilde het zich in aanzien kunnen meten met andere Europese steden, niet kon zonder een nationaal museum, een academie voor beeldende kunsten, een concertgebouw én een universiteit, vormde het decor waarbinnen de omzetting tot gemeentelijke universiteit zich in 1877 kon voltrekken." En Amsterdam wilde niet zomaar een universiteit, "maar een eersterangs universiteit." Kijk, dat lijkt mij een betere verklaring. Het duurde kennelijk honderden jaren voordat Amsterdam zich durfde vergelijken met andere wereldsteden en in die rangorde ook zijn plaats opeiste. En die plaats was een voorname. En dan komt het: De universiteit maakte deel uit een complex van voorzieningen en accommodaties dat die hoge plaats moest zekerstellen en rechtvaardigen. Het was onderdeel van stedelijk beleid. Met als onderlegger een naar buiten gerichte, zelfbewuste houding van de stad. Misschien moest de stad zich eens minder spiegelen aan de zeventiende eeuw, en juist meer aan de tweede helft van de negentiende eeuw. Dat was een bijzonder tijdsgewricht.

Tagged with:
 

Hier werden wij verliefd III

On 11 mei 2007, in openbare ruimte, by Zef Hemel

Gelezen in NRC Next van 3 mei 2006:

Afgelopen dinsdagavond vroeg Jean Babtiste Benraad, directeur van Stadswonen te Rotterdam, en Duco Stadig, oud-wethouder van Amsterdam, aan me hoe ik dacht de economie van Rotterdam te redden. Dat die economie niet in orde is, daarvan waren de twee heren wel overtuigd. Maar hoe doe je dat nu? Het was tijdens het diner van het Algemeen Bestuur van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing. Locatie: de Caballero Fabriek in Den Haag. Nu had ik de week tevoren een interessant artikel in Next gelezen over de nieuwe stadsvisie van Rotterdam. Het was een gesprek met o.a. D. Schrijer, een van de nieuwe wethouders, verantwoordelijk voor de visie. "We moeten de mensen binden," was zijn motto. Zo blijkt 55% van de werkenden in de grote havenstad niet woonachtig in Rotterdam. Nu, dacht ik, wat is daar nu zo erg aan? Maar dan gaat het verder: "Als studenten al wonen in de tweede stad van Nederland, dan vertrekt grofweg twee op de drie na beëindiging van de studie aan de Erasmus Universiteit of een van de vele hbo-instellingen in de stad. Vooral naar Amsterdam trouwens."

Tja, dat is niet goed voor een stad. Maar datzelfde lot treft Enschede, Eindhoven, Nijmegen en Tilburg. We weten uit onderzoek dat studenten niet voor deze steden kiezen vanwege het stedelijke klimaat, maar vanwege de kwaliteit van opleiding. De keuze voor Amsterdam, Utrecht, Groningen en Maastricht houdt veeleer verband met de stad, waar je lekker kunt uitgaan. En wat doen ze na de studie? Op Amsterdam na vertrekt een heel groot deel uit de stad waar de opleiding genoten is. Rotterdam staat hierin dus niet alleen. Ook Groningen, Enschede, Eindhoven, Tilburg, Nijmegen en zelfs Maastricht en Utrecht treft hetzelfde lot. Het feit dat je de tweede stad van Nederland bent doet daar kennelijk niets aan af. Dus so what? Wil je dit als Rotterdam veranderen? Dan moet je kennelijk beter presteren dan het rijke Utrecht en Amsterdam evenaren. Gaat ze dat daar lukken in Rotterdam de komende jaren? Met al hun bravoure zou je het bijna denken. Maar ik weet zeker van niet. Als ze nu eens begonnen te lezen de nieuwste DRO-publicatie, ‘Hier werden wij verliefd’ (downloaden vanaf www.dro.amsterdam.nl), dan zouden ze beseffen hoe lastig het is. Maar ook wat je zou moeten doen. It’s not the economy, stupid! En ook niet de woningmarkt. Het is de openbare ruimte! Het zijn, om te beginnen, de terrassen.

Tagged with: